Posts tonen met het label midden-oosten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label midden-oosten. Alle posts tonen

maandag 22 augustus 2016

Oorlog zonder grenzen

Met de koloniale opdeling van het Midden-Oosten en Noord-Afrika, energiehonger, steun aan autoritaire regimes, wapenleveranties en militaire interventies oogst het Westen haar eigen onveiligheid op straat. Volgens Ludo De Brabander moet het geweer terug in de kast.
    
door Martin Broek

Oorlog zonder grenzen van de Vlaamse vredesactivist Ludo De Brabander begint persoonlijker dan ik van de auteur had verwacht. ‘Een jonge vrouw die op een mooie zondagse lentedag naast mij liep op de parade van Hart boven Hard, een vrouw die opkwam voor warmte, solidariteit en vrede, is in kritieke toestand opgenomen in een Brussels ziekenhuis’, schrijft hij, ‘cijfers worden mensen.’ Het voorval vond plaats tijdens de terroristische aanslagen van maart 2016 in Brussel.

Bij het lezen van dit boek strijden verschillende gevoelens om voorrang. Het is bewondering voor de krachtige stellingnames en vergelijkingen die De Brabander hanteert en voor de goed gekozen duidelijke feiten die zijn verhaal onderbouwen. Het is tegelijkertijd verdriet om de schijnbare uitzichtloosheid van het leed in oorlogsgebieden en hun buurlanden, en verdriet om de vluchtelingen en afschuw van de militaire en repressieve aanpak die nu al een kwart eeuw faalt en toch dominant blijft.

Het boek scherpt de geest omtrent belangwekkende vragen als: wat drijft mensen om willekeurig onschuldige slachtoffers te maken, om te doden en te vernietigen; welke blinde woede, fanatisme, frustraties gaan hier achter schuil? De Brabander laat als eerste de Amerikaanse filosoof Noam Chomsky een antwoord geven. Die noemt als hoofdreden de interventie in Irak, de Saoedische vorm van de islam, het wahabisme, en het bombarderen van IS. Daarmee is de toon van het boek gezet.

Oorzaken terrorisme

Gewoonlijk wordt de vraag naar het waarom van het hedendaags terrorisme (bij ons) op drie manieren beantwoord. Een deel van de analytici benoemt de islam als oorzaak en reden. Het geweld zit nu eenmaal ingebakken in het geloof dat zich gedraagt als ideologie. Die platvloerse, domme en polariserende ‘analyse’ kom je in dit boek niet tegen. Niet voor niets nam de schrijver deel aan de Hart boven Hard parade, een Belgisch burgerinitiatief dat streeft naar verbinding.

Een andere school wijst op achterstanden en racisme. Het islamisme, en het sporadisch volgend extremisme, is in deze visie een dunne vernislaag om het eigen leven een identiteit te geven. Dat is beangstigend en hoopgevend tegelijk. De aanslagen in Brussel werden gepleegd door jonge criminelen zonder veel uitzicht. Een gewelddadige aanslag, gemotiveerd door een wereldbeeld dat de schuld legt bij het Westen, lijkt dan een zinvol einde aan het leven te kunnen geven. De Brabander gaat niet in op deze sociale en psychologische redenen in de boezem van onze eigen samenlevingen, waar mogelijk een deel van de oplossing besloten ligt. Hij merkt alleen op dat een repressieve aanpak van dit probleem weinig zinvol is.

Nee, in Oorlog zonder grenzen wordt een derde verklaring voor het hedendaagse terrorisme gegeven en behandeld die in het teken staat van de herkomst ervan. De auteur beschrijft de eindeloze oorlog en interventies van het Westen in het Midden-Oosten vanaf begin 19e eeuw tot nu. Deze uitleg maakt veel duidelijk over de boosheid die tot terrorisme leidt. In het boek komt bijvoorbeeld een paar maal de rol van Qatar en Turkije aan bod, overheden die samen wapenleveranties aan islamisten in Syrië voor hun rekening namen.

Deze bondgenoten van het Westen gooiden olie op het vuur in een conflict waarbij honderdduizenden sneuvelen, steden tot ruïnes worden geschoten, mensen worden verjaagd van huis en haard en haat een basis krijgt. Turkse journalisten die hierover schreven zijn in het Gülen-kamp onder gebracht en tot staatsgevaarlijke sujetten bestempeld. Qatar leverde ook militaire kennis en wapens aan het ontspoorde Libië. Het vergroot – om het zacht uit te drukken – niet het vertrouwen in ‘onze’ kant van het conflict.

‘Sinds de start van de oorlog tegen de terreur in 2001 vielen er in Irak, Afghanistan en Pakistan ruim 1,3 miljoen doden’, citeert De Brabander de website Body Count dat al jaren het aantal niet-westerse doden poogt te documenteren. Als je dan ook nog in het verdomhoekje zit als moslim, met of zonder HBO-diploma in Molenbeek of Huizen, dan is de stap naar een koekje van eigen deeg niet zo groot.

