Posts tonen met het label den haag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label den haag. Alle posts tonen

dinsdag 10 augustus 2010

Raketschild in Den Haag (deel 2)

vervolg van: Afghanistan oorlog in Den Haag (deel 1)

Het NC3A levert technologie toegesneden op bestaande conflicten, maar ook voor wapensystemen van de toekomst. De hoofdtaak voor het NC3A is het opzetten van een gelaagd raketschild.

‘Schild’ dat klinkt nauwelijks als een wapen, maar als verdediging en naar middeleeuwen. In die middeleeuwen was het meestal onderdeel van een bredere wapenuitrusting. Daar hoort ook een zwaard of mes bij. Hoe beter je schild is, hoe veiliger je een aanval in kan zetten. Vervolgens is het voor de tegenstander de uitdaging om een wapen te ontwikkelen dat het schild waardeloos maakt. Kortom ook schilden kunnen een wapenwedloop inluiden en vormen een onderdeel van een wapenuitrusting. Dat principe is nog altijd geldig, maar het schild van het NC3A wordt niet gedragen door een ridder, maar bestaat uit samenwerkende onderdelen die verschillende landen op land, water, in de lucht en in de ruimte hebben rondkarren, vliegen of dobberen.

Vorig jaar meldde president Obama dat de raketschildbases in Polen en Tsjechië van de baan waren. De VS zou zich gaan richten op een gelaagd raketsysteem dat bestaat uit losse onderdelen, het zogenaamde ALTBMD-systeem. Het leek voor de buitenstaander alsof het om een nieuw schild ging en het oude van de baan zou zijn. Dat is een misvatting. Al sinds begin jaren negentig wordt er binnen de VS en NAVO over een dergelijk systeem gedacht. De VS kozen al eerder deze eeuw voor het concept. Door de Obama administratie zijn de politiek en technisch moeilijk haalbare en kostbare delen weggesneden. In plaats daarvan zijn de kaarten gezet op een systeem van losse onderdelen zoals marineschepen, verschillende typen raketten, radarsystemen en waarschuwingssatellieten. Het raketschild is veranderd van een prestigieus project met grote bases her en der binnen de NAVO naar een gelaagd systeem dat bestaat uit kleinere eenheden die een kleinere gebied kunnen verdedigen. Klein is relatief en betekent hier bijvoorbeeld half West-Europa.

Verschillende landen leveren er al onderdelen voor zoals Duitsland, Frankrijk, Italië, de VS en Nederland. Spanje en Griekenland komen daar binnenkort nog bij. De bijdragen worden betaald uit de nationale begrotingen. De Verenigde Staten levert verschillende kostbare systemen, Griekenland alleen een verouderd raketsysteem. Al die systemen moeten in een groter systeem kunnen worden ingebracht, volgens het plug en play principe. Zo ontstaat dan een geheel waar de hele NAVO zijn voordeel mee kan doen. Het gelaagde systeem is in eerste instantie inzetbaar tegen raketten voor de korte en middellange afstand, maar op termijn moeten er ook lange afstandsraketten mee uit de lucht gehaald kunnen worden.

Het zwaarte punt ligt op marineschepen met zware radarcapaciteiten van Amerikaans of Nederlands ontwerp. Deze schepen moeten een zogenaamde SM-3 raket afvuren op een ballistische raket die aan het opstijgen of dalen is en deze met kinetische energie vernietigen. De anti-raket raket ontwikkelt daarbij een enorme snelheid van meer dan 4km/s. Dat is hogere raketsnelheid dan was toegestaan in het anti-ballistische raket verdrag (ABM), waar de VS in 2002 uitstapten. Raytheon vergelijkt deze raket met een tientonner die met een snelheid van 1000km/u over de weg raast. In het raketschild overzichtsrapport uit februari van het Pentagon wordt de raket genoemd als wapen tegen intercontinentale ballistische raketten (ICBM’s). Dat zijn de raketten met het grootste bereik. Over die capaciteit bestaat twijfel. Dit soort twijfel is dan wel weer gunstig voor de industrie. Nu al wordt gewerkt aan een betere versie.

