donderdag 9 januari 2020

The Panel of Experts on arms exports to Libya

With all eyes on Iran, developments in other parts of the conflict-torn region are ongoing almost outside the eyes of the public. Troops of Commander Haftar’s self-styled Libyan National Army (LNA, supported by the UAE, Saudi Arabia and Egypt) declared a final and decisive battle to take Tripoli last month. Fighting and shelling between the two sides of the conflict has been raging there since April, with neither side making much progress.

Annual report

This week the LNA announced to have captured the strategic coastal city of Sirte from the UN-recognized Government of National Accord in Tripoli (GNA, supported by Turkey and Qatar). Last month the Panel of Experts published its annual report on arms sales to Libya. The results are not presented in a long read full of human interest to smoothly swallow it, but in a kind of institutionalised investigative research report with a length of almost 400 pages. Boring? No, but worrisome it is.

The annual study is based on UN resolution 1970 (2011) including an “arms embargo, which relates to arms and related materiel of all types, including weapons and ammunition, military vehicles and equipment, paramilitary equipment, and spare parts for the aforementioned, in addition to the provision of armed mercenary personnel. The arms embargo covers both arms entering and leaving Libya.”

Letters and EU-members mentioned

Readers probably are most interested in the mentioning of the country they are living. However many countries are just listed in a list of letters sent by the Panel to a UN member state. And also letters sent to involved companies, like in the case of independent airline company ProAir Germany, most probably in connection to deliverance of “53.6 tons of 'drone parts' and other UAV components from Istanbul, Turkey, to Misrata between 27 May and 16 June 2019. For these flights, the aircraft were all chartered by the Turkish office of ProAir-CharterTransport GmbH132 and operated by Ukraine Air Alliance PJSC133 of Ukraine.”

Times mentioned in Final report of the Panel of Experts on Libya established pursuant to Security Council resolution 1973 (2011)

Remarkable is that about half of the number of letters is not answered. Bulgaria e.g. received 5 and answered none. Presumably the letters will have been on the found Improvised Explosive Device (IED) of Bulgarian origin, mentioned in the text, but as no subject is given this remains unclear. Bulgaria is not the only European country neglecting the post by an official United Nations panel, also the Netherlands received five and answered none.


The United Arab Emirates (UAE) is one of the most mentioned countries in the report, and together with Jordan responsible for the majority of transfers to Khalifa Haftar’s Libyan National Army (LNA). The LNA intensified its offensive last year against Government in Tripoli (GNA) in Tripoli. “The majority of those arms were delivered quiet often openly, but repeatedly in non-compliance with paragraph 9 of resolution 1970 (2011),” the panel states. While the text is quiet concise, the facts may seem to be the ingredient for a spy thriller, illustrated as it is with photographs of spotted armed drones (involved in dropping explosive ordnance on civilian neighbourhoods), armoured vehicles, and UAE delivered Chinese 155 mm howitzer ammunition.


The report includes a table with so-called Damen Coast Guard Stan Patrol 1605 Class vessels with the names, weaponry mounted on them, and last known locations. According to the report they were donated to Libya in 2013. Early 2018 the Dutch investigative journalists Lighthouse reported the misuse of those Damen vessels by the Libyan authorities and a militia involved in smuggling of humans (see also). The vessels were unarmed on delivery so export was not in violation of arms export regulations. Although fitted with generic equipment mounts, which are particularly suitable for the mounting of light weapons. Late 2018 the Dutch Minister of Development Aid and Foreign Trade, Sigrid Kaag, stated that she would use the catch all clause to stop such sales when Damen plans a similar export in the future.

Remarks table 33.1
Remarks table 34.1

32°04’36.77”N, 23°58’52.58”E
Oct 2017

Probable LNA controlled.
Ras Al Hilal
32°52’58.06”N, 22°11’22.92”E
May 2018

Probable LNA controlled
32°06’03.31”N, 20°02’51.62”E
Identified as armed with one BMP-1 73mm Gun.
LNA controlled.
32°06’03.31”N, 20°02’51.62”E
Mar 2019
Identified as armed with one ZSU-23-2 cannon.
LNA controlled.
Al Khoms
32°40’42.56”N, 14°14’25.21”E

32°47’33.45”N, 12°44’52.61”E
Identified as armed with two 12.7 x 108mm DShK-M variant heavy machine gun.
Loose GNA Air Force control.
Az Zuwaytinah
30°57’15.21”N, 20°06’42.18”E
Mar 2018

32°22’20.46”N, 15°12’57.72”E
Unarmed on 25 April 2016.

Source table 33.1: “Some data from confidential source.”
The original table 34.1 uses HAF as abbreviation for Haftar Armed Forces.


There is also another naval vessel delivered and named in the report. Here a Dutch company acted as middleman. The Alkarama offshore patrol vessel was bought by Russel Ventures Ltd. (trading as Van der Kamp Shipsales B.V. from Nissewaard) and sold the same day, according to Naval News for over six times the price it was bought for, to Universal Satcom Services FZE of the United Arab Emirates. This kind of price hike which must lead to raised eyebrows and questions about the nature of such a deal. The vessel was armed afterwards with one 40 mm cannon and two 20 mm cannons. In April 2019, when fighting between GNA and LNA surged, it was deployed by Haftar's troops to protect oil infrastructure in Ras Lanuf the East of the country.