Meestal blijft het bij gedachten, soms wordt het praktijk. De verschrikkelijke beelden van de bombardementen die via internet of letterlijk ons voorgeschoteld worden, kan een volgende duw in de richting van terrorisme zijn. Dit nog afgezien van de benarde situatie waarin de Palestijnen zich bevinden die een beetje geholpen worden door het Westen, maar hard en onbestraft worden aangepakt door het zwaar door het Westen gesteunde Israël. Het conflict speelt een belangrijke rol in het boek.

Winston’s Hiccup

Het Sykes-Picot akkoord, de afspraak tussen Frankrijk en Groot-Brittannië uit 1916 over de verdeling van het Midden-Oosten, is een goed begin van de zoektocht naar de oorzaken van de woede onder moslims tegen het Westen. Het akkoord bestaat al een eeuw. Islamitische Staat (IS) introduceerde de hashtag #SykesPicotOver die via Twitter een berg interessante artikelen oplevert. De willekeurigheid van de grenzen, die tot op de dag van vandaag tot problemen leiden, is stuitend. De grens van Jordanië werd naar verluid bijvoorbeeld na een copieus diner en met een door een hik veroorzaakte zigzag getrokken, de zogenoemde Winston’s Hiccup.

Tijdens het interbellum stortten Frankrijk en Groot-Brittannië zich, zonder oog voor de wensen van de lokale bevolking, op het gebied. Een bloedige Franse bezetting van Damascus die 26 jaar zal duren, is daarvan een van de vele minder fraaie voorbeelden. Daadkracht en onzorgvuldigheid telt, niet de bevolking. Dit leidt bijna vanzelfsprekend tot verzet tegen de bezetters en die houding, dat gevoel, is ook vandaag de dag nog niet verdwenen. Geschiedenis heeft een lange adem.

Het stichten van de Palestijnse staat is een onderwerp op zich en ‘zorgt al een eeuw lang voor oorlog en geweld in het Midden-Oosten.’ Dat wil zeggen, sinds de Britse Balfour-verklaring van 1917 waarin een Joods nationaal tehuis werd toegezegd. Ook hier gaat het om westerse inmenging zonder veel oog voor de lokale bevolking. De grenzen tussen Palestina en Israël zijn nog steeds inzet van een van de meest invloedrijke conflicten in de wereld.

De hoeveelheid kolonisten in de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem is sinds de Oslo-akkoorden van 1993 opgelopen van 269.200 naar 800.000. Ook de woede daarover stuitert terug in de vorm van terrorisme in het Westen. Dat de helft van het aantal Amerikaanse veto’s in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties betrekking heeft op Israël, voedt het wantrouwen in de regio ten opzichte van Washington. Toch blijft De Brabander zakelijk als hij stelt dat de Amerikaanse politiek niet intrinsiek de steun aan Israël als reden heeft, maar stoelt op geostrategische gemaakte berekeningen door de VS.
Jordanië is, na Israël en Egypte, inmiddels het belangrijkste land voor Amerikaanse militaire steun. Die steun is een beloning voor het erkennen van een vredesakkoord met Israël in 1994. Tegenwoordig is Jordanië een spil in de aanvallen op Syrië en Irak. Voor die deelname moest veel druk worden uitgeoefend. De Jordaanse bevolking is niet zo geporteerd van de inmenging door de VS. Dat Jordanië ook een voorname afnemer van Nederlandse (en Belgische) wapens is, en betrokken in de oorlog tegen Jemen, wordt in het boek helaas niet vermeld.

Het is een verademing om een boek te lezen van iemand die niet meteen gaat voor de eenvoudige uitleg, maar aan buitenlandse politiek een zakelijke lading geeft. De Brabander valt ook niet voor het het olie-argument als hij schrijft over westerse drijfveren voor de politiek richting Midden-Oosten (al vergeet hij het ook niet). Hij noemt ook (geo)politiek profijt als reden. De VS legt onmiskenbaar zijn militaire bases rondom belangrijke geostrategische gebieden zoals de Perzische Golf, schrijft De Brabander.
Toch zou iets verder uitzoomen juist hier niet hebben misstaan. Dan zien we dat veel van die bases ook passen binnen de omcirkeling van China, een inzet met een veel grotere strategische betekenis voor de Amerikaanse politiek op lange termijn. En dan zien we ook dat er sprake is van controle over de oostelijke Middellandse Zee, de Rode Zee én de Perzische Golf.

Interne dynamiek

Met zijn goed onderbouwde uiteenzetting over westers wanbeleid in het Midden-Oosten legt De Brabander de oorzaak van het terrorisme vrijwel alleen bij het westerse optreden in de regio. De individuele terrorist wordt zo een creatie van de omstandigheden van buitenaf. ‘Organisaties als Al Qaida of de Islamitische Staat zijn onder meer het product van militaire interventies, wapenhandel, economische uitbuiting, steun aan autoritaire regimes, oliehonger, ja zelfs van de westerse koloniale geschiedenis die maar blijft nazinderen.’

