Posts tonen met het label oefeningen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oefeningen. Alle posts tonen

zondag 9 maart 2014

Oefeningen en wapenhandel

De afgelopen drie weken vond de internationale oefening/operatie voor Special Forces in Afrika, Flintlock, plaats. Duizend militairen uit achttien landen werkten daarbij samen. Doel van de jaarlijkse oefening was dit maal het versterken van de invloed van de deelnemende landen in twee Noordwest Afrikaanse regio's: de zuidgrens van Libië en het grensgebied van Nigeria. Beide zijn belangrijke regio's voor wapensmokkel en gebieden waar islamitische terroristen opereren.

Van die achttien deelnemende landen komen er negen komen uit West-Afrika en negen uit West-Europa en Noord-Amerika.

De Afrikaanse deelnemers zijn Algerije, Burkina Faso, Tsjaad, Mali, Mauretanië, Marokko, Niger, Nigeria en Senegal. Verschillende van deze landen kampen met binnenlandse conflciten. Naar Mali gaan binnenkort Nederlandse troepen om deel te nemen aan de VN-vredesmacht in dat land. Sengalese Special Forces bestrijden in eigen land al decennialang een opstand in de zuidelijke provincie Casamance. De Defensiekrant meldt dat Senegal de samenwerkingspartner is van de Nederlanders tijdens de oefening. Nigeria heeft vaak de leiding bij vredesmissies van de Afrikaanse Unie, maar binnenlands laat het land, om het voorzichtig te zeggen, nogal wat steken vallen.

Als het gaat om wapenhandel dan zijn er internationale criteria waaraan voldaan moet worden. Als het gaat om oefeningen en samenwerking, dan is men minder kieskeurig. Waarom kan je dergelijke landen wel trainen in militaire operaties? De trainingen versterken militaire capaciteiten; ook daar waar die misbruikt worden. Het obligate lesje mensenrechten is daarbij een pleister op de wonde.

De militaire samenwerking vergroot de mogelijkheid om wapens te verkopen. Daar waar je oefent, leer je de militaire leiding kennen en worden contacten gelegd die de weg voor wapenleveranties openen. Door de strijd tegen de jihadisten is zelfs in de armste landen van Noordwest-Afrika een afzetgebied ontstaan. De aankoop door Mauretanië vorig jaar van vliegtuigen lijkt daar een voorbeeld van.

West-Afrika is niet het enige opvallende gebied waar Nederlandse troepen trainen. Minister Hennis stuurde onlangs een brief aan de Kamer waarin ze opsomde waar Nederlandse militairen actief zijn. Partners voor oefening, opleiding en training worden bijvoorbeeld gevonden in Gabon en Peru (jungletrainingsmogelijkheden) en in Jordanië en Israël (trainingsfaciliteiten voor Special Forces).

Militaire samenwerking kan ook wapenverkopen volgen. Nederland werkt militair samen “met landen in verband met instandhouding, verkoop en afstoting van materieel, bijvoorbeeld Chili, Estland, Finland, Jordanië, Marokko, Vietnam en Zuid-Korea,” zo meldde Minister Hennis de Tweede Kamer.

De belangrijkste afnemer van Nederlandse wapens in Noordwest-Afrika, Marokko, doet al mee aan Flintlock. Met ruim een half miljard aan wapenexporten naar Rabat in de afgelopen tien jaar heeft de Nederlandse wapenindustrie het land al binnen als klant. Marokko staat ermee op plaats vijf van een ranglijst met klanten voor Nederlandse wapens. Pas op plaats 37 komt het tweede Noordwest Afrikaanse land Algerije. Daarheen verkocht in 2013 voor 34 miljoen euro militaire goederen.


Deze column is geschreven voor Konfrontatie en is in gewijzigde en engelstalig vorm te vinden op stopwapenhandel

Meer informatie over Flintlock

vrijdag 15 juni 2012

Nederlandse soldaten helpen de VS grip op West-Afrika te krijgen

Nederlandse soldaten vertrekken morgen naar Kameroen voor een internationale oefening. Vooral de VS profiteren hiervan.

Op dit moment maken militairen van het Nederlandse 101ste Communicatie- en Informatiesystemen (CIS) bataljon zich klaar voor deelname aan de oefening Africa Endeavour in Kameroen. Nederland neemt voor de tweede keer deel aan de sinds 2006 jaarlijks terugkerende communicatie oefening. Er zullen in totaal tweehonderd deelnemers zijn uit vijfendertig Afrikaanse landen, de VS, Canada, Nederland en van internationale organisaties zoals de NAVO, Afrikaanse Unie, Europese Unie en West-Afrikaanse Economische Gemeenschap.