The Panel of experts report provides a supply chain on the Alkarama, which was kept deliberately opaque using a sequence of measures:
(a) the sale was previously agreed with Libya before purchase by the supplier;
(b) the shipping register was changed at each stage of the supply chain;
(c) a change of use declaration was made to deliberately disguise the vessel’s true purpose;
(d) a false declaration of demolition was made to Panama, the final flag registry of the vessel; and (e) a diversion en route was made from its declared port of destination of Alexandria, Egypt, to Benghazi.
It is remarkable this vessel was not an issue in the Dutch press or Parliament while it is heavenly armed and used in the civil war in Libya. The Damen vessels were discussed because of the work by Dutch journalists investigating the Dutch shipwharf. Van der Kamp Shipsales B.V. stayed so far under the radar.

Geschreven voor Stop Wapenhandel

dinsdag 24 december 2019

Drakendoder India?

Dragon On Our Doorstep: Managing China Through Military Power door Pravin Sawhney en Ghazala Wahab beschrijft de rammelende militair strategische positie van India met betrekking tot China. Het boek eindigt met de zin: “We zijn het aan de geschiedenis en geografische ligging van India verplicht een strategische speler op het wereldtoneel te worden.” India is ver van dat doel verwijderd, blijkt uit het boek. Het zou zelfs niet staat zijn een oorlog met Pakistan te winnen. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met het feit dat militaire ontwikkelingen nauwelijks een rol spelen in de landelijke politiek. Er is geen inzicht, maar ook geen organisatie, geen militair industriële basis, en conflicten die het land verzwakken worden niet opgelost.

De schrijvers zijn eigenlijk vooral negatief over de stand van zaken. Het boek is daarmee niet een oproep voor meer geld en middelen, maar voor meer beleid. En een enkele keer voor meer terughoudendheid in militair of repressief beleid. 


De auteurs staan lang stil bij het conflict met Pakistan dat een nauwe bondgenoot is van Beijing (banden die sinds de publicatie van het boek in 2017 alleen maar zijn versterkt). De krijgsmachten van beide worden vergeleken, zowel inbedding in het politieke systeem en aansturing, als kwaliteiten van de luchtmacht, marine, landmacht, veiligheidstroepen, kernwapens als defensie-industriebeleid (dat in India ook al rammelt als een oude bus). Pakistan komt veruit als beste uit de bus, vooral omdat het militair veiligheidsbeleid heeft dat zich richt op macht, terwijl India zich beperkt tot het hebben van een leger en wapens.

Het gewicht van de geschiedenis, de ideologische verschillen en vooroordelen wegen te zwaar om het conflict snel op te lossen. Als een eerste stap pleiten ze voor gelijke wederzijdse ontwapening in de hoogvlakten, daar waar India en Pakistan tegenover elkaar staan. Een dergelijke stap zou in het belang zijn van een oplossing voor Kashmir, de spreekwoordelijke molensteen in het conflict tussen beide landen. Tevens zou dit een halt toe kunnen roepen aan de bewapeningswedloop. Het zou betekenen dat China zijn strategie ten opzichte van India aan zou moeten passen. Het is kortom een noodzaak.


De schrijvers trekken langs de grenzen tussen India en Pakistan (Line of Control, LC) en die tussen China en India (Line of Actual Control, LAC), waarbij het hooggebergte een voorname rol speelt. Grensconflicten rond de LC zijn op te lossen als er een oplossing voor Kashmir zou zijn. De grensconflicten met China zijn dat niet, maar ook dat onderkennen zou al een wenselijke stap zijn. Ze sommen de Indiase zwakheden en de Chinese kracht op (infrastructuur, geografie, wederzijdse afspraken). Het is een tocht die levendig wordt, omdat de schrijvers zelf de buitenposten en militaire bases bezochten. Je wandelt zo nu en dan mee de bergen op naar de besneeuwde passen, waar boven het goed geoutilleerde Chinese leger wacht. Maar het blijft niet bij anekdotische informatie. De landen worden niet gespaard als het gaat om het geven van voorbeelden waar de wedloop op de spits werd gedreven in plaats van afgeremd of gestopt.

De kwestie van de grensconflicten werd eind december nog besproken in een Chinees-Indiase top. Beide zijden verklaarden dat het oplossen van de grensconflicten noodzakelijk is voor het bewaren van vrede en rust. Of daarmee de volgens auteurs, zwakke positie van India is verbeterd, is onduidelijk.


Opvallend is de visie dat India af zou moeten stappen van zijn drieledige nucleaire politiek: lange afstandsbommenwerpers, nucleaire onderzeeboten en lange afstandsraketten op land. De luchtmacht is te zwak om die taak erbij te hebben en zou ze moeten beëindigen. Die stap zou gebruikt moeten worden om vertrouwenwekkende maatregelen (CBMs) te bespreken met Pakistan. Bovendien zou het afschaffen van de nucleaire luchtmachttaak de kans op een onbedoelde nucleaire escalatie verkleinen, omdat Pakistan niet meer bang hoeft te zijn dat een vliegtuig mogelijk met kernwapens haar luchtruim binnendringt tijdens een conflict. De atoomonderzeeboten moeten vergroot worden en eigenlijk zijn vooral de op land gestationeerde kernwapens waar de schrijvers het meeste fiducie in hebben.


