Posts tonen met het label vs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vs. Alle posts tonen

woensdag 29 juni 2022

Boekbespreking: het temmen van een dreigend conflict

Taming Sino-American rivalry van Feng Zhang & Richard Ned Lebow heeft een opvallende titel. Niet een zoveelste variatie op de Thucydides val* genoemd als opmaat naar de onvermijdelijke kladderadatsch, maar een zoektocht naar een oplossing: het temmen van het conflict. Het boek valt ook op omdat de ene schrijver professor is in Engeland en de ander in Guangzhou, China.
Los van de Oekraïne kan ik het niet lezen. Maar het gaat over een dreigend conflict aan de andere kant van de wereld; tussen de voor Europa belangrijkste bondgenoot aan de ene en de belangrijkste handelspartner aan de andere kant.

Er zijn volgens de auteurs altijd diplomatieke mogelijkheden om een ramkoers te vermijden. Voordat de schrijvers bij de diplomatie zijn, brengen ze de lezer langs de beleidsmatige en militaire fouten die China en de Verenigde Staten maakten, afschrikkingsstrategieën, vertrouwenwekkende maatregelen en dit alles omlijst met een zee aan kennis en feiten; teveel om mee te nemen in een bespreking.

Vertoog

In de Verenigde Staten vindt al enige tijd een flinke verschuiving plaats op het gebied van de verhouding met China. In 2007 was die relatie nog niet vijandig. De landen werkten samen op het gebied van klimaatverandering en het intomen van de Iraanse nucleaire macht. Acht jaar later was dit weg. Wat ging er mis, vragen de schrijvers zich af. De Amerikaanse militaire aanwezigheid in Azië werd verdubbeld zoals het Pentagon in 2012 aankondigde.In China werd deze verschuiving gezien als onderstreping van de analyse dat een belangrijk deel van de Amerikaanse elite China wil belemmeren een concurrent op het wereldtoneel te worden.
Analisten in de Verenigde Staten stelden vast dat flink doen naar China inmiddels zowel binnen links als rechts in bon ton is. Het is de strijd tussen het vrije liberale systeem en het repressieve. China zou streven naar het vervangen van de Verenigde Staten als wereldleider.
Het boek is geschreven in september 2019. Sindsdien wordt het Chinese gevaar alleen maar steeds sterker benadrukt  De antwoorden van Beijing op de Russische invasie van Oekraïne heeft dit nog versterkt. Beijing schuift steeds dichter naar Moskou. Een nieuw blok ontstaat (met als voorlopig hoogte punt het NAVO-standpunt 13, p. 5).

De City on the Hill waar men weet en bepaalt wat goed is voor de wereld (waar men zijn zelfvertrouwen haalt uit die overheersende macht en elke scheur in de muur van de macht aan de bevolking weet te verkopen als een gevaar) staat tegenover Beijing dat wat het beschouwd als zijn historische rechtmatige positie weer in wil nemen na de grote vernederingen van de 19e eeuw.

Assertiviteit

Onder Hu Jintao (2003-12), de voorganger van de huidige president Xi Xiping, werd door China gekozen voor een positie van verantwoordelijke belanghebbende op het wereldtoneel. Een assertieve Chinese politiek zou er immers toe kunnen leiden dat China andere landen, ook in het Zuiden van zich zou kunnen vervreemden. Voorbeeldige samenwerking, zonder te streven naar grote veranderingen zouden China acceptabeler moeten maken om gladjes de invloed te vergroten. Onder Xi werd China krachtdadiger. Nu is assertiviteit niet altijd slecht. Het onder controle houden van Noord-Korea is bijvoorbeeld in het belang van de wereld. Uiteindelijk moeten we die assertiviteit ook niet overdrijven; de Chinese politiek is nog steeds vooral naar het binnenland gericht. De Chinese leiding hecht bovenal aan het handhaven van de macht van de Communistische Partij en binnenlandse stabiliteit, meer dan aan het buitenland.

'Nationale belangen'

Er is geen sprake van een fundamentele belangenstrijd tussen de VS en China volgens de auteurs en daar waar die wel wordt geconstateerd, is dikwijls sprake van onbegrepen gezamenlijke belangen. Het zeer sterk levende idee dat een opkomende macht als een soort automatisme in conflict komt met de macht die eerder de macht had kent in de afgelopen 500 jaar geen duidelijk voorbeeld; eerder van het gegeven dat de nieuwe macht hulp zoekt bij zijn voorganger en geen dominantie door oorlog.

Realisme

Het boek neemt krachtig afstand van het offensieve Realistische denken, omdat het een theorie is die niet op historische feiten is gebaseerd. De auteurs beschouwen het als een gevaarlijke ideologie waarvan voorspellingen uit kunnen komen, omdat ze zichzelf vervullen. Ook de rol van de machtsbalans bij het voorkomen van conflicten wordt overschat. Oorlogen zijn net zo vaak begonnen door landen met een voordelige positie als door lander die juist zwakker stonden. Uit het bestuderen van grote oorlogen tussen 1648-2018 is gebleken dat opkomende machten vrijwel nooit grootmachten aanvallen of omgekeerd. Aanvallers wonnen sinds 1648 minder dan de helft van de oorlogen die ze begonnen en sinds 1945 werd in 26 procent van de gevallen bereikt wat men wilde. Het is een teken aan de wand dat agressors oorlogen begonnen waar ze de al op achterstand stonden. Macht voorkomt oorlog dus niet. Het is een belangrijke waarschuwing.

Het conflict tussen China en de Verenigde Staten, draait volgens de auteurs niet in de eerste plaats om veiligheid. Hardliners, Pentagon en militaire industriëlen schilderen het graag zo af om het militaire budget verder te verhogen, een actieve bondgenotenpolitiek in Azië te verstevigen en het aanpakken van China te verdedigen en zo hun belangen te versterken.
Een militaire capaciteit om de ander te dwingen moet bovendien enorm zijn en zelfs dan (Vietnam, Afghanistan) is succes niet verzekerd. De zwakkere partij kan zijn militairen/bevolking er van overtuigen dat hun leven beïnvloed zal worden door de uitkomsten van de strijd. Zo kunnen ze tot meer inzet/strijd/offers worden bewogen.
Bovendien gaan niet alle ontwikkelingen via de weg van de macht. Welke afweging maakte Gorbatsjov in de jaren tachtig (nog niet eens zo lang geleden)? Dat de Sovjet Unie de bewapeningsstrijd financieel niet meer bij kon benen, zoals de conventionele redenering luidt, of dat de bewapeningsuitgaven verspilling waren, gevaarlijk bovendien, en Europa gebaat bij een Gezamenlijk Huis?

Afschrikking

Het militaire establishment van de Verenigde Staten wil de mogelijkheden hebben in alle omstandigheden te domineren. Met betrekking tot China is de Amerikaanse strategie voor inzet van zee- en landmacht erop gericht de Chinese verdediging te verslaan. De VS wil in Azië vermijden dat China de Amerikaanse militaire superioriteit kan aantasten. Deze strategie heeft een hegemonistische offensieve inslag.
Wat stelt China daar tegenover behalve de bekende vooruitgeschoven defensie? Iets wat hou fa zhi ren (de opperhand krijgen door terug te slaan bij een aanval) heet. De begrippen defensief en offensief lopen in de Chinese militaire doctrine in elkaar over. In ieder geval zijn de militaire activiteiten gericht op binnenlandse taken en inzet niet ver van China vandaan; niet op overzeese expansie of agressie. Hoewel er sinds de Golfoorlog van 1990-91 wel meer nadruk is komen te liggen op geavanceerde technologie en het verdedigen van economische aanvoerlijnen.
Afschrikking baseert zich op de bereidheid geweld te gebruiken en geloofwaardig naar buiten te brengen. Kernwapens hebben de afschrikking bijna volledig gemaakt. Wie begint er nog een oorlog? Een nieuw aspect van afschrikking is dan ook “als leider de reputatie ontwikkelen dat je irrationeel bent om daardoor geloofwaardig te zijn.” Is dat Poetin aan die lange tafel en dan half verklarend dat hij eventueel kernwapens wil inzetten? Was hier sprake van bewust de halfgare uithangen? Hoe gevaarlijk is dat? De schrijvers merken op dat conflicten kunnen uitbreken als machthebbers wanhopig en eminent verlies zien opdoemen. Druk kan de situatie juist verergeren.**

Eigendunk

China haalde de toenadering die in 2009 door Obama administratie was begonnen onderuit. De president had laten zien samen te willen werken op het gebied van klimaatverandering, nucleaire proliferatie en economie om een weg uit de crisis van de voorgaande jaren te vinden. Er gingen geen wapens naar Taiwan, Obama ontmoete de Dalai Lama niet tijdens zijn eerste jaren als president. Door het Chinese zelfbewustzijn, maar ook het wantrouwen werd dit niet gewaardeerd. Een belangrijk deel van de Chinese elite vermoedde achter iedere toenadering een streek om China te verzwakken. Dat is niet helemaal onrealistisch; de VS bleven balanceren tussen machtspolitiek en versterkte aanwezigheid in Azië en toenadering aan de andere kant. Maar als zelfbewustzijn en wantrouwen politieke vooruitgang in de weg gaan staan dan wordt het een deel van het probleem. De tendens werd versterkt doordat men in China meende dat de VS verzwakt was en het de eigen kracht overwaardeerde, zodat China de eigen visie rond Taiwan en de Dalai Lama door kon duwen. “Had China voor een strategische assertiviteit gekozen in plaats van een tactische – dat is de mogelijkheid om te bewegen onder de oppervlakte van kwestie naar een diepere strategische dialoog met Washington – dan zouden de twee landen misschien in staat zijn geweest om een positievere richting te vormen voor hun relatie,” schrijven de auteurs.

De Obama administratie kwam in 2010 tot de conclusie dat ze hun hegemonie in Oost-Azië moesten handhaven om de groeiende Chinese macht aan banden te leggen. Kort daarop bedacht China dat het ineffectief had geopereerd door de Amerikaanse toenadering te miskennen. Een top diplomaat leende de zienswijze van Deng dat China zich bescheiden moet gedragen en streven naar vreedzame ontwikkeling. Het sprake de gematigde delen van de Chinese elite aan. Het zou de opmaat zijn naar voorzichtige toenadering. De Verenigde Staten stelde voor dit op drie terreinen te doen: dialoog van militair tot militair, een economische relatie, en op het gebied van cybersecurity.