Stephen D. Terstegge stelt in een studie voor het NC3A en Amerikaanse Missile Defence Agensschap uit april 2007 dat Nederland de SM-3 raket in 2015 aan zal schaffen. Dat lijkt ook logisch aangezien de Nederlandse radar in 2006 al is ingezet bij een test in de Stille Oceaan met de raket. Er is zelfs een youtube filmpje over gemaakt.

Vragen aan het ministerie van Defensie in 2007 over de aanschaf kregen een ‘wacht maar af’ antwoord: “Op dit moment worden mogelijke vervolgstappen bestudeerd. Zodra daar aanleiding toe is zult u hierover worden geïnformeerd.” In het zogenaamde Materieelprojecten Overzicht staat dat de aanschaf wordt voorbereid. In de tussentijd versterkt Nederland zijn capaciteiten door overeenkomsten met de VS rond technologieoverdracht. (‘Ballistic Missile Defence in the European Theater: Political, Military and Technical Considerations’, p. 66)

Spookprojecten werden ze tot 1995 genoemd, de materieelplannen die in de krijgsmacht worden uitgewerkt voordat ze formeel bestaan. Zo komt een wapen sluipenderwijs de krijgsmacht binnen. Na jaren van voorstudies gaan materieelplannen naar de Tweede Kamer en die kunnen moeilijk nee zeggen en praten nog wat over inschakeling van de Nederlandse industrie of Europese aanbestedingen. In dat jaar raadde staatssecreatris Gmelicht Meijling het gebruik van de term af en stelde hij voor ze 'projecten in multinationaal verband' te noemen.

Volgens Terstegge is Nederland het braafste jongetje in de raketschildklas: “Op het moment, lijkt alleen Nederland de politieke ambitie te koesteren om een verdediging tegen ballistische raketten op te zetten in de nabije toekomst.” In 2007 stelde hij dat er een land nodig is om de Europese integratie van raketschildsystemen vorm te geven. Op de Amerikaanse ambassade in Den Haag schuift men Nederland naar voren, het land dat na Japan het meeste presteert op het gebied van het raketschild, aldus een ambassademedewerker die Terstegge sprak. Naast technische samenwerking (Thales Nederland staat in hoog aanzien) en inzet van de Nederlandse marine, leidt Nederland ook al jaren een grote raketschildoefeningen. Het rijtje pluspunten van Nederland wordt afgesloten met de praktische constatering dat hier het NC3A is gevestigd en dat Den Haag een paar uur rijden van het NAVO-hoofdkwartier in Brussel ligt. “Den Haag gebruiken als centrum voor internationale samenwerking op het gebied van het raketschild ligt voor de hand (…),” aldus de onderzoeker van het Naval War College in de VS, Terstegge.

In 2008 wordt het NC3A in Den Haag benoemd tot beheerder van het gelaagde raketschild programma. Het is verbonden met operationele en test faciliteiten door de hele NAVO en werkt samen met de raketschild organisatie van het Amerikaanse leger. Het is kortom de spil in de ontwikkeling van het gelaagde raketschild. Kort daarna stellen drie leden van de SP-fractie gedetailleerde en specifieke vragen over de rol van Nederland. Er komt een ‘het heeft niet zoveel om het lijf’ antwoord. Daarna is het stil geweest op wat opmerkingen in debatten na. Wat de technische samenwerking met de VS behelst? Of het wenselijk is dat Nederland de spil binnen het NAVO-raketschild is? Welke functie de medium power radars die Nederland aan gaat schaffen binnen het raketschild gaan spelen? Dit zijn vragen die niet of nauwelijks gesteld zijn. Als Obama zegt dat het ALTBMD-programma de nadruk zal krijgen bij verdere ontwikkelingen is dit wereldnieuws. Maar er wordt nauwelijks gevolgd dat Nederland aan de rand van Den Haag een Amerikaans programma Europa binnen loodst.

