Posts tonen met het label massavernietigingswapens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label massavernietigingswapens. Alle posts tonen

zondag 1 juli 2012

Duelfer, Verstoppertje spelen in Irak

De Amerikaan CIA-man Charles Duelfer kwam voor het eerst eind jaren tachtig in Irak, na de Iran-Irak-oorlog. Naar eigen zeggen drong het toen pas, op de grond, echt tot hem door hoe Saddam Hoessein zich had misdragen met de inzet van chemische wapens. In de jaren negentig coördineerde hij het onderzoek naar massavernietingwapens (mvw) door UNPROFOR. In 2003 deed hij hetzelfde, nu in dienst van de CIA. Dit laatste onderzoek leidde tot het zogenaamde Comprehensive Report on Iraq WMD, bekend onder de naam Duelfer-rapport, vol feiten en vuistdik.(1)

Over zijn persoonlijke ervaringen in dienst van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken schreef Duelfer het boek Hide en Seek. Hij werkte op bij het Bureau of Political-Military Affairs, de afdeling die ook wel het kleine Pentagon werd genoemd. Hij bezocht Tsjaad in de Koude Oorlog. Hij begeleide Jeanne Kirkpatrick in 1983 naar de Veilgiheidsraad toen daar gesproken werd over de neergestorte Koreaanse Boeing (bekend als KAL 007). Het gaat over zijn leven in dienst van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het grootste deel van het boek gaat echter over zijn ervaringen in Irak. Hij beschrijft hoe hij in 1994 samen met de Nederlander Wolterbeek (in het boek Wolterbeck) de loods met gevonden MVW bezocht: “met zijn lekkende sarin gifgasgranaten, vaten met gif en een hoeveelheid vervuilde uitrusting.” Hij trapt naar de Fransen door te vertellen over Thomson-CSF (nu Thales), dat in 1995 de bewakingscamera's leverde voor UNSCOM in Bagdad. Die camera's werkten niet “maar Thomson-CSF stuurde wel een rekening voor een miljoen dollar”. Zo staat zijn boek vol met kleine en grote anekdotes. Wat het vooral interessant maakt is dat je vijfhonderd pagina's lang meeleest met iemand die van nabij Irak volgde en sprak met alle belangrijke spelers, tot op het hoogste niveau, zowel in het Westen als in Irak.

Een dergelijk boek lezen is tegelijkertijd moeilijk. Wat is waar en wat is spinn of desinformatie? Duelfer heeft brede visie op de wereld. Hij kijkt naar internationale politiek, economie, militair strategische vraagstukken, management en psychologie. Vanuit die optiek probeert hij ook zaken in een kader te plaatsen dat zijn positie ondersteunt. Zo waren de foutieve rapporten aan vooravond van de Irakoorlog niet met opzet verkeerd geschreven, maar werd fout op fout gestapeld, omdat uitgegaan werd van een beeld en niet van de feiten “die werden beoordeeld door een Amerikaanse analist die misschien nog nooit een Iraki had gezien,” schrijft hij met rancune. Maar tegelijkertijd ontkent hij politieke bedoelingen. Miskleunen wijdt hij aan slechte organisatie, ook al leiden ze het tot cruciale stappen naar oorlog. De Iraanse jongens die als ratten sterven tijdens de strijd in de moerassen van de Shat'al Arab schildert hij af als gekken, die geloven in een prachtig leven na de dood. Alsof hij niet weet dat deze jongeren gedwongen gerecuteerd werden. Voor Iraniërs en shi'ieten heeft weinig waardering. Wel heeft hij veel waardering voor de Iraakse elite. Zo moet je bij het lezen de hele tijd sceptisch zijn.

Duelfer organiseerde ook verhoren van belangrijke Iraki's. Hij vond dat het Amerikaanse leger hier verkeerd mee omsprongen. De Abu Ghraib gevangenis is bekend geworden vanwege ernstige misstanden, maar Duelfers probleem is vooral dat het samen opsluiten van gevangen in een grote gevangenis ertoe kan leiden dat mensen informatie delen en elkaar kunnen waarschuwen. Lastig voor de verhoorders. Na een kwart eeuw de Iraakse mvw volgen doet hij zijn best zoveel mogelijk bronnen te vinden en te isoleren om ze te kunnen verhoren. De grootste vis is Saddam Hoessein zelf. Maandenlang kan het team van Duelfer, met name een FBI-agent George Piro, de Iraakse dictator ondervragen.