Fouten

Daarna hebben de VS en China de relaties weer laten verslechteren. Zo heeft China maritieme capaciteiten ontwikkeld om de nationale soevereiniteit te verdedigen, maar ook voor inzet rond Taiwan, in de Oost- en Zuid-Chinese Zee en voor beschermen handelsroutes. China maakte de fout zich in snel tempo land in de Zuid-Chinese Zee toe te eigenen.*** Het gevolg is een serie kleinschalige conflicten op zee waarbij China en de VS tegenover elkaar stonden. Dergelijke schermutselingen kunnen leiden tot misrekening met onvoorspelbare gevolgen. De schrijvers zien het inlijven van de eilanden als korte termijn politiek waarbij de lange termijn uit het oog verloren is of waar de Chinese machthebbers weigeren te begrijpen dat het Chinese optreden in Azië gevolgen heeft voor de verhoudingen met de Verenigde Staten.

China kondigende in november 2013 bovendien al aan dat het een zogenaamde Air Defence Indentification Zone (ADIZ) voor de Oost-Chinese Zee op zou zetten bedoeld voor een verder reikende luchtverdediging. Vicepresident Joe Biden was net onderweg naar China om een nieuw model van samenwerking te bekrachtigen. De Chinese stap haalde het proces van wederzijdse toenadering onderuit. Een deel van dat proces was het rekening houden met de belangen van de ander bij het formuleren van de eigen belangen. President Hu Jintao lijkt die problemen voorzien te hebben en wilde ADIZ niet ondersteunen. Zijn opvolger Xi Xiping had daar geen moeite mee.
Het ging van kwaad tot erger. In Mei 2014 kreeg China onenigheid met Vietnam over olie bij de Paracel eilanden. President Xi hield een speech Azië voor de Aziaten (implicerend zonder VS). Tijdens een conferentie met mensen van de CCP, uit de militaire industrie, krijgsmacht, diplomatie en lokale bestuurders werd gesteld dat China de politieke bescheidenheid (“keeping a low profile”) zouden inruilen voor grotere ambities (“striving for achievement”).

Overhand

De Verenigde Staten zouden in 2015 reageren met een maritieme strategie voor de regio van de Stille Oceaan en Azië. De regering Obama wilde 60 procent van de luchtmacht en marine concentreren in Azië. Het land sloot militaire verdragen met landen als Singapore, Vietnam en India. De verschuiving van de militaire middelen door de Verenigde Staten is voor China een reden om Washington te verdenken van een Monroe doctrine voor Azië, een referentie naar het onder controle brengen van het Amerikaanse continent begin 19e eeuw. Maar veel Aziatische landen zien de Amerikaanse aanwezigheid als tegenwicht voor de groeiende macht van China in de regio. Die bondgenootschappen ziet Beijing dan weer als middel om China in te snoeren en zo gaat het haasje over. Hardliners in China onderstrepen de noodzaak dit te bestrijden. Sindsdien zijn beide landen niet meer aan deze gespannen situatie ontsnapt (Zie bijvoorbeeld de aan de Chinese krijgsmacht gelieerde Global Times die vrijwel dagelijks de VS aanvalt, regelmatig schromelijk overdreven, als dat het bijvoorbeeld nazi's steunt en onlangs ageerde China tegen Amerikaanse plannen de Gele Zee met mijnen te bezaaien.).
De Verenigde Staten ontwikkelen een offensieve strategie om de Chinese defensie te bestrijden met de mogelijkheid tot diep in China aan te vallen. Het gevaar van een nucleaire escalatie wordt daarbij ingecalculeerd. De schrijvers constateren dat veel bondgenoten daarom terugdeinzen voor medewerking aan deze militaire inspanningen. Ze leiden gegarandeerd tot “een intense Amerikaans-Chinese wapenwedloop, zowel conventioneel als nucleair, zowel in cyber als in de ruimte, omdat China uitgelokt wordt om een tegenstrategie te ontwikkelen,” met meer instabiliteit. “Als Amerika zijn fixatie met militaire hegemonie niet kan aanpassen dan is het op weg naar een gespannen relatie met China, waarvan de gemoderniseerde krijgsmacht afbreuk zal doen aan de Amerikaanse,” is de waarschuwing. Ze klinkt logisch maar juist die waarschuwing leidt in Washington tot meer druk om de militaire uitgaven te vergroten om de overhand te houden. Voor de Verenigde Staten is het de normaalste zaak van de wereld om machtsrelaties en militaire balans in hun voordeel te ontwikkelen. Dat dit frictie oplevert met de tegenstander die hierdoor verzwakt wordt, is een notie die niet meegewogen wordt. Ook deze mismatch verklaart de groeiende bilaterale spanningen. Zelfs Obama's laatste ambassadeur in China, Max Baucus, oordeelde dat het beleid een strategische visie ontbeerde.

Licht aan het eind van de tunnel? De schrijvers pleiten voor een beleid dat uitgaat van gezamenlijke belangen worden geïnventariseerd zonder de verschillende belangen te miskennen, maar die wel te managen en respecteren.

Minimale afschrikking

Afschrikking kan gebruikt worden in samenhang met productievere strategieën zoals vertrouwenwekkkendemaatregelen (confidence building measures, CBMs) en diplomatie. De afschrikkingsstrategie blijft risicovol. De schrijvers noemen vier gevaren: 1) het versterkt de dreigingsanalyse en een assertieve reactie; 2) het leidt tot overdreven zorgen; 3) het kan voorheen onbelangrijke fricties belangrijk maken in de onderlinge verhoudingen; en 4) uitgaan van overschatting van de eigen kracht en wensdenken (met selectieve informatie).

Aangezien afschrikking vrijwel onvermijdelijk deel uitmaakt van de strategieën van beide landen, stellen de auteurs een minimale afschrikkingsstrategie voor. Beide landen moeten mispercepties omtrent de inzet van de andere partij opruimen. Tevens zou gezocht moeten worden naar mogelijkheden voor winst aan beide kanten. Minder bezig zijn met voorbereiden van militaire confrontaties en meer met de negatieve politieke consequenties van de afschrikking kan de dreiging verminderen. Voor de Verenigde Staten betekent dit bijvoorbeeld afzien van offensieve capaciteiten die de militaire reactie van China op een aanval onmogelijk maakt. China moet de militaire capaciteiten afbouwen gericht op het inlijven van omstreden maritieme gebieden. “Enige zelfbeheersing in het ontwikkelen van offensieve doctrines en middelen is essentieel,” schrijven Zhang en Ned Lebow. Maar er moet meer gebeuren dan een beperkte afschrikking.

Vertrouwenwekkende maatregelen

CBMs kunnen de weg voor de diplomatie effenen. Afschrikking zonder remedie om de relaties te herstellen heeft een grote kans om tot oplopende spanningen en conflict te leiden; en resulteert daarmee in wat het juist beweert te willen voorkomen. CBMs speelden tijdens de zogenaamde ping-pong diplomatie van Nixon/Kissinger aan de ene kant en Mao/Zhou Enlai aan de andere een belangrijke rol in het temmen van een eerder conflict tussen China en VS. De maatregelen moeten gericht zijn op het wegnemen van redenen voor strijd en conflict. Ze draaien om het versterken van regelingen en samenwerking en omvatten wederkerigheid in beleid, het zetten van onherroepelijke stappen, zelfbeheersing, het stelen van normen voor belangenstrijd, (beperkte) veiligheidsregimes zoals procedures om ongelukken tussen beide kante te voorkomen en het ruilen van belangen om escalatie te voorkomen en toenadering te vergroten. De verschillende methoden worden beschreven in afzonderlijke paragrafen en geduid met historische voorbeelden; van Fasjoda tot Camp David en van Falklands/Malvina's tot Irak en de Sovjet Unie. CBMs kunnen ambitieus of beperkt ingezet worden. Klein als er weinig mogelijkheden zijn. Groot als het kan.

Vertrouwenwekkende maatregelen en diplomatie gedijen niet in een nationale omgeving met opgeklopt zelfvertrouwen ten koste van de ander. Het wordt dus tijd dat beide landen een andere basis zoeken voor hun eigendunk. De Verenigde Staten niet op basis van hegemonie. De VS moeten beseffen dat China een invloedrijke kracht is in Azië, de schrijvers stellen dat dit zo slecht past bij de Amerikaanse denkwijze dat dit onderwijs van de veiligheidselite vereist. China zou de littekens opgelopen de conflicten met het Westen en Japan moeten afschudden. Wangdao en Hēgemonia – het verkrijgen van eer in ruil voor het verschaffen van veiligheid en economische voordelen (zie verder) – zouden een uitgangspunt kunnen vormen.

Taiwan

De geschiedenis van de Chinese en Amerikaanse verhouding tot Taiwan is er een van geven en nemen. China gaat uit van Eén China, de VS erkent deze positie zonder ermee in te stemmen. Deze afstemming is er gekomen om een vergaande en zeer gevaarlijke escalatie te voorkomen.
Washington heeft bedongen dat wapens voor defensie doeleinde geleverd mogen worden. Deze ruimte al enige jaren opgerekt. Beijing spreekt zich hier steeds krachtig tegen uit. Hoewel momenteel onvoorstelbaar: de VS zou de wapenleveranties kunnen stoppen. China zou hier dan evengrote toegevingen tegenover moeten stellen, zoals de garantie van een autonoom politiek systeem op het eiland na eenwording. Na wat er in Hong Kong gebeurde zou dit weinig geloofwaardig kunnen klinken. Toch stellen de auteurs voor: “Washington zou voor kunnen stellen dat het de wapenleveranties beperkt als China verifieerbare limieten instelt op de militaire productie en inzet tegen Taiwan en geloofwaardig verwoord dat het geen macht tegen het eiland zal gebruiken behalve in extreme gevallen dat Taipei zich de jure onafhankelijk verklaard of een aanzienlijke versterking van de veiligheidsrelatie tussen Taiwan en de VS.”
De ruil lijkt in het boek bijna een kwestie tussen twee partijen, de Verenigde Staten en China. Maar er is een derde partij. De schrijvers zeggen wel dat om Taipei milder te stemmen Beijing met een attractiever hereniging moet komen dan tot heden verwoord. Maar ook moet duidelijk zijn dat Taiwan zich niet onafhankelijk verklaart. Ze kiezen daarmee voor een positie die handvatten biedt voor Washington en Beijing (en niet onbelangrijk het conflict beheersbaar houdt), maar die in feite een verwrongen constructie is. Taiwan heeft allang een eigen politiek, economisch en sociaal systeem en is de facto zo goed als onafhankelijk. Dit niet erkennen schuift het probleem vooruit waardoor de catastrofale oorlog op de loer blijft liggen. Beijing zou binnenlands ruimte moeten creëren voor een stap waarin afscheid van Taiwan onder voorwaarden mogelijk is. Maar daarvoor pleiten raakt aan de Chinese binnenlandse politiek (nog los van alle voetangels en klemmen).