Dat De Brabander niet ingaat op enige eigen dynamiek voelt ongemakkelijk aan. Alsof de enorme regio zonder buitenwereld niet bestaat. Dat ook regionale partijen zich kunnen misdragen en een rol spelen, komt marginaal aan bod, veelal dan ook weer in relatie met het Westen. De eerste stappen naar IS door Abu Musab al-Zarqawi worden beschreven, de man die niet alleen de bezettende macht wilde ondermijnen maar door aanslagen ook sektarisch geweld probeerde aan te wakkeren. Al-Zarqawi kwam in 2006 om het leven, maar de kiem voor IS is dan al gelegd.

Het laatste uitvoerige artikel van de in 2015 overleden Ed Hollands over het ontstaan van ISIS gaf mij meer informatie over de interne Iraakse dynamiek achter de creatie van het Kalifaat dan het boek van De Brabander. Wat ook nauwelijks besproken wordt is de rol van Rusland, met zijn eigen beleid en enorm grote wapenleveranties aan de regio.

Anderzijds is de nadruk die de auteur legt op de daden van het Westen niet geheel vreemd. Het is de omgeving waarin de schrijver actief is en waar het tij mede gekeerd kan worden. Opvallend daarbij is dan weer wel dat De Brabander de nadruk veel minder legt op West-Europa in verhouding met de VS. Het hoofdstuk over het optreden van Washington in het Midden-Oosten beslaat bijna een derde van het boek. De VS wordt neergezet als de kwade genius, een rol die ze na de Tweede Wereldoorlog heeft overgenomen van de Fransen en de Britten. Het is het land dat (militaire) interventies start en stuurt.

In die zin is de VS inderdaad een kwade genius met een machtspolitiek die weinig tot geen rekening houdt met de bevolking van landen die naar haar mening VS-belangen schenden. De Brabander draagt voor die stelling een karrenvracht onderbouwingen aan. Er valt wat te zeggen voor die nadruk: de VS is de enig overgebleven supermacht en de militaire bondgenoot van Brussel.

Maar daarmee komt België er bekaaid af. In het boek wordt kort aangestipt dat België gretig deelnam aan wapenleveranties aan Libië voordat Khadaffi uit uit de gratie viel, Frankrijk militair steunt sinds de aanslagen in Parijs van 2015, een aantal antiterrorismemaatregelen invoerde die de aanslagen van maart 2016 niet konden voorkomen en de bombardementen in beurtrol met Nederland uitbreidde van Irak naar Syrië. Maar naast Washington is alles bijzaak.

Vraagtekens

Het boek lezen met zelf geformuleerde vraagtekens kan nooit kwaad. De Brabander merkt op dat China een klein deel van de Iraakse olie heeft gekregen om de overheid stil te houden. Maar het gaat over meer dan een ‘stukje’. China neemt de helft van alle Iraakse olie af en heeft een stevige infrastructuur opgezet voor de uitbating ervan, zie bijvoorbeeld de rapportages in The New York Times en Fortune. Het kleiner maken van de invloed van anderen dan de VS is ook wel eens hinderlijk.

Het hoofdstuk over de Arabische Lente in Egypte vangt De Brabander aan met straatverkoper Mohamed Bouazi die zichzelf in brand stak. Het is bijna de standaard opening van artikelen en documentaires over de memorabele lente die veranderde in een verschroeiende zomer. Het valt me tegen dat dit ook in dit boek gebeurt, want de vonk is niet belangrijker dan het kruitvat.

Dat vat is namelijk gevuld met de weerzin onder de bevolking tegen een politiek die hen ringeloort en uitperst. Het vat is gesmeed door het jarenlang organiseren van mensenrechten-, vrouwen- en milieuorganisaties, vakbonden en (clandestiene) partijen. Die organisatie en het politiek protest komen later wel aan bod, maar het beeld van het individu dat in zijn eentje de Arabische Lente doet ontbranden, is inmiddels vaak genoeg neergezet en ontneemt het zicht op een veel groter geheel.

De achtergronden van de Egyptische revolte van 2011 worden door De Brabander mager geschetst. De rol van het kapitaal bij de val van Moebarak komt bijvoorbeeld niet aan bod, noch dat oorlog tussen veiligheidsdiensten en leger. Nu zitten er vele kanten aan de oorlog zonder grenzen dat er altijd wel iets ontbreekt. En De Brabander heeft een duidelijke focus, de door de Amerikanen geleide interventies komen terug in onze eigen straten. Maar ook hier gaat dat ten koste van de interne dynamiek.

Bombardementen

Veel experts delen de mening dat de bombardementen op IS in Syrië en Irak contraproductief zijn. Ook terrorisme-expert Beatrijs de Graaf beschouwt ze als zinloos en mogelijk als opmaat voor een volgende, nog gewelddadiger lichting terroristen. Noam Chomsky stelt in het begin van het boek al dat de bombardementen een van de redenen zijn voor het terrorisme.

De Brabander noemt ze de kwaal die tot remedie is verheven en geeft herhaaldelijk aan dat de hele oorlog tegen terreur een groot falen is. Hij doet dit bijvoorbeeld met de volgende cijfers: het aantal aanslagen is van 199 in 2002 toegenomen tot 13.500 in 2014. Het beleid leidt dus tot meer terreur. Het boek staat vol van dergelijke wetenswaardigheden, maar het barst er niet van uit zijn voegen.

De centrale stelling in het boek is dat de oorlog van twee kanten komt. De oorlogen in het Midden-Oosten hebben ook hier hun uitwerking. Extremisten slaan namelijk hard terug om de strijd een globaler karakter te geven. Zolang het Westen blijft huishouden in het Midden-Oosten, zolang het bommen blijft gooien en de Palestijnen blijvend worden onderdrukt en dictators gesteund, zal het geweld zich als boemerang tegen ons keren.
Maar trapt De Brabander hier niet in de val die incidenten – hoe gruwelijk ook – tot structuur verheft? Want laten we wel wezen, het aantal Europese doden door de hedendaagse terreur ligt nog altijd lager dan in de jaren ’70 en ’80 als gevolg van aanslagen door een scala aan gewelddadige organisaties. Dit schrijf ik niet om de huidige islamitische aanslagen te bagatelliseren – het zal je maar treffen – of ze met elkaar op één lijn te scharen, maar om ze in context te plaatsen en iets minder verhit te beschouwen.

Remedies voor oorlogen

Welke remedies draagt De Brabander aan om oorlogen in het Midden-Oosten en de huidige terreurgolf in het Westen tegen te gaan? Naast het beëindigen van militaire interventies komt hij met het volgende. De oorlog in Afghanistan kostte de VS 687 miljard dollar, vergelijkbaar met 34 maal het Afghaanse Bruto Binnenlands Product. Het resultaat van deze investering is dat het conflict nog steeds voort woekert. Als een deel van dit bedrag ingezet zou zijn om economische en sociale ontwikkeling te stimuleren dan was vrijwel zeker meer bereikt. De Brabander levert een pleidooi voor verschuiving van inzet van militaire middelen naar sociaaleconomische steun.

Het boek sluit af met een verklaring van vredes- en mensenrechtenorganisaties uit Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De oplossingen die hierin zijn opgenomen: beëindiging van oorlogen, militaire bezettingen en invasies; in plaats daarvan toegewijde diplomatieke initiatieven en aanzienlijke steun aan lokale vredesbewegingen; respect voor geloofsovertuigingen en diversiteit van mensen; verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en de toegang tot cultuur; de bevordering van een inclusief bestuur; het overwinnen van armoede; de aanpak van mondiale onrechtvaardigheid; op rechten gebaseerde bilaterale betrekkingen; volledige stopzetting van wapenhandel naar landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Het is een opdracht zonder grenzen die De Brabander via deze verklaring aan ons meegeeft. Onderweg naar dat ideaalbeeld moet nog wel het een en ander georganiseerd worden. Hoe wordt bijvoorbeeld de wapenhandel naar de regio Midden-Oosten gestopt? Het lijkt er thans op dat enkel in Groot-Brittannië een vredesbeweging actief is om dit blijvend op de politieke agenda te zetten. Maar de militaire wapenproducenten zijn ook daar nog steeds de bovenliggende partij.

Het boek levert veel diagnose en advies op hoofdlijnen. Al eerder haalde De Brabander het Actieplan ter Preventie van Gewelddadig Extremisme van de Verenigde Naties aan. Dit 22 pagina’s tellende VN-voorstel bevat wel gedetailleerde aanbevelingen, van veiligheid in gevangenissen tot aan een volwassen genderbeleid. Niettemin constateert de auteur dat hier weinig mee wordt gedaan en er vooral voor repressieve en militaire oplossingen wordt gekozen.

Geweren opbergen

Kern van het boek: ‘De militaire interventie politiek, het militariseren van de contraterreur, het verhogen van de oorlogsbudgetten in plaats van ontwikkelingsbudgetten en sociale investeringen zijn contraproductief gebleken. Het geweer moet niet van schouder veranderen, maar in de kast opgeborgen worden. Er moet ingezet worden op het vermijden van terreur door de grondoorzaken aan te pakken, met een veiligheidspolitiek die er echt een is. In ieders belang. Want zo kunnen we de terugslag in de vorm van terreur beter indammen. Zo kunnen we het ondermijnend karakter voor onze rechtstaat en bijbehorende vrijheden beter tegengaan.’

De manier waarop vluchtelingenstromen worden beheerst en gekeerd, de eindeloze stroom wapens naar het Midden-Oosten en Noord-Afrika, de steun aan autoritaire regimes, de onderdrukking van onwelgevallige stromingen. Het gaat allemaal door en in die zin belooft het boek zijn titel helaas waar te maken. Toch ziet De Brabander wel lichtpuntjes. Het conflict in Syrië zal uiteindelijk aan de onderhandelingstafel beslecht worden. Hij adviseert dan ook om de zuurstof voor de oorlog af te snijden: geen wapens, geen economische samenwerking en geen financiering.



titel  Oorlog zonder grenzen
auteur  Ludo De Brabander
uitgave  paperback (12,5 x 20 cm), 272 pagina’s
uitgeverij  EPO, 2016
isbn  9789462670716
prijs  € 22.50

zaterdag 21 juni 2014

Gouden Driehoek van de Defensie Industrie Strategie


Begin juni van dit jaar publiceerde de Associated Press een artikel over "de grotere landen die goed zijn voor het leeuwendeel van de Europese defensieuitgaven." Nederland was er daar een van, samen met Verenigd Koninkrijk (VK), Frankrijk, Duitsland, Italië, Polen en Spanje. Al deze landen steunen hun wapenindustrie om hun nationale strijdkrachten te versterken. In een tijd van krimpende defensiebudgetten zijn innovatieve industriële producten nodig om een militaire voorsprong te behouden.

Illustratie: Prioritaire technologie: geavanceerde materialen. bron

Het Nederlandse Ministerie van Defensie heeft net als het VK en Frankrijk wapentechnologieën uitgekozen die de prioriteit krijgen bij het ontwikkelen van een militaire industrie. Duitsland werkt al geruime tijd met een zogenaamde Gouden Driehoek tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen om de defensie-industriële basis te verstevigen. Die aanpak heeft Nederland onlangs overgenomen. Het Verenigd Koninkrijk heeft centra voor technologie-ontwikkeling aangewezen en reserveert een deel van het materieelbudget voor R&D. Spanje heeft zijn la Política de Armamento y Material, waarin alle materieelbeleid is gegroepeerd onder een staatssecretaris. Polen verklaarde onlangs dat het de ondersteuning voor de wapenindustrie zal vergroten. Een van de missies van de Italiaanse Segretariato Generale della Difesa e Direzione Nazionale degli Armamenti (SG/DNA) is het ondersteunen van de militaire industrie om 'effectief en wereldwijd te kunnen concurreren.' Sinds 2007 heeft de Nederlandse overheid een beleid om de defensie-industrie te ondersteunen, met de zogenaamde Defensie Industrie Strategie (DIS).

Op 11 juni bespraken de ministers van Defensie en Economische Zaken een geactualiseerde DIS met het parlement. Het was niet bepaald de trending topic van de dag; slechts 3 parlementariërs waren er voor gekomen. Alle deelnemers, op één na (Günal-Gezer, PvdA) waren lid van de VVD, met inbegrip van de ministers. Geen enkel lid van de oppositie was aanwezig.

Deze magere opkomst laat zien dat de meeste Parlementariërs de Nederlandse wapenindustrie als een irrelevant onderwerp zien. Zolang de strijdkrachten tegen niet al te hoge kosten hun werk doen, is het een onderwerp waar ze zich niet mee bemoeien. De defensie-industrie is vrij klein (12.000 arbeidsplaatsen) en de de overheid houdt in de gaten of het goed loopt, zo wordt blijkbaar gedacht. Het hebben van een wapenindustrie lijkt door de meeste parlementsleden te worden gezien als een managementvraagstuk.

Dit is echter een misverstand. De defensie-industrie is wel degelijk relevant, niet in de eerste plaats om economische redenen, maar vooral omwille van de internationale veiligheid. Daarbij komt dat de vermenging van economische en veiligheidsbelangen een riskante zaak is. Volgens het DIS moet Nederland de defensie- en veiligheidsindustrie eerder in het verwervingsproces uitnodigen; zelfs vóór de daadwerkelijke voorstellen voor aanschaf. De keuze moet dan worden gedaan samen met partners uit de industrie. Dit hoewel wordt erkend dat de wapenindustrie bekend staat om de 'conspiracy of optimism,' waarbij de kostenramingen bewust laag worden gehouden. De nadelen van een dergelijke samenwerking wordt tot in details uitgewerkt door William Hartung in zijn boek Prophets of War, over het beleid van Lockheed Martin. Het is verbazingwekkend dat, terwijl alle indicatoren laten zien dat het moeilijk is om de wapenfabrikanten aan de leiband te houden als het om kosten gaat dat de Nederlandse overheid die industrie een belangrijke positie in het besluitvormingsproces te geven. Ter geruststelling: Defensie blijft leidend bij wapenaankopen.

De DIS brengt tegenstellingen in het Nederlands beleid ten aanzien van wapenproductie en wapenhandel aan het licht. Normaal gesproken is de Nederland overheid vrije markt kampioen, maar niet wanneer het gaat om de wapenindustrie. In het verleden was een groot deel van de Nederlandse defensie-productie afhankelijk van zogenaamde offsetdeals (bestellingen direct of indirect verbonden met wapen bestellingen in het buitenland). Toen de
Europese Commissie besloot dat deze niet meer gewenst waren, vond de Nederlandse overheid de 'industriële participatie' uit (die meer dan 60 procent van de waarde kan zijn) bij de aanschaf van wapens. De naam is anders, maar heeft een grote gelijkenis met offsetproductie. De overheid maakt bovendien gebruik van de uitzondering op de vrijemarktregels voor militaire goederen binnen de EU (art. 346 van het EU-Verdrag) om de Nederlandse wapenfabrikanten te verdedigen tegen concurrenten. Volgens de Regering wordt Nederland gedwongen om dit te doen, omdat andere landen hun wapenindustrie ook steunen. De Nederlanders beschouwen zichzelf slechts als een 'smart follower'.