Verbeten is de jacht op mvw. Als een bericht opduikt dat het Al Abud netwerk de financiën en infrastructuur heeft om oude en nieuwe voorraden mvw in te zetten, wordt onmiddellijk een onderzoeksteam gevormd. Er wordt triethanolamine gevonden, een voorloper voor mosterdgas. Zwaargewichten, zoals Rita Colwell (van 1998 tot 2004 directeur van de US National Science Foundation) worden aan het werk gezet en alle sporen gevolgd. Er wordt een capture/kill eenheid ingeschakeld om getuigen te vinden, contacten met deze eenheid(2) worden gelegd door Larry Sanchez (3). Het leger levert militairen om de compound aan te vallen waarvan men vermoed dat er chemische wapens gemaakt worden. Twee Amerikaanse militairen komen daarbij door een explosie om het leven. Voor een tweede aanval worden via de later bekend geworden generaal McChrystal special forces ingezet. Uiteindelijk blijkt het dood spoor: “Tenslotte bevestigde de Al Abud actie dat de dreiging van verborgen mvw-voorraden klein was. Het feit dat de opstandelingen met veel moeite ingrediënten voor chemische wapens probeerden te bemachtigen was een aanwijzing dat ze die niet al verborgen in hun bezit hadden.” Het onderzoeksteam van Duelfer was zeventienhonderd man sterk. Vier man kwam om het leven. Voor de aanwezigheid van mvw werd slechts een enkel verdwaald spoortje gevonden.

Voor Duelfer was de oorlog toch gerechtvaardigd. De druk op het regime van Saddam Hoessein zou verslappen en voor die tijd moest hij het veld ruimen. Waar hij fors op uithaalt is de kwaliteit van de Amerikaanse politiek ten opzichte van Irak. Als het Witte Huis in 2005 Meghan O'Sullivan aanneemt als adviseur over Irak dan beschrijft Duelfer de Iraakse reacties als volgt: “Wat geeft deze persoon het recht en de wijsheid om over ons te beslissen en onze levens te beïnvloeden. Welke ervaringen maken dat hij over ons in Irak kan beslissen. Deze persoon gaat over ons beslissen en we konden hem niet kiezen.” Het een steeds terugkerend thema, de kwaliteit van de Amerikaanse politiek is belabberd.

Maar wat hem ogenschijnlijk het meest dwarszit de twee doden en een gewonde die een aanval met een bermbom opvingen en waardoor hij gespaard bleef. Hij zoekt de nabestaanden op, zogezegd op eigen initiatief. De bezoeken worden uitgebreid beschreven. Het is een deel waar ik liever op afstand blijf. Verder vind ik het boek een aanrader. Het geeft een beeld dat je niet uit kranten kunt halen. Je hebt soms het gevoel op zijn hotelkamer te zitten, zo dichtbij is het – bijna als filmscript – geschreven. Het geeft daardoor inzichten die anders moeilijk te krijgen zijn. De uitkomst is al bekend. Irak had geen mvw meer, maar voor het begrijpen van de Amerikaanse politiek en de mensen die daar een rol in spelen vind ik het, ook in de internationale pers weinig besproken boek, een aanrader.


Noten:
1) Je kan het vinden in de rechter balk op broekstukken.blogspot.com onder het kopje documenten.
2) Deze eenheid opereert zowel in Irak als Afghanistan, zie p. 421-422.
3) Sanchez is een bekende inlichtingendienst man: CIA en inlichingendienst Ministerie van Energie. In 2004 werekt hij aan een infiltratie organisatie in de New York in samenwerking met de New Yorkse politie.




titel Hide and Seek
auteur Charles Duelfer
uitgave Hard cover, 524 p., noten en index
uitgever PulicAffairs
prijs $ 12
jaar 2009
isbn-13 978-1-58648-557-3

Geschreven voor Vredesmagazine (dit is een iets langere versie)

zondag 9 januari 2011

Massavernietingswapens in Irak

In 2003 schreef ik samen met Frank Slijper een boek over wapenhandel. Mensen die dit blog volgen weten dat waarschijnlijk wel. Het was een pil vol feitelijke informatie over tien jaar Nederlandse wapenexporten en wapenexportbeleid. Toch kon ik er niet aan ontkomen om in inleiding ook over Irak te schrijven. Ik weet nog goed hoe moeilijk ik dat vond. In die tijd werd het nog niet geaccepteerd als je stelde dat er van grote Iraakse wapenvoorraden waarschijnlijk geen sprake was. Eigen onderzoek en uitspraken van Scott Ritter overtuigden me. Pas later hoorde ik van de standpunten van Rozing. De mensen die het werk deden wisten dat de argumentatie achter de oorlog holle rethoriek was. Er werd niet naar hen geluisterd.
_____________________________
Hieronder de tekst uit de inleiding over Irak. Het hele
boek is te vinden in de informatie kolom rechts.
_____________________________
Oorlog tegen Irak



Dit boek is afgerond in het voorjaar van 2003, met de oorlog tegen Irak nog
vers in het geheugen. Een oorlog die de komende jaren centraal zal staan in
het debat rond vraagstukken over oorlog en vrede. Deze oorlog was een
mediaspektakel van de eerste orde. Een regen van bommen en kruisraketten,
de opmars van militaire voertuigen, gecombineerde lucht- en landoperaties,
en troepen opzoek naar geheime wapenvoorraden vullen de beeldschermen.
Wapens spelen een grote rol in de berichtgeving, maar wapenhandel
duidelijk minder, in tegenstelling tot alle andere oorlogen die na de
Koude Oorlog hebben plaatsgevonden. Dat is opvallend.


