Posts tonen met het label amsterdam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label amsterdam. Alle posts tonen

vrijdag 29 mei 2015

Tom Enders, CEO: 'Als je meer wilt weten over Saudi-Arabië moet je bij British Aerospace zijn.'

Aandeelhoudersvergadering Airbus, 27 mei 2015, Amsterdam: De jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van Airbus in Amsterdam is een wonderlijk evenement van grijze mannen met dassen, zoals Manfred Bischoff – een van de oprichters van Airbus Defence – en Jean Claude Trichet - president van de Europese Centrale Bank van 2003 tot 2011. Deze dure mannen hebben eigenlijk geen enkele rol tijdens de aandeelhoudersvergadering. Ze doen de hele middag niets, behalve luisteren naar informatie die ze al kennen. Het zijn bestuurders van Airbus, en binnenkort krijgen ze gezelschap van de Spaanse Ms. Martinez, die de tweede vrouw wordt in een bestuur van elf.

Het is ook een wonderlijk evenement omdat het handelt over zestig miljard dollar per jaar en een complete vloot aan raketten, vliegtuigen en helikopters. En over wereldleider worden op het gebied van satellietlancering in de komende tien jaar. Het M400A transportvliegtuig is nooit ver weg tijdens de vergadering, als gevolg van de crash kortgeleden tijdens een testvlucht in de buurt van Sevilla. Vier bemanningsleden kwamen om en twee raakten ernstig gewond. Waarom het vliegtuig is gecrashed is nog niet duidelijk. Airbus heeft een idee maar wacht nog op informatie van de Spaanse overheid. Zal het invloed hebben op de resultaten van Airbus Defence and Space, vraagt een aandeelhouder (11% van de totale Airbus winst komt uit dit deel van het bedrijf). We verwachten voorlopig van niet, is het antwoord.

Het andere grote onderwerp is de ondertekening van een Memorandum of Intent door de ministers van Duitsland, Frankrijk en Italië en Airbus, Dassault en Finmeccanica, om mogelijkheden te onderzoeken voor de ontwikkeling van een Europese Multi Attitude Long Endurance (MALE) drone. 'Alweer een studie' verzucht CEO Tom Enders. 'Maar dat is wat ze willen.' 'Wordt dit programma financieel ondersteund door de regeringen?' een Duitse aandeelhouder voor de veertig vredesdemonstranten die buiten staan. 'Zonder overheidssteun geen defensiemarkt' antwoord Enders.

Zoals verwacht krijg ik geen antwoord op mijn vraag over het gebruik van het Eurofighter Typhoon gevechtsvliegtuig in Jemen. Volgens de Britse pers gebruiken de Saudi's de Eurofighters bij het bombarderen van Jemen. 'Zijn de Saudi's tevreden met de prestaties van het vliegtuig?' is mijn vraag. 'We geven geen operationele informatie over onze klanten,' antwoord Airbus CEO Enders. 'Is de Eurofighter aangepast voor het afwerpen van CBU-105 bommen?' vraag ik, want resten van deze clustermunitie zijn gevonden in Jemen. Enders antwoord: 'Zover ik weet zijn de Eurofighters hier niet geschikt voor gemaakt, want het gebruik van clustermunitie is verboden in de landen waar de Eurofighter wordt gebouwd.' Maar als ik meer wil weten: 'ga naar British Aerospace, zij zijn voor Saoedi Arabië verantwoordelijk.' Dus hoewel Airbus voor 46 percent eigenaar is van het Eurofighter consortion, schuift het de verantwoordelijkheid van zich af.


De tongue-in-cheek arrogantie van een captain of industry met 138.000 werknemers (waarvan negentig procent in de EU) toonde zich al eerder toen Enders zijn ergernis uitsprak over het feit dat hij moest vertellen over ontwikkelingen in 2014 op een vergadering in mei 2015, omdat de Nederlandse wet dat vereist. Hij zou niet mogen klagen. Dankzij diezelfde Nederlandse wet geniet zijn internationale bedrijf een erg voordelig belastingtarief.

Tijdens de stemronde werden de meeste resoluties door 98-99 procent van de kiesgerechtigden gesteund. Op onderwerpen als de aandelen en salarissen van de directie kwamen wat meer kritische stemmen. Grote oppositie bestond echter tegen de benoeming van de Spaanse Ms. Martinez tot directielid. De Spaanse regering had eerste een andere kandidaat in gedachte, maar dat bleek Belen Romana te zijn “voormalig hoofd van Spanje's ‘bad bank’ Sareb” volgens de Irish Times. Niet de handigste kandidaat, maar het vrouwelijk alternatief stuitte op weerstand. 44 Procent stemde tegen haar benoeming. Toen ze toch gekozen werd stak Tom Enders triomfantelijk zijn vuist in de lucht.