Het agentschap is het voertuig om pragmatisch de interne tegenstellingen en problemen met het opzetten van een megawapenprogramma, wat het schild is, te lijf te gaan. Naast de taak om naar standaarden te zoeken tussen de systemen uit verschillenden landen om het plug and play mogelijk te maken, heeft het NC3A nog een taak en dat is ervoor zorgen dat dit een Europees-Amerikaans project wordt. Het raketschild lag gevoelig in Europa. De angst voor ballistische raketten is hier minder dan in de Verenigde Staten. De noodzaak om nieuwe grootse stappen te zetten wordt dan ook minder gevoeld terwijl Iran (dit land wordt steeds opgevoerd als reden voor het schild) wel dichterbij Europa ligt.

Voor de VS heeft de samenwerking met Europa verschillende voordelen. Het bindt Europa aan de Verenigde Staten op een belangrijk militair project. Tevens is het van geostrategisch belang voor de VS om ook vanuit Europa een schild te hebben naar het oosten (o.a. richting Rusland, al zullen ze dat niet snel openlijk zeggen) Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De NAVO haalde onlangs Israël bij haar raketschildactiviteiten. Niet alleen binnen de NAVO ook op bilateraal gebied heeft de VS raketschildsamenwerkingsverdragen gesloten, zoals met Australië, Zuid-Korea en Japan. Goed beschouwd wordt er een paraplu tegen ballistische raketten opgestoken rond het vasteland van Azië (inclusief het Midden-Oosten).

Nu alle kaarten op een gelaagd systeem worden gezet is de coördinerende en faciliterende rol van het NC3A nog belangrijker dan hij al was. Ook de daar ontwikkelde technologie is uiteindelijk bedoeld om te komen tot een systeem dat lange afstandsraketten te lijf kan. Net als de door Reagan en Bush gepropageerde systemen. De bases in Oost-Europa zijn dan wel van de baan, maar op de raketschild basis in Alaska worden nog steeds nieuwe raketten opgesteld. De Russen hebben al gewaarschuwd dat als het raketschild ze teveel bewegingsruimte gaat ontnemen ze uit het onlangs gesloten START-verdrag over de reductie van kernwapens zullen stappen.

In Nederland vinden testen en oefeningen plaats voor het schild nog steeds plaats. Zo is in mei van dit jaar getest of het systeem voldoet aan de minimum eisen en in juli werden verplaatsbare commandocentrales voor het raketschild getest. De strijd tussen schild en zwaard krijgt vanuit Den Haag een nieuwe impuls.

Dit artikel is geschreven in het kader van een onderzoek naar de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog tegen het terrorisme door Martin Broek, mogelijk gemaakt door de Fondsen Pascal Decroos en Stichting Democratie en Media.

Zie ook: kranten

maandag 9 augustus 2010

Afghanistan oorlog in Den Haag (deel 1)

Ook al trekt Nederland zich nu terug uit Afghanistan het blijft door een NAVO instituut in Den Haag betrokken bij de oorlog in het land. Onder de kop ‘War Speeds NATO Technolog Procurement’ beschrijft het Amerikaanse militaire weekblad Defense News hoe bij het NC3A in Den Haag wapentechnische oplossingen worden verzorgd voor militaire problemen in Afghanistan. Naast de duizenden soldaten zet de NAVO ook technici en managers in. Het is voor het eerste dat dit op grote schaal gebeurt. Doordat de techneuten ter plaatse zijn kan snel nieuwe technologie geleverd worden die voldoet aan de wensen van de militairen ter plaatse. Die technici kunnen soms binnen enkele minuten reageren, zegt Marty Angeli, een manager van het NC3A in Afghanistan.