Allereerst omdat de Iraakse bewapening lange tijd als de belangrijkste reden
wordt genoemd voor interventie. Alle aanwijzingen dat Irak over massaver-

nietingswapens beschikt, halen de internationale media, maar worden
later steevast weer herroepen. Elk gevonden gasmasker passeert de redacties
van CNN, Fox News en BBC World. Zelden berichten de zenders waar de
wapens vandaan komen.


Irak bouwde gedurende de jaren zeventig en tachtig zijn arsenaal conventionele
en niet-conventionele wapens op met steun uit alle delen van de
wereld. Ook Nederlandse wapens, inclusief ingrediënten voor chemische
wapens, gaan in de jaren tachtig naar Irak. Zelfs nadat is gebleken dat Irak
strijdgassen inzet tegen de Iraanse troepen. De huidige minister van Defensie
van de Verenigde Staten, Donald Rumsfeld, bezoekt Irak in 1983 om afspraken
te maken over de versterking van het Iraakse leger. Het brute
Baath-regime is dan al een bedreiging voor het eigen volk en voor de stabiliteit
in de regio. Irak begint in 1980, vlak na de islamitische revolutie in Iran,
de oorlog met het buurland. In het begin met groot militair succes waarbij
grote delen van Iran worden veroverd. In 1983 is Iran inmiddels aan de winnende
hand. De visie in Washington is dat het Iran van de ayatollahs moet
verdwijnen. Vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten zijn daaraan ondergeschikt.
Daarom gaan grote hoeveelheden wapens naar Irak. De steun aan
de slager van Bagdad en zijn regime geven aan dat humanitaire en vredelievende
overwegingen gemakkelijk geofferd worden in de internationale
machtspolitiek.


Aan de wapenleveranties aan Irak komt in april 1990 een abrupt einde,
vlak nadat meningsverschillen tussen Israël en Irak hoog oplopen, waarbij dreigingen met de inzet van massavernietingswapens over en weer plaatsvinden.
Irak is in 1990 zijn voorkeurpositie in het Westen weliswaar kwijt,
maar de wapens zijn dan al geleverd. Kort daarna valt Irak Koeweit binnen
en stomen Amerikaanse oorlogsschepen op naar de Golf. De Amerikanen
en hun bondgenoten – waaronder Nederland – vallen hun oude bondgenoot
Saddam Hoessein aan. De Golfoorlog (1990-1991) is een feit.


De verbazing in de publieke opinie over de Iraakse wapenarsenalen en de
leveranciers daarvan leidt indertijd tot grote aandacht voor wapenexporten.
Ook komt er een wapenembargo tegen Irak. De Verenigde Naties zetten als
reactie een wapenhandelregister op, dat meer duidelijkheid moet geven over
het internationale wapenverkeer. De verontrusting over de wapenleveranties
aan het Midden-Oosten ebt al snel weer weg. Landen rondom Irak bewapenen
zich vervolgens tot de tanden. Het wapenembargo tegen Irak blijft
wel van kracht en hierdoor krijgt het land nauwelijks nog wapens. Veel illegale
leveringen worden in een vroegtijdig stadium opgespoord, en het leger
van Irak moet het steeds meer doen met verouderde wapens uit de jaren zeventig
en tachtig. De luchtmacht van Irak kan tijdens de oorlog van 2003 de
lucht niet eens meer in. In de jaren tachtig geleverde scheepsraketten worden
in de woestijn gevonden en slechts een enkel exemplaar wordt vanaf
land afgevuurd.



