dinsdag 23 juni 2009

Beetje duidelijkheid

Maxime waarschuw die Indiase kopers




“We zullen je alles geven wat je nodig hebt’, zegt de Indiase minister van Defensie Antony tegen een aantal hoge hoge Indiase militairen bijeen in Bangelore. Ik las het in een artikel dat al een tijdje in mijn bakje artikeltjes-om-wat-mee-te-doen ligt: ‘India gaat verder met militair moderniseringsprogramma,’ van Chinview.com (1). Het stamt al uit februari en is dus nog van voor de verkiezingen.

India geeft zes procent van het overheids budget uit aan Defensie. Dat is veel meer dan Nederland, dat nog niet de twee procent haalt. In absolute cijfers is het verschil kleiner dan verwacht.(2) Volgens Antony moet met name meer geld naar de het ontwerp en ontwikkeling van wapens: “India moet bepalen wat de centrale technologieën zijn om te ontwikkelen en ze voortvarend ontwerpen en produceren.”

India moet veel van zijn wapens nu nog in het buitenland kopen. Het land wil daarvan af, maar dat zal nog wel even duren. Momenteel zoekt India naar 155mm geschut. Ook in Nederland is een prijsopgave aangevraagd. Zo blijkt uit een recent artikel.(3) Bij welk bedrijf is onduidelijk.

Er is immers geen Nederlands bedrijf dat dergelijk geschut maakt. Wel heeft de overheid 155mm geschut in de aanbieding. Nederland heeft er iets teveel van gekocht en moet van een deel al weer af voordat het gebruikt is. (Van een strakke en goedgeorganiseerde planning in de krijgsmacht is niet altijd sprake.) Ook is er simulatie apparatuur te koop bij Van Halteren Metaal om het knallen met 155mm granaten – dikker dan ik met mijn handen kan omvatten - te oefenen.

Maar de Nederlandse overheid zal zichzelf toch geen toestemming verlenen dit soort wapens aan India te leveren. Ook van Haltereen zal toch niet weer een dubieuze klant in zijn orderboek mogen bijschrijven. India kampt met binnenlandse conflicten, ligt overhoop met buurland Pakistan en kent een ongekende armoede (de helft van ’s werelds armen woont in India).

Misschien kan Maxime Verhagen even een briefje sturen naar de ambassade in New Delhi dat Nederland dit soort wapens niet verkoopt aan India. Een beetje duidelijkheid kan soms geen kwaad.

1 Xiong Tong, ‘India to continue with defense modernization program,’ www.china view.com 9/2/9
2 India komt in 2008 uit op 24.716 miljoen dollar en Nederland op 9.866 miljoen dollar (beide in 2005 waarde). Zie
3 Vivek Rughuvanshi, ‘Indian Army Opens Bidding for 155mm Guns, Defense News 8/6/9

donderdag 11 juni 2009

Philips veroordeeld door Amerikaanse Kamer van Koophandel

Philips laks bij naleven exportregels


Begin mei werd Philips in de Verenigde Staten veroordeeld wegens het niet volgen van het sanctiebeleid tegen Cuba. Het gaat om een overtreding uit 2005. Philips Amerika leverde toen zonder vergunning medische apparatuur van Philips Nederland, via Nedeland, aan Cuba.

De aangeklaagde is Philips Electronics North America Corporation. De straf is meer symbolisch dan dat hij pijn zal doen. Het bedrijf moet 9.000 amerikaanse dollars betalen. Philips heeft de overtreding zelf gemeld en krijgt een lage straf.

De kwestie toont wat mij betreft drie dingen aan. Allereerst dat het Amerikaanse rechtssysteem bol staat van de malle sancties tegen vijanden van Gods Amerika. Ten tweede dat grote bedrijven laks omspringen met de exportregels. Dat is hier misschien juist wel aardig, maar dat kan ook anders uitpakken. Ten derde dat Amerika wel doet wat Nederland weigert en dat is de exporten van bondgenoten controleren die via eigen territorium worden geëxporteerd.

Tenslotte je moet er toch niet aan denken dat Castro met Nederlandse apparatuur wordt geholpen bij hartfalen.

De gewraakte goederen:
Jet Stream Workspace Cardilogy Worktation
Mode iE33 ultrasound medical device (zie boven)

officiële aanklacht en veroordeling

vrijdag 8 oktober 2004

Boeing and Airbus: the Constitution and the defence Industry

In October 2004, harsh words exchanged between Washington and Brussels on subsidies to aircraft manufacturers made headlines. The foundations for this quarrel lay in an agreement made in 1992 between the European Union and the US on financial support to the producers of large civil aircraft, mainly Boeing and Airbus. Now that Airbus has become a mature company on this market, the contents of this agreement are souring trade relations between the US and the Union. The US accused European capitals of over-subsidising Airbus, and the US has brought a WTO case against the EU. Brussels states that the US government is misusing its tax benefits. The European Aerospace lobby (1) moreover claims that Boeing receives well above the 3 or 4% ceiling of turnover for indirect support to military and space programmes, providing identifiable benefits for the development or production of large civil aircraft. The word 'identifiable' is essential because subsidies for the production of arms are free of limits. All major trade agreements include a so-called 'security exception' clause. This clause was included, for example, in the Multilateral Agreement on Investments (MAI) which passed away after an effective lobby by anti-MAI campaigners, and it may also be found in chapters of WTO agreements, such as the GATS and TRIPS.

The security exception aims to keep defence production and the arms trade out of the free market paradigm. The exception states that countries may keep sovereignty on the issue of arms production and sales as long as policies do not pose a barrier to the free market and trade of civil products. In this way, the security exception is a double-edged sword. It leads to more subsidies for defence industries in the producer countries as they retain the freedom to subsidise national weapon manufacturers. On the other hand, it limits controls as controls may not hamper the free flow of trade and controls always affect the free flow of goods. This security exception clause can thus easily be used to downplay requests for stronger scrutiny of arms exports.

For the defence industry, the clause is perfect. Investments in civil aeronautics have their limits, but investments in military applications are free of those barriers. If a country wants to support its aeronautics, therefore, it can do so by spending the money destined for the military part which can spill over to the civil industry as long as it is not identifiable. This is what is happening in practice. In reaction to the Boeing-Airbus case, a special WTO solicitor for the White House in Geneva recalls an earlier WTO case in which Canada was ordered to withdraw its subsidies from the Canadian builder of aircraft Bombardier (2). The Canadian government responded by helping the military division of Bombardier. "The fact that no foreign company was able to bid on the contract would be open to challenge under international trade rules. Because the contract was for military training services, not civilian services, the Canadian government is able to invoke the security exception to shield the deal from the WTO's scrutiny. Meanwhile, Bombardier is able to use guaranteed profits from the defence contract to offset an often unpredictable civilian aircraft market," a Canadian peace researcher explained (3).

This security exception is also to be found on the last pages of the draft European Constitution. It states, "... any Member State may take such measures as it considers necessary for the protection of the essential interests of its security which are connected with the production of or trade in arms, munitions and war material; such measures shall not adversely affect the conditions of competition in the internal market regarding products which are not intended for specifically military purposes" (4). This is a text similar to those in the WTO agreements, even though a constitution is not a trade agreement. It is only one of the examples highlighting the neo-liberal programme underpinning the draft European Constitution. It does little to protect the rights of the citizens of Europe, let alone in the world. What is protected, in this case, are the interests of the defence industries and national armies. Moreover, this draft constitution contradicts efforts made since 1991 to develop an ethical arms export policy through the establishment of the European Union Code of Conduct on arms exports. It now gives national capitals a free hand on the issue of weapon production and exports, and no limits at all on arms exports.

Notes:
1. Position paper 'Trade issues' at www.aecma.org
2. Viktor Frölke, `Beide hebben schuld' ['Both are guilty'], NRC-Handelsblad (Dutch liberal daily), October 7, 2004.
3. See e.g.: Steven Staples, 'Globalization and Canada's Arms Industry,'Published in Peace and Environment News - July-August 2002. Ottawa.
4. See art III-436 1.b.

maandag 6 september 2004

Een overzicht van de RDM – Taiwan – onderzeeboot perikelen uit 2004

Vragen:(1)
  1. Waar zijn de tekeningen (blue prints) voor Moray of Sea Dragon?
  2. Is RDM nog betrokken bij de onderzeebootbouw in Taiwan? (Dit aangezien de RDM er als de kippen bij was na het aanbod van Bush.)
  3. Is het niet hypocriet van de Nederlandse overheid om wel voor tientallen miljoenen goederen naar Taiwan te verschepen voor reparaties, onderhoud, modernisering etc. maar nieuwe onderzeeboten uit te sluiten?
Gebruikte afkortingen:
CSIST
(Chung Shan Institute Science and Technology) Onderzoeks instelling betrokken bij ontwikkelen torpedo’s voor nieuwe onderzeeboot
CSBC
(China Shipbuilding Corp) Heeft enkele marineschepen gebouwd, waaronder in licentie de Chengkun-class fregatten
CSC
(China Steel Corp) Pantserplaten voor marineschepen, bouw scheepshuid

In April 2001 the United States offered Taiwan the biggest arms package since 1992, when father Bush gave permission for the sale of 150 F-16 aircraft to Tapei. The most remarkable part of the 2001 deals is the promisse to sell Taiwan 8 diesel submarines it can not build. De Verenigde Staten hebben zelf namelijk geen dieselaangedreven onderzeeboten, alleen nucleair aangedreven en kunnen deze diesels dan ook niet bouwen. Technologie moet van buiten komen. Het Witte Huis had meer beloofd dan het waar kon maken en stond in zijn hemd.

Niettemin stelde Ari Feisher, woordvoerder van het Witte Huis destijds:

This the beginning of the process. And, obviously, the United States would not have indicated they would be available to provide to Taiwan if we didn’t believe that we had the means to secure their production. The United States is confident that’s an accesable point.”(2)

Met deze stoere mannen taal werd het problem niet opgelost. Die oplossingen moeten van het buitenland komen en het buitenland staat niet te springen om de relaties met China verder te verslechteren. Met name de voor de hand liggende kandidaten Nederland en Duitsland niet. Twee auteurs van de Jane’s Information Group stellen niettemin dat er meer mogelijkheden zijn dan de Duitse, Nederlandse en Taiwanese variant die hier onder worden besproken. Wendell Minnick stelt dat Frankrijk een mogelijke leverancier kan zijn (Agosta-class), de Frans/Spaanse Scorpene-class, de Japanse Oyashio-classe (de Japanse grondwet verbied evenwel wapenhandel, MB), Australië (Collins-classe = Zweeds), een Britse onderzeeboot.