Korea

Waar liggen rond Noord-Korea de vertrouwenwekkende mogelijkheden. In ieder geval niet door geen contract te hebben, zoals Bush jr. tijdens zijn beginperiode als president. Ook toen er in september 2005 wel het zogenaamde Joint Statement werd bereikt, bleef het wantrouwen de verhoudingen tussen Pyongyang en Washington kleuren. In 2007 beloofde Bush aan Kim de relaties te herstellen in ruil voor volledige nucleaire ontwapening. Noord-Korea had inmiddels al besloten liever te vertrouwen op de nucleaire capaciteiten om het regime overeind te houden. De invasie van Irak door de Verenigde Staten in 2003 heeft het wantrouwen vergroot. Toen Kim door ziekte van het toneel verdween, kregen de hardliners in Noord-Korea de touwtjes in handen. De VS had kostbare tijd verspild; smeed het ijzer als het heet is, is een niet onbelangrijke boerenwijsheid in de diplomatie. (Ook nu inzake Oekraïne, zie bijvoorbeeld dit artikel.)
Gesprekken over de Koreaanse veiligheidssituatie tussen China, Japan, Zuid-Korea, Rusland, de VS en Noord-Korea eindigden in 2008. Aan het eind van zijn regeringsperiode zag president Obama dat het beleid van zijn voorganger en van hemzelf er weinig goeds had gedaan. Trump werd van deze constatering op de hoogte gesteld en pakte de waarschuwing op. Hij zette een stap naar Noord-Korea door oefeningen af te bouwen. Beide supermachten hebben belang bij een doordachte en gezamenlijke oplossing. De Verenigde Staten had belang bij een stabiel Koreaans schiereiland en afbouw van de nucleaire wapens. Ook voor China is een stabiele buur van belang. Een buur die weliswaar een buffer is tegen de vele Amerikaanse troepen in de zogenaamde Gedemilitariseerde Zone heet, maar denuclearisering zou ook in Chinees voordeel zijn, zo halen de schrijvers Chinese strategen en adviseurs op het gebied van buitenlandse politiek aan.
Momenteel is een complete nucleaire ontwapening voor Noord-Korea onbespreekbaar. Voor de Verenigde Staten is het onbespreekbaar zijn troepen uit Zuid-Korea weg te halen. Twee losse eindjes die dichter bij elkaar kunnen komen? De auteurs doen een voorstel in die richting.

Maritieme conflicten

De Verenigde Staten en China hebben geen territoriale conflicten. Ze verschillen wel van mening over die van China met zijn buren. Binnen China wordt de betrokkenheid van Washington wel eens gezien als een anti-chinese strategie. Dat klopt, maar het is ook bondgenotenpolitiek. Wat blijf is wel dat de conflicten makkelijk uit de hand kunnen lopen en zelfs tot oorlog leiden. De landwinningen door Beijing zorgen niet voor de situatie van vertrouwen die nodig is. Ook hier is toenadering in de vorm van onomkeerbare stappen gewenst. China moet zich richten op het zoeken naar een vreedzame oplossing van de conflicten. De Verenigde Staten moet die diplomatieke stappen positief beantwoorden en daarmee de schijn vermijden dat ze de conflicten gebruikt als onderdeel van een anti-chinese politiek. Het is een methode om te voorkomen dat beperkte conflicten uitgroeien tot een strijd tussen de supermachten.
De Verenigde Staten beschouwd zich als hoeder van de vrijheid van navigatie voor civiele vaar- en vliegtuigen, maar ook voor militaire. Hier lopen de meningen van China en de VS uiteen. Voor China gaat het alleen om civiele middelen. De Amerikaanse wens de orde in de wereld militair te bewaken, stuit hier op de Chinese zoektocht naar soevereiniteit en veiligheid in Azië. Voor de Verenigde Staten betekent het opgeven van militaire rechten in het Westelijke deel van de Stille Oceaan het opgeven van makkelijke toegang tot bases en bondgenoten in Azië en het zou militaire operaties schaden. China kan zich uitspreken dat het de Verenigde Staten dit recht geeft. De VS kan China laten weten dat het met terughoudendheid van dit recht gebruik zal maken. Een gemilitariseerd conflict om de controle over de zee, betekent dat beide partijen niet krijgen wat ze wensen, controle over zee; een dergelijke aanpak is dan ook “dom en roekeloos.” Als beide een stap terug doen, zijn beide daarbij gebaat.
China vreest dat de Verenigde Staten het omcirkelt. Gezien de complexe situatie in Azië is die vrees overdreven. Wel is China van de veiligheidsstructuren met de VS uitgesloten. Er is wel een aantal internationale fora waarin het actief is. De schrijvers merken op dat indiende de regering Obama de Chinese politiek onafhankelijker, doordachter en gebalanceerder had beoordeeld het misschien had kunnen zien zien dat vertrouwenwekkende maatregelen en diplomatie meningsverschillen had kunnen regelen door een gezamenlijke benadering te vinden in plaats van voor dreiging te kiezen die vervolgens verkocht werd als verschuiving van de balans.

Diplomatie

Het is onmogelijk om internationale conflicten te temperen of op te lossen zonder diplomatie. Dit vereist inzet, verbeelding, vaardigheden, intelligentie en structuren, maar er moet ook politieke ruimte voor zijn.. De hoofdvraag die de auteurs stellen is wanneer, hoe en waarom diplomatie conflicten niet laat uitmonden in oorlog of zelfs leidt tot oplossingen? Ned Lebow formuleerde daartoe al eerder drie subjectieve mechanismen: de overtuiging moet aanwezig zijn dat de oorlog of dreigende troepenopbouw niets oplevert; dat binnenlandse problemen niet opgelost kunnen worden in tijden van oorlog; en het idee dat toegevingen aan de ene kant worden gevolgd door gelijkaardige reacties aan de andere kant. Realisten gooien het over een andere boeg. Zij zeggen dat een veranderde machtsbalans reden is voor schikking, hoewel daarvoor geen bewijs bestaat. Geweld kan bovendien de publieke opinie polariseren en de ruimte voor diplomatie verminderen.
De schrijvers stellen dat personen door hun inzet een groot verschil kunnen maken. Dat is zowel voor leiders als voor diplomaten het geval (uitgebreid wordt ingegaan op de resultaten van de Chinese diplomaat Dai Bingguo en zijn Amerikaanse collega Robert Zoellick). Leiders die staan voor hun zaak en optimisme als uitgangspunt gebruiken kunnen zichzelf versterken. Dat betekent geen blind vertrouwen. Dat kan juist het tegendeel van het wenselijke opleveren. Zonder een gedegen risico analyse van buitenlandse en binnenlandse gevaren van diplomatiek initiatieven kunnen ze ook in hun tegendeel keren en de kans op een oplossing juist verkleinen. De initiatieven moeten vervolgens ook niet in het luchtledige blijven hangen of strijdig zijn met andere delen van het beleid. Het is bijvoorbeeld onbegrijpelijk dat president Xi wel achter de toenadering tot de Verenigde Staten stond, maar tegelijkertijd de marine toestemming gaf voor ADIZ en het winnen van territorium in de Zuid-Chinese Zee. Daarmee verdween de mogelijkheid voor meer toenadering “door druk van belangengroepen,” stellen de schrijvers en zo werd de oplossing juist verder weggeschoven.. Xi gaf toestemming omdat hij steun van de krijgsmacht nodig had voor zijn binnenlandse positie. In de Verenigde Staten was het de gemilitariseerde focus op Azië die de balans tussen afschrikking en vertrouwenwekkende maatregelen in 2011 deed kantelen naar de eerste. Alle dialogen kwamen in de schaduw daarvan te staan. “Diplomaten niet officieren zouden de taak moeten hebben om beleidsmaatregelen te verwoorden,” zo schrijven Zhang en Ned Lebow.

Hēgemonia/wangdao

Het conflict draait ook om botsende ego's schrijven Zhang en Ned Lebow. Aan de rol die eer en respect spelen in de Chinese buitenlandse politiek door de geschiedenis heen wijden de schrijvers veel woorden en er rekening mee houden kan een centrale rol spelen bij het temmen van de spanningen. Samengevat draait het erom dat de machtige landen voor vol worden aangezien en op hun beurt de veiligheid, maar ook economische mogelijkheden, van kleinere landen mogelijk maken, een idee dat ze uit de Griekse (hēgemonia, dat is dus wat anders dan hegemoniale overheersing ) en de vergelijkbare Chinese (wangdao) traditie halen. In het Chinese geval heeft dit door de geschiedenis heen een sterke rol gepeeld in het beteugelen van oorlogen en conflicten. Dat dit niet altijd werkt wordt niet ontkent zo zijn grensconflicten met India, Japan, de Filipijnen en Vietnam niet voorkomen en heeft China een aantal maritieme conflicten.

Mensenrechten

Wat vrijwel geheel buiten beschouwing blijft is de rol interne repressieve rol van China. De schrijvers zijn van mening dat als Washington de Chinese binnenlandse orde niet met rust laat het zeer moeilijk zal worden om een veilige en langdurige relatie op te bouwen. Bovendien is Chinese binnenlandse stabiliteit ook goed voor de Verenigde Staten. Hiermee wordt over dit deel van veiligheid heen gestapt. Je zou op zijn minst kunnen zoeken naar een manier om dergelijke zaken aan te kaarten in een kader waarbij het niet een deel is van het ondermijnen van het fundament van het Chinese bestel. Internationale gremia zijn daarvoor geschiktere plekken dan machtspolitieke middelen tussen staten of algemene handelsboycots. Eenrichtingsverkeer hoeft de kritiek niet te zijn. Er zijn ook misstanden in de Westerse politiek. Kishore Mahbubani probeert in Has China Won? ook binnenlandse zaken buiten de deur te houden, maar noemt om dit te onderstrepen ook de hete hangijzers in de Amerikaanse politiek om aan te geven dat ook die zijde zijn grote fouten kent. (Zie hier voor een zoektocht binnen de worsteling tussen vrede en mensenrechten.).

Zoeken

Simpele antwoorden zijn doorgaans gewenst, maar die zijn er meestal niet. Sterker nog het is juist goed een laag aan beschouwingen over de andere kant toe te voegen: probeer het probleem te begrijpen vanuit de optiek van je tegenstander. Diplomatie slaagt niet als zaken vastliggen tussen paaltjes die geslagen zijn op eigen terrein; het zoeken van mogelijkheden moet de boventoon voeren, niet doctrinaire overwegingen. De schrijvers hopen dat hun boek bij zal dragen aan het denken over Chinees-Amerikaanse scenario's en welke de situatie zullen verbeteren of verslechteren. Ze maken een onderscheid tussen conflictbeheersing en het oplossen ervan.
Mij lag het boek zwaar op de maag in tijden dat de diplomatie door de wapens, vernietiging van gebouwen en infrastructuur, mensenlevens (zowel soldaten als burgers), het zwijgen werd opgelegd. Laat dit niet de opmaat zijn naar een nog grotere strijd met nog meer slachtoffers in de wereld, want niet alleen sterven mensen in Oekraïne, maar door energie en voedselschaarste komen wereldwijd al mensen van honger en gebrek om. Dit had voorkomen kunnen worden als men zijn burcht op het plein of huis op de heuvel voor even had verlaten.