Bij het verlaten van de vergadering werd ik aangesproken door een van de andere aandeelhouders, die vroeg of de vergadering me bevallen was, gezien het feit dat ik de enige was die kritische vragen stelde over de oorlogsproductie. Ach, het zou leuk zijn geweest als er meer kritische vragenstellers waren geweest, maar voor mij was het een middag waarop ik een glimp kon opvangen van een wereld waarover ik normaal gesproken alleen lees en schrijf. De man vertelde ook dat Tom Enders vorig jaar een lang antwoord had voorbereid voor kritische aandeelhouders. De aandeelhouder sprak de hoop uit dat er volgend jaar meer kritische vragenstellers zouden zijn.


redactie en vertaling Wendela de Vries


donderdag 28 mei 2015

AGM Airbus, May 27 2015, Amsterdam; Tom Enders CEO: 'If you want to know more on Saudi Arabia, go to British Aerospace.'

The annual shareholders meeting of Airbus in Amsterdam is a wondrous event of grey men with ties, such as with Manfred Bischoff – one of the founding father of Airbus Defence – en Jean Claude Trichet - president of the European Central Bank from 2003 to 2011. These very expensive men have no role during the shareholders meeting. They are doing nothing the whole afternoon, except listening to a meeting with no new information for them. Both are board members. They will be joined by the Spanish Ms. Amparo Moraleda Martinez. She is the second women in a board of eleven.

It is also a wondrous event because it is dealing with sixty billion Euro annually and a complete fleet of missiles, planes and helicopters every year. It is also dealing with becoming the world leader for satellite launching in the coming ten years and beyond.

The M400A transport plane is never far away in the meeting, due to the crash of one such a plane less than three weeks before during a test flight near Sevilla. Four crew members where killed and two severely wounded. Why the plane crashed is not yet clear. Airbus has its hypotheses but is waiting for information held by the Spanish government. Will it influence the results of Airbus Defense and Space, one of the shareholders wants to know, 11% of total Airbus revenues come from that division, 'we expect not that much,' is the answer.

The other topic raised by shareholders is the signing of a Memorandum of Intent earlier this week by the defence ministers of Germany, France and Italy and Airbus Defense and Space, Dassault Aviation and Finmeccanica, to conduct a study which has to lead to a decision on whether or not to develop a European Multi Attitude Long Endurance (MALE) drone. 'A next study,' CEO Tom Enders complains. 'But they want it.' 'Is this programme supported by governments,' a German shareholder asks on behalf of one of the peace demonstrators outside. 'Without government support no defence market,' Enders replies.
As expected I got no answer to my question on the use of the Eurofighter Typhoon aircraft in Yemen. British press reported that the Saudi's employed the Eurofighters in bombing raids on Yemen. 'Were the Saudi's satisfied with its performance?' was my question. 'We give no operational information on our clients,' replies Airbus CEO Enders. 'Is the EFA adapted to drop CBU-105 bombs, which are in the inventories of Saudi Arabia?' I asked, because remains of those cluster ammunition was found in Yemen. Enders replied: 'As far as I know none of the EFA's is adapted for this, because the use of cluster ammunition is forbidden in the producing countries.' He had no idea about Saudi Arabian inventories he says and if I wanted to know more 'go to British Aerospace, they are responsible for Saudi Arabia.' So although Airbus has a 46 percent ownership of the Eurofighter consortion, responsibility is swept off the table.


The tongue-in-cheek arrogance of a captain of industry employing 138.000 people (of which ninety percent in the EU) showed when Enders wondered about the fact that had to talk about developments in 2014 in a meeting in May 2015, because Dutch law makes this mandatory. Although it makes some sense he should not complain however. The same Dutch law provides him with very favourable tax laws for his international company.

During the voting session, most of the resolutions where supported with 98-99 percent of the votes. More critical votes came at issues such as for the shares and salary policy of the Airbus board of directors. Big opposition however appearded against nomination of Ms. Martinez to the board. Initially the Spanish government had an other candidate in mind, but that turned out to be “Belen Romana, former head of Spain’s ‘bad bank’ Sareb”, according to the Irish Times. Not the best candidate, but the female alternative met with resistance. 44 Percent voted against her appointment. When she was voted in, Tom Enders raised his fist in triumph. He himself also earned a next period.


When I left the meeting, one of the other shareholders asked me if I had felt well in the meeting, as I was the only one asking questions on the industry of war. Well, it would have been nice if more people would have asked critical questions, but for me it was an afternoon where I could get a glimpse of world on which I normally only read and write. I was told that last year, Tom Enders had prepared a long reply for critical shareholders. The shareholder also said that he hoped for more people with critical questions next year.


vrijdag 26 oktober 2012

Foto's Nederlands-Indië op de manier van de Europeaan

Photographs of the Netherlands East Indies biedt een uitgebreide inleiding tot een van de belangrijkste collecties van de koloniale fotografie in de wereld. Het vierde deel in een serie van tien boeken die de collecties van het Tropenmuseum en de geschiedenis en verhalen die ermee verband houden bespreken.

