Posts tonen met het label special forces. Alle posts tonen
Posts tonen met het label special forces. Alle posts tonen

woensdag 21 maart 2018

Dood door eigen vuur

De bespreking van Dood door eigen vuur van Charles Sanders is geschreven voor Ravage Webzine. Het is het verhaal van politieke en bestuurlijke blunders van Defensie rond de dramatische gebeurtenissen in Ossendrecht en Mali verteld door ooggetuigen, vijf commando’s en hun advocaat.

     door Martin Broek

Als je militairen op missie stuurt dan moet je er voor zorgen dat ze veilig kunnen worden ingezet. Als je militairen laat oefenen, zorg er dan voor dat het zo veilig mogelijk gebeurt. Doe je dat niet dan ben je een werkgever met te weinig hart voor je personeel.

Een dergelijk standpunt moet leiden tot de vraag over prioriteiten, want niet alles kan. Ligt de nadruk bij Defensie op de aanschaf van peperdure luchtverdedigings- en commandofregatten (LCF), onderzeeboten en Joint Strike Fighters (F-35), of bij een goede uitrusting van militairen in het veld? Is elke militaire uitzending wel gewenst of moet Nederland meer selecteren?

Het zijn gedachten die bij mij opkomen tijdens het lezen van het boek Dood door eigen vuur; de persoonlijke verhalen van commando’s en rode baretten bij het defensiedrama. In het boek worden deze vragen echter begraven onder de terugkerende opmerking dat het leger kapot is bezuinigd.

Zelfs Weekblad Elsevier stelt dat het boek een moderne versie van dolkstoot legende leven inblaast. De Ministers Koenders en Hennis, burger medewerkers van het Ministerie van Defensie hebben het gedaan.

   Militair activisme

Dood door eigen vuur is grotendeels geschreven door Charles Sanders, voormalig journalist en oorlogscorrespondent voor De Telegraaf. Het is in die zin interessant omdat het een indruk biedt van de emoties van militairen die zich misbruikt voelen, die collega’s verliezen door een gebrekkig schiethuis voor oefeningen, door oude en verkeerd bewaarde munitie en vooral door nalatigheid.

Het is ook interessant omdat het activisme wordt beschreven van een groep bestaande uit het Korps Commando’s Troepen (KCT), voormalig advocaat Michael Ruperti en Sanders zelf. Commando’s en hun advocaat kaarten misstanden bij Defensie aan, lekken informatie, lobbyen bij Kamerleden en informeren geselecteerde pers, met name het Algemeen Dagblad en RTL. Sanders is de chroniqueur van het gezelschap. (niet bij de NOS, dat is teveel een ‘staatsomroep’)

Dit activisme zou een rol hebben gespeeld bij het gedwongen vertrek van minister van Defensie Hennis en Commandant der Strijdkrachten (CDS) Middendorp in 2017. Achterin het boek wordt deze actiecampagne op een A4’tje in zeven punten uitgewerkt, uiteenlopend van “bewustwording van het volk en de politiek”, via gericht informatie lekken tot het verantwoordelijk stellen van de defensieleiding en “laten vertrekken”. Dat laatste is vorig jaar oktober dus gelukt. Een van de Commando's zegt dan ook een "fluwelen staatsgreep [te] hebben gepleegd." Alles met het belang van Nederland in het achterhoofd. Tja ...

De auteurs beschrijven de “ellende en onrechtvaardigheid die integere en goedwillende militairen die besloten om hun land te gaan dienen, hebben moeten ondervinden.” Om dit verhaal te vertellen worden drie kwesties uit de praktijk van advocaat Ruperti, de genius achter het project, beschreven.

Aan het eind van het boek stelt hij zijn toga aan de wilgen te zullen hangen om een ander pad in te slaan. In februari 2018 duikt hij echter weer op als woordvoerder van de commando’s die willen dat collega Marco Kroon minder loslippig is over zijn activiteiten. Ruperti is nog steeds werkzaam als advocaat.