Bovendien zouden de VS kunnen leveren. Genoemd worden een Moray-klasse (wegens Egypte, zie later), producten van Newport News, Electric Boat. Tevens stelt Wendell dat: “Though rumors abound of secret German and Dutch plans to build the hulls and ship them to the US for outfitting, it would be a terrible waste of time and money. Though the US might be able to persuade Germany, the Netherlands or Sweden to issue licensing, it does not appear likely in the near future.”(3)

Jane’s auteur Steketee noemt en weerspreekt alle mogelijkheden.(4) Ergens moeten ze toch vandaan komen. Het zoeken naar mogelijke leveranciers wordt steeds creatiever er wordt zelfs gesproken over het inhuren van Russische technici op commerciële basis. Taiwan heeft dit al eerder geprobeerd nadat alle opties misliepen onderzeeboten in het Westen aan te schaffen. Echter zo stelt JDW ook met hulp is het te moeilijk voor Taiwan dergelijk ingewikkelde wapensystemen te maken.(5)

Ook the Los Angeles Times is verbaasd over het aanbod. Deze krant gaat op zoek bij de bron van alle verwarring, de regering van de Verenigde Staten. After a long survey into the question who can deliver the technology staff writer Jim Mann concludes that the decision to sell Taiwan subs was made in a crisis atmosphere (the downing of the U.S. spy plane) and without careful planning. He argues that the decision to promise Taiwan subs was a show of muscles.” Mann gaat ook uitgebreid in op de mogelijkheden dat de onderzeeboten in de VS worden gebouwd of dat Amerikaanse technologie naar Taiwan gaat. Under the heading ‘ License to steal?’ gaat hij gedetailleerd in op de mogelijkheid: “(…) the U.S. government might simply ask an American company to built Taiwan a submarine and not ask any questions about where the design came from. This position is backed by officials of the U.S. government and defence-industry.”(6) (Verkorte versie zie onder.) Deze weg wordt ook in andere bronnen genoemd (JDW en Defense News). Het is dus niet zo vreemd dat Van den Nieuwenhuyzen dacht dat hij zijn onderzeeboten wel zou verkopen. De regering van de VS was tot veel bereid.

Nederland

De Nederlandse overheid is pertinent in zijn uitspraken tegen de uitvoer van de onderzeeboot of technologie daarvoor. Alle in de Nederlandse pers of politiek opduikende mogelijkheden werden door de regering als onacceptabel van de hand gewezen. The Dutch government follows the old proposition that the sale of submarines to Taiwan must be prevented because it is a offensive weapon and could fuel an arms race between Taiwan and China and the Netherlands does not want to offend China with delivering such weapon systems to the island state.”

Ook de RDM ontkent dat zij de onderzeeboten zullen maken. “De Nederlandse overheid wil niet meewerken. Wij, noch de overheid zijn gepolst door de Amerikaanse Regering-Bush om ze te leveren. Bovendien willen we onze belangen in China niet in gevaar brengen,” aldus commercieel directeur J.D. Scherpenhuijsen van RDM in 2001.(7) Dat dit kwam niet geloofwaardig over na de woeste pogingen om onderzeeboten te leveren in 1996 en 1997 (zie onder).

Er zijn een aantal mogelijkheden waarop RDM mee zou kunnen werken:

1. bouw in de VS als samenwerkings project
2. bouw in de VS
3. bouw in Taiwan

(Beide laatste op basis van RDM ontwerp, zoveel mogelijk buiten Nederland om.)
4. Verder is er sprake geweest van een paar zeer creatieve Van den Nieuwenhuyzen ideeën.

Hieronder worden die verschillende opties kort besproken

Bouw in samenwerkingsproject:

Dit volgt de gang van zaken zoals die ook voor een niet doorgegaan Egyptisch project is voorgesteld. Het gaat om de levering van diesel onderzeeboten aan Egypte die enkele jaren geleden speelde. De Volkskrant en ook het jaarverslag van RDM gaat er van uit dat deze order mislukt is.(8) Bij deze levering was een driehoeks deal afgesproken tussen Ingalls en Lockheed Martin Naval Electronics & Surveillance Systems (NE&SS) Undersea Systems uit de Verenigde Staten, RDM Submarines en het Nederlandse scheepsontwerp bureau NEVESBU (dochter van RDM) en de Egyptische overheid. In het project is RDM Sub. the Moray design authority en production supervisor, terwijl Lockheed Martin NE&SS Undersea Systems het SUBIC 900 gevechtssysteem zal leveren en de integratie eervan in de onderzeeboot.(9)

Hiermee zou een begin worden gemaakt met de bouw van diesel onderzeeboten in de VS. Een ontwikkeling die in is gegeven door twee gedachten:
  1. de mogelijkheid diesels te exporteren en
  2. kennis te verwerven over mogelijkheden van in het bijzonder diesels uitgerust met AIP om deze beter te kunnen bestrijden.
    (Overigens is dit in de VS omstreden het overgrote deel van het militair establishment wil geen onderzeeboten exporteren en zo in de toekomst geconfronteerd worden met een sluipmoordenaar die ze zelf hebben geleverd.)
Het ligt voor de hand dat Taiwanorder voortborduurt op het Egyptische project. De technologie mag naar de Verenigde Staten en het is een kleine – alhoewel illegale – stap om dit toe te passen voor een andere levering. Met toestemming van de Nederlandse overheid zou dit de mooiste methode zijn, alhoewel bouwen op basis van Duitse 209-klasse onderzeeboten ook goed mogelijk is. De 209 wordt al in tal van landen gebouwd en de Duitsers hebben daarom veel kennis van de overdracht van noodzakelijke technologie. Echter Nederland geeft die toestemming niet en sluit de toepassing van Moray technologie voor een leverantie aan Taiwan categorisch uit.

Bouw in de VS

Ook in de vorige paragraaf ging het om bouw in de VS, maar hier wordt een minder elegante benadering van de VS besproken. Een optie waarvoor de beschikking over blauwdrukken essentieel is. Voorkomen moet worden dat een heel schip ontworpen moet worden dat zou teveel tijd gaan kosten. Om dit te voorkomen is een kant-en-klaar bouwschema zeer gewenst. Bouw in de Verenigde Staten heeft dan – boven die in Taiwan - de voorkeur, om voornoemde redenen, maar ook omdat men betwijfelt of de technologische kwaliteiten van de Taiwanese scheepsbouwers voldoende is om zelf onderzeeboten te bouwen.

In de Verenigde Staten werd gesteld dat koste wat kost aan blauwdrukken moet worden gekomen. De RDM speelt in die optie in ieder geval een rol. De LA-Times stelt “The RDM played a high came and said to U.S. officials the Dutch government couldn’t control what they did.”(10) Jim Mann schrijft onder het kopje ‘License to steal?’ de oplossing die op het Pentagon de ronde doet. De Amerikaanse regering vraagt een bedrijf de onderzeeboten te bouwen en stelt daarbij geen vragen over de oorsprong van het ontwerp. Een oplossing die zowel de Amerikaanse regering als de defensie-industrie wel ziet zitten. Dit artikel van Mann leidde tot aandacht in de Volkskrant. (26/07/01)

In Jane’s Defence Weekly en Defense News kwam de mogelijkheid ook aan de orde. Beide bladen laten er weinig misverstand over bestaan dat het met de fatsoensnormen in deze branche niet zo nauw wordt genomen. Jane’s (21/11/01) citeert een hoge medewerker van de Amerikaanse marine, die stelt dat de projecten Egypte en Taiwan wel samen op zullen trekken “hoewel de Nederlandse regering, dat de intellectuele eigendomsrechten bezit op de Moray [de onderzeeboot waar het hier om gaat, MB], heeft gezegd dat het Taiwan geen onderzeeboten zal leveren. Dit suggereert dat als een dergelijke deal plaats vindt het op slinkse wijze moet gebeuren. Een andere ambtenaar in de VS stelde dat zulke beperkingen niet onoverkomelijk zijn. De VS kan de blauwdrukken krijgen van een ander land dat de RDM-onderzeeboten heeft gekocht en ze doorspelen naar de Amerikaanse marine. No questions asked.”

Ook in weekblad Defence News wordt breed uit de doeken gedaan hoe de VS intellectuele piraterij gaan bedrijven. De mogelijke leverancier van de kennis zal “de mogelijkheid willen hebben te ontkennen dat ze de leverancier zijn.” (22-28/10/01) Het gaat hier om goed georganiseerde illegale wapenhandel van overheden. Het wordt voor de onderzeebootwatchers een leuke taak om te bekijken op basis van welke technologie uit welk land de Taiwanese onderzeeboten zijn gebouwd als ze over enige jaren – schreef ik destijds nog, in 2020 is 2025 de vroegste optie – in de vaart worden genomen. De Nederlandse overheid zelf sluit categorisch uit dat het hierbij om Nederlandse blauwdrukken voor de Moray mag gaan.(11) In de Volkskrant stelt Pacanda dan ook dat het om de Sea Dragon (de door Wilton Feijnoord ind e jaren tachtig aan Taiwan geleverde onderzeeboten) zal gaan. De RDM blijkt nog steeds mee te werken aan het project zo kan je afleiden uit de woorden van de voormalig RDM directeur.

Half oktober 2001 wordt in Washington een brainstorm bijeenkomst gehouden met Amerikaanse militairen, enkele Taiwanese militairen, wapenfabrikanten uit de VS, specialisten van buiten en gekwalificeerde scheepsbouwers uit de hele wereld. De RDM was er, CSBC ook, verder zijn de namen van de aanwezigen bij mij niet bekend. Er worden mogelijkheden bekeken, waarbij zowel bouw in de VS als Taiwan niet uit gesloten worden.(12) Voor bouw in Taiwan heeft/had de RDM een goede uitgangspositie.

Bouw in Taiwan

De derde optie is een eigen onderzeeboot. “Taiwan may build its own submarines if it is not able to acquire them from other countries. Taiwan's state-run China Shipbuilding Corp., in cooperation with Taiwan's Chungshan Institute of Technology, could build six to 10 of the submarines for military service starting in 2005. Taiwan's China Steel Company has developed HY submarine steel; China Shipbuilding Company has also begun studying and developing the design and build process of submarine hull on the basis of its experience in submarine servicing; and the development of heavy wire-guided antisubmarine torpedoes has gone underway at Chung Shan Academy of Scientific Research."

