zaterdag 27 juli 2019

Keuze voor onbemande onderwater wapens of onderzeeboten?

De minister van Defensie gaat meer F 35 gevechtsvliegtuigen aanschaffen, een veel te duur toestel dat is gekozen onder druk van de luchtmacht en de wapenindustrie (en van de wens Amerikaanse nucleaire wapens te houden in Nederland). Het volgende veel te dure project wordt alweer overwogen, zowel in Nederland als in een aantal Europese landen. Terwijl de ontwikkeling van onderwaterdrones ongekend snel gaat, kijken de marines naar uitbreiding of vervanging van hun onderzeebootvloot. Gaan deze landen uitgaven doen voor een verouderd wapen?

bron
Dit is geen pleidooi voor onderwater drones. Het is ook geen kritiek op het Ministerie van Defensie dat een wapen voor wereldwijde machtsontplooiing wil aanschaffen. Deze tekst wil een vraagteken zetten bij de wens van de militaire industrie, defensiekennisinstituten en overheid om in 2027 een nieuwe generatie onderzeeboten aan te schaffen. Meer geduld zou miljarden kunnen besparen.

De omgeving voor militaire operaties verandert snel door de nieuwe technologie. Cyberspace is door Nederland toegevoegd aan de militaire domeinen, naast land, lucht, zee en ruimte. De mogelijkheden van kunstmatige intelligentie zijn een nog amper ontgonnen gebied. Militaire satellieten gaan steeds vaker en goedkoper de ruimte in om het aardoppervlak af te zoeken voor het verzenden van data naar de andere kant van de wereld en het waarnemen van bewegingen bij de tegenstander – zoals snuiverende onderzeeboten. Deze technologische ontwikkelingen maken dat wapens sneller verouderen. Dat is te zien in de verschuivende verdeling van de Defensiebudgetten. Het Europese Defensie Agentschap (EDA) becijferde dat in 2006 bijna twee derde naar weddes ging. In 2017 was dat minder dan de helft. Het aandeel van wapens en onderhoud groeit snel.

Een van die militaire ontwikkelingen zijn de drones, de onbemande vlieg-, voer- en vaartuigen voor boven en onderwater. Onderwater drones zijn bedoeld voor verschillende taken, waaronder het afvuren van raketten, het leggen van zeemijnen, het lanceren van torpedo's en het verzamelen van inlichtingen. Ze worden gebouwd in vier categorieën: klein, gemiddeld, groot en extra groot. De Amerikaanse marine noemt ze essentieel om de vloot van grote en kwetsbare schepen te reorganiseren naar een vloot die bestaat uit meer en kleinere eenheden, zoals in een recent onderzoeksrapport voor het Congres wordt uitgelegd.
Een van die extra grote onderwater drones is de de ORCA. Ze kan te water worden gelaten vanaf een schip met een groot dek, wegvaren uit een inwendig dok of vertrekken van een basis. De Amerikaanse marine besteed er in 2020 $ 182 miljoen aan en heeft in de periode 2020-2024 een serieus bedrag van ruim 800 miljoen dollar voor de aanschaf van negen van de boten bestemd, waarvan er sinds februari 2019 al vijf bij Boeing zijn besteld.

De eveneens bij Boeing gebouwde voorganger van de ORCA had al een bereik van zo'n 6.500 zeemijlen en moest maanden onderweg kunnen zijn. In vergelijking met bemande onderzeeboten zijn de onbemande schepen stiller, goedkoper en kunnen ze ingezet worden bij risicovoller taken, aangezien bij verlies geen getrainde bemanning zal sneuvelen.

In Nederland heeft kennisinstituut TNO een evaluatie gedaan naar de mogelijkheden van onbemande onderwater drones om door Nederland gewenste onderzeeboottaken in 2027 uit te voeren. De conclusie dat ze falen op het gebied van verplaatsing van Speciale Troepen voor geheime missies spreekt vanzelf. Maar ze falen ook op andere aspecten, vanwege technologische redenen. De ORCA wordt in de evaluatie niet genoemd – waarvan er in 2024 dus al negen zullen moeten varen – en daarmee ontbreken ook de voorziene mogelijkheden van deze onderwater drone, zoals los van een moederschip opereren, het afvuren Tomahawk kruisraketten en torpedo's.