Schilderijen doen ons geloven dat Napoleon tijdens zijn veldtochten vaak op een heuvel of vanuit zijn zadel de troepen overzag. Ook in zijn tijd waren er echter al stafkaarten, uitgebreide krijgsplannen en kon je binnen in een tent schematisch de situatie overzien. Wel zo comfortabel. Twee eeuwen later is het beeld van de oorlog sterk veranderd. Oorlog kan net als destijds gevoerd worden op zee en land, maar ook in lucht, onderwater en vanuit de ruimte. Napoleon zou zich geen weg weten tussen de beeldschermen en veelheid aan informatie die verwerkt moet worden. Satellieten en gevechtsvliegtuigen verzamelen actuele informatie. Radars kijken over de horizon en generaals zetten onbemande vliegtuigjes in om inlichtingen te verzamelen en tegenstanders uit te schakelen. De militairen ‘op de grond’ en informanten sturen hun gegevens naar de commandocentrales. Informatie is altijd essentieel geweest voor oorlog, maar nog nooit was er zoveel van.

Een militaire staf kan leiden aan een informatie overflow. Hier komt een belangrijk deel van de taak van het Haagse agentschap om de hoek kijken. Oorlog wordt gevoerd vanuit een netwerk en het is de taak van het NC3-agentschap ervoor te zorgen dat dit netwerk optimaal functioneert. Het agentschap beperkt zich daarbij niet tot de taken commandovoering, controle en communicatie die in haar naam zitten. Het onderzoekt, test en verbetert ook middelen voor het verzamelen van inlichtingen, bewaking en verkenning. En hoe al die informatie efficiënt kan worden gedragen naar mens en wapensysteem. Militairen zelf vatten dit geheel samen met de afkorting C4ISR (Command, Control, Communications, Computers, Intelligence, Surveillance and Reconnaissance). Dat dit de ene keer net-centric warfare wordt genoemd en men de volgende keer volstaat met C2, C3, C3I of nog langere afkortingen is daarbij van ondergeschikt belang. Steeds weer gaat het over het gebruik van informatie. Bij de ene afkorting iets minder complex dan bij de andere.

Bij het NC3A op de Waalsorpervlakte werken 600 mensen. In Brussel bij het NAVO-hoofdkwartier heeft de organisatie nog een vestiging met 200 werknemers. In 2008 besteedde het NC3A 300 miljoen aan materieelverwerving. Het instituut heeft de afgelopen jaren snel drukker gekregen, want ze is actief in alle operatiegebieden van de NAVO: “inclusief de Balkan, Afghanistan en Irak,” schrijft algemeen directeur de Belg Georges D'hollander. De kracht is gelegen in analytische kennis, het gebruik van interne NAVO-informatie en de onderzoekscapaciteiten en pragmatissme. Dit laatste is binnen een militaire verdragsorganisatie waar landen op nationaal niveau beslissen een even groot goed als technische kennis. Er wordt niet gezocht naar de beste oplossing. Er wordt gezocht naar een haalbare oplossing voor militaire problemen, waar alle deelnemers aan een wapensysteem of operatie mee uit de voeten kunnen.

Om bruikbare systemen te ontwikkelen werkt het NC3A samen met de industrie. De lijst met partners is indrukwekkend. Hij loopt van de grote wapengiganten Lockheed Martin, Raytheon en British Aerospace Systems tot gespecialiseerde Nederlandse bedrijven als Castor Networks B.V. en de grootste Nederlandse wapenproducent, Thales.

Als je als bedrijf wordt binnengehaald heb je gelijk meerdere klanten. "Dit programma zal onze basis in Europa vergroten en ons in staat stellen C2 technologie te leveren aan ieder NAVO-land,” aan het woord is Paul Davison, uitvoerend directeur van Northrop Grumman Mission Systems Europe nadat zijn bedrijf is gekozen om commando en informatie systeem te leveren aan alle marine hoofdkwartieren binnen de NAVO. "Met het besluit laat de NAVO zien dat ze nog steeds vertrouwen heeft in ons Europese team," vervolgt Davison tegen spacewar.com.
Dat het NC3A in Nederland is gevestigd betekent dat Nederlandse bedrijven een grote kans hebben om geschakeld te worden. Ze komen dan ook relatief vaak voor in de lijst met Basic Ordering Agreements.

