Posts tonen met het label wapenhandel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wapenhandel. Alle posts tonen

zondag 23 april 2017

Wij zijn de oorlogen zat

Het is zondag, eerste paasdag. De paus veroordeelt onderdrukkende regimes maar roept ook op tot terughoudendheid. Het urbi et orbi gaat aan me voorbij, maar ik lees het de volgende dag in de krant. Wat ik wel zie is politicologe en VVD-raadslid in Amsterdam Hala Naoum Néhmé aan tafel bij Buitenhof. Ze heeft een kraakhelder verhaal.

Ze vertelt dat de gang van zaken rond de gifgasaanval van 2013 nooit werd opgehelderd ook al stelde men na negen dagen dat het het regime van Assad was geweest. Néhmé haalt een afscheidsinterview met Obama aan waarin hij vertelde over de beslissing – na een gesprek met James Clapper, directeur van de Nationale Inlichtingendiensten – geen vergeldingsaanval uit te voeren. Trump schoot wel al na drie dagen uit de heup zonder een onderzoek af te wachten.

Olifant

Tussen Buitenhof en het TV verslag van de Amstel Goldrace – een aangename wielerwedstrijd over Limburgse heuvels – door lees ik me nog even door het zondagse wapennieuws. Een Taiwanese krant heeft een verhaal over de inzet van de GBU-43, beter bekend als de moeder van alle bommen. Hij werd op een ISIS-onderkomen in de bergen van Afghanistan gegooid. Zo'n negentig strijders werden gedood. Veel voet heeft de Islamitische Staat echter niet aan de grond in Afghanistan. De Taliban zijn de grote bedreiging voor de zittende macht. Er worden dan ook nogal wat vraagtekens geplaatst bij het gebruik: “Still, from a strategic standpoint, there is an unsettling takeaway here: The US pulled off a huge shock-and-awe mission against an enemy that isn’t even the top threat to the US in Afghanistan. The Taliban continues to sit pretty,” zegt Michael Kugelman van het Woodrow Wilson Center in Washington. Hier lijkt sprake van de spreekwoordelijke olifant in de porseleinkast. Het lijkt alsof Afghanistan is misbruikt om de Amerikaanse spierballen te tonen, een schouwspel gericht op Noord-Korea of zelfs op een range aan tegenstanders van Iran, Pakistan, Rusland tot China.

Wanorde

Nog even terug naar Buitenhof. Daar gaat het ook over Noord-Korea. Kim Jong-un is niet onberekenbaar, zegt Jan van der Putten gedecideerd. Van der Putten is Azië-kenner en de nieuwe columnist van het programma (Trump is veel onberekenbaarder, voegt hij toe). Kim heeft een nucleaire bom nodig om zijn bestaan als leider van Noord-Korea te verzekeren, zo zet hij de visie van Kim neer. Die mening is gemeengoed in de kringen van volgers, maar lijkt steeds als nieuw te komen. Kim heeft gezien hoe Saddam Hoessein uit het zadel werd gewipt. Ook Kadaffi legde het loodje. De Libische leider had zijn atoomprogramma wel stopgezet (een programma dat zich baseerde op dezelfde Pakistaanse kennis als dat van Korea, met een oorsprong in Nederland). VN-resoluties met betrekking tot het conflict in Libië waar Rusland en China schoorvoetend mee akkoord waren gegaan om een humanitaire ramp te voorkomen, werden door Europa en de VS ver opgerekt (een kwestie die het onderlinge vertrouwen daarna geen goed deed) en een ratjetoe aan oppositie werd door NAVO-landen met wapenleveranties en vanuit de lucht gesteund. Het leidde tot regionale wanorde, meer terrorisme en versterkt wantrouwen in de internationale relaties. De afgelopen twee weken waren er de raketbeschietingen en de moeder van alle bommen op Afghanistan. Bommen, interventies en bedreigingen leiden niet naar een oplossing. Juist steeds verder er vandaan. De Zwarte Piet alleen bij Kim leggen, is dan ook maar een deel van het verhaal. De NAVO staat niet voor onze veiligheid. Ze is er mede een bedreiging van.

Laat je horen!

De Engelse Mirror komt met een overzicht met 22 oorlogen, conflicten en kruitvaten. Dat is mijn Paaslunch. Je zou er hopeloos van worden. De woorden van de paus, zonder boter bij de vis, zullen dit niet veranderen. Maar met een lethargische houding schiet helemaal niemand iets op. Deze week stuitte ik ook op twee voorbeelden waarin mensen hun stem wel verheffen: een artikel over het stoppen van wapenhandel naar de landen van de door Saoedi-Arabië geleide coalitie tegen Jemen. En een Zwitserse actievideo met 'n 86-jarige in de hoofdrol om een campagne te starten voor een referendum waarin centraal staat dat banken wordt verboden wapenfabrikanten te financieren.

Vredesinitiatief

In Amsterdam is er een Vredesinitiatief AVI. Morgen organiseert dat een bijeenkomst onder het motto: Wij zijn de oorlogen zat (zie hier de uitnodiging). Tijdens die avond discussie en een inleiding van Robert Soeterik van de Middle East Research Associates. Het AVI zelf stelt dat in plaats van escalatie een onmiddellijke de-escalatie geboden is, en daarom moet de Nederlandse regering
1. zich inzetten voor een onmiddellijk staakt-het-vuren;
2. afstand nemen van zowel de gifgasaanval als de Amerikaanse aanval;
3. haar directe en indirecte oorlogsdeelname beëindigen;
4. de nog steeds voortlevende democratische idealen van de Syrische bevolking ondersteunen;
5. internationale vredesonderhandelingen (met soevereiniteit voor de Syrische bevolking) bevorderen.

Wat mij betreft komen er naast het AVI nog veel meer stedelijke vredesinitiatieven. De eis geen verhoging defensie-budget zou de verbindende leus kunnen zijn. Dergelijke initiatieven zijn hard nodig en óók mogelijk. Burgers moeten protesteren tegen de militarisering van de internationale politiek. Veiligheid is niet gebaat bij meer militair machtsvertoon, waar diplomatie geboden is.

dinsdag 5 januari 2016

Wapens en vrede op aarde

Op Eerste Kerstdag wordt het jaarrapport 'Conventional Arms Transfers to Developing Nations, 2007-2014,' gebruikt voor een artikel in de Int. New York Times. In die jaaruitgave is flink de klad gekomen. De voorlaatste uitgave stamde al weer uit 2012.


Het rapport is geschreven door Catherine A. Theohary voor de onderzoeksafdeling van het Amerikaanse congres (CRS). Ze vervangt daarmee Richard F. Grimmett, die sinds mensenheugenis als auteur op het coverblad van de jaarlijkse publicatie stond. In wandelgangen werd over het Grimmett-rapport gesproken. Er was dit jaar sprake van een mediastrategie bij de lancering. Het rapport werd pas een week na publicatie openbaar. Dat gaf de New York Times de gelegenheid een stuk te schrijven dat vervolgens werd overgenomen door kranten wereldwijd. De enorme groei van de Amerikaanse wapenexporten met 10 miljard dollar naar 36 miljard dollar waren dan ook nieuwswaardig. De Russische verkopen daalden licht van 10,3 naar 10,2 miljard. Opvallend is ook de positie van Zweden als nummer drie met 5,5 miljard aan verkopen. Een Italiaans anti-wapenhandel activist twitterde dat vier EU-landen bij de belangrijkste verkopers naar het Midden-Oosten zitten: Frankrijk, VK, Duitsland, en Italië.

De Koreaanse site Chosunilbo citeerde dat Zuid-Korea met 7.8 miljard aan contracten de grootste wapenimporteur was in 2014. Dat is niet iets om trots op te zijn, maakten activisten uit vier continenten in oktober bij een wapenbeurs in Seoel duidelijk.
Wat mij betreft gaat de zoekmachine vrijwel onmiddellijk op 'Netherlands'. En ja hoor in 2014 scoorde Nederland, met een negende plek, hoog als het ging om het sluiten van contracten. Het ging om een waarde van 900 miljoen dollar. Dat voorspelt hoge ogen bij wapenleveranties in de jaren erna. Nu al staat Nederland (2007-2014) als exporteur op een elfde plek. Het rapport onderstreept daarmee een al bekend beeld.

Minder opgemerkt werd een ander Amerikaans rapport dat in december werd uitgegeven. Het zogenaamde WMEAT rapport van het State Department. WMEAT staat voor World Military Expenditures and Arms Transfers. Het is een van de handigste overzichten op het gebied van militaire bestedingen, troepensterkte, etc. Maar het loopt met cijfers voor de jaren 2002-2012 hopeloos achter op andere bronnen. The Stockholm International Peace and Reasearch Institute (SIPRI) en the International Institute for Strategic Studies (IISS) publicist van de Military Balance geven de militaire bestedingen over 2014. Beide zijn te raadplegen op het internet en dienen als bron voor wiki voor de militaire uitgaven. Voor wapenexportcijfers gaat vrijwel de hele wereld naar SIPRI dat een scala aan verschillende cijfers goed vindbaar op de site plaatst. De Europese Unie komt vermoedelijk in maart 2016 met de Europese wapenexportcijfers voor 2014. Afgelopen maart kwamen die voor 2013. Ze zijn makkelijk te vinden in de EU export browser van het Europese Netwerk tegen de Wapenhandel (ENAAT). Je ziet in een oogwenk dat onze vrienden in Riyadh nummer twee bestemming zijn voor de mensenrechtenvriendelijke EU.

