vrijdag 7 juni 2013

Wapenlevering aan Indonesië geen probleem?

Afgelopen dinsdag stuurde de Regering een brief naar de Kamer waarin werd gemeld dat Nederland voor 345 miljoen euro onderdelen gaat leveren voor marineschepen die in Indonesië in elkaar worden gezet. Die schepen - een ontwerp van het bedrijf Damen - worden uitgerust met scheepkanonnen waarvoor het Italiaanse bedrijf Oto Melara met Nederlandse financiële steun nieuwe munitie ontwikkelde die geschikt is voor gebruik tegen landdoelen. De schepen kunnen daardoor ingezet worden bij de strijd tegen rebellen.

Photo document of Indonesian marines out of KRI
Teluk Semangka 512. (garudamiliter.blogspot.com)
Wapenleveranties worden getoetst aan de hand van criteria. In dit geval zijn de volgende ijkpunten relevant: mensenrechten (criterium 2), interne conflicten (criterium 3) en regionale stabiliteit (criterium 4). De regering meent in haar Kamerbrief dat de levering op al deze punten geen enkel risico oplevert, maar dat is zeer twijfelachtig. De informatie van de Regering lijkt vooral bedoeld om kritiek voor te zijn.

Mensenrechten

De situatie in Indonesië is sterk verbeterd in de afgelopen twintig jaar, daar zullen vriend en vijand het over eens zijn. Overigens was Nederland ook niet te beroerd om wapens te leveren toen Indonesië binnenslands nog wel zeer bloedig huis hield. (zie bijvoorbeeld hier) Maar Oost-Timor is inmiddels onafhankelijk, de spanningen in de Molukken zijn geluwd, in Aceh is de vrede weergekeerd en het militair regime van Soeharto sneuvelde en maakte plaats voor een meerpartijenstelsel. De Regering draaft echter wat door als ze zegt dat “Indonesië een stabiele democratie is met een vrije pers, een actief maatschappelijk middenveld en een hoge mate van tolerantie. De bescherming van mensenrechten is (grond-)wettelijk vastgelegd, naleving is een incidenteel punt van zorg.” Die schendingen zijn meer dan incidenteel. Human Rights Watch vat het als volgt samen:
However, Indonesia remains beset by serious rights problems. Violence and discrimination against religious minorities, particularly Ahmadiyah, Bahai, Christians, and Shia have deepened. Lack of accountability for abuses by police and military forces continues to affect the lives of residents in Papua and West Papua provinces."
Ieder jaar publiceert het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken een mensenrechtenrapport met een uitgebreid verslag van de situatie in Indonesië. Dit overheidsrapport schetst een nog minder rooskleurig beeld:
The suppression or abridgement of the rights of religious and ethnic minorities was a problem. The government applied treason and blasphemy laws to limit freedom of expression by peaceful independence advocates in the provinces of Papua, West Papua, and Maluku and by religious minority groups. Official corruption, including within the judiciary, was a major problem.
Other human rights problems included killings by security forces, abuse of prisoners and detainees, harsh prison conditions, trafficking in persons, child labor, and failure to enforce labor standards and worker rights. 
On some occasions the government punished officials who committed abuses, but judicial sentencing often was not commensurate with the severity of offenses, as was true in other types of crimes.
Het East Timor Action Network (ETAN), dat zich sinds jaar en dag met heel Indonesië bezighoudt, beargumenteert in een reactie op het rapport dat de schendingen nog wijder verspreid zijn dan het rapport aangeeft.

Interne conflicten

Volgens de regering
“blijven interne spanningen [in West Papua] bestaan en doen zich af en toe gewelddadige incidenten voor. Het gaat hierbij onder meer om activiteiten van veiligheidstroepen, al dan niet in reactie op acties van de gewapende afscheidingsbeweging OPM, tribaal geïnspireerde conflicten en geweld in de criminele sfeer. Het beleid van de Indonesische regering is in eerste instantie gericht op de sociaaleconomische ontwikkeling van Papua, en daarnaast worden ook stappen gezet om een dialoog te voeren met vertegenwoordigers van de inheemse bevolking.”
Nederland kiest er duidelijk voor de Indonesische regering in Jakarta bij te vallen en neemt de stroom aan kritiek op het Indonesische optreden in Papua nauwelijks serieus. Het woord 'acties' verhuld dat het om moord, marteling en straffeloosheid aan de kant van leger en veiligheidstroepen gaat. Amnestie International schrijft in haar jaarverslag 2013 bijvoorbeeld:
“Indonesian security forces, including police and military personnel, were accused of human rights violations in Papua. Torture and other ill-treatment, excessive use of force and firearms and possible unlawful killings were reported. In most cases, the perpetrators were not brought to justice and victims did not receive reparations”.
De Regering stelt in haar brief dat het niet voor de hand ligt dat marineschepen zullen bijdragen aan het toenemen van interne spanningen. Marinematerieel wordt volgens de regering niet ingezet bij interne onderdrukking. Daar valt echter veel op af te dingen. Op 3 september 2004 ging het radioprogramma Argos uitgebreid in op het punt van inzet van marineschepen in Indonesië, juist bij interne conflicten. Uit onderzoek bleek inzet in zowel Atjeh als Papua. In Papoea werd een zeer nare kwestie blootgelegd. Lijken van verminkte en vermoorde Papoea's werden in 1998 met marineschepen naar zee vervoerd en in zee gedumpt. De enige overlevende komt in de uitzending aan het woord.

Een nieuw argument om de export van marineschepen naar Indonesië strenger te beoordelen is de ontwikkeling van speciale munitie voor gebruik tegen landdoelen. Door Oto Melara, een bekend fabrikant van scheepsgeschut, is met een Nederlandse financiële bijdrage een nieuw type scheepsmunitie ontwikkelt voor scheepskanonnen van hetzelfde type en kaliber als op de Indonesische schepen komt. Die munitie maakt het mogelijk de kanonnen vanuit de kustwateren in te zetten tegen doelen op land. Kamerlid Harry van Bommel (SP) stelde deze week Kamervragen over de nieuwe mogelijkheden van de schepen. Eén van vragen luid: “Deelt u de mening dat deze bewapening de fregatten geschikt maakt voor het bombarderen van landdoelen en dus ook eventueel rebellen die het Indonesische leger bestrijden?” Vervolgens vraagt Van Bommel of dit niet strijdig is met de visie van de regering dat marineschepen niet ingezet kunnen worden bij dergelijke operaties. De antwoorden moeten nog komen, maar duidelijk is dat het leveren van wapens aan Indonesië een tikkeltje minder risicoloos is dan de regering aangeeft.

 Martin Broek

Publicaties o.a.:
Marineschepen naar Indonesië, Campagne tegen Wapenhandel, juli 2004.
- Redacteur Indonesia: Arms Trade to a military regime, (ENAAT) (Vertaald naar het Indonesisch, Frans (gedeeltelijk) en Nederlands), 1997.

Geschreven voor Sargasso

maandag 13 mei 2013

Verzet is onmisbaar voor een democratie

‘Democratie is geen toestand maar een beweging die nooit kan eindigen’, aldus filosoof en activist Thomas Decreus. ‘Concreet betekent dit dat we het democratische van de democratie moeten vereenzelvigen met het moment van strijd en verzet.’


De schrijver van Een paradijs waait uit de storm beweert dat zijn boek niet als een politiek pamflet omschreven mag worden, maar dat is het wel degelijk. De vragen die hij de revue laat passeren zijn het logische gevolg van politiek handelen en dienen daar inhoud aan te geven.

Auteur en filosoof Thomas Decreus was een van de organisatoren van de ‘grote onvrede’ SHAME-demonstratie van januari 2011 in Brussel. Samen met een paar collega-studenten wist hij binnen korte tijd 35.000 mensen op de been te brengen voor een protest tegen de stilstaande Belgische politieke klasse. Decreus gaat in zijn boek op zoek naar het karakter van deze storm, naar een manier om dichtbij het paradijs te geraken zonder daar ooit aan te komen. Hij stelt dat verzet onmisbaar is voor een beginnende democratie. Tegelijk is hij de mening toegedaan dat democratie nooit bereikt zal worden, maar continu wordt bevochten.

Markt en staat

Decreus onderzoekt allereerst het grootste probleem: het marktdenken. Het systeem van de vrije markt of neoliberisme – hij gebruikt deze termen door elkaar – is zo dominant dat een alternatief bijna ondenkbaar lijkt. Net als velen verbaast hij zich erover dat dit systeem – ondanks het enorme falen in de afgelopen jaren – nog steeds grotendeels intact blijkt te zijn.

Decreus begrijpt dat de markt als een ideaal organisatiemodel wordt gezien, beter functionerend dan de overheid. ‘Tegenover een traag werkende en verticaal gestructureerde bureaucratie, die bovendien op een systeem van controle en discipline is gebaseerd, oogt de markt inderdaad als een begerenswaardig alternatief. Althans in theorie.’

Hij weigert echter onderscheid te maken tussen staat en markt. De staat versterkt in een onderlinge strijd en middels samenwerking de kracht van de markt. De staat beschikt over een geweldsmonopolie om de naleving van contractuele verplichtingen te garanderen en sociale onvrede de kop in te kunnen drukken. Op internationaal vlak hebben grote staten middels EU, NAVO, het IMF, de VN en de G8/G20 hun macht ten opzichte van de kleineren versterkt. Decreus vat het als volgt samen: ‘Vrijmaking van de handel leidde niet tot het verdwijnen van de politieke macht, maar wel tot een vrij radicale reorganisatie van de centra van de politieke macht.’

Dit lijkt me geen nieuw gezichtspunt. De relatie tussen markt en staat is al vanaf het begin van het kapitalisme een gegeven. Profits from power heet het prachtige standaardwerk van Frederic C. Lane over het vroege kapitalisme en de relatie tussen staat, bankiers en het economische systeem. Winsten werden weer geïnvesteerd in nieuwe militaire slagkracht voor de staat.

En zo is dat nog steeds (met enige verschuivingen naar private bedrijven die toegang krijgen tot een deel van het geweldsmonopolie, nu sommige militaire taken geprivatiseerd worden). De macht is gedeeld: de ene keer ligt de staat boven, een andere keer de grote ondernemer.