Tenslotte

Het boek beschrijft de relaties tussen de VS en China op het vlak van buitenlandse en militaire, maar ook economische relaties. Die zijn na het afronden van het boek zwaar verslechterd. Haviken in de VS, Europa, maar ook in China zijn zeer assertief en stoken het vuurtje op. Dat doet niets af van de centrale boodschap van het boek: streef naar vertrouwenwekkende maatregelen en diplomatie, afschrikking is een gevaarlijke strategie. Maar hoewel veel van de voorstellen ondenkbaar zijn geworden, zijn de uitgangspunten nog urgenter om uit de vastgelopen verhoudingen te komen. De wereld moet samenwerken om de grote problemen van deze tijd nog enigszins te lijf te gaan. Laten we de hoopvolle ontwikkelingen daarom niet uit het oog verliezen; hoe klein ook zoals
het wat verminderen van de spanningen. Het voorkomen van calamiteiten moet toch een sterke drijfveer voor de internationale verhoudingen zijn.

Noten:
* De schrijvers stellen dat de Thucydides val de geschiedenis en de oorzaken van het conflict foutief uitleggen; het was niet zozeer de angst voor de militaire macht van Athene die tot oorlog leidde, maar de hang aan de eigen leiderschap status van Sparta.
** De auteurs halen als voorbeeld de Amerikaanse bereidheid nucleaire raketten te stationeren op Taiwan in 1957 aan en de volgende escalatie, inclusief de beschietingen van de eilanden Jinmen en Mazu.
*** China heeft de afgelopen veertig jaar zeventien maal meer land in bezit genomen dan alle andere betrokken landen samen (Filipijnen, Maleisië, Taiwan en Vietnam) tussen 2013 en 2015.

zondag 31 oktober 2021

Has China won?

“Het is verstandiger te zorgen voor het welzijn van de bevolking dan het uitgeven van miljarden voor oorlog.”

Has China Won? door Kishore Mahbubani is een van de vele boeken over de rol van China binnen de nieuwe wereldverhoudingen en de gespannen met de Verenigde Staten. De schrijver is een Singaporese strategische denker en was tien jaar de VN-ambassadeur voor de stadstaat. Zijn gedachten zijn niet minder interessant, omdat hij uitgebreid lunchte met Kissinger en CEO's van grote bedrijven sprak. In verschillende ideologische bellen kunnen dezelfde gedachten leven. De schrijver is een vurig aanhanger van de geglobaliseerde markteconomie; maar ook een groot deel van de marktventers heeft geen belang bij conflicten.





Mahbubani is een pleitbezorger voor een autoritaire verzorgingsstaat. Het komt er binnen zijn visie op neer dat er een balans moet worden gevonden tussen economische groei (om burgers welvaart te geven en onrust af te kopen), stabiliteit en persoonlijke vrijheid. Die aspecten zijn ook van belang binnen de politiek van de twee grootmachten. Wel krijgen ze binnen die afweging een verschillend gewicht. Zijn pijlen richt hij echter vooral op “het falende politieke en sociaal economische systeem” van de Verenigde Staten.

Vragen

Het boek begint met vragen over een tiental onderwerpen. Zonder de juiste vragen, geen juiste antwoorden, zo stelt de auteur. Hij vraagt zich af welke strategische implicaties het voor Washington zal hebben als de Chinese economie groter wordt dan die van de Verenigde Staten? Wat moet prioriteit hebben binnen de VS, het welzijn van de bevolking of een prominente internationale positie? Vilein zijn de vragen of het in het belang is van China dat de Verenigde Staten de militaire begroting verhogen of verlagen en of de VS een tegenwicht voor China kan vormen als het zijn bondgenoten tegen zich in het harnas jaagt? Hoe behoudt de VS de krachtige positie van de dollar als internationale reserve munt en kan ze deze positie wél gebruiken voor unilaterale sancties? Verliest de Verenigde Staten zijn interne weerbaarheid niet door internationale verdragen aan de laars te lappen en bijvoorbeeld marteling te normaliseren? Zijn de strategische denkers in de VS wel in staat om de essentie van de strijd met China te vatten? Drijft de irrationele angst voor het gele gevaar de Amerikaanse politiek en kan dit wel voldoende aan de orde gesteld worden in de politiek correcte omgeving in Washington DC? Wie bereidt zich beter voor op de behoeften in een toekomstig conflict? Het valt op dat vrijwel alle vragen aan Washington geadresseerd worden. Het boek is blijkbaar gericht op de beleidsmakers in de VS (het land van de schoonfamilie van Muhbubani).

Chinese fout

Toch heeft het eerste hoofdstuk na de introductie de titel Wat is China's grootste fout? De schrijver constateert dat China zich heeft vervreemd van de internationale industrie, door deze te schofferen, onbetrouwbaar te zijn bij afspraken en mogelijkheden te beperken. De Chinezen hebben de Amerikaanse bedrijven uitgeperst en zo kon Donald Trump zonder een temperende invloed uit het bedrijfsleven zijn strijd tegen China beginnen.

Geen plan

Aan het begin van de Koude Oorlog zette Georg Kennan in Foreign Affairs (onder het pseudoniem Mr. X) de containment strategie uiteen. Een dergelijk uitgangspunt is er nu niet. Has China won? Is geschreven tijdens de Regering Trump, waar improvisatie en zakeninstinct de norm was. Hierbij werd zelfs de positie van de dollar als internationale wissel- en reservemunt ondergraven, stelt de schrijver. Dat gebeurt zelfs terwijl die dollar maakt dat Amerikanen op grotere voet kunnen leven, en het is daarom reden voor verbazing. Maar hebben de VS niet de luxe gaandeweg een politiek te ontwikkelen? Het is nog steeds verreweg het machtigste land binnen de (Westerse) wereld. Markten houden over het algemeen van voorspelbaarheid, maar pragmatisch sturen en bijsturen zijn al decennia een wezenlijk aspect van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Bovendien de door Trump wild uitgeroepen boykot van Chinese technologie valt steeds meer op vruchtbare bodem. De VS krijgt – ook onder de Regering Biden – steeds meer landen en organisatie mee voor het weren van Chinese technologie met meer of minder strategische waarde. Het opzeggen van verdragen, zoals het het nucleaire akkoord met Iran, strijkt bondgenoten tegen de haren in, maar ook hier volgt de Europese Unie na verloop van tijd en gaat mee in een nieuwe longer and stronger aanpak die de VS nu voorstaat. Uiteindelijk trekt Washington nog steeds aan het langste eind in het binden van machtige bondgenoten. Mahbubani schildert een te zwakke Verenigde Staten.

Niet expansionistisch

Mahbubani lijkt anderzijds soms wel een advocaat voor de Chinese zaak. De auteur stelt niet als eerste dat China geen militaire expansionistische agenda voert. China zet politieke en economische diplomatie in. Zo moet ook het Belt and Road initiatief worden gezien. Dit is gericht op relaties met de buurlanden. Hij schildert het concept daarmee wel heel bescheiden af (het betreft het hele Euraziatische continent en delen van Afrika, zie kaart). Het uitbreiden van Chinese militaire middelen komt in het boek niet tot nauwelijks aan de orde, net zo min als troepenopbouw en grens schermutselingen met India. Het mag zo zijn dat de Chinese militaire uitgaven bescheiden zijn in vergelijking met de VS en zelfs geringer dan die van de Europese Unie, maar onbetekenend zijn ze niet. Door ze uit te wissen, mis je ook mogelijkheden om een politiek van ontspanning en diplomatie te bepleiten.

Wel gaat hij in op de Spratly eilanden in de Zuid-Chinese Zee en op Taiwan. Je kan moeilijk anders. In beide gevallen is het voor hem een aanleiding om de positie van China te verzachten. Rond de Spratly's beloofde China geen militaire infrastructuur te bouwen als de Amerikanen geen marineschepen zouden sturen om China te provoceren. Het was een aanbod waar de Verenigde Staten niet op in ging en in plaats daarvan marine patrouilles opvoerde met het argument dat het de vrijheid van navigatie diende te waarborgen. (Alsof handelsland China daar zelf ook geen belang bij zou hebben, zo stelt de auteur.) China reageerde toen pas met het aanleggen van militaire faciliteiten. Maar China verklaarde de zee wel al eerder tot een eigen binnenzee. De schrijver noemde dat al eerder een atypische emotionele Chinese aanpak, die niet in het belang is van de relaties met de buurlanden. Hiermee typeerde hij de kwestie als afwijking en nam de wind uit de Chinees annexatie zeilen.

Taiwan en binnenlandse conflicten

Taiwan is binnen de Chinese politiek wel degelijk een casus belli. Mahbubani voert een leger aan argumenten uit de 19e en 20e-eeuwse geschiedenis aan waarom Beijing aanspraak kan maken op het eiland. Het feit dat ook in Taiwan het vasteland van China en het eiland zelf als één China worden gezien (niet door elke politieke stroming overigens), laat zien dat de situatie niet simpelweg zo is dat Taiwan tegenover China staat. Daarnaast kalft de één China constructie die na 110 jaar op zijn zachtst gezegd af. Taiwan gaat steeds meer een eigen weg, dat opzij zetten is politiek realisme, waarin de machtigste staten aan de langste touwtjes trekken, maar doet geen recht aan de Taiwanese bevolking. Opmerkelijk bij een schrijver met oog voor geostrategische kwesties ontbreekt het argument dat het eiland tijdens een uit de hand gelopen militair conflict in handen van de VS een gevaarlijke uitvalsbasis voor de Amerikanen zou zijn. Maar dat is wel verklaarbaar. De rationele logica achter een militair conflict tussen de VS en China wordt door hem verworpen. Maar Tibet, Xinjiang en Taiwan zijn Chinees “dat zijn harde politieke gegevens die niet kunnen worden veranderd.” Het mag zo zijn dat de Verenigde Staten regelmatig kolen op het Taiwanese vuurtje gooien, maar ik mis hier de verschillende stemmen vanuit Taiwan (dat die vanuit Beijing geen ruimte krijgen is duidelijk, maar dat hoeft een onafhankelijk schrijver uit een klein Aziatisch land toch niet te weerhouden).

China heeft inderdaad honderdduizenden moslims in heropvoedingskampen gezet, beaamt de schrijver, maar de VS martelde duizenden moslims, gooide bommen en voerde een groeiend aantal gerichte moordaanslagen uit. Allemaal waar, maar vergoelijkt het een het ander? Dat Hong Kong met kracht ingelijfd wordt vergelijkt hij met de Indiase inlijving van Goa door India tegen de Britse wensen in. “De echte strijd gaat er niet om democratie, maar om de strijd tussen de werkende klasse en enkele vastgoed magnaten,” alsof het conflict niet veel ingewikkelder is geworden en groepen van de ene naar de andere kant zijn overgelopen en alsof studenten stromannen van tycoons zijn. Kritiek op de Chinese controle Staat miskent de wens van de Chinese burger naar stabiliteit, rust en orde. Ze kiezen daarom vrijwillig voor minder persoonlijke vrijheden.