Uit Nederland gaan vier officieren en negen onderofficieren naar Kameroen, waaronder een mediatrainer, een sergeant van de medische dienst en een commandant. Het team zal Afrikaanse trainers opleiden en begeleiden. De bedoeling is dat deelnemende landen uiteindelijk met eigen materieel communicatienetwerken opzetten en gebruiken. De netwerken zijn bedoeld voor samenwerking tijdens militaire operaties. Op de website van het CIS staat dat deze netwerken de basis vormen voor toekomstige samenwerking bij natuurrampen of humanitaire hulp. De site van Modern Ghana voegt hier fijntjes aan toe dat het ook om peace keeping en contra-terrorisme kan gaan; dat zijn gewapende militaire operaties. De oefening is ook onderdeel van het Amerikaanse militaire goodwill offensief in Afrika om meer landen op het continent op zijn hand te krijgen. Andrew Kostic Kolonel bij de Amerikaanse mariniers zegt: "Africa Command's ambition is to not only strengthen partnerships between the United States military and the militaries of African nations, but to strengthen the partnership between African nations' militaries as well." Terwijl in Kameroen geoefend wordt, vindt in Arlington, Virginia een seminar plaats waar officials van veertig Afrikaanse landen, de VS en Europa worden geïnformeerd over de Amerikaanse Afrika politiek. Allemaal voor het goede doel, maar toch vooral in het belang van de Amerikaanse veiligheidspolitiek.

Bron
African Endeavour wordt georganiseerd en gefinancierd – Nederland betaald zijn eigen kosten – door het Africa Command, één van de negen Amerikaanse militaire hoofdkwartieren in de wereld. Africa Command bestrijkt alle Afrikaanse landen, behalve Egypte (dat tot het Midden-Oosten wordt gerekend) en is sinds oktober 2008 actief. Het kent maar een gering aantal troepen en bases. Het is namelijk moeilijk om landen te vinden die bereid zijn om een grote Amerikaanse basis toe te laten. Het commando is mede daarom gevestigd in Stuttgart, Duitsland. Alle regionale Gevechtscommando's krijgen een vaste eenheid of brigade toegewezen met het doel over de regio geïnformeerde en daar getrainde troepen te kunnen inzetten voor missies. Oefeningen als Africa Endeavour spelen in die opzet een belangrijke rol. Africom krijgt als vaste eenheid de Dagger Company.

De Washington Post van 14 juni beschrijft echter dat her en der in Noord-Afrika kleine posten en bases verrijzen van waaruit het Africa Command kleine clandestiene spionage operaties uitvoert.

China

De officiële missie van het Africa Command is het beschermen en verdedigen van de veiligheidsbelangen van de VS door de militaire capaciteiten van Afrikaanse staten en regionale organisaties te vergroten. Het hoofdkwartier organiseert daartoe militaire oefeningen en onderneemt militaire operaties, “dit om internationale bedreigingen af te schrikken en te verslaan en om een veiligheidsklimaat te creëren dat helpt bij goed bestuur en ontwikkeling,” zo heet het officieel. Dat idealistische uitgangspunt is mooi, maar niet het hele verhaal. De nationale veiligheidsbelangen van de Verenigde Staten zijn zowel militair als economisch van aard.

De buitenlandse doelstellingen van de VS in Afrika laten zich samenvatten tot controle over een groot continent dat rijk is aan grondstoffen en met groeiende economieën. Vanaf midden jaren negentig is de invloed van de Verenigde Staten in Afrika aanzienlijk gegroeid. De bestrijding van het terrorisme en hulp bij het oplossen van conflicten boden hiervoor een alibi. Ook China trok Afrika binnen, een beweging die van grote invloed is op de Amerikaanse aanwezigheid. De trek naar het Afrikaanse continent door beide economische reuzen ging ten koste van de traditionele landen met invloed, zoals het Verenigd Koninkrijk en vooral Frankrijk.

