Posts tonen met het label boekbespreking. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boekbespreking. Alle posts tonen

dinsdag 9 december 2025

The Trillion Dollar War Machine

Samenvating en bespreking: Martin Broek

De inleiding op The Trillion Dollar War Machine van William Hartung en Ben Freeman begint met de vorige en huidige president van de Verenigde Staten. Zowel Biden als Trump zijn presidenten van de oorlog. De eerste steunde zonder veel terughoudendheid de Israëlische militaire slachting in Gaza. De ander had er niet veel tijd voor nodig om het Pentagon een biljoen dollar te beloven; in een klap 100 miljard erbij (en daarmee naar de trillion uit de titel1). Nu al wordt meer aan de krijgsmacht besteed dan aan de departementen van Homeland Security, Veteranen Zaken, Buitenlandse Zaken, Justitie, Handel, Onderwijs en Arbeid samen.
     “Buitensporige uitgaven voor de oorlogsmachine vergroten niet de veiligheid, maar het ondergraven de fundamenten van onze democratie, veiligheid, welvaart en verrijken grote wapenfabrikanten en hun bondgenoten,” merken de schrijvers op en dat is tevens een belangrijke boodschap van het boek.

Ze voegen daar de visie van de Poor Peoples Campaign (een organisatie die armoede en onrecht bestrijd) aan toe: “De kwestie is niet het uitgeven van geld …. het is het bouwen van een samenleving die we nodig hebben.”
     De schrijvers zijn niet naïef. Het is niet zo dat een verschuiving van de Pentagon gelden naar maatschappelijke programma's een toverformule zijn voor het oplossen van de sociaaleconomische problemen van de Verenigde Staten (de infrastructurele verwaarlozing wordt niet eens genoemd). Er is ook een inzet nodig om meer gelden binnen te krijgen, om verspilling, fraude en misbruik tegen te gaan en een actieve financiële bijdrage van de overheid aan noodzakelijke publieke projecten op te zetten. Ze voegen er verduidelijkend aan toe: “Wat nodig is, is vergelijkbaar met de aandacht en gerichtheid die er nu is voor het plannen van oorlog.” Niet meer, niet minder.
     Velen zeggen voor verhoogde militaire uitgaven te zijn, omdat wapenproductie banen oplevert en de armen daar baat bij hebben. Toch is al vaak aangetoond dat dit niet klopt. Maar onderzoek negeren hoort blijkbaar bij de militaire stiel. Ook dit boek komt vanuit verschillende invalshoeken op het banenargument terug, zoals deze: halverwege de jaren tachtig werkten 3 miljoen mensen in de wapenindustrie. Nu zijn dat er 1 miljoen bij enorm gegroeide militaire uitgaven. Als banenmotor dus niet erg efficiënt.

     Het boek laat zien hoe de militaire kostenpost in de VS groeit, zowel de uitgaven voor de krijgsmacht als de kosten voor de samenleving in brede zin. Er is aandacht voor de honderdduizenden veteranen die lijden aan lichamelijke en geestelijke kwalen en waarvan velen de hand aan zichzelf slaan. De hulp aan hen – hoewel er een bedrag van $ 360 miljard per jaar beschikbaar is voor veteranen – blijft onvoldoende. Onder de menselijke kosten vallen ook die van de mislukte oorlogen met een miljoen doden (inclusief 400.000 burgers) sinds 2001. Oorlogen brengen niet – zoals meestal beloofd – vrede en stabiliteit, maar geweld en winst voor de militaire industrie.
     De tekst werpt ook de vraag op waarom kunnen 'zij' zich zo organiseren om dit mogelijk te maken en blijven 'wij' die naar vrede streven achter? De schrijvers sluiten dan ook af met een hoofdstuk met een voorstel over hoe het apparaat voor oorlog te vervangen door een apparaat voor vrede. Daarover later.
Broken War Machine
Het boek is verdeeld in vier delen. Het eerste The Broken War Machine begint met een hoofdstuk over wapenhandel. De laatste hand is aan het boek gelegd in het voorjaar van 2025 en het was onvermijdelijk dat dit voor een deel over de democratie, diplomatieke geloofwaardigheid en positie van burgers ondermijnende wapenleveranties door de VS aan Israël ging. Om die buiten de controle om te kunnen verzenden, werden ze bijvoorbeeld door de Regering Biden opgesplitst in pakketten die een dusdanige waarde hadden dat ze niet aan het Congres hoefden te worden gerapporteerd. Een voorbeeld van een geitenpaadje, waar men blijkbaar ook Washington graag over wandelt.
     De Verenigde Staten heeft 107 landen als klant voor zijn wapenindustrie. Dat zijn stabiele landen, landen met dictators en 34 van de 46 landen die in 2022 in een conflict betrokken waren. Er wordt stilgestaan bij wapenleveranties aan de Filipijnen van de moordlustige Rodrigo Duerte en het Egypte onder de bruut el-Sisi, maar ook aan de VAE. De Emiraten haalden toen het boek al in de winkels lag de krantenkoppen en journaals wegens wapenleveranties aan de rebellen in Soedan, naar verluidt in ruil voor goud. Hier wordt de 'voorname defensie partner' van de VS al uitgebreid genoemd als wapenleverancier “aan extremisten in het Midden-Oosten, Noord-Afrika, en van Jemen tot Sudan en Libië.” Het nieuws uit november 2025 was niet echt nieuws, we wisten het al jaren, maar het sluiten van de ogen en pas reageren als het niet meer anders kan, als weer eens feiten onweerlegbaar op tafel komen, is de gewoonte. Als de storm weer ligt gaan de leveringen weer door alsof er niets gebeurt is. Het idee dat de VS een wereld schraagt die is gebouwd op regels is dan ook lachwekkend.2
     Het leek er bij zijn aantreden op alsof Trump de macht van de wapenfabrikanten zou inperken. Hij stelde dat ze hun inkomsten stalen van de belastingbetaler. Maar na een paar maanden omarmde hij diezelfde bedrijven al weer. (Wat dit vooral liet zien was het sentiment bij een deel van zijn kiezers. Ook aan de rechtse kant is de visie niet onverdeeld positief met betrekking tot de wapenfabrikanten. De schrijvers nemen deze notie later in het boek mee in een pleidooi om zowel vanuit rechts als links de strijd met de oorlogsmachine aan te gaan.)

Kernwapens
De nieuwe kernwapens worden in alle ernst neergezet: negentig miljoen doden in de eerste paar dagen als een nucleair conflict uitbreekt en mogelijk 5 miljard doden door de effecten van de vrijkomende radioactiviteit. Daarover hebben we het. Het is bijna niet te vatten. Dat hier zo gemakkelijk overheen wordt gestapt, heeft alles te maken met de worteling van het militaire establishment in de maatschappij, van het Congres tot Hollywood en tot in de Game industrie. De schrijvers spreken in plaats een Militair Industrieel Complex (MIC) dan ook liever over een Oorlogsmachine.    
     Een overzichtsbegrip rond kernwapens is de zogenaamde 'nucleaire driepoot'. Dat wil zeggen kernwapens op onderzeeërs, in bommenwerpers en als intercontinentale raketten (ICBM) in silo's op land. De auteurs nemen de positie in dat die laatste kernwapentaak niet nodig is en alleen veel, heel veel, geld kost en daarbij het gevaar juist vergroot. Ze citeren in dit verband Ellsberg en Solomon die stellen dat “de beste optie om het risico van een nucleaire oorlog te verminderen” is om de ICBM's af te schaffen.
     De nieuwe
nu in ontwikkeling zijnderaket van Northrop-Gruman, de Sentinel, zal gedurende zijn hele levensduur $315 miljard kosten.3
     De kosten van kernwapens in de Verenigde Staten zijn per jaar zo'n 50 miljard. De grootste belanghebbenden zijn Northrop-Gruman, RTX (voorheen Raytheon) en Lockheed Martin. Hartung en Freeman vinden dat nucleaire politiek uit de greep van belanghebbende bureaucraten en wapenindustrie moet worden gehaald.
    De Verenigde Staten moeten de ICBM-taak niet moderniseren. Ze moeten van deze derde poot af. Dat de raketten er wel lijken te komen, heeft alles te maken met een goed georkestreerde pr-campagne. De auteurs beschrijven de geschiedenis daarachter op een overzichtelijke wijze. Maar kiezen opvallend genoeg wel voor een doelgerichte campagne, en niet volmondig voor alle kernwapens de wereld uit. Dat pragmatisme zit ook op andere onderwerpen in het boek.

Nutteloos
Ze beschrijven ook de nadelen voor een Pentagon dat onder druk staat van de wapenindustrie om hun producten te kopen. Congresleden voor Staten met militaire productie staan vooral achter het Pentagon met het oog op meer investeringen in hun regio. Ze krijgen in ruil daarvoor stemmen en fondsen van de bedrijven. De wapenfabrikanten worden zo gesteund en vergroten hun greep. De F-35 productie is bijvoorbeeld verdeeld over 46 Staten en zo is steun gegarandeerd. Dat het met het oog op productieprocessen een nogal onhandige constructie is, wordt goed gemaakt door de ermee verworven positie in het Congres waardoor de miljarden voor dit steeds weer falende wapen binnen blijven stromen.
     President Biden zocht zogenaamde swing states uit om militaire productie aan te geven, daarmee poogde hij zijn kansen in de verkiezingen te vergroten. Je kan reageren met: 'Ja zo werkt dat nou eenmaal.' Maar hier worden particuliere politieke belangen gefinancierd met belastinggelden en gesteund met militaire programma's, en als dit dan bovendien voor het Pentagon niet onverdeeld gunstig is?    