Interventionistisch

De VS daarentegen heeft een geschiedenis van militair optreden. In de 190 jaar voor de Koude Oorlog 216 maal. In de kwarteeuw na de Koude Oorlog, zelfs 152 maal. De cijfers zijn door de schrijver ontleend aan een rapport van de onderzoeksafdeling van het Amerikaanse Congres (hier een link naar de laatste update). Ze intervenieert niet alleen militair, ze doet dat ook nog eens als er geen nationale belangen mee gemoeid zijn. De VS produceert zelf fossiele brandstoffen; voldoende om niet afhankelijk te zijn van het Midden-Oosten. Blijkbaar zag de Amerikaanse elite het anders. Voor hen waren de belangen in de regio essentieel genoeg om militairen te sturen sinds het einde van de Koude Oorlog in 1989 er ruimte toe bood. De Amerikaanse Midden-Oosten politiek heeft bovendien al bijna een eeuw een sterk ontwikkelde kant van politieke en militaire beïnvloeding, controle op de olie voorraden in de Arabische wereld, op de opgebouwde financiële rijkdommen. In de 21e eeuw stuitte men wel op de grenzen en ging er zelfs ver overheen in een poging eerder zelf gecreëerde problemen te beteugelen. Of de inzet van die militaire middelen verstandig is, is een andere kwestie dan of er belangen achter zaten (het is de vraag van wie, welke landen, welke (delen van) de elite). Voor Muhbubani komt het echter beter uit te doen of militaire interventies ervan gespeend zijn. Het is noodzakelijke koren op de molen die draait zonder een dreigende militaire strijd tussen de VS en China. De diplomatieke aanpak van China – het kopen van politieke en economische invloed – is immers goedkoper en lucratiever. In de Verenigde Staten zou men dit ook moeten zien. Echter in Washington zijn ambassade posities wisselgeld geworden voor hen die de gekozen president steunden, constateert Mahbubani in navolging van velen. Door de korte periode dat de VS de enige supermacht in de wereld leek te zijn verloor het bovendien de kunst van het maken van compromissen met de rest van de wereld. Het is een grote zwakte van Washington. Tijd dat men wakker wordt. De militaire molen draait in Washington echter nog steeds als een tierelier.

Chinese winst

Het is in China's voordeel als de Verenigde Staten doorgaan met het besteden van grote delen van de begroting aan het in stand houden en uitbreiden van militaire capaciteiten, zo analyseert hij. Het is immers een irrationaal proces waarin de Verenigde Staten gevangen lijkt te zitten. Ondanks de enorme industrie van denktanks is de VS na de Koude Oorlog niet in staat geweest de militaire bestedingen naar beneden te brengen. Gevestigde belangen spelen hier een grote rol waarin juist die denktanks en militaire industrie samenwerken bij het aandikken van de gevaren voor het voetlicht te brengen dan zij die deze overdrijvingen willen ontmaskeren. (William Arkin schreef hier in The Generals have no cloths over.) Het is een analyse die tevens impliceert een minder militaire koers te varen.

Hypocrisie argument

Voor een politiek denker afkomstig uit de elite van het autoritaire Singapore, met grote invloed van de bevolking met Chinese achtergrond, hoeft het niet te verbazen dat Mahbubani stelt dat het politieke systeem van China staat als een huis en is geënt op ruim 2.000 jaar geschiedenis en met een bevolking die vier maal zo groot is al die van de VS: die Chinees heeft behoefte aan orde en rust en de CCP–dynastie levert die. Westerlingen kunnen niet begrijpen dat het China onder Xi goed kan zijn voor de wereldverhoudingen. Bovendien hebben de criticasters van China nogal wat boter op het hoofd. In de 19e eeuw werd China verkracht door de Fransen en Britten (onderbouwt door de schrijver met een krachtig artikel van de kunstpagina's van de New York Times) en in de Verenigde Staten kan men dan wel vrij kiezen, maar veel invloed op de politiek heeft dit niet en grote delen van de bevolking leven in armoede.

Het is een hypocrisie redenering die hij veel gebruikt: er mogen onvolkomenheden zijn, maar die zijn er aan de andere kant ook. Hij doet dat niet om de kritiek twee kanten op te richten, maar om ze te verstommen. Sterker nog hij gaat een stap verder. Het promoten van democratie kan wel eens gebeuren met de wetenschap in het achterhoofd, dat dergelijke bewegingen in staat zijn een land te ontwrichten (
de Arabische lente en kleuren opstanden in Oost-Europa hebben laten zien dat een dergelijk gevolg niet denkbeeldig is, dat is ook hier weer het genoemde argument voor de Chinese repressie zonder er iets dieper op de falende opstanden in te gaan). Voortbouwend op deze Machiavellistische redenering zou je eventueel, de schrijver is hier voorzichtig, kunnen stellen dat deze aanpak niet is gericht op democratie, maar op het verzwakken van de tegenstander.

Lichtend voorbeeld

Er is een heel hoofdstuk gewijd aan de Amerikaanse visie dat de Verengde Staten het lichtende voorbeeld voor de wereld zijn. Het is inderdaad een intrigerend gegeven hoe dit idee leeft en hoe geloofd wordt dat ze Gods eigen land zijn, het lichtende baken op de heuvel. Obama bracht de verheven gedachte weer terug op aarde en was er helder over dat het prijzen van de eigen natie er voor machtige Staten doorgaans bijhoort. Mahbubani geeft het extra aandacht door een 10-pagina lang artikel uit Foreign Policy als enige bijlage in het boek op te nemen, waarin deze waan of de Mythe van de Uitzonderlijke Verenigde Staten wordt weersproken.

Zelf gaat hij uitgebreid in op het verschuiven van de Amerikaanse democratie van
one men one vote systeem naar een structuur belangengroepen van de economische elite die het beleid grotendeels bepalen. Het grootste deel van de Amerikanen is bijvoorbeeld tegen het huidige vuurwapenbezit en voor een progressiever belastingsysteem, maar Congresleden die dit honoreren moeten zich er op voorbereiden dat hun concurrenten de volgende verkiezingen enorm meer fondsen krijgen en die zijn wezenlijk voor zetelwinst binnen het verkiezingsstelsel van de VS. Het land van de onbegrensde mogelijkheden biedt de armste delen van de bevolking bovendien nauwelijks kans om hoger op te komen. In China is de sociale mobiliteit aanzienlijk groter. Een slot argument dat hij gebruikt is dat het Amerikaanse sociale contract is gaan rusten op de pilaar van de individuele vrijheid en die van gelijkheid uit het oog is verloren. Zo verheven is het land bij nadere beschouwing niet.

Bondgenoten

Bij het beantwoorden van de vraag of China zal winnen, is het ook van belang om te weten hoe anderen zich in deze strijd zullen gaan opstellen.
“Beide partijen zullen verleid worden om de stevige geopolitieke spierballen te rollen, te vleien, om te kopen, armpje te drukken, alles om andere landen aan hun kant te krijgen.” De schrijver kijkt daarbij naar Australië, de Europese Unie, Japan, India, ASEAN en Rusland. De schrijver wist nog niet van het nucleaire AUKUS-pact van Australië, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Hij kon nog schrijven over de moeilijke keuze die Australië moest maken. Het land is gelegen in de regio, verbonden met de Verenigde Staten, en de handel met China was in 2018 vier maal zo omvangrijk als die met de VS. Het gevaar op isolatie van de rest van de regio zou niet denkbeeldig zijn bij het varen van een Amerikaanse koers. Kishore Mahbubani hoopte op een Australische rol als onafhankelijke partij. Dat lijkt voorlopig van de baan. De VS hebben hier een voorsprong genomen.

Schrijvers die het hebben over de politiek van de Europese Unie missen vaak dat de EU een verband is van 27 Staten met verschillende belangen en verschillende buitenlandspolitieke oriëntaties. Zo zijn er die volmondig de Atlantische relaties onderschrijven, ook nu het Verenigd Koninkrijk vertrokken is. Anderen proberen een Europese positie vorm te geven. Mahbubani lijkt zich op die tweede groep te richten. China zou een goede partij zijn om samen mee op trekken om Afrika te ontwikkelen, nodig om op het continent levensvatbaar te houden voor de sterk groeiende bevolking, stelt hij. Of er veel handen voor op elkaar gaan in Europa. Dat valt te betwijfelen. De VS zullen proberen dit te voorkomen, zo stelt de auteur. Maar er wordt wel aan getrokken in Brussel, juist de door Covid gekrompen Chinese investeringsruimte biedt daarbij kansen. Dit nog los van de vorm die een dergelijke samenwerking zou krijgen en wie daarvan de vruchten zouden plukken.

Verklaring

De VS gebruiken China als afleidingsmanoeuvre voor een falend sociaal economisch beleid, zo merkt de schrijver op. Dat China een heel andere politieke structuur heeft en men in de Verenigde Staten toch al snel uitgaat van het heilige van de eigen Staat – het blijft terugkomen – maakt dit gemakkelijk verteerbaar voor de Amerikanen. Als ze redelijk zouden zijn dan hoeft er geen fundamentele tegenstelling te zijn. De schrijver haalt om dit te staven een aantal overeenkomsten (niettegenstellingen/noncontradictions) aan: beide hebben het doel de welvaart van de bevolking te verbeteren, zo stelt hij naïef door belangenstrijd te ontkennen.

De gemiddelde burger in de Verenigde Staten heeft zes maal zo veel inkomen als de gemiddelde Chinese burger, maar in de Verenigde Staten heeft twee derde van de bevolking geen $500 om noodzakelijke aankopen te doen. Stel je voor dat de vijf biljoen dollar (nu al bijna zes) dit sinds 9/11 tot aan publicatie werd uitgegeven aan onnodig buitenlands ingrijpen was verdeeld onder de Amerikanen, dat zou $29.000 per persoon zijn geweest. Zou het geld zijn besteed aan gezondheidszorg, onderwijs, schone energie en infrastructuur dan zouden miljoen extra banen zijn gecreëerd. Mahbubani ziet – aan de hand van Brown University – dat de wapenindustrie geen banenmotor is, maar banengroei in de weg zit. Het is verstandiger te zorgen voor het welzijn van de bevolking dan het uitgeven van miljarden voor oorlog, dat maakt een land door grotere samenhang ook sterker. Dit deel van zijn betoog staat als een huis.

Strijd en klimaatverandering

Dat de VS en China verschillende politieke waarden hebben wordt pas een probleem als ze die willen
exporteren. Belangrijk is te beseffen dat er verschillen van mening zijn en verschillende wegen die naar Rome en volwaardige leefomstandigheden leiden. In ieder geval zou het verschil in visie geen reden moeten zijn tegenstellingen te militariseren. Mahbubani heeft een optimistisch boek geschreven. Hij liet daarvoor ook zaken weg die niet in zijn straatje pasten.