Martin Broek

Vanaf mijn bureau staart een vrouw van het Batak Bora volk op Noord-Sumatra me aan. Ze is gefotografeerd in 1918, heeft mannelijke trekjes en lijkt dwars door de fotograaf heen te kijken. Een eeuw nadat de foto is genomen siert ze, traditioneel gekleed en met sieraden getooid, de cover van een onlangs verschenen boek over de fotocollectie Nederlands-Indië van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT). Een genot om dit fotoboek te lezen en vooral om te bekijken. Photographs of the Netherlands East Indies bevat 120 foto's, slechts een fractie van de collectie van het Tropenmuseum. Die bestaat namelijk uit 2.645 historische fotoalbums, 325.000 foto's, 120.000 negatieven, 26.000 dia's en 10.000 andere objecten, zoals ansichtkaarten en doorzichtige plaatjes. De enorme collectie is volledig tot stand gekomen door schenkingen. De oudste prent stamt uit 1844. Het is een opgedirkte jongen die erbij staat alsof hij geschilderd wordt.


In 1873 werd de allereerste foto in de collectie opgenomen, een portret van botanist C.L Blume.


Foto's brengen mensen gemakkelijker bij je thuis dan een tekst. Dat is ook met dit boek het geval. Je merkt het al bij het eerste vluchtige doorbladeren, poserende mensen die jou aanstaren. Spontane foto's, zoals we nu veel maken, waren in het begin van de fotografie niet mogelijk; er was sprake van lange belichting en een uitgebreide voorbereiding. Het hele boek bevat slechts één kiekje. Het is Elly Maagdenberg, op de voorgalerij van pension Haverkamp in Jakarta. Maagdenberg werd geboren in 1921, de foto wordt gedateerd tussen 1932 en 1938.


Dit fotoboek past het Amsterdamse Tropeninstituut wonderwel. Het instituut is gevestigd in het grote, uit de koloniale tijd stammende gebouw, waarin ook het Tropenmuseum en het Tropentheater zijn gevestigd. Het museum haalt met exposities, activiteiten voor scholieren en de overbekende opstelling van kleine 'derde wereld' huisjes, werelden en mensen van ver weg dicht naar je toe. Het museum heeft zich in de loop der tijd ontwikkeld van een instelling in dienst van het koloniale beleid, bedoeld om het economische belang van de koloniën te onderstrepen, naar een instelling gericht op ontwikkelingsvraagstukken en met name op het overbrengen van daaraan gerelateerde onderwerpen (op kinderen). Een fotocollectie past daar goed bij. Ze past ook binnen de recente keuze van het museum om zich te richten op wereldcultuur, waarbij een balans wordt gezocht tussen koloniale collecties, etnografie, de culturele erfenis en moderne en populaire kunst.

Door Europeanen, voor Europeanen 

Het boek is meer dan de kaft aangeeft. Het biedt de lezer niet alleen een indruk van de fotocollectie over Nederlands-Indië, het is tevens een beschrijving van het ontstaan van een dergelijke collectie. Bijna een eeuw lang fotograferen in de tropen, van 1844 tot aan de Japanse inval, wordt belicht; de toegepaste techniek en de sociale omstandigheden erachter. In vogelvlucht laat het en passant veel aspecten zien van de Nederlandse koloniale tijd. Volledig is dat beeld niet, in deze omvang is dat onmogelijk. Ruim honderd foto's lijkt veel, maar het gaat om een eeuw fotografie in een uitgestrekte archipel en een scala aan mogelijke onderwerpen. Overigens is het jammer dat het boek geen kaartje bevat waarop zichtbaar is waar de foto's zijn gemaakt. Mijn eerste indruk is dat het vooral beelden zijn vanuit Sumatra, Java en Bali.

Ook fotografen komen in beeld. Zeker in de koloniale beginjaren betreft het veelal pioniers die kort na de belichting glasnegatieven moeten ontwikkelen. Het doet denken aan Jacob Olie, de man die eind 19e eeuw het Amsterdamse stadshart fotografeerde. Olie had een kleine actieradius waardoor zijn foto's vooral beelden rondom zijn woning op de Zandhoek bevatten. Fotografen in Indonesië bezaten vaak een studio in de stad. Toch gingen enkelen ook met mobiele studio's op pad. Enerzijds om de rijken in de eigen omgeving te fotograferen, anderzijds om het landschap, de infrastructuur of de lokale bevolking op de gevoelige plaat vast te leggen. Tijdens het lezen ga je ook beter naar de foto's kijken. Een foto van een huiskamer laat een mix van culturen zien, de begeleidende tekst verduidelijkt het beeld.


In de loop van de tijd worden de huizen qua stijl en inrichting Europeser en geslotener. Interieurs worden ook daarvoor al weinig in beeld gebracht. Waar het wel gebeurd zijn er zelden mensen op te zien. Binnen was vaak onvoldoende licht om niet-stilstaande objecten vast te leggen. De eerste foto's werden genomen door Europeanen voor Europeanen. Het beeldmateriaal was zeker in de begintijd een belangrijk middel om familie, vrienden en zakelijke partners in Nederland te laten zien hoe het hen in Indië verging. Op foto's verschijnen Indonesiërs vaak als entourage van hun heer, of als baboe (oppas) naast een kind. In 1888 verscheen de eerste Kodak-camera waardoor het maken van foto's eenvoudiger en de techniek voor een grotere groep toegankelijker werd. Het aantal amateurfotografen groeide gestaag, het aanbod van foto's nam toe. Nadat begin 20ste eeuw de economie in de archipel opbloeide en het aantal Europeanen navenant toenam, groeide het aantal fotografen nog sterker.