     Een van de voorbeelden van misinvestering is de aanschaf van de V-22 Osprey een apparaat dat kan vliegen als een vliegtuig en stil hangen als een helikopter. Het wapentuig – dat ik tijdens het schrijven nog zag vliegen voor de kust van Venezuela – mag dan wel genoemd zijn naar een sierlijke roofvogel, maar het is een gevaarlijk apparaat. Bij ongelukken ermee zijn al 64 mensen omgekomen. Het Pentagon vond het te duur en onnodig, maar vanuit het Congres werd een lobby opgezet om de Osprey te behouden vanwege electorale overwegingen met dus voor velen fatale gevolgen.
     Bij dit deel moest ik ook aan het boek van Andrew Cockburn
The spoils of war denken (ik besprak het begin dit jaar). Hij haalt ook alles uit de kast om duidelijk te maken hoe andere dan militaire belangen het materieelbeleid van het Pentagon bwepalen. Dit wordt op kosten gejaagd en daarbij ontstaan regelmatig gevaarlijke situaties voor de eigen militairen. De V-22 komt ook bij hem in die zin aan de orde. 

Invloed
Hartung en Freeman pleiten voor eenvoudiger, goedkopere en betrouwbaarder wapens. Vooral de F-35 moet het in die zin ontgelden (eerder schreef Hartung al een boek over Lockheed Martin de hoofdaannemer ervan, mijn bespreking hier). Ook deze kritiek op het duurste en vol mankementen zittende wapensysteem van de VS delen ze met Cockburn. Maar ze leveren ook een duidelijke uitbreiding van zijn betoog. Er zijn ook constructies die de macht en invloed op de samenleving mogelijk maken. Als die mechanismen niet bestreden worden dan kan een kleinere, gerichter en meer verantwoorde wapenindustrie vergeten worden en daarmee ook een effectieve krijgsmacht die gevoed wordt met veel minder dollars.

Die invloed en positie komt aan de orde in een serie hoofdstukken in deel 3. Daarin wordt vooral beschreven hoe de wapenindustrie en het Pentagon hun oorlogsapparaat vergroten en door de hele samenleving heen uitrollen. Het valt uiteen in hoofdstukken over de lobbyisten in Washington, de vele denktanks, de invloed in de wetenschap, de rol van de media, de greep op Hollywood en op de game industrie.
     Er is reden te over om kritiek te leveren op het oorlogsapparaat en toch wordt dit maar zelden krachtig gehoord. Een stoet veteranen kijkt terug op een levensveranderende inzet in Irak en Afghanistan en vraagt zich af waarom ze daar geweest zijn.4 Er is een leger aan lobbyisten (950 in 2024 met een lobbybudget van $148 miljoen) dat ervoor zorgt dat de geluiden bovendrijven die in het belang van Pentagon zijn, en oorlog hoort daar bij. Meer nog hameren ze op het belang van de wapenindustrie, ook als dat betekent dat de krijgsmacht met wapens wordt uitgerust die ze niet nodig heeft, die niet voldoen, veel duurder zijn dan gepland of ronduit gevaarlijk. Als de wapenindustrie maar door kan draaien en geld kan innen, dan werkt de oorlogsmachine die ervoor moet zorgen dat er ieder jaar $ 400 miljard en steeds een beetje meer, naar de militaire industrie gaat. Meer dan de helft van de senators en congresleden die vertrekken, wordt lobbyist. Er zijn op zijn minst 15 Congresleden in het comité voor de Krijgsmacht met aandelen in wapenindustrie. Een duidelijker belangen verstrengeling is niet te bedenken.
    De lobby activiteiten kunnen ook ten goede komen aan Europese bedrijven met een een tak in de VS, zoals MBDA Incorporated dat in het boek wordt genoemd.5
    Het lobby apparaat heeft het geld, de specifieke kennis en toegang tot de macht. Als zij niet gehoord worden dan zijn het wel de voormalige generaals, admiraals en draaideur industriëlen die een functie hebben in de denktanks en die uitleggen waarom de producten van hun broodheren moeten worden aangekocht.
      Het Quincy Instituut waar de schrijvers werkzaam zijn, heeft een Think Tank Fundig Tracker opgezet. Er is veel informatie die daarin mist, omdat ze gewoonweg niet verstrekt wordt, maar om te weten wiens woord de deskundigen spreken is informatie over financiering onmisbaar.
    “Het systeem is ontworpen om een groter deel van de belastinggelden naar de militaire sector te laten vloeien en de levens van hen die daar mee verboden zijn financieel te verrijken, of ze nu de CEO van Lockheed Martin zijn of een lobbyist die werkt op K-Street [waar die lobbyisten kantoor houden] in Washington. Het systeem beloont niet de kennis en kunde van bedrijven....” aldus de schrijvers.

Nieuwe oorlog

Het is niet alleen de Verenigde Staten dat de nadelen ondervindt van de opdringerige wapenindustrie. In de tekst wordt beschreven hoe een lobby voor de export van M1 Abrams main battle tanks (MBT) naar Oekraïne werd opgezet, waarbij denktanks een belangrijke rol speelden.
     Denktank klinkt objectief of op zijn minst analytisch, maar de best in de markt liggende instituten op het gebied van militaire buitenlandse politiek worden vaak gesponsord door de wapenindustrie.
     De campagne heeft succes gehad en de tanks gingen. Tweederde werd echter binnen de kortste keren uitgeschakeld door Russische aanvallen, vooral met op afstand bestuurde drones. De tanks die aan Oekraïne zijn geleverd zijn niet geschikt in de 'oorlog van de drones'. Voor de producent General Dynamics was de export financieel echter goed nieuws. Dat de $ 10 miloen per stuk kostende MBT's een makkelijk doelwit werden voor de $ 500 kostende drones is niet mooi, maar de levering doet wel de kassa rinkelen.
     Toch wordt dit punt teveel in zwart-wit geschilderd in het boek. Dit vanuit de visie: de industrie levert slechte producten. De voorstanders van de tanks doen dan weer alsof het de normaalse zaak is dat ze een voor een worden uitgeschakeld.
     Toch hoe gaat dit verhaal verder? In Duitsland is net een nieuwe loot aan de MBT-productie toegevoegde, de Leopard 2A8 van KNDS. Ministeries van Defensie uit Litouwen, Nederland en Tsjechië en Noorwegen staan klaar ze aan te schaffen. Hebben die niet gezien wat er met de Abrams gebeurde? Zijn ze verblind door de lobby? Denken ze vroeger voldeed de tank, dan nu nog steeds?
     De nieuwe Leopards worden wel uitgerust met verdediging, juist tegen drones. Die technologie komt van de Israëlische firma Rafael. Dus uit een land dat bekend is met de kwetsbaarheid van tanks na de oorlog in Libanon in 2006 (dit verband tussen West-Europa en Israël noopt weer tot een hele andere tekst en kritiek). De leveringen van de GD-tanks aan Oekraïne gaan ook door, zoals een Australische Abrams levering. Intussen test de landmacht van de VS een anti-drone systeem dat werkt met kunstmatige intelligentie voor de tanks en pantservoertuigen en dat lijkt dan weer op een versie van dergelijke technologie uit Oekraïne (Sky Sentinel).
     Het is duidelijk dat de tanks zoals oorspronkelijk geleverd in de veranderde oorlogsomgeving een gemakkelijk doelwit werden en de denktank voorstanders van de levering hebben vast niet op dit gevaar gewezen. De geleverde Abrams was wel een verouderde versie en ging bovendien naar Oekraïne zonder het Verarmd Uranium (DU) pantser, waardoor ze nog kwetsbaarder werden. Oekraïne improviseerde echter een eigen pantser om dit wapen toch in te zetten en de technologische ontwikkelingen staan niet stil.

Verder ontbreekt Oekraïne grotendeels in het boek. De schrijvers pleiten ervoor om het land defensieve wapens te leveren. Zijn dat ook drones en raketten om olie installaties in Rusland aan te vallen? Dat lijkt mij ook te vallen onder een proactieve vorm van het (verre van eenduidige) begrip defensief. En hoe ver mogen die aanvallen binnen Rusland dan uitgevoerd worden om nog onder dit stempel te vallen? Of als die defensieve systemen worden gebruikt om vanuit de dekking een inval uit te voeren, kan het dan? Eenvoudig is het vraagstuk offensief-defensief nooit (je zou zelfs kunnen zeggen dat dit doorgaans een kunstmatig onderscheid is). Het ene type wapen dat geleverd wordt  escaleert de situatie wel meer dan het andere. 
     Er is nog een criterium dat de schrijvers met betrekking tot Oekraïne hanteren: De geleverde wapens moeten voldoen. Dat was de maatstaf waaraan de Abrams levering werd gemeten. Maar binnen welke beperkingen moet dat voldoen vallen? Als je dergelijke zaken aan de orde gaat stellen, kom je terecht in een mijnenveld van vragen, opties, voor- en nadelen, wensen en beperkingen en voor iedere positie een voor- of tegenstem. Geen wonder dat Oekraïne en ook Rusland (samen met China, het centrale onderwerp binnen veel Westerse militaire programma's) verder vrijwel ontbreken.
     Wat hier het gevaar van de denktanks is, is niet de aansporing tot levering van onbruikbaar materieel dat nog moet evalueren om te opereren op het huidige slagveld, maar de nadruk op militaire middelen die deze door vlagofficieren bevolkte en door de wapenindustrie en buitenlandse overheden gefinancierde instituten uitdragen. Ze creëeren een omgeving die niet naar diplomatie en vrede neigt, maar naar oorlog. 
     Freeman en Hartung halen een Frans rapport aan dat ze kwalificeren als de beste academische analyse over hoe denktankfinanciering de uitkomsten van het onderzoek beïnvloed: No Such Thing as a Free Donation? Daarin komt een voormalige denktank medewerker aan het woord die stelt dat ze geen onderzoek publiceerden, maar propaganda. Toch wordt dit volop geslikt door politici en media. 

