zaterdag 29 maart 2003

Illegale en legale wapenhandel naar Irak

Nederlandse wapenhandel naar het Midden-Oosten

Nederlandse wapenleveranties aan Iran en Irak gedurende de Eerste Golfoorlog (1980-1987) zijn berucht. Munitie, schepen, chemicaliën en optische technologie gaan naar de landen in oorlog.(1) Twee Nederlandse bedrijven leveren chemicaliën aan het Irak van Saddam Hoessein die gebruikt konden worden voor civiele toepassingen en de aanmaak van zenuwgassen: KBS Terneuzen en Melchemie uit Arnhem. De laatste leveringen vanuit Nederland die bekend zijn kwamen van Delft Elektronische Producten, uit Roden een dochter van Delft Instruments. Deze laatste leveranties bleken achteraf bedoeld om gevechtsinlichtingen te verkrijgen over het Iraakse leger en waren onderdeel van een operatie van de Nederlandse Inlichtingen Dienst Buitenland (IDB) en de CIA.(2)

Volgens de rapportage van Irak aan de Verenigde Naties van afgelopen jaar leverden 80 bedrijven uit Duitsland, 24 bedrijven uit de Verenigde Staten, 17 uit Groot Brittannië, 8 uit Frankrijk, 7 uit België, 5 uit Japan, 3 uit Nederland (elders worden er vier genoemd), Spanje (elders worden er 10 genoemd) en Zweden wapens aan het Irak van Saddam Hoessein. De Veiligheidsraad ging overigens akkoord met het verzoek uit Washington om de namen van de Westerse bedrijven te witten. Dit terwijl een naming and shaming campagne nodig is om deze bedrijven aan de schandpaal te nagelen voor hun misdadige beleid. Het mag waarschijnlijk niet al te bekend worden dat Westerse bedrijven aan de basis staan van de Iraakse arsenalen massavernietigingswapens.

Dat geldt zeker de huidige haviken in de Regering Bush die voor een groot deel onder de Reagan administratie hun sporen hebben verdiend. De bijdrage van de Verenigde Staten bij de bewapening van Bagdad in de jaren tachtig was niet gering: Hewlett Packard verkocht nucleaire en rakettechnologie; Dupont verkocht nucleaire technologie; en Eastman Kodak rakettechnologie etc etc. De leveringen waren destijds bedoeld om het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten kracht bij te zetten. Ook destijds werd Irak al bestuurd door een slagersregime. Humanitaire overwegingen speelden hier geen rol. Nu gelukkig wel, zo denken sommigen. Volgens een vorig jaar vrijgegeven telex gingen de Verenigde Staten en Irak, beide vredelievende landen genoemd, de regionale militaire balans herstellen. Iran was op dat moment aan de winnende hand in een oorlog die door Irak was gestart. Donald Rumsfeld was de speciale gezant van de Reagan administratie om afspraken te maken over de versterking van Irak in het conflict. Het onderstreept het gore karakter van de machtspolitiek, zolang Irak gebruikt kan worden voor machtspolitieke belangen in de regio wordt het uitgebreid gesteund. Als dat niet meer het geval is keren de eerdere leveranties zich tegen het land en vormen een argument voor een militaire aanval. De leveringen gaan door tot aan de vooravond van de Tweede Golfoorlog.

In april 1990 wijzigde het Westerse wapenexportbeleid met betrekking tot Irak. Wapens voor Irak werden her en der in Europa uit schepen en vliegtuigen gehaald. Het meest zichtbare voorbeeld van deze omslag waren vier fregatten in een Italiaanse haven. De fregatten waren in de jaren tachtig voor Saddams marine gebouwd, maar werden na 1990 niet meer geleverd. De steun voor Irak sloeg om in tegenstand. Vier maanden later begon de Tweede Golfoorlog. De Verenigde Naties stelden later in 1990 een wapenembargo in.

Publieke opinie na de Tweede Golfoorlog

Aan het eind van de Tweede Golfoorlog wordt de verontwaardiging van de publieke opinie over de grootschalige bewapeningsprogramma’s van Irak snel omgezet in beleid van de Verenigde Naties. Binnen een jaar stelt de VN een zogenaamd Conventionele Wapens Register in (3), waaraan landen hun verkopen en inkopen kunnen melden. Met alle bedenkingen die je tegen de werking van dit vrijwillige register kan hebben, was het een antwoord op de verontrusting over de bewapeningsprogramma’s in de wereld, m.n. het Midden-Oosten.

Zij die stellen dat de bewapening van Irak tot nu toe nog nooit iemand zorgen hebben gebaard slaan de plank dan ook mis. Dat was in 1991 zeker niet het geval. Wel is het zo dat de bewapening van Irak en Iran tijdens de Eerste Golfoorlog nauwelijks tot protesten leidde. Het was vooral klein links dat toen protesteerde tegen de bewapening van Irak en de aanvallen op de Koerden. De FNV baarde het geen zorgen en nam de positie in die ook rechts beviel. De leveranties leverden banen op en winsten voor de bedrijven.

Sinds de Tweede Golfoorlog komen de meeste leveranties vooral uit Oost-Europa en China.(4) China zou de bekabeling voor de Iraakse luchtafweer geleverd hebben.(5) Ook is technologie vanuit Duitsland naar Irak getransporteerd.(6)

Illegale leveringen in de jaren negentig

Sinds 1991 gaan er veel minder wapens naar Irak. Het gaat sindsdien om illegale wapenleveranties door een beperkt aantal landen. Iedereen is het erover eens dat het Iraakse leger inmiddels nauwelijks een militair strategische machtsfactor is. Natuurlijk betekent dat niet dat het Iraakse leger ongevaarlijk is. Een kat in het nauw kan rare sprongen maken en sinds 11 september is duidelijk dat ook niet militaire middelen met grote vernietigingskracht ingezet kunnen worden. Bovendien een paar raketten die door de verdediging heen komen en uitgerust zijn met chemische wapens kunnen veel schade aanrichten. Het regime in Bagdad weet dat de inzet daarvan zeker zijn doodvonnis betekent en zal dat alleen in laatste instantie doen. Die laatste instantie lijkt nu aangebroken en het is te hopen dat de chemische wapens niet aanwezig zijn, het commando om ze te gebruiken achterwege blijft of dat de ermee uitgeruste troepen weigeren ze in te zetten.

De afgelopen 1½ jaar wordt heel veel gerapporteerd over wapenleveranties aan Irak. Sommigen noemen alle naar buitengekomen gevallen het topje van de ijsberg. Anderzijds kan je ook stellen dat het monitoren door geheime diensten en met opsporing belastte diensten er toe leiden dat er weinig plaats vindt zonder medeweten van Uncle Sam en zijn bondgenoten. In ieder geval is er inzicht in een belangrijk deel van de handelsroutes die gebruikt worden.

Het laatste nieuws over wapenleveranties aan Irak kwam in maart 2003 uit Washington. In het Congres werd gesteld dat Frankrijk en Duitsland wapens aan Irak hebben geleverd in 2003. Waarmee werd gesuggereerd dat het ‘Oude Europa’ militair tegen de Verenigde Staten aan het samenzweren was. Bij Frankrijk zou het om onderdelen voor Mirage jachtvliegtuigen en Gazelle aanvalshelikopters zijn gegaan. Meteen werd opgeroepen om Franse wijnen en de grootste Franse vliegshow (militair en civiel) in juni van dit jaar te boykotten.(7) Eurocopter – de producent van de helikopter onderdelen - liet weten dat sinds 1991 geen leveranties aan Irak hebben plaatsgevonden.(8) Of de rechtse Washington Times een smeercampagne begon tegen de Franse tegenstander in de Veiligheidsraad kan niet bewezen worden, maar lijkt wel waarschijnlijk. De verwijzing naar Duitsland betreft waarschijnlijk een kwestie die op 7 maart voor een Duitse rechter kwam en eerdere leveringen uit de jaren negentig betreft. Op 5 maart werd een in Bulgarije gearresteerde Amerikaan van Irakese geboorte naar Duitsland uitgewezen om berecht te worden. De Irakees had samengewerkt met een Duitser die onderdelen voor een zwaar kanon (ontworpen door de Canadees Gerald Bull die ook werkte aan een zogenaamd superkanon in Irak voordat hij in 1990 in Brussel vermoord werd) en voor Mirage vliegtuigen via Jordanië naar Irak had geëxporteerd. De Amerikaans/ Irakese verdachte zelf leverde voor 1990 60 ton chemicaliën via een bedrijf gevestigd in de hoofdstad van de country muziek, Nashville. Dit werd bekend uit een document dat de Iraki’s in 1996 aan de VN overlegden. Als de grond in de VS hem te heet onder de voeten wordt verlegt de verdachte in 1991 zijn activiteiten naar Amman in Jordanië en werkt met de verdachte Duitser samen.(9)

In februari 2003 wordt beweerd dat Portugal voor 54.000 euro torpedo’s en kogels aan Irak levert. De Portugese overheid ontkent de feiten.(10) Even daarvoor wordt met de vinger richting Slovenië gewezen tijdens de multimedia show van Colin Powell in de Veiligheidsraad. Slovenië zou volgens Powell batterijen hebben geleverd aan Irak die gebruikt kunnen voor de verrijking van Uranium. De Slovenen ontkennen alles en verwijzen naar een vaker voorkomend misverstand dat Slovenië verward wordt met Slowakije, dit laatste land zou een dergelijke levering wel voor haar rekening kunnen nemen, aldus een medewerker van een Sloveense natuurkundig onderzoeksinstituut.(11) Voor dergelijke leveringen bestaat geen bewijs. Wederom een voorbeeld dat de inspecteurs hun agenda nog wel even konden vullen met gericht onderzoek. Wel wordt in Slowakije eind een deal gesloten tussen een aantal wapenverkopers en Irak om onderdelen voor Russische wapens te leveren. Op het moment dat de deal begin 2003 in het nieuws komt zijn er nog geen wapens geleverd en je kan aannemen dat er sterke aandrang is geweest om het bij een contract te laten en de levering voor onbepaalde tijd op te schorten.(12) Slowakije is immers een van de landen die de oorlog van de VS ondersteunt. In Kaapstad wordt een inval gedaan bij een Finse fraudeur die een bestellijstje van Irak op zak had voor wapens ter waarde van vele miljoenen.(13)

Oost-Europese wapens

Vooral vanuit Oost-Europa gaan wapensystemen en onderdelen naar Irak. Daarmee kunnen verouderde wapens gemoderniseerd worden. Vanuit de Oekraïne zouden radars aan Irak geleverd zijn die geen signalen uitzenden die Amerikaanse en Britse piloten op kunnen vangen. De leveringen kunnen niet bewezen worden, maar evenmin kan de Oekraïne zijn onschuld bewijzen en daarom wordt het regime in Kiev bestaft.(14) Het juridische principe ‘onschuldig tot het tegendeel bewezen is’ blijkt niet te gelden. Verder zijn Oekraïense geniebruggen in Irak gevonden. De Oekraïense Minister van Buitenlandse Zaken ontkent echter dat de Oekraïne de bruggen naar Irak heeft uitgevoerd.(15)

De grootste zorgen baren de VS de leveringen vanuit Servië.(16) Volgens de International Crisis Group is de huidige regering niet in staat gebleken de politieke leveringen vanuit Joegoslavië naar Irak die onder Milosovic zijn opgezet te stoppen. Er is sprake van een old-boys netwerk dat kan worden getypeerd als een Crimineel Militair Industrieel Complex. De leveringen betreffen een heel scala wapentypen.(17)