Opbouw


Het boek is Engelstalig en daarmee een aanvulling op de Nederlandstalige website waarop de foto's en beschrijvingen ook te vinden zijn. De opbouw is thematisch. De eerste twee hoofdstukken belichten de wijze waarop er gekeken wordt naar het historische beeldmateriaal uit Nederlands-Indië. Die kijk, de blik, dat perspectief, veranderde in samenhang met de politieke en bestuurlijke ideeën in Indië. In de tijd van het cultuurstelsel, toen het vrijwel uitsluitend een wingewest was met een kleine Europese bevolking, werd er anders gekeken dan in de periode toen de ethische politiek werd geadopteerd. Vanaf de eeuwwisseling werd de bevolking netter behandeld en nieuwe gebieden liefst goedschiks onder Nederlands bestuur geplaatst, terwijl een heel klein deel van de bevolking vaderlijk aan de Europese hand naar ontwikkeling werd gevoerd. Er ontstond zodoende meer ruimte voor een kritische blik.

De volgende hoofdstukken zijn opgebouwd rond de thema's officieel en sociaal leven, bedrijfsalbums, wetenschappelijke foto's, huiselijk leven en portretten. In al die hoofdstukken komt ook de collectievorming aan bod en wordt er beschreven hoe het Tropenmuseum aan zijn enorme verzameling foto's is gekomen. Ook de eigenaardigheden van gevers en fotografen worden besproken. Zoals die van de fotograaf Kassian Céphas, de eerste Indonesiër die professioneel fotograaf werd. Hij maakte prachtige foto's, maar ook eigenaardige. Zo liet hij zich in 1890, poserend bovenop de Boeddhistische 9e eeuwse tempel Borobudur, vast leggen door een medewerker.


Het fotograferen van diezelfde Borobudur was vijftig jaar eerder de eerste betaalde foto-opdracht in dienst van de overheid. Jurriaan Munnich legde de tempel in 1840 vast, maar diens missie mislukte. De Duitse fotograaf Adolph Schaefer deed hetzelfde in 1845, maar ook dat werd geen succes. Pas in de jaren '70 van de 19e eeuw leidde het werk van van achtereenvolgens Isidore van Kinsbergen en J.W. IJzerman tot goede resultaten. Die foto's speelden vervolgens een belangrijke rol in het overhalen van de overheid om de Oudheden van Java op te laten knappen en te onderhouden. De Borobudur behoort inmiddels tot het werelderfgoed.


Koloniaal geweld


Aan oorlogsgeweld valt niet te ontkomen als het gaat om Nederlands-Indië. Er zijn nogal wat militaire operaties geweest. Het boek bevat een paar oorlogsfoto's. Eén daarvan is zeer gruwelijk, vooral omdat hij een beeld laat zien dat op een filmset lijkt. Op de grond liggen lijken van een slachtpartij in Kuta Reh die plaats vond in 1904. Op de achtergrond staan marechaussees te kijken alsof het een jachtpartij betrof. De slachting leeft in Indonesië nog steeds. Begin oktober 2012 twittert een Indonesiër: “De tragedie van Kuta Reh door de meeste Nederlanders nog steeds herinnerd als iets wreed en sadistisch.” Of dat in Nederland ook zo is, mag worden betwijfeld.

Een andere foto toont Nederlandse soldaten die 'Hop naar Soekaboemi EN DAN NAAR HUIS' gaan, zoals de tekst luidt op de zijkant van de legerwagen waarop zij zitten. Het kan duiden op het feit dat ze er zin in hebben. Het kan ook betekenen dat de soldaten geen trek hebben de klus te klaren. Ze zouden daarmee onderstrepen dat naast de duizenden in Nederland, die weigerden als soldaat naar Oost-Indië te gaan, ook bij de uitgezonden troepen de moraal laag was. In de bijgaande tekst wordt vermeld dat legerfotografen de opdracht hadden het geweld niet vast te leggen voor het thuisfront.

bron: klik op foto
De Soekaboemi-foto werd aan het begin van de eerste politionele actie in 1947 gemaakt door legerfotograaf Cees Taillie. Politionele actie wordt in het boek aangeduid met de term 'Police Action', dat een stuk vriendelijker klinkt dan de Nederlandse term welke inmiddels een ruime betekenis heeft gekregen. Aangezien de Engelstalige uitgave voor een internationaal publiek bestemd is, zou enige toelichting niet hebben misstaan. In de inleiding wordt dit manco weliswaar aangestipt, maar bij een zo beladen begrip had iets meer zorgvuldigheid gepast. In de uitgebreide begeleidende tekst over fotograaf Taillie wordt op neutrale wijze vermeld dat de Nederlanders in de periode 1946-1949 hebben geprobeerd de situatie van voorafgaande de Tweede Wereldoorlog te herstellen. Als je goed leest dan constateer je dat dit met militaire macht is gebeurd.