But key technologies for the submarine, including the torpedo fire control system and electronic radar system, still have to be obtained through the arms sale channel. (Ook hier zijn in 2020 stappen gezet, de VS leverde torpedo's aan Taiwan) Taiwan is currently exploring obtaining the parts to build submarines from other countries in the face of strict regulations on the export of submarine parts.(13) In August 2001 the US weekly Defense News wrote a report on the possibility Taiwan built the submarines themselves. Also in this report the transfer of key technologiues was said to be essential. For offering a helping hand with that the US military created a special task force.(14)

Begin jaren negentig zette Taiwan al eens een programma op om eigen onderzeeboten te produceren, onder de code naam ‘Water Star’. Het ging hier om een onderzeeboot die iets groter was dan een Duits 209-klasse ontwerp. "The Water Star project was divided into three phases. The first phase was to train personnel for the construction of the subs. The second phase was to build a base for the subs. And the third phase was the completion of the subs' construction," a defence source said. "The project was later scrapped because the navy could not get materials necessary for the construction of the subs. The navy had tried to buy some of the materials from Russia via North Korean but without success," he said. "It is a pity that the Water Star project did not succeed. If it could have been carried out as planned, we would not have had to beg the US to sell us submarines each year," he said.(15)

Het is mij niet duidelijk of het hier het project betreft waarbij de RDM betrokken was in die periode. Begin jaren negentig werkte de RDM met Taiwan een schema uit dat de onderzeeboten in Taiwan gebouwd zouden worden met assistentie vanuit Nederland. De deal ketste volgens dutchsubmarines.nl af omdat het te lang zou gaan duren. Eerst moest een werf gebouwd worden en daardoor zou de eerste onderzeeboot pas in 2000 van stapel lopen.

Vice Admiraal Hung Cheng-lo zei dat: “The previous experience of the (CSBC) shows that we Taiwanese are not inferior to the people of any other country.”(16) CSBC is niet zo’n goed lopend bedrijf als door voorstanders van bouw in eigen land wordt gesteld. Het bedrijf kampt met tekorten en te hoog betaalde arbeiders. De schulden beliepen 215 miljoen US$ in de periode jul 1999 - feb 2001. Privatisering, massaontslagen en loonmaatregelen zouden een oplossing moeten zijn.(17) Meer schepen bouwen voor de Taiwanese marine is een deel van de oplossing. Voor een reorganisatie is 629 miljoen US$ nodig.(18) Ook andere delen van de Taiwanese defensie-industrie bevinden zich in een allerminst rooskleurige positie. Aerospace Industrial Development Corp leed in 20000 een verlies van 61 miljoen US$ en wordt nu geprivatiseerd. In 2001 verwacht het bedrijf een verlies te leiden van 7 miljoen US$.(19)

Bovendien kwam CSBC regelmatig in het nieuws vanwege corruptie zaken, zoals rond de aanschaf van: de Lafayette-klasse fregatten uit Frankrijk waarbij 2,5 miljard FFr smeergeld werd ingezet;(20) vermoedelijke corruptie bij de verkoop van vier mijnenjagers door Duitsland aan Taiwan – een kwestie waarbij zelfs een marine officier werd vermoord en sprake was van betrokkenheid van Wilton Feijnoord (21);

Voor de onderzeeboten moet een breed scala aan producten gemaakt worden. Al die technologie is zeer hoogwaardig. Dieselmotoren moeten stil zijn om het voordeel van de onderzeeboot, dat hij niet zichtbaar is, uit te buiten, voorkeur heeft een Air Independent Propulsion AIP-system waar door een onderzeeboot lang onder water kan blijven.

Board Chairman van CSBC Yu Chen-nan merkte daarentegen op: “(…)that a group of technicans from a Dutch shipbuilding company [MOET DE RDM WEL ZIJN] recently visited CSBC after the US decided to sell submarines to Taiwan. They suggested that CSBC could build the submarines if the shipyard were to be modified and re-equiped. Noting that blueprints are key to building ships, Yu prommised that CBSC would be able to accomplish the shipbuilding mission if the first two were to be built with technical asistance from “a foreign company.”(22)

RDM is ook op dit vlak betrokken en geeft advies en CSBC moet blue prints hebben. Inmiddels zijn er twee mogelijke wegen om aan de technologie te komen, de blauwdrukken stelen of gebruik maken van kennis van een scheepswerf om in Taiwan of de Verenigde Staten de onderzeeboten te bouwen. Beide opties worden door de heer Pacanda niet uitgesloten, maar niet op basis van het Moray (moeraal) ontwerp, maar op basis van het Sea Dragon (Zwaardvis) ontwerp.(23) 
 
In alle gevallen - diefstal en bouw op basis van een ouder ontwerp - is sprake van de RDM. Er is wel sprake geweest van Taiwan in de contacten. Zie Naval Institute Proceedings maart 1999 en ook de Federation of American Scientists stelde dat: “Netherlands submarine builder RDM provided Taiwan with a pair of Zwaardvis-class submarines, and is in the running for Taiwan's planned construction of up to a dozen diesel submarines (despite previous the Netherlands government prohibition against military sales to Taiwan).”(24)

We hope that the government will entrust China Shipbuilding with the task of building submarines using technology transferred from the US. Chung Shan can develop combat systems for the subs at the same time.” (25) Dat RDM-S daarbij betrokken zal zijn is voorlopig niet uitgesloten.

Creatieve oplossingen

Heel bont maakte Joep van de Nieuwenhuijsen het toen hij van de overheid gekochte onderzeeboten in maart 1996 via de Antillen naar Taiwan wilde verkopen. De Antilliaanse autoriteiten hebben geen bezwaar, maar ook geen bevoegdheid op dit gebied. Gmelich Meijling schakelt direct Joris Voorhoeve in, minister van Defensie en met Antilliaanse Zaken in de portefeuille. In 1996 tovert van de Nieuwenhuijsen nog een mogelijkheid uit de hoge hoed. In Argentinië liggen nog twee onderzeeboten, inclusief blauwdrukken, oorspronkelijk bestemd voor Iran, maar na de machtsovername door de ayatollah’s geen gewenste bestemming meer. Hier verslikt van den Nieuwenhuijsen zich. De deal gat niet door en zijn onderpand van een miljoen gulden is hij kwijt, zo verklapt een medewerker van de RDM het weekblad Fem de Week.(26)

Nederlandse leveringen

Je zou het bijna vergeten wegens alle commotie, maar Taiwan is een van de belangrijkste afnemers van Nederlandse wapentechnologie. In de periode januari 1997 – juni 2003 neemt het de tiende plaats in, nog voor landen als Noorwegen en Frankrijk. Met andere woorden het behoord tot de belangrijkste klanten buiten de NAVO en laat zelfs landen uit het bondgenootschap achter zich. Het gaat grotendeels om reserve onderdelen, reparaties en moderniseringen van de eerder geleverde onderzeeboten van de Sea Dragon klasse. Dit betekent dat er stevige contacten zijn tussen de RDM en Tapei, maar ook andere Nederlandse bedrijven leveren onderzeeboottechnologie.

Eindnoten:

1) Dit is een briefing die ik schreef in september 2004. Engels en Nederlands zijn door elkaar gebuikt (Het eerste uit vermelde bronnen). Veel informatie gedateerd, maar aangezien de kwestie nog steeds speelt heb ik het april 2018 online gezet.
2) Charles Snyder, ‘Source of submarines unknown,’ Tapei Times 26/04/01.
3) Wendell Minnick, ‘US should be able to deliver on submarines,’ Tapei Times 03/05/01
4) Menno Steketee, ‘Gezocht: bouwer van onderzeeboten/VS bouwden zelf in 1960 laatste onderzeeër,’ NRC-Handelsblad 27/04/01.
5) Wendell Minnick and Robert Karniol, ‘Russians talk subs with Tapei,’ JDW 20/06/01, p. 35.
6) Jim Mann, ‘U.S. promised Subs To Taiwan It Doesn’t have,’ Los Angeles Times July 15, 2001.
7) Onno Buiter, ‘RDM: geen interesse in Taiwan; betrekkingen met China,’ Arnhemse Courant 27/04/01.
8) Stieven Randharie, ‘Geen duikboten voor Taiwan, zelfs geen oude,’ Volkskrant 03/09/04.
Menno Steketee, ‘Egypt intent on Moray submarines,’ Jane’s Defence Weekly 17/10/00, zie verder voor de status van dit contract (http://www.dutchsubmarines.com/export/export_moray.htm).
10) Zie Jim Mann 15/07/01.
11) “Zoals in antwoord op uw vragen van 26 april jl. is gemeld bij gebruik van Moray-technologie door derden instemming van de Nederlandse Staat vereist. Deze toestemming zal niet worden verleend voor gebruik ten behoeve van een eventuele Amerikaanse levering aan Taiwan,” dat staat antwoorden 444 (vragen Koenders Apostolou (5/12/01), tweede kamer 2001-2002.
12) Zie met name Brian Hsu, ‘Military, US hammering out sub deal,’ Tapei Times 17/10/01.
13) op cit. FAS 15/08/99, onderstreping MB.
14) Taiwan Defense Ministry Mum on Submarine Report, Tapei Central News Agency 29/08/01 (http://www.cna.com.tw); en ‘Tapei Envisions Domestic Sub; International reluctance may put expertise, blueprints out of reach,’ Defense News 27/08-02/09/01, p. 1 & 4.
15) Brian Hsu, ‘Taiwan is ready to produce its own submarines,’ Tapei Times
16) Brian Hsu, ‘Taiwan able to build ships on wish list: official,’ Tapei Times 13/04/01
17) State-run shipbuilding firm may go bust,’ Tapei Times 07/05/01
18) ‘Government decides to help sinking shipbuilder,’ Tapei Times 21/05/01
19) ‘Aercraft maker to be privatized,’ Tapei Times 09/05/01
20) Su Tzu-yun, ‘Penalizing those who made the right choice,’ Tapei Times 27/10/00; ‘Editorial: Getting payback for payoffs,’ Tapei Times 02/02/2001 en ‘French ex-minister stand trial,’ Tapei Times 20/02/01 (resp. http://www.tapeitimes.com/news/2000/10/27/print/0000058869;
21) Zie noot 4 TT 05/04/01 en Martin Broek, ‘Taiwan en Feijnoord,’ VeeDee AMOK nr. 3, 1994.
‘Dutch rule out sub sales to Taiwan,’ sia Times online 01/06/01 (http://atimes.com/china/CF01Ad01.html), Bangkok Thailand.
23) Stieven Randharie, ‘Geen duikboten voor Taiwan, zelfs geen oude,’ Volkskrant 03/09/04
(http://www.fas.org/man/dod-101/sys/ship/row/rocn/hai-lung-2.htm), Created by John Pike, Maintained by Webmaster Updated Sunday, August 15, 1999.
25) Brian Hsu, ‘Taiwan is ready to produce its own submarines,’ Tapei Times 07/05/01
26) Stan de Jong, ‘Help de bedrijvendokter is terug,’ FEM/De Week, 17/10/98, p. 20-23.