Naast het ondersteunen van de wapenindustrie via het Commissariaat Militaire Productie (onderdeel van Economische Zaken) wordt binnen de DIS benadrukt dat de overheidssteun voor de wapenindustrie ertoe leidt dat meer wapens op de internationale markt kunnen worden verkocht, omdat dit afgeleiden zijn van wapensystemen die eerst worden geproduceerd voor de binnenlandse markt. Bovendien werkt een thuismarkt als launching customer; bij binnenlandse afname stijgt nl. het vertrouwen bij buitenlandse klanten.

Tussen de 55 en 70 procent van alle Nederlandse militaire productie wordt geëxporteerd. De DIS is gericht op de wapenbazaars in Azië, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika. "Daarnaast past deze opkomende economieën dat zij hun belangen ook beter militair willen verdedigen. Hierdoor is een sterke militarisering van Azië (rondom de Indische Oceaan) en ook het Midden-Oosten aan de gang,” zo wordt in een rapport gesteld dat als voorbereiding op de DIS is geschreven.

Terwijl de Europese markt licht krimpt en Amerikaanse bedrijven hierop steeds meer binnendringen (vanwege slinkende Pentagonbudgetten) groeien met name in Azië de wapenaankopen. De wapenwedloop in Azië begon al in de jaren tachtig van de vorige eeuw en is nu van start op volle gang. Hetzelfde lijkt gaande te zijn in het Midden-Oosten. Je moet daarbij wel bedenken dat de militaire budgetten van de VS en de EU samen goed zijn voor meer dan de helft van die uitgaven in 2017 aldus een IHS Jane's voorspelling.

In plaats van een besef dat militarisering een gevaarlijke ontwikkeling is die tot zorgvuldigheid en terughoudendheid noopt, ziet de Gouden Driehoek het juist als een kans voor de export. Dit is niet in overeenstemming met een verantwoorde controle op de wapenuitvoer, waarbij veiligheid het primaat zou moeten hebben. Bij wapenexporten moet economische winst zeker niet de drijvende kracht zijn. Een verantwoord veiligheidsbeleid en een op winst gedreven wapenexportbeleid zijn daarom een slechte mix. Wapenfabrikanten moeten juist ver van de besluitvorming over wapenaankopen en -verkopen worden gehouden.

Martin Broek
Engelstalige versie voor Stop Wapenhandel

woensdag 23 februari 2011

Voorwoord bij Rapport: wapenexportvergunningen

naar Arabische landen en Iran 2004-2009
Van de doorvoer van kogels en granaten tot de verkoop van peperdure marineschepen

 Op verzoek van RTL-Nieuws

In de Arabische wereld komen mensen de straat op voor meer invloed, afscheid te nemen van oude leiders, uit woede en frustratie rond het gebrek aan werk, het miskennen van religieuze stromingen en tegen de repressieve regimes. Dit rapport komt dicht bij wat ik dacht te moeten maken als reactie hierop.

Het bevat een overzicht van wapenleveranties aan landen in de regio. Om preciezer te zijn van wapenexportvergunningen die de overheid verstrekte. Dus voor die leveranties die zij goed achtte. Het bevat ook overzichten van doorvoerleveringen.
Dat zijn leveringen die via Nederlandse lucht- of zeehavens zijn vervoerd naar
hun eindbestemming. Alles bij elkaar is het een vreselijke hoeveelheid.

Het is nog niet eens alles. Er zijn nog zogenaamde dual-use vergunningen. Dat zijn vergunningen voor technologie en stoffen met zowel een civiele als militaire toepassing. Het kan gaan om speciale camera’s om paleizen te bewaken, om
beeldversterkeres om ook ’s nachts vijanden waar te kunnen nemen of om
chemicaliën die gebruikt kunnen worden voor gifgassen. (Al zal dat laatste sporadisch voorkomen.) Libië kocht bijvoorbeeld een rondzoekradar.

Er is nog een deel dat ontbreekt. Hier gaat het om de componenten die in Nederland worden gemaakt voor de F-16, de Apache gevechtshelikopter en de C-17 Globemaster. Dat zijn wapens waar in veel gevallen Nederlandse componenten zijn ingebouwd. Die
componenten zitten verstopt in de lange lijst met militaire goederen die naar de VS
lijken te worden geëxporteerd. Wij zien het niet en de Nederlandse overheid laat het aan Washington over wat er mee gebeurd.

Dit is geen volledig rapport. Het zijn vooral tabellen met hier en daar een verdwaald woord. Toch is enige duiding noodzakelijk. De tabellen zijn ereenvoudigd. Ze zijn gebaseerd op maandrapporten die al jaren worden gemaakt door het ministerie van Economische Zaken. Deze maandrapporten hebben 15 kolommen. Ik heb er voor het overzicht een aantal verwijderd.