Beide Staten hebben meer belang bij het samen de klimaatverandering afremmen dan het elkaar machtspolitieke vliegen afvangen. Nu gedraagt de meest intelligente soort zich als zelfmoordenaar, zijn woorden, en trekt niet samen op tegen deze bedreiging. Het is een van de punten waarop ik de auteur volmondig gelijk moet geven.

Het is bijna als of de confrontatiepolitiek tussen de VS en China een onbedoeld bijeffect is van een ongeïnformeerd politiek handelen. Als het zo was dan zou een pas op de plaats en een andere politiek koers volgen de dreigende clash vermijdbaar maken. Het lijkt er echter op dat kwesties alleen maar verder op de spits worden gedreven. Burgers in China, de Verenigde Staten en de rest van de wereld zijn daarmee niet geholpen, die willen sociale rechtvaardigheid, stabiliteit én vrijheid.

donderdag 8 maart 2018

China en Amerika, botsende supermachten

Om een oorlog te vermijden dient er meer door de VS en China te worden samengewerkt, gebruik te worden gemaakt van gezond verstand en welbegrepen eigenbelang te worden onderkend.

     door Martin Broek

Botsende supermachten; China en Amerika op ramkoers? (Nieuw Amsterdam, 2017) van Jan van der Putten is zo’n boek dat al in het hoofd van de schrijver moet hebben gezeten en eruit komt op het moment dat het echt nodig is. Ervoor waarschuwen dat supermachten mogelijkerwijs met elkaar op de vuist gaan als de één – ook letterlijk – steeds vaker in het vaarwater van de ander gaat zitten. Stoere mannentaal is niet gewenst, maar “de Verenigde Staten schijnt conflicten nodig te hebben na de Koude Oorlog”, schrijft Van der Putten.

De Chinese president Xi houdt er ook al een stalen imago op na. In een helder kernachtig betoog gaat de schrijver te rade bij Thucydides. Deze Griekse legeraanvoerder en geschiedschrijver van de Peloponnesische Oorlog van ruim 400 v.Chr. schreef als eerste over de volgens hem onvermijdelijke valstrik voor een botsende opkomende en zittende grootmacht om zich te verliezen in oorlog. Xi stelde dat deze strik alleen gespannen wordt “als grote landen keer op keer strategische misrekeningen maken.”(p.23)

   Superieur Amerika

Soms maakt Van der Putten zich overduidelijk boos. Zo schrijft hij dat de Amerikanen zo heilig in hun eigen uitzonderlijkheid geloven dat ze zich niet voor kunnen stellen dat anderen niet neervallen in aanbidding voor hun superieure waarden en beschaving. (p.81) Fan van Trump is de schrijver allerminst. Hij veronderstelt wel dat het mogelijk is dat de Amerikaanse president een rol speelt, waarna andere kunnen binnen harken waar het daadwerkelijk om draait, zoals “grotere defensiebijdragen van de bondgenoten.’”(p.83)

Van der Putten’s oplossing om de valstrik naar oorlog te vermijden, laat zich samenvatten in meer samenwerking, gebruikmaking van gezond verstand en het onderkennen van het welbegrepen eigenbelang. Deze cocktail van antibiotica werkt binnen internationale relaties prima tegen vrijwel alle ontstekingen, maar de patiënten moeten de kuur wél willen slikken.

Jammer dat het boek geen voetnoten bevat. Enkel Chinese publicaties worden wel eens genoemd om aan te geven dat de schrijver gebruik heeft gemaakt van Chinese staatspropaganda. De lezer wil wel degelijk weten waar een gegeven vandaan komt. Helaas bevat het boek op het militaire vlak fouten en leemtes. Japan geeft bijvoorbeeld niet meer uit aan defensie, het bedraagt zoals altijd 1 procent van het bruto binnenlands product (en ja, dat stijgt).

Japan heeft ook al decennialang een groot leger (ook al worden de legeronderdelen daar ‘zelfverdedigingsmachten’ genoemd). En het herkauwen van het THAAD (Terminal High Altitude Area Defense) en raketschildverhaal heeft weinig zin als je er niet wat dieper op in gaat. Nieuw is het raketschild in de regio allerminst. Al in 2001 werkte ik mee aan het boek Melting the Iceberg waar het raketschild voor Oost-Azië een van de onderwerpen van is.

   Hiaten

En waarom wordt in een boek bestemd voor de Nederlandse markt in het hoofdstuk over de conflicten in de Zuid-Chinese Zee niet genoemd dat de militaire scheepsbouw voor Vietnam voor een groot deel in Nederlandse handen is? (Damen Shipyards) Aangezien de economische groei van China het hoofdbestanddeel is van het boek dien je ook te vermelden dat bedrijven in de haven van Rotterdam steeds vaker met het Chinese bedrijfsleven te maken krijgen waardoor de invloed van China op de haven toeneemt. De Chinese logistieke reus Hutchison Port Holdings heeft inmiddels belangrijke delen van de haven in bezit. Een kwart van alle containeroverslag in Rotterdam komt uit China of is bestemd voor het Aziatische land.

Wat me verder vooral opvalt is dat er slechts acht boeken worden vermeld in de geraadpleegde literatuurlijst van 79 die geschreven zijn door auteurs met een Chinese personalia, waaronder Sun Tzu met zijn Art of War, terwijl slechts twee van die auteurs in China werkzaam zijn, een in Singapore en vier in de VS. Dat moet toch ook anders kunnen, zeker in een boek van een auteur die op knappe wijze probeert evenwichtig over beide supermachten te schrijven.

Op de dag dat ik het boek uitlas kwam ik het artikel The China Reckoning van Kurt M. Campbell en Ely Ratner (Foreign Affairs, mrt/apr 2018) op internet tegen. Hierin bepleiten de schrijvers een bescheidener aanpak vanuit Washington. De VS moet China niet willen veranderen, dat werkt niet. Er moet een meer realistische politieke benadering ontwikkeld worden. Desondanks las ik een VS-centrisch artikel voordat men tot die conclusie komt.

dinsdag 28 juni 2016

Straf voor Fokker

Begin juni maande het Bureau voor Industrie en Veiligheid (BIS) van de ministerie van Handel Fokker 10.500.000 US$ te betalen voor illegaal leveren aan Iran. BIS beargumenteerd uitgebreid waar Fokker de mist in ging. Als het bedrijf zich daar aanhoudt en ook aan de Amerikaanse exportregels dan kan het weeer handelen op de Amerikaanse markt.

Advocaten bureau Thomson & Associates destilleert fijntjes uit de uitspraak dat het hier niet gaat om een paar medewerkers die onder valse voorwendselen Amerikaanse onderdelen importeren, maar dat het bedrijfspolitiek was, tegen advies van de eigen juristen in.

Met die betaling zal dan een einde komen aan een slepende zaak, waarover ik een artikel schreef dat geplaatst werd op de sites van Stop Wapenhandel, Ravage webzine, en op het blog Broekstukken (engels, nederlands). Volgens Het Financieele Dagblad is de boete inmiddels betaald.

woensdag 13 januari 2016

US Defense Contracts with Dutch participation (20/04/15 - 12/01/16 )

January 12, 2016 (Release No: CR-007-16)
http://www.defense.gov/News/Contracts/Contract-View/Article/642757

Lockheed Martin Corp., Lockheed Martin Aeronautics Co., Fort Worth, Texas, is being awarded a $28,842,000 not-to-exceed, cost-plus-fixed-fee delivery order against a previously issued basic ordering agreement (N00019-14-G-0020). This delivery order provides for air vehicle retrofit modifications associated with the F-35A fuel tank overpressure engineering change proposal in support of the Air Force, and the governments of Australia, Italy, the Netherlands, and Norway. Work will be performed in Fort Worth, Texas (62 percent); Ogden, Utah (28 percent); and Palmdale, California (10 percent), and is expected to be completed in March 2017. Fiscal 2014 and 2015 aircraft procurement (Air Force); 2016 research, development, test and evaluation (Air Force); and international partner funds in the amount of $14,421,000 will be obligated at time of award, $6,656,033 of which will expire at the end of the current fiscal year. This contract combines purchases of the Air Force ($26,855,466; 93.11 percent); and the governments of Netherlands ($1,633,244; 5.67 percent); Italy ($201,880; 0.70 percent); Norway ($100,940; 0.35 percent) and Australia ($50,470; 0.17 percent). The Naval Air Systems Command, Patuxent River, Maryland, is the contracting activity.




December 29, 2015 (Release No: CR-250-15)
http://www.defense.gov/News/Contracts/Contract-View/Article/639485

Raytheon Missile Systems, Tucson, Arizona, is being awarded a $13,495,233 modification to previously awarded contract (N00024‑15‑C-5408) for procurement of 19 SM-2 Block IIIA Zumwalt flight-test-rounds for DDG 1000 class Ships (Zumwalt configuration). This contract modification also involves a purchase for the Netherlands as a result of an international agreement between the governments of the United States and the Netherlands. Work will be performed in Tucson, Arizona (50 percent); Andover, Massachusetts (25 percent); Mountain View, California (11 percent); Camden, Arkansas (4 percent); San Diego, California (5 percent); Chandler, Arizona (3 percent); Hudson, New Hampshire (1 percent); and Redmond, Washington (1 percent). Work is expected to be completed August 2018. Fiscal 2015 research, development, test and evaluation; fiscal 2015 shipbuilding and conversion (Navy); fiscal 2016 operations and maintenance (Navy); and Memorandum of Understanding (Netherlands) funding in the amount of $13,495,233 will be obligated at the time of award. Contract funds in the amount of $10,691,917 will expire at the end of the current fiscal year. This contract modification was not competitively procured in accordance with the authority from 10 U.S.C. 2304 (c) (1) and FAR 6.302-1 (a) (2). The Naval Sea Systems Command, Washington, District of Columbia, is the contracting activity.