Ontoereikendheid van beschikbare kunstmatige intelligentie speelt een hoofdrol om geschiktheid voor een aantal door Nederland gewenste militaire taken te betwijfelen. Investeringen in de ontwikkeling van AI gaan zo mogelijk nog sneller dan die van drones. Alleen al de militaire budgetten in de VS voor onderzoek naar kunstmatige intelligentie schieten de lucht in: in 2018 1,6 miljard naar 2,4 miljard in 2020 en verwacht mag worden dat hierdoor technologische barriéres geslecht zullen worden. Niet het conservatief onderzeeboten door onderzeeboten vervangen, maar een Nederlandse pas op de plaats lijkt gewenst en goedkoper.

dinsdag 16 juli 2019

Unmanned underwater weaponry

Next generation.

While in 2006 two thirds of the military budget in EU countries went to personnel, in 2017 this was less than half. Weapons are outdated more quickly and replaced at a faster rate, often because of new technology. Cyberspace is added to the traditional military domains of land, air, sea and space. New kinds of communication technology enables commanders to sent and receive massive amounts of information. Artificial Intelligence opens horizons even not yet understood. Military satellites are launched into space on a regular basis to search the earth's surface for enemy movements, and sent signals to commanders on the other side of the globe. The defence industries profits, but at the expense of the exchequer.

Killer whale


The military tech revolution also creates drones, that can drive, fly, sail and go undersea. Unmanned Underwater Vehicles (UUVs) are entering the battlefield to fire missiles, mine the seabed, collect intelligence and launch torpedo's on enemy ships. They are built in the categories small, medium, large and extra large.


An article headed: 'This Photo Is Dangerous: It Could Be the Future of Navy Submarines' shows an ORCA UUV. The US navy is planning to soon launch this Extra Large Unmanned Undersea Vehicle (XLUUV), calling UUVs essential to shift from large ships to a more-distributed navy. Larger quantity of smaller vessels are harder to track by the enemy and the modular design of the planned UUVs will increase the potential for adaption to mission needs. Too large to be launched from a torpedo tube, the ORCA may start its journey from a vessel with a large deck or internal dock, but also directly autonomous from a naval base. Underwater drones got serious emphasis in the US Navies budget request. According to a report for Congress in Fiscal Year 2020 the navy will spent US$ 359 million on UUVs, of which $182 million for ORCA. The whole surface and underwater drone program for the US navy is estimated at US$ 4.5 billion in the same four year period.

Mission scope

UUVs expand mission scope, increase attack options, integrate large high-tech sensors, further safeguard manned combat crews and possibly fire torpedoes and even launch smaller drones themselves. The predecessor of the ORCA (the Boeing Echo Voyager) had already a range of 6,500 nautical miles (12.000 km) and months of operation on a single fuel module. Those unmanned submarines are stealthier, cheaper to produce in larger quantities, and enabling activities with greater risk, because there is no danger of loosing trained sailors. They will “perform missions that might otherwise be assigned to manned submarines.” The US navy wants to buy nine ORCAs in the 2020-2024 period. Five are already ordered at Boeing, companies like tech firm L3 and Huntingdon Ingalls also gain from the program.

Europeans under water

In Europe, the United Kingdom is developing its own XLUUV. The UK Ministry of Defence is exploring options for an underwater drone to conduct covert missions at distances of up to ranges 3,000 nautical miles for three months at a time for the Royal Navy.

In the Netherlands an evaluation was done by Applied Sciences Institute TNO Defence to see if UUV technology available in 2027 could provide the submarine capability the Dutch navy is aiming for by the same year. Not surprising, unmanned underwater drones fail the test on delivering special forces for covert operations. On more elaborate level the evaluation mentions technological constraints of the UUVs on all aspects. “Smaller UUVs, however, could be a valuable addition to a submarine” the evaluators state. But the investigated time frame of the evaluation also shows how fast developments go. Despite their combined expertise, the evaluators in 2018 missed the ORCA. Available Artificial Intelligence is major argument to doubt some of the task possibilities of UUVs. But budgets for US Research and Development of AI are rapidly growing each year from 1.6 billion US$ in 2018 to 2.4 billion US$ in 2020; and will result in taking technological hurdles. It needs more knowledge to weight what will be the situation, but the US navy goes for it.

