maandag 15 mei 2023

Chinese actieve defensie politiek

The concept of active defence in China's military strategy door Amrita Jash beschrijft China als een groot gevaar. De Indiase is deskundige op het gebied van internationale betrekkingen en was in die hoedanigheid werkzaam in o.a. de VS, China en India en is momenteel eindredacteur van het tijdschrift van het Centre for Land Warfare Studies (CLAWS) gevestigd in New Delhi.

China ontwikkelde zich van het lachertje onder de militaire machten naar een land dat onder het mom van Actieve Defensie een offensieve strategie voorstaat, inclusief preventieve inzet van wapens en andere strategische middelen. Een economisch sterker China betekent een grotere Chinese dreiging, zo stelt ze op de laatste pagina.

India en China hebben een lange onderlinge geschiedenis, inclusief meerdere – soms nog sluimerende – conflicten. In veel publicaties over China als militaire macht spelen conflicten rond Taiwan, de Zuid Chinese Zee of binnenlandse repressie de voornaamste rol. Hier zijn de grenzen tussen de twee Aziatische reuzen de hoofdreden om de Chinese strategische visie te ontleden.(1)

Grensconflicten
De schrijfster stelt dat misverstanden rond grenspolitiek het wantrouwen tussen beide landen vergroten met negatieve consequenties voor de relaties tussen de beide kernmachten. Dat is geen nieuw inzicht, maar wel ernstig, want territoriale kwesties zijn de belangrijkste aanleiding voor het uitbreken van oorlogen. Een overzicht met de negen belangrijkste gewelddadige uitbarstingen aan de grens tussen beide landen (in de periode 1962-2020) laat zien dat vijf daarvan speelden in het tijdvak 2013-2020. Ze kwamen niet alleen frequenter voor, maar werden ook grootschaliger en heviger.

Recentelijk is ook
de VS zich nadrukkelijker met de conflicten gaan bemoeien. De schrijfster pleit in haar boek voor het versterken van dergelijke banden. India moet de neutraliteitspolitiek laten varen; onafhankelijkheid in internationale betrekkingen is geen optie meer. Of een dergelijke keuze de spanningen zal verminderen? China waarschuwde in de Global Times al tegen de samenwerking met de VS en dreigde dat economische relaties er onder zullen lijden.

Zowel India als China bouwen inmiddels hun infrastructuur langs de grenzen uit. Dit gebeurt zowel militair als civiel (een spoor- of autoweg, een vliegveld of elektriciteitsnetwerk hebben in een spanningsgebied vanzelfsprekend ook een militaire functie). De bouw van die infrastructuur leidt dan weer tot confrontaties.

Ook de door Delhi veranderde status van Kasjmir verslechtert de
relaties met implicaties voor heel Azië. China versterkt dan weer de militaire commando's in de grensstreek (zie p. 106 van DoD rapport) en stationeerde er type-15b tanks bedoeld voor berggebieden en snelle inzet “als een grensconflict uitbreekt.” Het land bouwt drie vliegvelden in de zogenaamde autonome regio Tibet en Chinese militaire oefeningen in het gebied zijn bedoeld om India duidelijk te maken dat het niet over zich zal laten lopen en dat mogelijk het omgekeerde zal gebeuren.

Krachtdadig
Van de 14 Chinese grenzen met andere landen zijn er twaalf rustig. Die met Bhutan en India zijn wel problematisch. Hoe moet New Delhi hier op reageren? Krachtdadig en standvastig is het antwoord van Jash. Het Chinese optreden in de
Galwan vallei (2020/21) heeft immers laten zien dat China India als vijand ziet. Onlangs werd op hoog niveau toch weer voorzichtig gesproken tussen beide landen. Maar de conflicten zullen niet opgelost worden, hooguit gecontroleerd, stelt de schrijfster, schijnbaar als onherroepelijk gegeven. China zal niet inschikken als het tegen de belangen van Peking ingaat. Toch is haar krachtdadige houding niet helemaal rechtlijnig. Ze schrijft ook dat het in het belang van beide landen is om de status quo aan de grens te behouden en geen nieuwe problemen aan de bestaande toe te voegen. Aanwezige afspraken en protocollen moeten hierbij als uitgangspunt dienen. Dit soort opmerkingen gericht op conflictbeheersing zijn schaars in het boek.