WMEAT komt daar dus ruimschoots achteraan kakken met cijfers voor 2012 in december 2015. Dan kan je wel stellen dat wapenexporten goed zijn voor het terugdringen van de staatsschuld. Dit aangezien de verhouding in- en export ruimschoots uitvalt in het voordeel van het tweede, $102 miljard per jaar (overigens een opvallend hoog bedrag) versus $4 miljard. Het is wel een opmerking waarin iets wringt. De teller staat op twintig biljoen schuld – meer dan 100 % van het BBP – en is vooral ontstaan door oorlogsvoering en militaire aankopen. De VS zouden met deze staat van dienst de EU niet inkomen. WMEAT komt ook met opvallende cijfers dat in de periode 2002-2012 de VS ruim driekwart van de wapenhandel voor haar rekening nam, de EU ongeveer een tiende, Rusland een twintigste en China minder dan een 2%, maar daar gaat de pers drie jaar later niet meer voor zitten.

Voor precieze gegevens rond Nederlandse wapenexporten kan je niet om de site van Stop Wapenhandel heen. Deze organisatie liet in een tegenrapport bij het jaarlijkse wapenexportrapport van de overheid en de maandoverzichten van vergunningen voor exporten en doorvoer niet alleen weten dat de Nederlandse wapenhandel in 2014 een all time high bereikte, maar ook waar de schoen wringt. Want zoals een schrijver het in de Pittsburgh Post-Gazette formuleerde 'Vrede op aarde? Niet totdat de VS stopt met wapenhandel en oorlogvoeren.' Om die harde werkelijkheid gaat het uiteindelijk. VS kan je vervangen door EU, Nederland, België, Vlaanderen of welk land of regio met een eigen wapenexportbeleid dan ook. Wapenexportbeleid en -controle zijn er niet voor niets. Maar van strikt toepassen is geen sprake; economische en machtspolitieke argumenten hebben nog steeds de overhand. Het lijkt dan ook zinnig in het kader van de strijd voor vrede nog wat vaker de pijlen op de Regering te richten dan landen elders te beschuldigen die kunnen doen wat ze doen door onze militaire en economische steun. Wat informatie over 2015 zou daarbij helpen.

Martin Broek

Geschreven voor Konfrontatie

vrijdag 17 juli 2015

Armoede bestrijding en militaire uitgaven



Cordaid-directeur Simone Filippini benadrukt het belang van armoedebestrijding in fragiele conflictlanden, in tijden van grote onrust in Noord-Afrika en het Midden-Oosten,” zo begon een atikel in Het Financieele Dagblad van negen juli. Over het algemeen is daar niet veel tegenin te brengen. Natuurlijk is een aantal oorlogszuchtige landen in het Midden-Oosten (denk aan de Golfstaten, Saoedi-Arabië en Turkije) verre van arm en is alleen armoede bestrijding onvoldoende om het coflict om de macht in de regio te stoppen. Maar: baadt het niet dan schaadt het zeker ook niet.

Het artikel bleef me bij vanwege een paar zinnen: “Wereldwijd gaat er $140 mrd om in ontwikkelingssamenwerking, maar in de wapenhandel ruim $1800 mrd. Juist de landen die de meeste ontwikkelingshulp nodig hebben, gaan vaak gebukt onder gewelddadige conflicten die worden uitgevochten met wapens die worden geproduceerd in de relatief rijke landen. Ik heb het over de Verenigde Staten, Engeland, Rusland, China, maar ook Nederland met zijn nachtkijkers.” Hier is iemand begaan met de wereld en niet bang man en paard te noemen. Of het helemaal klopt (los van de vraag of die nachtzichtkijkers nog wel zo prominent aanwezig zijn)?

De paus in Rome keerde zich eerder ook al tegen de schandalige wapenhandel met een omvang van $1.800 miljard. Maar had het dit jaar over de wapenindustrie met een omzet van $400 miljard en had zijn woorden aangepast aan de feiten. Want het hele militaire budget van bijna twee biljoen dollar gaat niet naar wapens. De helft daarvan is voor weddes van militairen. Een kleine procent van de wereldbevolking – ruim 60 miljoen (para) militairen – verdient zo zijn (en soms haar) geld. Hele families zijn er van afhankelijk.

Toen ik Simone Filippini erover tweette, reageerde ze als volgt: @martinbroek Precies: 1800 mld vr wapens & oorlog - 140 mld vr vrede & ontw + de wapenproducenten beslissen over vredesmissies #FFD3 huh?! Het klinkt wel lekker, dat moet ik zeggen. Maar legers gelijkschakelen met wapens en oorlog, gaat toch net een stap te ver. Bovendien ga je op deze manier met je goede bedoelingen de mist in en stort je mensen mogelijk juist in de armoede.

Bij wapenaanschaf gaat het om een kwart van het wereldwijde militaire budget, nl. om zo'n $400-450 miljard. De Amerikaanse aanschaf van de JSF gaat volgens een rapport van de Amerikaanse rekenkamer (GAO) $400 miljard kosten. Wapenhandel (handel in wapens over de grens) gaat om een deel van de militaire productie, zo'n $40-60 miljard en is dus maar een deel van de benodigde $140 miljard. Door alles maar op een hoop te gooien (militaire uitgaven, wapens, wapenhandel, oorlog) gaan pijlen op voetzoekers lijken. Soms heeft wat zorgvuldigheid zin.

Als je wilt dat er meer geld komt voor armoedebestrijding dan kan je beter de militaire budgetten aanpakken dan de wapenhandel. De hele wereldwijde wapenhandel heeft de omvang militaire uitgaven van India. Het Amerikaanse militaire budget alleen al is vier maal zo groot als wat volgens de Cordaid-directeur nodig is voor wereldwijde armoede bestrijding. Door wapenhandel aan te kaarten is wel duidelijk te maken dat wapens en armoede hand in hand gaan. Het gros van de (dure) wapens gaat immers naar overheden en wordt betaald uit de schatkist net als militaire uitgaven. Die uitgaven gaan ten koste van uitgaven voor onderwijs, gezondheidszorg e.d. Er is wel gesteld dat wapens daardoor doden nog voordat ze gebruikt zijn.

Vijftien procent reductie in de militaire uitgaven in de VS en Europa en je hebt al genoeg geld losgepeuterd dan voor het VN armoede bestrijdingsprogramma nodig is. Los van dit praktische rekenwerk, is het hameren op wapenhandel ook vreemd als de westerse legers ongemoeid kunnen groeien en bloeien en elders optreden. Maar dat reduceren van de militaire uitgaven - waar het bij middelen voor armoede bestrijding om draait - kan wel eens een zware campagne worden.

---


P.S. In Trouw van 13 juli verschijnt een artikel van Simone Philipini waar ze alweer de oorlog, Defensie, wapenhandel op de hak neemt. Daarvoor wordt meer belasting betaald dan voor ontwikkeling en vredesinitiatieven. “Acht van Europa 's grootste levensverzekeraars en pensioenfondsen hebben 6,8 miljard euro belegd in wapenhandel met corrupte regimes. Onze sociale zekerheid is andermans nachtmerrie,” merkt ze op. Op deze constateringen valt weinig af te dingen.

zaterdag 21 maart 2015

Libië verdient échte wapenbeheersing



Het jaarrapport over 2014 van de Veiligheidscommissie van de Verenigde Naties bevat uiteenlopende voorbeelden van wapenhandel met Libië, waar milities een machtsstrijd uitvoeren.

door Martin Broek

Libië is een land met een ‘conflict zonder zichtbaar einde en zonder duidelijke dominante militaire partij’, zo omschrijft het Panel van Deskundigen van de Veiligheidscommissie van de Verenigde Naties (VN) de huidige situatie in Libië in haar onlangs verschenen jaarrapport over 2014. In de nasleep van de door de NAVO gesteunde binnenlandse oorlog in 2011, waarbij Kaddafi werd verdreven, floreerden de milities en wapens werden toegankelijk vanuit de Libische arsenalen of door inkoop in het buitenland.

Elkaar bestrijdende milities op straat voeren een machtsstrijd uit tegen de regering, die in het najaar van 2013 na verkiezingen tot stand kwam. Vorig jaar kwamen daarbij zo’n 3.000 mensen om het leven en raakten 400.000 mensen dakloos. In februari vertelde de voorzitter van de Kamercommissie voor Defensie, Han ten Broeke, aan een medewerkster van de campagnegroep Stop Wapenhandel dat de wapenverspreiding in Libië weliswaar groot is maar dat je ‘soms tegen de Wet van de Onbedoelde Gevolgen oploopt.’

Ravage

Onbedoeld of niet, de ravage in de omringende landen – Mali bijvoorbeeld, maar ook in Tunesië en Syrië -, is enorm. Deze ellende staat in schril contrast met de programma’s om aan wapenbeheersing te doen. Het VN-jaarverslag over 2014 is het vierde van het Panel van Deskundigen: ‘Sinds het uitbreken van het gewapende conflict in 2014, is de vraag naar wapens en vooral voor munitie enorm gestegen en alle partijen in het conflict hebben zeer actief militair materieel aangeschaft. Daardoor is ook het aantal onderzoeken door het Panel toegenomen’, schrijft de commissie over Libië.