Bisong Etahoben beschrijft inde Africa Review waarom desondanks rooskleurige teksten verschijnen. Ze zijn bedoeld om de twijfel die enkele Afrikaanse landen hadden over de ware bedoelingen van het Africa Command weg te nemen. De VS probeert het hoofdkwartier te verkopen als een humanitaire en veiligheidsorgansaitie. Het hoofdkwartier organiseert zelfs bijeenkomsten in Duitsland om Afrikaanse landen hiervan te overtuigen. Ook een oefening als Africa Endeavour kan daar aan bij dragen. Tijdens die oefening wordt contact gelegd met Afrikaanse militairen en die contacten zijn volgens overste Bryan McRoberts van de Amerikaanse marine, de belangrijkste organisator van de oefening, van belang in crisis situaties en kunnen toekomstige operaties succesvol maken. Er moeten echter vraagtekens worden gezet bij de Nederlandse militaire bijdragen hieraan. Zeker zo kort na de onthulling dat het Amerikaanse hoofdkwartier voor Afrika betrokken is bij clandestiene operaties.

Geschreven voor Sargasso

maandag 28 maart 2011

Duelleren rond de Noordpool?

Gerrit de Veer, de croniqueur van de reizen van de zeehelden Willem Barentsz en Jacob van Heemskerk, schrijft dat het tot nu toe niet is gelukt om via het noorden een route naar China te vinden, “maar de vooruitzichten zijn niet helemaal hopeloos. (...) Ik denk dat de juiste koers nu snel gevonden kan worden.” In het jaar dat De Veer zijn boek schrijft bereiken Nederlanders via de route om Zuid-Afrika Azië.

De poolreizen van Barentsz waren het gevolg van het initiatief van een Middelburgs koopman, Baltasar de Moucheron, om een vloot met dat doel uit te rusten. De Staten van Zeeland en de stadsbesturen van Amsterdam en Enkhuizen volgden het plan van de koopman. Het was bedoeld om de Spanjaarden en Portugezen de loef af te steken. Later is de overwintering op Nova Zembla een ‘nationaal monument’ geworden en flink aangedikt in schoolboeken en op de schoolplaten van Isings. Maar al deze heraldiek terzijde, er zaten handels- en geopolitieke overwegingen achter. Al bleek een route destijds onmogelijk. Het is nu duidelijk dat die route er zes eeuwen later wel komt. De wereld zal er ingrijpend door veranderen.

IJsvrij


De meest negatieve rapporten gaan er van uit dat er al over tien jaar een doorgang door het ijs zal zijn. De schattingen van de meest optimistische klimaatwetenschappers gaan ervan uit dat in de tweede helft van deze eeuw een langdurige doorgang – van juni tot oktober – mogelijk wordt. De pool is dan geen onneembare hindernis meer zoals in de 17e eeuw. Onderzeeërs gaan er nu al onderdoor, ijsbrekers houden delen ijsvrij, vliegtuigen gaan er overheen en je kunt landen waar je wilt. Maar is nog steeds een barrière voor de scheepvaart op de kortste route naar Azië. Dat is van groot belang, want negentig procent van het vrachtvervoer gaat over zee. Dat geldt zowel voor civiel als voor militair vervoer. In beide gevallen kan flink op kosten in tijd en geld bespaard worden als er een handelsroute om de noord is.

Er komen delen van de wereld aan zee te liggen waarvoor dat miljoenen jaren geleden het geval is geweest. Ook als het nog decennia duurt, is het een enorme verandering. Het doet denken aan de gevolgen van de platentektoniek (de langzame beweging van aardschollen), maar dan versneld. Nu al wordt er ingespeeld op de veranderingen door de bouw van havenfaciliteiten. Zo bouwt Canada in het hoge noorden de ertshaven Nansivik om tot marinebasis; heeft de Amerikaanse overheid een uitgebreid programma waaronder ook investeringen in nieuwe technologie en bases vallen; zet Rusland speciale gevechtstroepen voor de noordpool op. Rusland houdt zich verder op de vlakte over de militaire kant van de poolpolitiek. Het Russische plan voor het poolgebied spreekt over het ontwikkelen van de sociale infrastruktuur voor de (inheemse) bewoners, toerisme, scheepvaart, en ecologie. In Canada maakt men zich nauwelijks druk over de Russische plannen. Toch mag duidelijk zijn dat de noordzijde van Canada en Rusland – en in mindere mate van de andere aangrenzende landen Denemarken/Groenland, Noorwegen de Verenigde Staten/Alaska – zich onvermijdelijk gaat ontwikkelen naar een van de belangrijkste scheepvaartroutes ter wereld.