Ze lopen ook langs de minder prominente veiligheidsproblemen, zoals de Tibetaanse enclave en regering in ballingschap in India. Het is te verwachten dat de 15e Dalai Lama zal reïncarneren in India. De grote aanwezigheid van het boeddhisme in India, zou Delhi uit moeten spelen om het land status te geven in de Boeddhistische wereldgemeenschap en die van Zuidoost Azië in het bijzonder (waar volgens de auteurs dit geloof dominant is, hoewel je met evenveel recht de Islam er als dominant kan benoemen. Een notie die gezien de huidige aanval op de islam door de Indiase regering niet onbelangrijk is). India doet niets met dit voordeel. Dat zou wel moeten, waarmee religie als politiek middel wordt bepleit. Bijna alsof India met godsdienststrijd nog niet voldoende problemen heeft.

In China heeft president Xi Jinping verklaart dat Tibet sinds de oudheid al deel is van China. Dat dit historisch gezien geen grond heeft, doet er voor Beijing minder toe. In de hoofdstukken rond Tibet worden zowel de Chinese als Indiase positie uiteengezet, waarbij veel aandacht voor de Tibetaanse guerrilla's (de Special Frontier Force, getraind en bewapend door de CIA en haar voorloper, de American Committee for Free Asia) en de buitenlandse invloed op de Dalai Lama.


Van het Tibetaanse recht op zelfbeschikking gaat het boek naar de conflicten met de maoïsten in het noordoosten, oosten en meer en meer naar het midden van het land. Ook hier ontbeert het overheidsbeleid inzicht en betrokkenheid. Beleid wordt op afstand gemaakt en al snel wordt niet gekozen voor het verlichten van de zorgen van de bevolking, maar voor repressie door politie en inlichtingendiensten. Dit is verspreid over 15 staten en werkt samen over organisatie en partij politieke en nationale grenzen heen. De harde hand uit Dheli versterkt alleen maar de zaak van het verzet en zo duren de conflicten voort. Bij deze onderdrukking wordt zelfs gebruik gemaakt van inzet van land- en luchtmacht. In 2015-16 werden 116 bataljons paramilitairen (600-1,200 manschappen elk) ingezet om het maoïstische verzet de kop in te drukken. Sensitief beleid en meer bevoegdheden naar lokale bevolking zou veel beter werken, stellen Pravin en Wahab.

De huidige Hindoeïstische regering heeft volgens de schrijvers nog een ander probleem. De BJP staat ideologisch en op een gewelddadige wijze diametraal tegenover de maoïsten. Wetgeving (Right to Fair Compensation and Transparency in LandAcquisition etc. bijvoorbeeld) die de positie van de bevolking in het oosten zou moeten beschermen, wordt afgeschaft.

Het verzet bindt niet alleen manschappen van de Indiase land- en luchtmacht aan binnenlandse veiligheid, het geeft China ook toegang tot India door levering van wapens, het krijgen van inlichtingen en de conflicten tasten de kwetsbare Indiase cohesie aan. Het oplossen ervan is daarom ook gezien vanuit internationaal veiligheidsperspectief belangrijk. Voorlopig lijkt de regering Modi alleen maar olie op het vuur te gooien (lees bijvoorbeeld de visie van Arundhati Roy).


De Indiase marine is overvraagd, ze leidt aan ziekte van overstretched commitment, zoals de auteurs het uitdrukken en heeft geen militaire strategie die haalbaar is. De Chinese marine is niet meer weg te denken uit de wateren rond India (zie havens: Gwadar in Pakistan, Hambantota op Sri Lanka, Sonadia in Balgladesh en het Birmese Maday). De Pakistaanse marine opereert in nauwe samenwerking met de Chinese en daarmee is een realiteit ontstaan waar India maar moeilijk mee uit de voeten kan. Daarop zou India moeten reageren.

Het lijkt er echter op dat de marine zich om binnenlands politieke overwegingen meer moet richten op de strijd tegen Pakistaanse infiltranten. Dat is niet verrassend volgens de schrijvers: India is altijd een land geweest dat zijn maritieme taak heeft verwaarloosd. Daar waar sprake was van een positieve beeldvorming van de marine – optreden tegen Pakistan in 1971 – werd dit teniet gedaan op het moment dat Mumbai in 2008 vanuit zee werd aangevallen door aan Pakistan gelieerde terroristen. Niemand had ze zien aankomen. Niemand was voor dat euvel verantwoordelijk. Een tocht langs de betrokken instanties en beleidsvoornemens door de schrijvers, laat ook hier zien dat er ook nadien weinig handen en voeten worden gegeven aan een veiligheidsbeleid in de kustwateren.

Er is evengoed veel kritiek op andere krijgsmacht onderdelen. De luchtmacht zou beter meer piloten op kunnen leiden dan meer staaljagers kopen, en ervoor zorgen dat er voldoende reserve onderdelen zijn zodat de gevechtsvliegtuigen die er zijn beter gebruikt worden. De landmacht doet taken waar ze niet voor bedoeld is (contraguerrilla en politietaken bijvoorbeeld; 30% zit in Jamu & kashmir) en zet zo manschappen en middelen misplaatst in en zorgt voor een verschuiving van de inhoudelijke oriëntatie, waaraan ze toch al een gebrek heeft. Het Indiase leger groeit qua aantallen manschappen (1 miljoen in 1990 en 1,23 miljoen in 2015; een groet met bijna een kwart) en dat in een tijdperk dat geavanceerde technologie eerder dan vele militairen de doorslag zullen geven in een conflict.