Het NAVO-agentschap is een knooppunt voor toepassingen op het gebied van militaire technologie. Ook met niet-NAVO-landen Zweden en Finland zijn er samenwerkingsprojecten. Zo wordt het gemakkelijker om met deze landen militaire gegevens uit te wisselen gedurende operaties. Zo integreert het NC3A de niet tot de NAVO behorende EU landen in het NAVO-systeem.

Oorlog

De doelstelling van het NC3A is niet om de defensie-industrie aan werk te helpen of via een omweg landen te integreren, al is dat mooi meegenomen. Het gaat erom de gezamenlijke NAVO en nationale wapenprogramma’s te sturen. Daardoor kan de Noord-Atlantische Verdrags Organisatie of coalitions of the willing, waaraan NAVO-landen deelnementijdens missies optimaal optreden. Informatie wordt op alle militaire niveaus gebruikt van commandocentrale tot troepen in het veld. De NAVO reactiemacht (NRF) heeft bijvoorbeeld over geavanceerde communicatieapparatuur en satelliet communicatie. Als je wereldwijd inzetbaar moet kunnen zijn binnen vijf dagen, dan moet je mobiele communicatie systeem in orde zijn. De aanpassing van de C3-systemen was een prioriteit bij de reorganisatie van de NAVO. Een groot deel van de Haagse NC3A-activiteiten is dan ook gericht op verbeteringen van de communicatie en informatie systemen binnen de NAVO-landen. Het NC3A zorgt ervoor dat NAVO-troepen eerder de informatie hebben om gevechtsklaar te zijn.

Van alle huidige NAVO operaties is die in Afghanistan veruit de grootste en gecompliceerde. Er zijn verschillende multinationale overlappende operaties gaande: de Operation Enduring Freedom (OEF) de oorlog tegen het internationale terrorisme van de Verenigde Staten en bondgenoten en the International Security Assurance Force (ISAF) die door de NAVO wordt geleid. Het ene land is volop betrokken en een ander levert enige tientallen militairen of burgers.

De belangrijkste bijdrage van het NC3A was er voor zorgen dat alle in Afghanistan verzamelde informatie voor iedereen bruikbaar en overzichtelijk in de commandocentrales komt. Dit terwijl elk land wel met zijn eigen apparatuur en technologie kan blijven werken. Het resulterende systeem wordt zowel binnen ISAF als OEF gebruikt. Niet alleen vereenvoudigd het de communicatie, het zorgt ook voor distributie op maat. De ene commandolaag krijgt automatische meer of andere informatie dan een andere. Ook op het niveau van deelnemende landen wordt informatie gezeefd. Niet alle informatie is voor alle landen bestemd. Dat klinkt op misschien vreemd, maar het is wel de dagelijkse praktijk binnen de NAVO, waar het ene land meer gelijk is dan het andere.

In 2002 zorgde het NC3A samen met Thales voor een systeem bedoeld voor het verzamelen van informatie, bewaking, doelaanwijzing en verkenning voor Operation Enduring Freedom van de Fransen en Amerikanen in Afghanistan. Dit bij interventies inzetbare systeem met sensoren voor inlichtingen wordt nu werldwijd in een glossy folder aangeboden aan klanten.

Daarnaast zijn er tal van kleinere initiatieven gaande, zoals voor het gebruik van geografische gegevens. Voor het eerst vechten alle NAVO-troepen met dezelfde kaart. Dat lijkt een fluitje van een cent, maar het agentschap is er trots op en het wordt in verschillende militair publicaties gemeld.