De beide kanalen die de continenten doorsnijden: het Panamakanaal en het Suezkanaal zullen sterk aan belang inboeten. Een tocht van Tokio naar Londen via de noordwestpassage is 12.000 kilometer korter dan via het Panamakanaal (respectievelijk 15.700 en 27.800 km). Via de noordelijke Zeeroute is de tocht 9.300 km korter dan via het Suezkanaal (resp. 14.800 en 24.000 km). Het gaat om een geografische verandering van enorme proporties zowel voor de handel als voor de strategische verhoudingen. De Moucheron en consorten hadden dit potentieel goed begrepen.

Grondstoffen en economie



Door het afsmelten van de poolkappen komen eilanden bloot te liggen die voorheen niet te zien waren. Ook wordt het gemakkelijker de grondstoffen te winnen die onder de bodem van de noordelijke IJszee liggen. Naast olie en gas zijn dat zoet water, vis en mineralen als titanium, tin en ijzererts. Dit laat de ogen glimmen van ondernemers die hierin nieuwe delf- en vangstgebieden zien.

Toch wordt er ook druk gespeculeerd over de mogelijkheden en moeilijkheden van de oliewinning, die plaats moet vinden onder extreme omstandigheden. Het is er ijs- en ijskoud en er zijn ronddrijvende schotsen en ijsbergen die de winning bemoeilijken. Bovendien is een deel van de Noordelijke IJszee 4500 meter diep. Toch is volgens een Amerikaanse studie van het U.S. Geological Survey (USGS) een groot deel van deze fossiele brandstoffen wel te winnen.

De onderzoekers van het geologisch instituut stellen dat er een hoeveelheid ruwe olie van 83 miljard vaten in de bodem zit. Dat is bij het huidige verbruikstempo voldoende voor drie jaar van de totale wereldconsumptie. Met de gasvoorraad van 1550 biljoen kubieke meter kan de wereld langer vooruit. Dat is voldoende voor 14 jaar van het totale gebruik in de wereld. De meeste voorraden liggen in water dat een diepte van 500 meter of minder heeft en zijn dan ook te winnen. Het is wel een soort noodvoorraad, want de omstandigheden blijven extreem. Maar als extra bron zeker niet onbelangrijk.

Samenwerking


Geen wonder dat de vijf aangrenzende landen allen op een flink stuk van de taart azen. Een deel van die claims overlapt elkaar. De strijd in de noordelijke wateren wordt sinds 2007 kracht bijgezet door op de diepzeebodem een Russische vlag te plaatsen of een Amerikaanse atoomonderzeeër door de poolkap omhoog te laten komen. Naast deze spektakelstukjes vinden er steeds meer oefeningen plaats en ontstaan tal van militaire fora waarin Europese landen hun beleid op elkaar afstemmen.

In november 2010 werd serieus gesproken over een Noors-Baltische defensie- alliantie. Een paar maanden later kwam in Londen een groep noordelijke landen bijeen, die vooral spraken over economische kwesties, waaronder oliewinning. Een Russische commentator sprak in reactie op deze ontwikkelingen in januari 2011 van een Arctische mini-NAVO. Er wordt al langer gewerkt aan de integratie van de defensiecapaciteiten van de Scandinavische landen. Inmiddels neemt vooral het Verenigd Koninkrijk regelmatig deel aan dergelijke overleggen, maar ook Duitsland en Polen schuiven zo nu en dan aan.

Oefeningen winnen steeds meer aan belang. De belangrijkste is Cold Response die iedere twee jaar wordt georganiseerd door Noorwegen. Bij deze oefening draait het om koud weer oefeningen, amfibische landingen en samenwerking tussen de deelnemende troepen. Vorig jaar namen 9.000 militairen uit veertien landen deel. De regio is op Rusland na volledig een NAVO-regio. De oefeningen en fora brengen die landen bij elkaar. Daardoor functioneert de pool ook als vliegwiel bij het versterken van militaire samenwerkingsverbanden met de neutrale landen in Scandinavië binnen en buiten de NAVO. Dat is een niet onbelangrijk neveneffect.

Conflictbemiddeling


Binnen het kader van de oefening Pomor-2010 trainden Noorwegen en Rusland de bestrijding van terroristen op olieplatforms. Marineschepen en vliegtuigen namen deel aan de oefening. De relaties tussen Noorwegen en Rusland in het poolgebied kennen meer ontwikkelingen. Vorig jaar september losten beide landen een al veertig jaar bestaand conflict over overlappende claims in de Barentsz Zee en Noordelijke IJszee op. Samenwerking op het gebied van visserij wordt versterkt en er zijn gedetailleerde afspraken over de winning van olie en gas dat zich onder beide gebieden bevindt. De verwachting is dat beide parlementen het verdrag binnenkort zullen ratificeren. Daarmee ontstaat druk op andere landen in de regio om hetzelfde te doen. En dat is nodig. Er zijn conflicten tussen Canada en Denemarken, tussen Canada en de Verenigde Staten en tussen Rusland en de VS. Denemarken en Canada kwamen al overeen het geschil vreedzaam te beslechten nadat de Canadese kustwacht enige jaren geleden de Deense vlag een paar keer van het eiland Hans had gehaald.