De schrijvers vragen in 2013 aan de onderdirecteur van het Russische wapenverkoopbureau Rosobornexport of het klopt dat India verouderde onderzeeboottechnologie uit 1973 was verkocht. Dan antwoord de Rus: “hadden jullie het al?” Na een stilte die een nee verraadde: “in dat geval is dit state of the art voor jullie.” Het is een anekdote die de Indiase industrie zelfs na jaren lang samenwerking met Europese, Israëlische en Amerikaanse partners in zijn hemd zet.

In een recent artikel in The National Interest schrijft Richard A. Bitzinger: “Opmerkelijk is dat het communistische China meer vooruitgang geboekt heeft met het introduceren van vrije markt mechanismes in zijn wapenindustrie.” Het is een sterk ideologisch gekleurde opmerking om de Chinese en Indiase defensie-industrie te vergelijken en wel in het voordeel van de eerste. Voor wie de draak op de deurmat heeft gelezen biedt het Bitzingers artikel geen nieuws.

Als je wilt doen alsof je een binnenlandse wapenindustrie hebt, noem je gewoon alles wat binnenslands wordt gemaakt Indiaas, ook als dat alleen eindassemblage inhoudt. Het maakt dan niet meer uit waar het is ontworpen of wie de rechten op de producten heeft, het klinkt voor de oppervlakkig luisteraar wel goed. India maakt schepen, maar “alle motoren worden geïmporteerd,” klinkt minder succesvol.

De marinebasis in Karwar (waar de organisatie Stop Wapenhandel jaren geleden nog tegen ageerde, omdat de toekomstige nucleaire basis door de Nederlandse Hashkoning met hulp van de Nederlandse staat werd aangelegd) zou uit kunnen groeien tot een belangrijke haven, maar daar moet dan wel in geïnvesteerd worden. In de haven van Pipavav staan grote kranen, maar aan zelfstandig scheepsontwerp is niet gedacht. Ook hier somberheid troef. “Het is is de logica zelf dat een land dat nog niet eens in staat is geweest een 'acceptable' geweer voor zijn militairen te maken, maar moeilijk meer geavanceerde maritieme wapens kan maken, zoals raketten, torpedo's, kanonnen etc. Ad hoc worden vellen ervan (die niet direct worden geïmporteerd) gemaakt in India op basis licenties van Europese of Israëlische bedrijven.” (Ik citeerde dit al eerder in het engelstalige blog: India major customer for EU-weaponry.)

De schrijvers kijken bij de ontwikkeling niet naar de mooie woorden, die bijna dagelijks in de Indiase pers te vinden zijn, maar naar cijfers en welke voordelen India heeft bij de breed uitgemeten samenwerkingsprogramma's met buitenlandse partners en dan valt dat vrijwel altijd tegen. Maar misschien is niet zozeer het opzetten van een wapenindustrie van belang (m.u.v. munitie en andere zaken nodig als een conflict uitbreekt) maar het ontwikkelen van capabele moderne strijdkrachten, schrijven ze bijna hopeloos.


Het belangrijkste voor een geostrategische verbetering van de Indiase positie vis-à-vis China is het oplossen van de kwestie Kashmir. De schrijvers constateren echter dat de politieke leiding zichzelf steeds opnieuw voorspiegelt dat er in Kashmir eigenlijk niet zo veel aan de hand is en dat het onder controle is. Dat draagt het risico in zich dat de rot er insluipt en de zaak permanent verziekt. Het voorkomt ook een remedie. In ieder geval lopen processen steeds vast op een politieke kink in de kabel, bewust of onbewust veroorzaakt, een aanslag, een regeringswisseling e.d. Het wordt tot in detail beschreven. Het is een falend beleid waarvan uiteindelijk de bevolking van Kashmir de dupe is.

In het hoofdstuk rond Kashmir wordt ook aandacht besteed aan het protest en radicalisering. Hoe beoordeel je dit en hoe ga je er mee om. De schrijvers merken op dat India, net als het Westen, de fout maakt om opstandelingen als misleide jongeren te zien of als terroristen, alsof er geen enkele context voor hun handelen zou zijn. Op die manier blijft het op lossen van de grondoorzaken voor de conflicten uit en bestaat het gevaar dat zo'n kwestie alleen maar verergert.
Het is van het grootste belang voor ons om voor de kwestie Kashmir met een permanente oplossing uit te werken, het stoppen met de vervreemding van de moslims in het land, zodat ze niet het terrorisme in getrokken worden en het terugtrekken van de AFSPA-wetten [die bijzondere bevoegdheden aan het leger verlenen]. Infiltratie heeft resultaten, maar beter zou het zijn het vertrouwen op te bouwen met de moslim gemeenschap, zodat ze zullen bijdragen aan een oplossing: Dit zal niet werken als de politie check punten in wijken opzet, lokale mensen mishandelt en ze allen als terroristen behandeld.” Een oplossing van het conflict maakt troepen vrij voor samenwerking en ontwikkeling in de hele regio. Bovendien opent het ruimte voor besprekingen bijvoorbeeld rond de grensgeschillen met China, de 3488 km lange LAC.”
De schrijvers zijn voorlopig ingehaald door de geschiedenis. De Modi regering heeft laten zien dat ze de kwestie niet op wil lossen, maar uit de weg ruimen door juist oude afspraken over het bestuur van Kashmir met voeten te treden. Al in augustus 2016 had Modi gezegd dat India bezet Kashmir terug wil hebben uit Chinese en Pakistaanse handen. De auteurs merken verbaasd op dat China 42.000 vierkante mijl binnen haar grenzen heeft en en China en Pakistan samen 47.645. Het spreekt vanzelf dat China en Pakistan die nieuwe visie uit Delhi niet toejuichen. Hoe dit zich gaat ontwikkelen is moeilijk te voorspellen, maar dat het de veiligheid van India zal vergroten is een gok die lijkt op een extreme bungy jump van grote hoogte aan slap elastiek.