Universiteiten
Ook de wetenschap ontkomt niet aan de opdringerige militaire industrie. Dat is altijd al zo geweest, maar met wapens die steeds meer technologie bevatten is dit verschijnsel toegenomen.
     Tijdens de Gazaoorlog waren er veel studentenprotesten tegen de bijdragen vanuit universiteiten in de VS aan de Israëlische krijgsmacht en wapenindustrie. Dit versterkte ook het inzicht hoe de universiteiten de oorlogsinspanningen van de Verenigde Staten zelf voorzien van technologische knowhow.
     

De oorlogsmachine stelt dat die bijdrage valt onder de academische vrijheid en daarom werden protesten ertegen vaak verboden. De schrijvers stellen dat deze vrijheid blijkbaar een nieuwe invulling heeft gekregen, namelijk het creëren van middelen die kunnen worden gebruikt voor het massaal afslachten van burgers. De universiteiten werden door het Pentagon in 2022 (het laatste jaar waarvoor cijfers beschikbaar zijn) voorzien van $ 8 miljard dollar voor militair onderzoek.
      Er wordt stuk-voor-stuk een aantal universiteiten beschreven die militair onderzoek doen, zoals John Hopkins (de grootste ontvanger van militaire fondsen), MIT, de universiteit van Texas in Austin, Texas A&M, de Universiteit van Alabama, Indiana, Carnegie Mellon, en de Howard Universiteit. Bij die universiteiten worden kernwapens en onderdelen daarvoor, kruisvluchtwapens, of raketschildtechnologie ontworpen dan wel verbeterd. En er wordt gewerkt voor dubieuze bestemmingen.

Deze militaire invloed beperkt zich niet tot techniek, ook sociale wetenschap wordt ingezet voor de krijgsmacht. Dit leidde bijvoorbeeld al in 1946 tot het opzetten van RAND en wie weet beter hoe je gevangenen moet martelen dan een psycholoog? Die werden na 9/11 dan ook ingezet om programma's daarvoor te ontwikkelen.
    Maar er is ook protest en de roep om niet meer te beleggen in wapenfabrikanten. Vaak worden die protesten hard bestreden, maar er zijn ook universiteiten die ervoor openstaan, die voor een wapenstilstand in Gaza pleitten, of meer openheid willen geven rond hun financiële beleid. Of de protesten van de afgelopen jaren gaan leiden tot beperking van de invloed van de wapenindustrie in de huizen van de wetenschap moet worden afgewacht, zo stellen de auteurs.

Media

Hoe krijg je de media mee met de militaire benadering van veiligheidsproblemen en de zogenaamde oplossing door meer geld uit te geven aan wapens? Of liever: hoe stop je dit? Allereerst moet de VS dan af van het idee dat het een buitengewoon land is dat de leiding heeft bij het promoten van een vreedzame, stabiele wereld, waarbij de terugkerende oorlogen nodig zijn om dat doel te bereiken. Die aannames en houding staan het beperken van de invloed van de oorlogsmachine in de weg.
     In dit deel word de “Norm en Colin show” opgevoerd. Norm was de mediagenieke generaal Norman 'Stormin' Schwarzkopf. Ouderen kennen hem nog wel van TV-optredens tijdens de Golfoorlog 1990-91. Colin Powell was de welbespraakte voorzitter van Joint Chiefs of Staf. Zo eloquent dat hij voor de Veiligheidsraad een toespraak hield die werd geloofd door pers en politici, maar die vol halve waarheden en regelrechte leugens zat. Hiermee werd afgestevend op de oorlog van 2003 tegen Irak. Grote delen van de pers zeiden achteraf dat ze in de val waren getrapt. Maar dergelijke zelfkritiek was niet voor het eerst, en vermoedelijk ook niet voor het laatst.
     Zelfs de snelle overwinning op Irak van 1991 is alleen waar als je niet wilt zien wat volgde, dat is meer dan dertig jaar oorlog, destabilisatie en ellende in het land.6
    De pers heeft een probleem: ze gaat niet gemakkelijk mee met verhalen die niet stroken met het dominante vertoog in de samenleving. In dit boek wordt de invloed van Ahmed Chalabi aangehaald bij het creëren van het wmd-in-Irak verhaal. Hij haalde er de voorpagina's mee. Onderzoeken om aan te tonen dat er het een en ander aan dat verhaal rammelde, kwamen van vele kanten. Hier wordt die kritiek vanuit een kleine genegeerde uitgave beschreven. Toen deze visie niet gevolgd werd door de gevestigde media, zoals de New York Times en Washington Post, bleef het overgrote deel van het journaille stil. Kennelijk hebben journalisten niet de tijd, middelen of moed om zelf een verhaal te controleren, zeker als het op het terrein van buitenlandse zaken en defensie ligt. 

Films en games
Om goed propaganda te bedrijven moet je ervoor zorgen dat de consumenten ervan niet door hebben dat het propaganda is en dat kan door vermaakproducten als film in te zetten. De film Top Gun in de jaren tachtig kon in de vorm die ze kreeg niet gemaakt worden zonder ondersteuning vanuit Pentagon. Anderzijds hadden militairen baat bij de productie ervan om steun te verwerven voor hogere militaire uitgaven. Een win-win situatie dus, waarbij de verliezers weer eens buiten beeld bleven. Het gebruik van wapens voor het schieten van beelden hoefde door de producent niet betaald te worden. De marine wilde wel controle over het script. Dat was voor hen veel waardevoller.
   
In Hollywood zit de Entertainment Liason Office van het Pentagon. Over die instelling maakte Roger Stahl een film. Hij was al schrijver van het boek Militainment Inc., dat systematisch analyseerde hoe de militairen en Hollywood, de game industrie, en andere vermaaksindustrieën samenwerkten. In het boek
National Security Cinema door Mathew Alford en Tom Secker wordt nog dieper ingegaan op die band en daarin wordt gesteld dat het Pentagon invloed had op 2.500 films.
    De F-35 kan niet vliegen als het onweert, maar heeft wel een rol gespeeld in meer dan 20 films. Tot aan twee Superman films aan toe. Zo versterkt het gevechtsvliegtuig zijn imago. Soms komt de bijdrage van het Pentagon aan een film in de aftiteling te staan. Dus tussen de enorme lijst kleine lettertjes die door weinigen gelezen worden. Je zou die bijdrage dan ook duidelijk aan het begin
moeten vertonen om duidelijk te maken dat de krijgsmacht baat heeft bij de beelden en het verhaal dat vertoond wordt.
    De schrijvers schieten wel een beetje door in hun kritiek met het stellen dat er bij films miljarden aan steun is, omdat de vertoonde wapens zoveel kosten. Alsof vliegdekschepen gemaakt zijn voor die film en na gebruik worden afgedankt. Nee de krijgsmacht heeft ze, ze spelen een rol in de beelden, om vervolgens als betaling het verhaal van de krijgsmacht beter voor de dag te laten komen. Laten kritische schrijvers niet gaan overdrijven. Dan lijkt het alsof je zelf propaganda bedrijft. Huren of lenen is geen kopen. 


Een volgend hoofdstuk gaat over de game industrie. Die keek neer op de
visuals bij militaire toepassingen. Dat konden zij beter. Er kwam een uitnodiging. Ze zijn ook interessant, omdat sommige oorlogstaken (drones besturen op grote afstand bijvoorbeeld) lijken op de kwaliteiten waarmee een game gewonnen wordt en dus ook voor inzet bij drones tegen tanks en hightech wapens kan worden gebruikt. Daarbij gaat het niet alleen over de games waarin de speler zich verplaatst naar een persoon met een wapen, maar om de hele techniek van interactie tussen mens en computer. De jonge gamer is daarmee een welkome rekruut. De VS-krijgsmacht heeft om de contacten te vergemakkelijken een team dat mee kan doen aan gamewedstrijden. Werven op de populaire gamebeurzen is gewoon aan het worden. Verder kan je de kennis rond gamen ook inzetten voor training van militairen.
    Het hoofdstuk viel me wat tegen. Er zullen jongeren in de game industrie zijn die hier alleen of in een groep een sterkere tekst over kunnen schrijven. 

Goeroes

Voordat het boek afsluit met een hoofdstuk over hoe de oorlogsmachine te stoppen is er eerst nog een hoofdstuk over
big tech en de wapenindustrie. Iedereen zal ze nog zien staan Musk, Bezos en Zuckerberg naast Trump tijdens zijn inauguratie als president. Maar er zijn ook nog bedrijven die net iets meer op de achtergrond opereren als Anduril, Palantir etc. Silicon Valley heeft niet alleen IT-technologie voor consumenten en bedrijven te bieden. Ze wil ook graag snoepen op de grazige en goed bemeste militaire weiden om zo “de globale dominantie van de VS te herstellen7 en militaire doorslaggevende militaire voorsprong op China te verwerven.”
     Volgens de schrijvers is het budget voorlopig zo ruim dat beiden sectoren er hun voordeel mee kunnen doen. De Chinese concurrent is daarbij de drijvende kracht. Al onder Biden liet staatssecretaris van Defensie Kathleen Hicks daarover geen twijfel bestaan. Ook zij wilde het nieuwste van het nieuwste voor alle delen van de krijgsmacht om China te verslaan.
     Dat daarbij een gevaarlijke kant wordt opgegaan, kan niet worden uitgesloten. Als je de mens mee laat beslissen in de toepassing van AI bij wapens dan zal je verliezen, zei de staatssecretaris voor de luchtmacht van de Biden regering, Frank Kendall (volgens mij klopt dat militair gezien).
    De komende mirakelwapens jagen een ontwikkeling aan waarin een in eerste plaats militaire buitenlandse politiek wordt versterkt. Daarmee komt ook een heel ander soort financiering, een waarin de private sector een grote rol speelt. Dat levert snelheid op. In 2022 stroomde er volgens de Financial Times $33 miljard naar de de militaire en ruimtevaartsector. De New York Times schatte het bedrag dat naar start-ups die militaire technologie maakten in 2023 de voorgaande vier jaar op $ 125 miljard.
    Michael Klare – een academicus die al decennia lang interessante boeken en artikelen publiceert – vreest dat de kunstmatige intelligentie vermoedelijk een weg zal vinden naar het nucleaire domein, zo ontlenen de auteurs aan zijn werk. De vraag is wie deze gevaarlijke ontwikkeling gaat controleren en beheersen. Gaat de toekomst van de planeet naar de messiaans denkende new-age goeroes, die de CEO's zijn in de tech wereld? Naar personen die hun geld al inzetten op de rechter vleugel van de Republikeinse partij? (De oude wapenindustrie probeerde beide grote politieke fracties in de VS te vriend te houden, Republikeinen en Democraten.)
     Tot nu toe is er steeds weer een groep medewerkers die weigert mee te gaan in deze ontwikkelingen.
     De schrijvers volgen niet de standaard NGO aanpak van zorgen voor mooie regeltjes die de gevaren moeten beheersen. Zo gauw de nieuwe wapens mogelijk zijn zullen die immers
“niet echt voorkomen dat je alles kan doen.” Dat brengt het vraagstuk van macht terug naar de kritiek op deze militaire ontwikkelingen.