Waar ik niet heb vereenvoudigd is in het opnemen van de hoeveelheid vergunningen. De Campagne tegen Wapenhandel neemt alleen definitieve, niet-verlengde, niet-vervangen of geen reparaties in zijn jaarrapporten op. Dat is helder, maar daardoor mis je ook informatie. Het is van belang om op de hoogte te zijn van de laatst verstrekte vergunning en ook reparaties kan je zien als een extra leverantie. Dit betekent dat de bedragen die genoemd worden niet opgeteld mogen worden. Er zijn wel totaal bedragen per jaar, per land te vinden op de vorige pagina.

Toelichting bij de tabellen (op de site van RTL)

Exportvergunningen
Datum: vergunning verstrekt
Omschrijving: spreekt voor zich. Doorgaans ook status van een vergunning (verlenging of retour na reparatie vermeld, vervanging) vermeld.
Bestemming (Eind): de uiteindelijke klant van de militaire goederen.
Oorsprong: Waar is het wapen gemaakt. De exporten vinden allen plaats uit Nederland.

Doorvoer
Datum: doorvoer datum
Omschrijving: spreekt voor zich. Doorgaans ook aantal.
Bestemming (Eind): de uiteindelijke klant van de militaire goederen.
Herkomst: Waar komen de goederen vandaan.

Via: Hoe en waar verlaten ze Nederland

Martin Broek
Journalistiek onderzoek
www.martinbroek.nl
Broekstukken.blogspot.com

Dit zijn de exportcijfers zoals gegeven in de rapporten van het ministerie van Economische Zaken. Hierin zitten niet de tijdelijke vergunningen/retour-na-reparaties.

vrijdag 14 januari 2011

Wapenhandel in de tweede helft van 2008; Saoedi-Arabië

Gelegen in een grote zandbak zwaaien islamisten van een kwalijk allooi er de scepter. Oliedollars gaan de wereld over om religieuze bondgenoten in de vreemde te steunen. Je zou zeggen: Saoedi-Arabië is speerpunt nr. 1 in de strijd tegen religieus fanatisme en voor democratie en vrouwenrechten. Dat is echter te simpel.

Saoedi-Arabië heeft een nogal tweeslachtig karakter. Die positie in de wereld van geld, macht en internationale politiek is prachtig samengevat in ‘De Loopgraaf’, een deel in de trilogie ‘Steden van Zout’ van Abdelrahman Munif, over de ontstaansgeschiedenis van het land.* De les: “hoe belangrijker een land wordt hoe minder het zijn eigen politiek kan bepalen,” wordt door de elite in Saoedi-Arabië goed verstaan. Het is daarom ook een bondgenoot van het Westen. Het staat toe dat Amerikaanse militairen er gelegerd zijn; en het koopt zijn wapens op de Westerse markt.

Jaap de Hoop Scheffer in zijn functie van minister van Buitenlandse Zaken was niet gecharmeerd van die wapenleveranties. Toch gaan ook in 2008 gaan weer wapens naar Ryad. Een aantal keren gaat het om radaronderdelen en ook gaan delen voor juist een vliegsimulator naar Saoedi-Arabië. Die laatste gaan via Engeland, waar de simulator waarschijnlijk wordt geassembleerd.

Andere landen in het Midden-Oosten en de Arabische wereld die uit Nederland wapens ontvangen zijn: Egypte, Israël, Jordanië, Libië, Oman, Qatar, Turkije, Verenigde Arabische Emiraten en Oman. Dat laatste land ontvangt in financiële omvang de grootste levering: Onderdelen voor een commandosysteem ter waarde van 87 miljoen euro.

land Wapensysteem miljoen euro
Venezuela Radarsystemen 256
  Portugal  Fregatten  240
 Duitsland  Programmatuur en technologie voor pantservoertuigen  100
 Griekenland  Vuurleidingsradar  95
 Bron: Maandrapportages militaire goederen 2008 juli-december


* Een Nederlandse vertaling van het boek door Abdurahman Munif is er gek genoeg nog steeds niet.

woensdag 12 augustus 2009

Wapenhandel = machtspolitiek; ook voor Nederland geldt dit steeds meer

Nederlandse wapenhandel jaagt in twee regio’s de spanningen op: in het Midden-Oosten en in Zuid-Amerika. Begin jaren negentig was er veel aandacht voor het zogenaamde cascadingeffect bij wapenverkopen. Het lijkt inmiddels op de koop toegenomen te worden dat wapens van hand tot hand gaan en als ongecontroleerde voetzoekers de spanningen in de wereld vergroten.


A Royal Netherlands Air Force F-16 Fighting Falcon aircraft receives fuel from a KC-135R Stratotanker during a mission over Afghanistan, May 28, 2008. The KC-135R is assigned to the 22nd Expeditionary Air Refueling Squadron, 376th Air Expeditionary Wing, deployed from Fairchild Air Force Base, Wash. U.S. Air Force photo by Master Sgt. Andy Dunaway

Ecuador

Chili verkoopt zestien jachtvliegtuigen aan het door de linkse Correa geregeerde Ecuador. Het gaat om opgelapte Mirages 50M, de zogenaamde Panters.1 De reden dat Chili van zijn Panters af moet is dat het in Nederland F-16’s kocht.
De Nederlandse bommenwerpers drongen de Mirages bij wijze van spreken uit de Chileense luchtmacht naar Ecuador. Dit is waarschijnlijk een ongewenst bijeffect van de levering aan Santiago.
De Mirage is een Frans product. Dat komt goed uit, want voor een levering van een Amerikaanse bommenwerper had Washington een stokje gestoken. Tussen beide landen Ecuador en de VS botert het allerminst.