Pravin Sawhney stelde op zijn twitter account dat Modi de veerkracht van de Kashmiris zwaar heeft onderschat “gebogen hoofden betekent niet dat ze hun nederlaag hebben geaccepteerd,” en van normalisering is nog lang geen sprake. Trots, miscommunicatie, ontsporing van op stapel staande initiatieven en onbegrip hebben die oplossing tot nu toe voorkomen. Het moet er toch ooit van komen.


India moet volgens de schrijvers beseffen dat alleen het roepen dat het een geostrategische speler is geen zin heeft als dit niet ook gestoeld is op economische en militaire macht. Halverwege het boek vatten ze hun programma samen in een paar zinnen:
“India moet zijn eigen militaire macht opbouwen, haar Tibet-politiek herzien, eervol interne opstanden oplossen, bilateraal nauwe banden opbouwen met de VS en tri-nationaal, inclusief Japan, om gezamenlijke dreigingen in Azië, Stille en Indische Oceaan regio, en de Act East Policy versterken door de banden aan te halen met ASEAN en andere aan zee liggende landen.”
Het is zeker geen boek dat geschreven is vanuit de vredesbeweging, alleen al het advies om de kernwapenpolitiek anders in te richten of het gebruiken van religie als machtsmiddel geeft dit aan. Het leeuwendeel van het boek handelt erover dat India nog veel te verbeteren heeft als het gaat om de krijgsmacht en militaire infrastructuur. Het geeft daarmee inzicht in het strategische denken omtrent India, en biedt zelfs enige gedachten rond het oplossen van binnenlandse conflicten en conflicten met Pakistan. De auteurs geven samen het defensie periodiek Force uit, maar dat betekent niet dat ze onderhandelingen, conflictbemiddeling en vertrouwenwekkende maatregelen geen rol laten spelen in hun visie.

Uiteindelijk lijkt geen enkele Aziatische partij belang te hebben bij het ontsporen van de relaties tussen India en China. Het is wel de vraag of India gebaat is bij het maken van beleid vanuit het adagium uit de klassieke oudheid dat wie oorlog wil voorkomen, zich moet voorbereiden op oorlog of door een variant met minder omwegen: dat wie vrede wil zich voor moet bereiden op vrede. Dat hoeft niet op naïeve wijze, maar kan doordacht en in samenwerking met anderen en anders dan het sluiten van nieuwe militaire bondgenootschappen tégen China, waardoor het conflict slechts op de spits wordt gedreven. Dat India zijn interne huishouding niet op orde heeft, hoeft zo'n zoektocht en beleid niet te belemmeren, het kan ook een kans zijn.

donderdag 12 december 2019

Hoe is Nederlands marineschip voor mensenrechtenschender Nigeria te rechtvaardigen?

De scheepswerf Damen heeft een Nigeriaanse order voor een marineschip. Hoe gaat de Nederlandse overheid die verkoop deze keer goedpraten?

Version in English with links and extra information see here.
(Joop version translated into English, without source: here)

De wereldwijde wapenhandel groeit nog steeds. Volgens de meest recente cijfers van het gerenommeerde Zweedse onderzoeksinstituut SIPRI hebben de 100 grootste wapenbedrijven in 2018 4,6% meer verkocht, in totaal voor 420 miljard dollar.

Hetzelfde SIPRI geeft een top-tien van grootste wapen-exporterende landen in de periode 2014-2018. Op plek 1 onbetwist de Verenigde Staten. Op plek 10 al jaren Nederland. Dat is niet verwonderlijk. Nederland verkoopt grote dure wapensystemen, vooral maritieme systemen. Scheepswerf Damen en elektronicagigant Thales leveren topproducten met bijbehorend prijskaartje op alle continenten.
De nieuwste order die op stapel staat, is een landingtransportschip voor Nigeria. Daarmee kunnen tanks (tot 70 ton), schepen en gepantserde voertuigen op moeilijk begaanbare plaatsen aan land worden gebracht. Ook is het schip geschikt voor het vervoeren van 235 manschappen. De Nigeriaanse vice-admiraal Ibok-Ete Ibas verklaarde dat het schip zal worden ingezet voor “de bescherming van maritieme activa en het behoud van de wet en de orde op zee” en “nog meer”. Of en wat voor soort wapens op het Nigeriaanse schip worden geïnstalleerd, is niet bekend.

