Posts tonen met het label Ludo De Brabander. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ludo De Brabander. Alle posts tonen

dinsdag 25 oktober 2022

Oorlogskoorts

Oorlogskoorts is een schitterend pleidooi voor duurzame vrede. Het boek zou verplichte lectuur moeten zijn voor alle parlementsleden. Er waren nooit meer argumenten om deze oorlog te stoppen. In de media horen we echter alleen de stemmen van oud-generaals en profeten als Jonathan Holslag die de oorlogslogica versterken en meer wapens als enig alternatief presenteren. De wapenindustrie maakt ondertussen mega winsten. Het is tijd voor Vredeskoorts', voor stemmen die ontwapening, bezinning en diplomatie als antwoord zien. Er zijn al genoeg slachtoffers gevallen,” schreef Mieke Vogels, voorzitster van de organisatie van ouderen binnen de Vlaamse partij Groen over het boek.

(Door Martin Broek, tekst gaat door onder illustratie.)

Een bekendere stem in Nederland is de schrijfster Kristien Hemmerechts. Ook zij prees het boek: “Oorlogskoorts is een boek waarvan je zou willen dat het vol leugens staat, maar waarvan je vreest dat het de ontluisterende waarheid vertelt. (…) Voor wie vreest zijn laatste illusies te verliezen, volgt aan het slot een hoopvolle noot.” Naast deze lof is ook de cover aantrekkelijk en schrikbarend tegelijk met de getekende bommen die op gestileerde huizen vallen. De mensen moet je er bij denken. Het is een boek om op te pakken.

Christophe Callewaert en Ludo De Brabander zelf stellen dat Oorlogskoorts gelezen moet worden als een aanklacht tegen oorlog, als een klein monument voor de slachtoffers én als een protest tegen potentaten als Poetin die denken dat de wereld een bord Stratego is en tegen allen die denken dat een klein beetje oorlog soms beter zou kunnen zijn. Tijdens het lezen bekruipt me na een paar hoofdstukken toch het gevoel dat dit niet helemaal gelukt is.

Vleugelslag
Het boek begint met verhalen die zijn opgepikt rond wereld en allemaal een persoon beschrijven die te kampen heeft met de gevolgen van de oorlog. Daarmee is de toon gezet. De oorlog in Oekraïne is geen lokaal fenomeen, maar geweld met gevolgen: voor mensen in Oekraïne – het eerste verhaal gaat over een slachtoffer wiens dromen werden platgewalst door de Russische oorlogsmachine die over zijn land rolde –; voor de vluchtelingen in de regio, waarbij mensen van kleur het moeilijker hebben dan de van origine Europese vluchtelingen; voor een journalist in Siberië; voor een boer in Kenia; voor de bakkers in Egypte met onbetaalbaar meel; voor de mensen aan de onderkant van de inkomenspiramide in West-Europa; of voor een inheemse in de Verenigde Staten die gekweld wordt door de zucht naar niet-Russische olie en aldaar milieuschade oplevert. Het is als de chaostheorie, waarbij de vleugelslag van een vlinder overal op de wereld gevolgen heeft. Als de lezer nog niet somber genoeg is na de voorbeelden, wordt erop gewezen dat de bevolking van India en Pakistan moet kampen met de ingrediënten van een dodelijk mengsel van oorlog en klimaatcrisis.

Dwang
Al snel duikt ook het protest op. Er is een Poolse die opvang voor mensen van kleur organiseert die de grens over kwamen. Of langer geleden Georg Grosz, een schilder die zich vanwege de eerste Wereldoorlog keerde tegen militarisme en later kapitalisme en nazisme. In 1917 schilderde hij Explosion, een schilderij dat de gruwel van de oorlog verbeeldt of tenminste daar dichtbij kwam aldus de auteurs. Zo is er zelfs aandacht voor de opvoedende kracht van kunst. Maar protest is niet waar de nadruk op ligt. In de eerste hoofdstukken wordt krachtig en met vlotte pen het ontstaan van de 'oorlogskoorts' geschilderd. Een wonderlijk fenomeen dat je dwingt mee te gaan met de dominante stoerheid en vijandschap om de boot niet te missen bij het aanschuiven aan de gesprekstafels van de media. Die koorts kan ironische gevolgen hebben. De Griekse econoom en ex-minister Yanis Varoufakis protesteerde tegen het vestrekken van een eredoctoraat aan Vladimir Poetin, het was 2001. Hij stond helemaal alleen. Twee decennia later werd hij weer de kop van jut. Hij had het gewaagd tegen de NAVO te pleiten en voor een onderhandelde oplossing. Zijn mening was al die jaren consistent, maar daar houdt de oorlogszucht geen rekening mee als die cool en mainstream wordt. Tot 2014 deed de Europese industrie graag en veel zaken met Rusland. Inclusief wapenleveranties. Maar nu worden dissidente stemmen die (een beetje) van het paadje afwijken het “slachtoffer van stemmingmakerij” en worden ze “gedelegitimeerd.” Het vrije debat wordt kortom ingeperkt.

Thermometer
Als je eenmaal die thermometer in de kont van de oorlog hebt gestoken dan zie je steeds meer verhoging, steeds meer oorlogskoorts. Voor de Rus maken barbarij en burgerslachtoffers nu eenmaal deel uit van hun mindset. Wij hebben voor precisie wapens gekozen. Bij ons wordt die barbarij niet meer geaccepteerd, zo citeren de schrijvers een kolonel b.d. die bij de NAVO werkte. Wij de goeden. Zij de slechten. Het zwart-wit is van alle oorlogen. Maar erger nog het zijn niet Poetin en zijn kliek, maar de Russen die barbaars worden genoemd. Het is door die oplopende temperaturen dat zelfs uitvoeringen van muziek van Stravinsky omstreden werden. Het is de waan die bij koorts opduikt. Maar ook de andere kant ijlt. Ze zien overal nazi's in de Oekraïne waarvan het land gezuiverd zou moeten worden. De koorts wordt ons opgedrongen door de media, ook de Nederlandse “doen weinig tot niets om de vrede te bevorderen,” schrijven Callewaert en De Brabander aan de hand van de Nederlandse filmmaakster Lidia Zelovic.

