dinsdag 20 september 2022

Moesson en Nederlandse wapens naar Zuid Azië

Is een marineschip een wapensysteem? Of hangt dat af van de mogelijkheden? Kan de Gemeenschappelijke Lijst van Militairen van de Europese Unie een antwoord geven op deze vraag?




De vragen komen voort uit twee recente militaire exportvergunningen. In september 2022 heeft de Nederlandse overheid een exportvergunning afgegeven voor drie onderwaterdrones naar India. In dezelfde maand rapporteerde Damen Shipyards over de capaciteiten van twee oppervlakteschepen die het aan Pakistan had verkocht.

Om de export van wapens te controleren is militaire technologie gedefinieerd binnen de Europese Unie. In de Gemeenschappelijke Militaire Lijst geeft Categorie ML9 (versie aangenomen op 17 februari 2020) een definitie voor marineschepen: ‘Oorlogsschepen (zowel oppervlakteschepen als onderzeeboten), speciale scheepsuitrusting, toebehoren, onderdelen en andere oppervlakteschepen.’ Beide bovengenoemde verkopen vallen in deze categorie.

De gemeenschappelijke lijst biedt twee pagina’s met details om oorlogsschepen te definiëren. Maar alleen al de eerste clausule is voldoende om de hierboven gestelde vragen te beantwoorden: “vaartuigen (zowel oppervlaktevaartuigen als onderzeevaartuigen) speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik en ongeacht de staat van onderhoud of de gebruiksconditie, en al dan niet voorzien van systemen voor het lanceren van wapens of voorzien van bepantsering, alsmede rompen of delen van rompen voor deze vaartuigen, en onderdelen daarvoor speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik.” Alle andere regels zijn bedoeld om de categorie uit te breiden. Er is geen twijfel: beide zijn oorlogsschepen, in beide gevallen betreft het militaire export.

De oppervlakteschepen van Damen voor Pakistan zijn uitgerust voor elektronische oorlogsvoering, operaties tegen schepen, hebben wapens en sensoren voor luchtdoelen en beschikken over zelfbeschermingssystemen. De schepen zijn volgens de Roemeense pers (in Nederland is er tot nu toe geen aandacht voor deze grote wapendeal) ook uitgerust voor een boordhelikopter en drones (Unmanned Aerial Vehicles, UAV). Op basis van eerdere leveringen aan Pakistan van iets kleinere schepen van dezelfde klasse, zal de waarde zo’n € 80 miljoen bedragen (zie vergunning NL0074CDIU0127901 van 27 december 2019). Dat is in een klap een kleine tien procent van de jaarlijkse waarde van de Nederlandse wapenexport. We weten van deze huidige export dankzij een artikel over de schepen en hun capaciteiten door Jane’s (een grote uitgeverij over militaire zaken). De schepen zijn tot nu toe niet in een openbaar Nederlands rapport opgedoken (laatst beschikbare informatie is van mei 2022).

De onderwaterdrones worden of zijn uitgevoerd door een Nederlands bedrijf, zo staat in een brief van de Nederlandse minister van Buitenlandse Handel. De schepen zijn voor anti-onderzeebootoperaties (ASW) en hebben een waarde van € 7.784.565.

Hoewel de verkoop van de onderwaterdrones officieel aan het parlement is gemeld, blijft veel vaag. Het is niet bekend of de drones zullen worden uitgerust met aanvalswapens of dat ze voor verkennings-, en observatietaken zijn om vijandelijke onderzeeërs te vinden en die informatie te delen met schepen die ze op de korrel kunnen nemen en vernietigen. We weten niet eens welk bedrijf de drones levert (zie kader). Het is eigenaardig dat de onderzeeërs waarop de drones zich richten hoogstwaarschijnlijk de Chinese of Pakistaanse marine zullen zijn, waarbij Pakistan de belangrijkste regionale bondgenoot van China is. We leverden het land tegelijkertijd twee oorlogsschepen. Nederlanders hebben een eeuwenlange traditie van verkopen aan beide partijen in een conflict.