Blootleggen
De hoofdmoot bestaat uit het minutieus blootleggen van de Chinese militaire strategie; de titel beloofde het al. Er is geen formeel document dat deze Chinese strategie boekstaaft. De schrijfster begint daarom aan een zoektocht op grond van historische ontwikkelingen, het uitvlooien van officiële Chinese (Engelstalige) militaire teksten en bronnen van derden (opvallend is het grote aantal gebruikte Westerse/Amerikaanse bronnen), maar ook de woorden van de Chinese leiders worden prominent opgevoerd.

Het concept van actieve defensie wordt vaak aangehaald om in de leemte op het gebied van een officiële militaire strategie te voorzien. Dat is een fout, aldus Jash. Die werkwijze leidt tot verkeerde conclusies. China breidt zijn mogelijkheden van machtsontplooiing (
power projection) uit evenals de militaire capaciteiten en dit “onderstreept een offensieve bedoeling”. Van defensief is geen sprake. De groei van het Chinese militaire budget is hiervoor een onmiskenbare aanwijzing, zo stelt ze. (Maar ook elders stijgen die uitgaven en capaciteiten in rap tempo, koploper is Europa. Onlangs werd een dergelijke visie in het Amerikaanse militaire tijdschrift Defense News gerelativeerd en van kanttekeningen voorzien.)

Ze noemt de Chinese 'Strategische richtlijnen' als officieel gedocumenteerde visie die het dichtst bij een militaire doctrine komt (zoals in het Westen gebruikt). Die vallen vrijwel samen met de Actieve Defensie en omvatten ideologische en politieke factoren, een analyse van de effecten van de internationale situatie op China, algemene veiligheidsdoelstellingen, de verhoudingen tot andere beleidsterreinen, en de verwachte conflicten en wat ervoor nodig is hierop te reageren. Het is in deze context begrijpelijk dat de afgelopen decennia het wegvallen van het Warschau Pact en de Sovjet Unie een grote invloed hebben gehad. Maar ook de Golfoorlog van 1990-91 zorgde voor een grote aanpassing. China verklaart sindsdien dat het beperkte hightech informatie oorlogen wil kunnen winnen als dit nodig is om de veiligheid en soevereiniteit te waarborgen. Daarmee komen we ook op het hete hangijzer van het boek. Voert China een offensieve of een defensieve strategie.

Moderne technologie
Aan de modernisering van de Chinese krijgsmacht is een heel hoofdstuk gewijd. Het begint met de aanname dat China zich voorbereidt op korte en beperkte oorlogen om zijn handelsbelangen te kunnen verdedigen. Die inspanningen lijken (officiële en concrete informatie over resultaten en tegenslagen op dit gebied van de Chinese overheid ontbreken veelal) steeds sneller te gaan. Daarvoor zet China onder andere een eigen militaire industrie op. Die vervaardigt drones, geleide raketten en verwerkt kunstmatige intelligentie.

De Chinese inspanningen worden gedreven door het bestuderen van die van het Westen (vooral de VS) na het einde van de Koude Oorlog en door de intrede van steeds meer geavanceerde technologie. Westerse interventies
(oorlogen met een groot Westers technologisch overwicht en een denigrerende of ronduit agressieve houding naar Peking, denk aan de misser in Belgrado en misbuik van VN-resoluties in Libië) spelen daarbij een grote rol. Zie bijvoorbeeld deze bespreking van 'Unrestricted warfare'.) Inmiddels zijn de eerdere oorlogen ingehaald door die in Oekraïne, waar grootmacht Rusland vastgelopen is in een oorlog tegen een economisch zwakke en tot voor kort militair middelmatige buur. Ky'iv wordt echter bewapend met Westerse wapens, gepaard aan een grote moraal, waarmee de totale invasie is gestopt. Niet langer bepalen Irak 1990-1991, 2003 of Kosovo de Chinese richting, maar deze oorlog die in het boek nog niet verwerkt kon worden. Toch blijven veel van de beschrijvingen erin relevant.