Hand in hand
Als je niet wilt dat het gebeurt zal je die macht zelf ook moeten ontwikkelen om krachtige tegenzetten te doen. De schrijvers stellen dat om de techbaronnen en hun handlangers onder controle te brengen een georganiseerde kritiek nodig is op hun ideologie en de groeiende economische en politieke macht van de wapenindustrie. Civiele organisaties moeten hand in hand optrekken om de opkomst tegen te gaan van een door AI opgevoerde, zwaar gemilitariseerde, antidemocratische garnizoenstaat die elke stap van zijn burgers zal controleren. Een groot deel van de zittende macht in de VS zal je daarbij niet aan je zijde vinden, niet binnen de Republikeinen, maar ook niet binnen de Democraten (dat hebben achtereenvolgens Clinton – die niet veel wordt genoemd in het boek –, Obama en Biden wel laten zien).
     Het betekent niet dat er geen regels moeten komen, zoals bijvoorbeeld het Internationale Comité voor Robot Wapen Controle (ICRAC) bepleit, maar met die regels alleen red je het niet in een steeds verder militariserende wereld. 

Aanpak
Om dit op te zetten is samenwerking nodig tussen verschillende vredesgroepen op diverse terreinen. Dat draait om onderwerpen als de hightech grensbewaking in uniform, het beperken van de militaire ontwikkeling van de politie, de groei van de militaire budgetten, de inzet van Hollywood als militair beïnvloedingskanaal, de onderzoeken door de universiteiten voor de krijgsmacht, de aanpak van de klimaatcrisis (waar het Pentagon een grote rol speelt als uitstoter en verdediger van oliestaten). De auteurs komen met een voorlopig lijstje punten van aanpak voor die beweging:

  • aanpassen van de campagne financiering,
  • beperkingen op de draaideur carrières tussen Pentagon, Congres, wapenindustrie en lobbyactiviteiten,
  • meer inzicht in de activiteiten van de wapenlobby,
  • inzicht in Pentagon betrokkenheid bij speelfilms, Tv-shows, video games e.d.,
  • investeren daar waar andere dan militaire behoeften bestaan,
  • en vooral een nieuwe visie op de rol van de VS in de wereld die uitgaat van dialoog en diplomatie, boven oorlog en oorlogsvoorbereiding.

Om dit alles te bereiken is macht nodig en kritiek op beide kanten van het politiek spectrum en zelfs optrekken met de oppositie aan de rechterzijde als dat mogelijk is (al denken de auteurs dat dit niet zo vaak voor zal komen). Voorlopig zien de schrijvers echter geen systematische samenwerking op vredesgebied.
     Opvallend is dat wapenhandel als onderwerp binnen die aanpak samenwerking niet genoemd wordt (ze wordt wel inhoudelijk in het boek behandeld). Terwijl dit onderwerp een belangrijk solidariteitsdeel bevat waardoor andere organisaties en groepen aangesproken kunnen worden.
8
     Verder is de in het boek wel ruimschoots genoemde buitenlandse basisproblematiek er een van neokolonialisme en racisme. Deze kwestie sluit daarmee aan op de Black Lives Matter beweging. Door dergelijke onderwerpen wel mee te nemen zou een beweging uiteindelijk wel eens sterker en diverser kunnen worden.

Niet al de genoemde onderwerpen zijn van even groot belang voor Nederland of zelfs Europa, m.n. de rol van de politie 
is in de VS standaard veel verder gemilitariseerd, een Hollywood is er hier niet en de omvang van de schuldenproblematiek die voortvloeit uit de militaire uitgaven is in de VS door zijn omvang onvergelijkbaar. Maar draaideuren zijn er ook hier, en een gemilitariseerde enorm dodelijke grens, universiteiten schromen niet om hun onderzoeken te militariseren, de klimaatcrisis (en militaire uitstoot) is wereldwijd een punt van zorg dat roept om serieuze aanpak. Wat ook een zorg is aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, is de constatering dat de groeiende militaire uitgaven ten koste gaan van al het andere dat we nodig hebben als samenleving.
    Een aantal pagina's eerder werd de opmerking gemaakt dat een betere positie in de media essentiële is om duidelijk te maken wat de kosten en gevolgen zijn van het onderhouden van een kolossaal oorlogsapparaat en een militaire buitenlandse politiek. Dat inzicht is nodig voor een democratische tegenkracht om de oorlogsmachine te controleren. 

Drones, speciale troepen & bases
Het is zo'n boek wat iedereen kan lezen. Het is eenvoudig en toch niet simpel, omdat het vol met feiten en ideeën zit. Je moet blijven beseffen dat dit boek niet over West-Europa gaat, maar over de Verenigde Staten, waar de rol van de overheid en politiek al meer is vervangen door de macht van de markt. Er is alleen geld voor gevangenissen en Pentagon, merkt een veteraan op.
    Het boek zit vol met onderwerpen en voorbeelden van onbegrijpelijke investeringen, belangenverstrengeling en corruptie, draaideur lobbyisten, de reorganisatie van de wapenindustrie in de jaren negentig etc. Veel van die informatie heeft deze bespreking niet gehaald, maar zijn zeker van belang. De militarisering van de politie is een ontwikkeling die leidt tot meer geweld (en niet los kan worden gezien van de Black Lives Matter beweging) en die politie “dood in een alarmerend tempo”, interventies met troepenmachten zijn verruild voor ingrepen met speciale troepen en drones, dat zijn methodes van militaire inzet die tot minder protesst aan het thuisfront leiden. President Obama was een voorname voorvechter van deze stille manier van militaire inzet. Hij stelde zelf, cynisch grappend “dat duidelijk is geworden dat ik goed ben geworden in het doden van mensen. Ik wist niet dat dit een sterke kant van me was.” Pas onder Biden liep die inzet weer terug. Die president versterkte dan weer de VS-invloed door wapenleveranties.   
     Voor inzet van Speciale troepen en drones – 'duurzame militaire inzet' – is een wereldwijd basesnetwerk nodig, liefst met zo weinig mogelijk beperkingen. De bevolking van eilanden in de Stille Oceaan wordt daarbij imperialistisch en koloniaal behandeld. De staatkundige positie van de bevolking van Guam wordt beschreven en die is abominabel. Diego Garcia ligt midden in de Indische Oceaan op een strategische positie. Een groot deel van de bevolking is gedwongen afgevoerd naar Mauritius of de Seychellen (beide op zo'n 1.800 km afstand, iets minder dan de afstand Groningen-Moskou). Het is een vorm van racistisch kolonialisme dat is ingebakken in de machtsontplooiing.
     Die bases samen kosten $ 55 miljard per jaar. Veel ervan worden aangepast in de opmaat naar het dreigende conflict met China (de Filipijnen, Guam, stille oceaan eilanden en Australië).
     Dichterbij wordt Ramstein in Duitsland genoemd. Die basis is belangrijk in de drone oorlogsvoering en militaire beheersing van Afrika en bij transporten naar het Midden-Oosten. De bases zijn onderdeel van een cover-the-globe militaire strategie. Ze kunnen alleen gesloten worden als er een meer terughoudende buitenlandse politieke koers gevolgd gaat worden. 

Belangen
De schrijvers stellen dat de politiek van de Verenigde Staten in het Midden-Oosten niet bijster succesvol is. Daar kan je weinig tegenin brengen. Ze vervolgen echter dat je beter naar China kan kijken dat de spanningen tussen Iran en de Saoedi Arabië verminderde en daartoe niet militaire middelen inzette. Dat is effectiever en betaalbaarder dan de regio vol wapens en troepen stoppen. Hiermee wordt sterk gesuggereerd dat China dat niet doet. Dit hoewel er juist steeds meer voorbeelden zijn dat Beijing met het leveren van wapens zijn invloed vergroot. Zonder die link naar China stond de opmerking als een huis. Door de uitbreiding om het argument sterker te maken, zagen de auteurs juist aan hun eigen poten. China heeft een eigen buitenlandse militaire politiek, die een stuk minder expansionistisch is dan die van de VS, maar in Beijing zetelen geen degelijke bondgenoten voor vrede.
      Opvallend is ook dat de bestaansreden voor het Pentagon in het boek bijna wordt beperkt tot flappentapper voor de wapenindustrie. Het begrip 'belangen verdedigen' komt maar sporadisch voor en wordt niet coûte que coûte afgewezen, zoals hier:
“De waarheid is dat terwijl, ja, 'n bekwame krijgsmacht nodig is om het land en haar belangen te verdedigen, een kleinere en betere geoefende, weerbaarder macht aan die behoefte kan voldoen, en tegelijk honderden miljarden dollars kunnen worden bezuinigd om te worden gebruikt voor andere wenselijke publieke investeeringen.” (p. 266, onderstreping, MB)
Dat is de taak van de afgeslankte krijgsmacht die de schrijvers voor zich zien. Maar wat is dat dan? Als je door overleg geen toegang krijgt tot zeldzame mineralen – noodzakelijk voor de nieuwe industrie – is dan militair optreden onder deze formulering toegestaan? Of als scheepvaartroutes worden gehinderd? Als er regionale lastposten zijn die die belangen in de weg staan, mogen die dan militair verwijderd worden als dat met woorden niet lukt? En wat is er nodig om indien de belangen hiertoe nopen China of Europa opzij te zetten? Het zijn vragen die opgeroepen worden door deze wooorden, maar die over de in het boek gelegde horizon liggen. Een antwoord erop wordt gemist. Die uitleg blijft nu vaak steken in de startblokken, zoals: de VS moet niet de politieagent van de wereld willen zijn. Los van deze kanttekeningn is het een prettig leesbaar boek dat ook veel inzicht geeft.

De militair-industriële ontwikkelingen gaan zo snel dat wat het boek voorspelt nu al uitgevoerd wordt: het stroomlijnen van wapenexporten, de regels versoepelen en controle op de acties van wapenproducten verkleinen. De drone wetgeving is bijvoorbeeld AL aangepast om export makkelijker te maken, dat hiervoor een internationaal verdrag (MTCR) enigszins moest worden ontweken, doet er blijkbaar nier meer toe in de huidige situatie, waar de zogenaamde beschermer van het internationale recht dit zelf net zo gemakkelijk aan de eigen wensen aanpast en negeert.

Noten:

1 In het Nederlands is 100 x een miljard een biljoen. De schrijver komen overigens ook met een andere berekening van de militaire uitgaven, waarin diverse militair gerelateerde uitgaven zijn meegenomen, zoals die voor homeland defence, veteranen zaken, militaire uitgaven door buitenlandse zaken en rente op leningen voor militaire uitgaven in het verleden. Neem je dit allemaal mee dan gaat het om $ 1½ biljoen en bij het huidige uitgavenpatroon spoedig $ 2 biljoen. (zie p. 86). Toch blijft het cijfer van 1 biljoen terugkeren in het boek en wordt dit van $ 1½ biljoen niet meer genoemd.

2 En dan noemen de schrijvers nog niets eens de positie van Washington ten opzichte van het Internationaal Hof van Justitie of de aanval – na de verschijningsdatum van het boek – op de plicht van militairen om illegale orders te weigeren.

3 Diezelfde raket komt, een honderdtal pagina's later in het hoofdstuk rond denktanks weer aan de orde. Zij die worden betaald door Northrop-Gruman om onderzoekrapporten te schrijven, of als deskundigen op te treden, zijn de grootste voorstanders ervan. Northrop heeft miljarden belangen bij de Intercontinentale raket. In het denktankdeel van het boek wordt ook beschreven hoe binnen een twaalfkoppige commissie van het Congres die pleitte voor de aanschaf van de Sentinel er negen leden financiële banden hadden met bedrijven die garen zouden spinnen bij die positie.

Meer dan 30.000 doodden zichzelf en 600.000 leiden aan PTSD.

5 De in het boek genoemde bron hiervoor is verdwenen, maar nog wel te vinden op de webstek van de Influence Explorer.

6 Steeds weer valt me in de kwestie Irak op dat wordt gesteld dat Bush de wereld voor de gek hield met de massavernietigingswapens (wmd) die Saddam Hoessein niet had. NIET MEER HAD, ze waren grotendeels geruimd, hij had ze daarvoor wel. Chemische wapens zijn op een verschrikkelijke manier ingezet tegen buurland Iran en tegen de eigen bevolking van Koerden in het noorden tot Shi'íten in het zuiden. Uit het kleine landje, Nederland, kwamen een groot deel van de leveranties voor dat programma. Mijn hoop was dat de schrijvers die splitsing tussen het wel eens hebben en later niet meer hebben, zouden hebben gemaakt. Maar misschien is het schot op open doel te aantrekkelijk om deze nuance mee te nemen. Ze zijn de enigen niet die dit niet doen.

7 Waar dat herstellen vandaan komt is gissen. Vermoedelijk wordt dit ingegeven door de oorlogen in Irak en Afghanistan die geen succes waren, maar het woord behouden lijkt mij meer op zijn plaats.

8 Terwijl ik deze tekst afrond plaats ik op X een link naar een artikel van Hartung dat gaat over de positie die Saoedi-Arabië onder Trump verdragsmatig in lijkt te gaan nemen als afnemer van wapens. William Hartung, 'Congress Should Push Back Against the New US-Saudi Arms Agreement,' the Nation, 24 november 2025.

maandag 3 november 2025

Global Battlefields

Met Global Battlefields (2025) schreef activist en socioloog Walden Bello zijn memoires. Het boek begint met aanbevelingen van bekende personen. Wie uit het lijstje niemand kent, zal ook het boek als vanuit een andere wereld lezen. De opmerkingen komen van Noam Chomsky, en gaan via Naomi Klein, Michael Klare, Achin Vanaik, Katrina vanden Heuvel door naar een trits hoogleraren die de schrijver lof toe zwaaien. Niet mijn gewoonte, maar ik heb ze vreemd genoeg met een soort plaatsvervangende trots gelezen.I

In zijn opdracht bedankt hij strijdmakkers uit de Filipijnen, mensen waar hij mee bleef optrekken:
Dodong Memenzo en zijn vrouw Princess, maar ook José Maria Sison (die jarenlang in ballingschap in Nederland leefde) en waarvan eind jaren tachtig afstand nam, omdat hij het pad van de Filipijnse Communistische Partij (CPP, om verschillende redenen niet meer kon delen), maar er is ook de voormalige Venezolaanse president Hugo Chavez (die hem onderdak verleende toen hij een verkapte doodsbedreiging kreeg vanuit de CPP) en waar hij een warme band mee had, totdat Chavez draaide in zijn opstelling rond de WTO in december 2005. Bello vertelde hem dat een revolutionair zich aan zijn woord moet houden: “Hij was groots, maar hij kon niet tegen kritiek,” merkte hij toen.
    De opdracht is dus niet alleen voor de mensen waar hij een makkelijke relatie mee had, maar voor hen die op zijn pad belangrijk waren, los van hoever die paden samen bleven oplopen. Toen hij om zijn boek onder de aandacht te brengen in Nederland was, poogde hij om Julliet,
de weduwe van Sison in Utrecht, te ontmoeten en de oude plooien zoveel mogelijk glad te strijken.

Falen
Alleen al Lof en Opdracht geven aan dat Bello verre van een gemiddelde activist én wetenschapper is. Na het ophemelen begint het boek juist met een zoektocht naar de reden waarom hij verzoeken om zijn levensloop te beschrijven tot dan toe had afgewezen. In zijn leven had hij twee belangrijke gevechten verloren en dat wilde hij door zijn memoires te schrijven niet recht breien. Het eerste falen had te maken met de Filipijnen. Hij was deel van links (de CPP/NDF) dat zich bij de val van de Marcos dictatuur niet wist aan te passen aan de nieuwe realiteit en vervolgens een schim van zichzelf werd. Het tweede tekortschieten lag op een ander niveau. Socialisme (in brede zin) wist zich niet over tegenslagen heen te zetten en te herleven, niet in het Noorden, niet in het Zuiden, en bood zo geen alternatief voor het neoliberalisme.
     Misschien was zijn individuele leven dan wel een succes, maar als dat niet ankert in sociaal succes, dan is er toch sprake van falen, zo schrijft Bello. Hij haalt in deze context de Indonesische schrijver Pramoedya Ananta Toer aan. Die stopte met schrijven vanwege een writersblock, mogelijk ontstaan doordat links in Indonesië niet in staat was het vreselijks te onderzoeken wat rondom 1965 in het land gebeurde en dat maakte schrijven onmogelijk. Pramoedya hier aanhalen lijkt me voorbeeld van mooischrijverij,II maar die stijlfiguur is verder op zijn hoogst slechts sporadisch in het boek aanwezig.
    Waarom hij de terugblik uiteindelijk toch schrijft, is omdat hij zich realiseerde dat het schrijven van memoires niet verschilt van andere genres. Je moet schrijven – of dit nu gaat om het verwoorden van ervaringen, een verhaal, visie, of idee –, zowel voor jezelf als voor anderen.
    Het boek van de
“progressieve realist” zal vol staan met kritiek op handelen en denken van hemzelf dat achteraf niet juist bleek. Hier praat iemand die standpunten inneemt, maar ook twijfel en kritiek toe wil laten om verder te komen en geen uit steen gehouwen borstbeeld wil worden.

Cielito Lindo eiland

Het is mooi om te zien waar de schrijver vandaan kwam, zowel letterlijk door de opgenomen foto van het eilandje met het ouderlijk huisje er bovenop als door een beschrijving van het kunstzinnige milieu rondom zijn ouders. Zijn vader las Thoreau en dat bracht ook de voornaam. Dat had ik me nog nooit gerealiseerd. Dit terwijl het Walden van de Amerikaanse schrijver ook in Nederland bekendheid kreeg door de leefgemeenschap onder die naam, opgericht door schrijver Frederik van Eeden.
     In de categorie extraatjes leren we dat hij regelmatig 7 kilometer rent, ook in vreemde steden om ze zo te leren kennen, zelfs in 2006 in Beiroet. Een enkele keer moest hij vanwege de gevaarlijke situatie rondjes om een blok rennen.
     In 1969 gaat Bello in Princeton studeren. Daar raakt hij betrokken bij de activiteiten tegen de oorlog in Vietnam, en wordt hij in 1970 activist door impulsief in een blokkade te stappen van het Institute for Defence Analyses (IDA). Die blokkade wordt op dat moment door de politie ontruimd. Hij vult een lege plek en had zijn plaats ook in bredere zin gevonden.
    In 1975 promoveerde hij op een onderzoek naar de contrarevolutie in Chili:
'The roots and dynamics of revolution and counterrevolution in Chile,'  en werd wetenschapper om de praktijk te ondersteunen. 