Politiek

Het kapitalistische systeem blijkt sterk. Crises worden overwonnen en in het voordeel omgebogen. ‘Of en hoelang dit nog zal lukken, is een vraag die moeilijk a priori te beantwoorden is, omdat het afhankelijk is van ons eigen politiek handelen’, schrijft Decreus. Hij neemt daarmee afstand van het marxistisch determinisme, dat stelt dat het kapitalisme vanzelf aan zijn eigen tegenstellingen ten onder zal gaan.

Bij Decreus komen veranderingen voort uit handelen. Dat dit handelen noodzaak is, onderstreept hij met een bekend voorbeeld: de farmaceutische industrie ontwikkelt voor veel geld dure medicijnen, maar een probleem als malaria, dat voor komt in arme gebieden, wordt niet getackeld omdat deze patiënten niet kapitaalkrachtig zijn. De markt kan dit soort problemen niet oplossen.

‘Door de markt aan zichzelf over te laten wordt het klassieke democratische ideaal van machtsgelijkheid dus onmogelijk gemaakt’, stelt de filosoof dan ook vast. Democratie betekent niet alleen gelijkheid van het individu, maar ook de mogelijkheid voor een ieder om zich te kunnen ontplooien. Om dat te bereiken moet niet het private domein leidend zijn, maar het publieke. Dat moet politiek geregeld worden: ‘Iedere economische ordening [is] steeds het resultaat van politieke besluitvorming.’

Invloed

Waarom heeft in het huidige systeem de burger geen invloed? Dat is het thema van een hoofdstuk met de ietwat pedante titel ‘Electieve aristocratie’. Hierin neemt Decreus de visie op de korrel dat democratie hetzelfde zou zijn als verkiezingen. Hij speelt daarmee in op een groeiende onvrede over verkiezingsbeloften die vrijwel stelselmatig worden gebroken en dat de stemmende burger vervolgens het nakijken heeft. Decreus is van mening dat verkiezingen ondemocratisch zijn. Mensen die veel weten, kunnen of hebben, zijn in het voordeel ten opzichte van hen met minder mogelijkheden. Niet stemmen dus maar loten. Dit, plus het beperken van bestuurlijke functie in tijd, zal ons democratie brengen. Bovendien leidt een systeem van loting ertoe dat het nuttig en noodzakelijk is iedereen uitvoeriger te scholen en te betrekken bij politiek en maatschappij, waardoor men uit kan groeien tot een volwaardig burger.

Zwak punt aan deze redenering is dat ik niet voor een persoon kies maar voor een idee zodra ik het stembureau bezoek. Bovendien geloof ik wel degelijk in het gegeven dat voor ‘de bepaling van het algemeen belang speciale vereisten en talenten’ veronderstelt mogen worden. Zeker als je die ook nog eens in de praktijk moet vormgeven. Niet iedereen kan besturen.

Gelukkig ziet Decreus ook voordelen aan verkiezingen: ‘Het heeft inderdaad bijgedragen tot emancipatie van grote bevolkingsgroepen en het heeft een politieke en sociale beweging zonder weerga ingezet.’ Toch blijft hij erbij dat men verkozen wordt op grond van rijkdom. Niet enkel in financiële zin, maar ook de mogelijkheid om jezelf op informele wijze een plek te verwerven binnen een partij, en ‘netwerken is een elitaire bezigheid.’

Hij trekt dit vervolgens door naar de stelling dat er geen echt onderscheid is te maken tussen politieke en economische elites. Dat klopt misschien grotendeels, maar het is geen wet van Meden en Perzen. De SP was – zeker in de begintijd van haar aanwezigheid in Den Haag – een partij die liet zien dat het ook anders kan. Ze bracht een schilder met enkel lagere school opleiding in de Kamer die het jarenlang volhield. Weliswaar op grond van actievoeren – en daardoor status – binnen de partij, maar het was wel een afwijking van het gangbare.

Volgens mij richt Decreus zijn pijlen hier dan ook verkeerd. Er zouden inderdaad meer mogelijkheden moeten zijn voor het actief meebesturen en meedenken over zaken als inrichting van de publieke ruimte, werk etc. Met andere woorden, meer opleidingsplaatsen voor actieve democratie zodat meer mensen kansen zullen krijgen. Maar door op theoretische wijze de parlementaire democratie om te leggen door deze per definitie te bestempelen als zijnde aristocratisch, heeft weinig zin. Sterker nog, het is onjuist.

Conflicten

Er is iets fout aan een systeem indien binnen een democratie zaken worden opgelost middels dialoog, zo stelt Decreus. Politiek bedrijven impliceert conflicten. Tegenstanders staan blijvend tegenover elkaar omdat nu eenmaal niet alle conflicten door dialoog zijn op te lossen. Dat gebeurt door strijd.

In Nederland wordt er gejuicht als er weer eens een compromis is bereikt tussen overheid, werkgevers en werknemers. Dat er hierbij sprake is van een fundamentele belangentegenstelling, wordt niet of nauwelijks benoemd. Ook niet dat de kloof tussen rijk en arm groter wordt en dat zorg voor de armen onbetaalbaar en voor de rijken bijgekocht kan worden.

Decreus is geen voorstander van een constante strijd tussen partijen: ‘Dit is ook waar het in politiek in essentie om draait: het komt erop aan om machtsconflicten tussen tegengestelde maatschappijvisies enigszins ordentelijk te laten verlopen, maar niet noodzakelijk op te lossen.’ Dit is een redelijk, maar vooral ook duidelijk standpunt. Het opent ook de weg voor een zoektocht naar methoden om het machtsspel te kunnen spelen en de sterkte ter linkerzijde van het politieke spectrum te vergroten.

Wat Decreus betreft betekent dit allereerst een strijd voor meer democratie: ‘Er is geen eindpunt van de strijd: iedere nieuwe (democratische) orde zal leiden tot potentieel nieuwe, niet te anticiperen ongelijkheden die op hun beurt opnieuw moeten worden bestreden. Hieruit volgt dat democratie geen toestand is, maar een beweging die nooit kan eindigen. [...] Concreet betekent dit dat we het democratische van de democratie moeten vereenzelvigen met het moment van strijd en verzet.’ Dit lijkt me de centrale stelling van het boek. Decreus noemt vakbonden en sociale wetgeving als voorbeelden van de democratische gevolgen van strijd. Je kan ook feminisme en anti-racisme noemen, of de anti-kernenergie beweging en het feit dat er geen kerncentrales meer bij worden gebouwd.

Verzet onmisbaar

In het laatste hoofdstuk wordt stevig doorgedacht over het gegeven waarom verzet voor een democratie onmisbaar is. In eerste instantie lijkt de norm dat je niet moet tornen aan wat democratisch besloten is veel logischer. De activist Decreus stelt dat het gewelddadig overtreden van rechtsregels nieuwe rechtsregels creëert.

Verzet is een remedie tegen machtsongelijkheid. ‘Bijgevolg kan een systeem pas democratisch worden genoemd als het openheid laat voor verzet (tegen zichzelf).’ Hij beargumenteert dat het niet alleen wenselijk is, maar zelfs noodzakelijk om politieke besluiten door acties overhoop te gooien.

Een paradijs waait uit de storm is een prachtig boek voor beginnende, maar ook ervaren activisten. Je krijgt in een notendop veel vragen en antwoorden waarmee je het al dan niet eens kunt zijn. Decreus sluit af met een opdracht: ‘Markt en democratie moeten opnieuw als onverzoenbare tegenstellingen tegenover elkaar worden geplaatst. Zolang dit niet gebeurt, zal democratisch links niet uit haar as herrijzen.’ En dat voor een essay dat stelt niet politiek te zijn.

Geschreven voor Ravage Webzine


titel Een paradijs waait uit de storm; Over markt, democratie en verzet
auteur Thomas Decreus
uitgever EPO, 2013
uitgave Paperback, 160 pagina’s
isbn 978 94 91297 33 5
prijs € 15.00

Zie ook andere besprekingen via de site van EPO

zondag 28 april 2013

Column: Bernhard Bommenwerper

De B is van Bernard, jacht(vliegtuig) en smeergeld. Afgelopen week gaf Maarten van Rossem drie vermakelijke minicolleges bij Pauw en Witteman over de mannelijk voorgangers  uit de 19e eeuw van Willem Alexander. Zijn opa bleef vanwege die laatste beperking buiten schot. Jammer want met zijn levenswandel als schuinsmarcheerder, neerkijkend op de democratische spelregels paste hij wonderwel in de Oranje dynastie en in het rijtje van Van Rossum.

Prins Bernhard met Lockheed-manager Robert E. Gross, '56
Eén van de schandalen die aan opa Oranje kleeft, is zijn jarenlange inzet voor de Amerikaanse defensie-industrie in Nederland. Defensie-industrie? Kan het beestje niet bij de naam worden genoemd? De smeergeldaffaire staat toch algemeen bekend als het Lockheed-schandaal? Dat laatste klopt, maar Lockheed was niet de enige wapenfabrikant waarvoor de prins zich inzette. Anthony Sampson stelde in zijn standaardwerk 'De Wapenindustrie': (...) binnen het kader van wapenindustrie bleven de belangen van de Prins niet tot Lockheed beperkt. Gedurende deze periode werkte hij tevens (...) voor Lockheeds voornaamste rivalen."

De belangrijkste daarvan was Northrop. De Commisie Donner, die door premier Den Uyl werd ingesteld toen de kritiek op de prins niet meer viel weg te masseren, deed onderzoek naar de banden van de prins met beide bedrijven. Een telex van de Haagse ambassade van de VS vermeldt dat de Commissie onderzoek deed naar het aanschafbeleid rond de Starfighter van Lockheed, de F-5 van Northrop en het maritieme vliegtuig Brequet Atlantique (Frans). Bij het presenteren van de rapporten werd het Northrop geheel weggemoffeld door de regering Den Uil. Zo ging de affaire als Lockheed-schandaal leven.

In 2005 kreeg Vrij Nederland toegang tot het Northrop rapport - met vooral bekende informatie -  van de Commisie Donner. Het weekblad wijst er op dat  de commissie klaagde dat van de Amerikanen geen documenten kreeg. De Amerikanen stelden op hun beurt dat 1) de commissie niet gezien kan worden als erkend opsporingslichaam en 2) ze vreesden dat de stukken niet vertrouwelijk zouden blijven. Ze hadden kortom geen zin om aan het Nederlandse onderzoek mee te werken.