U.S. Promised Subs To Taiwan It Doesn't Have
Los Angeles Times, July 15, 2001, Pg. 1

(…)
License to Steal? 
That raises the third possible solution--that somehow an American company can find a roundabout way to build a diesel submarine based on the Dutch or German designs, even though these European governments haven’t licensed the plans for use in Taiwan.
In other words, the U.S. government might simply ask an American company to build Taiwan a submarine and not ask any questions about where the design came from.
Getting Taiwan a submarine "is going to involve some sleight of hand," said Larry M. Wortzel, director of the Asian studies center at the Heritage Foundation, a conservative think tank in Washington.
This option has been under serious consideration within the U.S. government.
"Maybe industry could just do this. We could leave it in their hands, and Berlin and Amsterdam wouldn't be involved at all," said a U.S. official who has taken part in the intragovernment discussions.
Under this scenario, an American company might get blueprints from a third country--that is, one of the many other nations that have bought German or Dutch diesel submarines.
In such a transaction, whoever gives those designs to the United States might not even know that the submarines would go to Taiwan. That way, said one U.S. official, the Germans or Dutch and the third country "would have
plausible deniability." Such an arrangement could prove to be of questionable legality.
In cases involving blueprints or other proprietary technology, "the options are that you own it, you license it or you steal it--and we have laws against stealing," noted Lucinda Low, a Washington lawyer who is a former chairman of the American Bar Assn.'s section on international law.
There are two U.S. companies likely to be involved in building submarines for Taiwan. One is Northrop Grumman Corp., which recently purchased the Litton Ingalls shipyards in Pascagoula. The other is Lockheed Martin Corp., which sells advanced electronics systems used on submarines.
Both companies make clear they would be eager to work on submarines for Taiwan. Spokesmen for both companies emphasize, though, that the decision is in the hands of the Bush administration.
"Lockheed Martin would certainly welcome the opportunity to be the systems integrator for any diesel-powered submarine the Taiwan government may decide to buy," said Tom Jurkowsky, the company's vice president for
communications.
"We stand prepared to help in any way we can," said Randy Belote, a spokesman for Northrop Grumman.
In a statement about the possibility of a Taiwan sale, Northrop Grumman pointedly noted that its Litton Ingalls shipyard "has, in the past, had business relationships with both the Dutch and German submarine designers."
When reminded that the Dutch and Germans have said again this year they will not let their designs be used for Taiwan, Northrop Grumman’s Belote questioned whether the European opposition is the final word. "They [the Dutch and Germans] have said that," Belote answered. "But how serious is that?"
The Bush administration consulted with Northrop Grumman executives in the weeks leading up to its submarine decision, Belote said.
Asked whether Northrop Grumman might go along with a scenario in which the Dutch or German designs might be used without any license, Belote sidestepped the question: "I really don't know. . . . I can't imagine the U.S. government would get involved in a situation where it would bypass the will of another government."
Jurkowsky said this licensing issue won't arise with Lockheed Martin because it won't serve as the prime American contractor for Taiwan's submarines. It will merely supply the electronics systems put on submarines that some other company will build.
Some within the U.S. government make it clear they would be eager to help out American industry and to please Mississippi's two powerful senators, if they can. "Whatever option [for building Taiwan's submarines] is decided upon, something's going to happen in Mississippi--I feel certain about that," quipped a Pentagon official.(…)”

zaterdag 29 maart 2003

Illegale en legale wapenhandel naar Irak

Nederlandse wapenhandel naar het Midden-Oosten

Nederlandse wapenleveranties aan Iran en Irak gedurende de Eerste Golfoorlog (1980-1987) zijn berucht. Munitie, schepen, chemicaliën en optische technologie gaan naar de landen in oorlog.(1) Twee Nederlandse bedrijven leveren chemicaliën aan het Irak van Saddam Hoessein die gebruikt konden worden voor civiele toepassingen en de aanmaak van zenuwgassen: KBS Terneuzen en Melchemie uit Arnhem. De laatste leveringen vanuit Nederland die bekend zijn kwamen van Delft Elektronische Producten, uit Roden een dochter van Delft Instruments. Deze laatste leveranties bleken achteraf bedoeld om gevechtsinlichtingen te verkrijgen over het Iraakse leger en waren onderdeel van een operatie van de Nederlandse Inlichtingen Dienst Buitenland (IDB) en de CIA.(2)

Volgens de rapportage van Irak aan de Verenigde Naties van afgelopen jaar leverden 80 bedrijven uit Duitsland, 24 bedrijven uit de Verenigde Staten, 17 uit Groot Brittannië, 8 uit Frankrijk, 7 uit België, 5 uit Japan, 3 uit Nederland (elders worden er vier genoemd), Spanje (elders worden er 10 genoemd) en Zweden wapens aan het Irak van Saddam Hoessein. De Veiligheidsraad ging overigens akkoord met het verzoek uit Washington om de namen van de Westerse bedrijven te witten. Dit terwijl een naming and shaming campagne nodig is om deze bedrijven aan de schandpaal te nagelen voor hun misdadige beleid. Het mag waarschijnlijk niet al te bekend worden dat Westerse bedrijven aan de basis staan van de Iraakse arsenalen massavernietigingswapens.

Dat geldt zeker de huidige haviken in de Regering Bush die voor een groot deel onder de Reagan administratie hun sporen hebben verdiend. De bijdrage van de Verenigde Staten bij de bewapening van Bagdad in de jaren tachtig was niet gering: Hewlett Packard verkocht nucleaire en rakettechnologie; Dupont verkocht nucleaire technologie; en Eastman Kodak rakettechnologie etc etc. De leveringen waren destijds bedoeld om het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten kracht bij te zetten. Ook destijds werd Irak al bestuurd door een slagersregime. Humanitaire overwegingen speelden hier geen rol. Nu gelukkig wel, zo denken sommigen. Volgens een vorig jaar vrijgegeven telex gingen de Verenigde Staten en Irak, beide vredelievende landen genoemd, de regionale militaire balans herstellen. Iran was op dat moment aan de winnende hand in een oorlog die door Irak was gestart. Donald Rumsfeld was de speciale gezant van de Reagan administratie om afspraken te maken over de versterking van Irak in het conflict. Het onderstreept het gore karakter van de machtspolitiek, zolang Irak gebruikt kan worden voor machtspolitieke belangen in de regio wordt het uitgebreid gesteund. Als dat niet meer het geval is keren de eerdere leveranties zich tegen het land en vormen een argument voor een militaire aanval. De leveringen gaan door tot aan de vooravond van de Tweede Golfoorlog.

In april 1990 wijzigde het Westerse wapenexportbeleid met betrekking tot Irak. Wapens voor Irak werden her en der in Europa uit schepen en vliegtuigen gehaald. Het meest zichtbare voorbeeld van deze omslag waren vier fregatten in een Italiaanse haven. De fregatten waren in de jaren tachtig voor Saddams marine gebouwd, maar werden na 1990 niet meer geleverd. De steun voor Irak sloeg om in tegenstand. Vier maanden later begon de Tweede Golfoorlog. De Verenigde Naties stelden later in 1990 een wapenembargo in.

Publieke opinie na de Tweede Golfoorlog

Aan het eind van de Tweede Golfoorlog wordt de verontwaardiging van de publieke opinie over de grootschalige bewapeningsprogramma’s van Irak snel omgezet in beleid van de Verenigde Naties. Binnen een jaar stelt de VN een zogenaamd Conventionele Wapens Register in (3), waaraan landen hun verkopen en inkopen kunnen melden. Met alle bedenkingen die je tegen de werking van dit vrijwillige register kan hebben, was het een antwoord op de verontrusting over de bewapeningsprogramma’s in de wereld, m.n. het Midden-Oosten.

Zij die stellen dat de bewapening van Irak tot nu toe nog nooit iemand zorgen hebben gebaard slaan de plank dan ook mis. Dat was in 1991 zeker niet het geval. Wel is het zo dat de bewapening van Irak en Iran tijdens de Eerste Golfoorlog nauwelijks tot protesten leidde. Het was vooral klein links dat toen protesteerde tegen de bewapening van Irak en de aanvallen op de Koerden. De FNV baarde het geen zorgen en nam de positie in die ook rechts beviel. De leveranties leverden banen op en winsten voor de bedrijven.

Sinds de Tweede Golfoorlog komen de meeste leveranties vooral uit Oost-Europa en China.(4) China zou de bekabeling voor de Iraakse luchtafweer geleverd hebben.(5) Ook is technologie vanuit Duitsland naar Irak getransporteerd.(6)

Illegale leveringen in de jaren negentig

Sinds 1991 gaan er veel minder wapens naar Irak. Het gaat sindsdien om illegale wapenleveranties door een beperkt aantal landen. Iedereen is het erover eens dat het Iraakse leger inmiddels nauwelijks een militair strategische machtsfactor is. Natuurlijk betekent dat niet dat het Iraakse leger ongevaarlijk is. Een kat in het nauw kan rare sprongen maken en sinds 11 september is duidelijk dat ook niet militaire middelen met grote vernietigingskracht ingezet kunnen worden. Bovendien een paar raketten die door de verdediging heen komen en uitgerust zijn met chemische wapens kunnen veel schade aanrichten. Het regime in Bagdad weet dat de inzet daarvan zeker zijn doodvonnis betekent en zal dat alleen in laatste instantie doen. Die laatste instantie lijkt nu aangebroken en het is te hopen dat de chemische wapens niet aanwezig zijn, het commando om ze te gebruiken achterwege blijft of dat de ermee uitgeruste troepen weigeren ze in te zetten.

De afgelopen 1½ jaar wordt heel veel gerapporteerd over wapenleveranties aan Irak. Sommigen noemen alle naar buitengekomen gevallen het topje van de ijsberg. Anderzijds kan je ook stellen dat het monitoren door geheime diensten en met opsporing belastte diensten er toe leiden dat er weinig plaats vindt zonder medeweten van Uncle Sam en zijn bondgenoten. In ieder geval is er inzicht in een belangrijk deel van de handelsroutes die gebruikt worden.