Het kan zijn dat de afspraak tussen Noorwegen en Rusland onderdeel is van een Russische diplomatieke inspanning om een voordeliger positie te krijgen in het debat rond de beheersing van de polen. Zo ontkende het land opeens dat het speciale gevechtstroepen opzet voor de Arctische regio. Het kan ook zijn dat Rusland realistisch is en ziet dat Moskou bij samenwerking in internationaal verband meer te winnen heeft.

Er zijn zeker geschillen en er wordt militaire capaciteit opgebouwd, maar het grootste veiligheidsrisico wordt niet gevormd door de tegenover elkaar staande legers, maar de grote klimatologische veranderingen die het gevolg van de smeltende poolkappen zullen zijn. De belangrijkste strategische verandering zal pas op de lange termijn ontstaan, als de doorvaart via de noordelijke routes mogelijk wordt. De aangrenzende landen zullen geostrategisch belangrijker worden aangezien ze hoe dan ook controle kunnen uitoefenen op scheepsbewegingen. Een belangrijke vraag zal zijn of de noordwestpassage en de noordelijke zeeroute als internationale wateren zullen worden beschouwd of als territoriale wateren (met bijvoorbeeld beperkingen op militaire doorvaart). Met iedere ijsberg die smelt wordt die vraag belangrijker.

Martin Broek

Geschreven voor Vredesmagazine, met dank aan Kees Kalkman voor de redactie.

Bronnen:
1. David W. Titley, ‘ARCTIC SECURITY CONSIDERATIONS AND THE U.S. NAVY'S ROADMAP FOR THE ARCTIC,’ Naval War College Review, 01/04/2010
2. Jackie Grom, ‘Arctic May Boost Oil and Gas Reserves,’ 28/05/2009
3. Murray Brewster, ‘Russia's Arctic policy no cause for alarm, MacKay told,’ the Globe and Mail, 25/08/2010
4. GERARD O'DWYER, Report: Alliance Would Cut Costs, Improve Defense; Proposed Nordic-Baltic Pact Gains Steam,’ Defense News 15/11/10
5. Diplomatic shifts in the warming Arctic, Strategic Comments, The International Institute For Strategic Studies Volume 16, Comment 50 – December 2010
6. Heather Conley en Jamie Kraut , ‘U.S. Strategic Interests in the Arctic; An Assessment of Current Challenges and New Opportunities for Cooperation,’ CSIS - CENTER FOR STRATEGIC & INTERNATIONAL STUDIES, april 2010
7. Jaap de Wilde, ‘Van wie is de Noordpool? En gaat erom gevochten worden?,’ 02/04/2009
8. ‘Territorial claims in the Arctic,’ wiki op 07/03/2011
9. Sergei Balmasov, ‘Arctic NATO to watch the Russians,’ Pravda.Ru, 20/01/2011
10. Gerrit de Veer, 'NOVA ZEMBLA; De tochten van Willem Barentsz en de overwintering in het BEHOUDEN HUIS,' vertaald door Vibeke Roeper en Diederick Wilderman (Athenaeum - Polak & Van Gennip: Amsterdam, 2004).

Zie ook: 
Admiral Robert J. Papp Jr., U.S. Coast Guard, 'The Emerging Arctic Frontier,'
Proceedings Magazine - February 2012 Vol. 138/2/1,308

donderdag 3 februari 2011

Nederlanders in War on Terror….in Afrika


Nederland stuurt niet alleen politietrainers naar Afghanistan maar ook militaire trainers naar Afrika, meldt het gerenommeerde defensietijdschrift Jane’s Defence Weekly. De missie bestrijkt een gebied groter dan West-Europa. Ze vindt plaats in onder meer Algerije, Tsjaad en Senegal. De training is gericht op het bestrijden van illegale wapenhandel, smokkel en mensenhandel aldus Jane’s. Maar als er zoveel moois genoemd wordt, is enige scepsis geboden.

