zondag 9 maart 2014

Oefeningen en wapenhandel

De afgelopen drie weken vond de internationale oefening/operatie voor Special Forces in Afrika, Flintlock, plaats. Duizend militairen uit achttien landen werkten daarbij samen. Doel van de jaarlijkse oefening was dit maal het versterken van de invloed van de deelnemende landen in twee Noordwest Afrikaanse regio's: de zuidgrens van Libië en het grensgebied van Nigeria. Beide zijn belangrijke regio's voor wapensmokkel en gebieden waar islamitische terroristen opereren.
Van die achttien deelnemende landen komen er negen komen uit West-Afrika en negen uit West-Europa en Noord-Amerika.

De Afrikaanse deelnemers zijn Algerije, Burkina Faso, Tsjaad, Mali, Mauretanië, Marokko, Niger, Nigeria en Senegal. Verschillende van deze landen kampen met binnenlandse conflciten. Naar Mali gaan binnenkort Nederlandse troepen om deel te nemen aan de VN-vredesmacht in dat land. Sengalese Special Forces bestrijden in eigen land al decennialang een opstand in de zuidelijke provincie Casamance. De Defensiekrant meldt dat Senegal de samenwerkingspartner is van de Nederlanders tijdens de oefening. Nigeria heeft vaak de leiding bij vredesmissies van de Afrikaanse Unie, maar binnenlands laat het land, om het voorzichtig te zeggen, nogal wat steken vallen.

Als het gaat om wapenhandel dan zijn er internationale criteria waaraan voldaan moet worden. Als het gaat om oefeningen en samenwerking, dan is men minder kieskeurig. Waarom kan je dergelijke landen wel trainen in militaire operaties? De trainingen versterken militaire capaciteiten; ook daar waar die misbruikt worden. Het obligate lesje mensenrechten is daarbij een pleister op de wonde.

De militaire samenwerking vergroot de mogelijkheid om wapens te verkopen. Daar waar je oefent, leer je de militaire leiding kennen en worden contacten gelegd die de weg voor wapenleveranties openen. Door de strijd tegen de jihadisten is zelfs in de armste landen van Noordwest-Afrika een afzetgebied ontstaan. De aankoop door Mauretanië vorig jaar van vliegtuigen lijkt daar een voorbeeld van.

West-Afrika is niet het enige opvallende gebied waar Nederlandse troepen trainen. Minister Hennis stuurde onlangs een brief aan de Kamer waarin ze opsomde waar Nederlandse militairen actief zijn. Partners voor oefening, opleiding en training worden bijvoorbeeld gevonden in Gabon en Peru (jungletrainingsmogelijkheden) en in Jordanië en Israël (trainingsfaciliteiten voor Special Forces).

Militaire samenwerking kan ook wapenverkopen volgen. Nederland werkt militair samen “met landen in verband met instandhouding, verkoop en afstoting van materieel, bijvoorbeeld Chili, Estland, Finland, Jordanië, Marokko, Vietnam en Zuid-Korea,” zo meldde Minister Hennis de Tweede Kamer.

De belangrijkste afnemer van Nederlandse wapens in Noordwest-Afrika, Marokko, doet al mee aan Flintlock. Met ruim een half miljard aan wapenexporten naar Rabat in de afgelopen tien jaar heeft de Nederlandse wapenindustrie het land al binnen als klant. Marokko staat ermee op plaats vijf van een ranglijst met klanten voor Nederlandse wapens. Pas op plaats 37 komt het tweede Noordwest Afrikaanse land Algerije. Daarheen verkocht in 2013 voor 34 miljoen euro militaire goederen.


Deze column is geschreven voor Konfrontatie en is in gewijzigde en engelstalig vorm te vinden op stopwapenhandel

Meer informatie over Flintlock