   Operationele parachutesprong

De eerst beschreven netelige kwestie gaat over een commandolid, Serge A., die in 2009 betrokken is geweest bij de met geheimzinnigheid en summiere informatie omgeven parachutesprong van grote hoogte om te landen in de bergen van Zuid-Afghanistan. De negen commando’s van special forces Task Force 55 moesten ter plekke de sterkte van de Taliban observeren.

Een dergelijke operationele sprong met gevaar voor eigen leven, waar Defensie de commando’s voor beloonde en met trots over berichtte, is sinds de inzet tijdens de koloniale oorlog tegen Indonesië in maart 1949 niet meer vertoond. (Begin 2016 sprongen commando’s ook in Mali van een hoogte van 8.000 meter. Defensie publiceerde hiervan een video.)

Na zijn terugkeer in Nederland werd Serge A. echter geschorst. Hij zou zich in het verleden misdragen hebben tegenover zijn ex-vrouw en werd daarvoor gearresteerd door de politie met allerlei toeters en bellen, inclusief de inzet van pepperspray. Hij kreeg uiteindelijk een taakstraf opgelegd en werd op non-actief gesteld. Charles Sanders noemde Serge in juni 2012 – dus al jaren voordat hij het boek schreef – in De Telegraaf toen hij na tussenkomst van Michael Ruperti als raadsman terug mocht naar zijn eenheid.

Aan de sprong deed ook “een Afghaanse coalitiepartner” mee, zoals het Ministerie van Defensie de tolk omschrijft. Journalist Sanders doopt zijn pen nu in anders gekleurde inkt en schrijft: “De tolk is goed gemutst, de arme kerel heeft nog geen idee van de missie die hem te wachten staat. Had hij dit wel geweten, dan was de Afghaan waarschijnlijk hard hollend en angstig omkijkend van de basis gevlucht.” (p.35)

Een Afghaan die ongeïnformeerd op een levensgevaarlijke missie wordt meegesleept, je kan het je toch niet indenken. Is dat echt zo? De lafbek was anders weggelopen, je moet wat. Vermoedelijk is bij dit denigrerende taalgebruik sprake van een wat losse aanpak van de auteur. Een paar pagina’s verderop wordt de tolk alweer dapper genoemd, maar meegesleept tegen wil en dank blijft. Dit soort soldateske opmerkingen doen het boek geen goed.

   Gebrekkig schiethuis

Het tweede beschreven voorval van door uitgezonden militairen ondervonden “ellende en onrechtvaardigheid” betreft een dode door nalatigheid. Onder officier Sander Klap komt een militair te overlijden als gevolg van een schietongeluk in een oefenruimte, een zogenaamd schiethuis van de politie in Ossendrecht. De commando’s maken gebruik van deze locatie bij gebrek aan een eigen ruimte.

De groene baretten hadden diverse malen aangegeven dat de ruimte niet geschikt is en vragen sinds 2005 om een eigen adequaat schiethuis. Maar de molens bij Defensie malen traag. Ook stalen tussenwanden, zogenoemde bullet raps, ter waarde van enkele tienduizenden euro’s worden niet besteld om het politieschiethuis geschikter te maken voor zware handvuurwapens.

In een onderzoek naar het dodelijke ongeval wordt gesteld dat de ruimte niet geschikt is. Maar het onderzoek geeft ook aan dat door het wegvallen van “meerdere veiligheidsbarrières op verschillende niveaus” een situatie is ontstaan “waarin er nog slechts geringe ruimte was voor cursisten of instructeurs om fouten te maken. Zo kon een niet vlekkeloos uitgevoerde oefening fataal zijn.”

De fout lag ook deels bij de commando’s zelf, maar die onderzoeksuitkomst wordt door Sanders weggewuifd met de opmerking dat wanneer een oefenruimte in het geheel niet deugt het onmogelijk is om wat voor voorschriften dan ook na te leven (p.69) en dat er toch geoefend moest worden (p.57). Dat mag zo zijn, maar bij onverantwoorde risico’s moet de leiding ingrijpen.

Tijdens het officiële onderzoek naar het dodelijke ongeval wordt niet al te fijnzinnig met de betrokkenen omgesprongen. Hier duikt Ruperti weer op als advocaat om de verdachten bij te staan. Sanders schrijft dat de betrokken commando’s die overal in de wereld hun leven wagen “dood door schuld” wordt aangewreven, terwijl de “échte verantwoordelijken, hogere officieren en ambtenaren op het ministerie, buiten schot blijven.”

Het blijft onverteerbaar dat Defensie al jaren weet dat de schiethuizen grote gebreken vertonen en dat daar niets aan gedaan wordt. Wel is het inmiddels duidelijk dat in 2020 een nieuw schiethuis beschikbaar komt. Tevens heeft de nieuwe Commandant der Strijdkrachten, generaal Bauer, duidelijk gemaakt dat hij op de rem zal trappen als er sprake is van missies die niet kunnen.

   Munitie in Mali

De derde kwestie betreft een ongeluk met een mortiergranaat in Mali. Tijdens een oefening op 6 juli 2016 explodeert een granaat vroegtijdig waarbij twee Nederlandse militairen om het leven komen, een derde zwaar gewond raakt en een vierde in shock terecht kwam. Voor Defensie betrof het hier “een ongeluk” maar het zou uitgroeien tot een landelijke kwestie. Risicomanagement was, voorzichtig uitgedrukt, onhandig en kwam te laat. Exit minister Hennis en CDS Middendorp.

Het ging bij deze oefening om het afvuren van oude 60mm HE80 granaten van de Bulgaarse fabrikant Arsenal JSCO. Die Oost-Europese fabrikant met 7.500 medewerkers wordt in het boek als ‘vaag’ omschreven, barkruktaal. De granaten waren niet vooraf gekeurd bij het verschepen naar Mali en werden te heet opgeslagen (Onderzoeksrapport p.38).

Sanders komt met een originele verklaring voor de te hete opslag. De basis in Kidal moet niet teveel aandacht krijgen, want dan gaan de linkse partijen in de Tweede Kamer zich roeren vanwege het feit dat Nederland niet zover in de Sahara militair actief moet zijn. Zo wordt de basis een ondergeschoven kindje en worden voorzorgsmaatregelen minder strikt nageleefd. (p.77)

Het is een bespottelijke verklaring voor het feit dat er geen sprake was van gekoelde munitie-opslag. Ook linkse politici willen immers dat er goed voor uitgezonden militairen wordt gezorgd. De Onderzoeksraad Voor Veiligheid concludeerde dat het belang van munitieveiligheid en goede medische verzorging van ondergeschikt belang was aan de voortgang van de militaire missie.

De gang van zaken rond de dood van een militair bij het gebruik van antipersoneelsmijnen bij een oefening in 1984 dringt zich op. Ook hier werd volstrekt onverantwoord omgegaan met de veiligheid rond explosieven en ook dit werd meteen onder het tapijt geveegd. Raadsman Fred Spijkers die het daar onder vanuit wilde halen, werd aan alle kanten tegengewerkt en pas decennia later, mentaal gesloopt, in het gelijk gesteld.

Voor Ravage schreef ik een recensie van het boek Een man tegen de Staat over deze kwestie. In Dood door eigen vuur komt de zaak Spijkers één keer terloops aan bod. Het past dan ook niet in het verhaal. Niet een te klein leger maar wanorde bij Defensie was de oorzaak. Dat is ook hier de kwestie.

Michael Ruperti zal ook in de zaak van de ontplofte mortiergranaat een rol gaan spelen als raadsman van de nabestaanden. Hij legt ook contact met Roli W., de logistiek medewerker van het kamp in Mali die zich het vuur uit de schenen loopt om te krijgen wat nodig is om Kamp Nassau in Kidal te laten draaien. Hij is het die het niet koelen van de munitiecontainer aankaartte.