De constructies en aan de prins gelieerde personen die in het Norhrop rapport stonden, kwamen ook al voor in het Lockheed-schandaal. Volgens Sampson en Wim Klinkenberg (schrijver van een boek over de prins) is het aannemelijk dat hij ook van Northrop heeft geprofiteerd. Ook Vrij Nederland acht dit op grond van het rapport rond de Northrop-zaak zeer wel mogelijk.

Oranje zat door de affaire even in de hoek waar de klappen vielen. Juliana wilde niet dat haar man juridisch een haar gekrenkt werd en dreigde met aftreden. Beatrix zou geen koningin willen worden van een land waar haar ouders het koninklijk toneel gedwongen hadden moeten verlaten. Een constitutionele crisis dreigde. Doch prominenten in de PvdA, zoals Max "Gladio" van der Stoel, namen het voor het koninklijk huis op. Maar bovenal vreesde Den Uyl groot verlies voor de PvdA als de oranje hysterie zich tegen de socialisten zou keren. Bernhard raakt daarom niet veel meer dan zijn militaire functies en uniform kwijt. Het Koninklijk Huis hing even aan een zijden draadje. Dat was niet de eerste en waarschijnlijk ook niet de laatste keer. Het Northrop rapport bleef om de boel niet nog verder op de spits te drijven dertig jaar geheim.

Martin Broek

Geschreven voor konfrontatie.nl

dinsdag 12 maart 2013

De schimmige handel met Iraanse wapens

Iran heeft niet alleen een – al dan niet civiel – atoomprogramma, maar net als andere staten een leger met schepen, vliegtuigen, geweren, geschut, helikopters, kogels en granaten. Door de sancties heeft Teheran wel moeite om aan de benodigde technologie te komen. Met man en macht probeert het daarom zelf wapens te produceren. Daarnaast zijn wapenleveranties aan bevriende mogendheden en organisaties een deel van de machtspolitiek van Iran in de regio en zelfs een heel klein beetje daarbuiten. 

www.telegraph.co.uk/news/
De Iraanse luchtvloot bestaat ten dele uit Amerikaanse en West-Europese vliegtuigen, zoals de F-14 Tomcat, de F-4 Phantom (nog uit de tijd van de Sjah) en de Franse Mirage. Die laatste verkreeg Iran toen Iraakse gevechtspiloten begin 1991 met vliegtuig en al overliepen naar Iran. Drie jaar geleden was de schatting dat hooguit zestig procent van de Westerse vliegtuigen de lucht nog in zou kunnen. Zonder reserveonderdelen wordt dat ieder jaar een beetje minder.

Israël

Voor de aanvoer van wapens en wapenonderdelen voor Iran denkt je niet snel aan Israël, maar een land in het nauw maakt rare sprongen. Nog lang nadat de Sjah in 1979 moest verdwijnen heeft Israel wapens geleverd aan Iran. Vaak gebeurde dat in de vorm van toegestane smokkel. Berucht zijn Eli Cohen en Avihai Weinistein. Cohen is drie maal opgepakt wegens wapenleveranties aan Teheran. De eerste keer, in 1992, gebruikt hij Rotterdam om onderdelen van M-113 pantservoertuigen tijdelijk op te slaan. In 2000 ging het om de levering van pantservoertuigen via Zuidoost Azië. Hierbij speelde ook de Nederlandse dumphandel Commerce Nieuwendiep een rol als schakel in de operatie. Het bedrijf werd door de rechter veroordeeld. In 2004 ging het om technologie voor straaljagers en raketbatterijen.

Deze wapenhandel van Israël naar Iran laat de schimmige relatie tussen wapens en inlichtingendiensten zien. “Door Israëls nauwe banden met de Iraanse krijgsmacht en technici aldaar werd het een waardevolle inlichtingen bron voor de Amerikanen,” schreef de Jeruzalem Post"maart 2004. Er zijn nog veel meer voorbeelden. Zoals de Israëlische zakenman Manbar die van 1997 tot 2004 gevangen zat omdat hij chemicaliën voor mosterd gas aan Iran leverde. “We gaven hem toestemming on bepaalde zaken aan Iran te leveren'” zegt een bron uit het Israëlische inlichtingendienstwereldje tegen de Jeruzalem Post in 1998. “Maar we gaven hem geen toestemming alles te verkopen. Het probleem was dat hij dingen ging verkopen die gevaarlijk voor ons waren.”

Het bekendste voorbeeld is natuurlijk de handel tijdens de Iran Contragate affaire, waarbij naast Israël, ook de VS betrokken waren. Onder de hoede van de Amerikaanse kolonel Oliver North leverden Israëlische wapenhandelaars Iran meer dan 1.000 lichte anti-tank wapens en delen van Hawk-luchtafweergeschut ter waarde van 100 miljoen dollar. De baten werden doorgesluisd naar de contra's in Nicaragua.

Embargo's

 De VN-Veiligheidsraad stelde in december 2006 een embrago in de export van goederen die gebruikt kunnen worden voor de bouw van nucleaire overbrengingssystemen. De Europese Unie volgde in februari 2007 met een embargo op het gebied van materiaal en technologie voor de bouw van raketten. In maart 2007 stelde de Veiligheidsraad een embargo in op leveringen vanuit Iran. Dat is een opvallend embargo. Veelal gaat het over leveren. Hier is sprake van een land met een redelijk geavanceerde defensie-industrie die aan banden wordt gelegd. In april van hetzelfde jaar kwam de Europese Unie met een algeheel wapenembargo naar Iran. Dit werd gevolgd door een embargo van de Veiligheidsraad in juni 2010 dat eveneens alle wapenexporten naar Iran verbood.

Eigen industrie

De defensie-industrie van Iran was na de revolutie van 1979 ingestort. De oorlog met Irak van 1981-1987 was aanleiding hem weer op te bouwen onder hoede van de paraplu van de zogenaamde Defence Industrie Organisatie (DIO). In 1986 produceerden Iraanse wapenbedrijven onder meer aanvalsgeweren, mortieren en klein kaliber munitie te produceren. Een jaar later kwamen daar raketten bij.

Het gaat om nagemaakte aanvalsgeweren uit Rusland en China, om een in licentie (uit de tijd van de Sjah) vervaardigd type van Heckler & Koch (G3A6). Verder worden verschillende typen granaatwerpers en munitie. De meeste uit Rusland, maar ook hier weer een Duits ontwerp (NADER) dat aan de Sjah werd geleverd en nu nog steeds wordt gemaakt door de Iraanse defensie-industrie. Dit soort producten is ook bedoeld voor export. Inmiddels is Iran in staat om eenvoudige jachtvliegtuigen en raketten voor de middellange afstand (Shahab-3/4) te maken. (Voor een overzicht van in Iran geproduceerde wapens.) Ieder jaar wordt de Dag van de Wapenindustrie in Iran gevierd om nieuwe producten in het zonnetje te zetten. Afgelopen jaar werd breed uitgemeten dat het land luchtafweerraketten (Fatah-110) kan produceren. Maar niemand weet wat zo'n opmerking waard is, want technische details ontbreken volledig. Testen met de Shahab 3/4 raket liepen nogal eens op een mislukking uit. Voor dit soort hoogwaardige technologie heeft Iran het westen nodig.

Smokkel vanuit Westen en van elders

Regelmatig verschijnen bij Amerikaanse opsporingsdiensten berichten over illegale wapenleveringen aan Iran. In Nederland is de bekendste zaak die tegen vader en zoon Kraaipoel. Hun luchtvaartechnologie bedrijf uit Heerhugowaard leverde in de periode 2005-2007 – met vervalste vrachtpapieren en eindbestemmingen – vliegtuigonderdelen, parachutes en chemicaliën aan Teheran. Vader Kraaipoel vond het bespottelijk dat de VS hem konden vervolgen: “Die Amerikanen denken gewoon dat hun recht boven het Nederlandse recht gaat. Wij leveren overeenkomstig de Nederlandse en Europese wetgeving.” Iran was zijn belangrijkste klant. Volgens Economische Zaken was Kraaipoel gewaarschuwd voor de ernstige consequenties die het leveren van – oorspronkelijk Amerikaanse onderdelen – voor zijn bedrijf zou kunnen hebben. De zaak wordt in 2010 geschikt met een boete van 750.000 dollar. Deze schikking is goedkoop vergeleken met de boete die aan de Nederlandse bank ING door de Amerikanen is opgelegd voor het zakendoen met in Cuba, Birma, Soedan en Iran. ING kreeg een juni 2012 een boete van 616 miljoen dollar aan zijn broek.

De laatste keer dat Nederland genoemd werd in verband met transacties met Iran was eind februari 2013. Toen werden reders, oliebedrijven, schepen en stuwadoors onder de Amerikaanse loep genomen. Onder andere de in Rotterdam gevestigde afdeling van de National Iranian Tanker Company (NITC) werd genoemd als (dekmantel)bedrijf waar niet mee gehandeld mag worden.

Wapeninkopen

De wapenverkopen naar Iran zijn fors afgenomen sinds 2007, maar grootmachten als Rusland en China gaan door met leveren. De afgelopen tien jaar kocht Iran geschut, raketten, tanks , pantservoertuigen, kleine marineschepen en lichte- en gevechtsvliegtuigen en onderdelen voor alle typen wapens (voor een overzicht zie: Transfers of major conventional weapons: sorted by supplier, SIPRI Arms Transfers Database.) Opvallend is dat Duitsland door SIPRI in de hele gemeten periode van 2001-21011 ieder jaar genoemd wordt, omdat het voor een miljoen dollar militaire onderdelen aan Iran levert. Het betreft motoronderdelen voor pantservoertuigen (WZ-501/Boraq). Een Iraanse bron meldt dat helikopteronderdelen ook – tegen hoge kosten en onder regelmatig niet nageleefde contracten – in Azië worden ingekocht.

De omvang van de Iraanse wapenimport moet niet overdreven worden. Wapenverkopen naar Iran bedragen minder dan 100 miljoen euro per jaar. Ter vergelijking: Het Nederlandse leger investeerde in 2012 1,2 miljard euro in nieuw materieel, waarvan minimaal een derde uit het buitenland werd betrokken. De Iraanse aankopen zijn hiervan nog geen kwart.

Exporten

Het VN-embargo op wapenexporten vanuit Iran, ingesteld in maart 2007, wordt regelmatig geschonden. Mei vorig jaar kwamen in een geheim rapport van de Verenigde Naties leveringen aan Syrië aan de orde en een levering van raketten aan de Taliban in Afghanistan, zo meldt persbureau Reuters. In oktober 2012 rezen vermoedens dat een door de Israëlisch gebombardeerde wapenfabriek in Soedan met Iraanse kennis was opgebouwd. In dezelfde maand werd een container vol wapens – vermoedelijk ook uit Iran – gevonden in de haven van Lagos, Nigeria. Iran levert raketten aan Hezbollah en Hamas in Gaza.

C.J. Chivers, wapenonderzoeker van de New York Times, beschrijft in januari 2013 een speurtocht naar munitie van onbekende herkomst die her en der in Afrika gevonden werd. Het spoor zou uiteindelijk leiden naar de Ammunition and Metallurgy Industries Group, een onderdeel van de Iraanse Defense Industries Organization (DIO). De munitie dook onder andere op in Zuid-Soedan, in Darfoer, Ivoorkust, en de Democratische Republiek Congo. Ook werd het gevonden in een container in Nigeria. Daarbij is het volgens de in het artikel opgevoerde analisten niet duidelijk of geleverd wordt door de Iraanse overheid of het leger, door een onderneming van de militairen of overheid of door een buitenlands dekmantelbedrijf. Interessant is dat onder het artikel van Chivers op internet veel geirriteerde reacties staan met de stekking dat ook veel anderen wapens leveren en dat hij van een muis een olifant maakt om Iran in een kwaad daglicht te stellen. Dat is wellicht waar, maar het pleit Iran niet vrij. Je kunt hooguit aantonen dat het volstrekt willekeurig is om hier een casus beli van te maken.

De laatste grote kwestie betreft de levering van  raketwerpers, munitie, militaire kijkers en explosieven aan Jemen. Eind januari hield Jemen met behulp van een patrouillevaartuig uit Oman en op grond van Amerikaanse inlichtingen een dhow (traditionele boot) aan die tot de nok gevuld was met wapens. De vingers wezen meteen naar Iran. Bewijzen ontbreken, maar onwaarschijnlijk dat Teheran erachter zit is het niet. Het zou passen in de opportunistische politiek van Teheran om bondgenoten te zoeken in groepen en landen die zich tegen het Westen en hun bondgenoten keren. Speciale afdelingen van de Revolutionaire Garde zijn met die taak belast. Hoe dan ook, de veiligheid in delen van Afrika, het Midden en Nabije-Oosten wordt via Iraanse wapenleveranties onderdeel van de strijd tussen het Westen en Amedjinedad en zijn bewind in Teheran.

Martin Broek

Geschreven voor het Iran dossier van het Vredesmagazine.
Redactie Kees Kalkman (AMOK) eb Wendela de Vries (CtW)

vrijdag 8 maart 2013

Glazen plafond of militair drijfzand?

“Je moet man zijn (er zit één vrouw tussen de twaalf kandidaten) en op jaren (gemiddelde leeftijd 63, jongste kandidaat 53 Anne Lauvergeon, de vrouw in het gezelschap). Hoe gaat het dit jaar met EADS?, schreef ik onlangs op Facebook naar aanleiding van een berichtje over de kandidaten voor een post als CEO bij the European Aeronautics Defence & Space N.V. (EADS)

Meteen een reactie van Wendela de Vries:
Let op: de dames zijn in opkomst. Niet alleen bij EADS, niet alleen 'onze' minister van defensie, ook Linda Hudson, president & CEO van BAE Systems.

Op twitter kwam ik een berichtje (@Major1665) tegen dat vrouwen op de huishoudbeurs veel interesse en enthousiasme aan de dag legden voor werken bij Defensie. Een mannenbolwerk wordt geslecht bij gebrek aan kanonnenvoer met ballen.

In aanloop naar 8 maart spaarde ik berichtjes over vrouwen en militarisme. Eén van de berichtjes ging over Afghaanse vrouwen die zijn opgeleid tot helikopterpiloot door de VS, maar geen emplooi voor hen in Afghanistan. Daar vliegen de mannen. (Zoals in zoveel landen.) Jammer van het geld, maar ook in de VS zijn gevechtsfuncties pas kortgeleden opengesteld voor vrouwen. Dat leidde tot gejuich in Foreign Policy: Well done, Mr. Secretary!

Het is natuurlijk mooi dat mannen uit hun militaire posities worden verdrongen en functies beter over de seksen worden verdeeld. Maar het is nog niet zo lang geleden dat er groepen feministes bestonden die actie voerden bij militaire bases. Ze vonden dat een carrière in het leger helemaal niets te maken had met feminisme. Het was de tijd dat niet het vooral het glazenplafond, maar een patriarchale, competitieve, op winst beluste maatschappij het moest ontgelden in hun ogen. Het leger was daarvan de steunpilaar, niet een opstapje voor een meid. Google op feminisme en antimilitarisme en je vindt nog steeds veel artikelen en berichten over de verbanden tussen beide. Zoals:

Gender, Feminism and Masculinity in Anti-Militarism
FOCUSING ON THE CONSCIENTIOUS OBJECTION MOVEMENT IN SOUTH KOREA
Insook Kwon
International Feminist Journal of Politics
2 nov 2012

**********

The Ex & Tom Cora – Stupid Competitions
She don't wear high heels...
For the feet or the heart -
She won't act weak while she's strong.
She don't care if she's older than young.
She don't count calories like sheep.
She likes to eat whenever she likes to eat.
She won't smile when she's feeling bad,
to be the likeable woman who makes everybody glad.

When instructions for success are written by sharks,
unhappiness and grief is what that living marks.
So many women went that route before...
Stupid competitions, it's not worth living for.

Stop stupid competitions...
Stop stupid competitions...
She don't count calories like sheep.
She likes to eat whenever she likes to eat.
She won't smile when she's feeling bad,
to be the likeable woman who makes everybody glad.
When instructions for success are written by sharks,
unhappiness and grief is what that living marks.
So many women went that route before...
Stupid competitions, it's not worth living for.

Stop stupid competitions...
Stop stupid competitions...
When instructions for success are written by sharks,
unhappiness and grief is what that living marks.
So many women went that route before...
Stupid competitions, it's not worth living for.
Stop stupid competitions...
Stop stupid competitions...
Stop stupid competitions...
Stop stupid competitions...


Eerdere 8 maart stukken:http://broekstukken.blogspot.nl/search/label/8%20maart%20vrouwendag






woensdag 20 februari 2013

Tom en Dick klagen


Tom did you enjoy your meal?” vraagt hij zijn tafelgenoot. Burbage eet alsof hij nooit wat krijgt. Hij zegt daarbij geen woord. Daar gaat ie weer voor een volgend portie baked beans. Is hij daarvoor helemaal uit Oldenzaal naar Den Haag gereden?

Tom we moeten praten over de tegenslagen bij de JSF. We zitten hier niet voor roereieren met spek,” ontploft Dick Berlijn zowat tegen zijn tafelgenoot. Burbage is toch niet de minste als het gaat over de straaljager die steeds duurder wordt. Hij is jarenlang JSF-projectleider geweest bij Lockheed Martin. Berlijn wilde nog even wat doorpraten en het contact warm houden. Want hij ziet Burbage vast terug in een volgende functie. 


A pitty they don't have pancakes on this side of the Atlantic,” zegt Mr. JSF. Berlijn kijkt hem vragend en meewarig aan.


“Rustig Dick. Ze vliegen. Er wordt voor betaald. We zijn de grootste en de sterkste. We zijn de slimste. Maak je niet druk. Weet je wat jij moet doen: je moet zeggen dat er altijd zo negatief over de F-35 wordt bericht. Jij bent toch lobbyïst? Het enige wat we nodig hebben is dat politici besluiten over te gaan tot aanschaf. En dat doen ze. Het zou mooi zijn als ze niet de hele tijd kritiek moeten pareren. Gewoon: het nieuws is eenzijdig! Deal?”

Berlijn knikt deemoedig met het hoofd en stuurt een tweet uit:

“Vanochtend ontbeten met scheidende Lockheed topman Tom Burbage. Verbazingwekkend hoe eenzijdig de berichtgeving is over #F-35”

Ja hij is lobbyïst. Nadat hij zijn funktie als commandant der Strijdkrachten neerlegde, maakte  een tocht van 24 dagen op de fiets naar Santiago de Compostella. Hij is vervolgens thuis niet gaan zitten kniezen. Hij is mee gaan doen in het koor van JSF-lobbyïsten. Hij werkt ook nog voor Thales. Het bedrijf waar Nederland trots op mag zijn vanwege de geweldige defensie technologie.

Ja hij is lobbyïst. Over de JSF geen zorgen. Dat zei Tom goed. De JSF komt er toch wel 'koste wat kost' zoals Arend-Jan al zei. Hij denkt terug aan het begin van het project en het gerommel dat nodig was om wat geld los te maken. Toen is de JSF in de steigers gezet. Eigenlijk dus al in 1994. Heel stilletjes werd het een project binnen Defensie. De pers hoefde er toen geen lucht van te krijgen. Stel je voor. Gmelich Meijling steunde het en later ook Joritsma met 200 miljoen gulden. Het is eigenlijk een VVD-Kok vliegtuig met een beetje steun van 't CDA. Gelukkig toch ook steeds als het er op aan komt van de PvdA.

Leuk dat zijn tweet gelijk instemmend begroet wordt. Hij weet zelf ook wel dat het onzin is. Dat ze op het juiste moment geen, daarna positieve artikelen (journalisten meenemen naar Lockheed in de States maakt ze zo vriendelijk) en pas toen alles al in kannen-en-kruiken was kwamen de azijnpissers die ieder mooi plan neersabelen. Ja daar heb je er weer één. Martin Broek tweet:

@DickBerlijn @dizzetiiddeze nieuwe #Australische #JSF-promotie video al gezien? http://bit.ly/11QpHGQ


Zal hij nog een tweet doen? Voordat hij weet is ie de deur al uit:

 “@martinbroek <@dizzetiid Ik ben er zelfs voor geïnterviewd, maar nuancerende opmerkingen pasten kennelijk niet in de documentaire.”


De lijn is duidelijk. Clingendael krijgen we ook wel weer binnen de rangen. Ze waren wel erg negatief in hun rapportage. Nog ruim een half jaar voor een beetje massage.

Martin Broek

De tweets en de video zijn echt. De rest is fantasie. Geschreven voor Konfrontatie.nl

dinsdag 12 februari 2013

Veroordeel alle kernwapens

www.pcf.city.hiroshima.jp

Het staat vast dat Pyongyang een kernproef heeft uitgevoerd. Of dit de eerste, tweede of mogelijk zelfs de derde proef is, is onduidelijk. Het land kiest daarmee voor verdere escalatie. Lange tijd gebruikte het zijn middellangeafstandsraketten en atoomprogramma om de internationale gemeenschap te dwingen politieke concessies te doen en onmisbare goederen te leveren, zoals voedsel en brandstof. De proef van vandaag zet de regionale veiligheid in Azië op het spel. De NAVO, VS, China en Nederland en vele anderen hebben de proeven dan ook terecht veroordeeld.

Nu wordt het zaak Noord-Korea diplomatiek onder druk te zetten om af te zien van verder ontwikkeling van het kernwapenprogramma. De onmiddellijke veroordeling door Beijing biedt daarvoor aanknopingspunten. China is immers de belangrijkste buitenlandse steunpilaar voor het Noord-Koreaanse regime.

Toch kan een dergelijke druk niet los worden gezien van art. VI uit het NPT-verdrag waarin de lidstaten - met alle mitsen en maren - zichzelf de opdracht geven tot nucleaire ontwapening. In de Asia Pacific region zijn al jarenlang groepen actief die pleiten voor een dergelijke ontwapening. India, China, Rusland en de VS (ja dat is ook een regionale macht in Azië) hebben kernwapens in de regio. Japan is binnen korte tijd, naar eigen zeggen, in staat een kernwapen te produceren.

Het is zaak dat nu niet alleen op Noord-Korea wordt gefocussed, maar dat de nucleaire veligheidssituatie in Asia Pacific in zijn gheel onder ogen wordt gezien. (Ik besef terdege dat er mensen zullen zijn die uit kunnen leggen als afleiding van de hoofdschuldige van dit moment.) Maar op lange termijn gaat de nucleaire druk van de ketel als alle nucleaire wapens in de regio meegenomen worden. Bovendien zijn veel mensen in de regio ook niet gediend van de nucleaire wapens van anderen de regio. Aanzetten om een nucleaire vrije zone te bereiken zijn al gegeven. (Er staan legio rapporten en artikelen op de site van Nautilus.)

Kernproeven naar land (van Wiki)

De kernmachten hebben ten minste 2000 kernproeven uitgevoerd:

Meer dan 2000 kernproeven hebben plaatsgevonden door de acht kernmachten op meer dan een dozijn testlocaties rond de wereld. (de Noord-Koreaanse mogelijke kernproef is nog niet weergegeven.)
Verder zijn er minstens drie beweerde/betwiste/niet erkende kernexplosies geweest. Van deze is het Vela incident de enige die serieus genomen kan worden als een mogelijke kernproef in de Indische Oceaan in 1979 door Israël en Zuid-Afrika.

Grafiek van kernproeven (Noord-Korea nog niet weergegeven).

zondag 10 februari 2013

Tante Anin en oom Tjoh


‘Ik moest een keer per week het bitter smakende castorolie drinken. Om de darmen schoon te spoelen. Ik haatte die fles.’

Het is het bijschrift van een foto waarop een straathandelaar staat afgebeeld met flessen voor zich op tafel. Het citaat, afkomstig van een bewoner uit het Wageningse verpleeg- en verzorgingshuis Rumah Kita (Ons Huis), wordt vermeld in het boek Tante Anin en oom Tjoh; Levende herinneringen aan verstilde Indische beelden. Vrijwel alle 300 opgenomen foto’s zijn voorzien van dergelijke quotes. In die aanpak zit zowel de kracht als zwakte van het boek.

Het huidige Indonesië was van 1816 tot 1949 een kolonie van Nederland, Nederlands-Indië genaamd. Het fotoboek bevat verder bijzonder weinig tekst. Een kort voorwoord, een inleiding en verder uitsluitend opmerkingen van ‘Tante en Oom’ onder enkele of bij elkaar passende foto’s. De namen ‘Tante Anin en Oom Tjoh’ staan voor de bewoners van het verpleeghuis in Wageningen die de bron waren voor de fotobijschriften. Associaties van oude mensen bij beelden uit hun jeugd.

Door lezing van de bijschriften en het bekijken van de foto’s wandel je als het ware hand-in-hand met Anin en Tjoh door de koloniale geschiedenis. Het boek voelt aan als een lang gedicht, geschreven met talloze opmerkingen van onbekende dichters en geïllustreerd door veelal vergeten fotografen. Dat levert een prettige sensatie op. Het is alsof je als passagier van een schip, trein of kar aan Indonesische beelden voorbij trekt.

Knap beeldmateriaal

Tante Anin is een aanvulling op Photographs of The Netherlands East Indies dat vorig jaar verscheen en waarin zo’n 100 professionele foto’s gemaakt door Nederlanders uit ‘ons’ Indië zijn opgenomen. Wie meer wil weten over de oorsprong van de collectie of de ontwikkeling van de fotografie in Nederlands-Indië haalt meer informatie uit dát boek. Maar als het om de foto’s zelf gaat is het moeilijk om een voorkeur uit te spreken. Tante Anin bevat weliswaar minder ‘hoogstaande’ fotografie, maar levert wel een beter beeld op van het leven in Nederlands-Indië van destijds.

Toch bevat het boek ook technisch knap vervaardigd beeldmateriaal. De groot afgedrukte foto’s bestaan voor een aanzienlijk deel uit 20e eeuwse kiekjes gemaakt door Indische Nederlanders die na veel omzwervingen in het archief van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) terecht zijn gekomen. Indische Nederlanders zijn mensen met een Indisch Nederlandse afkomst of Nederlanders die in Indië geboren zijn en er tijden hebben gewoond. Ze stonden een stapje lager op de ladder binnen de racistische samenleving van Nederlands-Indië. Ze genoten wel bepaalde voorrechten die de Indonesiërs onthouden werden, maar behoorden niet tot de bovenliggende groep. Daarmee stonden ze tussen beide groepen in.

Dat maakt de foto’s interessant, omdat ze je een indruk bieden van dit minder bekende deel van Indië. Er wordt minder geposeerd om een machtig man af te beelden. Het zijn geen kiekjes om een fabriek in beeld te brengen, al zitten die er ook tussen. Niet het beeld zoals de Europeaan dat heeft van de Indonesiër werd destijds vastgelegd, maar beelden ‘op het snijvlak van een Europese en Aziatische identiteit’, zoals op de achterflap van het boek wordt vermeld.

Nadat Kodak in 1888 de eerste camera op de markt bracht met de slogan you press the button, we do the rest, werd fotografie ook voor amateurs toegankelijk. In de collectie van het KIT is dat duidelijk te zien. Er komen foto’s in voor gemaakt door gewone mensen van alledaagse situaties. Door die terloopse kiekjes zonder duidelijke oorsprong ontbreekt wel veelal de kennis over de achtergronden ervan.

Groepsportretten 

De foto’s bevatten een ratjetoe aan alledaagse onderwerpen, zoals de afwas op de achterplaats van de woning en het doen van de was in de rivier. Bij het doorbladeren zie je ook dat sommige onderwerpen bijna als vanzelf terug keren. Er is sprake van groepsportretten op feestjes, in klaslokalen, in een moskee, van gevangenen aan de ketting met bewakers erbij.

Maar ook van een missverkiezing met jonge vrouwen op hoge hakken, waaronder een vrouw met een overduidelijk Europees uiterlijk. Die vrouwen worden in het onderschrift manis (zoetje) genoemd, vergelijkbaar met dushi op de Nederlandse Antillen, een woord dat ook in de Nederlandse straattaal terecht is gekomen. Het boek bevat een groepsportret gemaakt op een katholieke meisjesschool, in aanwezigheid van minimaal vijftig meiden en zes zusters.



Katholieke groepsportretten komen vaker voor in het boek. Vaak met negatieve bijschriften als: ‘Ik ben geen enkel meisje tegengekomen dat daar echt thuishoorde.’ Mogelijk een opmerking die enigszins gekleurd is vanwege de kennis van nu. Op veranda’s van huizen zitten mannen zonder de voorname grote gekrulde snorren die de bovenlip van de elite in Nederlands-Indië sierde. Veel personen hebben een Aziatisch uiterlijk (al staan er vaak blanke leraren voor de klas of is de vader in de familie duidelijk van Europese afkomst).

Door deze groepsportretten zie ik mijn eigen schoolfoto’s terug. Maar ook bij de bewoners van Rumah Kita werkt dat zo. De één voelt de hand van zijn moeder weer door z’n haren strijken, de ander denkt terug aan de de sociale samenstelling en machtsstructuren binnenshuis. Een volgende ruikt weer de weeïge geur van toen. Tevens opgenomen een groepsportret van Indo’s op motoren. Verderop in het boek nozems, eveneens op motoren, met de sigaret nonchalant uit de hoek van de mond hangend alsof we in de jaren ’50 aanbeland zijn. Maar ook hippies met gitaar en bloemen in het haar. Het lijkt alsof Indië zijn tijd vooruit was.



Straat en winkels

Groeps- en straatbeelden vloeien veelal in elkaar over. Straatbeelden in overvloed: de bioscoop, winkels, eethuisjes, straatventers. Blote kindertjes die soep eten met een lepel van een traditioneel geklede straatventer. De man die in zijn mooiste witte pak door een straat loopt waarin fietsen, handkarren, paard-en-wagens en kleine Chinese schoenenwinkeltjes te zien zijn.

Het zijn foto’s die veel vertellen over de producten, voertuigen, kleding en architectuur. Met Chinese, Maleise, Nederlandse, Engelse en Franse reclameteksten. Er is ook een groot aantal foto’s gemaakt van het interieur van de winkels; van een Chinese drogist tot wat bijna een stalletje te noemen is. Het zijn de foto’s die je nu nog steeds zou willen maken.

Familiefoto’s worden vaak gemaakt bij bijzondere gelegenheden. Het is waarschijnlijk daarom dat er veel spel en sport in het boek terug te vinden is, maar ook van verkleedpartijen door meiden en jonge mannen. Er wordt kwasti gespeeld – ‘zo’n typisch familiespel waar jong en oud aan mee kon doen’ – een soort slagbal met een plankje. Een foto van badminton, gemengd dubbel op blote voeten in een tuin, een volkssport die ook nu nog wordt gespeeld in Indonesië.

De elftalfoto van een onbekend voetbalteam met de Nederlandse oud-voetballers Simon Tahamata en Tscheu La Ling. Nee hoor, maar ze zouden het wel kunnen zijn. Ik zie een draaimolen, maar ook een reuzenrad. Je verwacht het niet op een Indische jaarbeurs. Dat sinterklaas een paar maal opduikt is minder verbazingwekkend; veel Nederlanders kunnen niet zonder de goedheiligman en die reist ze dan ook overal achterna. Zo wordt mijn beeld van de koloniale samenleving stukje bij beetje bijgesteld.

Bouwwerken en vervoer

Constructies en architectuur keren ook steeds terug. Een trein die zich op een inventief aangelegde spoorbrug een weg door de wildernis baant. De traditionele van bamboe vervaardigde bruggen doen bijna modern aan, maar de techniek (toeroen menoeroen) bestond al honderden jaren. Mooi ontworpen postkantoren in karakteristiek wit en de haven van Surabaya met de ‘Rotterdam-kade’. Bussen uit de jaren ’30 die een bergpas over rijden. Bij een mooie oude auto uit de jaren ’20 staat wordt vermeld dat er zo onkundig met de auto werd omgegaan dat de onbetrouwbare pronkbeesten een levensduur hadden van een paar maanden.

Het boek bevat vrij veel beeldmateriaal van buiten de stad. Drie jongetjes naast doerians (stinkvruchten) aan een boom, ernaast een familie die de vrucht eet. In het bijschrift een poging de smaak te beschrijven: ‘een mix van vanille, knoflook en oude kaas.’ Er komen verschillende jachtfoto’s voorbij. Ik zie een dode tijger, een krokodil en een wild zwijn (tjeleng), plus een olifant als trekdier. Maar ook een jongetje dat in een sprookjesbos in een slootje zit te turen.



Schepen mogen niet ontbreken in een boek over een archipel van duizenden eilanden: vissersschepen op het strand, radarboten op de rivier. Vanzelfsprekend passeren de schepen van de Koninklijke Pakket Maatschappij (KPM) verschillende malen de revue. Zij brachten post en waren voor het mens en handel de regelmatige verbinding tussen de buitengewesten met de grote stad. Die KPM maakt thans, na verschillende fusies, onderdeel uit van de Deense rederij Maersk.

Wat is het?

De opmerkingen bij de foto’s zijn poëtisch van aard. Vaak heeft de tekst niets met de foto zelf te maken, een voetnoot die iemand uit die tijd nu te binnen is geschoten. Zelf wil ik graag weten wat ik feitelijk zie. Soms ligt dat voor de hand, maar vaak ook niet. Wat castorolie eigenlijk is, wordt niet toegelicht bij de foto die ik eerder beschreef. Het wordt ook wel wonderolie genoemd en is nog steeds te koop, vind ik terug op internet.

Een simpele veerpont zet een auto over. Aan het kenteken met BU zou je kunnen zien waar hij geregistreerd staat, want verschillende steden hebben een eigen lettercode. Een mooi middel om foto's grofweg te lokaliseren. Ik heb BU niet kunnen vinden, maar aangezien die codes nog steeds gebruikt worden moet dat niet zo moeilijk zijn met kennis van het Indonesisch. Het zou veel foto's een plek geven ergens in de archipel.

Zo zijn er veel zinvolle aanvullingen te bedenken. Een mooi wit kantoor van de Nederlandse Lloyd staat voluit op de foto met nonchalant poserend personeel op de balkons en de straat ervoor. Het onderschrift gaat over armoede en niet over de Lloyd. Ook niet over de stad waar dit kantoor van het huidige Delta Lloyd stond. Dat is erg jammer en een gemiste kans.



Op pagina 166 een meisje dat ik herken. Het is Elly Maagdenberg op de veranda van het logement Haverkamp in Jakarta. Een andere foto van haar op die locatie verscheen in een eerder boek van het KIT (p. 129). Die viel me toen al op. Bij de foto in Tante Anin wordt vermeld: ‘[...] In de tuin van ons huis stond een toeriboom met vleesachtige witte bloemen die het goed in groentegerechten deden. Het was sowieso een tijd waarin nog allerlei bladeren en bloesems gebruikt werden in maaltijden. Ze zaten boordevol vitaminen en bestreden kwaaltjes.’

Een mooie tekst, maar op de foto is geen boom te zien. Wel een meisje dat we inmiddels kennen en een locatie die benoemd kan worden. (Vermoedelijk komen de foto's op pagina 204-205 uit hetzelfde fotoboek waaruit de foto van Elly komt.) Het is begrijpelijk dat de samenstellers kiezen voor een bepaalde opzet, maar het is tegelijk jammer dat niet een paar pagina’s zijn gebruikt voor beschrijving en toelichting. Hoewel veel foto’s via omzwervingen en zonder al teveel context in de archieven van het KIT terecht zijn gekomen, telt dat zeker niet voor allemaal.

Snoepwinkel

Het boek oogt als een snoepwinkel, zoveel beelden, ongeordend afgedrukt tussen twee kaften. Dat er niet voor een thematische aanpak gekozen is, vind ik goed verdedigbaar. Het had de poëzie uit het boek gehaald en zou al gauw tot verzakelijking leiden. Op deze manier doet het mij veel meer, een reis naar het verleden. Eigenlijk te veel en te terloops om samen te vatten, voor vrijwel iedere dag van het jaar een foto.

Het boek levert een waardevolle bijdrage aan de Nederlandse koloniale geschiedschrijving die nog steeds gevolgen heeft voor het hedendaagse Nederland. In Tante Anin en oom Tjoh gaat het om ‘ons’ Indië van vroeger, persoonlijk gemaakt door de vermelde associaties. Beelden bij verhalen van mensen die destijds in Nederlands-Indië leefden. Bovendien zijn veel thema’s universeel en zullen eveneens voor anderen herkenbaar zijn. Ook voor het begrip van het huidige Indonesië zijn ze waardevol.

Martin Broek

Geschreven voor Ravagedigitaal
Foto's uit besproken boek.

titel Tante Anin en oom Tjoh; Levende herinneringen aan verstilde Indische beelden
auteur Tjaal Aeckerlin
uitgever KIT Publishers
uitgave Paperback, 304 pagina’s (inkijkexemplaar)
isbn 978 94 6022 170 5
prijs € 29,50

woensdag 30 januari 2013

Versoepelen wapenembargo Syrië rampzalig

Het Europees wapenembargo voor Syrië staat onder druk. Aanstaande donderdag zal de Britse minister van Buitenlandse Zaken Hague zijn Europese collega's proberen te overtuigen van de noodzaak van een de restrictie op het leveren van militaire goederen. Londen wil zo snel mogelijk radar en afluistertechnologie, nachtzichtapparatuur, kogelwerende vesten en helmen leveren aan Syrische oppositiegroepen. Dit is een zeer onverstandige stap die alleen maar zal leiden tot verdere escalatie en verlening van de burgeroorlog.

Reeds in november 2012 pleitte het Verenigd Koninkrijk, samen met Frankrijk, voor opheffing van het embargo. Duitsland vetode dit voornemen, maar ook een aantal kleinere EU-landen waren het niet met dit voornemen eens. Daarop werd besloten het embargo in te stellen voor slechts drie maanden, zodat een nieuwe overweging nieuwe kansen voor wapenleveranties kon geven. Het Verenigd Koninkrijk hoopt dit keer wel gesteund te worden door Duitsland.

Vermoed wordt dat Londen de Turkse grensovergangen wil gebruiken voor de leveringen. Het wordt daar druk. Het is een publiek geheim dat wapens uit Qatar en Saoedi-Arabië over die grenzen naar Syrië gaan. En in juni meldde de New York Times dat ook de CIA de grensposten gebruikt voor geheime wapenleveringen. Wie precies de rebellen zijn die worden bewapend, en wat ze willen met Syrië, is volstrekt onduidelijk. Er worden wapens geleverd tegen Assad, maar wat gebeurt er met die wapens als Assad van het toneel verdwijnt?

Hoewel de Russische vicepremier Dimitri Rogozin oktober 2012 op de Russische TV stelde dat “het een slechte oplossing is om vuur met benzine te doven,” is Rusland nog steeds de grootste wapenleverancier aan Syrië De Russische wapens worden vermoedelijk via de Middellandse Zee geleverd. Moskou beweert dat het alleen gaat om leveranties van al eerder afgesloten contracten.

De Britse premier Cameron zei afgelopen december in verband met Syrië: “In plaats van te kijken wat niet kunnen doen, moeten we kijken wat wel kunnen doen.” Maar nog meer wapens naar een toch al explosieve regio is wel het slechtste wat Europa kan doen. In plaats van het leveren van wapens en militaire goederen kan de EU zich beter inzetten op een andere diplomatie, zoals het opvoeren van de druk op Rusland om alle wapenleveringen, nieuwe én oude – te stoppen. Ook moet van Qatar en Saoedi Arabië geëist moeten worden en dat ze stoppen met het leveren van wapens. Daarbij moeten landen als Turkije zouden hun grenzen voor wapenleveranties moeten sluiten. Met het stoppen van de wapentoevoer is het conflict niet opgelost. Door er mee door te gaan wordt het conflict alleen maar dieper, groter en langer.

Geschreven voor Sargasso

maandag 14 januari 2013

Mijn losse-Mali-wapens-flodders en signaleringen her-en-der

On this blog information is collected about arms in Mali and connected issues such as special forces exercise and operation Flintlock. Cartoons are used as illustrations. Broekstukken is not agreeing with all text and pictures, but reproducing them as a service to readers.


The French Air Force operates four air tankers out of N'djamena in Chad, and one tanker based in Abidjan, Ivory Coast, a second defense official said. The service flies an average of one flight a day of five to 10 hours per sortie to support the 12 fighters deployed: six Mirage 2000D, four Rafales and two Mirage F1 CRs.

A tanker in the air day and night would allow round-the-clock strikes, raising the tempo and denying the rebels time to rest under cover of darkness.

The average age of the French C135 FR air tanker fleet is 48 years, and it is assigned to the strategic deterrence fleet.

The French Army now has three Tiger attack helicopters in Mali, part of a total mixed helicopter force of 12. The maximumnumber of Tigers in Afghanistan was five helicopters.

As part of the ISR effort, the French Air Force is flying two Harfang medium-altitude, long-endurance UAVs, out of its total four units.

The French Navy is flying four to six Atlantique 2 aircraft for ISR and targeting missions, and contributes commandoes to the special operations forces deployed on the ground.

In coalition efforts, a valuable aid would be access to the U.S. secure internet protocol router network, dubbed SIPRnet, a French officer said. That would allow direct communications between, say, a French Navy and U.S. Navy ship.

The British, meanwhile, have been 'exemplary' in cooperation and political support, the French government official said. Britain has shown it counts, the source said.

In the wake of the deadly attack on the U.S. mission in Benghazi, Libya, there has been a large buildup of air assets in the region, a Pentagon official said.

The U.S. contribution to ISR over Mali includes manned and unmanned aircraft, including the U2 spy plane, Global Hawk UAV and EP-3 Aries, the U.S. official said.

The U.S. said Jan. 22 it would send three C-17s to help the French effort.

Pierre Tran, Carter: U.S. Aiding France in Mali Conflict, Defense News Jan. 28, 2013


Fear of military reprisal sends people fleeing Okene

An Islamist group called Ansarul has claimed responsibility for the deadly attack on some Mali-bound military troops last Saturday along Lokoja-Okene road in Kogi State. The group owned up to the crime yesterday in a local Desert Herald, which often publishes their claims.

Matthew Onah in Lokoja, Attack on Military Troops: Ansarul Claims Responsibility, 21 januari 2013


"France has drawn on a series of ad hoc arrangements with America and European allies, rather than the European Air Transport Command at Eindhoven, the Netherlands, Grand [director of think tank Fondation pour la Recherche Stratégique] said."

"The Mali campaign, dubbed operation Serval, also shows the need for prepositioned bases in Africa, de Durand [directorof security studies at think tank Institut Français des Relations Internationales] said. They cost a few hundreds of millions of dollars and require a small number of troops, but they are cheaper and faster than huge fleets of C-17 and A400M transports, or securing an airport and starting from scratch.

"Countries including Britain, Belgium, Canada and Denmark have pledged transport planes to help France. Germany is not helping France directly but said it would send two C-160s to airlift African troops from a planned 3,000 strong military mission to support the Malian government."

"'They are a real force multiplier,' Viellard [director at consultancy Cie Européene Intelligence Stratégique] said. 'They allow planners to decide the where, how, what volume of intervention.' Over the Sahara, France operates an optical military satellite system for imagery, Air Force jets with reconnaissance pods and the French Navy's Atlantique 2 (ATL-2), a twinengine aircraft designed for maritime patrol but used as an ISR system. Harfang medium-altitude, longendurance UAV systems are also to be deployed soon, Viellard said."

Pierre Tran, 'Early Lessons From France's Mali Action Emerge', Defense News 21 januari 2013.

'
21 januari 2013

The Arab Spring's dangerous side; Disarray, porous borders and spread of arms have been a boon to militants

ABSTRACT: The mayhem in the vast desert region has many causes, but it is also a sobering reminder that the euphoric toppling of dictators in Libya, Tunisia and Egypt has come at a price.

Robert F. Worth, IHT 21-01-13

20 januari 2013

It is undoubtedly the case that the jihadist groups in the Sahel are well funded. The rewards from kidnapping alone have reportedly brought AQIM £63m or £94m over the past decade. The US Treasury has tracked the rise of ransom payments for hostages, some by Western governments, from an average of £2.8m to £3.4m between 2010 and 2011. Mokhtar Belmokhtar, leader of the Signed-in-Blood battalion, believed to be behind the In Amenas attack, has made a fortune from smuggling cigarettes, drugs and cars. Some of that money had been spent on arms including, it is believed, surface-to-air and long-range ground missiles from Libya. Yet, so far, none of these has been used in Mali.

Lt-Col Frederick, the head of French forces in Markala, who wishes to be known only by his first name, said, "So far we have not faced any missiles, or any kind of artillery. They are using AKs [Kalashnikovs] and RPGs [rocket-propelled grenades]." Nor has there been any significant use of the improvised explosive devices that brought the Taliban so much lethal success in Afghanistan. The last point is particularly surprising as AQIM's leader, Abu Musab Abdel Wadoud, is an accomplished bomb-maker.

The French and Malian forces may face missiles and roadside bombs as they go further north towards Timbuktu. But the pattern seems to be that, after an initial burst of resistance, the rebels are melting away, some across the border into Niger and Mauritania.

Kim Sengupta, Brian Brady, 'West turns sights on threat in the desert; EU and US to co-operate with local governments to destroy militant 'corridor of terror', Independent, 20 januari 2013



19 januari 2013

Peter Bouckaert could hardly believe his eyes. As Libyan dictator Moammar Gadhafi lay dying in late 2011, rebel militias were speedily stripping the carcass of his regime of the vast arsenal of weapons that had ensured his 42-year reign.

"I've worked around the world and covered conflicts for 15 years," Bouckaert, veteran emergencies director for Human Rights Watch, told The Star last fall. "I've never seen weapons proliferation like Libya. The militias got their hands on weapons on a scale many times greater than other conflicts."

The Toronto Star, January 19, 2013: Gadhafi arsenal stoking unrest 

18 januari 2013

It took just three days for the French Army to realize that in Mali it was up against Islamist fighters better experienced and better equipped than anticipated.

"What struck us a great deal is the modernity of their equipment, their training and their ability to use it," the Elysee acknowledged Sunday [13 January]. So where do these arms come from? Several experts believe that the groups active in Mali and the Sahel have been largely supplied in Libya over the past two years.

"A considerable quantity of arms was stolen during the revolution. Light weapons, such as Kalashnikovs, but also heavy machine guns, rocket launchers and SAM type ground-to-air missiles. Stocks of grenades and explosives, including Samtex, have also disappeared," explains William Lawrence, director of North Africa Region with the ICG [International Crisis Group], an NGO specialized in conflict resolution.

Liberation website on 17 January says Malian rebels supplied with weapons in Libya, January 18, 2013, summary BBC Worldwide Monitoring


The Islamists are well armed, with AK-47s, rocket-propelled grenades and heavy machine guns mounted on vehicles, as well as some armored personnel carriers seized from the Malian military.

Adam Nossiter en Eric Schmitt,' Malian rebels are everywhere but nowhere',  The International Herald Tribune,  17 januari, 2013


Tunisia seizes big arms cache in large-scale security raid

Tunisian authorities have seized a big arms cache in two depots in the southern town of Medenine and arrested two people, a local journalist told Al-Jazeera on 17 January. The arms included Kalashnikov rifles, explosives, rocket-propelled grenades, bullet-proof vests, anti-personnel mines and anti-vehicle mines, Khalifa El Hadad said in a phone interview. "A very big security force was involved in seizing the big quantity of arms," he said. While declining to make any speculation about who could be behind the arms cache, he highlighted Medenine's proximity to the Tunisian border with Libya. "Medenine is not far from the unstable security condition and proliferation of weapons in Libya, and the conflict in Mali also has an impact on the whole region. "All those factors could provide a backdrop to the big arms cache uncovered in Medenine," he explained. "The arms came from Libya, according to confirmed information," El Hadad maintained, saying the Tunisian town could be a transit point for smuggled arms bound for trouble spots in the wider region. "Despite the large-scale security operation in Medenine," he said, "the coverage of Tunisian national television of the event was a mere 20 seconds, which provoked a feeling of indignation in the town." Source: Al-Jazeera TV, Doha, in Arabic 2130 gmt 17 Jan 13 provided by BBC Monitoring Middle East - January 18, 2013


In 2005, PSI was replaced by the Trans-Sahara Counterterrorism Partnership (TSCTP), a partnership of State, Defense and the U.S. Agency for International Development (USAID) meant to focus on improving individual country and regional capabilities in northwest Africa.

According to a Government Accountability Office study, Mali got roughly $37 million in TSCTP funds from 2005 through 2008. More than half went to Defense projects. But GAO reported that there were bureaucratic differences over the programs and funding problems. "USAID received funds for its TSCTP activities in Mali in 2005 and 2007, but not in 2006," for example. "Because it received no funds for 2006, the mission suspended a peace-building program in northern Mali," the area facing the greatest threat.

In 2006, Mali was included in the Millennium Challenge, a U.S. effort to provide economic support to countries "committed to good governance, economic freedom, and investing in their citizens." A $461 million compact provided money for agriculture and expanding Mali's access to markets and trade. It was to end on Sept. 17, 2012, but it ended in March after a military coup overthrew the civilian government. One defense element under TSCTP was Operation Flintlock, a joint exercise to train the Malian army and armed forces of Algeria, Chad, Mauritania, Niger, Senegal and Tunisia. It would later add troops from Burkina Faso, Morocco and Nigeria. Operation Flintlock 2005 was called the biggest exercise in Africa since World War II, involving 1,000 U.S. personnel and forces from seven countries in the region. The exercise scenario, according to a BBC story, was "a terrorist group being chased across national borders from Mauritania in the west, through to Mali, Niger and finally Chad."

A partial breakdown of spending under TSCTP showed that in 2006 and 2007, about $5 million was intended for youth programs in the north such as schools and to "expand the ability of citizens to participate in local government," said a State Department document.

Operation Flintlock exercises were held in Mali in 2007 and 2008. In 2009, Mali got equipment worth $5 million, including 37 "new Land Cruiser pickup trucks, along with powerful communications equipment" for the desert, according to a U.S. statement. Mali also received $1 million in U.S. mine-detector equipment.

The 2009 exercise, held near Bamako, the capital, marked the first U.S. Special Operations Forces use of the CV-22 Osprey tilt-rotor aircraft. The 2010 exercise involved some 1,200 people, and U.S. Special Forces troops showed a Malian special forces team how to handle an ambush in the Sahara, a Defense news release said. The U.S. Africa Command had planned to hold a Flintlock 2012 exercise in Mali, but it was canceled because of problems in the north. Then the coup in March ended U.S. military assistance.

Even coup leader Capt. Amadou Sanogo represents something of a U.S. failure. He had participated in the Pentagon's International Military Education and Training programs, with basic training at Fort Benning, Ga.; English-language training at Lackland Air Force Base, Tex.; an intelligence course at Fort Huachuca, Ariz.; and study at Quantico, Va., with the Marine Corps.

Last November, Army Lt. Gen. John F. Mulholland Jr., deputy commander of U.S. Special Operations Command, told a Defense Strategies Institute conference in Alexandria that "we are not going to kill our way to victory" using Navy SEAL raids and drone strikes alone. What's needed, he said, are "preemptive efforts before the fight starts . . . done with [host country] partners."
Wasn't that our Mali strategy?