Het laatste nieuws over wapenleveranties aan Irak kwam in maart 2003 uit Washington. In het Congres werd gesteld dat Frankrijk en Duitsland wapens aan Irak hebben geleverd in 2003. Waarmee werd gesuggereerd dat het ‘Oude Europa’ militair tegen de Verenigde Staten aan het samenzweren was. Bij Frankrijk zou het om onderdelen voor Mirage jachtvliegtuigen en Gazelle aanvalshelikopters zijn gegaan. Meteen werd opgeroepen om Franse wijnen en de grootste Franse vliegshow (militair en civiel) in juni van dit jaar te boykotten.(7) Eurocopter – de producent van de helikopter onderdelen - liet weten dat sinds 1991 geen leveranties aan Irak hebben plaatsgevonden.(8) Of de rechtse Washington Times een smeercampagne begon tegen de Franse tegenstander in de Veiligheidsraad kan niet bewezen worden, maar lijkt wel waarschijnlijk. De verwijzing naar Duitsland betreft waarschijnlijk een kwestie die op 7 maart voor een Duitse rechter kwam en eerdere leveringen uit de jaren negentig betreft. Op 5 maart werd een in Bulgarije gearresteerde Amerikaan van Irakese geboorte naar Duitsland uitgewezen om berecht te worden. De Irakees had samengewerkt met een Duitser die onderdelen voor een zwaar kanon (ontworpen door de Canadees Gerald Bull die ook werkte aan een zogenaamd superkanon in Irak voordat hij in 1990 in Brussel vermoord werd) en voor Mirage vliegtuigen via Jordanië naar Irak had geëxporteerd. De Amerikaans/ Irakese verdachte zelf leverde voor 1990 60 ton chemicaliën via een bedrijf gevestigd in de hoofdstad van de country muziek, Nashville. Dit werd bekend uit een document dat de Iraki’s in 1996 aan de VN overlegden. Als de grond in de VS hem te heet onder de voeten wordt verlegt de verdachte in 1991 zijn activiteiten naar Amman in Jordanië en werkt met de verdachte Duitser samen.(9)

In februari 2003 wordt beweerd dat Portugal voor 54.000 euro torpedo’s en kogels aan Irak levert. De Portugese overheid ontkent de feiten.(10) Even daarvoor wordt met de vinger richting Slovenië gewezen tijdens de multimedia show van Colin Powell in de Veiligheidsraad. Slovenië zou volgens Powell batterijen hebben geleverd aan Irak die gebruikt kunnen voor de verrijking van Uranium. De Slovenen ontkennen alles en verwijzen naar een vaker voorkomend misverstand dat Slovenië verward wordt met Slowakije, dit laatste land zou een dergelijke levering wel voor haar rekening kunnen nemen, aldus een medewerker van een Sloveense natuurkundig onderzoeksinstituut.(11) Voor dergelijke leveringen bestaat geen bewijs. Wederom een voorbeeld dat de inspecteurs hun agenda nog wel even konden vullen met gericht onderzoek. Wel wordt in Slowakije eind een deal gesloten tussen een aantal wapenverkopers en Irak om onderdelen voor Russische wapens te leveren. Op het moment dat de deal begin 2003 in het nieuws komt zijn er nog geen wapens geleverd en je kan aannemen dat er sterke aandrang is geweest om het bij een contract te laten en de levering voor onbepaalde tijd op te schorten.(12) Slowakije is immers een van de landen die de oorlog van de VS ondersteunt. In Kaapstad wordt een inval gedaan bij een Finse fraudeur die een bestellijstje van Irak op zak had voor wapens ter waarde van vele miljoenen.(13)

Oost-Europese wapens

Vooral vanuit Oost-Europa gaan wapensystemen en onderdelen naar Irak. Daarmee kunnen verouderde wapens gemoderniseerd worden. Vanuit de Oekraïne zouden radars aan Irak geleverd zijn die geen signalen uitzenden die Amerikaanse en Britse piloten op kunnen vangen. De leveringen kunnen niet bewezen worden, maar evenmin kan de Oekraïne zijn onschuld bewijzen en daarom wordt het regime in Kiev bestaft.(14) Het juridische principe ‘onschuldig tot het tegendeel bewezen is’ blijkt niet te gelden. Verder zijn Oekraïense geniebruggen in Irak gevonden. De Oekraïense Minister van Buitenlandse Zaken ontkent echter dat de Oekraïne de bruggen naar Irak heeft uitgevoerd.(15)

De grootste zorgen baren de VS de leveringen vanuit Servië.(16) Volgens de International Crisis Group is de huidige regering niet in staat gebleken de politieke leveringen vanuit Joegoslavië naar Irak die onder Milosovic zijn opgezet te stoppen. Er is sprake van een old-boys netwerk dat kan worden getypeerd als een Crimineel Militair Industrieel Complex. De leveringen betreffen een heel scala wapentypen.(17)

Verder worden er in het afgelopen jaar leveranties vanuit Wit- Rusland, Roemenie en Bulgarije ontdekt. De wapenhandel met Irak wordt nauwlettend in de gaten gehouden en veel wordt gestopt. Een goed voorbeeld is de verkoop van pantservoertuigen vanuit Bulgarije naar Irak. De Bulgaarse autoriteiten stoppen de levering omdat ze vrezen dat dit hen het NAVO-lidmaatschap kan kosten.(18)

Cowboy in het Witte Huis

Al deze voorbeelden bij elkaar kunnen de indruk geven dat een constante stroom wapens richting Irak gaat en dat het land tot de tanden is bewapend en terug kan vechten met conventionele wapens. Dat is echter nauwelijks het geval. Terwijl Irak een van de voornaamste klanten voor wapens was in de jaren tachtig is geen land zo ontwapend als Irak gedurende de jaren negentig. De oorlog in 1990-1991 schakelde al een groot deel van de wapens uit. Iraakse vliegtuigen werden bijvoorbeeld vernietigd. Dit was een reden dat Irak de overgebleven vliegtuigen zo lang stalde in Iran. Teheran heeft ze volgens rapporten nooit teruggegeven.(19) Die is Irak dus kwijt. De bombardementen in de no-fly zone die vanaf 1991 tot deze week op luchtdoelgeschut en recentelijk ook landgeschut zijn uitgevoerd, vernietigden een belangrijk deel van de Iraakse arsenalen. De luchtbombardementen van 1998 en de aanval van 1993 op Bagdad zijn andere voorbeelden van acties in de jaren negentig geweest waarbij Iraakse wapens werden vernietigd. Verder loopt er een wapenembargo waardoor wapens moeizaam Irak binnengesmokkeld moesten worden. In november 2002 werd aan dit pakket aan ‘ontwapeningsmaatregelen’ nog een methode toegevoegd. Bush verordonneerde dat wapenstromen naar landen van de ‘as van het kwaad’ door special forces aangepakt mogen worden en zo nodig mogen wapenhandelaren worden gedood.(20) Het kan nauwelijks gekker en hoewel mensen die pleiten voor genuanceerdheid vinden dat je niet kan stellen dat er een cowboy in het Witte Huis zit, lijkt het er wel op. Het is niet verwonderlijk dat de aanpak van Hans Blix in dit licht als weinig daadkrachtig wordt gezien.

Gebruikte routes via buurlanden, animo voor wapenembargo neemt af

Syrië helpt Saddam Hoessein met wapenleveranties. Westerse inlichtingendiensten ontdekken dat sinds december 2002 52 kratten met nieuwe luchtverdedigingssystemen van Russische makelij Irak binnen zijn gesmokkeld. De goederen die zijn verscheept door een handelaar uit Wit-Rusland gaan in december 2002 de Syrisch/Iraakse grens over.(21) Syrië en Jordanië worden gebruikt om wapens de grens over te smokkelen. Het is een van de voorbeelden dat de steun voor de wapenboycot van de Verenigde Naties aan het afnemen is. De leveringen worden betaald vanuit het ‘olie voor voedsel programma.’ De papieren die dit mogelijk moeten maken worden vervalst. Terwijl dit programma wel voor zo’n 500.000 Iraakse doden heeft gezorgd, is het niet waterdicht met betrekking tot wapenleverantis daarvoor is de medewerking van overheden noodzakelijk. Dit is geen argument tegen het programma, maar wel een aanvulling op de stelling dat vooral de burgers van Irak er de dupe van zijn. Het heroverwegen ervan wordt echter steeds weggewuifd. Het is Saddam Hoesein die verantwoordelijk is voor de slachtoffers, zo wordt daartoe gesteld. De humanitaire ramp in het kwadraat wordt op de koop toegenomen. Niet alleen in de Arabische regio leidt dit tot veel verontwaardiging ook binnen het Westen en de Verenigde Naties zelf is de kritiek enorm. De animo voor het handhaven van het wapenembargo neemt navenant af. Zeker sinds in 1998 de wapeninspecteurs terug getrokken zijn. Syrië opent zijn grenzen nog verder in de zomer van 2002 als duidelijk wordt dat de Verenigde Staten op ramkoers liggen.

Totdat de Verenigde Staten kiezen voor de weg naar oorlog is het zichtbaar dat de Iraakse militaire capaciteiten afnemen. Steeds minder vliegtuigen kunnen de lucht in en moeten gekannibaliseerd worden om de resterende vloot in de lucht te houden. Halverwege 2002 worden weer meer vliegtuigen in het Iraakse luchtruim geconstateerd door het Pentagon.(23) Het wapenembargo wordt in het zicht van de oorlog steeds meer ontdoken. Uitspraken over preventieve aanvallen desnoods met kernwapens door de VS nodigen de dictators in het Midden-Oosten niet echt uit om medewerking te verlenen aan de door de Verenigde Staten gevoerde politiek. Daar komt nog bij dat de opstelling van de verenigde Staten ten opzichte van Israël een stuk vriendelijker is. Volgens Jaap de HoopScheffer wordt het Israëlische leger op de been gehouden door Amerikaanse wapenleveranties.(24) Ook al een reden dat met het steunen van de VS politiek in de regio weinig eer te behalen valt bij de bevolking van de landen in het Midden-Oosten.