   Hoger defensiebudget

Het boek is een hartstochtelijk pleidooi voor een hoger defensiebudget, de doden zijn immers een “direct gevolg van het voortdurend korten”. Er is sprake van de teloorgang van Nederland als militaire speler en de krijgsmacht is op sterven na dood. Het is slechts een greep uit een berg verbitterde soortgelijke kwalificaties. Je zou bijna gaan denken dat Nederland een operetteleger heeft. Toch maakt Nederland onderdeel uit van de 25 militaire grootbesteders en laat landen als, Argentinië, Noorwegen en Zweden ruim achter zich.

Door zo ongericht van zich af te bijten, blijven er ook vragen liggen. Wat kost het eigenlijk om versleten sluipschuttersgeweren en mortiergranaten te vervangen? Hoeveel kosten die Special Forces, inclusief dat Korps Commando Troepen (KCT), nu eigenlijk in zijn geheel? Het is een topklasse-onderdeel van het Nederlandse leger, en zeker niet het duurste.

Dat er ook materieelprojecten voor de commando’s op stapel staan, blijft al helemaal buiten beeld. Defensie en het KCT worden immers steeds verder uitgekleed, nuances leiden die boodschap enkel maar af zal Sanders denken. Ook valschermen, voertuigen en handvuurwapens worden aangeschaft, maar het blijft in het boek allemaal onbelicht.

Charles Sanders kwam zelf in het nieuws aangezien hij kampte met het Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS), een diagnose die door psychologen werd onderschreven. Alleen zijn vrouw weet wat hem écht dwarszit. De Telegraaf meent dat het de journalist te doen is om een hogere vertrekpremie. NVJ-secretaris Thomas Bruning pleit juist voor meer aandacht voor de mentale belasting van het oorlogscorrespondentschap: “De begeleiding van journalisten is nog te vaak een ondergeschoven kindje.”

   Politiek doel

Hoe het ook zit, voor zijn laatste bijdrage in De Telegraaf van 30 oktober 2015 schrijft Sanders over schietende agenten en dook recent weer op in de Nederlandse pers als auteur van Dood door eigen vuur. Hierin komt de kwestie PTSS niet aan bod, noch het feit dat Ruperti tevens de raadsman van de auteur was tijdens zijn conflict met De Telegraaf. Dat laatste lijkt toch relevant voor een serieus boek dat zich baseert op informatie van de advocaat.

Ruperti of Sanders (het lijkt erop alsof Ruperti het laatste hoofdstuk heeft geschreven) stelt verontwaardigd: “Vijf special forces die bereid zijn aangifte te doen tegen hun werkgever. En op wie nu, met dank voor bewezen diensten tijdens levensgevaarlijke missies in alle uithoeken van de wereld, jacht wordt gemaakt.”

Opkomen voor je maten, opkomen voor nabestaanden, werken aan het vergroten van veiligheid bij Defensie en daar een bijdrage aan leveren; dat verdient inderdaad een pluim. Het staat los van het feit dat je politiek van opvatting kan verschillen over de omvang en inzet van de krijgsmacht. De auteur doet het tegenovergestelde: misstanden gebruiken om een politiek doel, een groter leger, dichterbij te brengen. 

titel Dood door eigen vuur; De persoonlijke verhalen achter het defensie drama
auteur Charles Sanders en Michael Ruperti
uitgave 192 pagina’s, paperback
uitgever Unieboek | Spectrum
isbn 9789000362233
prijs € 19,99

zondag 16 december 2012

Chaos in Mali; collateral damage van de oorlog in Libië

Al Qaeda heerst in Noord-Mali, in een gebied zo groot als als Frankrijk. Dat deel van Mali wordt ook Azawad genoemd. De lokale bevolking wordt er nu onderdrukt, traditionele muziek is verboden en werelderfgoed werd vernield. Er is een uitvalsbasis voor islamistische terreur gecreëerd.