Zelf vond ik het bevreemdend dat een correspondent in Kyiv de schuilkelders gaat bezoeken om te kijken of men in de Oekraïense hoofdstad voorbereid is op een atoomaanval. Alsof dat een lokale kwestie is en niet op zijn minst een Europese. Het lijkt meer op absurdistisch theater dan op duiding. Immers zelfs als het begint met een klein strategische nucleair wapen is een wel heel hoog hek van de dam. Welke nucleaire schapen daarover gaan rennen is niet te voorspellen.

De schrijvers staan logischerwijs vooral stil bij de media in België, maar de opmerking dat de oorlog in Oekraïne maar een van de veertig gewapende conflicten was en de anderen veelal vergeten werden, is een universeel verschijnsel; evenals dat er gemakkelijker met slachtoffers van elders in de wereld wordt omgesprongen.

Bedeesde vrede
De schrijvers citeren een spreker bij het Franse TV-kanaal BFMTV: “We zijn in de 21ste eeuw. We zijn in een Europese stad en het regent raketten alsof we in Irak of Afghanistan zijn. Kun je je dat voorstellen?” Hetzelfde citaat werd ook gebruikt in de voorstelling Sons of Abraham van SahandSahebdivani en Raphael Rodan dan hoor je het uit de mond van mensen die komen uit de regio waar een mensenleven echt niet minder waard is. Dan komt het onverdraaglijke superioriteitsgevoel nog harder aan dan als het geciteerd wordt in een boek. Dit ontmenselijken – of racisme zo je wilt – is bijna een voorwaarde voor oorlog. Hier laten de schrijvers de Jonathan Holslag uit de woorden van Mieke Vogels opduiken. De man is een goed en gewild spreker (ook in Nederland), de schrijvers serveren hem af als de oorlogszuchtigste en meest gevraagde stem tijdens het mediarumoer rond de oorlog. Holslag vindt niet ontwapening, niet de bezinning en de diplomatie noodzakelijk, maar juist het omgekeerde. Maar hij brengt het zo erudiet en met zoveel gevoel dat het vriendelijk overkomt. Callewaert en De Brabander constateren dat de pleidooien voor vrede en diplomatie bedeesd klinken. De Nederlandse maandagavond bijeenkomsten in Amsterdam die begonnen bij het begin van de oorlog en nog steeds doorgaan zijn daar een mooi voorbeeld van. Een plek voor een wisselende groep van zo'n honderd personen om bij elkaar te komen en rustig anti-oorlogspoëzie, meningen, feiten en ontwikkelingen te delen. Inderdaad de vrede komt minder aan bod en wordt overstemd door de ijlende oorlogskoorts. Met deze conclusie eindigt het tweede hoofdstuk. Tot hier heeft het boek me meegezogen.

Nuchter analyseren
Nuchter analyseren, “wars van imperialistische sentimenten en patriottische leugens,” dat is waar het vervolgens om gaat. De oorlogskoorts herkennen en doorprikken. De analyse begint aan het eind van de Koude Oorlog bij de val van de muur. Er was destijds ruimte voor een andere verhouding tussen de landen van Oost en West. Maar de schrijvers laten zien dat de hoopvolle situatie verdween. Niet vanzelf, maar als gevolg van politiek beleid. Amerikaanse economen zorgden ervoor dat de uiteen gespeelde Sovjet Unie een keuze voor het neoliberalisme maakte. In een ruk werden 225.000 bedrijven geprivatiseerd. Aandelen werden door handige mensen met de middelen of connecties opgekocht en zo ontstond de klasse van apparatsjiks en oligarchen. Die shocktherapie verwoeste mensenleven, zo halen de auteurs het medische tijdschrift The Lancet aan. Verder werd Moskou vooral gezien als een verliezer van de Koude Oorlog die niet serieus genomen hoefde te worden. Die houding zou de constante worden in de relaties met Moskou met af-en-toe een opflakkering ten goede. Mogelijkheden tot toenadering maakte zo langzaam plaats voor revanchisme, constateerde de huidige CIA directeur in 2008. Hij was destijds werkzaam op de ambassade in de Russische hoofdstad. Georg Kennan uitte zijn zorgen al in 1998 rond ideeën dat de NAVO uit zou kunnen breiden naar het Oosten. Hij was de enige niet, maar wel een heel opvallende als 'architect' van de containmentpolitiek. De schrijvers laten de kwalijke Westerse stappen op hoofdlijnen zien, waarbij belangrijke spelers op het wereldtoneel worden aangehaald. Toch gaat er iets wringen. Zo lijkt deze nuchtere analyse steeds meer toe te schrijven naar: de schuld van de oorlog ligt niet bij de invallers, maar bij de voorgeschiedenis die de weg plaveide. Dat is zo als je de analyse in 1989 start, maar niets verbiedt het kijken naar wat er nu gebeurt en daar een oordeel over vellen. Dan is Rusland uiteindelijk de agressor.