Verder worden er in het afgelopen jaar leveranties vanuit Wit- Rusland, Roemenie en Bulgarije ontdekt. De wapenhandel met Irak wordt nauwlettend in de gaten gehouden en veel wordt gestopt. Een goed voorbeeld is de verkoop van pantservoertuigen vanuit Bulgarije naar Irak. De Bulgaarse autoriteiten stoppen de levering omdat ze vrezen dat dit hen het NAVO-lidmaatschap kan kosten.(18)

Cowboy in het Witte Huis

Al deze voorbeelden bij elkaar kunnen de indruk geven dat een constante stroom wapens richting Irak gaat en dat het land tot de tanden is bewapend en terug kan vechten met conventionele wapens. Dat is echter nauwelijks het geval. Terwijl Irak een van de voornaamste klanten voor wapens was in de jaren tachtig is geen land zo ontwapend als Irak gedurende de jaren negentig. De oorlog in 1990-1991 schakelde al een groot deel van de wapens uit. Iraakse vliegtuigen werden bijvoorbeeld vernietigd. Dit was een reden dat Irak de overgebleven vliegtuigen zo lang stalde in Iran. Teheran heeft ze volgens rapporten nooit teruggegeven.(19) Die is Irak dus kwijt. De bombardementen in de no-fly zone die vanaf 1991 tot deze week op luchtdoelgeschut en recentelijk ook landgeschut zijn uitgevoerd, vernietigden een belangrijk deel van de Iraakse arsenalen. De luchtbombardementen van 1998 en de aanval van 1993 op Bagdad zijn andere voorbeelden van acties in de jaren negentig geweest waarbij Iraakse wapens werden vernietigd. Verder loopt er een wapenembargo waardoor wapens moeizaam Irak binnengesmokkeld moesten worden. In november 2002 werd aan dit pakket aan ‘ontwapeningsmaatregelen’ nog een methode toegevoegd. Bush verordonneerde dat wapenstromen naar landen van de ‘as van het kwaad’ door special forces aangepakt mogen worden en zo nodig mogen wapenhandelaren worden gedood.(20) Het kan nauwelijks gekker en hoewel mensen die pleiten voor genuanceerdheid vinden dat je niet kan stellen dat er een cowboy in het Witte Huis zit, lijkt het er wel op. Het is niet verwonderlijk dat de aanpak van Hans Blix in dit licht als weinig daadkrachtig wordt gezien.

Gebruikte routes via buurlanden, animo voor wapenembargo neemt af

Syrië helpt Saddam Hoessein met wapenleveranties. Westerse inlichtingendiensten ontdekken dat sinds december 2002 52 kratten met nieuwe luchtverdedigingssystemen van Russische makelij Irak binnen zijn gesmokkeld. De goederen die zijn verscheept door een handelaar uit Wit-Rusland gaan in december 2002 de Syrisch/Iraakse grens over.(21) Syrië en Jordanië worden gebruikt om wapens de grens over te smokkelen. Het is een van de voorbeelden dat de steun voor de wapenboycot van de Verenigde Naties aan het afnemen is. De leveringen worden betaald vanuit het ‘olie voor voedsel programma.’ De papieren die dit mogelijk moeten maken worden vervalst. Terwijl dit programma wel voor zo’n 500.000 Iraakse doden heeft gezorgd, is het niet waterdicht met betrekking tot wapenleverantis daarvoor is de medewerking van overheden noodzakelijk. Dit is geen argument tegen het programma, maar wel een aanvulling op de stelling dat vooral de burgers van Irak er de dupe van zijn. Het heroverwegen ervan wordt echter steeds weggewuifd. Het is Saddam Hoesein die verantwoordelijk is voor de slachtoffers, zo wordt daartoe gesteld. De humanitaire ramp in het kwadraat wordt op de koop toegenomen. Niet alleen in de Arabische regio leidt dit tot veel verontwaardiging ook binnen het Westen en de Verenigde Naties zelf is de kritiek enorm. De animo voor het handhaven van het wapenembargo neemt navenant af. Zeker sinds in 1998 de wapeninspecteurs terug getrokken zijn. Syrië opent zijn grenzen nog verder in de zomer van 2002 als duidelijk wordt dat de Verenigde Staten op ramkoers liggen.

Totdat de Verenigde Staten kiezen voor de weg naar oorlog is het zichtbaar dat de Iraakse militaire capaciteiten afnemen. Steeds minder vliegtuigen kunnen de lucht in en moeten gekannibaliseerd worden om de resterende vloot in de lucht te houden. Halverwege 2002 worden weer meer vliegtuigen in het Iraakse luchtruim geconstateerd door het Pentagon.(23) Het wapenembargo wordt in het zicht van de oorlog steeds meer ontdoken. Uitspraken over preventieve aanvallen desnoods met kernwapens door de VS nodigen de dictators in het Midden-Oosten niet echt uit om medewerking te verlenen aan de door de Verenigde Staten gevoerde politiek. Daar komt nog bij dat de opstelling van de verenigde Staten ten opzichte van Israël een stuk vriendelijker is. Volgens Jaap de HoopScheffer wordt het Israëlische leger op de been gehouden door Amerikaanse wapenleveranties.(24) Ook al een reden dat met het steunen van de VS politiek in de regio weinig eer te behalen valt bij de bevolking van de landen in het Midden-Oosten.

Meer wapenhandel als gevolg van de oorlog

Er zijn landen in de regio die hun voordeel doen met de botte Amerikaanse machtspolitiek. Na de aanslagen in New York en Washington werden landen in het Midden-Oosten voorzien van meer en moderne wapens om ze te winnen voor de coalitie tegen het terrorisme. Ook om landen te winnen voor de oorlog tegen Irak wordt het middel van wapenleveranties ingezet. Jordanië wordt momenteel flink bewapend door de Verenigde Staten. Het staatje aan de grens van Irak wordt daarmee gepaaid om niet weer als in 1990-1991 een halfslachtige houding in te nemen, maar medewerking te verlenen aan de Amerikaanse oorlogsinspanningen. Het miljarden pakket waarmee de VS Turkije probeerden te paaien bevatte ook wapenleveranties.

Nog opmerkelijker is dat op dit moment in Washington al gewerkt wordt aan het wegnemen van de belemmeringen van wapenverkopen aan Irak. De Bush administratie loopt daarmee vooruit op het feit dat Saddam Hoessein gevallen is en de nieuwe machthebbers wapens moeten hebben. De beperkingen moeten worden opgeheven als: “dergelijke exporten in het belang van de Iraakse bevolking zijn of bijdragen aan de politieke veranderingen in Irak,” aldus interne documenten van de Amerikaanse regering. Een woordvoerder van de Aerospace Industrie Associatie ziet er geen probleem in. Door de leveranties van bijvoorbeeld radio’s aan Irak kunnen de Iraki die dan de macht met de VS mogen delen spreken met de Amerikaanse strijdkrachten in het land.(25) Business Week voorzag dit fenomeen al in november 2002 en schrijft een realistisch fantasieverhaal over het Irak van na Saddam Hoessein: “Als de VS net klaar is met het wegnemen van de massavernietigingswapens van Saddam Hoessein overweegt dan al weer Bagdad te herbewapenen. Overdreven. Nauwelijks. Sommige Irak-watchers in de VS zijn al weer aan het piekeren hoe een post- Saddam Irak moet worden versterkt. Sommige analisten op de beurs in Wall Street spreken over een nieuwe exportmarkt voor Amerikaanse wapenfabrikanten.”(26) Hoewel bizar hoeft dit overigens nauwelijks verbazing te wekken. Het hele Midden-Oosten is afzetgebied voor wapens en de Verenigde Staten zullen Irak nodig hebben in hun strijd tegen een volgend vaak genoemd doelwit: Iran.

De tactieken van Washington zullen niet leiden tot minder maar eerder tot meer problemen met massavernietigingswapens. Het niet aan boord krijgen van Syrië maakt het mogelijk dat vanuit deze totalitaire staat de wapenstromen richting Bagdad momenteel niet aan banden worden gelegd, maar worden toegestaan. De oorlog buiten het VN-handvest om zal het wantrouwen in de wereld verder versterken. Een land als China zal zich wel twee keer achter de oren krabben voordat het denkt over de vermindering van de kernbewapening, eerder zal men in Peking de ingeslagen weg naar vernieuwing van het leger na de Tweede Golfoorlog in een hogere versnelling zetten. Op maandag 17 maart weigerde Rusland een verdrag over de verdere nucleaire ontwapening te ratificeren. Dit verdrag is bedoeld om de kernwapens beter te kunnen controleren en het proliferatiegevaar vanuit Rusland te verkleinen. Het lijkt de Amerikanen nauwelijks te deren dat het gevaar eerder toe dan afneemt door hun unilaterale politiek. Zelfs Groot Brittannië de belangrijkste bondgenoot wordt door Rumsfeld geschoffeerd als de medewerking niet vlot genoeg verloopt, we kunnen het ook wel zonder jullie, zegt hij.

Wapenleveranties aan het Midden-Oosten en onze man in Bagdad

De meest bizarre bijdrage van Nederland aan de bewapening in het Midden Oosten is onze man in Bagdad. De Nederlandse chemicus Frank van Anraat is een Nederlander in de Iraakse hoofdstad. Hij is in de jaren tachtig verantwoordelijk voor het grootste deel van de Iraakse importen voor het chemische wapensprogramma. Toch wordt hij in Nederland niet gezocht, aldus een ambtenaar van Buitenlandse Zaken.(27) Wel gevolgd door de AIVD.(28)

Van de zorgen rond de wapenleveranties naar het Midden-Oosten van begin jaren negentig is inmiddels nog weinig over. Behalve voor Irak en Iran. Sinds die tijd worden de wapenverkopen aan het Midden-Oosten flink opgeschroefd. Nederland sluit in 1996 zijn grootste wapendeal van de jaren negentig in de Verenigde Arabische Emiraten en levert voor een bedrag van 370 miljoen euro twee fregatten aan de Emiraten. Van de Nederlandse wapenexporten in de periode 1997-2001 gaat 14% naar het Midden- Oosten.

In de week voordat de oorlog tegen Irak losbarst zijn Nederlandse bedrijven en afdelingen van de ministeries van Economische Zaken en Defensie in de regio om wapens te slijten op de grootste wapenbeurs van de regio: IDEX(29) Een paar maanden eerder verkoopt de Rotterdamse Droogdok Maatschappij (RDM) kanonnen in de vorm van 18 stuks mobiel geschut aan de Jordaanse special forces. De Mobat is een product dat op een DAF truck (YA4440) wordt gezet.(30) Het kruitvat in het Midden-Oosten mag zich voorbreiden op de volgende oorlog. Terwijl de huidige nog niet eens echt begonnen was. Ook met Nederlandse wapens.