Photo: US Special Forces in Mali (bron Atlantic Council U.S.: acus.org/us-special-forces-mali

Het begon begin dit jaar als slot van de oorlog in Libië. Toearegs, de lokale nomaden, bekend van hun indigoblauwe gewaden, kwamen terug naar Mali. In Libië als militairen in dienst van Khadaffi Hun wapens brachten ze mee terug (eerder schreef ik hierover) Hierdoor veranderde het machtsevenwicht in Noord-Mali in het voordeel van de nomaden ten koste van de regering in Bamako, de hoofdstad van Mali. De Toearegs leven al decennia in onmin met die overheid. De regio kende opstand na opstand. Door de meegenomen wapens konden ze hun eisen voor onafhankelijkheid kracht bij zetten.

Twee partijen reageerden op de veranderde situatie: Islamisten van Ansar al-Din, die banden onderhouden met Al Qa'ida, en de legereenheden uit Bamako. Hoewel de eisen van de Toearegs in de hoofdstad Bamako nooit serieus werden genomen, was het leger ook nooit sterk genoeg om de zelfbeschikkingsaspiraties voorgoed de kop in te drukken. Met hulp van de islamisten konden de in het Libische leger bewapende Toearegs de centrale overheid de baas en de Nationale Beweging voor de Bevrijding van Azawad (MNLA) riep een onafhankelijke staat uit. Helaas voor de Toearegs; ze haalden zo hun eigen vijand binnen. De islamisten namen uiteindelijk de touwtjes in handen en brachten het grootste deel van het gebied onder hun controle. Ze vestigden er hun zeer rigide salafistische islam. Inmiddels zijn er vijf verschillende groepen (zie link). Ze worden voor een deel gedreven door fanatiek geloof. En voor een deel door op macht en rijkdom beluste leiders.(zie link) Zowel vertegenwoordigers van MNLA als van Ansar al-Din zoeken momenteel aan de onderhandelingstafel al naar mogelijke uitwegen uit de crisis. Als dat lukt, zullen de enkele honderden Al Qaeda strijders nauwelijks een probleem vormen.

Aan de andere kant reageerden Malinese legereenheden. Zij vonden dat ze te weinig wapens en middelen hadden om de strijd aan te gaan. Amadou Toumani Touré, de president werd afgezet door troepen onder leiding van kaptein Sanogo. Militairen namen de macht in handen. De chaos die daardoor ontstond was vooral in het voordeel van de strijders in het noorden. De coup werd veroordeeld door de internationale gemeenschap. De president nam zijn zetel al snel weer in om daarna ordentelijk af te kunnen treden. Mali kreeg daarna weer een nieuwe president. Maar in december 2012 werd de premier door Sanogo uit zijn zetel gezet en al snel vervangen door een nieuwe premier. De crisis in Mali werd er door verergerd. Militairen hebben achter de schermen de touwtjes in handen, zo werd onderstreept.

Interessant en niet onbelangrijk is dat Sanogo in de VS is opgeleid. Nog belangrijker is dat troepen van Mali al jaren worden opgeleid door Westerse elite eenheden. Special Forces uit de Verenigde Staten zijn permanent in het land aanwezig. Begin dit jaar deden Nederlandse commando's en mariniers nog mee met de jaarlijkse oefening Flintlock. Het Nederlandse contigent groeide jaar in jaar uit. De oefening cq. operatie zou een paar maanden moeten duren en heel West-Afrika moeten bestrijken. Ze werd vanuit Mali gecoördineerd. Deze militaire betrokkenheid is er op gericht het islamisme klein te houden in West-Afrika. Het Malinese leger krijgt daarvoor een kleine tweehonderd miljoen dollar per jaar van de Amerikanen. Op een Bruto Nationaal Product van maar negen miljard geen kleinigheid. Ondanks die steun liep het onder de ogen van de militairen mis in Mali. Het gevolg van de coup was chaos, onrust en een enorme hoeveelheid vluchtelingen. De Nederlandse troepen waren al naar huis geroepen. Amerikaanse troepen (waaronder een eenheid SEALS, SeaAirLand forces) waren nog in het land nadat de coup plaatsvond.