Waste

While the development of the diesel submarine is accelerating, European countries are planning to buy new conventional submarines or expand classes already in use, like for example in Poland, Norway and Germany, Italy, Sweden and the Netherlands. Are they spending tax payers money on expensive weapons of the past?

This blog is not a plea for the acquisition of underwater drones. It just aims to question the naval industry and military plans to develop and buy a new range of submarines, while the undersea landscape is quickly changing with high endurance drones armed with weaponry or observation technology and much efforts invested – included billions of dollars – to overcome the tech problems of today. A little more patience can spare billions of tax payers money in all those countries now considering to expand their submarine fleets. Maybe this calm opens even a horizon for limiting tension, instead of adding to it.

Geschreven voor Stop Wapenhandel.

woensdag 10 juli 2019

Media en de Defensie Doctrine

Verschenen op JOOP.nl

De krijgsmacht zal de vrijheid van de media niet actief willen aantasten. Toch zijn er een paar zaken die duidelijk maken dat het gevaar van beïnvloeding bestaat

Oorlogsschroot in Verdun
De onlangs verschenen Nederlandse Defensie Doctrine (NDD) staat militair gezien aan de top van de documenten waaruit militairen voor hun taak putten en bepaalt welke doelen de Nederlandse krijgsmacht op hoofdlijnen moet dienen op land, zee, in de lucht, ruimte en cyberspace. De NAVO-doctrine (NAVO Allied Joint Doctrine 01) is bepalend voor de Nederlandse doctrine. Daarmee wordt krachtig aangegeven hoe ingebed Nederland is in de militaire alliantie (die in de tekst veelal – misplaatst – onder één noemer wordt gebracht met VN en EU), maar er is niet mee gezegd dat Nederland de zeggenschap (p. 61) over inzet niet zelf in handen heeft: de grondwet bepaalt dat deze bij de regering ligt.

Machtsmiddel

De Doctrine onderscheidt vier verschillende machtsmiddelen: a) diplomatiek, b) informatie, c) militair, en d) economisch. (p. 21) Informatie is een breed begrip dat loopt van geheim te houden informatie binnen de overheid tot informatie die wordt gegenereerd door massamedia (radio, televisie en internet) en de sociale media. (p. 22) Die massamedia krijgen redelijk veel aandacht in de Doctrine. Ze spelen dan ook een rol bij “het beïnvloeden van de publieke opinie en van de perceptie van andere actoren.”

Een niet onbelangrijk deel van het militair vermogen – “het in staat zijn militaire operaties uit te voeren met een optimaal samenhangend geheel van functionaliteiten en componenten” (p. 66) – is kortom de motivatie. Deze “is te beïnvloeden door externe factoren, zoals de publieke opinie. De overtuiging van de individuele militair dat het publiek de inzet in een conflict steunt, het doel en de uitvoering ervan als legitiem beschouwt, en ziet dat de militaire activiteiten materieel goed worden ondersteund, draagt in grote mate bij aan de gevechtsbereidheid. Media spelen hierbij een belangrijke rol.” (p. 67)

Maatschappelijke diversiteit

Een krijgsmacht zou dus een steek laten vallen als ze daarom geen actieve mediastrategie zou hebben waarin ze die perceptie zelf probeert te beïnvloeden, de perceptie heeft immers een direct effect op het militair vermogen. De NDD stelt dan ook: “Het vereist tevens dat de krijgsmacht een gecoördineerde aanpak van operaties volgt die het publiek en de media erkennen als cruciaal voor het succes van operaties.” (p. 42) Mediabeleid is dus deel van de militaire activiteiten. Daarmee kom je wel op gevaarlijk terrein. De onafhankelijke en vrije media zijn niet alleen voor militairen van belang, ze zijn ook een essentieel onderdeel van een democratie.