Wapenexporten

China exporteert goedkopere en makkelijk te onderhouden wapens en is daarbij vooral een concurrent voor Russische wapens (het laat zich raden dat die positie door de Oekraïne oorlog is toegenomen). Die leveringen versterken de banden met bondgenoten, de positie van de Chinese industrie. China levert echter ook wapens voor Chemische en nucleaire oorlogsvoeringen, aldus de schrijfster. Dat maakt het voorkomen van proliferatie complexer. Er is echter geen sprake van onderbouwing met bronnen. Dat China dit soort technologie levert is bekend, maar het is zeker niet het enige land. De grootste leveranciers van nuucleaire rectoren in 2021 waren
Rusland, Zweden, Frankrijk, Duitsland, en de Verenigde Staten. (Overigens veel van het kernwapengevaar in de wereld heeft een Nederlandse oorsprong).

Hightech
De rol van informatie om de bovenhand in oorlogsvoering te krijgen is sindsdien alleen maar gegroeid en juist hier richt China zich op. Dat houdt in quantumcomputers, big data systemen, geavanceerde halfgeleiders, 5
G technolgie en hoogewaardige nucleaire kennis en kunstmatige intelligentie (AI). De tegenwerking van Huawei op de Westerse markt kan in dat licht gezien worden. Een soortgelijk argument wordt aangevoerd om de leveringen van ASML lithografie machines te voorkomen (we zagen in de Nederlandse rapportages sinds 2008 een gestage stroom richting China gaan). Volgens ASML topman Peter Wennink leiden deze beperkingen er vooral toe dat China zijn inspanningen om zelf te produceren zal intensiveren. Voorlopig heeft de inzet van het zware Amerikaanse economische geschut niet veel effect op dit gebied. Econoom Jeffrey Sachs ziet het als onderdeel van een gevaarlijke politiek.

China hanteert als onderdeel van de oorlogsvoering het begrip informatie oorlog (ook dit is
niet beperkt tot China). Die aanpak is gericht op de binnen- en buitenlandse publieke opinie. De er mee verwante psychologische oorlogsvoering is gericht op de perceptie bij mensen met beslissingsbevoegdheden in het buitenland dat China het beste voorheeft met de wereld en op het creëren van onenigheid in het andere kamp. Met ChatGPT kan je in deze zin een boel schade aanrichten.

Een ander voorbeeld van technologische ontwikkelingen is die van
militaire laserwapens. Dit om de Verenigde Staten op dat gebied bij te benen. In het boek staan legio voorbeelden van technologie programma's, maar zonder ze te relateren aan programma's elders in de wereld. Alsof de omgeving er in deze zin niet toe doet.

Het voorkomen dat een bijdrage geleverd wordt aan offensieve of repressieve militaire capaciteiten is toe te juichen, maar het
coute que coute uitsluiten van samenwerking op technologische gebieden – ook civiel – vereist voorzichtigheid. Het afbreken ervan kan leiden tot een nieuwe Koude Oorlog met zijn eigentijdse COCOM-systeem. Dat brengt een conflict eerder dichter bij dan dat het ze afwendt.

Militair Civiele Samenwerking
Op organisatorisch terrein wordt gewerkt aan het verdiepen van de samenwerking tussen civiele en militaire onderzoeken, de zogenaamde Military Civil Fusion (MCF). Dat is bedoeld om sneller militair gebruik te kunnen maken van die nieuwe technologieën. Ongeveer de helft van de werknemers bij zeven grote technologie instituten werkt binnen deze militair-civiele kaders volgens een recente studie (
Alex Joske 2019). Ontwikkelingen van wapentechnologie beginnen doorgaans in de civiele sector, maar leiden vervolgens wel tot doorslaggevende militaire producten. Dit is geen idee, maar de tendens wordt wel steeds sterker.

Technologie kan in tijden dat strategische goederen en capaciteiten steeds meer worden bepaald door kennis, onderzoek en hoogwaardige productie, zowel militair als civiel (denk ook aan bijvoorbeeld landbouw en gezondheidszorg) ingezet worden. De Chinese aanpak dat civiele techniek een drijvende kracht is binnen de militaire technologische ontwikkelingen is niet beperkt tot Peking. Het is de gebruikelijke gang van zaken in wapentechnologisch vooraanstaande lande. Het beleid in Pekings is wel anders omdat China een geleide markt economie heeft. In de Verenigde Staten en Europa is de militair strategisch relevante industrie wel degelijk ook verweven met de overheid die ze meer of minder be- en afgeschermd. Zelfs in Nederland – wars van teveel overheidsinvloeden – is er de zogenaamde Gouden Driehoek tussen overheid, militaire bedrijven en onderzoeksinstituten), maar door overleg, economische aantrekkelijkheid, en niet door een dwingende pennenstreek op een Ministerie. Ook in een land als India is de overheid naarstig betrokken bij het ontwikkelen van een wapenindustrie.

A
chterstanden
Een geruststelling is dat China nog geen enkele ervaring heeft in moderne oorlogsvoering. Dat betekent een grote achterstand op het Westen – en zelfs op India – dat de middelen al wel inzette en daarmee belangrijgrijke operationele vaardigheden verwierf. Bovendien constateert de Chinese militaire leiding de 'vredesziekte', dat is een gebrek aan begrip, daadkracht en moraal. Ook wordt China mogelijk overschat aangezien ze operationeel geen partij zijn voor de krijgsmacht van de Verenigde Staten die met samenwerken tussen krijgsmachtonderdelen onderling (Joint, een belangrijke militaire ontwikkeling van de afgelopen decennia), grote ervaring heeft. Dit is kennis die in China (nog) nauwelijks bestaat en alleen door oefeningen, niet in de praktijk, is toegepast. Peking heeft kortom een beperkte mogelijkheid – qua kennis en middelen – elders militair te interveniëren, zo stelt ook een rapport geschreven voor de U.S.-China Economic and Security Review Commission.

Concept
Gevechtskracht, wapenaankopen, technologie en zelfs moreel van de troepen mogen dan belangrijk zijn. Het zwaartepunt van het boek ligt bij de officiële strategische visie. Jash pakt de ideeën van Mao er net zo makkelijk bij als die van Deng of Xi. Ze onderstreept dat de algemene principes van de Chinese militaire concepten gelijk zijn gebleven en daarom zijn visies uit oude documenten nog steeds geldig.

Militair heeft China zich wel ontwikkeld van een land dat een strategie had waarbij de vijand als valstrik landinwaarts werd gelokt om daar overweldigd te worden door de omvangrijke Chinese legers, naar een land dat de grenzen voor het slagveld buiten de eigen grenzen heeft gelegd en oorlog wil kunnen voeren die gedreven wordt door technologie. In deze context geeft de schrijfster ook een overzicht van nieuw aangeschafte wapens. Een dergelijk overzicht loopt in een dynamische situatie als deze al snel achter de feiten aan; er zijn al snel weer nieuwe programma's,
zoals deze voor zwaardere artillerie.

Het huidige Chinese strategische concept beschrijft dat “er niet aangevallen wordt, tenzij zelf aangevallen, maar dat met zekerheid zal worden teruggevochten bij een aanval,” zo citeert Jash concept van actieve defensie. Het stelt de schrijfster allerminst gerust. Ze pareert het defensieve ervan vooral met de opmerking dat het begrip preëmptief er in is opgenomen. Het is een woord dat beladen is (de neoconservatieven in de VS rond president Bush jr. waren er aanhangers van, maar het zou ook daarna een optie voor Washington blijven, zelfs nucleair). Preëmptieve aanvallen zijn verdedigende aanvallen, voordat de andere partij zal aanvallen. Is dat defensief of offensief? De keuze voor het tweede oordeel ligt voor de hand. Het blijft echter bij analyse dat teksten in de Chinese documenten (vooral gebaseerd op secondaire bronnen) deze aanpak impliceren. Preëmptief zelf komt niet voor. Wel kom ik in de genoemde documenten bij het Chinese Ministerie van Defensie het begrip post-emptive strike tegen, maar dat betekent het instaat zijn na een aanval terug te kunnen slaan.

In een rapport uit 2009 geschreven in opdracht van de Science Applications International Corporation (SAIC, een militair technologie bedrijf) dat de schrijfster aanhaalt, wordt in een kader getiteld Pursing an “Active Defense”
gesteld dat deze “actieve defensie gericht is op een snelle reactie voordat vijanden in staat zijn aan te vallen, en het liefst op hun eigen grondgebied. Deze actieve defensie kent twee elementen. Ten eerste het beperken van schade aan de Chinese infrastructuur door de oorlog te voeren in de achtertuin van de tegenstander.” Het rapport heeft in deze context het meeste oog voor Taiwan, Korea en Japan. Het is dan ook vooral gericht op een pleidooi Amerikaanse troepen in de regio te houden.

Valt het allemaal mee? Nee dat zeker niet. Het terugslaan moet ook in geval van een nucleaire aanval met gelijke munt mogelijk zijn. China versterkt daartoe zijn nucleaire arsenalen, omdat het in staat wil zijn nucleair te antwoorden als het zelf wordt aangevallen. Verstand en nauwkeurig lezen lijkt eerder gewenst dan spierballen en grote lenigheid bij tekstinterpretatie. Het gaat hier immers over machtspolitiek op het hoogste niveau.

Hoort bij die Chinese post-emptieve visie ook antwoorden op politieke en economische bedreigingen die kunnen dienen als rechtvaardiging? Weer zijn het secondaire (Amerikaanse) bronnen die deze zorgen in het boek onderbouwen (in dit geval een gepensioneerde voormalig Amerikaanse inlichtingendienst officier). De visie van Jash overlapt voortdurend met die van het
Pentagon (2).

Budget

China geeft een flinke portie van zijn militaire budget uit aan bewapening. Waarom doet het dat eigenlijk? Jash vraagt zich af op welke bedreiging wil China reageren? Niemand heeft het immers op het land gemunt. Een relevante vraag, maar de VS geven meer uit aan militaire zaken dan China en de Europese Unie vrijwel evenveel. Dit nog los van het geven dat Europa en de VS samenwerken en ook Japan, Zuid-Korea en Australië als bondgenoot hebben en ze moeite doen om India binnenboord te halen. NAVO landen als Canada, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk blijven bovendien buiten de hier naast gebruikte figuur met de sterren van de militaire uitgaven.

Overigens is er veel wat buiten het officiële Chinese militaire budget blijft, aldus de schrijfster. Dit zijn bijvoorbeeld wapenaankopen in het buitenland, subsidies voor de wapenindustrie en voor nucleaire wapens. Bij kritiek op die intransparantie verschuilt China zich achter argumenten als dat een eenduidige standaard voor militaire uitgaven niet bestaat en dat er al meer openheid is dan er was. Bovendien zo stelt Peking is China duidelijk over zijn militaire bedoelingen en dat is de belangrijkste vorm van openheid. Het laat zich raden dat dit derde argument niet kan rekenen op de bijval van Jash. Haar hele boek draait erom dat dit nu juist niet zo is en intenties zijn lastig te kwantificeren en zijn onderhevig aan veranderingen, zeker bij spanningen en conflicten en daar valt geen speld tussen te krijgen.

Dat China de grenzen voor zijn verdediging naar voren heeft geschoven, verder 'de achtertuin' in, is algemeen bekend en kan inderdaad als een offensieve uitwerking van verdediging worden gezien. Dit is des te verontrustender aangezien China niet geconfronteerd met de dreiging van een invasie volgens Jash. Hier gaat ze een stap te ver. Invasie is misschien een wat te groot woord, maar er worden niet alleen defensieve
militaire plannen voor Taiwan ontwikkeld, ook wordt openlijk nagedacht hoe het Chinese vasteland aangevallen kan worden.(3) Opmerkelijk genoeg is minder bekend dat de VS de strijd binnen de Chinese verdedigingsgordel willen kunnen voeren. Zijn er al Chinese teksten in de zin van aanvallen op de Verenigde Staten of zijn directe invloedssfeer. Laten we hopen van niet.

Internationale orde
Overeind staat wel dat China zich ontwikkelt naar een staat die mee wil tellen op het internationale vlak. Het onderhouden van relaties met buurlanden (zonder dat dit ten kosten van de Chinese belangen gaat), en het uitbreiden van de invloedssfeer in de Zuid Chinese Zee en internationale orde horen eveneens bij de Chinese machtspolitiek. De tijden van 'hou je gedeisd' van Deng Xiaoping hebben plaats gemaakt voor een politiek die actief streeft naar grotere invloed en militaire gelijkwaardigheid aan de Verenigde Staten (doelstelling voor 2040).

In 2017 stelde Xi op het 19e Partij Congres dat China zich het beste kan ontwikkelen in een stabiele en vredige internationale orde. Voor een land dat afstevent op een plaats als grootste economie ter wereld hoeft dat niet te verbazen. De ware intenties van China zien we door de creatie van een Aziatische Investeringsbank (AIIB), de nieuwe Zijde Route (B&R), het aanleggen van kunstmatige eilanden in de Zuid Chinese Zee, de aanleg van een basis in Djibouti en het assertief benadrukken van de grootheid van China, zo vat de schrijfster samen. China wil bovendien de internationale orde omvergooien door een politiek van niet-interventie te promoten. Dat laatste zou in veel gevallen een te verkiezen optie zijn geweest boven Westerse militaire interventies van de afgelopen jaren. En dat is nu juist wat veelal ontbreekt in de visies op China; een even scherpe evaluatie van het eigen beleid.(4) Dat maakt het Chinese beleid niet beter, maar zorgt voor meer evenwicht in het debat en wakkert minder de oorlogszucht aan.

Binnenland
Grensconflicten, het wantrouwen naar het Westen (zie ook
Taming Sino American-rivalry dat dit wantrouwen beschrijft en een pleidooi voor een diplomatieke oplossing bepleit) en binnenlandse instabiliteit hebben allen wel degelijk een veiligheidscomponent. Het overleven van de Communistische Partij is echter het belangrijkste deel van de Chinese militaire politiek, met veel repercussies voor de interne mensenrechtensituatie. Hoewel de landmacht in absolute omvang en relatief gezien naast lucht en zeemacht afneemt staat een middelgrote oorlog tegen afscheidingsbewegingen hoog op de agenda. Maar Chinese belangenpolitiek richt zich ook op het binnenboord houden van Tibet, Binnen-Mongolië, en Xinjiang. Toch springt de agressieve toon richting Taiwan het meest in het oog. Taipei maakte zich al bijna driekwart eeuw geleden los van de zittende macht in Peking.(5) De leiding over de Chinese krijgsmacht komt daarbij steeds steviger in handen van de partijleiding. Voor Xi is interne veiligheid wezenlijk voor de ontwikkeling van het land en het terugkrijgen van Taiwan valt daarbinnen. Een China is steeds ongewenster voor veel Taiwanezen, en daarmee onhaalbaar of in ieder geval niet mogelijk zonder veel geweld. Zowel Peking als Washington lijken momenteel op ramkoers te liggen.

Oorlogsdreiging

Xi stelt compromisloos dat China geen bittere vruchten zal eten als het gaat om het beschermen van de soevereiniteit, veiligheid en ontwikkeling. Biden stuurt extreem daadkrachtig zijn ballistische onderzeeërs met nucleaire wapens naar Oost-Azië en zo lopen de spanningen op. Dit terwijl de hele wereld getroffen wordt door de oorlog in Oekraïne waarvoor een diplomatieke uitweg gevonden moet worden. Dit nog los van de catastrofe van enorme omvang, de klimaatverandering, die alleen door samenwerking afgeremd kan worden. Daaraan nog een nieuwe dreiging toevoegen is onverantwoordelijk.

Het boek is een gedegen stuk werk om China aan te klagen. Soms met grote lenigheid. Als blijkt dat China niet bovengemiddeld aan de krijgsmacht uitgeeft, zoals onder andere blijkt uit tabellen en grafieken in hoofdstuk 4 Defence budget, Industry & Weapons dan wordt dit ondervangen door uitgebreid
een projectie van futurist Brian Wang aan te halen waarin China als een komeet omhoog schiet: het budget wordt 3,5 maal zo hoog. Het haalt nog net de VS niet in waarvan het budget 1,7 maal stijgt. Zo haalt ze ook de voorspelling aan dat de Chinese R&D die van de VS in 2020 zou passeren, dat klinkt als een ernstige zaak in de verschuiving van het technologische machtsbalans. Het jaar 2020 ligt al weer even achter ons. Dat betekent dat de resultaten van wat een toekomstvoorspelling was nu gecontroleerd kunnen worden. Dan blijkt dat de uitgaven van de VS in de realiteit in 2020 twee maal zo groot waren als die van China. Ook bij het schilderen van gevaren kan je overdrijven.

Potentieel
De schrijfster meldt dat wat China neerzet als defensief, de potentie heeft offensief te zijn. Die opmerking is sceptisch over de openbare intenties van de opkomende supermacht, maar ligt het dichtst bij de re
ële situatie en is tevens veel voorzichtiger dan de opmerkingen elders. Ze past ook beter bij wat ze vlooide uit een berg militair strategische informatie. Dit betekent geen naïef vertrouwen, maar ook geen overdrijving. Maar het offensieve karakter van China wordt vervolgens toch weer krachtig in het zonnetje gezet. De immer opduikende Sun Tzu, die ruim 2500 jaar geleden leefde, mag zeggen dat een defensieve houding moet worden aangenomen, terwijl je wacht op het moment voor een aanval.

Het zet wel veel militair strategische ontwikkeling en informatie op een rij en brengt daarmee meer inzicht. Maar de relaties veranderen in razende vaart. Het lijkt steeds sneller en meer in de richting van een confrontatie politiek te gaan. Onlangs zei
het hoofd van de Commercial Space Office (dat civiele technologie ontwikkeling voor het Pentagon stimuleert en aankoopt) nog dat een oorlog met China “is coming”. Zijn stem is er een in een groeiend koor. Europa lijkt zich steeds meer mee te laten slepen.

De vraag die zich tijdens het lezen opdringt is wat een dergelijk boek waardevol maakt. Het is onderdeel van het probleem door vooral op de dreigingen en niet op oplossingen te wijzen. De wereld is toe aan atoomontwapening, de toenemende spanning maakt dit wenselijker dan ooit, maar staat deze ook in de weg. Zonder ontspanningsstappen gaat het niet. Eerder dan boeken van 'realisten' zijn visies nodig van mensen die oplossingen zoeken voor het onder controle brengen van wapentechnologie, het voorkomen van ongelukken die in een conflict kunnen uitmonden, het creëren van vertrouwenwekkende maatregelen tussen China en India en China de VS, het verminderen van de spanning en een oplossing voor veiligheidsproblemen door verstandige diplomatie. Om met een positieve noot te eindigen gesprekken tussen Peking en Washington zijn
onlangs weer voorzichtig opgestart.

Noten:
1) In een eerder door me besproken boek kwamen ook deze conflicten aan de orde als onderdeel van een overzicht van conflicten en veiligheid in Azië. Het is daarop een aanvulling. Zie Asia's New Geopolitics, IISS, 2021.
2) Z
ie p. 52 van Military and Security Developments Involving the People’s Republic of China 2020 Annual Report to Congress.
3
) John Speed Meyers, 'The growth of Chinese military power has generated a far-ranging debate in the United States about how the American military should adapt itself for the future. A key axis in this debate concerns the willingness of a future U.S. president and his advisors to recommend mainland strikes—conventional strikes on the Chinese mainland during wartime. Some strategists believe that this course of action is likely, perhaps inevitable, should war occur. Another group of strategists argues that an American president would likely not authorize such a move against the homeland of another nuclear-armed power. Both camps make different recommendations for American military force planning based on their conflicting assumptions,' RAND Corporation , 2019.
4) Zie
bijvoorbeeld hier uit allerminst links of progressieve hoek en hoe beoordeel je de vrijheid binnen een land waar bijna een procent van de bevolking in de gevangenis zit, en dat is voor de goede orde niet China maar de VS. Relevanter in deze context steden in Irak en Syrië kapot bombardeerde.
5) Het is overigens niet altijd zo geweest dat Taiwan als onlosmakelijk met China werd gezien. De schrijfster haalt Wang Jisi (2011), China's Search for a Grand Staregy in dit verband aan. De Nederlandse diplomaat Gerrit van der Wees schreef er over in mei 2022: between 1928 and 1943 Communist Party leaders consistently recognized the Taiwanese as a distinct “nation” or “nationality”
in the Diplomat.