Op dit moment staat een vredesmissie van de Afrikaanse Unie en/of ECOWAS op stapel: AFISMA (African-led International Support Mission). Het zou moeten gaan om ruim 3000 militairen, gesteund met Europese adviezen en Amerikaanse en Franse inlichtingen voor het enorme gebied. De operatie zal zo'n half miljard kosten. De Amerikaanse minister van Defensie Leon Panetta heeft beloofd achter Al Qa'ida aan te gaan “wherever the hell they're at, and make sure they find no place to hide.” En ja, als het nodig is vallen de Amerikanen gewapenderhand Mali binnen. Dat de VN waarschuwde dat een militaire aanpak mogelijk tot een half miljoen vluchtelingen zal kunnen leiden is van later zorg. Mogelijk zijn Panetta's woorden bedoeld om druk op de verschillende partijen uit te oefenen om aan de onderhandelingstafel tot een oplossing te komen. Want zoals zo vaak ligt daar de oplossing. Een militaire aanpak leidt vaak tot nieuwe problemen. Die vervolgens dan weer militair kunnen worden “opgelost”.

Onderzoek ondersteund door Fonds Vredesprojecten

zondag 1 juli 2012

Duelfer, Verstoppertje spelen in Irak

De Amerikaan CIA-man Charles Duelfer kwam voor het eerst eind jaren tachtig in Irak, na de Iran-Irak-oorlog. Naar eigen zeggen drong het toen pas, op de grond, echt tot hem door hoe Saddam Hoessein zich had misdragen met de inzet van chemische wapens. In de jaren negentig coördineerde hij het onderzoek naar massavernietingwapens (mvw) door UNPROFOR. In 2003 deed hij hetzelfde, nu in dienst van de CIA. Dit laatste onderzoek leidde tot het zogenaamde Comprehensive Report on Iraq WMD, bekend onder de naam Duelfer-rapport, vol feiten en vuistdik.(1)

Over zijn persoonlijke ervaringen in dienst van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken schreef Duelfer het boek Hide en Seek. Hij werkte op bij het Bureau of Political-Military Affairs, de afdeling die ook wel het kleine Pentagon werd genoemd. Hij bezocht Tsjaad in de Koude Oorlog. Hij begeleide Jeanne Kirkpatrick in 1983 naar de Veilgiheidsraad toen daar gesproken werd over de neergestorte Koreaanse Boeing (bekend als KAL 007). Het gaat over zijn leven in dienst van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het grootste deel van het boek gaat echter over zijn ervaringen in Irak. Hij beschrijft hoe hij in 1994 samen met de Nederlander Wolterbeek (in het boek Wolterbeck) de loods met gevonden MVW bezocht: “met zijn lekkende sarin gifgasgranaten, vaten met gif en een hoeveelheid vervuilde uitrusting.” Hij trapt naar de Fransen door te vertellen over Thomson-CSF (nu Thales), dat in 1995 de bewakingscamera's leverde voor UNSCOM in Bagdad. Die camera's werkten niet “maar Thomson-CSF stuurde wel een rekening voor een miljoen dollar”. Zo staat zijn boek vol met kleine en grote anekdotes. Wat het vooral interessant maakt is dat je vijfhonderd pagina's lang meeleest met iemand die van nabij Irak volgde en sprak met alle belangrijke spelers, tot op het hoogste niveau, zowel in het Westen als in Irak.