December 21, 2015 (Release No: CR-245-15)
http://www.defense.gov/News/Contracts/Contract-View/Article/637649

Lockheed Martin Corp., Lockheed Martin Aeronautics Co., Fort Worth, Texas, is being awarded a $1,171,206,489 advance acquisition contract for the advance procurement of long lead time materials, parts, components and effort to maintain the planned production schedule for F-35 low rate initial production lot 11 aircraft. The advance acquisition effort includes 80 F-35A aircraft (28 for the U.S. Air Force; 6 for the government of Norway; 4 for the government of Turkey; 8 for the government of the Netherlands; 8 for the government of Australia; 10 for the government of Israel; 6 for the government of Japan; and 10 for the government of South Korea); 7 F-35B aircraft (6 for the U.S. Marine Corps; and 1 for the United Kingdom); and 4 F-35C aircraft for the U.S. Navy. This contract also includes an undefinitized contract action for production of 2 F-35A aircraft for the U.S. Air Force and F-35C aircraft for the U.S. Navy. Work will be performed in Fort Worth, Texas (55 percent); El Segundo, California (15 percent); Warton, United Kingdom (10 percent); Orlando, Florida (5 percent); Nashua, New Hampshire (5 percent); Baltimore, Maryland (5 percent); and Nagoya, Japan (5 percent), and is expected to be completed in December 2019. Fiscal 2015 aircraft procurement (Air Force, Navy), fiscal 2016 aircraft procurement (Air Force, Navy, Marine Corps), non-U.S. DoD partner and foreign military sales funds in the amount of $847,929,604 are being obligated at time of award, none of which will expire at the end of the current fiscal year. This contract combines purchase for the U.S. Air Force ($401,509,516; 34.3 percent); U.S. Navy ($256,433,369; 21.9 percent); U.S. Marine Corps ($106,500,000; 9.1 percent); non-U.S. DoD partners ($207,069,044; 17.7 percent) and foreign military sales ($199,694,560; 17 percent) under the Foreign Military Sales program. This contract was not competitively procured pursuant to FAR 6.302-1. The Naval Air Systems Command, Patuxent River, Maryland, is the contracting activity (N00019-16-C-0033).

November 30, 2015 (Release No: CR-229-15)
http://www.defense.gov/News/Contracts/Contract-View/Article/631575

The Boeing Co., St. Louis, Missouri, is being awarded $9,018,848 for firm-fixed-fee-price delivery order 2067 to exercise an option against a previously issued basic ordering agreement (N00019-11-G-0001) for follow-on integrated logistics support/engineering services in support of the Harpoon/Standoff Land Attack Missile-Expanded Response missile system and Harpoon launch systems for the Navy and the governments of Australia, Bahrain, Canada, Chile, Denmark, Egypt, Germany, India, Israel, Japan, Korea, Kuwait, Malaysia, Netherland, Oman, Portugal, Saudi Arabia, Singapore, Taiwan, Thailand, Turkey, United Arab Emirates, and the United Kingdom under the Foreign Military Sales program. Work will be performed in St. Charles, Missouri (91.84 percent); St. Louis, Missouri (5.47 percent); Yorktown, Virginia (2.64 percent); and Oklahoma City, Oklahoma (0.05 percent), and is expected to be completed in January 2017. Fiscal 2016 operations and maintenance (Navy) funds; and foreign military sales funds in the amount of $9,018,848 are being obligated on this award, of which $2,425,166 will expire at the end of the current fiscal year. This contract combines purchases for the Navy ($2,425,166; 26.89 percent); and the governments of Korea ($986,268; 10.94 percent); Taiwan ($783,148; 8.68 percent); Turkey ($506,886; 5.62 percent); Japan ($504,179; 5.59 percent); Egypt ($503,268; 5.58 percent); Saudi Arabia ($421,531; 4.67 percent); Australia ($381,336; 4.23 percent); United Kingdom ($347,333; 3.85 percent); Canada ($254,720; 2.82 percent); Chile ($241,248; 2.67 percent); Israel ($207,323; 2.30 percent); Portugal ($202,207; 2.24 percent); India ($189,909; 2.11 percent); Thailand $186,382; 2.07 percent); Singapore ($154,170; 1.71 percent); Bahrain ($140,478; 1.56 percent); Kuwait ($99,253; 1.10 percent); United Arab Emirates ($95,726; 1.06 percent); Malaysia ($95,506; 1.06 percent); Oman ($94,404; 1.05 percent); Netherlands ($82,669; 0.92 percent); Germany ($66,136; 0.73 percent); and Denmark ($49,601; 0.55 percent). The Naval Air Systems Command, Patuxent River, Maryland, is the contracting activity.

November 9, 2015 (Release No: CR-216-15)
http://www.defense.gov/News/Contracts/Contract-View/Article/628342

Lockheed Martin Corp., Lockheed Martin Aeronautics Co., Fort Worth, Texas, is being awarded a $112,779,000 modification to a previously awarded advance acquisition contract (N00019-15-C-0003) for the procurement of additional long-lead time items necessary for the manufacture and delivery of low-rate initial production Lot 10 F-35A aircraft for the Air Force and Lot 11 F-35A aircraft for the government of the Netherlands. Work will be performed in Fort Worth, Texas (30 percent); El Segundo, California (25 percent); Warton, United Kingdom (20 percent); Orlando, Florida (10 percent); Nashua, New Hampshire (5 percent); Baltimore, Maryland (5 percent); and Cameri, Italy (5 percent), and is expected to be completed in December 2019. Fiscal 2015 aircraft procurement (Air Force); and non-U.S. Department of Defense (DoD) participant funds in the amount of $112,779,000 are being obligated at time of award, none of which will expire at the end of the current fiscal year. This contract combines purchase for the Air Force ($99,060,000; 88 percent) and non-U.S. DoD participants ($13,719,000; 12 percent). The Naval Air Systems Command, Patuxent River, Maryland, is the contracting activity.

October 30, 2015 (Release No: CR-209-15)
http://www.defense.gov/News/Contracts/Contract-View/Article/626771

Raytheon Integrated Defense Systems, Portsmouth, Rhode Island, is being awarded $16,619,241 cost-plus-fixed-fee contract for the NATO Seasparrow Missile System Design Agent engineering and technical support. The contractor shall provide a variety of Design Agent program management, engineering, technical and logistics services and supplies necessary to provide effective life cycle support and modernization of the NATO Seasparrow Project Office Combat System Division portfolio, which includes the MK 57 NATO Seasparrow Surface Missile System, the MK 48/56 Guided Missile Vertical Launch System, MK 41 Vertical Launch System related software and equipment, and a variety of lab and special test equipment. This contract includes options which, if exercised, would bring the cumulative value of this contract to $89,080,693. This contract combines purchases for the Navy and the governments of Australia, Canada, Denmark, Germany, Greece, Netherlands, Norway, Portugal, Spain and Turkey as part of the NATO Seasparrow Consortium. The Navy share is 40 percent of the program, and the partner nations will combine for 60 percent of the program. Work will be performed in Portsmouth, Rhode Island (94 percent); Marlborough, Massachusetts (3 percent); and San Diego, California (3 percent), and is expected to be completed by November 2016. Fiscal 2015 other procurement (Navy) funding in the amount of $2,027,741; fiscal 2008 shipbuilding and conversion (Navy) funding in the amount of $653,250; fiscal 2015 international funding in the amount of $570,629; and foreign military sales funding in the amount of $100,000 will be obligated at time of award. Contract funds will not expire at the end of the current fiscal year. This contract was not competitively procured in accordance with 10 U.S. Code 2304 (c)(4). The Naval Sea Systems Command, Washington, District of Columbia, is the contracting activity (N00024-16-C-5418).

September 25, 2015 (Release No: CR-184-15)
http://www.defense.gov/News/Contracts/Contract-View/Article/620608 


Raytheon Missile Systems, Tucson, Arizona, is being awarded a $264,805,607 cost-plus-fixed-fee contract for an AIM-9X system improvement program to provide additional capability and resolve obsolescence issues for the Navy, Air Force, and the governments of Korea, Singapore, Malaysia, Belgium, Netherlands and Turkey under the Foreign Military Sales program. The effort includes engineering services required to incorporate new AIM-9X missile components and associated software updates into the Lot 17 and Lot 19 production programs. This effort will also provide development, integration, and flight test support for AIM-9X Block II hardware and software. Work will be performed in Tucson, Arizona (95.5 percent); Andover, Massachusetts (2.3 percent); Baltimore, Maryland (1.5 percent); and other various continental U.S. locations (0.7 percent), and is expected to be completed in September 2020. Fiscal 2015 research, development, test and evaluation (Navy and Air Force), and foreign military sales funds, in the amount of $46,424,785 will be obligated at time of award, none of which will expire at the end of the current fiscal year. This contract combines purchases for the Air Force ($24,783,835; 53.35 percent); Navy ($10,746,165; 23.15 percent); and the governments of Turkey ($3,340,868; 7.2 percent); Netherlands ($1,900,000; 4.6 percent); Belgium ($2,098,917; 4.5 percent); Singapore ($1,960,000; 4.3 percent); Malaysia ($1,310,000; 2.8 percent); and Korea ($285,000; .1 percent). This contract was not competitively procured pursuant to Federal Acquisition Regulation 6.302-1. The Naval Air Systems Command, Patuxent River, Maryland, is the contracting activity (N00019-15-C-0121).

***

Raytheon Missile Systems, Tucson, Arizona, is being awarded a $227,047,688 modification to a previously awarded fixed-price-incentive-firm contract (N00019-15-C-0092) for procurement of 447 AIM-9X Block II all up round tactical full-rate production Lot 15 missiles for the Navy (102), Air Force (243), and the governments of Japan (9), Korea (76), Romania (12), and Israel (5).  In addition, this modification provides for the procurement of 129 Block II captive air training missiles for the Navy (54), Air Force (60), Army (2), and the governments of Korea (2), Romania (6), and Israel (5); 7 special air training missiles for the Army; 174 all up round containers for the Navy (44), Air Force (85), Army (10), and the governments of Japan (3), Korea (19), Romania (7), and Israel (6); 4 captive test missiles for the Army (2), Navy (1) and Air Force (1); one test asset for the Navy; spares for the Navy, Air Force; and 12 lots of spares for Australia (1), Finland (1), Singapore (1), Korea (1), Switzerland (1), Morocco (1), Belgium (1), Saudi Arabia (1), Oman (2), the Netherlands (1), and Romania (1).  Work will be performed in Tucson, Arizona (43.74 percent); Andover, Massachusetts (10.08 percent); Valencia, California (6.63 percent); Ontario Canada, Midland (5.54 percent); Rocket Center, West Virginia (5.49 percent); Vancouver, Washington (5.07 percent); Goleta, California (2.86 percent); Cheshire, Connecticut (2.05 percent); Heilbronn, Germany (1.88 percent); Simsbury, Connecticut (1.61 percent); San Jose, California (1.48 percent); Anniston, Alabama (1.31 percent); Cincinnati, Ohio (1.22 percent); Maniago, Italy (1.21 percent); Chatsworth, California (1.11 percent); San Diego, California (1.04 percent); Montgomery, Alabama (0.60 percent); Orlando, Florida (0.55 percent); Newbury Park, California (0.50 percent); El Segundo, California (0.50 percent) Claremont, California (0.43 percent); Joplin, Missouri (0.39 percent); Lombard, Illinois (0.28 percent); El Cajon, California (0.15 percent) and various locations inside and outside the continental U.S. (4.28 percent).  Work is expected to be completed in December 2017.  Fiscal 2013, 2014, and 2015 missile procurement (Air Force and Army); fiscal 2013 and 2015 weapons procurement (Navy); fiscal 2015 research, development, test and evaluation (Navy); and foreign military sales funds in the amount of $227,047,688 are being obligated on this award, $815,817 of which will expire at the end of the current fiscal year.  This contract was not competitively procured pursuant to 10 U.S. Code 2304(c) (1).  This contract combines purchases for the Air Force ($113,451,928; 49.97 percent), the Navy ($53,057,371; 23.37 percent); the Army ($4,187,870; 1.84 percent); and the governments of Korea ($38,156,051; 16.81 percent); Romania ($7,398,811; 3.26 percent); Japan ($4,461,206; 1.96 percent); Israel ($3,667,822; 1.62 percent); Singapore ($702,297; 0.31 percent); Oman ($572,508; 0.25 percent); Finland ($421,032; 0.18 percent); Belgium ($442,585; 0.19 percent); Saudi Arabia ($284,386; 0.13 percent); Australia ($149,523; 0.06 percent); Switzerland ($50,117; 0.02 percent); the Netherlands ($41,614; 0.02 percent); and Morocco ($2,567; 0.01 percent) under the Foreign Military Sales program.  The Naval Air Systems Command, Patuxent River, Maryland, is the contracting activity. 