Walter Pincus, 'Why did U.S. counterterror effort in Mali fail?', The Washington Post, January 17, 2013



16 januari 2013



Nederland oefent bij buren Mali; Elitetroepen doen mee aan militaire training Flintlock
De Telegraaf 17 januari 2013

 In Uruzgan, de Afghaanse provincie waar Nederland jaren actief was, vochten Nederlandse commando's actief mee in de strijd tegen de Taliban en maakten lange verkenningstochten door het onherbergzame Afghaanse terrein. In West-Afrika weten zij zich geconfronteerd met minstens even uitdagende omstandigheden.

De SP heeft het kabinet om opheldering gevraagd over de inzet van Nederlandse militairen in de regio. We mogen niet zomaar een oorlog ingerommeld worden , waarschuwt SP-Kamerlid Van Dijk. De socialisten trokken al eerder aan de bel over Flintlock omdat de partij vreesde dat de Nederlanders in het geheim kunnen worden ingezet voor de Amerikaanse oorlog tegen het terrorisme. Maar volgens Defensie is dat onzin.

 Transport Inzet in Mali van elite-eenheden is absoluut niet aan de orde, bezweert een woordvoerder. De Nederlandse betrokkenheid blijft vooralsnog beperkt tot de levering van transporttoestellen. Aan transportcapaciteit hebben de Fransen een grote behoefte. Zij willen meer militairen en materieel richting de regio overbrengen.

Nederlanders trainen in gevaarlijk gebied rond Mali
AD 17 januari 2013

DEN HAAG Terwijl in Mali een bloedige strijd woedt, gaan Nederlandse militairen trainen in de grensstreek van buurland Mauritanië. Voor dat gebied geldt een negatief reisadvies vanwege ontvoeringen van buitenlanders, gevechten en terroristische aanslagen.

De 55 Nederlandse commando's en mariniers nemen vanaf medio februari deel aan de internationale oefening Flintlock. Die is onderdeel van een groot Amerikaans antiterreurprogramma in Afrika. Militairen van acht westerse landen trainen speciale eenheden uit acht Afrikaanse landen voor hun strijd tegen al-Qaeda. Ze leren schieten, patrouilleren, navigeren, verkennen en het inrichten van controleposten. Nederland doet voor de zesde keer mee.

Vorig jaar werd de oefening in Noord-Mali afgelast vanwege de burgeroorlog. Defensie zegt dat deelname dit jaar niet ter discussie stond vanwege de huidige situatie in Mali. ,,De MIVD kijkt voortdurend naar de veiligheid en we houden de ontwikkelingen in Mali in de gaten,'' aldus een zegsman.

De Nederlandse militairen zijn inmiddels naar Afrika vertrokken. Ze trainen eerst collega's in Senegal en Burkina Faso. Daarna gaan de meesten naar de eindoefening in Mauritanië, in het risicovolle zuidoosten en midden van het land. ,,Er is geen sprake van dat het er niet veilig genoeg zou zijn. We trainen op beveiligde militaire kazernes en oefenlocaties.''

Can this rebellion be stopped by air attacks? Bombing arms dumps and concentrations of rebels may hinder their advance but AQIM can only be quelled by troops on the ground who have the support of locals. At present the Malian Army is weak and lacks morale. That means the French will probably have to provide the core of a force that includes soldiers from other West African countries. They may get help from Tuareg nationalists but they remain untrusted. Laurent Fabius, the French Foreign Minister, has said the action in  would be over "in a matter of weeks". These are words he may regret.
Today Mali, tomorrow Nigeria for al-QaedaRichard Dowden, The Times







15 januari 2013

"Fowler (voormalig gijzelaar van Al Qaeda in de Sahara (AQIM) en huidig gezant voor Niger) beschrijft in zijn boek dat zijn gijzelnemers het eentonige woestijnlandschap van Noord- Mali  op hun duimpje kenden. Ze reden dagenlang door valleien van vrijwel identieke zandduinen met de zon als enige navigatie. Hoewel er geen tankstations waren, zaten ze nooit zonder brandstof. Soms stopten ze ineens bij een boom waar vaten met diesel begraven lagen. Of ze begroeven een tas met laarzen en markeerden de plek met GPS zodat ze hem terug konden vinden. Ze zaten nooit zonder voedsel, terwijl ze nooit bij een winkel of markt stopten, wat aantoont hoe omvangrijk hun netwerk met materieel en proviand is."

Wat met olie kan is ook mogelijk met wapens en munitie.

Pauline Bax,  NRC Handelsblad,  15 januari 2013,  'Al-Qaeda wil chaos in heel N-Afrika';   Interview Canadese diplomaat Robert Fowler zat 130 dagen gevangen bij Al-Qaeda in Mali


Ottawa is also indirectly helping Mali through Exercise Flintlock, an annual U.S.-run military training exercise for West Africa.
The Harper government is already in the early stages of providing military training to neighbouring Niger, one of the top countries providing soldiers to help fight the rebels in Mali and a participant in Flintlock.
Canada has sent almost two dozen Canadian Forces special operations personnel to train Niger troops in reconnaissance, land navigation, marksmanship and other basic military skills. The training will start in Niger, but the Canadians and troops from Niger will move to Mauritania for Flintlock, an approximately three-week exercise starting in late February. The Canadian trainers are expected home after mid-March.
Mr. Harper played down any connection between Canada's Niger training efforts and the help to Mali, suggesting one wouldn't blur into the other. "They are not directly related to that. They will proceed in the normal fashion and they will terminate in the normal fashion."

STEVEN CHASE and CAMPBELL CLARK, Canada joins mission to Mali; Vowing commitment will be limited, Ottawa sends military aircraft to transport French combat forces, The Globe and Mail (Canada), 14 januari 2013









14 januari 2013

Commando_s_en_mariniers_naar_oefening_in_Afrika

Special forces oefening/operatie in West-Afrika wederom met Nederlandse deelname. Commando’s en mariniers naar oefening in Afrika | Ministerie van Defensie 55 militairen van het Korps Commandotroepen en het Korps Mariniers vliegen deze maand naar Afrika voor de Amerikaanse oefening Flintlock 2013.&nbsp

Zie ook:
2011/02/nederlanders-in-war-on-terrorin-afrika.html
2011/02/dutch-and-war-on-terror-in-africa.html
2011/04/flintlock-kamervragen.html



14 januari 2013

Islamist rebels 'outmanoeuvred' Algeria in Malian crisis, says paper (Zine Cherfaoui, 'Casting error?' in El Watan website on 14 January tranlation: BBC Worldwide Monitoring  January 14, 2013)

Algeria was naive to think that it could persuade Ag Ghali, the head of the Ansar Eddine Islamist group, whose acolytes now control several towns in the Azawad, to renounce violence and negotiate wisely with Bamako a political settlement to the Malian crisis. Yet, such an error of judgement is difficult to explain. Algeria is a country that has paid a heavy price in the struggle against terrorism. Everybody now knows for quite a long time that one cannot really trust an armed Islamist group. The jihadists have tried hard to get rid of their natural traits but the latter quickly came back. The proof: while his emissaries to Ouagadougou were asking for more time in order, they said, to better prepare for a dialogue with Bamako, the head of the Ansar Eddine movement was on the verge of issuing orders to his troops to melt in the ranks of the Al-Qa'ida in the Islamic Maghreb [AQMI] legion and of the movement for unity and jihad in West Africa [Mujao] to rush in a beeline movement towards the locality of Konna.

Obviously one can always try to talk about the reasons that convinced Iyad Ag Ghali, this mysterious personage that has become a master in the art of manipulation and stabbing in the back, to break his promise made to Algiers just 15 days ago that he will spare no effort to extinguish the Malian fire for good, and to take up  arms again against Bamako. But the facts are here: despite Algiers warnings, Ansar Eddine joined ranks again with the AQMI and the Mujao to "punish" Bamako, which is guilty, according to them, of failing to get seriously involved in a quest for a solution to the crisis. The current situation shows, at any rate, that the Ansar Eddine leaders have misled their Algerian contacts and that they have their own agenda.

But then has Algeria proved to be right in the end to promote dialogue in this conflict that broke out at its borders? Yes, obviously. It would be a serious mistake to think for one moment that the Malian crisis will be settled solely by arms. However, there seems to have been a casting error in the choice of certain protagonists of the crisis. Was it indeed a good idea to try at any cost, for some reason that still eludes all, to place Ansar Eddine at the forefront and to marginalise the others actors of the Azawad who are, yet, much more prone to engage in politics?


France says airstrikes in Mali stalled rebel push The International Herald Tribune, 14 januari 2013, Steven Erlanger and Scott Sayare (...) The spokesman, Lt. Col. Diarran Kone, said that some civilians and Malian soldiers had died in the fighting in recent days. ''Zero deaths is not possible,'' he said. He said the rebels, whom he called ''terrorists,'' had suffered heavy casualties, and French officials said one French pilot had died from small-arms fire.




Canada's military involvement in Niger has already commenced. A heavy-lift C-17 transport plane is currently in Africa where it's delivering Special Operations personnel to Niger for preliminary training and preparation for Exercise Flintlock, an annual West African training exercise sponsored by the U.S. military.
The exercise, aimed at helped West African countries fight terrorism, will take place in Mauritania in February and March, the Canadian government says.
The Canadian contingent of defence personnel participating in Flintlock 13 will number fewer than 24.
They'll train the Niger Armed Forces in reconnaissance, land navigation, marksmanship and other basic military skills. The training will start in Niger but the Canadians and troops from Niger will move to Mauritania for Exercise Flintlock.
Major Douglas MacNair, a spokesman for Canadian Special Operations Forces Command, said Canada will not train Malian forces. But, he noted, the U.S. war exercise will help stabilize the region.
"Flintlock involves the capacity building of several countries within the Sahel region. As Niger shares a border with Mali, strengthening the capacity of Nigerien Armed Forces contributes to regional security."
The annual Flintlock exercise takes place in different western African countries each year. Canada last participated in 2011. The 2012 exercise, which was supposed to take place in Mali, was cancelled because that country's army was busy responding to attacks from Tuareg separatists.


STEVEN CHASE, GEOFFREY YORK and COLIN FREEZE, Ottawa to train forces in Niger; France sends combat troops to Mali to counter the growing power of Islamist fighters in the West African country
The Globe and Mail (Canada), 12 januari 2013