Een dergelijk boek lezen is tegelijkertijd moeilijk. Wat is waar en wat is spinn of desinformatie? Duelfer heeft brede visie op de wereld. Hij kijkt naar internationale politiek, economie, militair strategische vraagstukken, management en psychologie. Vanuit die optiek probeert hij ook zaken in een kader te plaatsen dat zijn positie ondersteunt. Zo waren de foutieve rapporten aan vooravond van de Irakoorlog niet met opzet verkeerd geschreven, maar werd fout op fout gestapeld, omdat uitgegaan werd van een beeld en niet van de feiten “die werden beoordeeld door een Amerikaanse analist die misschien nog nooit een Iraki had gezien,” schrijft hij met rancune. Maar tegelijkertijd ontkent hij politieke bedoelingen. Miskleunen wijdt hij aan slechte organisatie, ook al leiden ze het tot cruciale stappen naar oorlog. De Iraanse jongens die als ratten sterven tijdens de strijd in de moerassen van de Shat'al Arab schildert hij af als gekken, die geloven in een prachtig leven na de dood. Alsof hij niet weet dat deze jongeren gedwongen gerecuteerd werden. Voor Iraniërs en shi'ieten heeft weinig waardering. Wel heeft hij veel waardering voor de Iraakse elite. Zo moet je bij het lezen de hele tijd sceptisch zijn.

Duelfer organiseerde ook verhoren van belangrijke Iraki's. Hij vond dat het Amerikaanse leger hier verkeerd mee omsprongen. De Abu Ghraib gevangenis is bekend geworden vanwege ernstige misstanden, maar Duelfers probleem is vooral dat het samen opsluiten van gevangen in een grote gevangenis ertoe kan leiden dat mensen informatie delen en elkaar kunnen waarschuwen. Lastig voor de verhoorders. Na een kwart eeuw de Iraakse mvw volgen doet hij zijn best zoveel mogelijk bronnen te vinden en te isoleren om ze te kunnen verhoren. De grootste vis is Saddam Hoessein zelf. Maandenlang kan het team van Duelfer, met name een FBI-agent George Piro, de Iraakse dictator ondervragen.

Verbeten is de jacht op mvw. Als een bericht opduikt dat het Al Abud netwerk de financiën en infrastructuur heeft om oude en nieuwe voorraden mvw in te zetten, wordt onmiddellijk een onderzoeksteam gevormd. Er wordt triethanolamine gevonden, een voorloper voor mosterdgas. Zwaargewichten, zoals Rita Colwell (van 1998 tot 2004 directeur van de US National Science Foundation) worden aan het werk gezet en alle sporen gevolgd. Er wordt een capture/kill eenheid ingeschakeld om getuigen te vinden, contacten met deze eenheid(2) worden gelegd door Larry Sanchez (3). Het leger levert militairen om de compound aan te vallen waarvan men vermoed dat er chemische wapens gemaakt worden. Twee Amerikaanse militairen komen daarbij door een explosie om het leven. Voor een tweede aanval worden via de later bekend geworden generaal McChrystal special forces ingezet. Uiteindelijk blijkt het dood spoor: “Tenslotte bevestigde de Al Abud actie dat de dreiging van verborgen mvw-voorraden klein was. Het feit dat de opstandelingen met veel moeite ingrediënten voor chemische wapens probeerden te bemachtigen was een aanwijzing dat ze die niet al verborgen in hun bezit hadden.” Het onderzoeksteam van Duelfer was zeventienhonderd man sterk. Vier man kwam om het leven. Voor de aanwezigheid van mvw werd slechts een enkel verdwaald spoortje gevonden.

Voor Duelfer was de oorlog toch gerechtvaardigd. De druk op het regime van Saddam Hoessein zou verslappen en voor die tijd moest hij het veld ruimen. Waar hij fors op uithaalt is de kwaliteit van de Amerikaanse politiek ten opzichte van Irak. Als het Witte Huis in 2005 Meghan O'Sullivan aanneemt als adviseur over Irak dan beschrijft Duelfer de Iraakse reacties als volgt: “Wat geeft deze persoon het recht en de wijsheid om over ons te beslissen en onze levens te beïnvloeden. Welke ervaringen maken dat hij over ons in Irak kan beslissen. Deze persoon gaat over ons beslissen en we konden hem niet kiezen.” Het een steeds terugkerend thema, de kwaliteit van de Amerikaanse politiek is belabberd.