Die onderzoeken zijn niet eenvoudig uit te voeren, ook al omdat de medewerking nihil is. ‘Terwijl het Panel op de hoogte is van hangende orders vanuit verschillende lidstaten, wordt er geen informatie verstrekt aan de Commissie [van de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal, Bernardino León], waardoor monitoring van de leveringen van materieel zeer veel energie vergt’, aldus de Veiligheidscommissie. De huidige Libische materieelbegroting is LYD 150 miljoen (€ 104 miljoen). Voor de komende periode wordt een miljard verwacht (€ 696 miljoen), waardoor volgend jaar nog meer inspanningen worden gevraagd.

Het Panel is ingesteld door de VN en vraagt de lidstaten rechtstreeks om informatie. Maar zinsneden als ‘weigering om informatie te verstrekken’, ‘Een reactie is nog niet ontvangen van de Verenigde Staten’, etc. komen veel voor in het rapport. Bijvoorbeeld in het geval van een geannuleerde, maar gedeeltelijk geleverde bestelling van Caracal-F pistolen aan het Libische ministerie van Binnenlandse Zaken. Hier waren verschillende partijen bij betrokken, zoals een Hongaarse bank, een in de VS geregistreerde tussenhandel in wapens en een wapenproducent uit de Verenigde Arabische Emiraten.

Ondanks die geringe medewerking is het rapport toch waardevol. In de kwestie van de Caracal-pistolen wordt wel het eindgebruikerscertificaat vermeld om de deal zichtbaar te maken. In een ander geval wordt vermeld dat er gebruik is gemaakt van vertrouwelijke bronnen actief in de haven van Tobruk. Die bronnen konden het lossen van van een Egyptisch schip met militair materieel, inclusief kleine en lichte wapens (SALW), bevestigen.



Wapenvangsten

Het is opmerkelijk dat, ondank het binnenlandse conflict in Libië, er nog steeds wapens zijn om te exporteren. Het rapport beschrijft wapenvangsten aan de grenzen met Egypte, Algerije, Tunesië, Niger Tsjaad en Sudan. Tsjaad is bang dat de wapens zullen eindigen in de handen van terreurgroep Boko Haram. Wapensmokkelaars in Tsjaad verkochten Libische anti-tank mijnen voor 150 dollar per stuk en SA-7 MANPADS (schouder afgevuurd lucht raketten) voor zo’n 10 à 12.000 dollar.

Sommige gevallen zijn gedetailleerder beschreven. Een daarvan betreft een transport van Italiaanse wapens net na aanvang van de Libische revolutie in 2011. Gesmokkelde Warschaupact wapens werden al in 1994 door Italië in beslag genomen. Dat was tijdens de oorlog in voormalig Joegoslavië. De wapens werden opgeslagen op het eiland Santo Stefano en werden niet vernietigd zoals de rechter verordonneerde.

In mei 2011 vervoerden vier legertrucks een lading afkomstig van de legerbasis op Santo Stefano. Naar welke bestemming en waarvoor wordt nog gegist, want een juridisch onderzoek naar dit transport werd na ingrijpen door hoge militairen geblokkeerd op grond van de 'staatsveiligheid'. Het Panel zoekt nog naar bevestiging van geruchten dat deze wapens in de loop van 2011 zijn geleverd aan Libische rebellen.

Een ander geval betreft het verlies van 23 Oberland OA-15 geweren (een Duits product), 70 9mm Glock pistolen (uit Oostenrijk) en meer dan 42.000 stuks munitie. De wapens waren bedoeld om de missie van de Europese Unie voor bijstandsverlening inzake grensbeheer (EUBAM) te beschermen. In februari 2014 vroeg Malta toestemming voor de export waarna een eindgebruikerscertificaat door de EU-delegatie in Libië werd ondertekend.

Op 10 maart verscheepte GardaWorld de wapens naar de internationale luchthaven van Tripoli. Bij aankomst zei de Libische douane dat de inklaringsdocumenten ontbraken. EUBAM werd nog geïnformeerd over de aankomst van de wapens, maar toen GardaWorld-personeel een week later terugkwam met de gevraagde documenten waren de wapens verdwenen. Libische autoriteiten hebben daar verder geen onderzoek naar gedaan.


Foto: Letfallah II

Anti-tank raketten

De verscheping van Milan anti-tank raketten vanuit Libië naar Syrië werd beschreven in vorige jaarrapporten van de Veiligheidscommissie. De raketten worden geproduceerd door Airbus, maar het bedrijf ontkent dat het ze aan Libië heeft verkocht. Tijdens de revolutie van 2011 beschuldigdehet Kadaffi-regime Qatar van het leveren van de raketten aan de rebellen. In 2012 waren ze op weg naar Syrië na te zijn aangetroffen op het vrachtschip Letfallah II. De lading werd in beslag genomen door de Libanese autoriteiten.

‘Frankrijk heeft niet bekend gemaakt naar welk land de raketten werden uitgevoerd’, aldus het Panel. Tom Enders, algemeen directeur van Airbus, laat weten dat het aan de Franse regering is om de vraag te beantwoorden waar de lading met Milan anti-tank raketten is afgeleverd. Den Haag werd nooit iets gevraagd, omdat Airbus daar slechts zijn hoofdkantoor heeft gevestigd vanwege belastingontwijking.

Vorig jaar heeft Qatar een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan haar verwoestende beleid in de regio. Het emiraat steunde Libische milities met wapens en financiering in de zomer van 2014, terwijl gevechtsoperatie Fajr gaande is die de hele situatie verder verslechtert. Als het Panel op grond van stevige aanwijzingen navraag doet, reageert de overheid in Qatar niet. Qatar blijft evenwel een belangrijke klant voor westerse wapens.

Wat te doen met de situatie in Libië? Het Panel heeft twee aanbevelingen voor de lidstaten: Reguleer tussenhandel en inspecteer al het vrachtvervoer van en naar Libië. Werk mee als de VN-Veiligheidscommissie om informatie vraagt, kan aan dit simpele lijstje met aanbevelingen worden toegevoegd. Evenals het bestraffen van hen die in gebreke blijven. Dat kan bijvoorbeeld door te weigeren wapens aan die landen te verkopen, een win-win sanctie.

Tenslotte zou Nederland druk uit kunnen oefenen op de lidstaten van de EU om voortaan mee te werken aan onderzoeken door het Panel. Een niet bij naam genoemd lidstaat pleitte in de vergadering van de Veiligheidsraad van 15 september 2014 voor duidelijkheid rond de oorsprong van wapenstromen en betreurde het gebrek aan medewerking van de lidstaten in dat opzicht. Het Panel stelt in het rapport: ‘Tot op heden zijn, ondanks de schendingen gemeld in het Panel drie eerdere rapporten, geen maatregelen zijn genomen tegen de meeste overtreders. Het is is zelfs zo, dat sommigen op nieuw de fout zijn ingegaan.’

Geschreven voor Ravage-Webzine 
English version soon at stopwapenhandel.org

woensdag 28 januari 2015

Damen wil schepen leveren aan Azerbeidzjan

Photo: Kommer Damen van Damen Shipyards in gesprek met de president van Azerbeidzjan, Ilham Aliyev, in Davos. bron

Het Nederlandse scheepsbouwbedrijf Damen Shipyards overweegt militaire schepen te bouwen voor Azerbeidzjan, een land dat verwikkeld is in een wapenwedloop met buurland Armenië.

Afgelopen week was Kommer Damen van Damen Shipyards aanwezig bij het World Economic Forum in Davos om de samenwerking op het gebied van de scheepsbouw te versterken. Daarbij had hij ook een persoonlijk onderhoud met de president van Azerbeidzjan, Ilham Aliyev. Het ging over de bouw van militaire en civiele vaartuigen en schepen voor niet gespecificeerde overheidsdiensten, zo berichtte Trend News Agency.

In september 2014 werd de wapenbeurs ADEX georganiseerd in Azerbeidzjan. Een annalist constateerde: "Er lijken veel scheepsbouwers en marine gerelateerde bedrijven op ADEX te zijn; De Nederlandse scheepsbouwer Damen was de 'platina sponsor' van de show en ook Chinese en Turkse scheepsbouwers waren op de tentoonstelling, alsof zij denken dat er marinezaken in Azerbeidzjan te doen zijn." Het lijtk er inmiddels op alsof deze aanname correct is.

Azerbeidzjan ligt aan de Kaspische Zee in de roerige Kaukasus. Momenteel is het verwikkeld in een wapenwedloop met buurland Armenië. Het door de Duitse overheid gefinancierde Bonn International Center for Conversion rekent in een rapport Armenië en Azerbeidzjan tot de tien zwaarst gemilitariseerde landen ter wereld. Waarbij Armenië een derde plaats inneemt, nog vóór Syrië.