Van Jole

Op het discussie platform JOOPschreef Francisko van Jole een bespreking van het boek. Het was hem tegengevallen. Een paar punten:
– De auteurs stellen het onafhankelijke bestaan van de Oekraïne niet openlijk in twijfel, maar vinden wel dat het land niet iets moet doen wat de buurman niet zint.
– De auteurs zouden een beperkt idee van solidariteit zou hebben. Immers Solidariteit betekent dat je een ander de hulp biedt waar die om vraagt, niet dat je gaat uitmaken wat de ander moet vinden of doen. (Maar we hebben vanuit onze veilige luxe positie toch juist de kans om verstandige keuzen te maken? Of is deze opmerking bedoeld om de schrijvers nog verder aan de schandpaal te nagelen?)
– Als iemand die de gespannen situatie in de wereld ziet, vraag je jezelf af hoe gereageerd zou moeten worden, schrijft Van Jole. Terugslaan met nucleaire wapens? Troepen sturen? Of Oekraïne opgeven en in handen laten vallen van de Russen? Het zijn deze vragen die in het boek dat zich fixeert op de Verenigde Staten als boosdoener nauwelijks worden gesteld.
“Ja, we slaapwandelen misschien richting de Derde Wereldoorlog,” zoals de ondertitel luidt, “maar dit boek maakt je niet wakker, het neemt je alleen maar mee in de droomwereld van de auteurs,” sluit Van Jole af. De eindredacteur van Joop wijst erop dat bijvoorbeeld de beïnvloeding door de Russen van de Amerikaanse verkiezingen en het Brexit-referendum missen. Zelf mis ik de paramilitaire Wagnergroup – goed voor Russisch geweld vooral in Afrika – en een ijkpunt voor Nederlanders als ze kijken naar Oekraïne, de lucht geschoten MH-17 mist ook al. Maar zijn uitsmijter doet het boek geen recht. Het boek beschrijft – nogal eenzijdig inderdaad –, de gemiste kansen van de Westerse wereld en Oekraïne om de oorlog te vermijden. Dat geeft ook in het hier en nu stof tot nadenken.

Dienaars van het Volk
Er is een heel hoofdstuk over de opkomst van Zelenski, de verdeeldheid binnen de Oekraïense samenleving en binnen de economische en politieke elite. Het straatarme land (inkomen per hoofd vergelijkbaar met El Salvador) heeft die verdeeldheid niet op kunnen lossen. Zo werd ook een kans om uit de interne oorlog te komen, de Minsk-akkoorden, waarvoor Frankrijk en Duitsland zich hard maakten gesaboteerd door Oekraïense nationalisten en de Verenigde Staten. Later schrijven de auteurs dat de akkoorden nu een onhaalbare fantasie zijn geworden. Verder wordt de politieke situatie in Oekraïne niet erg rooskleurig afgeschilderd met veel aandacht voor rechts extremistische groepen. Dergelijke organisaties aan Russische kant of rechtsextremisten in Europa krijgen niet of nauwelijks aandacht (terwijl die ook een rol spelen, Wappies voor Poetin, Groot-Russische gedachten in Rusland zelf). Vervolgens gaat het over de andere dienaar van het volk. De terughoudendheid van Poetin wordt genoemd en geroemd. Dit ondanks zijn eveneens opgehaalde praktijken in Tsjetsjenië. Daar vormde hij het fundament voor zijn macht. Tijdens die oorlog, minstens even afschuwelijk als die in Oekraïne, waren die gevechten en beschietingen in het Westen nauwelijks een onderwerp. De Britse premier Tony Blair stelde: “Het is belangrijk dat we Rusland steunen in hun strijd tegen terrorisme.” Zo stapte de Britse premier bikkelhard over 100.000 burgerslachtoffers heen. Voor wat hoort wat. Poetin zelf ageerde niet tegen het Amerikaanse ingrijpen in Irak in 2003, omdat hij de banden met de Verenigde Staten niet wilde verzieken. Toch stapelde de onenigheid zich wel op en zette de verhoudingen op scherp tussen het Westen en Rusland. Het uit het antiballistische raketverdrag (ABM) stappen door de Verenigde Staten in juni 2002 opende de weg om een raketschild tegen Russische kernraketten te bouwen. Hoewel die bedoeling werd ontkent. Daarmee werd een eerste stap gezet die afstand nam van de wapenbeheersing die het einde van Koude Oorlog mede had gedragen. Vanwege het belang hiervan had het boek ook in 1987 in Reykjavik kunnen beginnen, waar havik Reagan en nieuwe Russische leider Gorbatsjov een verdrag tekenden over het verminderen van de kernwapens (INF). Binnen de verschuivende verhoudingen en een oprukkende oude vijand de NAVO zou het verdwijnen van het ABM-verdrag een steeds grotere rol gaan spelen in de onderlinge verhoudingen. Militair was het zeer ongunstig voor Rusland. Wapenbeheersingsgesprekken tussen VS en Rusland werden de volgende jaren verslonst. Gek genoeg wordt dit niet vaak genoemd als het gaat over de nieuwe kernwapens van Rusland en de hypersonische wapens. Terwijl het verband oogverblindend is.