Het is nog altijd zeer onrustig in Nigeria. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken rapporteerde in zijn mensenrechtenrapport 2018 over Nigeria:
“Vanwege het onvermogen van wetshandhavingsinstanties om maatschappelijk geweld te beheersen, bleef de regering zich tot de strijdkrachten wenden om interne veiligheidsproblemen aan te pakken. De grondwet machtigt het gebruik van het leger om ‘opstand te onderdrukken en te handelen ten behoeve van civiele autoriteiten om de orde te herstellen’. Strijdkrachten maakten deel uit van voortdurende gezamenlijke veiligheidsoperaties in de Nigerdelta.”
Ook in 2010 wilde Nederland bootjes leveren aan de Nigeriaanse marine. In antwoorden op parlementaire vragen hierover verklaarde de Nederlandse regering onomwonden dat deze schepen belangrijk waren om olieplatforms van Shell in de Nigerdelta te beschermen.

Hoewel de gewelddadige militaire repressie van de politieke oppositie in de Nigerdelta toen al uitgebreid gedocumenteerd was, zag de toenmalige regering geen risico voor gebruik van de schepen bij mensenrechtenschendingen. Dat de verkoop uiteindelijk maar half doorging kwam niet door zorg om mensenrechten maar vanwege corruptie aan Nigeriaanse zijde.

Nigeria koopt veel schepen om zijn wateren te controleren. Vaak zijn de klanten geen reguliere strijdkrachten maar private beveiligingsbedrijven. Het Nederlandse exportkredietagentschap Atradius Dutch State Business geeft een overzicht van exportkredieten die het verstrekte voor schepen die Damen heeft geleverd aan verschillende Nigeriaanse klanten die de olie- en aanverwante industrie beveiligen. Opvallend daarbij is de recente Nederlandse exportgarantie voor een transactie waarbij de Fidelity Bank is betrokken, net nadat de directeur werd beschuldigd van het witwassen van $ 153,3 miljoen.

Maximum liability
Jeruzeth International Engineering Company Ltd
US$ 8,198,249
Fidelity Bank Plc
Homeland Integrated Offhore Services Ltd
SR Platforms Ltd, Lagos.
Archetype Energy Services Ltd, Lagos.
Hamilton Technologies Ltd, Port Harcourt.
US$ 7,293,027

Het is nog te begrijpen dat onbewapende maar gepantserde Damen-schepen worden verkocht voor gebruik in de onrustige wateren met veel criminaliteit. Maar het is een flinke stap verder om een militair schip te leveren met een breed scala aan militaire mogelijkheden voor operaties van troepen van de Nigeriaanse marine binnen de delta.

Het schip dat nu besteld is, zal niet in Nederland worden gebouwd. Damen heeft werven over de hele wereld. Van de 36 Damen-werf bevinden zich er 20 in het buitenland, in Europa en de Verenigde Staten, maar ook in Brazilië, China, Cuba, Indonesië, Turkije, Qatar en Zuid-Afrika. De schepen voor Nigeria worden gebouwd op de Sharjah Damen Shipyards in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE).

Maar omdat het gaat om een door Damen in Nederland ontworpen schip moet een Nederlandse exportvergunning worden afgegeven indien sprake is van ‘militaire kenmerken’, bijvoorbeeld bewapening. Deze week praat het parlement weer over het wapenexportbeleid. Ik ben benieuwd hoe de huidige verkoop van het landingtransportschip deze keer zal worden goedgepraat door de Nederlandse overheid.

Geschreven voor

woensdag 11 december 2019

Damen to help Nigerian military to transport troops and weapons in Delta

In a video clip the use of the Landing Ship Transport 120 can be watched; ramps unfold and weapon systems are boarded. The ship is developed by the Dutch conglomerate of ship wharfs Damen. Tanks (up to 70 tons), vessels and armoured vehicles can be brought aboard in several ways at different spots of the ship.

Construction of a slightly smaller type of the class, the LST 100, for the Nigerian navy began this week. Vice Admiral Ibok-Ete Ibas, the Nigerian naval chief, said it will be deployed for “the protection of maritime assets and the preservation of law and order at sea” and “beyond.” It will be ready in May 2020.

According to Damen the ship is suited to transport 235 troops, has bow and stern ramps capable of 70 tons (just below the weight of a main battle tank), it can transport smaller vessels and (armoured) vehicles, board helicopters and surface and aerial drones. The product sheet states it: can be fitted with a suitable set of Sensors, Weapons & Communications. The ship it wll replace was armed with a 40mm Oto Melara gun and 2 x 20 mm Oerlikon guns. If and what kind of weapons will be installed on the new Nigerian vessel is not known yet.

The US Department of State reported in its human rights report 2018 on Nigeria that: “Due to the inability of law enforcement agencies to control societal violence, the government continued to turn to the armed forces to address internal security concerns. The constitution authorizes the use of the military to “[s]uppress insurrection and act in aid of civil authorities to restore order.” Armed forces were part of continuing joint security operations in the Niger Delta ...” The Dutch developed LST comes in handy to operate in the Niger Delta.

The ship will not be built in the Netherlands. Damen has a wide range wharfs. Of the 36 Damen wharfs 20 are located abroad, that may be in Europe and the United States, but also in Brazil, China, Cuba, Indonesia, Turkey, Qatar and South Africa. The ships for Nigeria will be built at the Sharjah Damen Shipyards in the United Arab Emirates (UAE). The keel laying ceremony is pictured by the Nigerian Navy.