Cees Taillie schaamde zich later zo voor zijn aanwezigheid in Indonesië, in 1945 onafhankelijk verklaard, dat hij overwoog zijn foto's te vernietigen. Gelukkig heeft hij dat niet gedaan en ze in 2004 aan het KIT geschonken.

Geweld komt ook voor in de vorm van straf. Tussen 1880 en 1895 kreeg een medewerker van een tabaksplantage op Sumatra zweepslagen. Het leverde een uitzonderlijk beeld op waarbij geen enkele vorm van protest zichtbaar is. "Als we de foto's moeten geloven dan was er geen sprake van burgerlijke ongehoorzaamheid", vermeldt de begeleidende tekst.


Armoede

Zowel de rijke Europese als de rijke Indonesische bevolking – met name de adel – kon zich fotografie permitteren. Het boek bevat dan ook vooral foto's met rijkdom. Toch zijn er ook verschillende foto's die een arm Nederlands-Indië laten zien. Zoals van een groep mensen in een Karo Batak huis, gemaakt tussen 1914 en 1918 door Tassilo Adam. Adam was een Duitse planter, amateur- en later professioneel fotograaf en filmer, die zoveel mogelijk van de verdwijnende batak samenleving wilde vastleggen.


Hij liet 150 foto's na die al begin vorige eeuw in de collectie van het KIT terecht kwamen. De mensen op de foto hebben allen de ogen gesloten. Dat komt door het felle licht van het verbrandende magnesiumpoeder dat dient als flits. Dergelijke foto's "onderstrepen voor de plaatselijke elite de eigen welvaart, moderniteit en meerderwaardigheid", zo lezen we. Nog opvallender is de foto van een rijtje arbeiderswoningen bij een plantage, genomen in de periode 1905-1915 door farmaceut dr. H.F. Tillema uit Semarang. De huisjes waren weinig beter dan die van arme Indonesiërs. Op de voorgrond een kapotte stoel en een haan, op de achtergrond een bananenplant die dient als voedselbron.


De duidelijk zichtbare armoede deed afbreuk aan het prestige dat Europeanen hoog wilden houden. Tillema was een sociaal bewogen man die door middel van foto's kritiek uitte op het koloniale bewind. Bij een foto van een pakketboot van de KPM vermeldt hij bijvoorbeeld: "Handel en verkeer plaveien de weg voor cholera tot in de verste hoeken."

Foto's werden niet alleen in opdracht gemaakt. Er was ook vraag naar beeldmateriaal om als ansichtkaart naar huis te sturen. Een mooie foto van een ambachtsman, een 'nobele wilde' in traditionele dracht of een mooie vrouw deden het goed als postkaart. Ze leveren een beeld van de inlander dat past bij de wensen van de Europese koper. De foto's zeggen minstens evenveel over de Europeanen die ze kochten als over de mensen die erop afgebeeld staan. Dit soort beelden zijn ook in een Nederlandse variant te vinden. De lantaarnopsteker van Katwijk, de visser uit Urk of de boer uit Hindelopen werden volgens hetzelfde stramien teruggebracht tot de in klederdracht gestoken mens. Je kan je afvragen wat de Indonesiërs zelf hadden vastgelegd als ze de middelen en mogelijkheden hadden gehad om dergelijke postkaarten te maken. In het boek wordt nogal een kwestie gemaakt van dit exotisme. Alsof menig Javaan ook nu nog de bewoner van Papua niet het liefst afschildert als een wilde met peniskoker.

Teuku Umar en Kartini

Zelf werd ik getroffen door de beelden van Teuku Umar en Kartini die bij het doorbladeren opeens van de pagina spatten.
Bron: klik op foto
Umar was een wonderlijke man die een dubbelrol speelde tijdens de strijd om Aceh. Op de foto wordt hij afgebeeld als Achese guerrilla. Volgens het boek is de foto genomen in 1881 (op internet wordt 1876 vermeld). Hij werkte zich later op in het koloniale leger nadat in 1883 een verdrag tussen Aceh en het koloniale bewind werd gesloten. In 1884 laaide de strijd weer op en nam Umar deel aan het neerslaan van de Achese opstand. In 1896 liep hij over en nam 800 handvuurwapens, 25.000 kogels en 18.000 dollar mee. In 1899 werd hij door de Nederlanders gedood. In het boek wordt nadrukkelijk betwijfeld of op de foto wel de bekende Teuku Umar wordt afgebeeld. Het zou een prachtige vondst zijn. Er is alleen een foto van hem bekend die vele jaren later werd gemaakt. Daarnaast wordt hij veelvuldig geportretteerd op geromantiseerde schilderijen.

Kartini is een van de bekendste Indonesische vrouwen. Een adellijke en enigszins tragische vrouw die zich heeft ingezet voor de minderwaardige positie waarin meisjes en vrouwen verkeerden en zich keerde tegen het gedwongen huwelijk waar ze zelf ook voor vreesde. Het boek bevat een mooi citaat van Kartini: "Was ik maar in staat geweest om te fotograferen, waardoor ik foto's had kunnen maken van onze mensen – op een manier die alleen ik kan doen, niet op de manier van de Europeaan. Er zijn zoveel dingen die ik wil laten zien in woorden en in beelden, zodat de Europeaan de ware beelden van ons Javanen kan zien." Kartini wordt afgebeeld samen met haar zussen Kardinah en Roekmini.