Martin Broek
Campagne tegen Wapenhandel maart 2003

Noten:
1) anti-Golfoorlog-komitee, ‘ Hun oorlog? Achtergrondinformatie over en Nederlandse betrokkenheid bij DE GOLFOORLOG,’ april 1988. Penn-NL ‘Aanval op Irak, recente ontwikkelingen,’ Facts and Reports nr. 14, oktober 2002 (papieren versie, helaas ontbreken de artikelen over Nederlandse betrokkenheid in de digitale versie op www.eurobomb.nlhttp://www.eurobomb.nl/. Verder een groot aantal artikelen in Vrij Nederland van Colijn en Rusman.
Zie http://www.iraqwatch.org voor leveranciers. Op deze website wordt een Nederlandse levering in 1988 van atropine (een tegenmiddel tegen zenuwgassen) door een onbekend Nederlands bedrijf genoemd.
In een artikel van CounterPunch wordt bovendien het brits Nederlandse Unilever genoemd als leverancier van biologische of chemische wapen componenten. Een bedrijf dat ik verder niet tegen ben gekomen. Kurt Nimmo, ‘Bush Senior: Hating Saddam, selling him weapons,’ 19/09/02, www.counterpunch.org/nimmo0919.html.
2) Jos Slats, ‘Iraakse kijkers,’ Vrij Nederland 26/05/01.
3) http://www.disarmamentun.org/UN-REGISTER.nsf
4) Neil Mackay, 17 British firms armed Saddam with his weapons,’ The Sunday Herald 23/02/03
5) Sean Boyne, ‘Iraq boosts air defence network,’ Jane’s Intelligence Review juni, 2002.
6) Marc Erikson, ‘Germany’s leading role in arming Iraq,’ 05/02/03; Felix Kurz en Georg Mascolo, ‘Saddam’s List,’ Der Spiegel 25/02/02.
7) Bill Gertz, ‘Probe Sought Of French Parts Sales, Senator terms transfers 'treason,' Washington Times 08/03/03.
8) Eurocopter persbericht; 07/03/03
9) Agence France Presse, ‘Wanted Iraqi arms dealer extradited to Germany,’ 07/03/03; Associated Press Worldstream, ‘Court orders extradition of Iraqi suspected of illegal arms trade,’ 10/02/03; New York Times, ‘U.S. Businessman Linked to Iraqi Arms Purchases,’ 23/01/03; Felix Kurz and Georg Mascolo, ‘Things That Go Bang: US-Iraqi, Detained in Sofia at German Judiciary's Request, Proves to Be One of Saddam's Most Nefarious Procurers,’ Der Spiegel (Internet Version-WWW) in German 13/01/ 03; ‘THE SUPERGUN,’ Canadian Broadcasting Corporation, CBC TV, 06/11/02
10) Agence France Presse, ‘Portugal sold arms to Iraq in violation of UN embargo: report 27/02/03.
11) ‘Slovene Companies Deny Sale of Banned Equipment to Iraq,’ Text of report by Slovene radio on 06/02/03
12) COMPLETES DEAL FOR SLOVAKIAN ARMS, http://www.menewsline.com/stories/2003/january/01_22_1.html
12) ‘Gun running to Iraq probed,’
http://www.news24.com/News24/South_Africa/News/0,1113,2-7- 1442_1306666,00.html, 13/01/03
13) Anya Tsukanova, ‘Ukraine fails to come clean in arms-to-Iraq scandal,’ AFP 05/11/02; Robert Anderson, Stephen Fidler, Andrew Jack, Stefan Wagstyl en Tom Warner, ‘The former Soviet Republics are accused of supplying weapons to roque states in defiance of United Nations or US embargoes,’ Financial Times 21/10/02.
14) Associated Press, ‘Ukraine Denies Selling Bridges To Iraq,’ 13/01/03
15) Daniel Williams en Nicholas Wood, ‘E. Europe Armaments find Way to Iraq; Some suppliers Are About to be offered NATO Membership,’ Washington Post 21/11/02
Een rapport van de international crisis group, ‘Arming Saddam; The Yugoslav connection,’ 03/12/02
http://www.crisisweb.org/projects/balkans/serbia/reports/A400835_0 3122002.pdf geeft een groot aantal voorbeelden van wapenleveranties.
17) Daniel Williams en Nicholas Wood, ‘E. Europe Armaments find Way to Iraq; Some suppliers Are About to be offered NATO Membership,’ Washington Post 21/11/02.
18) Arie Farnam, ‘Iraq Buying arms in East Europe’s Black markets; two Czechs and a German were arrested in the latest smuggling case,’ Christian Science Monitor 11/09/02
19) Gary C. Gambill, ‘Syria Rearms Iraq,’ Middle East Intelligence Bulletin Vol. 4, n. 9, september 2002.
20) Charles Laurence, David Wastell en Jack Fairweather, ‘US forces told to destroy supply lines of terror Bush gives order to target covert routes as weapons inspections begin in Iraq,’ Sunday Telegraph 24/11/02.
21) Con Coughlin, ‘Syrians Smuggling Arms To Baghdad,’ Sunday Telegraph, 15/12/02.
22) Arie Farnam, ‘Iraq Buying arms in East Europe’s Black markets; two Czechs and a German were arrested in the latest smuggling case,’ Christian Science Monitor 11/09/02
23) Sean Boyne, ‘Iraq boosts air defence network,’ Jane’s Intelligence Review juni, 2002.
24) Algemeen Overleg Wapenexportbeleid oktober 2002.
25) Amy Svitak, ‘White House Seeks Exports to Iraq,’ Defense News 11/02/03
26) ‘Affairs of State; Rearming A post-saddam Iraq,’ BusnessWeek online, 21/11/02.
27) Arnold Karskens, ‘Handelsreiziger in de dood; Saddam Hoeseins gifgas leverancier is een Nederlander: Frans van Anraat,’ Nieuwe Revue
28) Joost de Haas en Charles Sanders, ‘Nederlander aan basis chemische wapens Saddam,’ Telegraaf 08/02/03.
29) Zie www.stopwapenhandel.org
30) Press Release RDM Technology 22/01/03 en www.stopwapenhandel.org

maart 2003

donderdag 1 juli 1999

Leveranties aan Turkije; lakmoes proef voor Nederlands wapenexportbeleid

"Iedere keer als Turkije bombardementen uitvoert op Koerdische doelen, vragen wij ons af of ze daarvoor 'onze' Starfighters gebruiken." Deze uitspraak is niet van een solidariteits activist met koerdistan of een lid van de vredesbeweging, maar werd begin dit jaar gedaan door een medewerker van het Ministerie van Defensie. Hij stelde ook dat het Ministerie niet weer wil worden geconfronteerd met een zo duidelijke schending van het Nederlandse wapenexportbeleid. We moeten echter vrezen dat de woorden van de betreffende ambtenaar een praatje voor de vaak zijn. Turkije is op twee na de grootste importeur van wapens in de wereld en ook voor Nederland is het een belangrijke klant (zie kader). Een onthutsend kijkje in de keuken van het Nederlandse wapenexportbeleid.
 

Het regeerakkoord van Paars II stelt dat Nederland de op papier strenge wapenexportrichtlijnen strikt wil gaan naleven. Wapenleveranties worden sinds 1991 getoetst aan een viertal criteria: geen leveranties naar spannings- of oorlogsgebieden, geen leveranties waarvan gevreesd moet worden dat de geleverde wapens ingezet kunnen worden bij mensenrechtenschendingen, geen leveranties naar landen waar tegen een wapenboycot van de VN-veiligheidsraad of de Europese Unie loopt, en geen leveranties aan landen die teveel besteden aan defensie ten opzichte van uitgaven voor sociale voorzieningen. In september 1999 wordt daar als vijfde criterium aan toegevoegd dat geen wapens mogen worden geleverd aan landen die niet rapporteren aan het wereldwijde wapenregister van de Verenigde Naties dat in 1991 is opgezet. Bovendien worden door Nederland de in 1998 aangenomen richtlijnen van de Europese Unie nagevolgd, die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse. Daarnaast heeft Nederland in november 1998 besloten geen catalogi met tweede hands wapens meer aan te bieden aan landen waar het inkomen per hoofd van de bevolking kleiner is dan 3035 dollar per jaar. Ook een land als Turkije zou op grond van dit laatste niet meer in aanmerking komen voor aanbod van tweede hands wapens. Toch is Turkije, de op twee na grootste importeur van wapens in de wereld, ook voor Nederland een belangrijke klant.

Spagaat 

De criteria zijn richtlijnen voor het wapenexportbeleid. Ze zijn dus niet bindend. Bovendien blijken de criteria voor verschillende uitleg vatbaar te zijn. In het klassieke conflict tussen de dominee en de koopman, blijkt de koopman daarbij steeds het pleit te winnen. Zo verdedigde Minister van Aartsen van Buitenlandse Zaken onlangs leverantie van wapens aan landen in het Midden-Oosten. Hij wees hierbij op het vriendelijke karakter ervan of de bedreiging door buurlanden. Het spanningsgebieden criterium werd voor het Midden- Oosten versmald tot het niet leveren van wapens aan Irak en Iran. Ook met betrekking tot Turkije weet men steeds goede redenen te vinden waarom leveranties wel mogelijk moeten zijn. Deze retorische spagaten waren tot vorig jaar formeel zelfs niet nodig. Aan Turkije werden wapens geleverd zonder dat toetsing aan de criteria verplicht was, simpelweg omdat het een NAVO-bondgenoot is. In 1998 is voor Turkije en Griekenland een uitzonderingspositie ingesteld. Het zijn nu de enige landen binnen de NAVO waarbij wapenleveranties wel aan de criteria getoetst moeten worden. Wapenleveranties aan Turkije worden al heel lang met argusogen gevolgd. Niet alleen door solidariteits- en vredesbeweging, maar ook de Nederlandse overheid. Turkije is dan ook de meest gemilitariseerde, instabiele en ondemocratische NAVO-bondgenoot. Dat wapenleveranties aan Turkije sinds kort worden getoetst aan de richtlijnen voor het wapenexportbeleid is daarom niet meer dan normaal. Helaas heeft dit tot nu toe nauwelijks gevolgen gehad voor de praktijk. Ook verdergaande stappen die Nederland heeft genomen hebben nauwelijks iets om het lijf. In 1995 werd door Nederland een tijdelijke boykot ingesteld en sinds 1997 worden geen wapens geleverd aan de Turkse lucht- en landmacht. Tenminste officieel. Beide krijgsmachtonderdelen ontvangen nog volop Nederlandse wapens, omdat dit beleid zo rekbaar als elastiek is. De maatregelen die tegen Turkije genomen worden zijn ook om een andere reden vooral cosmetisch van aard. Een tijdelijke stop op wapenleveranties is vooral een diplomatieke zaak. Feitelijk levert het hooguit een kleine vertraging op in de bewapeningsprogramma's. Bovendien is de belangrijkste afnemer de Turkse marine, die bijna zijn gehele vloot heeft uitgerust met produkten van Nederlands grootste wapenproducent Hollandse Signaal Apparaten (HSA). Ook deze laatste leveranties zijn opmerkelijk, aangezien de troebelen tussen Turkije en Griekenland in de Egeische Zee de conclusie rechtvaardigt dat hier sprake is van een spanningsgebied. 

Koerden 

De geciteerde ambtenaar van Defensie maakt zich echt zorgen of wil ons zand in de ogen strooien. Geen enkel land kreeg immers zoveel jachtvliegtuigen van Nederland als Turkije. Deze leveringen zijn allerminst stopgezet toen bleek dat Turkije er niet voor terug deinsde dit zware wapen tegen de Koerden in te zetten. 