2008
De relaties zouden blijven verslechteren. De sterke geruchten dat Georgië en Oekraïne lid zouden kunnen worden van de NAVO in 2008 was een volgende katalysator voor het afbrokkelen van de relaties. De Oranjerevolutie in Oekraïne en de Rozenrevolutie in Georgië hadden we toen al gehad. Het zou de Westerse krachten in beide landen versterken. Rusland zag de wisseling van de wacht aan zijn grenzen met lede ogen aan. Wederom een reden voor de auteurs om Moskou krediet te geven. Maar net zoals Midden-Amerika niet de achtertuin van de Verenigde Staten is, kan je de aanpalende landen van Rusland niet als buitengebieden van de regionale grootmacht in het Oosten van Europa zien. Maar goed, zoals al genoemd werd het uitbreiden van de NAVO naar het Oosten door Jan en Alleman op de allerhoogste posities binnen de Westerse alliantie afgeraden, maar werd toch door Bush als donderslag bij heldere hemel aangekondigd in Boekarest, april 2008. Het boek heeft het over protesten van Duitsland en Frankrijk, maar het protest zat volgens destijds secretaris-generaal van de NAVO, Jaap de Hoop Scheffer zelfs in de Amerikaanse leiding. Hij vertelde dit jaar over Bush: “Ik kan het niet bewijzen, maar ik denk dat hij omgepraat is door Dick Cheney.” Een paar maanden later begon de oorlog in Georgië. Rusland kon niet anders, gedwongen door de president die met financiële hulp vanuit de Verenigde Staten aan de macht was gekomen en om de NAVO met gepaste munt terug te betalen. Het waren de machtspolitieke sprongen van een kat in het nauw. Het is de steeds terugkerende toon van het boek; begrip voor de Russische reactie, ook als die met vuur speelde. Het is een tegenwicht in de visie waarbij alle blaam naar Poetin wordt geschoven. Maar je kan het NAVO en Russische beleid ook beide op de korrel nemen. 

Gemakkelijk
Het beschrijven van de Westerse invloed op de verslechterde relaties is onvermijdelijk. Als er een vleug van ontspanning in de lucht lijkt te hangen, waarbij de relaties tussen de Poetin en Obama wat beter lopen dan ze onder Bush deden, dan duikt al weer de volgende steen op het pad op. In Libië breekt een opstand uit tegen de heerschappij van Kaddafi. De opstandelingen staan zwak en de vrees is dat ze met een paar goed geplaatste bombardementen kunnen worden vernietigd. In de Veiligheidsraad wordt een resolutie aangenomen dat ze mogen worden beschermd door buitenlandse luchtmachten. Die resolutie is dus niet verhinderd door China en Rusland. Maar ze wordt vervolgens zo ver uitgerekt dat ze in letter en geest wordt geschonden. De landen van de NAVO beschermen niet alleen, ze helpen ook de operaties van de opstandelingen en leveren in het geheim wapens. De kort daarvoor licht verbeterde betrekkingen zouden naar een nieuw dieptepunt gaan. De Russen gingen elders in de regio hun bondgenoot president Syrië Bashar al-Assad helpen onder andere door de inzet van bruut geweld. Ook hier is weer begrip voor het Russische optreden en worden als tegenwicht de bombardementen van de VS benadrukt. Die zijn echter geen tegenwicht, maar bommenellende elders in het land.

Ongemak
Het boek beschrijft het optreden van de Verenigde Staten als smeerlap in de wereld van de burgeroorlog in Griekenland tot de inval in Irak. De hele litanie. Veel lezers zullen hem kunnen dromen, want hij staat in veel kritische boeken om duidelijk te maken dat de morele superioriteit van de Verenigde Staten onterecht is. Dat mag zo zijn, maar dat hoeft niet zo uitgebreid. Interessanter is de structuur die het boek ook geeft om regime change operaties van de Verenigde Staten te begrijpen. De schrijvers verdelen deze in drie perioden: 1898-1930 in Zuid-Amerika; 1945-1991 om landen te behoeden voor de val naar het communisme; en de derde als campagne van de neoconservatieven.

Mij bekruipt een soort ongemak, dat ik bij alle boeken van De Brabander heb. Hij vaart in zijn boeken steeds een koers waarbij de Verenigde Staten de kwaaie pier is, en de wind uit het Oosten komt (de kwalijke meegevoerde luchtjes blijven vaak achterwege). Heus er staan opmerkingen in Oorlogskoorts tegen de Russische oorlog, ik heb er een paar genoemd, maar overwegend is de toonzetting anders. Poetin reageerde met zijn troepenopbouw aan de Oekraïense grens op de escalatie door de Oekraïne en het Westen. Hoe je dat halverwege 2022 als vredesactivist nog steeds kan beweren? Zelfs als dat zo was, dan nog is het door die actie-reactie gierend uit de klauwen gelopen. Als Kyiv de havenstad Sebastopol wil innemen dan is dat agressie, stellen de schrijvers. Aangezien deze havenstad voor de Russische vloot op het Oekraïense schiereiland Krim ligt dat in 2014 door Rusland is ingenomen zou je dit ook met zelfs grotere logica kunnen omdraaien. Een dergelijke inzet was niet in lijn met de Minsk-akkoorden, voegen de schrijvers toe, dat is juist. Daar zou de situatie in het Donetsbekken gescheiden worden van de Krim om eerst het conflict in het Oosten op te kunnen lossen. Inderdaad een weg die veel nationalistische en Amerikaanse tegenstand ontmoette, maar de machtspolitieke ontplooiing van Rusland als een soort gedwongen ontwikkeling afschilderen doet het lijken alsof Rusland een soort slachtoffer is. Die slachtoffers zijn beschreven in het eerste deel van het boek en die leven tot ver van de oorlog vandaan. De kliek uit Moskou is dat niet.

Vragen
Het is goed dat de schrijvers wijzen op het Russische voorstel uit december 2021 dat de NAVO geen bases op zou mogen richten op staten van de voormalige Sovjet Staten die nog geen lid waren van de NAVO, dat de NAVO niet langs de grenzen zou mogen opereren met raketten en andere wapens waarmee Russische doelen geraakt zouden kunnen worden en de NAVO niet verder naar het Oosten uit zou mogen breiden. Het is een keus die de NAVO kan maken. De Verenigde Staten wilden daar niet op ingaan en Poetin vond dat “de Russische bezorgdheden werden genegeerd.” En dan trek je op naar Kyiv. Dat zet het verzoek om zo'n neutrale zone eerder op grotere afstand dan dat het hem dichterbij brengt. Beide heren stellen de vraag of de oorlog vermeden had kunnen worden. Antwoorden daarop liggen gedeeltelijk in de geschiedenis die het boek vertelt en die aantonen dat onder leiding van de VS steeds verder werd geëscaleerd. Frankrijk en Duitsland stonden alleen in hun diplomatieke inspanningen. De vraag is nuttig. Nu nog schrijvers die de Russische missers daarbij op willen schrijven.