Erotiek

Het beeld van een met ontbloot bovenlijf en mooi ogend gevormde Balinese wordt door de schrijvers een erotische prent genoemd. Wat mij betreft gaat het hier om een vrouwenlichaam dat zich heeft losgezongen van de persoon zelf. Mogelijk komt dat ook door de duidelijk zichtbare nabewerking.


Opmerkelijk is ook de ruime datering van desbetreffende foto, tussen 1917 en 1940. Hij is gemaakt door Thilly Weissenborn, een vrouwelijke fotograaf met een eigen fotostudio, de zogenaamde Lux Studio in Garut, West-Java. Weissenborn staat bekend als een fotografe die graag etnische types fotografeerde en daarmee een geïdealiseerde romantische visie op Nederland-Indië vastlegde.

De foto van een meisje, gemaakt door Kassian Céphas, wordt eveneens erotisch genoemd. Geen moment kan ik me daarin mee laten gaan. De foto is ingekleurd op een manier zoals mijn vader een zwart-wit foto van mijn moeder in Egypte liet inkleuren. Het is een gestileerde potloodtekening van een mooi meisje geworden waar alle fotografische kraak-en-smaak uit verdwenen is. Toch is hij bijzonder. Dat komt doordat Céphas de foto van dichtbij heeft gemaakt waardoor de afstand kleiner wordt en de foto intiemer dan gebruikelijk in die tijd.


De meest erotische foto is die van een mooi gevormd mannenlijf op het strand. Misschien is het juist het verrassingselement een dergelijke foto in de collectie aan te treffen die er een extra lading aan geeft. De persoon is Dewa Ketut Beng Gunarsa, partner van amateurfotograaf Spies. Spies was de homoseksuele directeur van de Java Bank in Jakarta, fanatiek fotograaf en medewerker van de CIA. Hij werd in in 1963 in Laos vermoord door communistische soldaten.



Fysische antropologie


In het boek wordt ook aandacht besteed aan fysische antropologie en etnografie. Het betreft hier het meten van etnische eigenschappen van Indonesische volkeren. De slachtoffers van deze 'wetenschap' werden gefotografeerd, het liefst naast een meetlat. Als die niet voor handen was naast een onderzoeker. De afdeling die dit onderzoek voor zijn rekening nam, kreeg in 1953 geen personeel meer en werd in 1962 gesloten. "Geen foto uit de collectie is getraceerd. Aangenomen wordt dat ze verloren zijn gegaan." Toch start de schrijver een ethische discussie over de foto's die de collectie wél bevat. Ze zouden naar racisme rieken en worden niet langer van wetenschappelijke betekenis gezien. "Wat moeten we doen met deze foto's? Dat ze van wetenschappelijke en historische waarde zijn is onweerlegbaar, maar zouden we bij bestudering en publicatie van het beeldmateriaal kunnen stuiten op vergelijkbare problemen als bij de bestudering van menselijke overblijfselen? Zouden dergelijke fysische antropologische foto's, vaak verkregen onder dubieuze omstandigheden en verzameld met een specifieke doelstelling, online moeten worden gezet?" Er wordt gedacht aan teruggave. Maar aan wie? Ook is sprake van vernietiging. Mij doet een dergelijke discussie wat vreemd aan. Het zijn foto's en geen lichaamsdelen. Het zijn voorbeelden uit een 'wetenschappelijke' benadering van de bevolking van de veroverde koloniën. Het verbergen of zelfs vernietigen ervan is vooral het wegwerken van een walgelijke praktijk. Alleen al daarom moeten de foto's bewaard en openbaar toegankelijk blijven.

Kracht

Opvallend is de kracht van de gepubliceerde foto's. Ze vallen op door een heldere compositie en uitstraling. Het is beeldmateriaal dat ook nu nog tot de verbeelding spreekt. De meeste zijn meer dan een eeuw oud en zwart-wit, bruin of sepia. Ze tonen aan dat fotografie meer is dan techniek: het is ook kijken, een gevoel voor emotie en vorm.

Het boek biedt veel meer dan een impressie van de fotocollectie van het KIT. Het gaat voor een deel ook over de geschiedenis van de fotografie. De eerste fotografen maakten onder moeilijke omstandigheden hun beelden. De 120 foto's laten honderd jaar koloniale geschiedenis zien door de ogen van de fotografen en hun opdrachtgevers en het is geschreven door deskundigen die zich een weg hebben gebaand door stapels fotoboeken, losse foto's en daarbij behorende informatie. Het bevat een index, literatuurlijst en notenapparaat. Toch is het daarmee geen boek voor de vakbroeders geworden. De uitgebreide tekst geven de foto's context en daarmee extra kracht. Ga je naar Bali en aanschouw je de medische rituelen, dan kan je de priester die twee keer wordt afgebeeld vermoedelijk moeilijk uit je gedachten zetten.