Contra-revolutionair
Hij vertrok voor het onderzoek naar Santiago met het plan de ideeën in de arme wijken te bestuderen, maar als hij merkt dat de visies van Allende op straat worden gepareerd door rechtse tegenstanders en het Volksfront (Unidad Popular, UP ) momentum verliest, dan verlegt hij zijn aandacht. Uiteindelijk zal hij constateren dat het verlies van de middenklasse de belangrijkste reden was voor de val van Allende en ruimte bood voor de staatsgreep door Pinochet: “Mijn ervaringen in Valdivia [stad halverwege Chili] bevestigden mijn grootste angst, namelijk dat de Unidad Popular de middenklasse was kwijtgeraakt en dat dit niet zozeer voortkwam uit het daadwerkelijke beleid van de partij, maar uit de diepgewortelde angst dat de winst van de arbeiders en de lagere klassen ten koste van hen zouden gaan.”III De analyse dat de VS de schuldige was, gaf het door velen gewenste duidelijke zwart-wit beeld. Voor hem was de val van Allende niet uitsluitend een gevolg van de politiek van de Verenigde Staten, maar kende een genuanceerder achtergrond: “(...) in tegenstelling tot de heersende verklaringen van de staatsgreep, waarbij het succes van Pinochet werd toegeschreven aan de Amerikaanse interventie en de CIA, bestond de contrarevolutie al vóór de destabilisatie pogingen van de VS. Deze werd grotendeels bepaald door interne klassendynamiek. De Chileense elites slaagden erin contact te leggen met sectoren uit de middenklasse, die bang waren voor de opkomst van arme sectoren met hun agenda voor rechtvaardigheid en gelijkheid.”IV
     
Een andere kwaal betekent ook een andere oorzaak en behoefte aan een andere remedie. Had de UP dit niet ontkent, dan had een andere strategie gekozen kunnen worden. Nu leidde het losstaan van de werkelijkheid tot een ramp. 

Strijd
Eveneens in 1975 verlaten de laatste militairen en beambten van allerlei slag de ambassade van de Verenigde Staten in Saigon. Vietnam is bevrijd. Is het nu de beurt aan de Filipijnen? Bello denkt van wel en stort zich in die strijd.
    In september 1972 riep Ferdinand Marcos de staat van beleg uit op de Filipijnen, waarmee hij een einde maakte aan het regime van de liberale elite democratie die sinds de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten in 1948 op de archipel heerste. “In de volgende 14 jaar, werden duizenden gevangen gezet, gemarteld of buitenrechtelijk vermoord door de dictatuur die het best kan worden omschreven als een roofzuchtige boevenstaat. Gedurende de volgende 14 jaar zou mijn leven draaien om het neerhalen van dat regime.”
    I
n december 1974 zal hij door de CCP geworven worden. Vanuit die positie schrijft hij in 1983 een lang artikel in Third World Quarterly (TWQ) over de opbouw van die partij, het gewapende verzet (NPA) en volksbeweging, het NDF. Dit was getiteld: From the Ashes: The Rebirth of the Philippine Left. Het beschrijft de groei van de beweging en de onderliggende ideologische en organisatorische principes. Ook een missie van Senaatsleden uit de VS bestudeerde het Filipijnse verzet en kwam in The Situation in the Philippines tot een overeenkomstige evaluatie. Het krediet voor wat bereikt was, geeft Bello grotendeels aan José Maria Sison.
    Het TWQ artikel is grotendeels opgenomen in het boek. Het is een tekst die de Filipijnen beschrijft, zoals waar ik kennis mee maakte als beginnend activist. Ook dat doet het boek. Het voert je langs ruim een halve eeuw activisme en soms overlapt dit enigszins met de eigen activiteiten in en vanuit Nederland. Wat me daardoor bijvoorbeeld opvalt is dat het begrip Low Intensity Conflict niet voorkomt. Dit was een term waar je destijds mee doodgegooid werd om de invloed van de VS in conflicten in bijvoorbeeld Nicaragua en de Filipijnen te beschrijven. Bello zelf scheef er in 1987 een uitgebreide tekst over.
      In die veertien jaar is sprake van spectaculaire staaltjes activisme en een overzicht van de Filipijnse oppositie in de Verenigde Staten. Er was de strijd voor de-legitimering van het regime en een strijd op het platteland van de Flippijnen:
“Het recept voor de overwinning was het winnen op beide fronten.”
     Het kiezen van je doelen is dan belangrijk. Het was duidelijk dat de bilaterale steun vanuit de VS relatief klein was en die van de Wereldbank enorm. Manilla was een speerpunt in de politiek van structurele aanpassing (leningen verstrekken onder voorwaarde van een kleinere overheid en meer markt en een op export georiënteerde economie). De Bank werd dan ook een doelwit. Het op grond van spectaculair gestolen Wereldbank documentenV schrijven van
Development Debacle moet genoemd worden. Niet alleen had de publicatie (de enige omvattende studie die uitsluitend is gebaseerd op Wereldbank documenten) veel invloed op de politieke situatie in de Filipijnen, het zou ook een vooruitwijzing zijn naar Bello als onderzoeker en actievoerder tegen IMF en Wereldbank.
    Overigens kwam president Marcos zijn vader vragen of die zijn zoon niet uit de oppositie zou kunnen halen. Opmerkelijk, maar minder dan het op het eerste oog lijkt; er waren wat familiebanden. Volgens Bello wist zijn vader al lang dat hij zijn zoon niet kon vertellen wat die moest denken.

Verkiezingen en knoflook

In 1983 wordt Filipijns politicus en oppositieleider Benigno Acquino vermoord door het regime. Het is het begin van het einde. Tegen zijn moord stond een liberale massa oppositie op die links al snel in kracht zou overvleugelen. In de VS ziet een deel van het establishment dat het Marcos dwingen om mee te werken aan een vreedzaam verlaten van het toneel een overgang naar een voor hen wenselijke regering mogelijk zou maken. Die politiek slaagt. Bello schrijft dat de VS zich enorm snel en flexibel aanpaste en zo de greep op het land hield. Intussen hield het CPP-NDF vast aan de al langer gevoerde strategie. Ze geloofden niet dat de VS zich zouden aanpassen. Dat gold inderdaad niet de hele elite in Washington, maar wel een belangrijk deel ervan.
    Als er verkiezingen komen dan roept het NDF-leiderschap op tot een boykot. Dat betekent dat ze erna aan de zijkantzullen  staan. Marcos wil de verkiezingen dan nog kapen en beweert dat hij ze gewonnen heeft. Ronald Reagan twijfelt of hij dit moet laten passeren, maar Buitenlandse Zaken en CIA willen anders in de Filipijnen. Als het gruwelijk mis lijkt te gaan lopen in het land dan haalt de filmster-president bakzeil en Marcos wordt naar Hawaï afgevoerd. De VS had een rol gespeeld die een andere fractie aan de macht bracht en links bleef buiten staan. De vestiging van de liberale democratie gaf de militairen bovendien de mogelijkheid links te onderdrukken.
    In Washington nam
Walden Bello de Filippijnse ambassade over met kameraden uit de Filipijnse beweging en Amerikaanse activisten. Een artikel daarover uit de New York Times wordt uitgebreid geciteerd. Terug thuis analyseert hij dat links gepasseerd was en hij vraagt zich af: Waar gingen we de mist in? Zullen we kunnen herstellen?
     In de Filipijnen zelf gaat hij onderzoek doen naar Operatie Garlic (
Ahos), een openbare anti-infiltratie campagne. Deze leidde tot paranoia en uiteindelijk tot de dood van duizenden militanten. Ze worden ter dood veroordeeld tijdens vooringenomen rammelende tribunalen. Bello interviewt hogere en lagere kaders, waaronder zowel hen die deelnamen aan de zuiveringen als slachtoffers of als uitvoerders. De schrijver meent dat individuele rechten slecht waren gewaarborgd en dat alleen al gezond verstand duidelijk had kunnen maken dat zoveel onopgemerkte infiltranten op een organisatie van 9.000 leden onwaarschijnlijk was. Daar komt nog bij dat hij zich niet meer kan vinden in het democratisch centralisme en zich laat inspireren door de ideeën van politiek theoreticus Gramsci over ideologische en culturele hegemonie in de maatschappij. Zo komt er een einde aan deze alles beheersende fase in zijn leven en hij verlaat in 1990 de Partij. 

Deglobalisering
Het geeft hem de ruimte terug te keren naar het internationalisme waarmee hij in Chili begon en te werken op het gebied van geopolitieke vragen die zich in zijn Filipijnenwerk hadden gevormd:

  • de relaties tussen de politiek van de Verenigde Staten en politieke regimes in het Globale Zuiden
  • de structuur en beweging van het wereldrijk van de Verenigde Staten
  • de instituten en activiteiten van het laat twintigste-eeuws wereldwijd kapitalisme.
Het is het begin van een reis langs personen, organisaties (waaronder Focus on the Global South), steden als Seattle, Genua, Davos, Cancun, Mumbai etc., WTOVI, economische ontwikkelingen en bijeenkomsten van de dominante economische stromingen, of juist de alternatieven die op de Sociale Fora werden besproken. Deze laatsten bijeenkomsten worden in het boek enige pagina's lang geëvalueerd. Dat een van de grootse vredesdemonstraties uit de geschiedenis op 15 februari 2003 ontbreekt (met wereldwijd volgens een conservatieve schatting door de BBC tussen de 6 en 10 miljoen deelnemers en volgens de Guinness wereldrecordssite zelfs 10 tot 15 miljoen) is jammer. Ook bij het aanzwengelen daarvan speelden de sociale fora (met als slogan: een andere wereld is mogelijk) een belangrijke rol.
     De ontmoete personen lopen van Vaclav Havel, Robert McNamara, Martin Kohr, vredesactiviste Medea Benjamin (waarvan ik al eens een boek besprak), 'Alma Guiao' (die een eigentijdse Underground Railroad opzette om overzees werkende Filipijnen uit Homs in Syrië te halen), Joel Rocamora, tot Tina EbroVII en nog vele anderen. 