Een ander project moet er toe dienen dat bermbommen minder schade aan kunnen richten. Ook hierbij gaat het vooral om het verzamelen en distribueren van informatie. Die bermbommen zijn een koekje van eigen deeg. Italiaanse mijnen die de VS in de jaren tachtig aan Afghanistan leverden zijn een voornaam onderdeel van dit meest dodelijke Taliban wapen, zo blijkt uit stukken vrijgekomen door een Freedom of Information procedure in de VS en onderzoek van onderzoeksjournalist Gareth Porter. Beter was het geweest dat de Verenigde Staten de landmijnen niet had geleverd waarmee nu een groot deel van de bommen wordt gemaakt.

De vestiging in Nederland betekent dat Nederland met handen en voeten gebonden is aan de NAVO-operaties. Ons leger kan al dan niet deelnemen aan een militaire operatie, maar de onderzoeken op de Waalsdorpervlakte, die er toe moeten leiden dat de strijd effectiever kan worden voortgezet. Daar helpt geen Kabinetsbesluit aan en zelfs geen Regeringscrisis. Nu was de afgelopen crisis daar ook niet om begonnen. Die ging over de standvastigheid van de PvdA en om het permanent uitwonen van het Nederlandse leger. Mocht het in de toekomst wel om een principieel meningsverschil over de doelstelling van een missie gaan, ook dan is Nederland in de praktijk onderdeel van de NAVO-operaties en fysiek betrokken. Ook al is ze er zelf niet bij. Het zou bijvoorbeeld kunnen gaan om een NAVO-operatie die volgens de Tweede Kamer een volkenrechtelijk mandaat ontbeert. Niet ondenkbaar met Irak en Kosovo in gedachte.

Het NC3A levert ook technologie toegesneden ...

Vervolg morgen


Dit artikel is geschreven in het kader van een onderzoek naar de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog tegen het terrorisme door Martin Broek, mogelijk gemaakt door de Fondsen Pascal Decroos en Stichting Democratie en Media.

vrijdag 30 april 1999

Oorlog is geen spelletje

Naast de vredesactivisten, die zich gedurende de ITEC beurs in Den Haag drie dagenlang voor de ingang geposteerd hadden uit protest tegen de wapenhandel, werd de beurs aangedaan door een delegatie van Haagse gemeenteraadsleden. Zij wilden met eigen ogen zien of de beurs inderdaad een zodanig militaristisch karakter heeft, waardoor het niet langer gepast is om ITEC in Den Haag, dat zich als vredesstad profileert, plaats te laten vinden. Martin Broek van het Platform tegen Wapenhandel begeleidde de delegatie.

Protest bij AFCEA-beurs, Brussel
"Dit is nu de veel besproken virtual reality", vertelde een medewerker van CAP Gemini aan de Haagse gemeenteraadsleden die poolshoogte kwamen nemen op de International Training Equipment Conference, kortweg ITEC. Overal in de hal van het Congrescentrum in Den Haag vertoonden beeldschermen en flatscreens computer-animaties van vooral oorlogssituaties. Het leek wel een morbide kermishal. Als lid van het Platform tegen Wapenhandel liep ik met de raadsleden mee om commentaar te kunnen geven en de kwalijke kanten van deze spelletjes naar voren te brengen. Het oriënterende bezoek begon met een heuse briefing. Twee directeuren, een medewerker van TNO en van CAP Gemini probeerden de raadsleden ervan te overtuigen dat ITEC een veelzijdige beurs is, waar naast militaire simulatie, ook veel simulatie voor civiele toepassingen (brandweer, spoorwegen, ziekenhuizen en architectenbureaus bijvoorbeeld) te vinden is en dat juist deze tak snel groeit. Tegen veilige spoorwegen en een goed geoefende brandweer kan toch niemand bezwaar hebben.