De krijgsmacht zal de vrijheid van de media niet actief willen aantasten. Toch zijn er een paar zaken die duidelijk maken dat het gevaar van beïnvloeding bestaat.

Allereerst worden niet alle taken van de Krijgsmacht omarmt door de bevolking. In de NDD wordt onderkent dat de Nederlandse bevolking internationale vredeshandhavende en vredesondersteunende operaties goedkeurde, maar “tegen de deelname aan stabilisatie- en gevechtsoperaties van ad hoc coalities, zo wezen opiniepeilingen uit, bleek de Nederlandse bevolking de afgelopen decennia kritischer aan te kijken.” (p. 47) Het ontbreken van die steun kan de moreel van de militair aantasten.

Hoe een burger of militair naar de wereld kijkt is “gebaseerd op culturele, maatschappelijke en religieuze aspecten. De beïnvloeding van het wereldbeeld verandert de perceptie van een actor,” met andere woorden meningen zijn onder andere gestoeld op maatschappelijke oriëntaties.
Militair ingrijpen is een gevoelig onderwerp, waar het optreden van Defensie steun ontbeert als dit plaatsvindt buiten de Verenigde Naties om en in ad hoc coalities zoals bijvoorbeeld de International Security Assistance Force (ISAF). Informatie inzetten om een bijdrage aan een gunstige mening te leveren, ligt daarbij voor de hand. Die inzet kan zowel militairen, vijanden als publieke opinie gelden. De rol van de journalistiek is daarmee ook gevoelig voor beïnvloeding.

Pers onder hoede van Defensie

Veel journalisten maken gebruik van embedded journalistiek, dat betekent ingebed in de militaire organisatie om daarmee hun veiligheid te vergroten. Zelfs al in de opleiding tot oorlogscorrespondent wordt studenten journalistiek geleerd (de meerdaagse cursus Verslaggeving in conflictgebieden) dat dit van belang is en eigen initiatief gevaarlijk. Een ervaren journalist die onthullingen deed met betrekking tot de Nederlandse inzet in Afghanistan werd bij een instructie aan aspirant-journalisten weggezet als onverantwoordelijke waaghals, vertelde een deelnemer aan die cursus me. Maar die embedded journalistiek zet wel de deur wagenwijd open voor beïnvloeding.

Dat de krijgsmacht als bron van informatie zeer gevaarlijk kan zijn blijkt uit het verhaal over de massavernietigingswapens van Saddam Hoessein dat opperbevelhebber Colin Powell opdiste in de VN-Veiligheidsraad aan de vooravond van de oorlog tegen Irak. Zijn woorden werden gebruikt om het militaire optreden door te drukken. Optreden dat uiteindelijk leidde tot een oorlog met minstens 100.000 dodelijke slachtoffers. Bijna zeker is Powell door zijn eigen inlichtingendienst voorgelogen, er waren destijds in Irak geen massavernietigingswapens.

Ook de voorgaande Golfoorlog, die van 1990/1991, is een schoolvoorbeeld van gemanipuleerde beeldvorming: “De beelden van deze oorlog zoals die via vooral televisie werden verspreid, toonden een schone, met klinische precisie gevoerde oorlog die nog het meeste leek op een videospelletje. Dat de werkelijkheid anders was, werd ook de pers pas na afloop van operatie Desert Storm duidelijk,” schrijven wetenschappers na die oorlog.

Antwoord

De krijgsmacht opereert vanuit het wezen van de organisatie, en verdedigt niet alleen Nederland maar ook de eigen belangen en haar visie op de rol van Nederland in de wereld. Het sturen met informatie zet de pers al aan de start op achterstand. Mede omdat krijgsmachten zich beroepen op geheime bronnen. Media zijn afhankelijk van de toegeschoven informatie en hulp en daarmee gevoelig voor beïnvloeding. Is daar wel voldoende aandacht voor in de journalistiek? De Doctrine verwoord dat Defensie informatie en de media inzet om de het militair vermogen van de Nederlandse strijdkrachten te vergroten. Welk antwoord formuleren media hier op?