In dit verband is het vooral het in november 2009 aflopende huurcontract voor de luchtmachtbasis in Manta opvallend. De Amerikanen mogen blijven, zo stelde de Ecuadoraanse president - met een bijtend gevoel voor humor tijdens zijn verkiezingscampagne - als Ecuador een luchtmachtbasis in Miami mag bouwen.

De Congressional Research Service noemt de politieke gang van zaken in Ecuador zorgwekkend. Dat heeft te maken met: - de relaties met Colombia (waar de regering Obama de VS een steviger militaire positie wil geven en daarmee bijna heel Zuid-Amerika tegen zich in het harnas jagen),
- de oorlog tegen de drugs. Ecuador grenst aan Colombia en is doorvoerhaven voor cocaïne en wil binnenlandse cocaverbouw niet aanpakken.
- dat Ecuador geen vrijhandelsakkoord met de VS wil tekenen.
- en ook het al genoemde aflopen van de overeenkomst over de luchtmachtbasis in Manta.

Jordanië

Nog meer Nederlandse F-16’s kregen onlangs een nieuwe bestemming. Eind juli vlogen zes F-16’s uit Leeuwarden naar een luchtmachtbasis bij Amman. Jordanië kocht de in Nederland overbodig geworden F-16’s in 2007. Daarnaast kocht het vliegtuigen van hetzelfde type in België.2 De leveringen moeten gezien worden in het kader van de Amerikaanse Midden-Oosten politiek, waarbij Jordanië een steeds belangrijker bondgenoot wordt. De dip van 1990/91 – toen Amman neutraal bleef tijdens de eerste Golfoorlog – is allang vergeten. In 2008 krijgt Jordanië 257 miljoen euro aan economische steun en 212 miljoen euro aan militaire hulp3, op een Defensiebegroting van bijna 1,4 miljard een aanzienlijk bedrag.
De Belgische en Nederlandse F-16’s zullen gemoderniseerd worden. Mogelijk zelfs met de nieuwste versie van de zogenaamde AMRAAM raket van wapengigant Raytheon. Ook daar zal een bijdrage voor gegeven worden in het kader van het Foreign Military Financing (FMF) programma, zo verwacht Mustafa Alani, een onderzoeker van het Gulf Research Center.4 Jordanië wordt zo langzamerhand uitzonderlijk zwaar bewapend, voor een klein en niet zo rijk land.

Brazilië

Daar waar bommenwerpers worden aangeschaft worden de oude vaak verkocht. Brazilië heeft in 2008 elf in Jordanië overbodig geworden NF-5's op gekocht. In 2011 worden ze opgeknapt door Embraer (IDR feb 2011, p. 26) Verwacht werd dat ook het roerige Kenia naar verwachting de overige in Jordanië overbodig geworden NF-5 Freedom Fighters overneemt.

Wat niet mag

De Nederlandse Defensiebegroting wordt flink gespekt met de verkoop van tweedehands wapens. De overheid is zelfs Nederlands grootste wapenexporteur. Die overheid zal niet bereid zijn deze financiële meevallers op te geven. Niet door constructieve dialoog, ludieke acties of petities. Een heel enkele keer gaat een levering op grond van de gedragscode wapenuitvoer niet door. Doorgaans wordt er gebruik van gemaakt dat die codes voor meerdere uitleg vatbaar zijn en een levering altijd kan doorgaan. Wapens leveren mag. Om dit nog gemakkelijker te maken is de overheid bij tweedehands leveringen zelfs haar eigen controleur. De oppositie tegen wapenhandel kiest voor het informeren en overleg. Nodig is echter het organiseren van politieke druk en confrontatie. Want wat mag is niet altijd goed.

Martin Broek

Noten:
1) Bij het oplappen werd gebruik gemaakt van kennis en technologie van Israel Aerospace Industries (IAI). Zie: Ecuador buys ex-Chilean Air Force Mirages, Jane’s Defence Weekly 5 augustus 2009, p. 8.
2) Op dit moment onderhandeld het over nog eens negen Belgische F-16’s. Zie: Jordan seeks to acquire US AMRAAM package, Jane’s Defence Weekly 12 augustus 2009, p. 16.
3) Idem.
4) Idem. AMRAAM staat voor Advanced Medium Range Air-to-Air. Het FMF is een verkapte subsidie stroom aan de Amerikaanse wapenindustrie die de landen die FMF ontvangen wapens levert. Jordanië komt al na Israël en Egypte als belangrijkste ontvanger.

Update 9 februari 2011.