De vraag hoe stoppen we de oorlog nu hij is begonnen is nijpender. Misschien halen we antwoorden daarvoor ook uit dit boek. We leven in steeds gevaarlijker tijden, waarin de wereld de aanpak van de klimaatcrisis en de nucleaire dreiging nodig heeft en geen oorlogskoorts. Landen moeten een balans voor onderlinge verhoudingen zoeken en investeren in relaties met anderen en afspraken maken over het inperken van bewapening, zo stellen Cristophe Callewaert en Ludo De Brabander. Die boodschap is duidelijk. Maar om alle hoop meteen weer de boden in te slaan (en om te laten zien dat de VS onherstelbare schade heeft aangericht?) beweren ze dat de terugkeer naar de grenzen van voor 24 februari een droom is en de Minsk-akkoorden een onhaalbare fantasie. Met een dergelijk uitgangspunt voor een oplossing van het conflict loopt het diplomatieke voertuig gelijk al vast in de modder. Wie bepaalt dat Rusland wel beloond mag worden met een stukje Oekraïne? Was het niet om neutraliteit en wapenbeheersing begonnen. Constateerden de auteurs zelf niet dat al in 1991 “met een opkomst van 84 procent stemde 90 procent van de bevolking voor onafhankelijkheid, ook in Donbas en Charkov,” een niet mis te verstane keuze al konden de auteurs ook hier het niet laten – tekenend voor het boek – de 92,3 procent naar beneden bij te stellen.

Geluiden voor een diplomatieke oplossing hebben een bazuin nodig of ze nu uit Turkije, India, de vredesbeweging of bijvoorbeeld de Financial Times en Congres komen. Deze oorlog gaat ten koste van ons allen in de wereld. Stookkosten hier, honger in Afrika, repressie in Rusland en dood en destructie in Oekraïne. Met nog meer gevaar op de loer. We kunnen het ons niet veroorloven niet te streven naar een oplossing. Het internationale Peace News was onlangs in een paar tweets duidelijk met de oproep terug te keren naar de situatie van voor 24 februari, veiligheid te garanderen zonder NAVO en het terugkeren naar de Minsk-akkoorden. Deze vredesactivisten tonen daarmee aan over meer realiteitszin te beschikken dan velen ind e wereld, en de auteurs. Die laatsten komen overigens wel een zee aan prettig geschreven informatie over de aanloop naar de oorlog.

Geschreven voor GlobalInfo.

maandag 22 augustus 2016

Oorlog zonder grenzen

Met de koloniale opdeling van het Midden-Oosten en Noord-Afrika, energiehonger, steun aan autoritaire regimes, wapenleveranties en militaire interventies oogst het Westen haar eigen onveiligheid op straat. Volgens Ludo De Brabander moet het geweer terug in de kast.
    
door Martin Broek

Oorlog zonder grenzen van de Vlaamse vredesactivist Ludo De Brabander begint persoonlijker dan ik van de auteur had verwacht. ‘Een jonge vrouw die op een mooie zondagse lentedag naast mij liep op de parade van Hart boven Hard, een vrouw die opkwam voor warmte, solidariteit en vrede, is in kritieke toestand opgenomen in een Brussels ziekenhuis’, schrijft hij, ‘cijfers worden mensen.’ Het voorval vond plaats tijdens de terroristische aanslagen van maart 2016 in Brussel.

Bij het lezen van dit boek strijden verschillende gevoelens om voorrang. Het is bewondering voor de krachtige stellingnames en vergelijkingen die De Brabander hanteert en voor de goed gekozen duidelijke feiten die zijn verhaal onderbouwen. Het is tegelijkertijd verdriet om de schijnbare uitzichtloosheid van het leed in oorlogsgebieden en hun buurlanden, en verdriet om de vluchtelingen en afschuw van de militaire en repressieve aanpak die nu al een kwart eeuw faalt en toch dominant blijft.

Het boek scherpt de geest omtrent belangwekkende vragen als: wat drijft mensen om willekeurig onschuldige slachtoffers te maken, om te doden en te vernietigen; welke blinde woede, fanatisme, frustraties gaan hier achter schuil? De Brabander laat als eerste de Amerikaanse filosoof Noam Chomsky een antwoord geven. Die noemt als hoofdreden de interventie in Irak, de Saoedische vorm van de islam, het wahabisme, en het bombarderen van IS. Daarmee is de toon van het boek gezet.

Oorzaken terrorisme

Gewoonlijk wordt de vraag naar het waarom van het hedendaags terrorisme (bij ons) op drie manieren beantwoord. Een deel van de analytici benoemt de islam als oorzaak en reden. Het geweld zit nu eenmaal ingebakken in het geloof dat zich gedraagt als ideologie. Die platvloerse, domme en polariserende ‘analyse’ kom je in dit boek niet tegen. Niet voor niets nam de schrijver deel aan de Hart boven Hard parade, een Belgisch burgerinitiatief dat streeft naar verbinding.

Een andere school wijst op achterstanden en racisme. Het islamisme, en het sporadisch volgend extremisme, is in deze visie een dunne vernislaag om het eigen leven een identiteit te geven. Dat is beangstigend en hoopgevend tegelijk. De aanslagen in Brussel werden gepleegd door jonge criminelen zonder veel uitzicht. Een gewelddadige aanslag, gemotiveerd door een wereldbeeld dat de schuld legt bij het Westen, lijkt dan een zinvol einde aan het leven te kunnen geven. De Brabander gaat niet in op deze sociale en psychologische redenen in de boezem van onze eigen samenlevingen, waar mogelijk een deel van de oplossing besloten ligt. Hij merkt alleen op dat een repressieve aanpak van dit probleem weinig zinvol is.