Beweringen over de aanwezigheid van een grootscheeps en actief programma
voor massavernietigingswapens zijn de belangrijkste rechtvaardiging
voor militair optreden tegen Irak. In alle redelijkheid kan niet beweerd
worden dat na 1991 veel wapens in Irak aankomen, of het nou om massavernietigingswapens gaat of om conventionele wapens. Het blijkt mogelijk de
bewapening van een land vergaand aan banden te leggen. De ontwapening
van Irak is kracht bijgezet met jarenlange bombardementen op militaire
stellingen. De wapeninspecteurs van de Verenigde Naties zijn tevreden over
de mogelijkheden in Irak: ‘In 1998 is de infrastructuur voor chemische wapens
compleet ontmanteld of vernietigd door UNSCOM of door Irak, overeenkomstig
ons mandaat. Het programma voor biologische wapens is verdwenen
en alle belangrijke installaties vernietigd. Het nucleaire wapenprogramma
is compleet vernietigd. Het programma voor ballistische langeafstandsraketten
was compleet vernietigd. Als ik de omvang van de Iraakse
dreiging zou moeten beoordelen, dan zou ik zeggen: die is nul’, zegt Scott
Ritter, een van de inspecteurs in 2001.10 Door een aanpak met de botte bijl
door met name de VS zijn de mogelijkheden voor diplomatieke oplossingen
van bewapeningsproblemen in de wereld flink verzwakt.



Tijdens de oorlog tegen Irak stelt president Bush al voor om het wapen-embargo

tegen Irak op te heffen en de controle op nieuwe exporten uit handen
van het Congres te verschuiven naar het Pentagon. Irak wordt niet alleen
een proeftuin voor het opzetten van een liberale economische structuur.
Het moet eveneens weer klant worden van de wapenindustrie van de
Verenigde Staten.11



De Verenigde Staten vuren op 20 maart 2003 hun eerste projectielen af op
een woning waar Saddam Hoessein naar verluidt op dat moment dineert.
Op hetzelfde moment vindt een paar honderd kilometer zuidelijker in de
Verenigde Arabische Emiraten de grootste wapenbeurs van het Midden-
Oosten plaats, IDEX genaamd. De website van IDEX vermeldt dat drie afdelingen
van Nederlandse ministeries en een tiental Nederlandse bedrijven op
de beurs acte de présence geven. (Zie ook dit blog.) Er is geen enkele aandacht voor in de
Nederlandse media. Een duidelijk signaal dat de verontrusting na de Golfoorlog
over grootschalige bewapeningsprogramma’s verdwenen is. Nog
steeds wordt het Midden-Oosten verder bewapend, met militaire technologie
en infrastructuur. Saoedi-Arabië, Turkije en Egypte behoren nog altijd
tot de tien grootste wapenimporterende landen.12 Evenmin is er begin 2003
aandacht voor de verkoop (door de RDM) van mobiel geschut aan de Jordaanse
speciale troepen. De eerste contacten hiervoor werden gelegd tijdens
de Jordaanse wapenbeurs Sofex in 2002. De levering vindt plaats ondanks de
oplopende spanningen vanwege Irak en ondanks hardhandig ingrijpen van
de Jordaanse speciale troepen tegen fundamentalistische moslims eind 2002.
Tijdens de oorlog tegen Irak worden veelvuldig wapens ingezet waar
Nederland onderdelen voor produceert, zoals Patriotraketten (die tijdens
deze oorlog vooral bevriende vliegtuigen neerhalen), Apache-gevechtshelikopters
en F-16-jachtvliegtuigen. De Verenigde Staten zijn niet voor niets al
jaren de belangrijkste klant van de Nederlandse wapenindustrie. Deze wapens
zijn dit jaar ingezet door de hypermacht – die de mening van de
wereldgemeenschap naast zich neerlegt. Niettemin krijgen deze leveringen
in het geheel geen aandacht. Geen trotse berichten over de inzet van hoogwaardige
Nederlandse technologie en ook geen kritisch debat of de samenwerking
van de defensie-industrie met Washington nog wel gepast is. Wel
bewondering voor de Amerikaanse wapens en de opmerking dat Europa
achterblijft, maar geen discussie over het al dan niet aanschaffen van een
nieuw Amerikaans jachtvliegtuig, nadat is gebleken dat de Verenigde Staten
hun eigen koers varen en het ‘oude Europa’ passeren.



Wapenleveranties van nu leiden tot de problemen van morgen. Voor de onderbouwing

hiervan bestaat geen beter voorbeeld dan Irak. De Nederlandse
overheid en defensie-industrie zijn nog steeds betrokken bij de bewapening
van het Midden-Oosten. Voor andere spanningshaarden geldt
hetzelfde. Helaas krijgt deze handel en de controle erop niet de aandacht die
ze verdient. Voor een duurzame vrede is een veel restrictiever wapenexportbeleid
belangrijker dan het volgen wat van dag tot dag in een oorlog gebeurt.



Noten:

10 Op.cit. John Pilger, The New Rulers of the World, Verso, Washington/Londen 2002, p. 56.
11 Amy Svitak, ‘White House Seeks Exports to Iraq’, Defense News 31-03-2003.
12 Björn Hagelin e.a., ‘The volume of transfers of major conventional weapons: by recipients and suppliers, 1997-2001’, SIPRI Yearbook 2002, p. 403.