Militaire macht

De eerste keer dat ik Walden Bello tegenkwam was tijdens een conferentie in Den Haag waar hij sprak en ik notulist was. Hij wenste me veel succes met het aankaarten van militaire ontwikkelingen; met de bijklank het is niet eenvoudig daarvoor ruimte te vinden. Hij had destijds zelf al American Lake; Nuclear Peril in the Pacific (1987) geschreven met Peter Hayes en Lyuba Zarsky. Ook het schrijven van dat boek komt in Global Battlefields aan de orde. Later zou hij zijn green card opgeven als protest tegen de bezetting van Irak door de Verenigde Staten en daarmee de voordelen die dit heeft voor de bezitter ervan afgeven. Militaire machtspolitiek was en bleef een belangrijk en principieel deel binnen de inzet van de activist en professor.

Midden-Oosten
In het Midden-Oosten betekent dit dat hij niet om de rol van Apartheid staat Israël heen kan. Niet alleen heeft die zijn soldaten laarzen gezet op de nekken van de Palestijnen. Het land is ook een gevaar voor zijn buurlanden. In 2006 vertrok een Focus-missie naar Libanon. In het zuiden van het land bombardeerde Israël op dat moment heftig. Bello noemt ook de bombardementen van Beiroet door marineschepen.VIII
     Hij constateert dat Hezbollah brede steun geniet in het land – versterkt door de kwaadheid omtrent het
rücksichtslose Israëlische optreden – en ze Israëlische militairen bevechten, terwijl Israël opzettelijk burger doelen treft als een soort collectieve straf en de IDF-strijdkrachten van Israël zich daarmee schuldig maakten aan terreur.
     Tijdens de missie bezoeken ze ook Usamah Hamdan, een vertegenwoordiger van Hamas in Beiroet. Die krijgt uitgebreid de ruimte om te vertellen waarom de organisatie de strijd tegen de Israëlische overheersing voortzet. De tekst die in het boek staat
verscheen eerder in het tijdschrift Frontline (verbonden aan de Indiase krant The Hindu). Er komt nog een vervolg als Hamdan in november 2023 in de NewYork Times wordt geciteerd en hij verklaart, waarom volgens hem verzet nodig zou zijn tegen de Israëlische politiek die er op gericht is te voorkomen dat er een Palestijnse staat zou ontstaan.
     Bello onderstreept met zijn tekst begrip voor het verzet. Hij zal
een artikel schrijven om dit nog meer te versterken – ook dat staat deels in het boek – niet alleen geeft hij aan dat Israël duizend maal meer verantwoordelijkheid is voor het geweld en dat Hamas geworteld is in de Palestijnse gemeenschap, hij schrijft ook: “enkelen onder ons kunnen de methoden van Hamas ethisch onverdedigbaar vinden. Zoals ik. Maar ik vind ze te begrijpen. Begrijpen is de eerste stap naar dialoog, naar een vreedzame oplossing. Maar Israël wil niet begrijpen wat de redenen zijn dat de Palestijnen, in de hoek gedreven, uit wanhoop de daden uitvoeren die zij veroordelen.” Vrede, solidariteit, begrijpen en dialoog in een onrechtvaardige situatie staan hier centraal. Al zal niet iedereen dat willen zien. 

Bin-Laden

De aanvallen op de WTC-gebouwen van 11 september 2001 en de gevolgen daarvan behandelt hij ook. Osama bin-Laden heeft de imperial overstretch (Bello gebruikt overextension) duidelijker blootgelegd dan in academische werken al was gedaan. De duivel, blijft de duivel, maar ontzeg hem niet zijn verdiensten, zo schrijft hij: “Hoewel de methoden van Osama, de Taliban en andere fundamentalisten [islamisten, MB] weerzin wekken bij de meesten in de anti-oorlogsbeweging, kan het niet ontkent worden dat hun activiteiten, objectief gezien, aanzienlijk bijdroegen aan het verzwakken van het Rijk, vooral in het Midden-Oosten. Anders dan vele anderen in de beweging , ben ik meer dan bereid geweest de duivel te geven wat hem toekomt. Het is vaak door ethisch twijfelachtige of vreselijke gebeurtenissen dat, zoals ook in het verhaal van Job, de geschiedenis zich ontwikkelt in een progressieve richting.” 
     Het lijkt me dat de geschiedenis ook voorbeelden heeft laten zien waarin vreselijke zaken tot nog vreselijker ontwikkelingen van lange duur hebben geleid. Moeten we het streven naar vechtlustige en manhaftige strijdkrachten in de VS, waar geen plaats is voor (gelijkwaardigheid van) vrouwen, minderheden en LGBTQ'ers zien als een stuiptrekking van een wereldmacht op haar retour of als een zich ontwikkelende nieuwe norm, zo vraag ik me af. Los van de gevolgen die dit heeft voor genoemde groepen, wat zijn de verdere gevaren van deze ontwikkeling? Zijn visie daarop had ik ook graag gelezen in deze memoires (al werd het boek geschreven voor de tweede periode Trump). Washington weert zich momenteel als een duivel in een wijwatervat op wankele poten. De supermacht mag op zijn retour zijn, tandeloos is de VS lang niet, een gevaar voor meer en aanzienlijker narigheid nog steeds. Recentelijk publiceerde hij op Facebook een inleiding over de machtsverhodingen in de wereld en een tekst over de economische en machtspolitieke koers van de Amerikaanse president.

Spratly's
Bello schrijft dat velen hem verwonderd hebben aangesproken over zijn missie naar Pag-asa (een eiland dat deel is van de Spratly eilanden in de Zuid-Chinese Zee waarop verschillende landen aanspraak maken) in juli 2011. Het eiland is een deel van een Filipijnse eilandengroep waarop China aast. Die verbazing herken ik. Voor mij was zijn visie op het conflict in de Zuid-Chinese Zee altijd een soort ijkpunt. Dan kiest hij als Parlementslid voor een militair aandoende reis om de nationale vlag te planten en om China in te peperen: dit is Filipijns. Het deel van het boek over de eilanden gaat gepaard met foto's; op een daarvan richt hij een moraal opvijzelde toespraak aan de op het eiland gestationeerde Filipijnse militairen.
     In dit deel van het boek staat ook een visie over de eilandengroep die in 2016 verscheen in de New York Times, waarin een vijf punten programma voor het aanpakken van het conflict rond de Spratly's:
1) Stop de omsingeling van China door de VS, dit is een belangrijke reden voor de Chinese politiek;
2) laat de Associatie voor Zuidoost Aziatische Landen (ASEAN) met China multilaterale bespreking beginnen over het gewenste gedrag van landen met aanspraken op het gebied;
3) mochten deze voorgaande twee stappen werken, laat ASEAN en China besprekingen voeren die leiden tot demilitarisering en het nucleair vrij maken van het gebied;
4) organiseer besprekingen die tot een definitieve oplossing moeten leiden, geworteld in de uitspraak door het internationale gerechtshof in Den Haag; en
5) sla een brug over de verschillen die zijn ontstaan door kolonialisme, imperialisme, de Koude Oorlog, en de invloed van externe hegemoniale krachten over de regio.
    Bello schrijft in Global Battlefields dat zijn voorstel te laat kwam, maar het is een voorbeeld van zijn benadering van veiligheidsproblemen in de regio. Geen bilaterale onderonsjes van de VS met de landen in de regio, maar multilateraal overleg door de landen in de regio dat is gericht op een diplomatieke oplossing en constructieve samenwerking. Het artikel begint overigens met oppositie tegen het versterken van de VS-bases op de Filipijnen.

Fascisme

Vrijwel aan het eind van het boek vat de schrijver zijn recente werk op het gebied van globale onderwerpen samen als analyses gericht op de groeiende crisis binnen de VS, de opkomst van China en de groeiende dreiging van het fascisme wereldwijd. “Waarom komt deze politieke ideologie weer terug,” vraagt hij retorisch. Hij ziet het neoliberalisme als een belangrijke aanjager met het verplaatsen van banen naar lage lonen landen en de gerichtheid op financieel-economische ontwikkelingen en de-industrialisatie.
    Elders neemt hij woorden over die hij in
juli 2024 op Facebook plaatste: De strijd tussen Harris en Trump kan tegenstrijdige "visies" voor de Verenigde Staten opleveren op binnenlands vlak, maar ik vraag me af of het meer gaat om hetzelfde neoliberale, pro-Wall Street/Silicon Valley-beleid, verhuld met vrome democratische retoriek, versus opstandig fascisme dat zich voedt met de tekortkomingen van het neoliberalisme en de liberale democratie. De beste bondgenoot van het fascisme is een liberaal-democratische elite die heerst over een economische orde die de ongelijkheid radicaal heeft vergroot, terwijl ze vroom beweert dat dit de beste verdediging tegen fascisme is.”
     Om het regime president Rodrigo Duerte kan je hier moeilijk heen. Bello schrijft uitgebreid over de voormalig moordlustige Filipijnse president en de oppositie ertegen. Duerte is in Scheveningen eind 2025 nog steeds een gevangene van het internationale strafhof. De grote woorden uit het citaat, zijn geen theorie voor situaties verweg.
     Er is ook een cultureel, ideologische verklaring noodzakelijk. Bello gebruikt bijvoorbeeld het woord
nativisme; een politieke ideologie waarbij de belangen van een inheemse bevolking staan boven die van immigranten. Maar mensen die dit steunen – tenminste in Nederland – zijn niet perse direct de slachtoffers van het neoliberalisme. Individuele kansen promoten en het uitsluiten van groepen staat wel boven collectieve solidariteit, waardoor dergelijke visies aan kracht kunnen winnen. Eerder beschreef hij al hoe het begrip gemeenschap wordt versmald om rechtse belangenpolitiek te schragen.
    Dat hier sprake is van een groeiend globaal slagveld wordt met de dag duidelijker. De vraag hoe de strijd tegen de wereldwijde extreem rechtse golf te voeren moet nog degelijk worden beantwoord.
     Tijdens het afronden van deze bespreking kwam 
ik verschillende teksten tegen die beweerden dat we naar rechts moeten kijken: Zes rechtse tactieken voor links (Paywal, maar hele tekst op facebook) en hoe rechts (in de VS) put uit linkse strijdplannen die bedoeld waren om op te bouwen, om te vernietigen: Hey, Lefties! Trump Has Stolen Your Game. Inderdaad kijk naar je tegenstander, gebruik wat bruikbaar is en val hem aan op jouw sterke kanten en zijn zwakke. Maar waar is hier de grens? Misschien kunnen sociaal-liberalen en links hier enigszins samen optrekken om een golfbreker te bouwen niet van bagger maar basalt of eventueel van beton.