De militaire uitgaven van Armenië bereikten in 2013 het bedrag van 427 miljoen dollar. Azerbeidzjan besteedde in datzelfde jaar 3,4 miljard dollar aan het leger. In Armenië gaat zo’n 4 procent van het Bruto Nationaal Product naar defensie, in Azerbeidzjan is dat 4,7 procent. Vergeleken met andere Europese landen is dit aanzienlijk. Azerbeidzjan heeft ook de wapenproductie flink opgeschroefd. Landen in een potentieel conflictgebied die veel wapens kopen hebben een veel grotere kans met elkander in oorlog te geraken.

Human Rights Watch stelt in haar jaarrapport over 2014 het volgende over de huidige situatie in Azerbeidzjan: ‘De slechte reputatie van de Azerbeidzjaanse overheid op het gebied van vrijheid van meningsuiting, samenkomst en organisatie verslechterde aanzienlijk gedurende het jaar.’ De repressieve maatregelen waren bedoeld om de presidentsverkiezing van oktober 2013 soepel te laten verlopen. Ilham Aliyev werd dan ook met 84,5 procent van de stemmen herkozen voor zijn derde termijn.

Afgelopen week startte Amnesty International een campagne voor de vrijlating van twee Azerbeidzjaanse mensenrechtenactivisten die vorig jaar zijn opgepakt op beschuldiging van verraad en fraude. Volgens Amnesty zijn de aanklachten verzonnen om de activisten het zwijgen op te kunnen leggen zodat ze de eerste editie van de Europese Spelen komende zomer niet kunnen verstoren.

Tegelijkertijd bezocht de grootste wapenexporteur van Nederland, Kommer Damen, dus de Azerbeidzjaanse president in Davos om wapens te leveren. Niet alleen vanuit mensenrechtenoogpunt is een dergelijke steun aan het bewind van Azerbeidzjan ongewenst, ook vanwege de gespannen situatie in de regio. Damen Shipyards Group is een bedrijf dat actief is in 18 landen en bezit 35 scheepswerven. Hierdoor kan het de Nederlandse wapenexportrichtlijnen eenvoudig omzeilen.

Thales, een andere voorname Nederlandse wapenexporteur, stelde eens dat het niet de hand bijten die het bedrijf voedt. Een aanzienlijk deel van dat voedsel bestaat voor Damen uit steun van de Nederlandse overheid in aankopen van marineschepen en steun bij de export ervan. Damen maakt bijvoorbeeld gebruik van lucratieve Nederlandse exportkredietgaranties en Oret Miliev ontwikkelingssubsidies. De Nederlandse overheid doet er goed aan inzake Azerbeidzjan Damen Shipyards Group een corrigerende tik uit te delen in plaats van te steunen.

Geschreven voor Ravage webzine

woensdag 21 januari 2015

Lezing: Libië en wapens

Donderdagavond ga ik uit. Fijn. Een avond over Libië. Gratis drinken op kosten van het ministerie van Buitenlandse Zaken. En dat voor een geheelonthouder. Lekker halal; alleen bruisend bronwater. Wat zal aan de orde komen? En wat zal er niet aan de orde komen, terwijl dat wel zou moeten? Laat ik de te verwachte juichverhalen over het VN-wapenhandelsverdrag maar overslaan. Die beginnen net zo voorspelbaar te worden als mijn kritiek daarop.

V.l.n.r. Dirk Vandewalle, Anna Macdonald en Moncef Kartas.

Meer precies gaat de avond over de link tussen de conventionele wapenhandel en de escalatie van conflicten in de Arabische regio, met een nadruk op Libië als spil van de regionale wapenhandel. De engelstalige titel luidt: 'Guns and Borders: Libya's Arms Bazaar Fueling Conflicts in the Arab World.' Dat zal toch niet betekenen dat landen uit zwart Afrika niet aan de orde komen? Mali, Niger, Nigeria, Somalië en Tsjaad hebben allemaal te maken met de Libische wapenhandel.

De rol van de NAVO-landen komt vrijwel zeker niet of nauwelijks aan de orde. Door de actieve en gewelddadige NAVO-bescherming van de Libische bevolking, of preciezer, van alles wat anti-Gaddafi was, moest de Kolonel na jaren het veld ruimen als autoritair despoot van de oliestaat. (Het was op grond van die ontwikkeling dat een burgerbeweging in Syrië op een zelfde steun rekende. Een hoop die bloedig de bodem in werd geslagen.) Bovendien werden de afspraken binnen de Veiligheidsraad zo breed door de NAVO uitgelegd dat Rusland en China geschoffeerd werden. Dit was weer niet zo positief voor toekomstige onderhandelingen en vreedzame ontwikkelingen in de wereld.

De NAVO-landen stuurden special forces, speciale commando-eenheden, om het verzet en de gevechtsvliegtuigen vanaf de grond te begeleiden. Wat minder goed werd begeleid, was de bewaking van de munitiedepots, zodat de wapens aan alle kanten verdwenen. Met alle nare gevolgen van dien voor een half werelddeel. Zou toch wat netter mogen een volgende keer. De Fransen dropten wapens die al binnen een dag werden doorverkocht en waar verschillende fracties om streden. Opmerkelijk is dat vanuit Qatar anti-tank wapens werden geleverd van het officieel in Nederland gevestigde Airbus Defence and Space. Qatar weigert aan VN-onderzoek hiernaar mee te werken, evenals het bedrijf Airbus zelf. Opmerkelijk is ook dat de VN-onderzoekers rapporteren dat medewerking van de VN-lidstaten bij de onderzoeken naar de Libische wapenstromen zeer gering is. Man en paard worden te weinig genoemd, stelt een vertegenwoordiger van een niet bij name genoemd land tijdens een Veiligheidsraad vergadering in september 2014. Ben benieuwd wat daarover wordt gezegd tijdens de lezing.

Inmiddels komt het beheer van de wapenvoorraden nog steeds langzaam op gang. Het VN-panel dat het wapenembargo en de bevriezing van tegoeden en reisbeperkingen evalueert is niet erg optimistisch in haar rapport uit 2014: Burgers en autonome gewapende groepen beheersen nog steeds het grootste deel van de wapens in het land, en onvoldoende waarborgen van veiligheid en ineffectieve grenscontroles blijven de voornaamste obstakels om wapenproliferatie tegen te gaan. (…) Arsenalen van niet-statelijke partijen zijn de voornaamste bron van wapenuitvoer uit Libië, toch zijn inspanningen tot ontwapening, demoblisering en reïntegratie beperkt.” Er wordt best gepoogd om iets te verbeteren aan het beheer en de inzameling, zoals door bijvoorbeeld de United Nations Support Mission in Libya en naast anderen de German Agency for International Cooperation, maar ga er maar aanstaan.

Er is een burgeroorlog gaande en dat maakt dat inzamelen van wapens er vanzelfsprekend niet gemakkelijker op. In zo'n situatie willen velen een wapen hebben ter bescherming. Alleen al in Benghazi kwamen de afgelopen drie maanden bij gevechten, volgens Reuters, 600 mensen om het leven. Vorige week werd duidelijk dat de Islamitsche Staat (nooit te beroerd om gebruik te maken van een vergiftigde situatie) een vestiging aan het opzetten is in Libië.

In 2014 gingen meer wapens naar Libië dan voorheen. De zuigkracht is groter geworden door de burgeroorlog. Dat wordt ook door het VN-panel gezien. De erkende regering krijgt veilig gestelde wapens uit de depots, alsmede wapens die binnen het sanctieregime worden aangemeld en goedgekeurd. Overigens gaat bij dit laatste heel wat mis. Wederom het VN Panel: De meldingen [van officieel geïmporteerde] wapens inclusief verscheidene voorwerpen, waaronder 42 miljoen stuks 7.62x39 mm munitie en meer dan 65.000 aanvalsgeweren,” maken duidelijk dat een groot deel van de importen worden ondertekend door niet bevoegde medewerkers. Tegenstanders halen de wapens via dit soort kanalen, overvallen op depots en illegale of omgeleide officiële importen. Je wordt niet vrolijk van het rapport van het VN-Panel, dat zoals elk jaar wel een schat aan informatie bevat.

In een persbericht van de Veiligheidsraad van 17 januari lees ik niettemin dat de leden met kracht herhalen dat 'er geen militaire oplossing voor de crisis kan zijn' en de strijdende partijen oproepen om een vreedzaam klimaat voor een dialoog te creëren, die geen partijen uitsluit. Ze zijn dan ook blij met de aankondiging van een wapenstilstand op 15 januari. Deze week begonnen echter alweer gevechten in oliehaven Es Sider tussen de regering en een groepering die onder andere Tripoli in handen heeft.

Hoe groot zal het deel van de bevolking zijn dat terugverlangt naar de situatie van vijf jaar geleden, onder een dictator, die net de steun weer terug had gewonnen van het Westen, vraag ik me af. Zou er zonder NAVO-bommenwerpers niet meer kans zijn geweest op een geleidelijke ontwikkeling naar democratie?

Martin Broek
Op het blog Broekstukken staat een serie artikelen over de Libische wapens.

dinsdag 6 januari 2015

Wapenexport in de échte wereld

Wapenhandel maakt grotendeels onderdeel uit van de buitenlandse politiek en dient machtsbelangen. Dat maakte het recente Kamerdebat over de wapenexport weer eens duidelijk.