De al genoemde Starfighters (44 stuks) werden vanaf begin jaren tachtig - vlak voor de staatsgreep van september 1980 - tot november 1983 aan Turkije geleverd. De levering werd door toenmalige Kamerleden van der Spek (PSP) en Van den Bergh (PvdA) zwaar bekritiseerd. Van den Bergh vond dat de levering het militaire regime een legitimiteit zou verschaffen die het niet verdient en Van der Spek vreesde inzet tegen de eigen bevolking. "Voor het gebruik van straalvliegtuigen ter intimidatie van de bevolking ontbreekt iedere aanwijzing," aldus toenmalig Minister van Buitenlandse Zaken van den Broek. Zo'n vijftien jaar later wordt dit dan eindelijk door het Ministerie van Defensie weersproken. Het kwaad is dan al geschied. De dooddoener van Van den Broek 'geen inzet tegen eigen bevolking' wordt tot op de dag van vandaag nog steeds gebruikt bij wapenleveranties en niet alleen bij die aan Turkije. Het principiele argument van Van den Bergh wordt daarentegen tot op heden nooit serieus genomen. De uitspraak van de Klaas Vaak op het Ministerie van Defensie lijkt vooral bedoeld om een verontruste journalist gerust te stellen. Dit kan je afleiden uit het gegeven dat Turkije zijn Starfighters enkele jaren geleden heeft afgestoten. Turkije kan ze daarom niet meer inzetten tegen de Koerden. De vrees van Defensie werd op zijn zachtst gezegd nogal onzorgvuldig verwoord en lijkt daarom een weinig serieus deel van het beleid. Na de Starfighters zou een volgende lading jachtvliegtuigen volgen. Vanaf eind jaren tachtig leverde Nederland 60 straaljagers van het type NF-5 aan Turkije. Deze zijn nog wel in gebruik bij de Turkse luchtmacht. Ook tegen deze leveranties vonden protesten plaats. Op 1 januari 1989 hakten twee vredesactivisten in op NF-5's die in Woensdrecht klaar stonden om naar Turkije te vliegen. Een medewerker van het tijdschrift Onze Luchtmacht beschreef jaren later dat NF-5's in de periode 1991-1994 ingezet werden voor 672 verkennings- en bombardementsvluchten. Nog steeds worden NF-5's met enige regelmaat ingezet tegen Koerdische doelen, zo kan regelmatig uit de krant worden vernomen. 

F-16's en granaten

Turkije bouwt sinds de jaren tachtig zelf ook jachtvliegtuigen. Het gaat hier om de ook in Nederland in gebruik zijnde F-16. In 1988 sprak Nederland met Turkije af dat het hoogwaardige technologie voor de elektronische oorlogsvoering en vluchtsimulators voor de F-16's zou leveren. (E.e.a. was onderdeel van een veel omvangrijker afspraak tussen Nederland en Turkije (Jane's Defence Weekly 4/6/88, p. 1101)). Of dit soort leveringen nog steeds lopen is onbekend. Wel is bekend dat in iedere door Turkije geproduceerde F-16 Nederlandse onderdelen zitten. Verder adverteert Koolhaas Alphen, een op Schiphol gevestigd onderhoudsbedrijf, al jaren in de gids 'Catalogue of Netherlands Defence Related Industries' dat het vliegtuigen van de Turkse luchtmacht en marine onderhoudt. De Nederlandse bijdrage aan Turkije's jachtvliegtuig arsenalen is zeer uitgebreid te noemen. Als Nederland echt wil voorkomen dat Nederlandse technologie en straaljagers tegen de Koerden worden ingezet is het tijd om de relaties op dit gebied te verbreken. Tijdens het eerder genoemde overleg tussen Nederland en Turkije in 1988 werd ook het eerste contact gelegd over de gezamenlijke productie van de M-483A1 clustergranaat. Het is deze levering aan Turkije die in de jaren negentig de meeste politieke aandacht zou krijgen. Stukjes bij beetjes zijn de details rond de gezamenlijke produktie van 309.000 granaten in Turkije en Nederland duidelijk geworden. Het is zelfs gebleken dat de Nederlandse overheid de belangen van de Turkse staat bij het afsluiten van de levering voor haar rekening heeft genomen. De granaat in kwestie is een van die militaire produkten waarbij je je af vraagt of het technisch vernuft dat ze heeft ontwikkeld wel eens nadenkt over de gevolgen bij het gebruik. De granaat bestaat uit 88 kleinere subgranaten die uiteenspatten boven het doel en alles op een oppervlakte ter grootte van een voetbalveld kunnen vernietigen. Ook bij deze levering werd de druk van de ketel gehaald door te stellen dat de wapens niet ingezet zouden (kunnen) worden tegen burgers. Dit argument werd het eerst gebruikt door Van den Broek en vervolgens herhaald door al zijn opvolgers: Kooymans, Van Mierlo en Van Aartsen. Nog onlangs stelde D'66 Kamerlid Hoekema dat de M-483A1 granaat alleen tegen materieel kan worden gebruikt. Een heel scala aan argumenten kan hier tegen worden ingebracht, maar het sterkste bewijs is nog wel het document van de Directie Materieel Afdeling Munitie van de Koninklijke Landmacht waaruit duidelijk wordt dat de granaat kan worden ingezet tegen materiele en personele (mensen dus) doelen. De belangenverstrengeling van de Nederlandse regering - die enerzijds zaakwaarnemer voor de Turkse staat is in een wapendeal en anderzijds een controlerende functie heeft op het gebied van wapenleveranties - kan als verklaring worden gezien dat deze levering zonder noemenswaardige problemen afgerond kon worden. Alle oppositie ertegen ten spijt. Begin vorig jaar vroeg het parlement toenmalig minister van Buitenlandse Zaken van Mierlo per brief de leveringen van de granaten tijdelijk op te schorten. De leveringen gingen echter gewoon door. De Minister stelde simpelweg dat hij de brief nooit had ontvangen. Gezien deze hele gang van zaken is de nogal formele houding van het parlement dat ze niet vooraf, maar alleen achteraf, het wapenexportbeleid van de regering wil controleren wel erg misplaatst. 

Evaluatie 

Het Nederlandse wapenexportbeleid oogt op papier streng. Het wordt echter niet strikt gehanteerd en de interpretatie ervan lijkt vooral gericht op zo min mogelijk belemmeringen bij leveranties. De levering van jachtvliegtuigen en clustergranaten door Nederland aan Turkije laten zien dat het mensenrechtencriterium uit de wapenexportrichtlijnen weinig serieus wordt genomen. Dat alle belangrijke Turkse marineschepen zijn uitgerust met commandosystemen en vuurleidingssystemen van Nederlands grootste wapengrutter HSA, maakt duidelijk dat ook het spanningsgebiedencriterium met betrekking tot Turkije een wassen neus is. Sinds 1997 loopt er een opmerkelijk samenwerkingsproject tussen HSA en het Marine Software Ontwikkel Centrum in Turkije (TNSDC). Onlangs maakte Turkije bekend dat het zijn zelfstandigheid op het gebied van de ontwikkeling van militaire software wil vergroten. Ali Bilge, werkzaam bij een Turkse organisatie voor strategische studies stelt: "Als je zelf je defensiepolitiek uit wil zetten dan moet je de vijand zelf kunnen definieren en je eigen software hebben." Een op het eerste gezicht onbelangrijke levering, van software, blijkt militair strategisch van groot belang en de Nederlandse bijdrage hieraan is slechts een van de voorbeelden dat het Nederlandse wapenexportbeleid faalt. De mooie woorden die Paars II er aan wijdt ten spijt.

Martin Broek 

P.S. Na publicatie van dit artikel werd bekend dat Turkije en Nederland beide partner worden in het Amerikaanse programma voor de productie van een opvolger van de F-16 (de joint strike fighter). Ook vanuit deze samenwerking zullen weer leveranties aan Turkije volgen, zie elders op dit blog onder JSF of F-35.


Uit: Uit: INZET-Magazine; opinieblad over internationale samenwerking, juli 1999, nr. 43

Verder lezen: VD AMOK houdt ontwikkelingen m.b.t. wapenhandel naar Turkije bij De Turkije connectie, (Amsterdam: Pax Christi, AMOK AMV, 1993) Oorlog in Turkije; militaire aspecten, de Koerdische kwestie en de dienstweigerbeweging (Amsterdam: Stop de oorlog in Turkije, 1995) Nederlands wapenexport beleid in de jaren '90 (Amsterdam/Breda: Papieren Tijger/Platform tegen wapenhandel, 1998)  

Redactie-adres
INZET-Magazine Keizersgracht 132
1015 CW Amsterdam

vrijdag 30 april 1999

Oorlog is geen spelletje

Naast de vredesactivisten, die zich gedurende de ITEC beurs in Den Haag drie dagenlang voor de ingang geposteerd hadden uit protest tegen de wapenhandel, werd de beurs aangedaan door een delegatie van Haagse gemeenteraadsleden. Zij wilden met eigen ogen zien of de beurs inderdaad een zodanig militaristisch karakter heeft, waardoor het niet langer gepast is om ITEC in Den Haag, dat zich als vredesstad profileert, plaats te laten vinden. Martin Broek van het Platform tegen Wapenhandel begeleidde de delegatie.

Protest bij AFCEA-beurs, Brussel
"Dit is nu de veel besproken virtual reality", vertelde een medewerker van CAP Gemini aan de Haagse gemeenteraadsleden die poolshoogte kwamen nemen op de International Training Equipment Conference, kortweg ITEC. Overal in de hal van het Congrescentrum in Den Haag vertoonden beeldschermen en flatscreens computer-animaties van vooral oorlogssituaties. Het leek wel een morbide kermishal. Als lid van het Platform tegen Wapenhandel liep ik met de raadsleden mee om commentaar te kunnen geven en de kwalijke kanten van deze spelletjes naar voren te brengen. Het oriënterende bezoek begon met een heuse briefing. Twee directeuren, een medewerker van TNO en van CAP Gemini probeerden de raadsleden ervan te overtuigen dat ITEC een veelzijdige beurs is, waar naast militaire simulatie, ook veel simulatie voor civiele toepassingen (brandweer, spoorwegen, ziekenhuizen en architectenbureaus bijvoorbeeld) te vinden is en dat juist deze tak snel groeit. Tegen veilige spoorwegen en een goed geoefende brandweer kan toch niemand bezwaar hebben.

"Kijk, hier zien we Nederland", stelde een van onze begeleiders enthousiast vast. Plots liet de op het scherm voorbij vliegende straaljager bommen vallen. Opflitsende vlammetjes en rookpluimen lieten zien waar Nederland getroffen werd. Foutje in de regie. De medewerker maakte later zijn fout goed door fel te ageren tegen de toren die in het centrum van Den Haag gebouwd zal worden. Door deze toren in een simulatie van Den Haag te plaatsen kan je zien welke horizonvervuiling optreedt en hoe het oude centrum verpest wordt, zo verkondigde hij. Ideaal voor politieke beslissers en architecten. Met deze laatste PR truc kwam een einde aan het bezoek.

Er kan nu geen twijfel meer over bestaan dat ITEC een beurs is voor militaire simulatie produkten. Simulatie wordt niet alleen gebruikt voor opleidingsdoeleinden, maar wordt ook ingezet om piloten, voordat ze weg vliegen vertrouwd te maken met de omgeving en de doelen die ze gaan bombarderen. Bovendien zijn sommige produkten die worden gebruikt voor simulatie dezelfde als die worden toegepast in echte oorlogsituaties, zoals de helmen van straaljager piloten. Tenslotte wordt het afvuren van allerlei soorten wapens, dus ook kernwapens, gesimuleerd. Op ITEC ligt simulatieapparatuur voor iedere militair: van de generaal of admiraal die het hele slagveld moet overzien tot de infanterist die zijn geweer af moet kunnen schieten; van jachtvlieger tot boordschutter. Overigens wordt de simulatie waarmee kernwapens kunnen worden 'vervolmaakt' zonder proeven niet op dergelijke beurzen aangeboden. Dat houden de landen waar ze geproduceerd worden liever in eigen handen.

Er is op ITEC dus ook simulatie aanwezig voor brandweerlieden, treinmachinisten en chirurgen. Voor enkele Haagse gemeenteraadsleden was dit reden om twijfel te hebben of ITEC wel uit Den Haag geweerd kan worden. Zij stelden dat het hier om een brede vakbeurs ging. Als dit argument wordt gebruikt dan moet het gezien worden als excuus om niet tot een verbod te hoeven overgaan en zal Den Haag Vredesstad ook in de toekomst de enige militaire beurs van Nederland herbergen.
Allereerst is iedere wapenbeurs een vakbeurs waar mensen uit de wereld van de wapenindustrie elkaar spreken, contacten leggen, wetenswaardigheden uit wisselen en soms een contractje tekenen. Dit laatste gebeurde ook op ITEC. De vliegopleiding in Woensdrecht had op 14 april zijn handtekening gezet onder een contract voor de aankoop van een vluchtsimulator. Bovendien, als het aanprijzen van de produkten niet van belang is, waarom zit ITEC dan ook in Singapore? Toch juist omdat Zuidoost-Azië samen met het Midden-Oosten het grootste afzetgebied voor wapens is buiten de Westerse wereld?

De veelzijdige aandacht van ITEC moet echter met een korreltje zout worden genomen. De directieleden ontweken een antwoord op de vraag welk percentage bedrijven op ITEC militaire toepassingen verkoopt. Dat is niet zo gek, want het is bijna 100%. ITEC is een beurs gericht op het wereldje van de militairen. De paar Haagse brandweerlieden die er rondliepen kunnen dit niet ontkrachten.

Er zijn per jaar honderden medische beurzen in de wereld waar inkopers van academische ziekenhuizen rondlopen. Je zou denken dat medische simulatie hier wordt verkocht en niet op een militaire beurs. Een zelfde verhaal gaat op voor architecten en brandweerkorpsen. Echter militairen hebben ook ziekenhuizen en brandweerkorpsen. Ook de civiele produkten op ITEC zijn bedoeld voor legers.

Als Den Haag zijn imago als vredesstad wil handhaven moet het duidelijk zijn en militaire beurzen weren. Zo wordt het het schipperen met het vredesimago en dat is weinig geloofwaardig.

Ravage Actieblad # 283 op 30 april 1999.

dinsdag 6 oktober 1998

Rapport Nederlandse wapenhandel

Martin Broek 
 
Inhoud
 
AMOK-Campagne tegen Wapenhandel (1) constateert een groeiende aandacht bij de Nederlandse overheid om wapenhandel onder controle te krijgen. In 1998 werden nieuwe richtlijnen voor een Europese benadering van de wapenexporten aangenomen, werd in Nederland voor het eerst openbaar gerapporteerd over de Nederlandse wapenhandel, werd op verzoek van de Regering een rapport over conventionele wapenbeheersing geschreven door de Adviesraad Internationale Vraagstukken en werd verder gegaan met de inspanningen de proliferatie van kleine wapens te beperken.In het Regeerakkoord staat: "De Nederlandse Regering hanteert een strikte interpretatie van de wapenexport criteria, inclusief de EU gedragscode." (2) Nederland profileert zich ook in internationale fora als pleitbezorger van een striktere controle op wapenexporten. Tegelijkertijd ziet AMOK-CtW de Nederlandse wapenexporten in de jaren negentig gestaag groeien, waarbij aangetekend moet worden dat de enorme export in 1997 als uitzonderlijk moet worden gezien. Op een aantal terreinen is verbeteringen wenselijk: de interpretatie van de criteria, de rapportage, transparantie en de rapportage. In dit rapport wordt ingegaan op die kwesties betreffende wapenhandel die volgens AMOK-CtW voor verbetering in aanmerking komen.

Inhoud




Belangrijkste aanbevelingen
 
Inleiding
 
Evaluatie rapportages wapenexportbeleid 1997 en 1998 (januari-juni)
2.1. De gegevens in de rapportages
Bespreking en evaluatie criteria
3.1.Spanningsgebieden
3.2. Mensenrechten
3.3. Embargo's
3.4. Uitgaven t.b.v. Defensie als percentage van het Bruto Nationaal Produkt
3.5. Bespreking nieuw geformuleerde criteria
3.5.1. VN-register
3.5.2. Sufficiency rule
3.6. Conclusies
4. Transparantie
4.1. De Rapportage
4.2. Transparantie export surplus wapens
5. Overige punten van aandacht
5.1. Zwarte c.q. witte lijst
5.2. Smokkel via zee- en luchthavens
5.3. Brief Regering met betrekking wapenbeheersing 13 juli 1998
6. Bijlagen:
a- Cumulatief overzicht Nederlandse wapenexporten naar Niet NAVO- landen in de jaren '90.
b- Staafdiagram Nederlandse wapenexporten in de jaren '90.
c- Overzicht exporten Nederlandse surplus wapens.
d- Landen die boven de 4,5% norm zitten.
e- Overzicht Nederlandse transacties in 1997 en 1998 (onvolledig).

Belangrijkste Aanbevelingen

Om de onduidelijkheid m.b.t. tot definitie van spanningsgebieden weg te nemen zou een doorlopend, onafhankelijk en openbaar onderzoek moeten worden gedaan welke landen en regio's vallen onder 'gevoelige en potentieel gevoelige regio's,' zoals genoemd in het spanningsgebiedencriterium (zie 3.1); Er moet een meer omvattende visie op inzet van wapens bij mensenrechtenschendingen worden gehanteerd. Bovendien zouden in het geheel geen wapens moeten worden geleverd aan landen waar de mensenrechten op grove schaal worden geschonden. In twijfelachtige gevallen moeten standaard garanties worden gevraagd dat door Nederland geleverde wapens niet ingezet zullen worden tegen de eigenbevolking, alvorens toestemming tot een levering te verlenen (zie 3.2.); Nederland moet zich op nationaal niveau strikt aan wapenembargo's van de VN Veiligheidsraad en de Europese Unie houden en de omschrijving 'militaire goederen' niet eng hanteren Bovendien moet Nederland drukuitoefenen op landen die zich niet aan embargo's houden (zie 3.3.); Landen die meer dan 4,5% van het BNP besteden aan defensie moet zonder onderscheid Nederlandse wapens worden onthouden. Alvorens er een eenduidig (OESO) overzicht bestaat kunnen bestaande overzichten op dit gebied gebruikt worden (zie 3.4.); Landen die niet of onvolledig aan het VN-register rapporteren moeten worden uitgesloten van wapenleveranties. Bovendien moet Nederland dit als criterium bepleiten in de geeigende internationale fora (zie 3.5.1); Transparantie betreffende Nederlandse wapenexporten moet verbeterd worden door
1) het verbeteren van de bestaande rapportage (zie 4.1.) en
2) door leveringen van surplus wapens vooraf openbaar te maken (zie 4.2); Controle in Nationale lucht- en zeehavens op vrachtbrieven moet worden verscherpt en verder moet een hogere frequentie van steekproefsgewijze controles op lading worden ingevoerd. Hiertoe moeten douane en ECD de noodzakelijke middelen krijgen (zie 5.2. en 5.3.3.).

1. Inleiding

De handel in wapens en strategische goederen maakt maar een klein deel uit van de totale Nederlandse exporten, nl. 0,76% en is daarmee vergelijkbaar met het gemiddelde van de 33 rijkste landen in de wereld. (3)
Cijfers zijn echter lang niet altijd belangrijk, het gaat bij wapenhandel in belangrijke mate om de politieke situatie in het land of regio van bestemming. Een levering van 1.8 miljoen aan Algerije wekt meer verontwaardiging dan een levering van tientallen miljoenen aan Duitsland. Een levering aan een spanningsgebied meer dan een vergelijkbare levering aan Groot Brittannie. Het gaat bij wapenexporten om oorlog en vrede; om democratische ontwikkelingen en mensenrechtenschendingen. Wapens hebben een invloed op de stabiliteit in de wereld. Ze spelen een rol in de machtsverhoudingen in regio's. Wapens kunnen gebruikt worden bij mensenrechtenschendingen en in oorlogen.

2. Evaluatie rapportages wapenexportbeleid 1997 en 1998 (januari-juni)

De op 2 oktober 1998 gepubliceerde openbare rapportage over door de Nederlandse overheid de verleende wapenexportvergunningen is een grote verbetering in vergelijking met eerdere rapportages. Zo wordt voor de eerste keer verslag gedaan van exporten naar NAVO-landen.Tot nu toe was alleen het totaalcijfer van de exporten naar de zestien NAVO-landen bekend. Door de nieuwe wijze van rapportage wordt bijvoorbeeld duidelijk dat Turkije een zeer belangrijke klant voor de Nederlandse wapenindustrie is. (4)Een andere verbetering is de verstrekking van cijfers over wapenexporten per hoofdcategorie: 1) 'Wapens en munitie' en 2) 'Overige militaire goederen'. Deze zijn beide onderverdeeld in tien subcategorieen. Deze overzichten leiden er echter nog niet toe dat nu de voor een goede controle noodzakelijke duidelijkheid bestaat. (zie voor eengedetailleerde kritiek en aanbevelingen 5.1.) Tenslotte biedt het uitgebreidere rapport over 1997 basisinformatie over de Nederlandse defensie-industrie. Dergelijke gegevens waren voorheen nauwelijks verkrijgbaar.

2.1. De gegevens in de rapportages

De rapportage over 1997 biedt weinig verrassingen, het grootste deel van de verkopen vond plaats in de eerste helft van 1997 en deze waren al eerder bekend. Opmerkelijk is dat de waarde van de verstrekte vergunningen aan India en Indonesie verdubbelden. Opmerkelijk gezien de destabiele situatie waarin beide landen zich bevinden. Grote klanten buiten de NAVO in de tweede helft van 1997 waren: Qatar, (6,5 miljoen); Venezuela (43 miljoen); en Zuid-Korea (160 miljoen). In eerste helft van 1998 valt op dat Chili na de Verenigde Staten de grootste afnemer van Nederlandse wapens is en dat Taiwan en Israel voor een redelijk fors bedrag aan Nederlandse wapens inkopen. Het blijft opmerkelijk dat Turkije, Taiwan, China (1,2 miljoen, tegen dit land loopt een wapenembargo van de EU), India (1,8 miljoen), Saoedi- Arabie (4,8 miljoen) en Chili wapens van Nederland ontvangen. In de recentelijk door de Europese Unie aangenomen richtlijnen betreffende wapenexporten staat dat lidstaten geen exportvergunningen af zullen geven als er een duidelijke risico is dat de ontvanger de goederen zal gebruiken tegen een ander land of met gebruikmaking van militaire macht een territoriaal conflict zal ondersteunen. Bij alle hiervoor genoemde landen is sprake van claims op of van buurlanden. Bovendien krijgen landen die de mensenrechten op grote schaal schenden, zoals Turkije en Indonesie, van Nederland wapens. Twee (5)leveringen in 1998 aan het wapenimportbedrijf van de Chileense senator-voor-het- leven, Pinochet, zijn zeker in het licht van de recente uitleveringsverzoeken tegen zijn persoon, dubieus. Het is op grond van de geopenbaarde gegevens nog niet mogelijk een eerste evaluatie te maken van het beleid van de huidige Regering, dat kan pas met de rapportage over de tweede helft van 1998 (zie 5.3. voor een voorlopige evaluatie). Eerste tien landen(zie voor een volledig overzicht bijlage a) Overzicht eerste helft 1998 Overzicht 1997


3. Evaluatie criteria

Over het algemeen is er weinig inzicht in de manier waarop de criteria betreffende wapenhandel worden gehanteerd. Er zijn wel richtlijnen maar die blijken steeds weer tot verschillende interpretaties te kunnen leiden. De besluiten van de regering om toestemming te verlenen om wapens te leveren blijken regelmatig achteraf door (leden van) de Tweede Kamer te worden betwijfeld.