Toch denk ik bij het woord Batak allereerst aan Tongam, de jongeman die destijds in Jakarta was ondergedoken terwijl ik de stad bezocht. Hij moest zijn voet laten genezen waarop een legerofficier de poot had neergezet van de stoel waarop hij zelf was gaan zitten. Daar kan geen foto tegenop. Wel is bij mijn beeld van de bataks het gezicht toegevoegd van de vrouw op de cover van Photographs of the Netherlands East Indies dat een waar geschenk is, met foto's die spreken.





Photographs of The Netherlands East Indies 

Auteurs: Janneke van Dijk, Rob Jongmans, Anouk Mansfeld, Steven Vink, Pim Westerkamp, Wimo Ambala Bayang

Uitgever: KIT Publishers

Uitgave: Hardcover, 120 pagina's

ISBN: 978 94 6022 193 4

Prijs: € 34,50





Geschreven voor en gedredigeerd door ravagedigitaal.org/
Foto's van collectie.tropenmuseum.nl tenzij anders vermeld

woensdag 4 januari 2012

Granaatwerper in Amsterdam

Op vrijdag 23 december vist de politie een granaatwerper (RPG, Rocket Propelled Grenade launcher) uit het water bij de Stadionkade in Amsterdam. Het wapen is vermoedelijk ingezet bij de aanslag op het gerechtsgebouw aan de Parnassusweg in september 2011.

Detail granaatwerper, still afkomstig van AT5


Aangezien de politie wilde weten of de daders de buis tijdens hun vlucht in het water hadden gegooid, riep ze de hulp in van Defensie. Duikers gebruikten speciale sonarapparatuur, zo schijft dagblad De Pers.

Op verzoek van een Amsterdams persorgaan bekijk ik de uitgezonden beelden om te bepalen uit welk land de RPG afkomsig is. Het is een kwestie van reduceren en deduceren. Vooral de onderkant van de buis sluit veel andere typen uit. Zo vallen granaatwerpers uit vijftien landen af.

Tenslotte heb ik op grond van de uiterlijke kenmerken nog maar drie typen over. Het zijn de Russische RPO, de Joegoslavische M80 Zolja, en de Amerikaanse M72. De RPO valt af, want dat is een vlammenwerper en geen raketwerper. De M80 en M72 worden regelmatig met elkaar vergeleken. Het woord Trebno op het wegwerpwapen (voor eenmlaig gebruik), betekent in het Servisch onnodig. Het ligt dus zeer voor de hand dat het om de M80 gaat. Voor mij was het onverwacht dat ik op basis van TV beelden kon bepalen om welk type het ging.



Als ik ga zoeken naar de M80 en M72 dan stuit ik op de Nederlandse site: crimescene.pro. Hierop worden de twee typen granaatwerpers genoemd die ik deduceerde uit de beelden van het door de duikers gevonden exemplaar. De aanslag van september 2011 waarmee het wapen in door de media in verband wordt gebracht, wordt op deze pagina niet genoemd. Wel worden twee eerdere aanslagen met granaatwerpers gememoreerd:

- Op maandag 2 april 2007, de eerste dag van het proces tegen Willem Holleeder en zijn medeverdachten wordt met een anti-tank wapen geschoten op de Bunker in Amsterdam-Osdorp.
- Op woensdag 8 november 2006, wordt het gebouw van uitgeverij PCM (waar onder meer Trouw, de Volkskrant en NRC Handelsblad worden gedrukt) beschoten met een Licht Anti-tank Wapen.

(De Telegraaf, Raketaanslag blijft vaak onopgelost; Mogelijk waarschuwing georganiseerde misdaad, 22 september 2011 geeft een goed overzicht.)

De pagina van Crimescene is een maand voor de vondst, in november 2011, aangepast. Dat de politie en leger het wapen relatief eenvoudig konden vinden zou aan een tip kunnen liggen en niet alleen aan de ingezette middelen. Het zou kunnen dat die tip uit de hoek van de politie komt, maar ook een criminele bron is mogelijk. Ook zou sprake kunnen zijn van eerdere signaleringen waarop Crimescene zijn keuze - er zijn tientallen typen in omloop - baseert. Al heb ik die niet kunnen vinden. (M.n. bekeek ik foto's van bij Mink Kok in beslag genomen wapens op het internet.) De Metro vermeldde dat er geen verband was tussen eerdere aanslagen en die van september 2011.

Het belang van dit onderzoekje is gering. Het laat zien dat een conflict en ongecontroleerde situatie aan de randen van Europa, zoals in Joegoslavië, gevolgen heeft voor de veiligheidssituatie in de Europese Unie. Maar de wapens kunnen bijvoorbeeld ook uit illegale handel komen of buitgemaakt tijdens diefstallen op legerbases.

De RPG's zijn een belangrijk wapen voor terroristen en minder zwaar bewapende tegenstanders tijdens een guerrilla oorlog. Dat geldt zeker de versies waarmee luchtdoelraketten kunnen worden afgeschoten, de zogenaamde MANPADS, maar ook de anti-tank versies. Het is met name Irak waar de afgelopen jaren is geëxperimenteerd met het gebruik ervan. Dat dergelijke wapens jarenlang kunnen circuelren in Nederland is zorgwekkend.