Nee, in Oorlog zonder grenzen wordt een derde verklaring voor het hedendaagse terrorisme gegeven en behandeld die in het teken staat van de herkomst ervan. De auteur beschrijft de eindeloze oorlog en interventies van het Westen in het Midden-Oosten vanaf begin 19e eeuw tot nu. Deze uitleg maakt veel duidelijk over de boosheid die tot terrorisme leidt. In het boek komt bijvoorbeeld een paar maal de rol van Qatar en Turkije aan bod, overheden die samen wapenleveranties aan islamisten in Syrië voor hun rekening namen.

Deze bondgenoten van het Westen gooiden olie op het vuur in een conflict waarbij honderdduizenden sneuvelen, steden tot ruïnes worden geschoten, mensen worden verjaagd van huis en haard en haat een basis krijgt. Turkse journalisten die hierover schreven zijn in het Gülen-kamp onder gebracht en tot staatsgevaarlijke sujetten bestempeld. Qatar leverde ook militaire kennis en wapens aan het ontspoorde Libië. Het vergroot – om het zacht uit te drukken – niet het vertrouwen in ‘onze’ kant van het conflict.

‘Sinds de start van de oorlog tegen de terreur in 2001 vielen er in Irak, Afghanistan en Pakistan ruim 1,3 miljoen doden’, citeert De Brabander de website Body Count dat al jaren het aantal niet-westerse doden poogt te documenteren. Als je dan ook nog in het verdomhoekje zit als moslim, met of zonder HBO-diploma in Molenbeek of Huizen, dan is de stap naar een koekje van eigen deeg niet zo groot.

Meestal blijft het bij gedachten, soms wordt het praktijk. De verschrikkelijke beelden van de bombardementen die via internet of letterlijk ons voorgeschoteld worden, kan een volgende duw in de richting van terrorisme zijn. Dit nog afgezien van de benarde situatie waarin de Palestijnen zich bevinden die een beetje geholpen worden door het Westen, maar hard en onbestraft worden aangepakt door het zwaar door het Westen gesteunde Israël. Het conflict speelt een belangrijke rol in het boek.

Winston’s Hiccup

Het Sykes-Picot akkoord, de afspraak tussen Frankrijk en Groot-Brittannië uit 1916 over de verdeling van het Midden-Oosten, is een goed begin van de zoektocht naar de oorzaken van de woede onder moslims tegen het Westen. Het akkoord bestaat al een eeuw. Islamitische Staat (IS) introduceerde de hashtag #SykesPicotOver die via Twitter een berg interessante artikelen oplevert. De willekeurigheid van de grenzen, die tot op de dag van vandaag tot problemen leiden, is stuitend. De grens van Jordanië werd naar verluid bijvoorbeeld na een copieus diner en met een door een hik veroorzaakte zigzag getrokken, de zogenoemde Winston’s Hiccup.

Tijdens het interbellum stortten Frankrijk en Groot-Brittannië zich, zonder oog voor de wensen van de lokale bevolking, op het gebied. Een bloedige Franse bezetting van Damascus die 26 jaar zal duren, is daarvan een van de vele minder fraaie voorbeelden. Daadkracht en onzorgvuldigheid telt, niet de bevolking. Dit leidt bijna vanzelfsprekend tot verzet tegen de bezetters en die houding, dat gevoel, is ook vandaag de dag nog niet verdwenen. Geschiedenis heeft een lange adem.

Het stichten van de Palestijnse staat is een onderwerp op zich en ‘zorgt al een eeuw lang voor oorlog en geweld in het Midden-Oosten.’ Dat wil zeggen, sinds de Britse Balfour-verklaring van 1917 waarin een Joods nationaal tehuis werd toegezegd. Ook hier gaat het om westerse inmenging zonder veel oog voor de lokale bevolking. De grenzen tussen Palestina en Israël zijn nog steeds inzet van een van de meest invloedrijke conflicten in de wereld.

De hoeveelheid kolonisten in de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem is sinds de Oslo-akkoorden van 1993 opgelopen van 269.200 naar 800.000. Ook de woede daarover stuitert terug in de vorm van terrorisme in het Westen. Dat de helft van het aantal Amerikaanse veto’s in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties betrekking heeft op Israël, voedt het wantrouwen in de regio ten opzichte van Washington. Toch blijft De Brabander zakelijk als hij stelt dat de Amerikaanse politiek niet intrinsiek de steun aan Israël als reden heeft, maar stoelt op geostrategische gemaakte berekeningen door de VS.
Jordanië is, na Israël en Egypte, inmiddels het belangrijkste land voor Amerikaanse militaire steun. Die steun is een beloning voor het erkennen van een vredesakkoord met Israël in 1994. Tegenwoordig is Jordanië een spil in de aanvallen op Syrië en Irak. Voor die deelname moest veel druk worden uitgeoefend. De Jordaanse bevolking is niet zo geporteerd van de inmenging door de VS. Dat Jordanië ook een voorname afnemer van Nederlandse (en Belgische) wapens is, en betrokken in de oorlog tegen Jemen, wordt in het boek helaas niet vermeld.