Meer wapenhandel als gevolg van de oorlog

Er zijn landen in de regio die hun voordeel doen met de botte Amerikaanse machtspolitiek. Na de aanslagen in New York en Washington werden landen in het Midden-Oosten voorzien van meer en moderne wapens om ze te winnen voor de coalitie tegen het terrorisme. Ook om landen te winnen voor de oorlog tegen Irak wordt het middel van wapenleveranties ingezet. Jordanië wordt momenteel flink bewapend door de Verenigde Staten. Het staatje aan de grens van Irak wordt daarmee gepaaid om niet weer als in 1990-1991 een halfslachtige houding in te nemen, maar medewerking te verlenen aan de Amerikaanse oorlogsinspanningen. Het miljarden pakket waarmee de VS Turkije probeerden te paaien bevatte ook wapenleveranties.

Nog opmerkelijker is dat op dit moment in Washington al gewerkt wordt aan het wegnemen van de belemmeringen van wapenverkopen aan Irak. De Bush administratie loopt daarmee vooruit op het feit dat Saddam Hoessein gevallen is en de nieuwe machthebbers wapens moeten hebben. De beperkingen moeten worden opgeheven als: “dergelijke exporten in het belang van de Iraakse bevolking zijn of bijdragen aan de politieke veranderingen in Irak,” aldus interne documenten van de Amerikaanse regering. Een woordvoerder van de Aerospace Industrie Associatie ziet er geen probleem in. Door de leveranties van bijvoorbeeld radio’s aan Irak kunnen de Iraki die dan de macht met de VS mogen delen spreken met de Amerikaanse strijdkrachten in het land.(25) Business Week voorzag dit fenomeen al in november 2002 en schrijft een realistisch fantasieverhaal over het Irak van na Saddam Hoessein: “Als de VS net klaar is met het wegnemen van de massavernietigingswapens van Saddam Hoessein overweegt dan al weer Bagdad te herbewapenen. Overdreven. Nauwelijks. Sommige Irak-watchers in de VS zijn al weer aan het piekeren hoe een post- Saddam Irak moet worden versterkt. Sommige analisten op de beurs in Wall Street spreken over een nieuwe exportmarkt voor Amerikaanse wapenfabrikanten.”(26) Hoewel bizar hoeft dit overigens nauwelijks verbazing te wekken. Het hele Midden-Oosten is afzetgebied voor wapens en de Verenigde Staten zullen Irak nodig hebben in hun strijd tegen een volgend vaak genoemd doelwit: Iran.

De tactieken van Washington zullen niet leiden tot minder maar eerder tot meer problemen met massavernietigingswapens. Het niet aan boord krijgen van Syrië maakt het mogelijk dat vanuit deze totalitaire staat de wapenstromen richting Bagdad momenteel niet aan banden worden gelegd, maar worden toegestaan. De oorlog buiten het VN-handvest om zal het wantrouwen in de wereld verder versterken. Een land als China zal zich wel twee keer achter de oren krabben voordat het denkt over de vermindering van de kernbewapening, eerder zal men in Peking de ingeslagen weg naar vernieuwing van het leger na de Tweede Golfoorlog in een hogere versnelling zetten. Op maandag 17 maart weigerde Rusland een verdrag over de verdere nucleaire ontwapening te ratificeren. Dit verdrag is bedoeld om de kernwapens beter te kunnen controleren en het proliferatiegevaar vanuit Rusland te verkleinen. Het lijkt de Amerikanen nauwelijks te deren dat het gevaar eerder toe dan afneemt door hun unilaterale politiek. Zelfs Groot Brittannië de belangrijkste bondgenoot wordt door Rumsfeld geschoffeerd als de medewerking niet vlot genoeg verloopt, we kunnen het ook wel zonder jullie, zegt hij.

Wapenleveranties aan het Midden-Oosten en onze man in Bagdad

De meest bizarre bijdrage van Nederland aan de bewapening in het Midden Oosten is onze man in Bagdad. De Nederlandse chemicus Frank van Anraat is een Nederlander in de Iraakse hoofdstad. Hij is in de jaren tachtig verantwoordelijk voor het grootste deel van de Iraakse importen voor het chemische wapensprogramma. Toch wordt hij in Nederland niet gezocht, aldus een ambtenaar van Buitenlandse Zaken.(27) Wel gevolgd door de AIVD.(28)

Van de zorgen rond de wapenleveranties naar het Midden-Oosten van begin jaren negentig is inmiddels nog weinig over. Behalve voor Irak en Iran. Sinds die tijd worden de wapenverkopen aan het Midden-Oosten flink opgeschroefd. Nederland sluit in 1996 zijn grootste wapendeal van de jaren negentig in de Verenigde Arabische Emiraten en levert voor een bedrag van 370 miljoen euro twee fregatten aan de Emiraten. Van de Nederlandse wapenexporten in de periode 1997-2001 gaat 14% naar het Midden- Oosten.

In de week voordat de oorlog tegen Irak losbarst zijn Nederlandse bedrijven en afdelingen van de ministeries van Economische Zaken en Defensie in de regio om wapens te slijten op de grootste wapenbeurs van de regio: IDEX(29) Een paar maanden eerder verkoopt de Rotterdamse Droogdok Maatschappij (RDM) kanonnen in de vorm van 18 stuks mobiel geschut aan de Jordaanse special forces. De Mobat is een product dat op een DAF truck (YA4440) wordt gezet.(30) Het kruitvat in het Midden-Oosten mag zich voorbreiden op de volgende oorlog. Terwijl de huidige nog niet eens echt begonnen was. Ook met Nederlandse wapens.

Martin Broek
Campagne tegen Wapenhandel maart 2003

Noten:
1) anti-Golfoorlog-komitee, ‘ Hun oorlog? Achtergrondinformatie over en Nederlandse betrokkenheid bij DE GOLFOORLOG,’ april 1988. Penn-NL ‘Aanval op Irak, recente ontwikkelingen,’ Facts and Reports nr. 14, oktober 2002 (papieren versie, helaas ontbreken de artikelen over Nederlandse betrokkenheid in de digitale versie op www.eurobomb.nlhttp://www.eurobomb.nl/. Verder een groot aantal artikelen in Vrij Nederland van Colijn en Rusman.
Zie http://www.iraqwatch.org voor leveranciers. Op deze website wordt een Nederlandse levering in 1988 van atropine (een tegenmiddel tegen zenuwgassen) door een onbekend Nederlands bedrijf genoemd.
In een artikel van CounterPunch wordt bovendien het brits Nederlandse Unilever genoemd als leverancier van biologische of chemische wapen componenten. Een bedrijf dat ik verder niet tegen ben gekomen. Kurt Nimmo, ‘Bush Senior: Hating Saddam, selling him weapons,’ 19/09/02, www.counterpunch.org/nimmo0919.html.
2) Jos Slats, ‘Iraakse kijkers,’ Vrij Nederland 26/05/01.
3) http://www.disarmamentun.org/UN-REGISTER.nsf
4) Neil Mackay, 17 British firms armed Saddam with his weapons,’ The Sunday Herald 23/02/03
5) Sean Boyne, ‘Iraq boosts air defence network,’ Jane’s Intelligence Review juni, 2002.
6) Marc Erikson, ‘Germany’s leading role in arming Iraq,’ 05/02/03; Felix Kurz en Georg Mascolo, ‘Saddam’s List,’ Der Spiegel 25/02/02.
7) Bill Gertz, ‘Probe Sought Of French Parts Sales, Senator terms transfers 'treason,' Washington Times 08/03/03.
8) Eurocopter persbericht; 07/03/03
9) Agence France Presse, ‘Wanted Iraqi arms dealer extradited to Germany,’ 07/03/03; Associated Press Worldstream, ‘Court orders extradition of Iraqi suspected of illegal arms trade,’ 10/02/03; New York Times, ‘U.S. Businessman Linked to Iraqi Arms Purchases,’ 23/01/03; Felix Kurz and Georg Mascolo, ‘Things That Go Bang: US-Iraqi, Detained in Sofia at German Judiciary's Request, Proves to Be One of Saddam's Most Nefarious Procurers,’ Der Spiegel (Internet Version-WWW) in German 13/01/ 03; ‘THE SUPERGUN,’ Canadian Broadcasting Corporation, CBC TV, 06/11/02
10) Agence France Presse, ‘Portugal sold arms to Iraq in violation of UN embargo: report 27/02/03.
11) ‘Slovene Companies Deny Sale of Banned Equipment to Iraq,’ Text of report by Slovene radio on 06/02/03
12) COMPLETES DEAL FOR SLOVAKIAN ARMS, http://www.menewsline.com/stories/2003/january/01_22_1.html
12) ‘Gun running to Iraq probed,’
http://www.news24.com/News24/South_Africa/News/0,1113,2-7- 1442_1306666,00.html, 13/01/03
13) Anya Tsukanova, ‘Ukraine fails to come clean in arms-to-Iraq scandal,’ AFP 05/11/02; Robert Anderson, Stephen Fidler, Andrew Jack, Stefan Wagstyl en Tom Warner, ‘The former Soviet Republics are accused of supplying weapons to roque states in defiance of United Nations or US embargoes,’ Financial Times 21/10/02.
14) Associated Press, ‘Ukraine Denies Selling Bridges To Iraq,’ 13/01/03
15) Daniel Williams en Nicholas Wood, ‘E. Europe Armaments find Way to Iraq; Some suppliers Are About to be offered NATO Membership,’ Washington Post 21/11/02
Een rapport van de international crisis group, ‘Arming Saddam; The Yugoslav connection,’ 03/12/02
http://www.crisisweb.org/projects/balkans/serbia/reports/A400835_0 3122002.pdf geeft een groot aantal voorbeelden van wapenleveranties.
17) Daniel Williams en Nicholas Wood, ‘E. Europe Armaments find Way to Iraq; Some suppliers Are About to be offered NATO Membership,’ Washington Post 21/11/02.
18) Arie Farnam, ‘Iraq Buying arms in East Europe’s Black markets; two Czechs and a German were arrested in the latest smuggling case,’ Christian Science Monitor 11/09/02
19) Gary C. Gambill, ‘Syria Rearms Iraq,’ Middle East Intelligence Bulletin Vol. 4, n. 9, september 2002.
20) Charles Laurence, David Wastell en Jack Fairweather, ‘US forces told to destroy supply lines of terror Bush gives order to target covert routes as weapons inspections begin in Iraq,’ Sunday Telegraph 24/11/02.
21) Con Coughlin, ‘Syrians Smuggling Arms To Baghdad,’ Sunday Telegraph, 15/12/02.
22) Arie Farnam, ‘Iraq Buying arms in East Europe’s Black markets; two Czechs and a German were arrested in the latest smuggling case,’ Christian Science Monitor 11/09/02
23) Sean Boyne, ‘Iraq boosts air defence network,’ Jane’s Intelligence Review juni, 2002.
24) Algemeen Overleg Wapenexportbeleid oktober 2002.
25) Amy Svitak, ‘White House Seeks Exports to Iraq,’ Defense News 11/02/03
26) ‘Affairs of State; Rearming A post-saddam Iraq,’ BusnessWeek online, 21/11/02.
27) Arnold Karskens, ‘Handelsreiziger in de dood; Saddam Hoeseins gifgas leverancier is een Nederlander: Frans van Anraat,’ Nieuwe Revue
28) Joost de Haas en Charles Sanders, ‘Nederlander aan basis chemische wapens Saddam,’ Telegraaf 08/02/03.
29) Zie www.stopwapenhandel.org
30) Press Release RDM Technology 22/01/03 en www.stopwapenhandel.org