Vlak voor het kerstreces vond in de Tweede Kamer het jaarlijkse wapenexportdebat over het jaar 2013 plaats. Hoewel het de bedoeling is dat tijdens deze debatten een evaluatie van de individuele wapenexportvergunningen plaatsvindt, werden deze dit keer niet op de agenda vermeld. Met als resultaat dat een aantal dubieuze leveringen niet werd besproken.

Denk bijvoorbeeld aan optische instrumenten, onderdelen voor pantservoertuigen, vliegtuigen en marineschepen voor Israël, onderdelen voor pantservoertuigen voor Colombia, aanvalsgeweren voor Ecuador, mortiertechnologie voor Ethiopië, enz. (Zie voor een overzicht van Nederlandse wapenexporten in 2013 de 47 pagina’s lange lijst samengesteld door Stop Wapenhandel)
Minister Koenders van Buitenlandse Zaken maakte gedurende het Kamerdebat duidelijk dat wapenexportvergunningen individueel worden gecontroleerd, maar dat een bondgenoot tijdens de overwegingen wel anders wordt behandeld bij het checken van de exportregels. Een ‘dilemma’ noemde hij dat.

Saoedi-Arabië

Het land waar Koenders specifiek op doelde is Saoedi-Arabië, wereldwijd de grootste koper van Europese wapens in 2012 (het meest recente jaar waarvan EU-cijfers voorhanden zijn). Vanuit Nederland ontving Saoedi-Arabië onderdelen voor militaire simulatie-apparatuur, een doelzoekradar en onderdelen voor Typhoon en F-15 Eagle gevechtsvliegtuigen. Dit was nog voordat de Saoedi’s zich verbonden met de militaire operaties tegen ISIS waar ook Nederland aan deelneemt.

Saoedi-Arabië faalt op alle gronden van de exportregels. Het nam bijvoorbeeld deel aan de interventie in Banrein tegen de opstand van de shi’itische bevolking, het voert publiek de doodstraf uit middels het afhakken van hoofden voor misdaden als hekserij, het financiert salafisten in een regio die loopt van Mali tot Bangladesh (vaak met dodelijk geweld als gevolg), het versterkt het conflict met Iran en aangenomen wordt dat het islamieten in het Iraaks/Syrische conflict bewapent.
Daarentegen is het Arabische koninkrijk rijk aan olie en biedt het ruimte aan westerse militaire bases, zelfs nog nadat de VS zich in 2003 grotendeels terugtrok. Nu is het bovendien een bondgenoot in het bestrijden van de Islamitische Staat (IS/ISIS). Voor bondgenoten lijkt de regel ‘geen export naar landen met een slecht mensenrechtenbeleid’ van minder belang te zijn waardoor het risico bestaat dat conflicten worden verlengd. Het illustreert hoe de wapenexportpolitiek onderdeel uitmaakt van machtspolitiek.

Nigeria

Het is niet moeilijk om meer voorbeelden van samenhang tussen machtspolitiek en wapenverkoop te vinden. De Poolse overheid besloot onlangs om duizend aanvalsgeweren van het type Beryl te verkopen aan de Nigeriaanse politie. De geweren worden geproduceerd door Fabryka Broni Lucznik, dat onderdeel uitmaakt van de door de overheid gedreven Polish Armaments Group. Het bedrijf verwacht volgend jaar nog eens 5.000 geweren te kunnen leveren en hoopt dat deze verkoop leidt tot interesse elders.

Om het voorzichtig te stellen: er bestaat enige wrijving tussen mensenrechten en betreffende verkoop. Marteling is de normale gang van zaken bij de Nigeriaanse veiligheidsdiensten om inlichtingen te verkrijgen van verdachten. Over het algemeen is er sprake van een gebrek aan respect voor mensenrechten binnen de Nigeriaanse krijgsmacht en politie.



In de Nigeriaanse Premium Times werd het onlangs als volgt gesteld: ‘De Nigeriaanse politiemacht is niet bereid om de gevaarlijke toga af te leggen die het door de jaren heen verkreeg als repressief instituut, vergelijkbaar met het leger van het Irak onder Saddam Hussein.’

Maar hulp is onderweg. Nigeria en de Europese Unie breiden hun samenwerking uit om de terreur van de islamitische organisatie Boko Haram te beëindigen. De EU richt zich daarbij op mensenrechten en op het steunen van trainingen om de samenwerking tussen militairen en civiele organisaties te verbeteren.

Om te beginnen ontkrachtte de Nigeriaanse president Jonathan de zorgen. Mensenrechtenschendingen vinden in zijn land weliswaar plaats maar worden over het algemeen overdreven, zo stelde hij geheel in lijn met lessen die de Britse komiek Mark Thomas destijds gaf aan dictators op de Defendory wapenbeurs in 1999. Misken structurele wanddaden, zei Thomas tegen deze schurken, maar geef een beetje marteling toe. Dat is wat de publieke opinie zal accepteren.


Het bagatelliseren van de schendingen door de Nigeriaanse president is belangrijk omdat ze in de weg zal staan van verbeteringen die hard nodig zijn. De Poolse regering lijkt echter al te anticiperen op deze verbeteringen en gaf het groene licht voor een grote wapenexport. Of is dit een keuze tussen twee kwaden? Dan spelen hier alweer andere dan wapenexportregels de hoofdrol.

Dubbele maat

Het negeren van exportregels kan ook de andere kant op werken. Het Franse besluit om geen helikopter-vliegdekschepen van het type Mistral aan Rusland te leveren, kwam niet voort uit een verplichting binnen de EU-wapenexportregels, aldus de Nederlandse bewindsman Koenders. Het contract was immers afgesloten voordat het wapenembargo tegen Rusland van kracht was. Daarnaast was er geen enkele EU-verplichting (sommigen denken daar duidelijk anders over).

De Franse verkoop paste echter niet binnen de dominante politiek van de Europese Unie ten opzichte van Rusland. De druk op Parijs werd groter en groter en het Elysée haalde bakzeil. Minister van Defensie Le Drian verklaarde dat eerst aan de voorwaarden voor een wapenstilstand moest worden voldaan, voordat de levering van het vliegdekschip door kan gaan.

Koenders beschouwt het Franse besluit vanwege het falen van de wapenstilstand als een nieuw en positief criterium dat buiten de EU wapenexportregels valt en op maat lijkt te zijn gemaakt voor deze specifieke zaak. Nadat de minister tegelijkertijd werd geattendeerd op leveringen van wapens door Litouwen aan Oekraïne, oordeelde de minister deze als zijnde legitiem omdat de Oekraïne onder Russische druk staat.

Het gaat er niet om de Russische en Oekraïense situatie te vergelijken, maar het lijkt erop alsof het risico om gewapend geweld te veroorzaken of een bestaand gewapend conflict te verlengen niet op lijkt te gaan binnen de EU-politiek. Het geeft wederom aan dat de EU-wapenexportcriteria worden ingezet op grond van wie bondgenoot is en wie niet. Wapenhandel maakt grotendeels onderdeel uit van de buitenlandse politiek en dient machtsbelangen.

Geschreven voor en redactie door Ravage Webzine 
Engelstalige versie voor Stop Wapenhandel

zondag 5 oktober 2014

De week in wapenhandel; de keizer is naakt

L.S.

Je vroeg je af of wapenexportbeleid in Nederland wel een item is. Aangezien ik toch een blog voor Konfrontatie moest schrijven, nam ik me voor om te proberen een weekdagboekje te schrijven over wapenhandel met een Nederlands tintje. De voorgaande week eindigde ermee dat het Wapenexportdebat in de Tweede Kamer over 2013 uitgesteld is. Misschien is dat maar goed ook, want de feiten zijn nog niet eens gepubliceerd. Het lijkt wel alsof juist de ambtenaren die controle mogelijk moeten maken door de Regering worden afgeslankt en -gedankt. Ze kunnen hun werk in ieder geval niet aan. Je kan je afvragen of een debat zonder beloofde gegevens wel zin heeft.

Zaterdag 27 en zondag 28: de Volkskrant bericht over korruptie bij de aanschaf van politiewapens. De voormalig Amerikaanse wapenhandelaar Richard Bistrong zegt: “... of het nu om Afrikanen ging, of om Nederlanders, dat deed er niet toe.” Technisch Bureau H.A. Muller B.V. wordt genoemd als een Nederlands contact. In de jaren negentig las ik veel schietsportblaadjes. Er waren maar twee Nederlandse wapenhandelaren die me daarin opvielen. De eerste was Fred van Yperen, voormalig politieman en eigenaar van J.F.Y. uit Maarssen/Loenersloot. In de jaren negentig ontving hij bijvoorbeeld een partijtje aanvalsgeweren, waarvan niemand het fijne wist. Fred is inmiddels naar Oost-Groningen verhuisd en overgestapt op de handel in sportartikelen en motor- en fietsonderdelen. De andere was Technisch Bureau Muller uit Arnhem dat nu door de Volkskrant is beschreven.

Een andere veel grotere corruptie zaak haalt de pers in Nederland al niet meer sinds 2011. Afgelopen weekend kwam de Zuid-Afrikaanse met nieuwe informatie. Thales betaalde eind jaren negentig president Zuma, destijds nog vicepremier, smeergeld om er zeker van te zijn dat Zuid-Afrika wapens van het Franse concern bleef kopen. Nog steeds is de onderste steen niet boven. Nederland heeft een belangrijke poot binnen het Franse concern. Thales ontkende later deze week de feiten. Je zou denken Nederlandse pers bijhouden die zaak.