Het is een verademing om een boek te lezen van iemand die niet meteen gaat voor de eenvoudige uitleg, maar aan buitenlandse politiek een zakelijke lading geeft. De Brabander valt ook niet voor het het olie-argument als hij schrijft over westerse drijfveren voor de politiek richting Midden-Oosten (al vergeet hij het ook niet). Hij noemt ook (geo)politiek profijt als reden. De VS legt onmiskenbaar zijn militaire bases rondom belangrijke geostrategische gebieden zoals de Perzische Golf, schrijft De Brabander.
Toch zou iets verder uitzoomen juist hier niet hebben misstaan. Dan zien we dat veel van die bases ook passen binnen de omcirkeling van China, een inzet met een veel grotere strategische betekenis voor de Amerikaanse politiek op lange termijn. En dan zien we ook dat er sprake is van controle over de oostelijke Middellandse Zee, de Rode Zee én de Perzische Golf.

Interne dynamiek

Met zijn goed onderbouwde uiteenzetting over westers wanbeleid in het Midden-Oosten legt De Brabander de oorzaak van het terrorisme vrijwel alleen bij het westerse optreden in de regio. De individuele terrorist wordt zo een creatie van de omstandigheden van buitenaf. ‘Organisaties als Al Qaida of de Islamitische Staat zijn onder meer het product van militaire interventies, wapenhandel, economische uitbuiting, steun aan autoritaire regimes, oliehonger, ja zelfs van de westerse koloniale geschiedenis die maar blijft nazinderen.’

Dat De Brabander niet ingaat op enige eigen dynamiek voelt ongemakkelijk aan. Alsof de enorme regio zonder buitenwereld niet bestaat. Dat ook regionale partijen zich kunnen misdragen en een rol spelen, komt marginaal aan bod, veelal dan ook weer in relatie met het Westen. De eerste stappen naar IS door Abu Musab al-Zarqawi worden beschreven, de man die niet alleen de bezettende macht wilde ondermijnen maar door aanslagen ook sektarisch geweld probeerde aan te wakkeren. Al-Zarqawi kwam in 2006 om het leven, maar de kiem voor IS is dan al gelegd.

Het laatste uitvoerige artikel van de in 2015 overleden Ed Hollands over het ontstaan van ISIS gaf mij meer informatie over de interne Iraakse dynamiek achter de creatie van het Kalifaat dan het boek van De Brabander. Wat ook nauwelijks besproken wordt is de rol van Rusland, met zijn eigen beleid en enorm grote wapenleveranties aan de regio.

Anderzijds is de nadruk die de auteur legt op de daden van het Westen niet geheel vreemd. Het is de omgeving waarin de schrijver actief is en waar het tij mede gekeerd kan worden. Opvallend daarbij is dan weer wel dat De Brabander de nadruk veel minder legt op West-Europa in verhouding met de VS. Het hoofdstuk over het optreden van Washington in het Midden-Oosten beslaat bijna een derde van het boek. De VS wordt neergezet als de kwade genius, een rol die ze na de Tweede Wereldoorlog heeft overgenomen van de Fransen en de Britten. Het is het land dat (militaire) interventies start en stuurt.

In die zin is de VS inderdaad een kwade genius met een machtspolitiek die weinig tot geen rekening houdt met de bevolking van landen die naar haar mening VS-belangen schenden. De Brabander draagt voor die stelling een karrenvracht onderbouwingen aan. Er valt wat te zeggen voor die nadruk: de VS is de enig overgebleven supermacht en de militaire bondgenoot van Brussel.

Maar daarmee komt België er bekaaid af. In het boek wordt kort aangestipt dat België gretig deelnam aan wapenleveranties aan Libië voordat Khadaffi uit uit de gratie viel, Frankrijk militair steunt sinds de aanslagen in Parijs van 2015, een aantal antiterrorismemaatregelen invoerde die de aanslagen van maart 2016 niet konden voorkomen en de bombardementen in beurtrol met Nederland uitbreidde van Irak naar Syrië. Maar naast Washington is alles bijzaak.

Vraagtekens

Het boek lezen met zelf geformuleerde vraagtekens kan nooit kwaad. De Brabander merkt op dat China een klein deel van de Iraakse olie heeft gekregen om de overheid stil te houden. Maar het gaat over meer dan een ‘stukje’. China neemt de helft van alle Iraakse olie af en heeft een stevige infrastructuur opgezet voor de uitbating ervan, zie bijvoorbeeld de rapportages in The New York Times en Fortune. Het kleiner maken van de invloed van anderen dan de VS is ook wel eens hinderlijk.

Het hoofdstuk over de Arabische Lente in Egypte vangt De Brabander aan met straatverkoper Mohamed Bouazi die zichzelf in brand stak. Het is bijna de standaard opening van artikelen en documentaires over de memorabele lente die veranderde in een verschroeiende zomer. Het valt me tegen dat dit ook in dit boek gebeurt, want de vonk is niet belangrijker dan het kruitvat.

Dat vat is namelijk gevuld met de weerzin onder de bevolking tegen een politiek die hen ringeloort en uitperst. Het vat is gesmeed door het jarenlang organiseren van mensenrechten-, vrouwen- en milieuorganisaties, vakbonden en (clandestiene) partijen. Die organisatie en het politiek protest komen later wel aan bod, maar het beeld van het individu dat in zijn eentje de Arabische Lente doet ontbranden, is inmiddels vaak genoeg neergezet en ontneemt het zicht op een veel groter geheel.

De achtergronden van de Egyptische revolte van 2011 worden door De Brabander mager geschetst. De rol van het kapitaal bij de val van Moebarak komt bijvoorbeeld niet aan bod, noch dat oorlog tussen veiligheidsdiensten en leger. Nu zitten er vele kanten aan de oorlog zonder grenzen dat er altijd wel iets ontbreekt. En De Brabander heeft een duidelijke focus, de door de Amerikanen geleide interventies komen terug in onze eigen straten. Maar ook hier gaat dat ten koste van de interne dynamiek.