maart 2003

donderdag 1 juli 1999

Leveranties aan Turkije; lakmoes proef voor Nederlands wapenexportbeleid

"Iedere keer als Turkije bombardementen uitvoert op Koerdische doelen, vragen wij ons af of ze daarvoor 'onze' Starfighters gebruiken." Deze uitspraak is niet van een solidariteits activist met koerdistan of een lid van de vredesbeweging, maar werd begin dit jaar gedaan door een medewerker van het Ministerie van Defensie. Hij stelde ook dat het Ministerie niet weer wil worden geconfronteerd met een zo duidelijke schending van het Nederlandse wapenexportbeleid. We moeten echter vrezen dat de woorden van de betreffende ambtenaar een praatje voor de vaak zijn. Turkije is op twee na de grootste importeur van wapens in de wereld en ook voor Nederland is het een belangrijke klant (zie kader). Een onthutsend kijkje in de keuken van het Nederlandse wapenexportbeleid.
 

Het regeerakkoord van Paars II stelt dat Nederland de op papier strenge wapenexportrichtlijnen strikt wil gaan naleven. Wapenleveranties worden sinds 1991 getoetst aan een viertal criteria: geen leveranties naar spannings- of oorlogsgebieden, geen leveranties waarvan gevreesd moet worden dat de geleverde wapens ingezet kunnen worden bij mensenrechtenschendingen, geen leveranties naar landen waar tegen een wapenboycot van de VN-veiligheidsraad of de Europese Unie loopt, en geen leveranties aan landen die teveel besteden aan defensie ten opzichte van uitgaven voor sociale voorzieningen. In september 1999 wordt daar als vijfde criterium aan toegevoegd dat geen wapens mogen worden geleverd aan landen die niet rapporteren aan het wereldwijde wapenregister van de Verenigde Naties dat in 1991 is opgezet. Bovendien worden door Nederland de in 1998 aangenomen richtlijnen van de Europese Unie nagevolgd, die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse. Daarnaast heeft Nederland in november 1998 besloten geen catalogi met tweede hands wapens meer aan te bieden aan landen waar het inkomen per hoofd van de bevolking kleiner is dan 3035 dollar per jaar. Ook een land als Turkije zou op grond van dit laatste niet meer in aanmerking komen voor aanbod van tweede hands wapens. Toch is Turkije, de op twee na grootste importeur van wapens in de wereld, ook voor Nederland een belangrijke klant.

Spagaat 

De criteria zijn richtlijnen voor het wapenexportbeleid. Ze zijn dus niet bindend. Bovendien blijken de criteria voor verschillende uitleg vatbaar te zijn. In het klassieke conflict tussen de dominee en de koopman, blijkt de koopman daarbij steeds het pleit te winnen. Zo verdedigde Minister van Aartsen van Buitenlandse Zaken onlangs leverantie van wapens aan landen in het Midden-Oosten. Hij wees hierbij op het vriendelijke karakter ervan of de bedreiging door buurlanden. Het spanningsgebieden criterium werd voor het Midden- Oosten versmald tot het niet leveren van wapens aan Irak en Iran. Ook met betrekking tot Turkije weet men steeds goede redenen te vinden waarom leveranties wel mogelijk moeten zijn. Deze retorische spagaten waren tot vorig jaar formeel zelfs niet nodig. Aan Turkije werden wapens geleverd zonder dat toetsing aan de criteria verplicht was, simpelweg omdat het een NAVO-bondgenoot is. In 1998 is voor Turkije en Griekenland een uitzonderingspositie ingesteld. Het zijn nu de enige landen binnen de NAVO waarbij wapenleveranties wel aan de criteria getoetst moeten worden. Wapenleveranties aan Turkije worden al heel lang met argusogen gevolgd. Niet alleen door solidariteits- en vredesbeweging, maar ook de Nederlandse overheid. Turkije is dan ook de meest gemilitariseerde, instabiele en ondemocratische NAVO-bondgenoot. Dat wapenleveranties aan Turkije sinds kort worden getoetst aan de richtlijnen voor het wapenexportbeleid is daarom niet meer dan normaal. Helaas heeft dit tot nu toe nauwelijks gevolgen gehad voor de praktijk. Ook verdergaande stappen die Nederland heeft genomen hebben nauwelijks iets om het lijf. In 1995 werd door Nederland een tijdelijke boykot ingesteld en sinds 1997 worden geen wapens geleverd aan de Turkse lucht- en landmacht. Tenminste officieel. Beide krijgsmachtonderdelen ontvangen nog volop Nederlandse wapens, omdat dit beleid zo rekbaar als elastiek is. De maatregelen die tegen Turkije genomen worden zijn ook om een andere reden vooral cosmetisch van aard. Een tijdelijke stop op wapenleveranties is vooral een diplomatieke zaak. Feitelijk levert het hooguit een kleine vertraging op in de bewapeningsprogramma's. Bovendien is de belangrijkste afnemer de Turkse marine, die bijna zijn gehele vloot heeft uitgerust met produkten van Nederlands grootste wapenproducent Hollandse Signaal Apparaten (HSA). Ook deze laatste leveranties zijn opmerkelijk, aangezien de troebelen tussen Turkije en Griekenland in de Egeische Zee de conclusie rechtvaardigt dat hier sprake is van een spanningsgebied. 

Koerden 

De geciteerde ambtenaar van Defensie maakt zich echt zorgen of wil ons zand in de ogen strooien. Geen enkel land kreeg immers zoveel jachtvliegtuigen van Nederland als Turkije. Deze leveringen zijn allerminst stopgezet toen bleek dat Turkije er niet voor terug deinsde dit zware wapen tegen de Koerden in te zetten. 

De al genoemde Starfighters (44 stuks) werden vanaf begin jaren tachtig - vlak voor de staatsgreep van september 1980 - tot november 1983 aan Turkije geleverd. De levering werd door toenmalige Kamerleden van der Spek (PSP) en Van den Bergh (PvdA) zwaar bekritiseerd. Van den Bergh vond dat de levering het militaire regime een legitimiteit zou verschaffen die het niet verdient en Van der Spek vreesde inzet tegen de eigen bevolking. "Voor het gebruik van straalvliegtuigen ter intimidatie van de bevolking ontbreekt iedere aanwijzing," aldus toenmalig Minister van Buitenlandse Zaken van den Broek. Zo'n vijftien jaar later wordt dit dan eindelijk door het Ministerie van Defensie weersproken. Het kwaad is dan al geschied. De dooddoener van Van den Broek 'geen inzet tegen eigen bevolking' wordt tot op de dag van vandaag nog steeds gebruikt bij wapenleveranties en niet alleen bij die aan Turkije. Het principiele argument van Van den Bergh wordt daarentegen tot op heden nooit serieus genomen. De uitspraak van de Klaas Vaak op het Ministerie van Defensie lijkt vooral bedoeld om een verontruste journalist gerust te stellen. Dit kan je afleiden uit het gegeven dat Turkije zijn Starfighters enkele jaren geleden heeft afgestoten. Turkije kan ze daarom niet meer inzetten tegen de Koerden. De vrees van Defensie werd op zijn zachtst gezegd nogal onzorgvuldig verwoord en lijkt daarom een weinig serieus deel van het beleid. Na de Starfighters zou een volgende lading jachtvliegtuigen volgen. Vanaf eind jaren tachtig leverde Nederland 60 straaljagers van het type NF-5 aan Turkije. Deze zijn nog wel in gebruik bij de Turkse luchtmacht. Ook tegen deze leveranties vonden protesten plaats. Op 1 januari 1989 hakten twee vredesactivisten in op NF-5's die in Woensdrecht klaar stonden om naar Turkije te vliegen. Een medewerker van het tijdschrift Onze Luchtmacht beschreef jaren later dat NF-5's in de periode 1991-1994 ingezet werden voor 672 verkennings- en bombardementsvluchten. Nog steeds worden NF-5's met enige regelmaat ingezet tegen Koerdische doelen, zo kan regelmatig uit de krant worden vernomen. 