Maandag 29 kwam het belangrijkste wapenhandelnieuws niet uit Nederland, maar uit Engeland. Het bedrijf Chemring leverde traansgas aan de politie van Hong Kong. Dit werd ingezet tegen de demonstranten. Chemring verklaarde vrij snel na het bekend worden van dit nieuws dat het zijn leven zou beteren. Onzin beweerde de minister van Buitenlandse Zaken, Philip Hammond, CS gas kan je overal kopen, dus maak je niet nodeloos druk. Levert of voert Nederland ook traangas door? Ja vooral aan het ondemocratische Golfstaatje Oman en een beetje aan rumoerige Indonesië. Doorvoer vindt plaats naar Oman (uit het VK) en het ook niet frisse Qatar (uit Frankrijk).

Dinsdag 30: Vandaag worstel ik me door het zakendoen met Duitse vrienden van de Nederlandse zakenman Fentener van Vlissingen in het interbellum. Steeds opnieuw moet ik wennen aan het idee dat Nederland in die jaren niet alleen neutraal, maar ook nogal Duits georiënteerd was.

Verder ontvang ik een op de persoon opgestelde reclame voor een defensie-industrie bijeenkomst in Qatar of ik en mijn bedrijf geen belangrijke bijdrage willen leveren aan land-, lucht- en zeemacht. Zucht.

Woensdag 1: Nogmaals zucht. Pas van vandaag lees ik een bericht uit de Dagen Nyheter van afgelopen maandag. Het gonst al een week van Arms Trade Treaty (ATT) berichten in de internationale pers. Binnen anderhalf jaar heeft men al voldoende landen die hun deelname aan het verdrag hebben bekrachtigd. Iedereen blij. Zelfs die verrekte mensenrechtenschenders zullen zich er iets van gaan aantrekken, aldus de directeur van het Control Arms secretariat Anna MacDonald. Veel verandert er feitelijk niet door voor de grote wapenleveranciers. Gek dat zoveel geld en tijd is gaan zitten in iets wat vooral een PR-operatie is en geen hout snijdt.
In de Zweedse krant lees ik dat er veel verandert. Voor het eerst spelen ook vrouwen een afweging of er al-dan-niet geleverd moet worden. De vrouw die het schrijft is een Zweedse schoonheid, maar dat is geen excuus voor het oplepelen van NGO-propaganda. Denk zelf na. Er zijn geen wapens gericht tegen vrouwen. Vrouwen zijn onmiskenbaar belangrijke slachtoffers van wapengeweld, net als kinderen, ouderen en alle anderen die toevallig in de weglopen of juist niet kunnen weglopen. Dit punt werd al gedekt door het criterium dat geen wapens mogen worden geleverd waarmee de mensenrechten geschonden kunnen worden. Gabriella Irsten, politiek medewerkster van de Women International Leaque for Peace and Freedom (WILPF) beweert in het artikel terecht dat de Zweedse wapenregels tot nu toe vaag waren. Maar in die zin is de ATT geen enkele verbetering. Zweden onderschreef eerder de net iets minder vage Europese wapenexportregels die door dezelfde groepen die nu de ATT hebben bekokstoofd werden uitgebroed (evenals de Gedragscode daarvoor). In de geest zijn het mooie documenten, maar naar de letter – en daar gaat het uiteindelijk om – zijn ze niet meer dan een gescheurd vangnet waarmee op zijn best alleen de grootste vissen zijn te vangen. Waarom iedereen dan zo blij danst op de kade is de vraag.

Donderdag 2: Lees ik dat het State Department op 1 en 2 oktober op bezoek is in Amsterdam om het Amerikaanse wapenexportbeleid uit te leggen. De Verenigde Staten houden er een streng eigen beleid op na dat vooral bedoeld is om de wereldwijde belangen van de VS te ondersteunen. Economisch gewin is ondergeschikt aan machtspolitiek. In Europa is dit vaak andersom. De Amerikanen zijn ook nogal streng bij overtredingen. Een nulletje of zes boete is niks. Om dat te te voorkomen en uit te leggen, komen ze jaarlijks langs.

Vrijdag 3 ga ik fietsen en zwem in zee. Praat over tuinieren en natuur. Even denk ik er nog over om een bericht op te nemen dat het Nederlandse Parlement opzoek gaat naar een nieuwe duurzame huisbank zonder wapenhandel. Ben benieuwd welke dit wordt. Maar laat het er bij zitten. Trappen maar. Libellen en koolwitjes schieten voorbij.

Vandaag 4 heb ik een antimilitaristische reünie. Dat kan ook nog.

Ik heb begrepen dat maandag Stop Wapenhandel met een uitgebreide brief met aandachtspunten komt. Er is meer dan genoeg om je druk over te maken en eveneens meer dan genoeg dat de Nederlandse pers, laat staan de politiek, niet haalt en daar wel thuis hoort.

Vriendelijke en strijdbare vredesgroet,

Martin Broek

woensdag 2 april 2014

Zwitserland en Japan verzwakken wapenexportregels


Het jaarverslag over de wereldwijde wapenexport van het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) houdt zich bezig met legale wapenexporten. Dat betreft het leeuwendeel van de wereldwijde handel in wapens. Cijfers over illegale uitvoer van wapens door criminelen, bedrijven of landen die internationale wapenembargo's schenden van de o.a. de VN , de EU of de OVSE, zijn iet beschikbaar. Dit om voor de hand liggende redenen.

De Verenigde Staten maakt zeer actief gebruik van de mogelijkheden om overtreders van de Amerikaanse beperkingen handel actief te vervolgen (zie bijvoorbeeld http://www.exportlawblog.com/). Daardoor worden veel illegale wapenstransacties voorkomen en onthult.

Er was veel aandacht van de media voor de inbeslagname van het onder Panamesevlag varende vrachtschip, de KLOS C (dat nog maar twee jaar geleden onder Nederlandsevlag voer). Het schip werd in de Rode Zee, in de buurt van de Soedanese kust, geënterd door Israëlische special forces. Het werd verdacht van het vervoer van in Syrië gemaakte M-302 oppervlaktedoelraketten naar Gaza. De wapens waren vermoedelijk afkomstig uit Iran. De Sudan Tribune meldt dat "samen met de raketten, ongeveer 180 mortiergranaten en 400.000 stuks geweermunitie werden opgetast op een pier gelegd in de haven van Eilat," waar het schip na de aanhouding naartoe werd gebracht. Een Amerikaanse woordvoerder zei dat: "het onderscheppen van dit schip het resultaat was van de samenwerking tussen Washington en Tel Aviv."

Meer naar het noorden werd een ander schip aangehouden in de haven van Hamburg. Dit schip was op weg naar Egypte. Nu is het de Duitse douane die vermoedens heeft dat de lading van een (niet bij naam genoemd) vrachtschip niet in de haak is. Het schip vervoerde onderdelen voor pantservoertuigen en militaire scheepsuitrusting uit Polen naar Egypte. Volgens de Duitsers dit was een schending van het gemeenschappelijk standpunt van de EU betreffende wapenexporten. De Duitsers maakten gebruik van het recht een doorvoervergunning te weigeren op het moment dat het schip in de haven van Hamburg lag. Volgens een woordvoerder van het Egyptische ministerie van Buitenlandse Zaken ging het om een storm in een glas water; voor het vrijgeven van de lading werd slechts gewacht op verwerking van de juiste vrachtbrieven en documenten.

Deze twee voorbeelden laten zien dat er veel mogelijk is als het gaat om het onderscheppen van illegale wapenleveringen. Er is vooral politieke wil nodig. Wat niet helpt is dat sommige landen hun wapenexportnormen naar beneden bijstellen. Onlangs veranderden de Zwitsers het beleid onder druk van een lobby van 70 Zwitserse wapenproducenten. De oude Zwitserse verordening verbood wapenexport naar landen die bekend stonden vanwege systematische en ernstige mensenrechtenschendingen. Ook de uitvoer van wapens naar landen waar sprake was van een internationaal of binnenlands gewapend conflict waren niet toegestaan​​. Onder het nieuwe beleid wordt soepeler opgetreden; vergunningen worden geweigerd, indien er "een hoog risico" in de ontvangende bestaat dat de bewuste militaire apparatuur zelf zal worden gebruikt voor ernstige schendingen van de mensenrechten. Niet alle wapens worden dus verboden, maar wapens waarmee de schendingen plaats zullen vinden. De hoog risico bepaling laat vooral speelruimte. Met deze nieuwe formulering is Zwitserland het eerste land dat zijn export regels naar beneden bijstelt om ze in overeenstemming te brengen met het VN-wapenhandelsverdrag (ATT), dat uitgaat van minimale normen. (Nederland verlaagde al een aantal jaar eerder de normen na het invoeren van de Europese gedragscode wapenexport.)