Bombardementen

Veel experts delen de mening dat de bombardementen op IS in Syrië en Irak contraproductief zijn. Ook terrorisme-expert Beatrijs de Graaf beschouwt ze als zinloos en mogelijk als opmaat voor een volgende, nog gewelddadiger lichting terroristen. Noam Chomsky stelt in het begin van het boek al dat de bombardementen een van de redenen zijn voor het terrorisme.

De Brabander noemt ze de kwaal die tot remedie is verheven en geeft herhaaldelijk aan dat de hele oorlog tegen terreur een groot falen is. Hij doet dit bijvoorbeeld met de volgende cijfers: het aantal aanslagen is van 199 in 2002 toegenomen tot 13.500 in 2014. Het beleid leidt dus tot meer terreur. Het boek staat vol van dergelijke wetenswaardigheden, maar het barst er niet van uit zijn voegen.

De centrale stelling in het boek is dat de oorlog van twee kanten komt. De oorlogen in het Midden-Oosten hebben ook hier hun uitwerking. Extremisten slaan namelijk hard terug om de strijd een globaler karakter te geven. Zolang het Westen blijft huishouden in het Midden-Oosten, zolang het bommen blijft gooien en de Palestijnen blijvend worden onderdrukt en dictators gesteund, zal het geweld zich als boemerang tegen ons keren.
Maar trapt De Brabander hier niet in de val die incidenten – hoe gruwelijk ook – tot structuur verheft? Want laten we wel wezen, het aantal Europese doden door de hedendaagse terreur ligt nog altijd lager dan in de jaren ’70 en ’80 als gevolg van aanslagen door een scala aan gewelddadige organisaties. Dit schrijf ik niet om de huidige islamitische aanslagen te bagatelliseren – het zal je maar treffen – of ze met elkaar op één lijn te scharen, maar om ze in context te plaatsen en iets minder verhit te beschouwen.

Remedies voor oorlogen

Welke remedies draagt De Brabander aan om oorlogen in het Midden-Oosten en de huidige terreurgolf in het Westen tegen te gaan? Naast het beëindigen van militaire interventies komt hij met het volgende. De oorlog in Afghanistan kostte de VS 687 miljard dollar, vergelijkbaar met 34 maal het Afghaanse Bruto Binnenlands Product. Het resultaat van deze investering is dat het conflict nog steeds voort woekert. Als een deel van dit bedrag ingezet zou zijn om economische en sociale ontwikkeling te stimuleren dan was vrijwel zeker meer bereikt. De Brabander levert een pleidooi voor verschuiving van inzet van militaire middelen naar sociaaleconomische steun.

Het boek sluit af met een verklaring van vredes- en mensenrechtenorganisaties uit Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De oplossingen die hierin zijn opgenomen: beëindiging van oorlogen, militaire bezettingen en invasies; in plaats daarvan toegewijde diplomatieke initiatieven en aanzienlijke steun aan lokale vredesbewegingen; respect voor geloofsovertuigingen en diversiteit van mensen; verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en de toegang tot cultuur; de bevordering van een inclusief bestuur; het overwinnen van armoede; de aanpak van mondiale onrechtvaardigheid; op rechten gebaseerde bilaterale betrekkingen; volledige stopzetting van wapenhandel naar landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Het is een opdracht zonder grenzen die De Brabander via deze verklaring aan ons meegeeft. Onderweg naar dat ideaalbeeld moet nog wel het een en ander georganiseerd worden. Hoe wordt bijvoorbeeld de wapenhandel naar de regio Midden-Oosten gestopt? Het lijkt er thans op dat enkel in Groot-Brittannië een vredesbeweging actief is om dit blijvend op de politieke agenda te zetten. Maar de militaire wapenproducenten zijn ook daar nog steeds de bovenliggende partij.

Het boek levert veel diagnose en advies op hoofdlijnen. Al eerder haalde De Brabander het Actieplan ter Preventie van Gewelddadig Extremisme van de Verenigde Naties aan. Dit 22 pagina’s tellende VN-voorstel bevat wel gedetailleerde aanbevelingen, van veiligheid in gevangenissen tot aan een volwassen genderbeleid. Niettemin constateert de auteur dat hier weinig mee wordt gedaan en er vooral voor repressieve en militaire oplossingen wordt gekozen.

Geweren opbergen

Kern van het boek: ‘De militaire interventie politiek, het militariseren van de contraterreur, het verhogen van de oorlogsbudgetten in plaats van ontwikkelingsbudgetten en sociale investeringen zijn contraproductief gebleken. Het geweer moet niet van schouder veranderen, maar in de kast opgeborgen worden. Er moet ingezet worden op het vermijden van terreur door de grondoorzaken aan te pakken, met een veiligheidspolitiek die er echt een is. In ieders belang. Want zo kunnen we de terugslag in de vorm van terreur beter indammen. Zo kunnen we het ondermijnend karakter voor onze rechtstaat en bijbehorende vrijheden beter tegengaan.’

De manier waarop vluchtelingenstromen worden beheerst en gekeerd, de eindeloze stroom wapens naar het Midden-Oosten en Noord-Afrika, de steun aan autoritaire regimes, de onderdrukking van onwelgevallige stromingen. Het gaat allemaal door en in die zin belooft het boek zijn titel helaas waar te maken. Toch ziet De Brabander wel lichtpuntjes. Het conflict in Syrië zal uiteindelijk aan de onderhandelingstafel beslecht worden. Hij adviseert dan ook om de zuurstof voor de oorlog af te snijden: geen wapens, geen economische samenwerking en geen financiering.



titel  Oorlog zonder grenzen
auteur  Ludo De Brabander
uitgave  paperback (12,5 x 20 cm), 272 pagina’s
uitgeverij  EPO, 2016
isbn  9789462670716
prijs  € 22.50