Pakistan is niet alleen bondgenoot van China, het is ook het land dat sinds de deling van 1947 in conflict is met India. De Nederlandse regering neemt het gemakkelijke standpunt in dat een militaire escalatie tussen beide landen niet waarschijnlijk is. Ja inderdaad, er zijn gesprekken om geschillen op te lossen. Maar al tientallen jaren worden dit soort gesprekken afgewisseld met gewelddadige uitbarstingen. Als een muntje op zijn kant ligt, kan hij naar beide kanten vallen. bij voorkeur richting vrede, de Global Conflict Tracker schat het gevaar van conflicten echter in als aanzienlijk. Kranten uit de regio zijn ook niet optimistisch. Het is een politieke keuze om niet te willen zien dat een al bijna 75 jaar bestaand conflict niet wordt opgelost met een volgende gesprek en detail-overeenkomst tussen beide partijen.

De optimistische Nederlandse regering voegt daaraan toe: “Gelet op de afwezigheid van de Indiase marine binnen bovengenoemde conflicten [langs de grens en vanwege Kasjmir] en het beoogde eindgebruik bestaat er geen duidelijk risico dat de transactie bijdraagt aan agressie of het met kracht bijzetten van territoriale aanspraken.” Het is alsof er een garantie is voor conflicten in Kasjmir of de grens tussen India en Pakistan (de Line of Control, ook wel Line of Conflict genoemd) dat het beperkt zal blijven tot deze plekken. De zee maakt niettemin toch echt deel uit van de militaire krachtsverhoudingen, zoals Sawney en Wahab uitleggen in hun uitgebreide boek over de Indiase militaire uitdagingen Dragon on your doorstep (pp. 275-77).

Als je een conflict ontkent en mogelijke betrokkenheid van het maritieme deel van de krijgsmacht uitsluit, kun je net doen alsof je vasthoudt aan een strak wapenexportbeleid, maar dat is dan een praatje voor de vaak. De positie van de Nederlandse overheid en de marktkansen van de maritieme en exportgerichte Nederlandse militaire industrie vallen samen als een gesmeerde rits.

De bevolking van Pakistan heeft grotere problemen dan wapens en conflicten en ziet zijn veiligheid bedreigd door extreme moessons, waarbij twee derde van het land onder water is gelopen en levens en bezittingen verwoest worden. De verkoop van twee marineschepen ter waarde van ongeveer € 80 miljoen om de ‘veiligheid’ voor deze mensen te verbeteren is cynisch en moeilijk te accepteren.


Kader: Nederlandse onderwaterdrones

Op zoek naar Nederlandse onderwaterdrones (ROV, UUV, AUV) kwamen enkele Nederlandse onbemande onderwaterschepen boven (goedkope versies variërend van € 800 tot € 60.000 voor duikers, vissen, constructie etc. niet inbegrepen). De eerste is een product van Marin, ontwikkeld in samenwerking met overheid, onderzoeksinstituten TNO, NLR, nationaal & internationaal maritiem bedrijfsleven. Een drone bruikbaar voor onderwaterpatrouilles is het zogenaamde modulaire Autonomous Underwater Vehicle (mAUV) voor zowel militaire als civiele operaties.” Het lijkt te veel in de ontwikkelingsfase voor export. De Light Autonomous Underwater Vehicle (LAUV) is al in 2017 getest door de Nederlandse marine voor ASW-taken, maar is van Portugese oorsprong maar uitgerust met Nederlandse technologie. De exportvergunning voor India is niet het eerste onderwatervoertuig dat door Nederland wordt geëxporteerd.

De meeste gingen naar Rusland, één naar Taiwan, allen voor zeebodemonderzoek en ze werden gecategoriseerd voor tweeërlei gebruik. Hier is sprake van een militaire toepassing.