Nog verontrustender is de verandering in de Japanse grondwet, die het mogelijk zal maken voor Tokyo om wapens te exporteren. Dit kan avanwege 'de pacifistische grondwet' eerder niet. Deze grondwettelijke verandering is vooral ingevoerd omdat de samenwerking met de VS mogelijk te maken bij verschillende wapenproductieprogramma's (zoals F-35 gevechtsvliegtuigen en raketschildraketten SM-3). Maar Japanse analisten vrezen dat dit allerlei wapenexport mogelijk zal maken. Daardoor kan de situatie in Oost-Azië verder destabiliseren en de politieke positie van de Japanse nationalisten en de Japanse krijgsmacht versterkt worden. Japan, de 3e economie in de wereld, kan nu ook gaan streven naar een toppositie als wapenexporteur.

Wanneer het aanbod groeit, zijn regels belangrijk, maar nog belangrijker is de politieke wil om wapenhandel te stoppen. Ongecontroleerde wapenhandel wordt veroorzaakt door niet ingrijpen, niet door gebrek aan juridische instrumenten. Een positief voorbeeld is de groep landen (Nederland , Denemarken, de VS, UK, Canada, Noorwegen, Duitsland, Frankrijk en Italië) die samenwerken als de Gaza Counter-arms smuggling Initiative. De daadkracht van die groep contrasteert sterk met de terughoudendheid als het gaat om het controleren van de illegale Libische wapensstromen die hun weg vinden naar alle uithoeken van Noordwest-Afrika. Het rapport van het VN-panel hierover zijn een must read voor iedereen die wil begrijpen wat er mis kan gaan met de verkoop van wapens.


Deze column is licht gewijzigde en engelstalig vorm te vinden op stopwapenhandel

zondag 9 maart 2014

Oefeningen en wapenhandel

De afgelopen drie weken vond de internationale oefening/operatie voor Special Forces in Afrika, Flintlock, plaats. Duizend militairen uit achttien landen werkten daarbij samen. Doel van de jaarlijkse oefening was dit maal het versterken van de invloed van de deelnemende landen in twee Noordwest Afrikaanse regio's: de zuidgrens van Libië en het grensgebied van Nigeria. Beide zijn belangrijke regio's voor wapensmokkel en gebieden waar islamitische terroristen opereren.

Van die achttien deelnemende landen komen er negen komen uit West-Afrika en negen uit West-Europa en Noord-Amerika.

De Afrikaanse deelnemers zijn Algerije, Burkina Faso, Tsjaad, Mali, Mauretanië, Marokko, Niger, Nigeria en Senegal. Verschillende van deze landen kampen met binnenlandse conflciten. Naar Mali gaan binnenkort Nederlandse troepen om deel te nemen aan de VN-vredesmacht in dat land. Sengalese Special Forces bestrijden in eigen land al decennialang een opstand in de zuidelijke provincie Casamance. De Defensiekrant meldt dat Senegal de samenwerkingspartner is van de Nederlanders tijdens de oefening. Nigeria heeft vaak de leiding bij vredesmissies van de Afrikaanse Unie, maar binnenlands laat het land, om het voorzichtig te zeggen, nogal wat steken vallen.

Als het gaat om wapenhandel dan zijn er internationale criteria waaraan voldaan moet worden. Als het gaat om oefeningen en samenwerking, dan is men minder kieskeurig. Waarom kan je dergelijke landen wel trainen in militaire operaties? De trainingen versterken militaire capaciteiten; ook daar waar die misbruikt worden. Het obligate lesje mensenrechten is daarbij een pleister op de wonde.

De militaire samenwerking vergroot de mogelijkheid om wapens te verkopen. Daar waar je oefent, leer je de militaire leiding kennen en worden contacten gelegd die de weg voor wapenleveranties openen. Door de strijd tegen de jihadisten is zelfs in de armste landen van Noordwest-Afrika een afzetgebied ontstaan. De aankoop door Mauretanië vorig jaar van vliegtuigen lijkt daar een voorbeeld van.

West-Afrika is niet het enige opvallende gebied waar Nederlandse troepen trainen. Minister Hennis stuurde onlangs een brief aan de Kamer waarin ze opsomde waar Nederlandse militairen actief zijn. Partners voor oefening, opleiding en training worden bijvoorbeeld gevonden in Gabon en Peru (jungletrainingsmogelijkheden) en in Jordanië en Israël (trainingsfaciliteiten voor Special Forces).

Militaire samenwerking kan ook wapenverkopen volgen. Nederland werkt militair samen “met landen in verband met instandhouding, verkoop en afstoting van materieel, bijvoorbeeld Chili, Estland, Finland, Jordanië, Marokko, Vietnam en Zuid-Korea,” zo meldde Minister Hennis de Tweede Kamer.

De belangrijkste afnemer van Nederlandse wapens in Noordwest-Afrika, Marokko, doet al mee aan Flintlock. Met ruim een half miljard aan wapenexporten naar Rabat in de afgelopen tien jaar heeft de Nederlandse wapenindustrie het land al binnen als klant. Marokko staat ermee op plaats vijf van een ranglijst met klanten voor Nederlandse wapens. Pas op plaats 37 komt het tweede Noordwest Afrikaanse land Algerije. Daarheen verkocht in 2013 voor 34 miljoen euro militaire goederen.


Deze column is geschreven voor Konfrontatie en is in gewijzigde en engelstalig vorm te vinden op stopwapenhandel

Meer informatie over Flintlock

donderdag 19 september 2013

Terreur in Nigeria met wapens uit Libië

Slechts een paar maanden nadat de NAVO zich begon te mengen in de Libische burgeroorlog, luiden overheden uit noordwest Afrika de noodklok over de gevaren van de verspreiding van Libische wapens. Alle leden van het Permanent Interstate Committee for Drought Control in the Sahel (Burkina Faso, Kaapverdië, Gambia, Guinee-Bissau, Mali, Mauritanië, Niger, Senegal en Tsjaad) waren "in verhoogde staat van paraatheid vanwege de dreigende komst van vrijgekomen wapens naar hun grenzen."


In Mali liep de situatie volledig uit de hand. Maar ook verder naar het zuiden, in Nigeria, is het flink misgegaan. Enkele recente voorbeelden illustreren hoe chaotisch en gevaarlijk het is in het noordoostelijke deel van het land. Regeringstroepen, burgerwachten en de Islamitische terreurgroep Boko Haram bestrijden elkaar op leven en dood.

Op 8 september braken in het noordoosten van Nigeria gevechten uit tussen Boko Haram-militanten en de door de overheid gesteunde burgerwachten. Dertien leden van de burgerwacht en vijf Boko Haram leden stierven tijdens het gevecht. Zes dagen later, bij een ander incident, werd een burgerwacht doodgeschoten door de politie. Volgens collega's van het slachtoffer werd hun auto door de politie aangehouden wegens verkeerd rijden in een straat met eenrichtingsverkeer. Ze legden de politie uit dat ze net een Boko Haram verdachte hadden gearresteerd en dat ze het niet aandurfden de juiste weg te gebruiken. Als reactie "opende de politieagent het vuur en doodde een van onze leden," aldus de burgerwacht. Boze jongeren reageerden vervolgens gewelddadig. Ze doden een politieagent en dreigden het politiebureau plat te branden.

Het leger zegt dat het de burgerwachten op wil heffen. Een woordvoerder van de 7e Divisie van de Nigeriaanse krijgsmacht meldde dat zijn divisie, wanneer volledig gevormd, de burgerwachten zal vervangen in de strijd tegen Boko Haram. Maar het leger is zelf ook deel van het probleem. Het gebruikt ten eerste extreem geweld in de strijd met veel burgerdoden. Verder heeft Boko Harma ook al invloed binnen de krijgsmacht. Op 16 september meldt de Nigeriaanse Guardian dat de militaire rechtbank doodstraffen en gevangenisstraffen oplegde aan achttien soldaten, vanwege banden met Boko Haram.

Onlangs bombardeerde de Nigeriaanse luchtmacht Boko Haram kampementen. Opvallend is dat in dezelfde week bekend werd dat Sabena Technics, een bedrijf van Belgische oorsprong, de Nigeriaanse luchtmacht ondersteunde met het opknappen en aanpassen van haar Alpha Yets (lichte aanvals- en traningsvliegtuigen) en Hercules-130 transportvliegtuigen. De relaties tussen Sabena Technics en Nigeria waren ook al bekend uit een wikileaks ambtsbericht van 28 april 2008. In dat geval ging het uitsluitend om C-130 onderdelen die vanuit Zaventem werden geleverd. De bombardementen roepen de vraag op of de werkzaamheden van Sabena kunnen tegen het licht van de wapenexport richtlijnen van België: "Ongeacht de eindgebruiker wordt de vergunning geweigerd als er een duidelijk risico bestaat dat de goederen of technologie in kwestie een intern gewapend conflict of binnenlandse spanningen zullen uitlokken dan wel bestaande gewapende conflicten of spanningen zullen verlengen of verergeren." Mogelijk is de legitimiteit ervan gelegen in de volgende formulering uit hetzelfde decreet dat "rekening [wordt] gehouden met de legitieme belangen inzake defensie en binnenlandse veiligheid van het land van eindgebruik (...)."