De oefeningen hebben de naam Flintlock. Flintlock is ook de term voor een ontstekingsmechanisme voor handvuurwapens. Niet precies de naam die je kiest bij het aanpakken van illegale vuurwapenhandel. Dat blijkt het ook niet te zijn. Het gaat om een activiteit in het kader van de Amerikaanse oorlog tegen het terrorisme (Operation Enduring Freedom, OEF).

Het is een oefening en een operatie die wordt opgezet en gecoördineerd door het Amerikaanse Special Forces Commando voor Afrika (JSOTF-TS). Het gaat niet om een opleidingsmissie, maar om een multinationale militaire activiteit. Al in 2005 trainden 700 Amerikaanse Special Forces onder de naam Flintlock 2100 slecht bewapende soldaten uit negen Noord en West Afrikaanse landen. Nederland is vanaf die tijd betrokken. Er is een Multinationaal Coördinatie Centrum (MCC) opgezet om de contraterrorisme activiteiten in Mali, Mauritanië, Senegal en Tsjaad te stroomlijnen, aldus de Amerikaanse luitenant kolonel John Williamson die de oefeningen organiseert. Desgevraagd bevestigt het ministerie van Defensie dat enkele tientallen Nederlandse mariniers en commando’s van half januari tot half maart in Senegal, Tsjaad en Burkina Faso oefenen. Met de special forces uit die landen en met die uit een aantal andere Europese en Afrikaanse landen. Welke andere landen deelnemen wil Defensie niet zeggen: “Niet elk land wil zichzelf bekendmaken.”

Vorig jaar interviewde de Defensiekrant vier Nederlandse militairen die deel hadden genomen aan Flintlock: Emiel van de landmacht, Rob van de mariniers en de commando’s Eric en Tom. Achternamen laat men liever achterwege in deze kringen. Ze zouden zo weer gaan. Rob over Senegal: “Je kunt van de kust zestig kilometer het land in, dwars door de mangroven. Fantastisch!” Het grootste mangrove bos van Senegal ligt in de Casamance waar toevallig een kleine gewapende onafhankelijkheidsbeweging actief is. In december van het afgelopen jaar werd er nog hevig gevochten, waarbij zeven Senegalese militairen omkwamen. De Nederlandse training zal het Senegalese leger daarom niet slecht uitkomen.

Generaal-majoor Tom Middendorp ging vorig jaar poolshoogte nemen en kwam eveneens enthousiast terug. “Het bijzondere aan deze formule is dat je niet alleen Afrikaanse troepen oefent, maar ook crosstraining doet met de deelnemende landen onder zware omstandigheden. Veel vliegen in een klap. Voorheen stuurden we alleen observers, nu hebben we met meer troepen meegedaan. Dat is voor herhaling vatbaar, lijkt me,” tekende de Defensiekrant uit de mond van de generaal op. Een half jaar later is het zover.

Voor de Verenigde Staten is Flintlock een operatie in het kader van de strijd tegen het terrorisme. Williams is blij met de Nederlandse bijdrage. Hij zegt in een persverklaring van JSOTF-TS: “(…) de groeiende deelname van onze Europese SOF-partners [Special Operation Forces] zoals die uit Duitsland, Nederland en Spanje in tactische training en MCC activiteiten onderstreept het belang van onze wens om tot een internationale aanpak te komen van grensoverschrijdende terroristische dreigingen.”

Het gaat voor Nederland om een oefening waarin Special Forces (SF) troepen trainen en getraind worden. Niet om deelname aan een operatie, zo stelt het ministerie van Defensie nadrukkelijk. Maar Nederland is op meer fronten betrokken bij Operation Enduring freedom dan alleen in Afghanistan. Door alle aandacht voor de missie in Kunduz zou dat bijna aan de aandacht ontsnappen.

Geschreven als: Gastbijdrage op Saragasso

Bronnen:
* Zapatero ofrece a EE UU aumentar su presencia militar en España, Ignacio Cembrero, El Pais, Madrid 7 december 2010.
* Training in Trans-Sahara Africa, Max R. Blumenfeld, JSOTF-TS Public Affairs, GAO, Mali, Dec 13, 2010.
* Flintlock 2010 traint Afrikaanse troepen in Special Forces-operaties, Defensiekrant nr. 26, 8 juli 2010.
* Spain joins anti-insurgency exercises, Jane's Defence Weekly, 2 februari 2011.

Een vervolg: http://carlijnbult.blogspot.com/
Op dit blog het verslag van een zoektocht naar Flintlock: