Posts tonen met het label irak. Alle posts tonen
Posts tonen met het label irak. Alle posts tonen

maandag 28 juli 2014

Het is zoet te sterven

Foto gemaakt bij Westminster, Londen, september 2011.

DULCE ET DECORUM EST(1)
Bent double, like old beggars under sacks,
Knock-kneed, coughing like hags, we cursed through sludge,
Till on the haunting flares(2) we turned our backs
And towards our distant rest(3) began to trudge.
Men marched asleep. Many had lost their boots
But limped on, blood-shod. All went lame; all blind;
Drunk with fatigue; deaf even to the hoots(4)
Of tired, outstripped(5) Five-Nines(6) that dropped behind.

Gas!(7) Gas! Quick, boys! – An ecstasy of fumbling,
Fitting the clumsy helmets(8) just in time;
But someone still was yelling out and stumbling,
And flound'ring like a man in fire or lime(9) . . .
Dim, through the misty panes(10) and thick green light,
As under a green sea, I saw him drowning.

In all my dreams, before my helpless sight,
He plunges at me, guttering,(11) choking, drowning.

If in some smothering dreams you too could pace
Behind the wagon that we flung him in,
And watch the white eyes writhing in his face,
His hanging face, like a devil's sick of sin;
If you could hear, at every jolt, the blood
Come gargling from the froth-corrupted lungs,
Obscene as cancer, bitter as the cud(12)
Of vile, incurable sores on innocent tongues,
My friend, you would not tell with such high zest(13)
To children ardent(14) for some desperate glory,
The old Lie; Dulce et Decorum est
Pro patria mori.

Wilfred Owen
8 October 1917 - March, 1918

Notes on Dulce et Decorum Est
1.  DULCE ET DECORUM EST - the first words of a Latin saying (taken from an ode by Horace). The words were widely understood and often quoted at the start of the First World War. They mean "It is sweet and right." The full saying ends the poem: Dulce et decorum est pro patria mori - it is sweet and right to die for your country. In other words, it is a wonderful and great honour to fight and die for your country.
2.  Flares - rockets which were sent up to burn with a brilliant glare to light up men and other targets in the area between the front lines (See illustration, page 118 of Out in the Dark.)
3.  Distant rest - a camp away from the front line where exhausted soldiers might rest for a few days, or longer.
4.  Hoots - the noise made by the shells rushing through the air.
5.  Outstripped - outpaced, the soldiers have struggled beyond the reach of these shells which are now falling behind them as they struggle away from the scene of battle.
6.  Five-Nines - 5.9 calibre explosive shells.
7.  Gas! -  poison gas. From the symptoms it would appear to be chlorine or phosgene gas. The filling of the lungs with fluid had the same effects as when a person drowned.
8.  Helmets -  the early name for gas masks.
9.  Lime - a white chalky substance which can burn live tissue.
10.  Panes - the glass in the eyepieces of the gas masks.
11.  Guttering - Owen probably meant flickering out like a candle or gurgling like water draining down a gutter, referring to the sounds in the throat of the choking man, or it might be a sound partly like stuttering and partly like gurgling.
12.  Cud - normally the regurgitated grass that cows chew usually green and bubbling. Here a similar looking material was issuing from the soldier's mouth.
13.  High zest - idealistic enthusiasm, keenly believing in the rightness of the idea.
14.  ardent - keen.

To see the source of Wilfred Owen's ideas about muddy conditions see his letter in Wilfred Owen's First Encounter with the Reality of War.
Vertaling:

Zwaarbeproefd, kromgebogen als oude kerels,
Vloekten we ons hijgend hoestend door het slijk.
Achter ons verdween de gruwel van het front.
Voort ploeterden we, naar verder weg gelegen onderkomens.
Er waren er die lopend sliepen. Anderen, hun laarzen kwijtgeraakt,
Strompelden op bebloede voeten. Uitgeput was iedereen, verstomd, niets ziend,
Doof zelfs voor de vlakbij neervallende gasgranaten.

Gas! GAS! werd er gebruld. Als de donder rukten we
Die rotmaskers net op tijd over ons hoofd.
Een kreeg het niet voor elkaar En krijste vertwijfeld als een dier in nood.
Vaag zag ik door mijn beslagen glazen, in een dichte waas
Als onder water in een snotgroene zee, hoe hij verzoop.

In al mijn dromen, voor mijn machteloze ogen
Stort hij zich op me. Snakt naar adem en verzuipt opnieuw. 

Jij zou ook eens in zo'n afgrijselijke droom,
 Mee moeten lopen met de kar waarop hij toen werd afgevoerd.
Zien hoe hij aldoor zijn ogen opensperde,
Zijn mond open en dicht ging als bij een stomme vis,
En bij iedere gierende ademstoot moeten horen
Hoe het bloed omhoog borrelde uit zijn verrotte longen,
Als gore etter uit een verkankerde wond in een onschuldig lijf.
Mijn vriend, je zou het voorgoed uit je kop laten
Jonge jongens, hunkerend naar heldenroem,
Zo stomweg die godvergeten leugen wijs te maken:
Dulce et decorum est pro patria mori.

(Maar lees toch liever de engelse versie, eventueel met deze poging tot een vertaling erbij. Ik heb zelf een paar aanpassingen gedaan in een versie die ik vond op wiki.)

Mijn leraar engels Ben Bal op de Amsterdamse avondschool liet ons dit gedicht lezen. Sindsdien ben ik het niet meer vergeten. Bovendien heb ik menig actie gevoerd tegen gifgasexporten, waar Nederland in de jaren tachtig van de vorige eeuw nog zo groot in was. (zie bijvoorbeeld: Nederland en de chemische wapens van Irak)

maandag 7 januari 2013

Wapens naar Syrië

De financiële waarde van de wapenhandel naar het Syrië van Assad ligt de afgelopen jaren tussen de 150 en 230 miljoen euro. De jaren daarvoor waren de leveringen veel kleiner. Het land heeft maar een beperkt aantal leveranciers: met stip op 1 is dat Rusland. Het land zal daar mee door gaan. Het wordt gevolgd door het fraaie span Wit-Rusland, Iran en Noord-Korea. (zie tabel 1)
Er was ook sprake van dat Zuid-Afrika wapens leverde, vooralsnog lijkt het erop alsof het alleen gaat om verstrekte exportvergunningen en verkoop pogingen.

Tabel 1: wapenexport naar Syrië, 2000-2011, 3 januari 2013
in US$ m. (1990), Source: SIPRI Arms Transfers Database (more information, see http://www.sipri.org/databases/armstransfers/background


2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 Totaal
Wit Rusland



24




172



196
Iran






54


5
5
45
109
Noord-Korea
10
10
10
10
10







50
Rusland
7
7
7
7
7
7
16

81
187
294
246
863
Totaal
17
17
17
41
17
7
70

253
192
299
291
1218
Noot: Door afrondingen kunnen totalen afwijken van de afzonderlijke cijfers.


Het gaat bij die leveranties o.a. om een keur aan raketten. Daarbij vallen de Scuds uit Noord-Korea op; en het feit dat Israël en de VS konden voorkomen dat Rusland draagbare afvuursystemen leverde voor luchtdoelraketten van het type SA-18-grouse. Verder zijn de afgelopen tien jaar gevechtsvliegtuigen van de types MIG en Yakolev geleverd, en kleine marineschepen (zie bijlage 1).

Spioneren en hacken* 

Niet alleen de wapens bepalen het verloop van een moderne binnenlandse oorlog. Ook door het controleren van communicatiemiddelen (zoals telefoons en internetactiviteiten) van zijn burgers krijgt een staat grip op zijn bevolking. En die middelen komen uit de Westerse landen. Persbureau Bloomberg meldde vorig jaar dat Blue Coat Systems Inc. (BCSI) en NetApp Inc uit de VS, Qosmos SA uit Frankrijk, Sohos uit Engeland en het Duitse bedrijf UtimacoSafeware AG software voor repressieve doeleinden leverden aan Syrië. Medewerkers van het Italiaanse AreaSpa hebben met deze geleverde technologie de infrastructuur opgezet die het Syrische regime in staat stelt vrijwel elke verzonden email en GSM-bericht te onderscheppen. Vanuit de VS mocht niet aan Syrië geleverd worden, maar leveranties aan Italië waren wel legaal. NetApp beweert dat ze geen idee heeft hoe hun systemen vervolgens in Syrië terecht kwamen. In februari kwam naar buiten dat Syrië technologie van het Ierse bedrijf Cellusys gebruikt voor het filteren van telefoonberichten. De Europese Unie heeft zijn controle op de export van deze technologie in maart 2012 verscherpt. Momenteel komen vooral uit het Verenigd Koninkrijk geluiden dat men het embargo wil versoepen om de opstandelingen te voorzien van militaire goederen, mogelijk zelfs wapens.

(* Zie voor dit onderwerp ook mijn eerder blogs: Versleutelen en tappen en Pottenkijkers in Dubai.)

Smokkel

Volgens een VN-rapport van eind december kwamen uit 29 landen grote aantallen buitenlandse strijders, grotendeels extremistische Salafisten, Syrië binnen. Ook wapens weten via de poreuze grenzen hun weg naar de rebellen te vinden. De drie belangrijkste bronnen zijn Libië, Saoedi-Arabië en Qatar. Op de site van New York Times journalist C.J Chivers staan daar legio voorbeelden van, zoals een kist met vermoedelijk kleinkaliber munitie die via Saoedi-Arabië naar Syrië is gegaan.

Turkije is op de hand van de rebellen in Syrië. Alhoewel naar eigen zeggen niet met wapenleveranties, maar de grenscontrole doet weinig om smokkel te voorkomen. Via de grensovergangen met Turkije komen wapens binnen die uit Saoedi-Arabie en Qatar afkomstig zijn.  NBC meldt eind juli dat via de Turkse grens luchtdoelraketten de grens over gaan. The National uit de VAE komt met het verhaal dat veel in Turkije geproduceerde handvuurwapens opduiken in Syrië. In de New York Times stond in juni een artikel dat de CIA betrokken is bij het de grens over smokkelen van lichte en zwaardere handvuurwapens. 


Ook via Irak worden wapens Syrië binnengebracht. De grenzen tussen Irak en Syrië zijn zo lek als een mandje, aldus het Iraanse Press TV. In december 2012 maakte de Iraakse landmacht kalshnikovs en zware wapensals mortieren en zware machinegeweren buit op smokkelaars, zo weet een Iraakse TV-zender. Op een Iraanse site wordt gesteld dat Saoedi Arabië via Irak wapens Syrië binnen smokkelt. Een deel ervan blijft in Irak om daar de Saoedische positie te versterken.


Tabel 2: wapenexport Syrië, 2000-2011, 3 januari 2013
in US$ m. (1990), Source: SIPRI Arms Transfers Database (more information, see http://www.sipri.org/databases/armstransfers/background


2000-2005
2006
2007
2008
2009
2010
2011
Total
Lebanon/Hizbollah

3


25
25

53
Total

3


25
25

53


De Libanese grens ziet wapenhandel naar twee kanten. Het Syrische regime stuurt wapens naar Libanon. (zie Tabel 2) Het Vrije Syrische Leger (FSA) krijgt op zijn beurt juist wapens via Libanon. Een paar maal zijn er wapens vanuit Libië onderschept.

Jordanië lijkt wel redelijk gesloten. De route was in juli 2012 niet populair. “De Jordaniërs hebben de meeste transporten van daar geblokkeerd,” aldus een opstandeling.

Verder is er sprake van dat - zoals in vrijwel ieder grootschalig conflict - de rebellen wapens buitmaken op het regime, o.a. door het veroveren van bases en opslagplaatsen. Dat gebeurde ook vlak voor kerst afgelopen jaar. De buit bevatte toen onder meer geschut uit de Tweede Wereldoorlog dat nog in de orginele verpakking zat, maar ook een lading handvuurwapens. De wapens zijn verspreid over de regio Aleppo. Ook veroverden de rebellen recent een munitieopslagplaats in de buitenwijken van Aleppo. De vreugde was van korte duur; de gebouwen werden door het Syrische regime gebombardeerd, meldt de Saoedische nieuwszender Al Arabya.

Niet van alle wapens is bekend hoe ze in Syrië terecht zijn gekomen. Zo is het de vraag waar de munitie vandaan kwam die eerder aangetroffen werd op een moederschip van Somalische piraten. Of de wie de partij Belgische FN-FAL geweren leverde die bij de FSA werd aangetroffen. In een artikel van de journalist Damien Peeters wordt verondersteld dat Qatar een partij aan Libië leverde.

Dansen op de oorlog


Ook wapens uit Libië duiken nu bij het verzet in Syrië op (evenals in vele andere conflictgebieden in de regio). Het gaat daarbij onder andere om mobiel te lanceren luchtdoelraketten, zoals de Noord-Koreaanse F-7 en mogelijk de Russische PG-7VL HEAT -7, zo stelt de Rogue Adventurer (die nauw samenwerkt met C.J. Chivers van de New York Times) op zijn blog.


In Libië is intern nog steeds sprake van een levensgevaarlijke situatie, waar strijdgroepen veelal de touwtjes in handen hebben. Libische wapens duiken op in heel Noord-Afrika, gaan van conflict naar conflict en staan een oplossing in de weg. Al eerder schreef ik over de effecten van de toevloed van Libische wapens op de situatie in Mali.

In Syrië dreigt hetzelfde te gaan gebeuren, in een nog gevaarlijker deel van de wereld. De Russische vice-premier Dimitri Rogozin stelde in oktober 2012 op de Russische TV dat “het een slechte oplossing is om vuur met benzine te doven.” Rusland is een bondgenoot van Syrië en kan belang hebben bij een een dergelijke zienswijze, maar ook voormalig CIA-analist Bob Ayers zegt bij de Voice of America dat het een groot probleem is dat buitenlandse machten niet weten bij wie de wapens precies terecht komen.

Je mag ervan uitgaan dat Westerse inlichtingendiensten weten wat er gebeurt. Dat is ook de mening van Graham Cundy, voormalig officier met ervaring in speciale operaties en contraterrorisme in het Midden-Oosten. "In situaties zoals in Syrië liggen de prioriteiten van de Britse overheid meer bij het verzamelen van inlichtingen en het begrijpen van de ontwikkelingen dan het bevoorraden van de ene of andere groepering. (…) Iedere inlichtingendienst die die naam waard is zal rondhangen in de grensgebieden om de netwerken te leren kennen die de bevoorrading van de strijdende partijen voor hun rekening nemen," aldus Cundy.

Die kennis is van grote waarde, want de netwerken worden mogelijk ook voor het smokkelen naar extremisten gebruikt. Dat impliceert dat men redelijk goed op de hoogte is wat er gebeurt. Toch is dat allerminst een garantie dat het goed zal gaan. Ook in Libië hadden westerse landen troepen in het gebied.
Tenslotte zegt Tenslotte zegt Roed-Larsen, de speciaal vertegenwoordiger van de VN voor VR-resolutie 1159 (betreft het terugtrekken Syrische troepen uit Libanon): "What we see across the region is a dance of death at the brink of the abyss of war." 
 
Europese dubbelzinnigheid


De Europese Unie heeft 9 mei 2011 een wapenembargo ingesteld tegen Syrië. Maar terecht stelt Tomas Baum van het Vredesinstiuut van het Vlaamse Parlement:"Vandaag is er bijvoorbeeld een Europees embargo van kracht tegen Syrië. Saoedi-Arabië maakt er geen geheim van dat het groepen in Syrië bewapent, en toch wordt veel wapenexport naar het land vergund. In het licht van consistente Europese regels inzake wapenexport, stelt zich hier een duidelijk probleem." Het Europese Netwerk Tegen de Wapenhandel (ENAAT) wijst er op dat de Saoedi's inmiddels de VS hebben ingehaald als belangrijkste importeur van Europese wapens. In de praktijk is het stoppen van de wapensmokkel naar Syrië voor het Westen net zo min een prioriteit als het bewapenen van de rebellen van het Vrije Syrische Leger. Zo kunnen Qatar en Saoedi Arabië hun invloed in Syrië vergroten. Doorslaggevend is die wapenhandel en -smokkel niet, maar het houdt het conflict wel gaande en neemt alvast een hypotheek op komende conflicten en oorlogen.



Zie ook: Interview – Martin Broek: ‘De Syrische burgeroorlog leidt niet tot een conclusie’

Noot: Voor het schrijven van dit artikel is gebruik gemaakt van bronnen uit Irak, Iran, Israël, Qatar, Rusland, Saoedi-Arabië, de VN, VS en Zweden. Dat geeft niet alleen een breed beeld, maar houdt – hoewel ik informatie heb gewogen – ook het risico in dat niet alle informatie accuraat is.

Dit artikel is geschreven in het kader van een onderzoek naar 'de Libische wapens' met steun van het Fonds Vredesprojecten.

zondag 1 juli 2012

Duelfer, Verstoppertje spelen in Irak

De Amerikaan CIA-man Charles Duelfer kwam voor het eerst eind jaren tachtig in Irak, na de Iran-Irak-oorlog. Naar eigen zeggen drong het toen pas, op de grond, echt tot hem door hoe Saddam Hoessein zich had misdragen met de inzet van chemische wapens. In de jaren negentig coördineerde hij het onderzoek naar massavernietingwapens (mvw) door UNPROFOR. In 2003 deed hij hetzelfde, nu in dienst van de CIA. Dit laatste onderzoek leidde tot het zogenaamde Comprehensive Report on Iraq WMD, bekend onder de naam Duelfer-rapport, vol feiten en vuistdik.(1)

Over zijn persoonlijke ervaringen in dienst van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken schreef Duelfer het boek Hide en Seek. Hij werkte op bij het Bureau of Political-Military Affairs, de afdeling die ook wel het kleine Pentagon werd genoemd. Hij bezocht Tsjaad in de Koude Oorlog. Hij begeleide Jeanne Kirkpatrick in 1983 naar de Veilgiheidsraad toen daar gesproken werd over de neergestorte Koreaanse Boeing (bekend als KAL 007). Het gaat over zijn leven in dienst van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het grootste deel van het boek gaat echter over zijn ervaringen in Irak. Hij beschrijft hoe hij in 1994 samen met de Nederlander Wolterbeek (in het boek Wolterbeck) de loods met gevonden MVW bezocht: “met zijn lekkende sarin gifgasgranaten, vaten met gif en een hoeveelheid vervuilde uitrusting.” Hij trapt naar de Fransen door te vertellen over Thomson-CSF (nu Thales), dat in 1995 de bewakingscamera's leverde voor UNSCOM in Bagdad. Die camera's werkten niet “maar Thomson-CSF stuurde wel een rekening voor een miljoen dollar”. Zo staat zijn boek vol met kleine en grote anekdotes. Wat het vooral interessant maakt is dat je vijfhonderd pagina's lang meeleest met iemand die van nabij Irak volgde en sprak met alle belangrijke spelers, tot op het hoogste niveau, zowel in het Westen als in Irak.

Een dergelijk boek lezen is tegelijkertijd moeilijk. Wat is waar en wat is spinn of desinformatie? Duelfer heeft brede visie op de wereld. Hij kijkt naar internationale politiek, economie, militair strategische vraagstukken, management en psychologie. Vanuit die optiek probeert hij ook zaken in een kader te plaatsen dat zijn positie ondersteunt. Zo waren de foutieve rapporten aan vooravond van de Irakoorlog niet met opzet verkeerd geschreven, maar werd fout op fout gestapeld, omdat uitgegaan werd van een beeld en niet van de feiten “die werden beoordeeld door een Amerikaanse analist die misschien nog nooit een Iraki had gezien,” schrijft hij met rancune. Maar tegelijkertijd ontkent hij politieke bedoelingen. Miskleunen wijdt hij aan slechte organisatie, ook al leiden ze het tot cruciale stappen naar oorlog. De Iraanse jongens die als ratten sterven tijdens de strijd in de moerassen van de Shat'al Arab schildert hij af als gekken, die geloven in een prachtig leven na de dood. Alsof hij niet weet dat deze jongeren gedwongen gerecuteerd werden. Voor Iraniërs en shi'ieten heeft weinig waardering. Wel heeft hij veel waardering voor de Iraakse elite. Zo moet je bij het lezen de hele tijd sceptisch zijn.

Duelfer organiseerde ook verhoren van belangrijke Iraki's. Hij vond dat het Amerikaanse leger hier verkeerd mee omsprongen. De Abu Ghraib gevangenis is bekend geworden vanwege ernstige misstanden, maar Duelfers probleem is vooral dat het samen opsluiten van gevangen in een grote gevangenis ertoe kan leiden dat mensen informatie delen en elkaar kunnen waarschuwen. Lastig voor de verhoorders. Na een kwart eeuw de Iraakse mvw volgen doet hij zijn best zoveel mogelijk bronnen te vinden en te isoleren om ze te kunnen verhoren. De grootste vis is Saddam Hoessein zelf. Maandenlang kan het team van Duelfer, met name een FBI-agent George Piro, de Iraakse dictator ondervragen.

Verbeten is de jacht op mvw. Als een bericht opduikt dat het Al Abud netwerk de financiën en infrastructuur heeft om oude en nieuwe voorraden mvw in te zetten, wordt onmiddellijk een onderzoeksteam gevormd. Er wordt triethanolamine gevonden, een voorloper voor mosterdgas. Zwaargewichten, zoals Rita Colwell (van 1998 tot 2004 directeur van de US National Science Foundation) worden aan het werk gezet en alle sporen gevolgd. Er wordt een capture/kill eenheid ingeschakeld om getuigen te vinden, contacten met deze eenheid(2) worden gelegd door Larry Sanchez (3). Het leger levert militairen om de compound aan te vallen waarvan men vermoed dat er chemische wapens gemaakt worden. Twee Amerikaanse militairen komen daarbij door een explosie om het leven. Voor een tweede aanval worden via de later bekend geworden generaal McChrystal special forces ingezet. Uiteindelijk blijkt het dood spoor: “Tenslotte bevestigde de Al Abud actie dat de dreiging van verborgen mvw-voorraden klein was. Het feit dat de opstandelingen met veel moeite ingrediënten voor chemische wapens probeerden te bemachtigen was een aanwijzing dat ze die niet al verborgen in hun bezit hadden.” Het onderzoeksteam van Duelfer was zeventienhonderd man sterk. Vier man kwam om het leven. Voor de aanwezigheid van mvw werd slechts een enkel verdwaald spoortje gevonden.

Voor Duelfer was de oorlog toch gerechtvaardigd. De druk op het regime van Saddam Hoessein zou verslappen en voor die tijd moest hij het veld ruimen. Waar hij fors op uithaalt is de kwaliteit van de Amerikaanse politiek ten opzichte van Irak. Als het Witte Huis in 2005 Meghan O'Sullivan aanneemt als adviseur over Irak dan beschrijft Duelfer de Iraakse reacties als volgt: “Wat geeft deze persoon het recht en de wijsheid om over ons te beslissen en onze levens te beïnvloeden. Welke ervaringen maken dat hij over ons in Irak kan beslissen. Deze persoon gaat over ons beslissen en we konden hem niet kiezen.” Het een steeds terugkerend thema, de kwaliteit van de Amerikaanse politiek is belabberd.

Maar wat hem ogenschijnlijk het meest dwarszit de twee doden en een gewonde die een aanval met een bermbom opvingen en waardoor hij gespaard bleef. Hij zoekt de nabestaanden op, zogezegd op eigen initiatief. De bezoeken worden uitgebreid beschreven. Het is een deel waar ik liever op afstand blijf. Verder vind ik het boek een aanrader. Het geeft een beeld dat je niet uit kranten kunt halen. Je hebt soms het gevoel op zijn hotelkamer te zitten, zo dichtbij is het – bijna als filmscript – geschreven. Het geeft daardoor inzichten die anders moeilijk te krijgen zijn. De uitkomst is al bekend. Irak had geen mvw meer, maar voor het begrijpen van de Amerikaanse politiek en de mensen die daar een rol in spelen vind ik het, ook in de internationale pers weinig besproken boek, een aanrader.


Noten:
1) Je kan het vinden in de rechter balk op broekstukken.blogspot.com onder het kopje documenten.
2) Deze eenheid opereert zowel in Irak als Afghanistan, zie p. 421-422.
3) Sanchez is een bekende inlichtingendienst man: CIA en inlichingendienst Ministerie van Energie. In 2004 werekt hij aan een infiltratie organisatie in de New York in samenwerking met de New Yorkse politie.




titel Hide and Seek
auteur Charles Duelfer
uitgave Hard cover, 524 p., noten en index
uitgever PulicAffairs
prijs $ 12
jaar 2009
isbn-13 978-1-58648-557-3

Geschreven voor Vredesmagazine (dit is een iets langere versie)

maandag 21 november 2011

Datajournalistiek: de journalist als alpinist

Proefdraaien zoekmachine bij Clingendael, oktober 2011.


Foto's gemaakt op 19 november 2011 bij Legebeke Legaat van boven naar beneden en links naar rechts: Bart Jacobs, Chris Kijne (VPRO), Pieter Klein (RTL-Nieuws), Denis Brentjes (RU), Rik Harink (RU), Nick Overdijk (RU), Hans Laroes (voorm. NOS), Joost Oranje (NRC) en Henk van Ess (VVOJ).
Afgelopen zaterdag organiseerde het Legebeke Legaat een forum over wikileaks en de 'Argos Machinery'. Met die machine wordt een indexprogramma bedoeld dat effectief zoeken mogelijk maakt in drie bergen wikileaks documenten: de militaire logboeken uit Afghanistan en Irak en de Amerikaanse diplomatieke ambtsberichten (in totaal zevenhonderdduizend bestanden). Dat is een berg waar je het liefst omheen gaat.

Gerard Legebeke is de veel te vroeg gestorven eindredacteur van het VPRO/VARA radioprogramma Argos. Het legaat is opgericht om zijn motto 'de waarheid en niets dan de waarheid' kracht bij te zetten en te bevorderen dat onderzoeksjournalistiek een kerntaak van de publieke omroep is en blijft. Voor het Legebeke Legaat is wikileaks en zo'n zoekmachine een uitgelezen onderwerp, zeker omdat Argos zelf een hoofdrol speelde.

De redactie van Argos kwam er al snel achter dat het doorspitten van alle informatie met gewone zoekmethoden gekkenwerk was. Ik was die gek die voor hen door de Afghanistan logboeken ging en weken ploeterde om 2.500 documenten te selecteren waarin sprake was van operaties en activiteiten in Uruzgan en/of Nederlandse activiteiten in Afghanistan (die resultaten staan op mijn site).

Tijdens dat zoeken werd duidelijk:

1. dat bestand na bestand openklikken om te lezen bewerkelijk was en niet efficiënt. Grote digitale bestanden lees ik gewoonlijk met de Ctrl-f functie en ik denk dat veel mensen dat doen. Dat is mogelijk als gevonden informatie in één bestand staat.

2. dat ook een krant een dergelijk en even uitgebreid onderzoek had gedaan. Argos kreeg die gegevens en ik vergeleek mijn vondsten met die van hen. Zij hadden pagina's gevonden die ik mistte en andersom. Er moest een preciezere methode mogelijk zijn.

3. je door toenemende specifieke kennis allengs meer zoektermen krijgt, maar dat steeds opnieuw door die bulk heen gaan te tijdsintensief was.

Een snellere zoekmethode en betere verwerking van zoektochten, leek ons (o.a. Huub Jaspers van Argos en Sam Streefkerk van ONJO (het samenwerkingsverband van de programma's voor onderzoeks journalistiek van de publieke omroep)) een ICT-oplossing. Geen van allen waren we in staat met meer dan rudimentaire kennis van digitaal indexeren en datamining aan een dergelijke oplossing te werken. Op dat moment blijkt dat de goede naam en Nijmeegse connectie van Argos goud waard zijn. Jaspers kwam hoogleraar computerbeveiliging Bart Jacobs tegen en die – hoewel hij dat normaal gesproken niet doet – vroeg tijdens een college op de Radbout Universiteit of studenten er mee aan de slag wilden gaan. Vijf man sterk gaven zij zich op. Elf maanden later leverde dit uiteindelijk de Argos Machinery op.

Met trots werd het apparaat gedemonstreerd. Een verzameling zoekwoorden rond Kunduz (met trefwoorden van militaire eenheden, namen van personen, operaties, plaatsten, dorpjes en gehuchten) leverde ruim negentienduizend resultaten op. Door die vondst te beperken tot bestanden met Nederland erin bleef daarvan een klein deel over. Die vondsten werden geprojecteerd op een kaart en het grootste deel bleek in de provincie Kunduz te liggen en een kleiner deel in de hoofdstad Kabul. Wat mij weken kostte kan nu in een dag. En veel preciezer.

De machine komt niet online. Argos wil niet meewerken aan het verspreiden van persoonlijke gegevens (die mensen in gevaar kan brengen). Maar ze wil ook niet witten in de berichten. Soms kan een naam en adres je als journalist op een spoor zetten. Dat betekent niet dat je die gegeven publiceert, maar je gebruikt ze wel voor je onderzoek en ze moeten dan ook niet verloren gaan. De oplossing is dat journalisten de zoekmachine alleen kunnen gebruiken bij de VPRO zelf.

Als je geen journalist bent of niet naar het Mediapark wil gaan dan zijn er ook andere methoden die snel resultaten opleveren. Zoeken in de cables is minder moeilijk dan het lijkt. Je kan google gebruiken, bijvoorbeeld met de volgende zoekterm: "thales netherlands" site:wikileaks.org/cable. Zo vond ik een telex over de controle op de levering van optische technologie aan Algerije met onderdelen van Thales. Ik schreef er eerder dit jaar over, maar de cable voegt extra kennis toe aan wat ik al wist. Vrij precies is de Amerikaanse vergunningsafhandeling uit 2009 te volgen. Zoektermen kan je aanpassen aan eigen wensen op elk gebied, verander “thales netherlands” in shell nigeria en je krijgt weer hele andere berichten. En als je de zevenhonderdduizend bestanden naar je computer download ben je verzekerd van toegang en kan je met meer of minder specialistische software zoeken.

Er bestaat ook http://cablesearch.org, opgezet door Henk van Ess van de Vereniging voor Onderzoeks Journalisten (VVOJ). Dat biedt weer net andere mogelijkheden en is in het begin gemakkelijker in het gebruik. Of kijk rond op de wikileaks site zelf, maar dat is lastiger. Maar het haalt het allemaal niet bij het Argos product. De kleine redactie was door zijn gedrevenheid in staat een professionele zoekmachine te laten ontwikkelen (zonder de vijf studenten was het onbetaalbaar en onhaalbaar geweest), investeerde in de toekomst en leverde een forse bijdrage aan de Nederlandse onderzoeksjournalistiek. Hopelijk kunnen ze die voorsprong niet al te gemakkelijk behouden en gaan ook andere media investeren. Het hoeft voor de dataminers niet bij wikileaks te blijven; er zijn nog vele andere bergen.

WikiLeaks & de Argos-machinery, ONJO 2 december 2011

zaterdag 1 oktober 2011

Openbaarheid inlichtingendiensten nuanceert beeld commissie-Davids



De Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD) hebben honderden pagina's met nota's, brieven en rapporten vrijgegeven uit 2002 en 2003. Ze schreven die ten behoeve van de besluitvorming over deelname aan de oorlog in Irak. De vrijgave is het resultaat van een procedure op grond van de Wet Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (WIV), die werd aangespannen door Argos–redacteur en inlichtingendienstdeskundige Wil van der Schans. Journalistiek onderzoeker Martin Broek heeft de enorme berg materiaal minutieus doorgespit. Dit onderzoek levert een genuanceerder beeld op van de beide diensten in de aanloop naar de oorlog dan men op grond van eerdere publicaties zou verwachten.

De MIVD schrijft vrijwel alleen over militaire zaken; militaire krachtsverhoudingen, wapentechnologie, aanwezigheid van wapens en de rapportages van VN-wapeninspecteur Hans Blix. De AIVD-stukken bestrijken een breder terrein en omvatten alles wat voor een politieke, binnen- en buitenlandse veiligheidsbeoordeling van belang is. Ze beschrijven de positie van Irakezen in Nederland, zowel die van vluchtelingen als die van medewerkers van de Irakese inlichtingendienst Mukhabarat, de wapentransporten naar het oorlogsgebied, acties van oorlogstegenstanders en internationale politieke reacties.
Met het vrijgegeven van zoveel documenten van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is een precedent geschapen, waardoor de toegang tot dergelijke informatie in de toekomst waarschijnlijk gemakkelijker zal zijn. Vanwaar deze opmerkelijke openheid? Daarvoor is een aantal redenen. Ten eerste willen beide diensten vermoedelijk best laten zien, dat ze een stuk kritischer stonden tegenover de belastende Amerikaanse informatie over Irak dan de Nederlandse regering. Dit terwijl hen door een aantal bewindslieden verweten dat ze indekgedrag vertoonden door zoveel slagen om de arm te houden dat hen nooit iets verweten kon worden. De documenten tonen dat het tegendeel juist het geval was: De Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten roeiden tegen de stroom in en baseerden zich op feiten en onafhankelijke analyse. Daarin waren ze precies en genuanceerd, ook als dat politiek niet wenselijk was. De Nederlandse bewindslieden luisterden liever naar de rapporten van de Britse en Amerikaanse inlichtingendiensten en schoffelden de adviezen van de Nederlandse diensten regelmatig onder het tapijt. Door Argos de beschikking te geven over de grote hoeveelheid documenten verschafte de inlichtingendiensten zich een spreekbuis om hun geschonden vaktrots weer enigszins te herstellen.
Ook zal een rol gespeeld hebben dat de documenten al waren vrijgegeven aan de Commissie Davids, die onderzoek deed naar de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog in Irak. In verschillende fasen tijdens de WIV-procedure verklaarde de AIVD de informatie nog niet vrij te kunnen geven, om de Commissie Davids niet in de weg te zitten. Daarmee gaf ze impliciet aan dat het daarna wel mogelijk zou worden. Argos-medewerker Van der Schans vond dit uitstel onterecht en stapte naar de rechter. Hij kreeg bijval van de Commissie van Toezicht Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (CTIVD) die vond dat de gegevens niet buiten de openbaarheid mochten worden gehouden. De rechter nam het standpunt van de CTIVD over en na verloop van maanden kwamen uiteindelijk de AIVD-documenten en nog veel later de MIVD-stukken. Al met al heeft de WIV-procedure voor het verkrijgen van de documenten ruim twee jaar geduurd.

Verder onderzoek

Hoewel de meeste stukken ook door de commissie-Davids zijn bekeken is het Argos-onderzoek zeker geen mosterd na de maaltijd, want er blijken nog vele vragen open te liggen. De Commissie Davids heeft vooral documenten bekeken waarin de inlichtingendiensten een inschatting maakten over de massavernietigingswapens in Irak. Argos keek bijvoorbeeld ook naar de stukken ten behoeve van de Ministeriële Kerngroep Speciale Operaties. Deze kerngroep, ingesteld op 13 december 2002, bestaat uit de minister-president, beide viceminister-presidenten en de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie. Voor de eerste bijeenkomst werden drie notities aangeleverd, zo staat in de aanbiedingsbrief van 13 december. De eerste notitie gaat over de binnenlandse veiligheid in verband met Irak, de tweede behandelt de internationale veiligheidsrisico's bij een Nederlandse deelname aan interventie in Irak. In beide notities is voor vrijgave flink veel tekst verwijderd; “gewit” heet dat in jargon. Maar de derde notitie is niet eens vrijgegeven, uit de aanbiedingsbrief is alleen bekend dat hij bestaat. Dat maakt hem tot een zeer interessant los eindje dat zeker uitgepluist moet worden.
Een ander opvallend gegeven uit de documenten is de draai die de AIVD maakt bij de beoordeling van de Iraakse massavernietigingswapens. Op 3 december schrijft de AIVD in een 'vestzaknotitie' voor een overleg op 4 december dat men zich afvraagt “of Irak beschikt over massavernietigingswapens en of het land ook in staat is deze in te zetten.” Het is een standaard formule die ook in eerdere documenten te vinden is. Op 5 december is de standaard formulering van de AIVD in een brief aan Jaap de Hoop Scheffer veranderd: “Er zijn aanwijzingen dat Irak beschikt over massavernietigingswapens en dat het land ook in staat is deze in te zetten.” Een paar woorden verschil, maar de betekenis is opeens brisant. Om welk overleg het gaat is niet helemaal duidelijk, maar vermoedelijk gaat het om de Ministriële Kerngroep op 4 december over de beroemd en berucht geworden resolutie 1441 van de VN-veiligheidsraad. Deze bijeenkomst wordt genoemd in een voetnoot in het rapport van de commissie-Davids. Het moet bij deze Ministriële Kerngroep om een andere groep gaan dan Speciale Operaties, die werd immers pas op 13 december ingesteld. Plaatsvervangend hoofd van de AIVD, Theo Bot, krijgt “met het oog op [zijn] deelname, met Minister Remkes aan overleg o.l.v. MP over Irak” op 2 december een notitie van de Directie Inlichtingen Buitenland (D4) van de dienst. Wie er naast Balkenende, Bot en Remkes in deze kerngroep zaten, is onbekend. Ook of de verschuiving van de standaard formulering verband houdt met die Ministeriële Kerngroepbijeenkomst is onduidelijk.

Regime change

Eén van de eerste AIVD-documenten uit de WIV-verstrekking is de 'Dreigingsanalyse Irak' uit maart 2002. Hierin geeft de AIVD de regering onder andere advies over de politiek van de VS – die gericht is op regime change in Irak: “De vraag is niet zozeer of de Verenigde Staten Irak zullen aanvallen, maar wanneer en hoe.” De dienst geeft duidelijk aan welke argumenten nodig zullen zijn om politieke steun te krijgen. “Gelet op de reacties in de internationale gemeenschap volstaat een verwijzing naar de internationale strijd tegen het terrorisme niet als rechtvaardigingsgrond voor een militaire aanval op Irak. Van belangrijke betekenis in de aanloop naar alsmede in de legitimering van een interventie in Irak spelen dan ook de wapeninspecties.” De AIVD is realistisch genoeg om te beseffen dat “een grootschalige interventie niet zal worden gebruikt om Irak te dwingen wapeninspecteurs toe te laten, maar gericht zal zijn op het ten val brengen van het regime van Saddam Hoessein.” Daarmee toont de AIVD een realistischer visie op de internationale politiek te hebben dan een groot deel van de oppositie in de Tweede Kamer. De oordelen van de AIVD zijn in die zin verfrissend om te lezen.
Ook interessant is de realistische analyse van de MIVD in de notitie 'toekomstig Iraaks bestuur' - een analyse die in het licht van de huidige Arabische lente extra wrang in de oren klinkt: “In het kort doen vier regeringsmodellen de ronde: a) een volwaardige democratie, b) een harde militaire dictatuur, c) een constitutionele monarchie en d) een autocratisch pro-westers bestuur met semi-democratische karakteristieken. Op basis van beschikbare informatie en aanwijzingen is de inschatting dat de laatste optie de meest voor de hand liggende is. Dit brengt het verwijt (in de media) met zich dat van een echte democratie geen sprake is, in weerwil van eerdere publiekelijke uitspraken van Westerse regeringen. Een groot voordeel van een autocratisch bestuur is echter dat voor langere tijd stabiliteit en een pro-westerse koers verzekerd zouden kunnen zijn. De westerse geostrategische belangen (ook olie) zullen in dit scenario behartigd kunnen worden. Een pro-westerse leider zal gevoelig zijn voor druk van zijn buitenlandse sponsors aan wie hij zijn leiderschap te danken heeft en die garant staan voor zijn voortbestaan. (…) Vanzelfsprekend zal een dergelijke machthebber zich niet de meedogenloze repressie van Saddam Hoessein kunnen veroorloven, maar Realpolitik in dit land en in deze regio noopt tot een zekere bereidheid om geweld te gebruiken teneinde de gewenste stabiliteit zeker te stellen.” Misschien waren er mensen in Den Haag die serieus geloofden dat de oorlog in Irak democratie zou brengen, maar de MIVD geeft al aan dat dit niet als waarschijnlijke uitkomst gezien moet worden.

Mobiele laboratoria

Een visie kan wijzigen in verloop van de tijd, maar het komt ook voor dat een visie de ene week anders is dan de andere. De kijk van de diensten op de mobiele laboratoria voor productie van biologische wapens is er een voorbeeld van. De AIVD ziet in eerste instantie geen bewijs voor de aanwezigheid van de mobiele laboratoria, ook niet als de CIA ze noemt in het rapport: Iraqi pursuit of weapons of mass destruction. De AIVD schrijft dat op 13 september 2002 ook aan premier Balkenende en minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer. Nog geen drie weken later (3 oktober) stelt de AIVD in reactie op het rapport-Blair Iraq's weapons of mass destruction; the assessment of the British government: “De AIVD heeft aanknopingspunten gesignaleerd die kunnen wijzen in de richting van kleine laboratoria, die heel goed verplaatsbaar zouden kunnen zijn.” Het woordje 'kunnen' betekent weliswaar dat de AIVD een voorbehoud maakt, maar het is een duidelijke verschuiving van positie.
Bij de MIVD gaat er wat meer tijd overheen voordat de dienst het bestaan van de mobiele laboratoria voor waar aanneemt. Dat gebeurt op 5 februari 2003 in “bewijs dat Irak niet meewerkt aan inspectieregime,” een notitie geschreven als reactie op de toespraak de Amerikaanse minister voor Buitenlandse Zaken Colin Powell voor de Veiligheidsraad. “Uit het door Powell gepresenteerde bewijs over mobiele productiemogelijkheden blijkt duidelijk dat Irak nog steeds tracht deze wapens te produceren.” De MIVD nuanceert deze informatie meteen door er op te wijzen dat deze biologische wapens alleen inzetbaar zijn binnen de grenzen van Irak, maar door aan te nemen dat de mobiele laboratoria bestaan gaat de dienst verder dan in september 2002. Ook in september 2002 nam de MIVD aan dat Irak een programma voor biologische oorlogsvoering had: “Het inzetten van deze [achtergehouden en makkelijk in bestaande faciliteiten en met aanwezige middelen te produceren strijdmiddelen, zoals antrax, botulisme en ricine] van deze strijdmiddelen door middel van ballistische raketten met een eenvoudige biologische kop is buitengewoon moeilijk, omdat een grote kans bestaat, dat het merendeel van het strijdmiddel door inslag zal worden vernietigd. Als het strijdmiddel de inslag zal overleven dan kan een relatief klein gebied worden besmet.” Het verschil tussen deze constatering en de constatering dat Irak 'tracht' deze middelen te produceren is flinterdun. Deze constatering is ook van belang gezien de positieverandering die de MIVD zou hebben ondergaan (zie verder).
Het document uit september 2002 stelt ook dat Irak civiele vliegtuigen ombouwt “in lanceerplatforms voor ballistische raketten.” De aanwezigheid van biologische strijdmiddelen wordt daardoor ernstiger, aangezien dit de reikwijdte ervan vergroot. In dat opzicht is de MIVD in 2003, na de toespraak van Powell, juist voorzichtiger en schrijft ze: “Gelet op het absolute luchtoverwicht en luchtverdediging van de geallieerden rondom Irak is effectieve inzet van deze vliegtuigen buiten de grenzen van Irak zeer onwaarschijnlijk.” De Commissie Davids negeert deze uitspraak als ze schrijft dat de MIVD de woorden van Powell over de overbrengingsmiddelen zonder toelichting heeft overgenomen. Het is mogelijk dat de Commissie Davids andere informatie heeft dan Argos, maar dat is in dit geval niet waarschijnlijk aangezien we beide over hetzelfde document beschikken.

Veranderde opstelling MIVD

Op grond van de MIVD-reactie op Powell's speech neemt de commissie-Davids een veranderde opstelling van de MIVD waar. Davids schrijft: “Opvallend is daarentegen dat de presentatie van Powell in de Veiligheidsraad op 5 februari een positieve en weinig kritische beoordeling kreeg. De informatie was weliswaar bij de MIVD bekend, maar 'nieuw is dat de informatie nadrukkelijk is onderbouwd met bewijzen afkomstig uit intercepties, satellietfoto's en menselijke bronnen.' De beoordeling hiervan was als volgt:
Dezerzijds wordt ervan uitgegaan dat de onderbouwing is gebaseerd op harde feiten en er geen sprake is van gemanipuleerd materiaal. Geconstateerd moet aldus worden dat het regime van Saddam Hoessein de lacunes in de in december 2002 ingediende documenten nog steeds niet heeft toegelicht en dat er sprake is van tegenwerking van de inspecteurs. De smoking gun is nog niet gevonden!” (cursivering Davids)
Huub Jaspers van radio programma Argos vraagt voormalig MIVD directeur Van Reijn in april 2010 of de positieverandering samen kan hangen met zijn opvolging door Bert Debben, die in februari 2003 hoofd-MIVD is. Van Reijn antwoord met een binnen Defensie gangbare grap: 'Er zijn altijd twee mensen die er niets van hebben begrepen. De eerste is je voorganger en de tweede is je opvolger.' De omvang van die verandering moet op grond van de MIVD-reactie genuanceerd worden.
In de beoordeling van Powell's speech voor de Verenigde Naties over de aanwezigheid van massavernietigingswapens neemt de MIVD ook onder Dedden afstand van beweringen over mvw-wapens. Over de door Powell genoemde banden tussen het internationale terrorisme en Irak zegt de MIVD: “Omdat de bewijzen voor de band tussen Irak en het internationale terrorisme niet zichtbaar zijn concentreerde Powell zich op de meest overtuigende bewijslast ten aanzien van verschillende programma's voor de ontwikkeling van massavernietigingswapens.” Het verband tussen Irak en het terrorisme is daarmee afgeserveerd. Vervolgens neemt de MIVD ook onder Dedden afstand van het acute gevaar van van de Iraakse massavernietigingswapens. Het commentaar op het gevaar van biologische wapens en de overbrengingsmiddelen is hier boven al genoemd. Rond chemische wapenprogramma blijft de MIVD bij het verhaal dat de wapens “zonder ballistische raketten buiten Irak niet effectief kunnen worden ingezet.” Powell zegt in dit verband dat Irak beschikt over Scud raketten met een reikwijdte van 650 tot 900 kilometer. De MIVD schrijft: “Er is sinds 1995 een discussie gaande over deze wapens en er zijn geen bewijzen geleverd dat deze wapens operationeel inzetbaar zijn.” Over nucleaire wapens komt de MIVD met de gemeenplaats dat Irak de nucleaire optie nog steeds openhoudt: “Als het land de kans zou krijgen deze optie te realiseren zonder VN-sancties, dan kan Irak binnen enkele jaren over nucleaire wapens beschikken.” Ook hier is geen nieuwe positie ingenomen ten opzichte van september 2002. In de slotconclusie zijn kritische kanttekeningen wel verdwenen. Het lijkt alsof de Commissie Davids zich bij het statement dat sprake is van 'een positieve en weinig kritische beoordeling' van Powell's speech door MIVD zich vooral op die korte slotconclusie beroept en de rest van de overzichtelijke en zeven mager bedrukte pagina's tellende notitie buiten beschouwing laat.
De MIVD-dreigingsanalyse van Irak veranderd niet door de speech; volgens de MIVD is de Iraakse dreiging miniem en blijft het gevaar binnen de grenzen van Irak. Dat is ook hoe Joost Oranje het opschrijft in zijn spraakmakende artikel van februari 2007 'Hollandse oorlogslogica': “De presentatie van Powell in de Veiligheidsraad gaf geen enkele reden om af te wijken van wat in vaktermen het 'normbeleid Irak' heet.” De verandering tussen de MIVD onder van Reijn en die onder Dedden lijkt niet zo groot dat van een noemenswaardige verandering kan worden gesproken. Mogelijk had de Commissie Davids informatie – bijvoorbeeld uit gesprekken met betrokkenen – op grond waarvan ze dit onderscheid toch maakt.

Massavernietigingswapens (mvw)

De kwestie Irak draaide in het openbaar steeds meer om de aanwezigheid van massavernietigingswapens en de bereidwilligheid van Irak mee te werken aan de vernietiging ervan. Er zijn drie cruciale momenten waarop de AIVD en de MIVD de regering moesten adviseren: a) het hierboven genoemde CIA-rapport; b) het rapport van de Britse regering dat berucht is geworden doordat Tony Blair in het voorwoord schreef dat Iraakse massavernietigingswapens binnen 45 minuten kunnen worden ingezet; en c) en de toespraak van Colin Powell in de Veiligheidsraad van februari 2003. Op deze belangrijke momenten steunde of de de AIVD of MIVD de buitenlandse analyses gedeeltelijk, maar zeker niet geheel.

CIA-rapport

De AIVD stelt in een brief van 13 september 2002 nog dat ze de stelligheid van de conclusies van de CIA over een wederopbouw van Iraakse mvw-programma’s niet kan onderschrijven. Het is een positie die ook de Commissie Davids is opgevallen en deze schrijft daarover: “In deze rapportage stelde de AIVD dat de CIA verzuimde de stelling nader te onderbouwen dat Irak de beschikking zou hebben over productiefaciliteiten. Volgens de AIVD waren de westerse inlichtingen- en veiligheidsdiensten er ook eerder niet in geslaagd enig bewijs hiervoor te leveren.” Er is geen documentatie binnen de vrijgegeven stukken over het standpunt van de MIVD ten opzichte van het CIA-rapport. Davids heeft wel mondelinge informatie kunnen gebruiken: “(Minister) Korthals [was] nogal sceptisch over een presentatie over het Iraakse mvw-programma die de CIA eind September 2002 gaf. Navraag van Korthals bij directeur MIVD Van Reijn deed deze scepsis niet verdwijnen. Korthals' ambtsopvolger Kamp stelde in het gesprek met de Commissie dat hij er nog voordat hij minister van Defensie werd al van overtuigd was dat er rekening mee moest worden gehouden dat Irak nog over mvw beschikte.” Daarmee neemt Kamp onomwonden afstand van de MIVD als informatiebron voor de Nederlandse regering, en kiest hij ervoor de Amerikaanse inlichtingendienst te volgen.

rapport-Blair

Rond het rapport Blair neemt de AIVD in een brief van 3 oktober aan onder meer premier Balkenende het standpunt in dat ze veelal niet over eigen informatie beschikt, maar wel overtuigd is “van de validiteit van de informatie van de Britse inlichtingen en veiligheidsdiensten zoals die verwerkt is in het rapport Blair.” Achteraf kan je dit lezen als een waardering voor de informatie, maar niet voor de conclusies. De MIVD is in een briefing van 25 september duidelijk afwijzend naar de meest explosieve boodschap van het rapport, de 45-minuten claim: “De conclusies van het rapport zijn in lijn met de analyse van de MIVD aangaande het Iraakse (NRBC) wapenarsenaal. Hetzelfde geldt voor de gegevens die zijn vermeld over ballistische wapens, met de aanvulling dat dezerzijds wordt uitgegaan van ruim een dozijn achtergehouden al-Hussein raketten. Voor wat betreft het “nieuwe” feit dat sommige chemische en biologische wapens binnen 45 minuten inzetbaar zouden kunnen zijn, wordt dezerzijds veronderstelt dat dit slechts een verwijzing is naar bestaande Iraakse slagveldwapens, zoals (chemische) artilleriegranaten, met een beperkt bereik en gelimiteerde militaire toepasbaarheid. Het betreft derhalve uitdrukkelijk geen wapens met een (groter) bereik (…).” Davids voegt hier nog een opmerking aan toe over een RTV-optreden van Van Reijn op 15 oktober waarin deze stelde dat Irak geen effectieve aanval kon doen op de buurlanden.

Presentatie Powell Veiligheidsraad

Op 5 februari komt Powell met zijn multimediaspeech in de Veiligheidsraad. De AIVD stelt: “Zoals reeds eerder aangekondigd geen smoking gun, maar wel concretere aanwijzingen dan tot op heden naar buiten zijn gekomen. De door Powell gepresenteerde informatie is een mengeling van in het publieke domein oude en nieuwe onderdelen.” Minister van Ardenne meent uit de speech op te moeten maken dat Irak massavernietigingswapens levert aan terroristen. Een visie die door beide Nederlandse diensten al ruim en breed naar het land der fabelen verwezen was. De Commissie Davids citeert uit de Ministerraad van 7 februari: “De conclusie die Powell aan deze gegevens verbindt, namelijk dat er een directe link zou zijn tussen het Iraakse bewind en Al Qaida, is volgens de AIVD niet aangetoond.”(1) Daarmee wordt Van Ardennes uitspraak nog eens weersproken. Verder vat de AIVD de speech samen en onderbouwt of weerlegt niets. De MIVD nuanceert of ontkracht vrijwel alle bewering, maar neemt, zoals eerder al gesteld, de bronnen voor Powell's speech voor waar.

Klakkeloos

“De AIVD blijkt in de aanloop naar de oorlog tegen Irak het kabinet op het verkeerde been te hebben gezet. De geheime dienst heeft klakkeloos buitenlandse inlichtingenrapporten overgenomen zonder de informatie te verifiëren,” zo leiden Jolande van der Graaf en Joost de Haas op zaterdag 28 maart 2009 een artikel in.' De documenten tonen aan de situatie anders lag. Tot op het laatste moment hebben de diensten twijfels geuit over veel van de informatie die ze via de Britsen en Amerikaan1se zusterdiensten op hun bordje kregen. Het probleem is dat de Nederlandse inlichtingendiensten genegeerd werden door het kabinet. Het kabinet deed liever zaken met buitenlandse diensten. De stelling “dat Nederland onder meer op basis van deze rapporten ten oorlog trok,” uit hetzelfde Telegraafartikel klopt niet. De conclusie moet zijn dat de Nederlandse inlichtingendiensten kritisch reageerden op grote delen van de rapporten van de buitenlandse diensten die door de Nederlandse overheid echter als waar aan het publiek werden gepresenteerd. Deze kritische commentaren bleven binnenskamers en kwamen pas later gedeeltelijk naar buiten, zoals in het artikel van Oranje en de radio-uitzending 'Openheid over Irak' van Argos van 20 december 2008. Vaak waren de Nederlandse inlichtingendiensten niet in staat om de rapporten te beoordelen en bouwden ze op het gezag van buitenlandse diensten, zoals de AIVD in verband met het rapport Blair en de MIVD rond de 'feiten' die Powell presenteerde. Davids stelt het als volgt: “De regering schetste in de Tweede Kamer een grotere rol voor de AIVD en de MIVD dan deze diensten in werkelijkheid hebben gespeeld. Van het beoordelingsvermogen van de AIVD en de MIVD werd in de praktijk, zoals hierboven reeds is geconcludeerd, door de betrokken bewindspersonen en departementen slechts selectief gebruikgemaakt.” De WIV-documenten zijn een waardevolle aanvulling op het rapport Davids. Daar is tot in detail te lezen dat de Nederlandse Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten op een behoorlijk aantal punten afstand namen van de regering in de aanloop naar de Irakoorlog. Door de trage werking van WIV zijn ze eerder voer voor historici dan voor journalisten.

Martin Broek
22 september 2011
geschreven voor ONJO-site


1) Het is overigens opvallend dat exact hetzelfde citaat voorkomt in 'Brandpunt Irak' van 5 maart 2003, maar dan zonder het woordje niet. Hierdoor betekent de zin het tegenovergestelde nl. dat er wel banden zijn. Dit lijkt een redactionele fout. De Commissie Davids rept niet over de verandering. De AIVD zelf onderbouwt op 27 februari de afwezigheid van de banden en verklaart ook op 2 juli 2003 dat er een discrepantie was tussen de de door Colin Powell veronderstelde directe link van het Iraakse regime met Al Qa'ida en de gegevens waarover op dat moment de AIVD en een andere uit de tekst weggewitte partij beschikte.

links:

- Rapport Davids
- Argos
12 juni 2010- Documenten AIVD en MIVD over inval in Irak vrijgegeven
5 juni 2010- Opnieuw de Commissie Davids
10 april 2010- Exclusief interview ex-directeur MIVD over Irak
16 januari 2010- Na het rapport Davids…
2 januari 2010- Irak en de commissie Davids
Joost Oranje, 'Hollandse Oorlogslogica,' NRC-Handelsblad 14 februari 2007
Jolande van der Graaf en Joost de Haas, 'AIVD faalde rond Irak,' 28 maart 2009
- Big-Wobber: AIVD en MIVD

Openbaarheid inlichtingendiensten nuanceert beeld commissie-Davids (PDF)

Rapport Davids (doorzoekbaar)

AIVD en MIVD Irak-WIV (leesbare PDF's geplaatst op 2 juli 2012)
WOB-procedure Wil van der Schans, radio 1 Argos

Stukken vanaf januari 2002
Stukken vanaf juli 2002
Stukken vanaf oktober 2002
Stukken vanaf januari 2003
Brits rapport maart 2003
Stukken vanaf maart 2003
Stukken vanaf 18 maart 2003
Stukken vanaf 31 maart 2003
Stukken vanaf 11 april 2003

maandag 24 januari 2011

Bomb rain doubles

Nederland heeft het over een politie missie. De VS regent bommen. Een kwestie van taakverdeling.

The Dutch parliamentarians speak this week about a police mission in Afghanistan. The US rains more and more bombs. A division of tasks.


Het is maar een grafiek. Ik maakte hem naar aanleiding van een simpele tabel in de Air Force Times van 31 januari 2011. De schrijver stelt dat de hoeveelheid bommen ieder jaar verdubbelt. In Irak gaat de luchtmacht activiteit naar zijn eindje. De grafiek laat zien dat de totale hoeveelheid desondanks verdubbeld: de "low-cost, low-altitude” bommenregen gaat door.

It is only a graph. It is based on a tiny table of two columns and five rows illustrating an article in the Air Force Times, January 31, 2011. It states that the amount of bombs doubled every year since 2006. In Iraq air activities are "clearly  winding down ahead of the scheduled withdraw­al of American troops at  the end of this year." In Afghanistan the "low-cost, low-altitude” bombs continue to rain down.

donderdag 13 januari 2011

Laat de wapens maar komen

Het gaat goed met Irak. De Amerikaanse troepen gaan het land geleidelijk verlaten. Daar voor in de plaats komen dan wel Amerikaanse wapens1. Tot nu toe heeft Irak al voor 1 ½ miljard euro aan militaire hulp, voertuigen, vliegtuigonderdelen, kleine wapens, uniformen en training gekocht. Zo weet een kolonel Kimberly Ennderle van het Amerikaanse leger te melden.2

Irak gaat dit jaar nog Amerikaanse wapens ter waarde van 3 ½ miljard dollar kopen. (Bronnen spreken zelfs over verkopen ter waarde van 9 miljard in 2009). Dit versterkt de relaties tussen de VS en Irak op lange termijn, aldus Kimberly. De Minister van Defensie van Irak, Abdel Kader Jassem Mohammed, stemt daarmee in “Wij wensen voor ons leger Amerikaanse wapens, omdat die als de beste in de wereld worden gezien.”2

Dat is stoere taal. De wapens worden onder andere geleverd door Defense Solutions Holding Inc.3 Zij hakken wel vaker met dat bijltje.4 Niet zonder succes. Het bedrijf heeft dan ook niet de minsten op de loonlijst, zoals voormalig generaal McCaffrey en voormalig Congreslid voor de Republikeinen Curt Weldon. Solutions koopt voor Irak tanks in Rusland bij Rosoboronexport. Dit bedrijf staat op de zwarte lijst van de Amerikaanse overheid. (Handig zo’n privaat bedrijfje dat de kolen uit het vuur haalt voor de regering van Obama.) De tanks kleden ze uit en voorzien ze van digitale, thermische en laser techniek. Zo kost een nieuwe tank geen 10 à 50 miljoen, maar slecht 3 miljoen per stuk.5 Zo kan Irak er 2.000 aanschaffen.

De ironie kent geen grenzen, omdat de T-72 lichter is dan de Amerikaanse Abrahams, zal hij ook minder schade toebrengen aan wegen, bruggen en dammen. Dit verkondigen deskundigen met droge ogen.6 De voormalige gepensioneerde kolonel van het Amerikaanse leger, Timothy D. Ringgold Watsinaname heeft ook gevoel voor drama: “Het is een kans die maar een keer in je leven voorbij komt om een verse democratie en nieuwe bongenoot van de Verenigde Staten te kunnen helpen bij de opbouw.”7 Het lijkt een grote grap.

Maar betekent de grootschalige wapenleverantie ook dat het goed gaat met de Iraakse economie? Nee, dat niet. Het overheidsbudget is al twee keer naar beneden bijgesteld. Niet een beetje, maar fors van 80 miljard naar 62 miljard dollar. Goed dat er niet nog meer wegen en bruggen kapot gereden worden. Dat wel.





Noten:
1) Iraq Plans To Buy 2,000 Tanks, U.S. Firm Would Rebuild East European T-72s, Defense News 12/1/9
2) Iraq to Spend $5 Billion on U.S. Weapons, Defense News 14/2/9
3) http://www.ds-pa.com/
4) http://blog.wired.com/defense/cash_rules_everything_around_me/index.html
5) http://www.outcasttrader.com/tag/dfsh/&usg/
6) “We Build Armies”, Defense Solutions Holding, Inc, 5/2/9, van Defense-aerospace.com
7) idem