"Kijk, hier zien we Nederland", stelde een van onze begeleiders enthousiast vast. Plots liet de op het scherm voorbij vliegende straaljager bommen vallen. Opflitsende vlammetjes en rookpluimen lieten zien waar Nederland getroffen werd. Foutje in de regie. De medewerker maakte later zijn fout goed door fel te ageren tegen de toren die in het centrum van Den Haag gebouwd zal worden. Door deze toren in een simulatie van Den Haag te plaatsen kan je zien welke horizonvervuiling optreedt en hoe het oude centrum verpest wordt, zo verkondigde hij. Ideaal voor politieke beslissers en architecten. Met deze laatste PR truc kwam een einde aan het bezoek.

Er kan nu geen twijfel meer over bestaan dat ITEC een beurs is voor militaire simulatie produkten. Simulatie wordt niet alleen gebruikt voor opleidingsdoeleinden, maar wordt ook ingezet om piloten, voordat ze weg vliegen vertrouwd te maken met de omgeving en de doelen die ze gaan bombarderen. Bovendien zijn sommige produkten die worden gebruikt voor simulatie dezelfde als die worden toegepast in echte oorlogsituaties, zoals de helmen van straaljager piloten. Tenslotte wordt het afvuren van allerlei soorten wapens, dus ook kernwapens, gesimuleerd. Op ITEC ligt simulatieapparatuur voor iedere militair: van de generaal of admiraal die het hele slagveld moet overzien tot de infanterist die zijn geweer af moet kunnen schieten; van jachtvlieger tot boordschutter. Overigens wordt de simulatie waarmee kernwapens kunnen worden 'vervolmaakt' zonder proeven niet op dergelijke beurzen aangeboden. Dat houden de landen waar ze geproduceerd worden liever in eigen handen.

Er is op ITEC dus ook simulatie aanwezig voor brandweerlieden, treinmachinisten en chirurgen. Voor enkele Haagse gemeenteraadsleden was dit reden om twijfel te hebben of ITEC wel uit Den Haag geweerd kan worden. Zij stelden dat het hier om een brede vakbeurs ging. Als dit argument wordt gebruikt dan moet het gezien worden als excuus om niet tot een verbod te hoeven overgaan en zal Den Haag Vredesstad ook in de toekomst de enige militaire beurs van Nederland herbergen.
Allereerst is iedere wapenbeurs een vakbeurs waar mensen uit de wereld van de wapenindustrie elkaar spreken, contacten leggen, wetenswaardigheden uit wisselen en soms een contractje tekenen. Dit laatste gebeurde ook op ITEC. De vliegopleiding in Woensdrecht had op 14 april zijn handtekening gezet onder een contract voor de aankoop van een vluchtsimulator. Bovendien, als het aanprijzen van de produkten niet van belang is, waarom zit ITEC dan ook in Singapore? Toch juist omdat Zuidoost-Azië samen met het Midden-Oosten het grootste afzetgebied voor wapens is buiten de Westerse wereld?

De veelzijdige aandacht van ITEC moet echter met een korreltje zout worden genomen. De directieleden ontweken een antwoord op de vraag welk percentage bedrijven op ITEC militaire toepassingen verkoopt. Dat is niet zo gek, want het is bijna 100%. ITEC is een beurs gericht op het wereldje van de militairen. De paar Haagse brandweerlieden die er rondliepen kunnen dit niet ontkrachten.

Er zijn per jaar honderden medische beurzen in de wereld waar inkopers van academische ziekenhuizen rondlopen. Je zou denken dat medische simulatie hier wordt verkocht en niet op een militaire beurs. Een zelfde verhaal gaat op voor architecten en brandweerkorpsen. Echter militairen hebben ook ziekenhuizen en brandweerkorpsen. Ook de civiele produkten op ITEC zijn bedoeld voor legers.

Als Den Haag zijn imago als vredesstad wil handhaven moet het duidelijk zijn en militaire beurzen weren. Zo wordt het het schipperen met het vredesimago en dat is weinig geloofwaardig.

Ravage Actieblad # 283 op 30 april 1999.