Martin Broek
27 december 2011

Op 3 januari komt het AVRO-programma Opsporing Verzocht met nieuwe informatie. Het is een buis van 1.20 meter lang die door het leger gebruikt wordt als antitankwapen. Het leger lijkt op het Nederlandse leger te duiden, maar dat gebruikt de Zweedse pantserfaust en Israelische GILL.

zaterdag 20 november 2010

Feestgangers gevraagd op Amerikaans marineschip

Lijst genodigden receptie aan boord van Mount Whitney

Bedrijfsleven, locaal bestuur, politiek en militaire inlichtingendienst bijeen in de haven van Amsterdam. Dat wilde de Amerikaanse marine. Martinbroek.nl legde via de Amerikaanse Wet Openbaarheid van Bestuur de hand op een lijst met genodigden aan boord van de het commandoschip, de Mount Whitney. Een schip dat vol zit met inlichtingen- en communicatie apparatuur. Van 24 tot 28 augustus - een week na Sail - lag het aan de Oostelijke Handelskade waar een week ervoor nog het Russische opleidingsschip de Mir lag.

Er is geen kanon, er zijn geen torpedo’s en geen raketten, aan boord staat alleen wat lichtgeschut en een wapen tegen inkomende raketten. Het schip moet het daar niet van hebben. Wel van zijn communicatie- en commandotechniek. Een “varend top inlichtingen centrum” noemde VVD-kamerlid Blauw het commando- en vlaggenschip van de Amerikaanse zesde vloot in 1995 al. De zesde vloot is een van de belangrijkste Amerikaanse marine eenheden die de zeeën en oceanen controleren. Die vloot is gewoonlijk gestationeerd in de Middellandse Zee en verantwoordelijk voor operaties bij de Hoorn van Afrika, Irak en Afghanistan.

Als de grijze kolos in Amsterdam ligt, staat op het dek een grote feesttent. In een verslag van het bezoek achteraf op een Amerikaanse militaire website wordt gesproken over de zeventig gedistingeerde gasten die aan boord kwamen. Met behulp van de Amerikaanse Wet Openbaarheid van Bestuur (FOIA) achterhalen ik met welke Nederlanders de Amerikanen op de borrel nodigden aan boord van hun drijvende militaire basis. Na twee maanden wachten wordt door de Amerikaanse marine gemeld dat een lijst van bezoekers niet bestaat. Wel kan men een lijst met 200 genodigden vinden. Dat zijn dertien pagina’s met personen uit de politiek, bedrijfsleven, krijgsmacht, politie, bestuur, diplomatie en Openbaar Ministerie. Geen lijstje zonder cliché en dus staat ook de vertegenwoordiger van coca-cola in Nederland er op.

Er zijn weinig verrassingen. Of het zou moeten zijn dat de MIVD wel met twee personen op de lijst staat (de directeur gen. Cobelens en zijn plaatsvervanger gen. In het Veld) maar de AIVD helemaal niet. Ook valt op dat Heineken en Philips wel, maar de belangrijke militaire bedrijven in Nederland, zoals Damen, Thales Nederland en Stork niet zijn uitgenodigd.

De genodigden zijn vooral mannen met veel gouden strepen, balken en sterren. Tussen al de uniformen – ook van politie – valt op dat er nogal wat personen uit de wereld van de bestrijding van de zware criminaliteit en terrorisme genoemd worden. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) en Europol worden uitgenodigd. Ook vijf officieren van justitie staan tussen de genodigden: de plaatsvervangend hoofdofficier van het landelijk parket Bos, hoofdofficier voor terrorisme bestrijding Ferdinandusse, hoofdofficier drugsgerelateerde misdaad Rip, de officier voor hightech criminaliteit Van Zwieten en Ronald Steen openbaar aanklager “voor undercover en inlichtingen onderzoeken,” stelt de lijst. Een spannende baan.

Steen is een van de twee officieren van het landelijk parket die belast is met het onderhouden van contacten met de inlichtingen en veiligheidsdiensten MIVD en AIVD. Het was een uitgelezen kans om de voortgang van de samenwerking met de Drugs Enforcement Agency (DEA) te bespreken. Nederland kreeg al eens complimenten voor de goede samenwerking op dit vlak. Maar het doorspreken van de gang van zaken of het informeel doornemen van nieuwe wensen tijdens een receptie kan geen kwaad. Die hele batterij magistraten is niet voor niets uitgenodigd. Maar het feest zou niet doorgaan. Volgens persvoorlichter Wim de Bruin van het Landelijk Parket is er geen een van hen op de uitnodiging ingegaan.

De dekken van het schip de Mount Whitney staan vol met apparatuur voor het verzamelen van inlichtingen en het geven van leiding aan complexe operaties op land, zee en in de lucht. Even stonden daar 70 gasten uit lokaal bestuur, krijgsmacht, politiek en bedrijfsleven tussen. Inmiddels vaart het schip weer in Middellandse Zee in het eigen operatiegebied.

Met dank aan Kees Kalkman

Al eerder schreef ik over het bezoek