3.1. Spanningsgebieden

"Ondanks de tientallen brandhaarden en sluimerende conflicten in de wereld is er bijna geen regio waar Nederland geen strategische goederen en wapens naar exporteert." (6) Sterker nog het zijn - naast de NAVO-landen, waar Turkije en Griekenland ook in een spanningsgebied liggen  - vooral de spanningsgebieden die Nederlandse wapens afnemen: het Midden-Oosten, Zuid-, Zuidoost- en Oost Azie (zie bijlage a). Het gaat bij deze Nederlandse wapens ook nog eens vooral om wapens met een belangrijke invloed op regionale machtsverschillen.Alleen aan Afrika tussen de Sahara en Zuidelijk Afrika levert Nederland vrijwel geen wapens.(7) Dat heeft naast een terughoudend beleid echter ook in belangrijke mate te maken met de kosten van Nederlandse wapens, ze zijn eenvoudig te duur voor bijna alle landen in deze regio. Het spanningsgebieden criterium is moeilijk definieerbaar en rekbaar. De huidige interpretatie van het criterium staat (vrijwel) nooit een levering in de weg. Ofwel het karakter van het te leveren wapen ofwel de spanningen in land of regio worden gebagatelliseerd. De spanningen tussen Pakistan en India, de veelheid aan spanningen in het Midden- Oosten en Zuidoost (Spratly's en Paracels, twee eilanden groepen in de Zuidchinese Zee) en Oost-Azie (Taiwan/China, Noord/Zuid-Korea) worden door tal van strategisch deskundigen aanmerkt als zeer risicovol. Noord-Afrika en het Midden-Oosten worden door de NAVO en het Ministerie van Defensie als risicogebieden genoemd. Toch krijgen al deze regio's volop Nederlandse wapens en lijkt het criterium weinig waarde te hebben. Een onderzoek naar de inhoud van "gevoelige en potentieel gevoelige regio's," waar in de Nederlandse Nota Wapenexport van 1991 over gesproken wordt lijkt op zijn plaats. Het is echter vrijwel onmogelijk een vast meetinstrument te ontwerpen waaraan een regio moet voldoen om gedefinieerd te kunnen worden als spanningsgebied. Gedetailleerd en continue onderzoek naar de verschillende spanningsgebieden lijkt wenselijk. Dit mag er echter niet toe leiden dat er op een bepaald moment geen conclusies worden getrokken. Voor een duidelijke meningsvorming moeten de resultaten van dit onderzoek openbaar zijn, zodat ook groepen uit academische-, politieke en NGO-kringen kunnen reageren en/of invloed kunnen hebben op de naar voren gebrachte visies.De huidige tendens dit soort onderzoeken onder te brengen bij hetzij het Wassenaar Arrangement en/of de inlichtingen- en veiligheidsdiensten sluiten deze openbaarheid uit en leiden tot het introduceren van nieuwe belangen in de discussie, waarop vervolgens nauwelijks controle mogelijk is.(8)

3.2. Mensenrechten

Wapenleverantie hebben vaak een directe invloed op de mensenrechten situatie. Dit kan zijn omdat de wapens worden gebruikt tegen bevolkingsgroepen of om gericht individuen te vermoorden. Wapens kunnen ook gebruikt worden om mee te dreigen, waardoor mensen eieren voor hun geld kiezen en gerechtvaardigde eisen geen kracht meer bij durven te zetten. Bovendien verlenen geleverde wapens een autoriteit status en legitimiteit. Het mensenrechtencriterium voor wapenexporten wordt zeer eng gehanteerd; alleen wapens die daadwerkelijk en direct bij schending van mensenrechten worden gebruikt, worden niet geleverd. Dit laat buiten beschouwing dat transportmateriaal, om troepen of wapens op plaatsen van bestemming te krijgen een integraal onderdeel van een dergelijke militaire politiek is.Bovendien kunnen technologisch hoogwaardige wapens een rol spelen in de bestrijding van binnenlandse oppositie: radar- en optische apparatuur kan gebruikt worden om mensen op te sporen, zware wapens (zoals tanks en pantservoertuigen) kunnen worden ingezet bij het neerslaan van demonstraties, helikopters en vliegtuigen kunnen worden gebruikt voor het grotere aanvallen op binnenlands verzet.(9) In zake de levering van granaten aan Turkije is de door Turkse overheid de toezegging gedaan dat de granaten niet in de oorlog tegen de Koerden zullen worden gebruikt. Dergelijke toezeggingen zouden standaard gevraagd moeten worden bij de levering van alle wapens die mogelijkerwijs ingezet kunnen worden. Dit zou ook voor de levering van componenten van wapens moeten gelden die een belangrijk deel van de Nederlandse wapenexporten uitmaken (zie rubriek A-10, rapportages wapenexportbeleid) aangezien het hier voor een belangrijk deel gaat om gevechtshelikopters, jachtvliegtuigen en mogelijk in de toekomst ook om pantservoertuigen die bij grove onderdrukking van bevolkingsgroepen kunnen worden ingezet. Bij indicaties, bijvoorbeeld door NGO's, dat de betreffende overheid zich hier niet aan houdt dient de Nederlandse Regering een onderzoek in te stellen, waarbij niet alleen afgegaan kan worden op de verklaringen van de overheid of krijgsmacht.

3.3. Embargo's

Dit criterium lijkt duidelijk: de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties of de Europese Unie bepalen dat er een wapenembargo tegen een bepaald land van kracht is en dan wordt er niet geleverd. Uit de praktijk was al duidelijk dat dit niet zo is; China ontving de afgelopen jaren strategische goederen van Nederland. In de rapportage over 1997 wordt gesteld dat er in EU-kader uiteenlopende "interpretaties bestaan van wapenembargo's. Dit leidt er in de praktijk toe, dat onder een embargo niet noodzakelijkerwijs alle goederen vallen die voorkomen op de lijst militaire goederen behorend bij de bijlage van het Uitvoerbesluit Strategische goederen." Het ruim interpreteren van militaire embargo's leidt tot uitholling van deze 'strafmaatregelen'. Om vaagheid te voorkomen verdient het aanbeveling de lijst 'militaire goederen' juist wel als maatstaf te gebruiken.

3.4. Uitgaven Defensie als percentage van het Bruto nationaal Produkt

Het criterium betreffende militaire bestedingen als percentage van het Bruto Nationaal Produkt (BNP) is tot nu toe weinig duidelijk omschreven.Begin dit jaar werd in verband met dit criterium het beleid geintroduceerd voortaan geen catalogi met Nederlandse surplus wapens te sturen aan landen waar de bestedingen aan defensie de norm van 4,5% van het BNP overschrijden(10). (Zie voor landen (voor zover bekend) die hier volgens SIPRI in 1996 boven zaten bijlage c).Het criterium toepassen is niet eenvoudig. Het vinden van betrouwbare cijfers om de genoemde verhouding te meten zijn nauwelijks voorhanden.De EU Code of Conduct on Arms Exports stelt dat hiervoor relevante bronnen zouden moeten worden gebruikt, zoals die van de UNDP, de Wereldbank, IMF en de OESO rapporten(11). Het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken bepleit een wereldwijde lijst met eenduidige cijfers m.b.t. uitgaven voor defensie als percentage van het BNP binnen OESO-verband. De cijfers die in de eerder genoemde bronnen genoemd worden zijn nu nl. nauwelijks vergelijkbaar; landen geven verschillende invullingen aan de cijfers. De wijze waarop de cijfers voor defensie-uitgaven worden gerapporteerd hebben vaak een politieke achtergrond en het komen tot een eenduidige lijst kan jaren duren. Dit mag echter niet betekenen dat het criterium daarom niet toepasbaar is. Ideaal is de huidige afwezigheid van vergelijkbare cijfers niet, maar bruikbare cijfers zijn wel aanwezig. De norm van 4,5% moet toegepast moeten worden om het vierde criterium van de Nederlandse wapenexportrichtlijnen body te geven: 1) op alle door Nederland geexporteerde wapens en militaire goederen en 2) op alle landen, in de huidige situatie wordt dit vaak afhankelijk gesteld van het gegeven of Nederland een ontwikkelingsrelatie met het ontvangende land heeft. Het behoeft geen betoog dat het uitsluitend toepassen van dit criteria op surplus wapens elke ratio mist.

3.5. Nieuw geformuleerde criteria

3.5.1. VN register voor conventionele wapens

In het regeerakkoord meldt het huidige kabinet dat: "De Regering streeft naar de introductie van een nieuw criterium voor wapenexport, bij voorkeur met een zo groot mogelijk aantal relevante EU-lidstaten, namelijk het niet verlenen van uitvoervergunningen aan landen die zich niet bij het VN-wapenregister willen aansluiten."(12) Al snel bleek dit voornemen aan twijfel onderhevig in een brief aan het AIV spreken de Ministers van Ontwikkelingssamenwerking, Economische- en Buitenlandse Zaken hun vrees uit dat een dergelijke maatregel wantrouwen t.o.v. het register veroorzaakt waardoor de animo te rapporteren af gaat nemen.(13) Er is sprake van dubbelzinnigheid: Eerst wordt een voorstel gedaan om landen te bewegen te rapporteren, vervolgens wordt de vrijblijvendheid van het register juist als belangrijk beschouwd. Het voorstel voor het nieuwe criterium verdient aanbeveling. Het VN-register functioneert sinds 1991 en is een (gedeeltelijk) succesvolle methode om tot grotere transparantie rond wapenstromen te komen. Echter een aantal belangrijke wapenimporterende landen rapporteert niet of niet volledig. De door Nederland in het regeerakkoord bepleitte stap zou hier verbetering in kunnen brengen en 'verhoogt het Nederlandse pleidooi voor transparantie op de gebieden van wapenbeheersing en exportcontroles,' zoals ook werd gesteld in het AIV-rapport Conventionele Wapenbeheersing (p. 36). Jaar
Aantal landen dat aan VN-wapenregister rapporteerde
Aantal rapporterende landen  
1992 - 93 landen
1993 - 87 landen  
1994 - 84 landen  
1995 - 93 landen  
1996 - 92 landen  
1997 - 93 landen


Er zijn verschillende cijfers in omloop, omdat sommige landen te laat en anderen veel te laat rapporteren. Hierdoor zijn ze niet opgenomen in de rapportage van het register maar in een addendum.
SIPRI Yearbook 1998, p. 311 en Colonel Andrew Duncan 'The United Nations Register of Conventional Arms, 1992-1995; CDISS.