F-16's en granaten

Turkije bouwt sinds de jaren tachtig zelf ook jachtvliegtuigen. Het gaat hier om de ook in Nederland in gebruik zijnde F-16. In 1988 sprak Nederland met Turkije af dat het hoogwaardige technologie voor de elektronische oorlogsvoering en vluchtsimulators voor de F-16's zou leveren. (E.e.a. was onderdeel van een veel omvangrijker afspraak tussen Nederland en Turkije (Jane's Defence Weekly 4/6/88, p. 1101)). Of dit soort leveringen nog steeds lopen is onbekend. Wel is bekend dat in iedere door Turkije geproduceerde F-16 Nederlandse onderdelen zitten. Verder adverteert Koolhaas Alphen, een op Schiphol gevestigd onderhoudsbedrijf, al jaren in de gids 'Catalogue of Netherlands Defence Related Industries' dat het vliegtuigen van de Turkse luchtmacht en marine onderhoudt. De Nederlandse bijdrage aan Turkije's jachtvliegtuig arsenalen is zeer uitgebreid te noemen. Als Nederland echt wil voorkomen dat Nederlandse technologie en straaljagers tegen de Koerden worden ingezet is het tijd om de relaties op dit gebied te verbreken. Tijdens het eerder genoemde overleg tussen Nederland en Turkije in 1988 werd ook het eerste contact gelegd over de gezamenlijke productie van de M-483A1 clustergranaat. Het is deze levering aan Turkije die in de jaren negentig de meeste politieke aandacht zou krijgen. Stukjes bij beetjes zijn de details rond de gezamenlijke produktie van 309.000 granaten in Turkije en Nederland duidelijk geworden. Het is zelfs gebleken dat de Nederlandse overheid de belangen van de Turkse staat bij het afsluiten van de levering voor haar rekening heeft genomen. De granaat in kwestie is een van die militaire produkten waarbij je je af vraagt of het technisch vernuft dat ze heeft ontwikkeld wel eens nadenkt over de gevolgen bij het gebruik. De granaat bestaat uit 88 kleinere subgranaten die uiteenspatten boven het doel en alles op een oppervlakte ter grootte van een voetbalveld kunnen vernietigen. Ook bij deze levering werd de druk van de ketel gehaald door te stellen dat de wapens niet ingezet zouden (kunnen) worden tegen burgers. Dit argument werd het eerst gebruikt door Van den Broek en vervolgens herhaald door al zijn opvolgers: Kooymans, Van Mierlo en Van Aartsen. Nog onlangs stelde D'66 Kamerlid Hoekema dat de M-483A1 granaat alleen tegen materieel kan worden gebruikt. Een heel scala aan argumenten kan hier tegen worden ingebracht, maar het sterkste bewijs is nog wel het document van de Directie Materieel Afdeling Munitie van de Koninklijke Landmacht waaruit duidelijk wordt dat de granaat kan worden ingezet tegen materiele en personele (mensen dus) doelen. De belangenverstrengeling van de Nederlandse regering - die enerzijds zaakwaarnemer voor de Turkse staat is in een wapendeal en anderzijds een controlerende functie heeft op het gebied van wapenleveranties - kan als verklaring worden gezien dat deze levering zonder noemenswaardige problemen afgerond kon worden. Alle oppositie ertegen ten spijt. Begin vorig jaar vroeg het parlement toenmalig minister van Buitenlandse Zaken van Mierlo per brief de leveringen van de granaten tijdelijk op te schorten. De leveringen gingen echter gewoon door. De Minister stelde simpelweg dat hij de brief nooit had ontvangen. Gezien deze hele gang van zaken is de nogal formele houding van het parlement dat ze niet vooraf, maar alleen achteraf, het wapenexportbeleid van de regering wil controleren wel erg misplaatst. 

Evaluatie 

Het Nederlandse wapenexportbeleid oogt op papier streng. Het wordt echter niet strikt gehanteerd en de interpretatie ervan lijkt vooral gericht op zo min mogelijk belemmeringen bij leveranties. De levering van jachtvliegtuigen en clustergranaten door Nederland aan Turkije laten zien dat het mensenrechtencriterium uit de wapenexportrichtlijnen weinig serieus wordt genomen. Dat alle belangrijke Turkse marineschepen zijn uitgerust met commandosystemen en vuurleidingssystemen van Nederlands grootste wapengrutter HSA, maakt duidelijk dat ook het spanningsgebiedencriterium met betrekking tot Turkije een wassen neus is. Sinds 1997 loopt er een opmerkelijk samenwerkingsproject tussen HSA en het Marine Software Ontwikkel Centrum in Turkije (TNSDC). Onlangs maakte Turkije bekend dat het zijn zelfstandigheid op het gebied van de ontwikkeling van militaire software wil vergroten. Ali Bilge, werkzaam bij een Turkse organisatie voor strategische studies stelt: "Als je zelf je defensiepolitiek uit wil zetten dan moet je de vijand zelf kunnen definieren en je eigen software hebben." Een op het eerste gezicht onbelangrijke levering, van software, blijkt militair strategisch van groot belang en de Nederlandse bijdrage hieraan is slechts een van de voorbeelden dat het Nederlandse wapenexportbeleid faalt. De mooie woorden die Paars II er aan wijdt ten spijt.

Martin Broek 

P.S. Na publicatie van dit artikel werd bekend dat Turkije en Nederland beide partner worden in het Amerikaanse programma voor de productie van een opvolger van de F-16 (de joint strike fighter). Ook vanuit deze samenwerking zullen weer leveranties aan Turkije volgen, zie elders op dit blog onder JSF of F-35.


Uit: Uit: INZET-Magazine; opinieblad over internationale samenwerking, juli 1999, nr. 43

Verder lezen: VD AMOK houdt ontwikkelingen m.b.t. wapenhandel naar Turkije bij De Turkije connectie, (Amsterdam: Pax Christi, AMOK AMV, 1993) Oorlog in Turkije; militaire aspecten, de Koerdische kwestie en de dienstweigerbeweging (Amsterdam: Stop de oorlog in Turkije, 1995) Nederlands wapenexport beleid in de jaren '90 (Amsterdam/Breda: Papieren Tijger/Platform tegen wapenhandel, 1998)  

Redactie-adres
INZET-Magazine Keizersgracht 132
1015 CW Amsterdam

vrijdag 30 april 1999

Oorlog is geen spelletje

Naast de vredesactivisten, die zich gedurende de ITEC beurs in Den Haag drie dagenlang voor de ingang geposteerd hadden uit protest tegen de wapenhandel, werd de beurs aangedaan door een delegatie van Haagse gemeenteraadsleden. Zij wilden met eigen ogen zien of de beurs inderdaad een zodanig militaristisch karakter heeft, waardoor het niet langer gepast is om ITEC in Den Haag, dat zich als vredesstad profileert, plaats te laten vinden. Martin Broek van het Platform tegen Wapenhandel begeleidde de delegatie.

Protest bij AFCEA-beurs, Brussel
"Dit is nu de veel besproken virtual reality", vertelde een medewerker van CAP Gemini aan de Haagse gemeenteraadsleden die poolshoogte kwamen nemen op de International Training Equipment Conference, kortweg ITEC. Overal in de hal van het Congrescentrum in Den Haag vertoonden beeldschermen en flatscreens computer-animaties van vooral oorlogssituaties. Het leek wel een morbide kermishal. Als lid van het Platform tegen Wapenhandel liep ik met de raadsleden mee om commentaar te kunnen geven en de kwalijke kanten van deze spelletjes naar voren te brengen. Het oriënterende bezoek begon met een heuse briefing. Twee directeuren, een medewerker van TNO en van CAP Gemini probeerden de raadsleden ervan te overtuigen dat ITEC een veelzijdige beurs is, waar naast militaire simulatie, ook veel simulatie voor civiele toepassingen (brandweer, spoorwegen, ziekenhuizen en architectenbureaus bijvoorbeeld) te vinden is en dat juist deze tak snel groeit. Tegen veilige spoorwegen en een goed geoefende brandweer kan toch niemand bezwaar hebben.

"Kijk, hier zien we Nederland", stelde een van onze begeleiders enthousiast vast. Plots liet de op het scherm voorbij vliegende straaljager bommen vallen. Opflitsende vlammetjes en rookpluimen lieten zien waar Nederland getroffen werd. Foutje in de regie. De medewerker maakte later zijn fout goed door fel te ageren tegen de toren die in het centrum van Den Haag gebouwd zal worden. Door deze toren in een simulatie van Den Haag te plaatsen kan je zien welke horizonvervuiling optreedt en hoe het oude centrum verpest wordt, zo verkondigde hij. Ideaal voor politieke beslissers en architecten. Met deze laatste PR truc kwam een einde aan het bezoek.

Er kan nu geen twijfel meer over bestaan dat ITEC een beurs is voor militaire simulatie produkten. Simulatie wordt niet alleen gebruikt voor opleidingsdoeleinden, maar wordt ook ingezet om piloten, voordat ze weg vliegen vertrouwd te maken met de omgeving en de doelen die ze gaan bombarderen. Bovendien zijn sommige produkten die worden gebruikt voor simulatie dezelfde als die worden toegepast in echte oorlogsituaties, zoals de helmen van straaljager piloten. Tenslotte wordt het afvuren van allerlei soorten wapens, dus ook kernwapens, gesimuleerd. Op ITEC ligt simulatieapparatuur voor iedere militair: van de generaal of admiraal die het hele slagveld moet overzien tot de infanterist die zijn geweer af moet kunnen schieten; van jachtvlieger tot boordschutter. Overigens wordt de simulatie waarmee kernwapens kunnen worden 'vervolmaakt' zonder proeven niet op dergelijke beurzen aangeboden. Dat houden de landen waar ze geproduceerd worden liever in eigen handen.

Er is op ITEC dus ook simulatie aanwezig voor brandweerlieden, treinmachinisten en chirurgen. Voor enkele Haagse gemeenteraadsleden was dit reden om twijfel te hebben of ITEC wel uit Den Haag geweerd kan worden. Zij stelden dat het hier om een brede vakbeurs ging. Als dit argument wordt gebruikt dan moet het gezien worden als excuus om niet tot een verbod te hoeven overgaan en zal Den Haag Vredesstad ook in de toekomst de enige militaire beurs van Nederland herbergen.
Allereerst is iedere wapenbeurs een vakbeurs waar mensen uit de wereld van de wapenindustrie elkaar spreken, contacten leggen, wetenswaardigheden uit wisselen en soms een contractje tekenen. Dit laatste gebeurde ook op ITEC. De vliegopleiding in Woensdrecht had op 14 april zijn handtekening gezet onder een contract voor de aankoop van een vluchtsimulator. Bovendien, als het aanprijzen van de produkten niet van belang is, waarom zit ITEC dan ook in Singapore? Toch juist omdat Zuidoost-Azië samen met het Midden-Oosten het grootste afzetgebied voor wapens is buiten de Westerse wereld?

De veelzijdige aandacht van ITEC moet echter met een korreltje zout worden genomen. De directieleden ontweken een antwoord op de vraag welk percentage bedrijven op ITEC militaire toepassingen verkoopt. Dat is niet zo gek, want het is bijna 100%. ITEC is een beurs gericht op het wereldje van de militairen. De paar Haagse brandweerlieden die er rondliepen kunnen dit niet ontkrachten.

Er zijn per jaar honderden medische beurzen in de wereld waar inkopers van academische ziekenhuizen rondlopen. Je zou denken dat medische simulatie hier wordt verkocht en niet op een militaire beurs. Een zelfde verhaal gaat op voor architecten en brandweerkorpsen. Echter militairen hebben ook ziekenhuizen en brandweerkorpsen. Ook de civiele produkten op ITEC zijn bedoeld voor legers.

Als Den Haag zijn imago als vredesstad wil handhaven moet het duidelijk zijn en militaire beurzen weren. Zo wordt het het schipperen met het vredesimago en dat is weinig geloofwaardig.

Ravage Actieblad # 283 op 30 april 1999.