Wapens uit Libië voor Boko Haram

Boko Haram is een goed georganiseerde groep van een onbekende grote, maar gezien de enorme ravage die ze veroorzaakt en het gegeven dat in de afgelopen drie maanden duizend militanten werden gearresteerd, is het meer dan een kleine terroristische organisatie. De groep wil in het noordelijke deel van Nigeria de islamitische wetgeving invoeren. Sinds 2009 zijn 3.500 mensen omgekomen als gevolg van het geweld dat aan de groep wordt toegeschreven. In augustus 2013 alleen al gaat het om 160 sterfgevallen. Deze oorlog komt bovenop de vele onopgeloste problemen in het verwaarloosde noorden van Nigeria, zoals corruptie, nepotisme en extreme armoede.

Boko Haram heeft geen probleem om wapens te krijgen. De bewaking van de Nigeriaanse grenzen is zwak tot afwezig. Douanebeambten zijn vaak corrupt. Er zijn 1.499 illegale grensovergangen (in vergelijking met 84 legale) in de bergen en de jungle. De controle wordt nog bemoeilijkt doordat etnische groepen en families met nauwe contacten aan beide zijden van de grens wonen.

Waarnemers zien de gemakkelijke toegang tot wapens uit Libië als een van de belangrijkste bronnen voor bewapening van Boko Haram. Veel van die wapens gingen eerst naar Mali. De verkoop ervan stelt hen in staat om hun activiteiten te financieren. Aniebo Nwamu, een Nigeriaanse journalist, schreef dat : "Wapens uit Mali, Libië, Libanon en andere delen van de Midden-Oosten Nigeria overspoelden. Er is niets dan chaos te verwachten, ( ... ) als gewapende overvallers en andere terroristen een AK-47 kunnen kopen voor slechts N10,000 [€ 46]. Waarop kan dan de hoop op het herstel van de vrede in dit land gebouwd worden?"

De link tussen de Libische/Malinese wapens en Boko Haram wordt ook duidelijk door het gegeven dat de Franse interventie in Mali leidde tot een vermindering van de wapenstromen naar Nigeria. Volgens professor Agwu, senior onderzoeker bij het Nigeriaanse Institute of International Affairs ( NIIA), is "het is geen toeval dat de leiders van Boko Haram in Nigeria een staakt-het-vuren overwogen op het moment dat hun toegang tot Malinese middelen weggenomen werd."

Helaas is die steun niet volledig weggenomen. "Tijdens de opstand door Boko Haram werden honderden wapens, waaronder RPG's, raketwerpers, luchtdoelraketten en AK-47 geweren onderschept door veiligheidsagenten op verschillende plekken in het noordoosten van Nigeria. Het wordt algemeen aangenomen dat deze wapens hun weg naar Nigeria vonden vanuit Libië en Mali." stelt Freedom C . Onuoha in september 2013 in een studie voor Al Jazeera. Hij noemde daarin ook drie recente confiscaties van grote hoeveelheden geavanceerde wapens.

regionale zaken

Niet alleen Nigeria, maar de gehele sub-Saharaanse regio is getroffen. In Jeune Afrique van 10 juni 2013 zei president Deby van Tsjaad: " ... de oorlog in Mali kwam uit Libië en in Libië hergroeperen de militanten zich nu weer. Dit is een zaak voor de hele internationale gemeenschap, omdat gemakkelijk de link kan worden gelegd tussen Boko Haram in Nigeria en de groepen in het noorden van Niger. Dit is niet bemoedigend en we zijn niet voorbereid op dit soort situaties. Terrorisme kan toeslaan wanneer het wil, zelfs in Tsjaad."

Het antwoord op het probleem moet, (naast het aanpakken van de sociaal politieke en economische oorzaken) een beter uitgeruste en opgeleide douane en de samenwerking bij grenscontroles in de hele regio zijn. Dit zal moeilijk worden, omdat de regionale samenwerking niet is ingebed in multi-nationale structuren. Nigeria en Niger behoren tot ECOWAS, Tsjaad is een lid van ECCAS, Mauritanië is geen lid van ECOWAS en Algerije ligt in de Arabische Maghreb-zone. Maar "alle landen zijn bereid op een meer gecoördineerde manier samen te werken," schreef de VN-Veiligheidsraad in een rapport uit januari 2012. De noodklokken van de Noordwest- Afrikaanse landen luidden niet om niets in november 2011. De ongecontroleerde Libische wapens zaaien nog steeds dood en verderf.

Martin Broek , 17 september 2013 Geschreven voor Sargasso Onderzoek ondersteund door Fonds Vredesprojecten

woensdag 3 juli 2013

Gerommel in de woestijn; Mauritanië koopt wapens

Mauritanië kan moeilijk een hotspot voor internationale wapenhandelaren genoemd worden. De militaire uitgaven zijn weliswaar bijna vier procent van het Bruto Nationaal Product (BNP) en dus een forse aanslag op het budget van het woestijnland. In absolute cijfers is de 116 miljoen Amerikaanse dollars (2009) minder dan Nederland uit heeft gegeven voor de nieuwste grote patrouille schepen. Een groot deel van dat budget gaat bovendien naar weddes en gebouwen. Mauretanië is het kind op de wapenmarkt.

De kleine defensiebegroting kan nauwelijks verbazen als je kijkt naar de economische situatie van het land. Mauritanië is vooral een groot stuk woestijn met twee steden aan de kust en een paar kleinere dorpen landinwaarts. Het is vooral bekend vanwege de ijzerertsmijnen in het oosten (Zouerate), rijke visgronden, wedlands voor overwinterende vogels, en de afhankelijkheid van voedseldonaties en nog steeds voorkomende slavernij.

In Mauritanië leeft ongeveer een vijfde van de bevolking van minder dan $ 1,25 per dag. Het BNP is € 3,2 miljard (ongeveer de helft van wat Nederland alleen al aan het leger spendeert) en komt neer op een gemiddelde van € 888 per inwoner. Mauritanië behoort kortom tot de armste landen in de wereld.

Deze miserabele toestand weerhield de Mauretaanse overheid er niet om op de Paris Air Show van juni jl. Wapens te kopen. Volgens Jane's Defence Weekly (26/06/13) ondertekende Mauritanië een contract in Parijs met Augusta/Westland voor de aanschaf van een niet bekend gemaakt aantal zo genoemde  AW-109 Power helicopters. Het was niet de eerste grote militaire aankoop die recentelijk werd gedaan. In 2009 werd Mauritanië door Frankrijk gezien als een belangrijk land in de strijd tegen Al Qa'ida in de Islamitische Maghreb (AQIM) en wapenleveranties volgden. De Franse visie werd duidelijk uit een geheime telex (11/01/2010) van de VS ambassade in Paris. In Nouakchott, de Mauritaanse hoofdstad, werd besloten om actief samen te gaan werken met het Afrika Commando van de VS (AFRICOM). Mauritanië was zelfs het gastland voor de belangrijkste internationale speciale troepen oefening, Flintlock, in 2013.

Frankrijk is met ruime voorsprong de belangrijkste bron voor Mauretaanse wapens. Van de Europese verkopen ter waarde van € 47 miljoen miljoen in de periode 2001-2011, kwam bijna zestig procent of € 27 miljoen uit Frankrijk. Het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI)  noemt grote Chinese verkopen in het begin van deze eeuw ter waarde van € 18.3 miljion. Hierbij waren patrouille schepen en twee Franse helikopters van het Panther Z-9 type, die worden gebouwd door het het Chinese bedrijf HarbinAircraft Manufacturing Corporation (Hafei). Dat gebeurt op basis van een licentie van Eurocopter. Andere belangrijke leveranciers zijn Polen (tanks in 2002), Brazilië (trainings vliegtuigen, 2012). Franrijk leverde ook nog vijf trainings vliegtuigen en tanks of pantser voertuigen in 2010-2012.

Ongeveer de helft van alle levereingen vonden plaats in afgelopen drie jaar. De politieke situatie in de regio is de belangrijkste reden daarvoor. SIPRI stelt dat de vijf Franse trainings vliegtuigen werden verkocht vanwege de strijd tegen AQIM. Jeremy Binnie, de Weekly's correspondent voor Afrika en het Midden-Oosten, schrijft: “In de afgelopen jaren heeft Mauritanië zijn mogelijkheden ontwikkeld om dreigingen die komen uit buurland Mali te bestrijden door lichte aanvalsvliegtugen aan te schaffen in de vorm van vier Embraer EMB- 312 Tucanos – die werden overgdragen vanuit Frankrijk tussen 2010 en 2011 – en een niet bekend gemaakt aantal nieuwe EMB-314 Super Tucanos, waarvan de eerste werd geleverd in oktober 2012.”


De verkopen aan Mauritanië begonnen in 2009 vanwege de contra-guerilla operaties tegen AQIM in the Mauritaanse woestijn. Ze werden versterkt toen de chaos in buurland Mali vorig jaar begon. Vanuit dat gezichtspunt zijn de burgeroorlog in burgeroorlog in Libië, de volgende ineenstorting van de machtsbalans in Mali in het voordeel van de Tuaregs, en de reactie op het verliezen van de controle op grote delen van Mali door een staatsgreep in Bamako, de Malinese hoofdstad, openede een nieuw front voor wapenverkopen. De oorlog in Libië laat ook zijn sporen na in Mauretanië. Deze leveringen kunnen groeien zolang de olievelden voor de kust van Mauretanie opbrengsten hebben.

Onderzoek ondersteund door Fonds Vredesprojecten en ook geplaatst op Konfrontatie