Maar wat hem ogenschijnlijk het meest dwarszit de twee doden en een gewonde die een aanval met een bermbom opvingen en waardoor hij gespaard bleef. Hij zoekt de nabestaanden op, zogezegd op eigen initiatief. De bezoeken worden uitgebreid beschreven. Het is een deel waar ik liever op afstand blijf. Verder vind ik het boek een aanrader. Het geeft een beeld dat je niet uit kranten kunt halen. Je hebt soms het gevoel op zijn hotelkamer te zitten, zo dichtbij is het – bijna als filmscript – geschreven. Het geeft daardoor inzichten die anders moeilijk te krijgen zijn. De uitkomst is al bekend. Irak had geen mvw meer, maar voor het begrijpen van de Amerikaanse politiek en de mensen die daar een rol in spelen vind ik het, ook in de internationale pers weinig besproken boek, een aanrader.


Noten:
1) Je kan het vinden in de rechter balk op broekstukken.blogspot.com onder het kopje documenten.
2) Deze eenheid opereert zowel in Irak als Afghanistan, zie p. 421-422.
3) Sanchez is een bekende inlichtingendienst man: CIA en inlichingendienst Ministerie van Energie. In 2004 werekt hij aan een infiltratie organisatie in de New York in samenwerking met de New Yorkse politie.




titel Hide and Seek
auteur Charles Duelfer
uitgave Hard cover, 524 p., noten en index
uitgever PulicAffairs
prijs $ 12
jaar 2009
isbn-13 978-1-58648-557-3

Geschreven voor Vredesmagazine (dit is een iets langere versie)

vrijdag 14 januari 2011

Op de foto's Special Forces uit Indonesie

Nederland leverde enige jaren geleden vier kleine fregatten aan Indonesië. Het was bij de Campagne tegen Wapenhandel mijn taak de kritiek hierop zo helder en krachtig mogelijk naar voren te brengen. Met hulp van groepen in het hele land, parlementsleden, plaatselijke filaalhouders van de coöperatieve Rabobank, activisten, NGO's etc. kwamen we een eind. Maar net niet ver genoeg. Op mijn anonieme blog van destijds (wapens en andere ellende) vond ik deze tekst en foto's:

Gelukkig zijn de Nederlandse schepen niet geschikt om deze mannen-uit-een-stuk te vervoeren. Tenminste dat vinden politici. De PvdA vond controle achteraf van de inzet van korvetten daarom dan ook bij nader inzien volstrekt overbodig. De argumentatie die tot dit standpunt leidde was hoogst wonderlijk. Het waren geen technische argumenten die de doorslag gaven. Maar een kwestie van handhaving.
     Je kan voorwaarden aan het gebruik stellen, maar omdat Indonesië zich er in eerdere gevallen niet aan hield is dit niet zinnig. Het lijkt erop alsof met de export van de schepen, de straffeloosheid niet de facto maar wel in de praktijk wordt geïmporteerd en zelfs wordt gehonoreerd. Uiterst merkwaardig. Weg meerderheid.

(Een aantal jaren later zou een ambtenaar vertellen dat ze hun uiterste best hadden gedaan de PvdA op de 'juiste' gedachten te brengen.)


Landing met zodiac (Voor de Nederlandse korvetten worden die gemaakt in Zeeland) Tijdens landing. Op de achtergrond een Zodiac. Voor de Nederlandse korvetten worden die gemaakt door De Wolf. Op de pagina van de Campagne tegen Wap[enhandel nog twee foto's met marineschepen vol Nederlandse wapentechnologie op de achtergrond (de KRI Todak en KRI Hadjar Dewantara) tijdens een landing met Zodiacs. Maar de Nederlandse wapensystemen zullen nu in de toekomst alleen nog voor goede doelen gebruikt worden. Laten we het verleden toedekken (daar zijn Nederlanders goed in als het om Indonesie gaat).