Monsters bestrijden

Het boek eindigt met een visie op de machtspolitieke ontwikkelingen in de wereld gezien vanuit de Stille Oceaan regio. Dit wordt afgesloten met de oproep: Maak de Pacific tot een echte pacific. Hij noteert dat de Verenigde Staten een beleid voert dat er op is gericht de hegemoniale positie vast te houden. Aan de Europese kant provoceerde de Verenigde Staten Rusland tot militaire tegenzetten in verband met de mogelijke toetreding van Oekraïne tot de NAVO. In Azië probeert Washington China te verleiden tot militaire antwoorden door bijvoorbeeld dicht langs de Chinese kusten te varen met vliegdekschepen in de straat van Taiwan en door het opvoeren van de aanwezigheid van troepen uit de VS in de regio. De schrijver noemt de mogelijkheid dat de Verenigde Staten een militair conflict zoekt voordat China militair gelijkwaardig is aan de VS. Die uitleg van de politiek van Washington betekent niet dat hij de politiek van China volgt. Nee ook Beijing maakte een grote fout door een claim op de Zuid-Chinese Zee te leggen en de aanspraken van andere landen te negeren.
     Er is enig optimisme dat de huidige crisis van de VS-overheersing van de wereld mogelijkheden biedt om de macht meer te verdelen, er meer speelruimte komt voor landen in het globale zuiden en een  multilaterale orde kan worden opgezet door samenwerking in plaats van een systeem dat zich baseert op unilaterale of liberale hegemonie. Tegelijkertijd wil hij de gevaren van die fluïde situatie niet wegpoetsen. Hij citeert Gramsci die in de jaren dertig
een tijd van monsters zag. “Monsters zullen er zijn bij de verschuiving weg van de liberale kapitalistische internationale orde,” zo ziet Bello ze schrikwekkend ook in onze tijd.
      
“De vraag is of progressieven en hun bondgenoten zich zullen organiseren over de crises en over grenzen heen om te komen met en het promoten van een alternatief voor de afgrond.” De diepste afgrond, de grootste crisis, noemt Bello overigens als vanzelfsprekend de klimaatcrisis, maar dat is niet de enige waarop een antwoord moet komen. Eerder waarschuwde hij ervoor dat politieke bewegingen niet de fout uit het verleden moeten maken en democratische deelname en individuele rechten aan de strijd opofferen. Het is belangrijk zich te organiseren in de strijd voor de toekomst, zo schijft hij. Tegen het eind van het boek kom ik de tussenkop tegen: Treur niet, organiseer je! Er is in die strijd immers geen sprake van permanent verlies, maar evenmin van een permanente overwinning.

Vier fasen
Walden Bello vat zijn leven in vier intellectuele fasen samen. Er was een existentiële fase tijdens de beginnende universiteitsjaren (met opstandigheid gericht tegen de scholing door de Jezuïeten), gevolgd door de jaren van de onafhankelijke Marxist en activist in Princeton en Chili. Dit werd gevolgd door 15 jaar volledig opgaan in de Communistische Partij van de Filipijnen. Daarna kwam de fase van betrokkenheid die niet uitgaat van dogma's als historische onvermijdelijkheid. “In deze vierde en vermoedelijk laatste fase zit ik nu – deel van een beweging, deel van progressieve organisaties op verschillende momenten, maar geen onkritisch deel ervan.” Met deze paar zinnen was een kleine zestig jaar samen te vatten. Maar dan was in deze bespreking nog meer blijven liggen dan nu al het geval is.
     Ik heb nauwelijks aandacht besteed aan de internationale kapitalistische organisaties, het privéleven van Bello (zoals een ontroerende beschrijving van de dood van zijn geliefde en echtgenote Ko Thongsila), de zijstraten met soms een mooie actie, de economische ontwikkeling, het lot van de migranten die elders moesten werken en het parlementaire werk en debat bijvoorbeeld tegen een kerncentrale. Hij is een internationaal en Filipijns activist en daarmee zowel uit dezelfde en uit een verschillende wereld; een wereld met geweld binnen de grenzen en waar 10 % van de bevolking (dat is 22% van de beroepsbevolking) naar het buitenland vertrok om in moeilijke – vaak onmenselijke – omstandigheden een inkomen te verdienen. Hij stelt dat deze arbeid in veel opzichten kan worden vergeleken met de 16e-eeuwse slavenhandel en geeft veel voorbeelden van de misstanden. Er was geen alternatief voor hen die vertrokken. Als de Filipijnen geen proefdier voor de structurele aanpassingen waren geweest, als op een andere economie was ingezet, dan had dit niet gehoeven, stelt Bello. Waarmee hij de positie van het individu verbindt met de grote economische programma's die doorgaans aan het lot van dat individu geen boodschap hebben.
    Het was anderzijds ook goed mogelijk geweest om veel dieper in het boek te duiken en alternatieve visies op het rijke en veelkleurige leven te vermelden. Want die zijn er ook.
Progressieve realist
Belangrijkste is dat Global Battlefields een leven laat zien dat niet stil is blijven staan bij de ideeën die opgenomen zijn in de jaren van de tiener en twintiger en die het verloop van het leven vaak bepalen. Ja ze zijn meegenomen en verwerkt, maar op een verre van starre manier. Het centralisme uit het Marxisme-leninisme kreeg concurrentie van Gramsci en andere moderne denkers. De bijdrage aan de communistische partij en gewapende strijd evalueerde naar het werken als progressieve realist aan een bredere beweging die samen werkte met sociaal democraten en die niet anticommunistisch was. Ook als je geen overlap hebt met de geschiedenis van Bello, maakt dat het boek interessant en inderdaad tot een verhaal met betekenis. Ik zou daarom willen afsluiten met het woord: bedankt.

  • Engels
  • Paperback
  • 9781963892109
  • 1 februari 2025
  • 356 pagina's 
  • Index 

Noten:

I … en met schaamte, omdat toen ik hem tegenkwam in Amsterdam niet heb meegevraagd en laten staan terwijl hij vertelde dat de organisatie die hem als spreker had uitgenodigd hem in een hotel had weggezet. Zo liet ik de man die naar anderen vriendelijk en open was staan. Ik vreesde destijds een botsing tussen hem en degene met wie ik op pad was (een voormalig links persoon die nu vooral zijn kennis inzette om de progressieve wereld intellectueel onderuit te halen). Vermoedelijk had Bello met zijn bekende lach het debat vriendschappelijk op het scherpst van de snee en met humor gevoerd. Ik had erbij gezeten en geleerd. Een gemiste kans en stomme reflex mijnerzijds. Maar zo maak je er wel meer tijdens je leven. Liefst niet te vaak.

II Hij haalt deze visie bij Max Lane, de Engelse vertaler van de Indonesische schrijver. Toch schreef Pram tot in de jaren negentig door met Arok (1991) en werd zijn laatste boek met brieven in 1995 verboden en in beslag genomen: Nyanyi sunyi seorang bisu/Lied van een Stomme. Hierin het verhaal van zijn gevangenschap op Buru. De schrijver was toen al zeventig jaar. Hij had een kwart van zijn leven gevangen gezeten, zowel onder het Nederlandse koloniale bewind als onder Soekarno en Suharto.
Maar ik herinner me vooral zijn tekst in de Jakarta Post om jongeren een hart onder de riem te steken, ergens in de periode 1994-98, aan het einde van de Soeharto dictatuur. Hij hield zijn mond niet, maar voedde de hoop terwijl al zijn werken verboden waren en hij onder huisarrest stond in de uiterst repressieve staat.

III De tekst staat niet alleen op pagina 17 van het boek. Als ik hem opzoek kom ik hem ook tegen bij het Transnational Institute (TNI) en bij Foreign Policy in Focus (FPiF), beide in een artikel van de auteur dat oorspronkelijk verscheen in The Nation (September 23, 2016): 'How Middle-Class Chileans Contributed to the Overthrow of Salvador Allende' . De tekst is voor een groot deel in het boek te vinden.

IV Idem, p. 19 en bij TNI en FPiF.

Het is het waard om de beschrijving van de diefstal en andere acties in dit deel te lezen. Voor mij veranderde dit de man die ik vooral spreker en schrijver kende naar iemand die ook 'echt' actie voerde.

VI De multilateral agreement on investment, MAI (waarbij hij toch ook betrokken was in de oppositie) mis ik in het boek. Hier beschrijft Bello de rol daarvan in een stuk over Martin Khor.

VII Die laatste doet me denken aan de Haagse Vredesactivist Gerard van Alkenmade waar ik mee samenwerkte o.a. bij de eerste stappen naar het Komité anti-Golfoorlog (KAGO, de aanzwengelaar van het protest tegen de Irakoorlog van 1990-91) en waar zij een relatie mee had.

VIII Destijds noemde journalist Robert Fisk deze inzet ook en deze inzet haalde het ontkennen van die mogelijkheid van scheepsgeschut door de Nederlandse regering, met name door Minister Bot, bij export van marineschepen met vergelijkbare kanonnen onderuit. Zie Robert Fisk Bericht uit Beiroet; dagboek van een oorlog (Amsterdam: Anthos, 2006), p. 7.