Stop Wapenhandel recently wrote in an essay on climate change that Shell in Nigeria is protected by Dutch sales of vessels in 2010. In answers to Parliamentary questions the Dutch government bluntly stated that the boats were important to protect oil platforms of Shell in the Niger Delta. Although violent military repression of Niger Delta opposition groups was a well-established fact at that time, according to the government the gunboats could not be used in human rights violations. The sale however failed in the end, not because of human rights criteria but because of corruption. Curious how the current sale of the Landing Ship Transport, with a Dutch design, will be defended by the Dutch government, armed or not armed.

The LST 100 is far from the only vessels sold to Nigeria to control its waters. Often customers are not regular army but Civil Security firms. The Dutch export credit agency Atradius Dutch State Business lists a number of assurances to Damen and different Nigerian customers in the oil and the connected security industry. While most listed banks and companies have long track records in the oil industry it is curious the Fidelity Bank was involved in a recent official Dutch Export Guarantee just after the Managing Director was accused of laundering $153.3 million. But while it may be understandable armoured Damen vessels without weaponry are sold for use in the troubled waters by civil operators, it a step further to deliver a military ship with a wide range of potential tasks in Nigerian navy military operations while bringing heavenly armed troops on land.

Maximum liability
Jeruzeth International Engineering Company Ltd
US$ 8,198,249
Fidelity Bank Plc
Homeland Integrated Offhore Services Ltd
SR Platforms Ltd, Lagos.
Archetype Energy Services Ltd, Lagos.
Hamilton Technologies Ltd, Port Harcourt.
US$ 7,293,027

Geschreven voor Stop Wapenhandel
Voor Nederlandstalige versie zie
(Joop version translated into English, without source: here)

dinsdag 5 november 2019

Brexit; arms production and sales part II - EU/UK arms trade

After Brexit, the UK Government aims continuation of existing policies on arms exports. Which means maintaining broadly the same policy as the EU on export control and sanctions legislation. "This included preparing for a no-deal scenario by transposing EU export control legislation into UK law through the EU (Withdrawal) Act, and creating new UK Sanctions legislation under the Sanctions and Anti-Money Laundering Act 2018," summarised the latest UK Annual Report on arms export. But that does not mean UK arms export policy will stay the same.

Part I: UK - EU production relations
The EU has an internal consultancy mechanism on arms export denials to stimulate synergy among the members by peer pressure. It is not clear if the UK will continue to be part of this mechanism, like Norway which also is no EU member.
Common sanctions
It is also not yet known if and how the UK will follow the EU sanction policy after Brexit. When it leaves, it carries with it existing EU sanctions, but also then has the possibility to adopt sanctions on its own, or with other international partners. Post-Brexit, the UK will be free to impose unilateral sanctions that are not in line with those of the EU. The EU, like the United Nations, issues arms embargoes or advises to stop licensing arms, as it did two weeks ago on Turkey. It was the weakest possible form of something close to an arms embargo. Would the UK have followed this latest advise as non-EU-member and close ally of Turkey? It may be doubted. Only time will tell whether the Treasury Committee's reference to "flexible" sanctions means a more onerous and extensive UK regime.
UK exports
After Brexit arms sales may be used to strengthen new-to-develop UK relations abroad. The British NGO Saferworld is concerned that over time, the UK could drift away from the established EU consensus around responsibility and restraint in arms and dual-use exports. However the UK following the EU Common Policy on arms export is not preventing this either, because this EU-regime is multi-interpretable and has not blocked controversial arms exports in the past.
Industry spread its wings
Arms export policies however are already adapting towards the post-EU situation. In the 2017 post-Brexit UK governments Green Paper an increase of the arms exports was part of the industrial strategy. UK arms exports to repressive regimes already increase since the Brexit vote. This happened with the UK inside the EU framework of a Common Position on arms exports. After Brexit, the UK may "spread its wings across the world" with defence and arms exports said a senior lecturer in economics at the University of Kent, because then it is free to support this branch of industry. UK government support for a military sale by British Aerospace to Turkey in 2017, despite the repressive Erdogan regime, was seen bowing to the interest of the defence industry needed in the Brexit context. The UK Defence Secretary, Michael Fallon, mentioned MBDA as an example for UK business post-Brexit, a company notorious for its sale of missiles to Gadaffi. Andrew Smith of Campaign Against the Arms Trade reacted: "If Fallon believes MBDA is a role-model then it says very worrying things about how he sees the UK's post-Brexit future."
Connection to EU
Journalist Lyndia Noon argued why Brexit is good for those in the business of war: "The UK Government has identified arms sales as a priority for the brave new world post-Brexit, and a global Britain, or arguably a more desperate Britain, looks set to invest in this sector. Europe accounts for few military contracts so there is little downside to the changing market, according to the UK's trade group for arms companies, euphemistically called the Aerospace, Defence, Security and Space association (ADS)."
For the European Union Brexit brings more political space for developing a European defence policy without London obstruction it. How strongly the UK will be interwove in the EU structures is not clear yet, but that it has greater freedom to market its arms is undebatable. This includes export of weapons developed after Brexit with EU-partners. This is not a winner for international peace.

Written for Stop Wapenhandel

donderdag 31 oktober 2019

Brexit, arms production and export. Part I – UK - EU production relations

The desperate call for ordurrrrrr is what comes to mind when speaking about Brexit, almost as if it is a Shakespearean tragedy instead of a reality affecting the economic and social life in the UK, the EU and the wider world. What effect Brexit may have on the future of arms sales and defence production in Europe, the European Union and the UK is not fully clear yet.

Part II: EU/UK arms trade
© Frederik Sadones

The UK has for decades been part of common European defence industrial policies and participates in cooperation projects among EU members (such as the Letter of Intent Group and the Organisation for Joint Armament Co-operation OCCAR). It is an integral part of the European defence technological and industrial base (EDTIB) Therefore it is to be expected that the UK arms industry will be kept as close to European military and defence production as possible.

After the latest Brexit deal was announced in mid-October, the European Commision published a document on future relations. On the relations concerning defence production and research it used similar words as the earlier premier May EU-deal:

(...) while both Parties should preserve their respective strategic autonomy and freedom of action underpinned by their respective robust domestic defence industrial bases, the Parties agree to consider the following to the extent possible under the conditions of Union law:
a) the United Kingdom's collaboration in relevant existing and future projects of the European Defence Agency (EDA) through an Administrative Arrangement;
b) the participation of eligible United Kingdom entities in collaborative defence projects bringing together Union entities supported by the European Defence Fund (EDF); (...)”
European Defence Agency

The Commission made clear there are some red lines for the UK after Brexit: “no participation in the management of the European Defence Agency; and no benefits from the European Defence Fund (EDF) equivalent to those of Member States.” EDA is a major force in the Europeanisation of the defence industry, that is also why OCCAR and EDA formalised their co-operative relationship back in 2012. EDA summarises its role as being a catalyst and a key facilitator in developing military capabilities in the European Union. This raises the question how the above mentioned Administrative Arrangement (AA) will look like. Such arrangements are considered in the international defence world as ways to prevent others, like the US and Turkey, to claim access to EDA using the UK participation as precedent.

Stop Wapenhandel requested the Council of the European Union for access to the Administrative Arrangement between EDA and the Ministry of Defence (MoD) of Ukraine of 2015 to have an example of the text such such an arrangement contains. The nine page document works out the details of how “EDA intends to provide to the MoD of Ukraine the fullest possible transparency regarding the Agency‘s projects, programmes and activities with a view to the participation of the MoD of Ukraine therein as appropriate. The MoD of Ukraine intends to provide to the EDA the fullest possible transparency regarding defence plans, current and future capability requirements, and industrial capacities, to facilitate the identification of potential areas for cooperation.” (document ref: 13566/15 + COR 1.)

The AA between the UK and EU will not be written easily. In a report by the European Parliament for example the UK was pictured as obstructive: “Moreover, it [the UK] has also hindered further enhancement of the role and budget of the European Defence Agency (EDA).” Despite this attitude the participation of the UK as part of the European defence industrial base will be defined, because the UK's defence industry is not only intermingled with European defence-industrial organisations, but also with weapon manufacturers of other European countries. It is for example part of the MBDA-consortium for missile development and production, the NH-90 helicopter and the Eurofighter Typhoon. Now British Aerospace is planning to built the Tempest, a new fighter aircraft together with Swedish Saab and Italian Leonardo. It will have to compete, not only with the many US fighters around, but also with the German/French/Spanish Future Combat Air System (FCAS)

Because of its EU partners the UK can still profit from EU-funding. Leonardo boss Profumo hopes “the UK remains integrated in the European defense system with access to European defense funds.” While the defence industrial cooperation between France and Germany lead to debate how to arrange working conditions for two countries with a different view on arms export policies, this debate still has to be opened – if ever - among Stockholm, Rome and London.

European Defence Fund

Speaking about funds, also for the cooperation with the recently established European Defence Fund (EDF) a UK/EU relationship has to be developed. Major military power UK, involved in cross border arms cooperation, has to be enabled into the Fund. The € 13 billion EDF has a two pillars: a defence research programme and collaborative capability development and a pillar for new defensive technologies and joint defence acquisitions. The UK participation in the Letter of Intent Group was for example mentioned as a vehicle for giving the UK access to the European Defence Fund. So far only Norway participates in the EDF as non-EU country, but with the status of a European Economic Area (EEA) Member, allowing a more preferential treatment. Until now the UK refused this Norwegian model, but it is the only way a non-EU members can aim for full third-party involvement in EDF. The UK however aims to participate in both the capacity and the acquisition pillar of the EDF in the future; “The EDF agreement allows for participation in cooperative projects by entities in third countries, but they will not receive any funding which, by 2021, will include the UK,” is stated in a recent UK House of Commons briefing paper. According to the Commission: “UK participation as a third country will be defined in the EU regulation establishing the European Defence Fund. Industrial security and security of supply of the cooperative projects supported by the Fund should be preserved.” The red lines of the Commission sound severe, but its status will be defined in the coming years in the European institutions and the UK Government.

The European Network Against Arms Trade points out that EDF will weight more heavily on the EU-budget after Brexit, because the €13 billion is coming from an overall EU-budget axed by € 10 billion UK contribution without other governments willing to compensate for this loss. This means that the EDF will be paid for at the cost of other, civilian, projects.

Written for Stop Wapenhandel