Een deel van de landen die niet rapporteert heeft geen wapens aangekocht of wil om militair-strategische redenen geen informatie leveren. Dat geldt bijvoorbeeld voor landen die betrokken zijn in een conflict. Onderzoek m.b.t. de cijfers over 1995 toonde aan dat 22 landen die geen rapportage aan de VN hadden overlegd wel wapens hadden aangekocht die binnen de categorieen van het register vallen. Slechts een van deze landen zou het daarop volgende jaar rapporteren. Van de tien belangrijkste klanten voor Nederlandse wapens in de jaren negentig rapporteren drie landen structureel niet (VAE, Egypte en Taiwan (geen VN-lid)) en heeft Qatar volstaan met het inzenden van haar vuurwapenwet. In het hele Midden-Oosten en Noord-Afrika zijn Israel en Iran de enige landen die wel substantieel rapporteren. Nederland zou het nieuwe criterium op moeten nemen in de Nederlandse richtlijnen betreffende wapenexport en het tevens bepleiten in de in geeigende internationale fora.

3.5.2. Sufficiency rule

Toetsing vindt in Nederland ook plaats aan de zogenaamde 'sufficiency rule,' wat er op neer komt dat een land niet over meer wapens mag beschikken dan dat het voor zijn eigen verdediging nodig heeft.(14) Volgens de rapportage Wapenexportbeleid over 1997 "zouden de deelnemende landen aan het Wassenaar Arrangement terughoudender moeten worden in hun vergunningafgiftebeleid op landen waar geconstateerd kan worden dat de bewapeningsinspanningen de legitieme behoefte aan militaire verdedigingsmiddelen te boven gaan".(15) Binnen het Wassenaar Arrangement is geconstateerd dat potentieel gevaarlijke wapenaankopen plaats vonden in bepaalde regio's.(16) Welke regio's dit zijn en of Nederland daaraan ook wapens of dual-use goederen levert is bij de auteur niet bekend. De levering van 200 Leopard tanks aan Chili is een duidelijk voorbeeld waar dit criterium zou moeten gelden.Chili heeft door de Nederlandse levering in een koop meer tanks dan alle aangrenzende landen.(17) Ter bescherming van stabiliteit en veiligheid verdient uitwerking van sufficiency rule tot een nieuw criterium aanbeveling.

3.6. Conclusies

Concluderend moet gesteld worden dat de toepassing van de criteria weinig helder is. Zelfs een op het eerste gezicht duidelijk criterium over wapenembargo's blijkt nog onderhevig aan interpretatieverschillen. In de afgelopen periode zijn er door de Regering nieuwe voorstellen gedaan voor aanvulling van de bestaande criteria. Invoering van deze criteria zou een terughoudend wapenexportbeleid ten goede komen.Bijvoorkeur in internationaal verband wat in een in eerste instantie nationale toepassing niet uitsluit(18) Het is niet geheel duidelijk hoe de toepassing van de Nederlandse wapenexport criteria in de praktijk functioneert.Sinds 1991 zijn geen gegevens meer openbaar geworden van de hoeveelheid aanvragen die op grond van de richtlijnen wapenexport door de Nederlandse overheid zijn afgewezen.(19) Wel zien we dat op de toepassing van alle richtlijnen het een en ander valt af te dingen. De Verenigde Arabische Emiraten bijvoorbeeld a) liggen in een spanningsgebied, b) schenden de mensenrechten, c) besteden meer dan 4,5% van het BNP aan Defensie, d) rapporteren niet aan het VN- register betreffende conventionele wapens. Toch zijn de VAE in financiele omvang de grootste klant op de Nederlandse wapenmarkt in de jaren negentig. Een striktere interpretatie van de criteria lijkt dan ook op zijn plaats.

4. Transparantie

Zoals eerder gesteld is de transparantie m.b.t. Nederlandse wapenexporten sterk toegenomen met de openbare rapportage. Echter ook op het gebied van de transparantie zijn nog verbeteringen door te voeren. Deze kunnen de controlemogelijkheden van de Tweede Kamer in sterke mate vergroten.

4.1. De rapportage

Zo blijkt uit de rapportage niet welke wapensystemen aan welk land zijn geleverd. Een koppeling van de overzichten 'WAARDE VAN AFGEGEVEN VERGUNNINGEN VOOR DE DEFINITIEVE UITVOER VAN MILITAIRE GOEDEREN PER CATEGORIE' en 'WAARDE VAN AFGEGEVEN VERGUNNINGEN VOOR DE DEFINITIEVE UITVOER VAN MILITAIRE GOEDEREN PER LAND VAN BESTEMMING' zou een grote verbetering van de rapportage opleveren. Heeft Peru bijvoorbeeld ter waarde van 0,7 miljoen klein kaliber wapens ontvangen of militair oefenmaterieel? We kunnen aannemen van niet, maar dit blijkt nergens uit de rapportage. Het karakter van sommige categorieen in hoofdcategorie B zijn onduidelijk. Welke vliegtuigen vallen onder de categorieen 'overige militaire vliegtuigen en helikopters,' en welke 'vaartuigen'? Wat is 'militair oefenmaterieel,' 'Militaire hulp- en produktieapparatuur' en 'Militaire technologie en programmatuur'? Kortom een definitie van de gebruikte omschrijvingen of een verwijzing naar de vindplaats van een omschrijving is op zijn plaats. In de rubriek A 10 worden twee verschillende categorieen ondergebracht, te weten
1) orders die voor het merendeel voortvloeien uit de compensatieafspraken en
2) scheepsradarinstallaties en andere maritieme subsystemen. Gezien de omvang en het belang van beiden zou deze rubriek in twee delen gescheiden moeten worden.

4.2. Transparantie export surplus wapens

In het debat rond de transparantie wordt telkenmale gewezen op het belang van de vertrouwelijkheid vooraf om redenen van het beschermen van bedrijfsgeheim en de wensen van de klant m.b.t. de vertrouwelijkheid. Transparantie kan in eerste instantie vergroot worden door de verkoop van tweedehands wapens te openbaren. De overheid heeft op dit gebied een vreemde vermenging van belangen; de overheid is een ondernemer die de wapens zo gunstig mogelijk moet verkopen en tegelijkertijd verantwoordelijk voor de uitvoering van het exportbeleid dat aan de nodige restricties is gebonden. Het is daarom goed dat de Kamer vooraf en schriftelijk op de hoogte wordt gesteld van leveringen van surplus wapens door de Nederlandse overheid, waarbij dus geen sprake is van 'bedrijfsbelangen'. Het is echter minder wenselijk dat dit vertrouwelijk gebeurd, waardoor 1) Kamerleden de kennis binnenskamers moeten houden en niet de mogelijkheid hebben informatie over de wapensystemen en afnemers in te winnen bij deskundigen en 2) organisatie uit de maatschappij niet de mogelijkheid hebben hun kennis en informatie aan te wenden om spontaan informatie te leveren. Het zou daarom een grote verbetering zijn als m.b.t. tot de leveranties van surplus wapens de rapportage vooraf, schriftelijke en vertrouwelijk wordt vervangen door openbare informatie. Tenslotte zou een overzicht 'Wapenverkopen door de Nederlandse overheid' kunnen worden toegevoegd aan de rapportage (zie bijvoorbeeld bijlage d).

5. Overige punten van aandacht

5.1. Zwarte c.q. witte lijst

Het voorstel om te komen tot een zwarte of witte lijst, waarop landen staan die respectievelijk geen of juist wel Nederlandse wapens mogen ontvangen heeft zowel voor- als nadelen, waarbij de laatste zwaarder wegen dan de eerste. Het voordeel is vooral de duidelijkheid naar de samenleving en het bedrijfsleven. Het is duidelijk waar al dan niet wapens naar toe kunnen, een duidelijkheid die nu alleen zou moeten bestaan op grond van wapenembargo's van de EU en de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Echter het gevaar bestaat dat een zwarte lijst gaat functioneren als automatische toestemming wel wapens te exporteren naar landen die niet op de lijst staan. Een witte-lijst bestaat in feite al, deze bestaat uit de NAVO-landen minus Griekenland en Turkije (waarvoor een uitzonderingsregel bestaat), de EU-lidstaten, Australie, Nieuw- Zeeland en Japan. Het strikt toepassen van de Nederlandse en EU-criteria door de Regering en controle hierop door het Parlement maakt een zwarte c.q. witte lijst overbodig, mits er voldoende duidelijkheid bestaat over de toepassing van de criteria en de transparantie verder wordt vergroot.

5.2. Smokkel via lucht- en zeehavens

Smokkel via lucht- en zeehavens is een belangrijke bijdrage van Nederland aan de export van wapens.De Nederlandse Regering stelde onlangs dat "met name de illegale produktie en smokkel van kleine wapens dient te worden aangepakt," en dat hiertoe kaderfunctionarissen zouden moeten worden opgeleid in de ontvangende landen.(20) Echter een belangrijk deel van het probleem ligt in Nederland: Schiphol is recentelijk twee maal in het nieuws geweest als doorvoerhaven voor vermoedelijke grondstoffen voor chemische wapens (naar Soedan en Israel); de Rotterdamse haven werd recentelijk gebruikt voor illegale doorvoer van wapens naar Iran; in Vlissingen werden militaire vrachtwagens bedoeld voor transport naar het toenmalige Zaire onderschept; en in de Belgische havenstad Oostende werden Nederlandse jeeps voor hetzelfde land aangehouden en terug gestuurd naar Nederland. Het gaat hier om een topje van de ijsberg. De KLM heeft alleen in 1997 meer dan 1000 maal wapens doorgevoerd o.a. naar de Sierra Leone, de Filippijnen, Cyprus en Libanon. Nederland heeft poreuze grenzen. In Nederland zelf wordt gewerkt aan een nationale commissie waardoor beschikbare informatiebronnen efficienter kunnen worden gebruikt. Het gaat bij dit probleem echter voor een belangrijk deel om de afwezigheid van informatie. Op dit moment wordt 99% van de doorvoer niet gemeld. Het beperken van deze doorvoer zou kunnen door een degelijke controle van vrachtbrieven en een hogere frequentie van steekproef gewijze onderzoeken naar lading in te voeren. Voor de Douane en Economische Controle Dienst zouden hiervoor financiele en personele middelen ter beschikking moeten worden gesteld.

5.3. Reactie Regering op rapport 'De toekomst van de conventionele wapenbeheersing' 13 juli 1998

Een deel van de opmerkingen op de brief van de Regering aan het AIV naar aanleiding van het rapport 'De toekomst van de conventionele wapenbeheersing' is elders in dit rapport verwerkt, met name bij de bespreking van voorgestelde criterium betreffende rapportage aan het VN-register voor conventionele wapens (3.5.1), conclusies bij criteria (3.6.) en Smokkel via lucht- en zeehavens (5.2.). Er zijn echter ook nog een aantal algemene punten die in deze brief aan de orde komen:

5.3.1. Ontwapeningsprocessen en ontspanningsprocessen

Dat ontwapeningsprocessen een voortrekkersrol kunnen spelen bij ontspanning is een constatering die AMOK Campagne tegen Wapenhandel van harte onderschrijft. Wapenbeersingsinspanningen van Nederland m.b.t. spanningsgebieden zouden dan ook een bijdrage kunnen zijn aan een veiliger wereld. Dat de feitelijke gang van zaken niet strookt met deze visie mag inmiddels als bekend worden verondersteld. Grootschalige wapenaankoop programma's in bepaalde regio's zijn altijd terug te vinden in de Nederlandse cijfers. Zo begonnen Zuidamerikaanse landen - die in de eerste zeven jaar nauwelijks wapens kochten in Nederland - in 1996 met een groot bewapeningsprogramma en onmiddellijk zien we Venezuela en Chili als belangrijke klanten in de overzichten 1997 en 1998 opduiken. De stelling dat 'de veiligheid en stabiliteit niet altijd gediend zijn met een lager niveau van bewapening' (P. 1, internet versie) kan worden betwijfeld bij een aantal regio's waaraan Nederland in belangrijke mate wapens levert.

5.3.2. Technologische voorsprong

De Nederlandse Regering wil de dialoog verdiepen met ontwikkelingslanden over de huidige situatie waarin hen geavanceerde militaire technologie wordt ontzegd. Een situatie die ertoe leidt dat militair gevorderde staten hun voorsprong kunnen bestendigen. Dit lijkt belangrijk. Echter in de brief aan het AIV wordt niet gesteld in welke richting dit overleg zou moeten gaan. Juist wegens het karakter van de Nederlandse hoogwaardige defensie-industrie lijkt dit een belangrijk punt. Eerder werd in dit rapport al geconstateerd dat militaire technologie overdracht plaats vond naar Chili door de RDM. Hollandse Signaal Apparaten levert technologie aan bijvoorbeeld Turkije, Maleisie en Indonesie. Het is belangrijk in dit verband te constateren dat de 16 NAVO-landen goed zijn voor ongeveer 50% van de militaire bestedingen in de wereld, ondanks de bezuinigingen van de afgelopen 10 jaar. Het lijkt geenszins wenselijk dat het overleg gaat over hoe de ontwikkelingslanden deze achterstand en die op het gebied van technologisch geavanceerde wapens kunnen inhalen (met uitzondering van China lijkt dit zelfs onmogelijk in minimaal de komende 20 jaar), de brief spreekt immers over 'wapenbeheersing,' en niet over proliferatie van wapentechnologische kennis.Eerder zou het overleg moeten gaan over de vraag hoe Nederland militair-technologische ontwikkelingen zou kunnen beperken. (21)

5.3.3. Kleine wapens

Gezien de destabiliserende werking van kleine wapens in tal van staten is de aandacht die de Nederlandse Regering aan deze problematiek geeft van grote waarde. Het belang van verscherpte controle op nationale lucht- en zeehavens, zoals bepleit onder 5.1. is hierbij evident. Verder moet worden opgemerkt dat de Nederlandse overheid nog steeds ruim 100.000 kleine wapens te koop aanbied in de Materieel Projecten Overzichten die ieder jaar door het Ministerie van Defensie worden gepubliceerd. De Nederlandse overheid zou moeten onderzoeken hoe op een verantwoorde milieutechnische wijze deze wapens kunnen worden vernietigd. Vertegenwoordigers uit Mali zouden hierbij kunnen adviseren, aangezien zij enige jaren geleden al een dergelijke openbare vernietiging hebben georganiseerd.

6. Bijlages

Bijlage 6.a

 

Cumulatief overzicht Nederlandse wapenexporten naar Niet NAVO- landen in de jaren '90.


Bijlage 6.b

Nederlandse wapenexport volgens verleende vergunningen 1990-1998

 

Bijlage 6.c

c- Overzicht exporten Nederlandse surplus wapens.

Pagina 116-118 uit: "Nederlandse Wapenhandel in de jaren negentig"
Bestellen kan door Hfl 25,-- over te maken op
giro 6217416
t.n.v. AMOK-Maritiem
Amsterdam,
o.v.v. jaren '90
Nederlandse wapenhandel in de jaren '90
Platform tegen Wapenhandel/Papieren Tijger
1998, pp 94
Samenvatting

Bijlage 6.d

 

Militaire bestedingen als percentage van het Bruto Nationaal Produkt hoger dan 4,5%
1995-1996

% BNP/Defensieuitgaven
Land19951996
Europa

Kroatië17,914,5
Midden-Oosten

Bahrein5,4# 5,4
Israël8,58,7
Jordanië (1)8,48,8
Koeweit13,911,9
Libanon7,76,3
Oman14,713,2
Saoedi-Arabië10,6* 13,2
Syrië7,36,7
VAE (2)4,9# 6,7
Azië

Cambodja-4,7
Pakistan* 5,4* 5,6
Sri Lanka* 5,1* 6,0
Laos6,3-
Afrika

Angola (3)# 7,9-
Burundi3,54,9
Mozambique4,63,4
      1. Cijfers voor Defensie en Veiligheid.
      2. De uitgaven voor de afzonderlijke zeven Emiraten zijn niet opgenomen.
      3. Cijfers bevatten ook uitgaven voor openbare orde en veiligheid.


# SIPRI schatting op basis van empirisch onderzoek, wanneer a) geen gegevens beschikbaar waren of b) wanneer er duidelijke aanwijzingen bestonden dat beschikbare informatie onbetrouwbaar was.
* Alle overige gevallen waar geen zekerheid bestaat over de

Bijlage 6.e

Landen die boven de 4,5% norm zitten.
d- Overzicht exporten Nederlandse surplus wapens.
e- Overzicht Nederlandse transacties in 1997 en 1998 (onvolledig).

LandAantalTypePeriodeBedragBedrijfBron







Bangla Desh-Radars2001 (mogelijk)
HSAJane's Defence Weekly 24/06/98, p. 14
Brunei-Link Y Mk 2-
HSA SPJane's International Defence Review, 4/98 p. 31
Chili-Modernisering en onderdelen Houwitser 105mm/33-caliber.1998
RDM Technology (supervisie) en Royal OrdnanceJane's Defence Weekly 18/03/98
Chili200Leopard tankseind 1997
RDM/overheidMilitary Technology
5/1998, Volkskrant 4/8/98
Duitsland3SMART-L voor F-124 klasseJuni 1997-
HSAJane's Defence Weekly 18/03/98
Egypte5Coastal border guard surveillance systems Signaal Scout FMCW)april 1997
HSA (MSSC)Jane's Defence Weekly 17/04/98, p. 5
Finland2Scout low probability-of-intercept surface surveillance radarapril 1998
HSAJane's International Defence Review 4/1998
Griekenland-Modernisering 155mm geschut1998
RDMJane's Defence Weekly 30/09/98, p.p. 34-35.
Groot Brittannië-advanced optical relay modules for the helmet mounted display (HMD) system of the Eurofighterdecember 1997-Delft Sensor SystemsJane's Defence Contracts, december 1997
India4LW-08 systemen
2 licentie assemblage
na februari 199840 miljoen guldenHSASignalen januari 1998
Maleisië4Link Y Mk 21997-
HSA SPJane's International Defence Review, 4/98 p. 31
Polen-Opleiding Poolse softwarespecialisten bij SignaalDecember 1997Gesponsord door de overheidHSASignalen Dec. 1997
Turkije4Modernisering WM-28 mini combat system en
installatie electro-optical tracking and fire control system en installatie TACTICOS gevechtssysteem
1997-2000Enkele tientallen miljoenen guldensHSAJane's Navy International (NIN) Nov. 1997
Signalen sept. 1997
Turkije
Hulp bij opzetten van Naval Software Development Center (TNSDC)1997-met boven- staande enkele tientallen miljoenenHSANIN Nov. 1997
VAE-PR4G verschillende versies van dit radiosysteem-
HSA-HuizenSignalen februari 1998
Venezuela?electronic counter-countermeasures kits1998-?HSAJane's Defence Weekly (JDW) 4-2-98, p. 11
Venezuela?Mirador fire-control unit1997?HSAJane's Defence Weekly 3 juni 1998

 

Noten

1 Deelnemer Platform tegen Wapenhandel en European Network Against Arms Trade terug
2 samenvatting Regeerakkoord, p. 56. terug
3 In 1995 bestond 0,76% van de exporten van de ontwikkelde landen uit wapenexporten. World Military Expenditures and Arms Transfers 1996, U.S. Arms Control and Disarmament Agency. terug
4 Qua grootte nam Turkije in 1997 de vierde (176 miljoen) en in de eerste helft van 1998 de derde (81,4 miljoen) plaats in. terug
5 Modernisering en overdracht kennis 155 mm geschut door de RDM en Royal Ordnance en levering 200 Leopard tanks. terug
6 Ingezonden artikel Theo van den Doel, 'Doorvoer Nederlandse wapens aan banden leggen,' Trouw 16 april 1998 terug
 7 Hierbij moet echter wel worden opgemerkt dat via lucht- en zeehavens wapens naar de landen in het betreffende gebied worden gesmokkeld en dat adequate controle nog opgezet moet worden. Zo werd onder andere Sierra Leone via Nederland bevoorraad. terug
 8 Veiligheids- en Inlichtingen diensten houden er vaak hun eigen ideeen op na betreffende gevaren die ons bedreigen. Zo weet het laatste Jaarrapport van de BVD te vertellen dat in Algerije de terroristen de moordaanslagen plegen, terwijl wetenschappers stellen dat de Algerijnse Regering hier ook bij betrokken is. Zie bijvoorbeeld Lahouari Addi, 'Algeria's Army, Algeria's Agony,' Foreign Affairs juli/augustus 1998, p. 44-53. terug
9 Onlangs gebruikte de Turkse luchtmacht bijvoorbeeld NF-5's voor operaties tegen de koerden op Iraaks grondgebied. Bij de levering van helikopters door de VS aan Colombia werd uitgebreid gediscussieerd over de bruikbaarheid hiervan voor contraguerrilla taken. terug
10 Deze norm werd in 1991 gesteld door IMF directeur Camdessus, zie AIV-rapport Conventionele Wapenbeheersing, p. 35 voetnoot 35. terug
11 Code of Conduct on Arms Exports, 25 mei 1998, criterium acht. terug
12 Samenvatting Regeerakkoord, p. 56. terug
13 Brief 13 juli 1998: 'de toekomst conventionele wapenbeheersing.' terug
14 Theo van den Doel, Doorvoer van wapens via Nederland aan banden leggen, Trouw 16 april 1998. terug
15 Tweede Kamer, 22054, Nr.. 39 wapenexportbeleid, p. 5 (internet versie) terug
16 Public Statement Wassenaar Arrangement, 10 december 1997. terug
17 Argentinie 230 (en 96 opgeslagen), Peru 300, waarvan 50 bruikbaar, Bolivia 0, en Chili nu 326 (en 96 opgeslagen), Military Balance terug
18 In de brief van 13 juli 1998 wordt gesteld: "Het produktieoverschot bemoeilijkt het stellen van voorwaarden aan wapenexporten en -leveranties. Vastgesteld moet worden dat in een dergelijke markt unilateraal ingestelde exportvoorwaarden weinig effect hebben. Aanscherping van het wapenexportbeleid dient dan ook in internationaal verband plaats te hebben." Brief 13 juli 1998: 'de toekomst conventionele wapenbeheersing.' terug
19 Destijds waren het er negen van de 7595 aanvragen, Volkskrant 3 oktober 1991. terug
20 Brief 13 juli 1998 over 'De toekomst van conventionele wapenbeheersing.' terug
21 Overigens voorspelt de Nederlandse deelname aan wapenprogramma's op het gebied van jachtvliegtuigen, pantservoertuigen en marineschepen weinig goeds. terug