September 2, 2015 (Release No: CR-168-15)
http://www.defense.gov/News/Contracts/Contract-View/Article/616022 


Lockheed Martin Sippican Inc., Marion, Massachusetts, is being awarded a $20,045,915 modification to previously awarded contract N00024-11-C-6404 to exercise option year four for the production of MK48 Mod 7 Common Broadband Advanced Sonar System Functional Item replacement kits and related engineering services. This modification includes foreign military sales (FMS) to Canada and the Netherlands. Work will be performed in Marion, Massachusetts (95 percent); and Syracuse, New York (5 percent), and is expected to be completed by May 2018. Fiscal 2015 weapons procurement (Navy); FMS (Canada and Netherlands); fiscal 2015 operation and maintenance (Navy); and FMS (Netherlands) funding in the amount of $20,045,915 will be obligated at time of award, and $49,958 will expire at the end of the current fiscal year. The Naval Sea Systems Command, Washington, District of Columbia, is the contracting activity.

August 28, 2015 (Release No: CR-165-15)
http://www.defense.gov/News/Contracts/Contract-View/Article/615285

Thales Raytheon Systems Co. LLC, Fullerton, California, was awarded a $82,606,668 cost-plus-fixed-fee, multi-year, foreign military sales contract (Finland, Lithuania, Netherlands, Chile) for sentinel radar technical/logistical services. Funding and work location will be determined with each order, with an estimated completion date of Dec. 31, 2018. One bid was solicited with one received. Army Contracting Command, Redstone Arsenal, Alabama, is the contracting activity (W31P4Q-15-D-0058).

August 4, 2015 (Release No: CR-147-15)
http://www.defense.gov/News/Contracts/Contract-View/Article/612905

Lockheed Martin Corp., Lockheed Martin Aeronautics Co., Fort Worth, Texas, is being awarded a $431,322,997 modification to the previously awarded Lot IX F-35 Lightening II Joint Strike Fighter advance acquisition contract (N00019-14-C-0002) for the procurement of production non-recurring items. These items include special tooling and special test equipment items that are critical to meeting current and future production rates for the Air Force, Navy, Marine Corps; non-U.S. Department of Defense participants; and foreign military sales customers. Work will be performed in Fort Worth, Texas (35 percent); Palmdale, California (10 percent); Nashua, New Hampshire (8 percent); Preston, United Kingdom (7 percent); San Diego, California (5 percent); Orlando, Florida (4 percent); Marietta, Georgia (4 percent); Torino, Italy (4 percent); Merrimack, New Hampshire (4 percent); Eagan, Minnesota (4 percent); Hauppauge, New York (2 percent); Baltimore, Maryland (2 percent); Alpharetta, Georgia (2 percent); Rolling Meadows, Illinois (2 percent); Cheltenham, United Kingdom (2 percent); Grenaa, Denmark (1 percent); Hoogeveen, Netherlands (1 percent); Melbourne, Florida (1 percent); Salt Lake City, Utah (1 percent); and Garden Grove, California (1 percent), and is expected to be completed in December 2018. Fiscal 2015 aircraft procurement (Navy, Marine Corps, and Air Force), non-U.S. Department of Defense participant, and foreign military sales funds in the amount of $431,322,997 are being obligated on this award, none of which will expire at the end of the current fiscal year. This modification combines purchase for the Air Force ($150,136,184; 34.81 percent); Navy ($75,068,092; 17.40 percent); Marine Corps ($75,068,092; 17.40 percent); non-U.S. Department of Defense participants ($75,392,333; 17.48 percent); and foreign military sales customers ($55,658,296; 12.91 percent) under the Foreign Military Sales program. The Naval Air Systems Command, Patuxent River, Maryland, is the contracting activity.

June 30, 2015 (Release No: CR-123-15)
http://www.defense.gov/News/Contracts/Article/606881

Lockheed Martin Corp., Lockheed Martin Aeronautics Co., Fort Worth, Texas, is being awarded a $19,641,417 modification to a previously awarded cost-plus-incentive-fee contract (N00019-02-C-3002) for requirements development and maturation efforts for the F-35 Lightening II Joint Strike Fighter Air System. Work will be performed in Fort Worth, Texas, and is expected to be completed in March 2016. Fiscal 2014 research and development (Navy and Air Force); fiscal 2015 research and development (Navy, Air Force and Marine Corp.); and Cooperative Partner funds in the amount of $19,641,417 will be obligated at the time of award, $1,655,373 will expire at the end of the current fiscal year. This contract combines purchase for the U.S. Navy ($5,597,287; 28.7 percent); U.S. Air Force ($5,408,209; 27.54 percent); U.S. Marine Corps. ($3,904,548; 19.7 percent); and the Governments of Australia ($710,521; 3.61 percent); Canada ($337,155; 1.7 percent); Italy ($466,752; 2.38 percent); Netherlands ($217,537; 1.1 percent); Norway ($711,221; 3.62 percent); Turkey ($1,359,110; 6.92 percent); and United Kingdom ($929,076; 4.73 percent) under a Cooperative Agreement. The Naval Air Systems Command, Patuxent River, Maryland, is the contracting activity.

June 25, 2015 Army (Release No: CR-120-15)
http://www.defense.gov/News/Contracts/Article/606878

Raytheon Co., Tucson, Arizona, was awarded an $8,310,252 modification (P00066) to foreign military sales contract W15QKN-08-C-0530 (Netherlands) for 100 Excalibur 155mm projectiles and 12 palletized containers. Work will be performed in Phoenix and Tucson, Arizona; McAlester, Oklahoma; Farmington, New Mexico; East Camden, Arkansas; Valencia, Santa Ana, Inglewood , Chino, Healdsburg and Corona, California; Anniston Alabama; Cincinnati, Ohio; Cedar Rapids, Iowa; Joplin, Missouri; Lowell, Massachusetts; McKinney, Texas; Woodridge, Illinois; Salt Lake City, Utah; Congers, New York; Minneapolis, Minnesota; Karlskoga, Sweden; and Glenrothes and Plymouth, United Kingdom, with an estimated completion date of Oct. 30, 2015. Fiscal 2015 other procurement funds in the amount of $8,310,252 were obligated at the time of the award. Army Contracting Command, Picatinny Arsenal, New Jersey, is the contracting activity.

donderdag 30 april 2015

Hollands tintje aan oorlog in Jemen

Foto: Een van de achttien in Nederland gekochte F-16’s die door de Jordaanse luchtmacht worden ingezet in de strijd tegen Jemen

Nederlandse wapensystemen spelen een onzichtbare rol bij de oorlog in Jemen. Veel van de deelnemende marineschepen zijn uitgerust met vuurleidingsradar geproduceerd door Thales Nederland.

Sinds 26 maart voert Saoedi-Arabië, geruggensteund door een coalitie van Arabische landen (Marokko, Egypte, Soedan, Jordanië, Koeweit, Bahrein, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten) bombardementen uit op stellingen van Houthi-rebellen in Jemen. Daar werd na een opstand in 2011 president Ali Abdullah Saleh verjaagd om plaats te maken voor een president die eind maart op zijn beurt per boot vluchtte naar Saoedi-Arabië.

De Houthi-rebellen proberen sindsdien in grote delen van het land de macht te grijpen, tot groot ongenoegen van Saoedi-Arabië dat met negen bondgenoten nu al een maand lang stellingen van de Houthi-rebellen, die in hun strijd worden gesteund door soldaten die op hun beurt Ali Abdullah Saleh steunen,bombardeert. Volgens de VN zijn daarbij inmiddels meer dan 1000 mensen omgekomen, onder wie 551 burgers en minstens 115 kinderen. Voedsel en benzine worden steeds schaarser en prijzen stijgen daardoor explosief.

Het gevecht om Jemen staat symbool voor de strijd om de regionale macht tussen het sjiitische Iran en soennitische Saoedi-Arabië, maar er lijkt eerder sprake te zijn van eengeopolitiek conflict. De Saoedische koning Salman ziet in de opmars van de Houthi’s een aanwijzing dat Iran zijn invloed probeert uit te breiden in de regio. Daarnaast plegen de Jemenitische tak van al-Qaïda en de Islamitische Staat (IS) aanslagen op het Arabische Schiereiland (AQAS).

Europese wapens

VN-chef Ban Ki-moon riep half april tevergeefs alle strijdende partijen op om de wapens neer te leggen nadat eerder de VN-Veiligheidsraad het leveren van wapens aan de Houthi’s verbood. De coalitie tegen de Houthi’s wordt militair gesteund door deVS en strijdt met wapens gekocht van Europese landen. In hetEU-verslag over de wapenexport in 2013 was Saoedi-Arabië na de VS de belangrijkste klant voor Europese wapensystemen met een waarde van bijna 4 miljard euro. De VN stelde een wapenembargo tegen Jemen in en vroeg alle partijen de gevechten te stoppen, dat laatste overigens zonder succes.

Op 9 april werd bekend dat een vloot bestaande uit twee Iraanse schepen in internationale wateren richting Jemen voer. Het ging om de torpedobootjager Alborz en het ondersteuningsschip Bushehr. De schepen haalden internationaal de krantenkoppen. Wat daarbij niet werd vermeld, is dat de Alborz in 1969 werd gebouwd op de Britse scheepswerf Vickers en de Bushehr in 1974 op de West-Duitse scheepswerf C. Lühring waardoor beiden sterk verouderd zijn.


Onderwijl zet de coalitie onder aanvoering van Saoedi-Arabië eenbreed scala aan militaire vliegtuigen en marineschepen in. Jane’s Defence Weekly meldt dat de bijdragen van de betrokken tien landen ‘onduidelijk’ zijn. Het militaire tijdschrift verklaarde echter wel dat landen als Jordanië vliegtuigen inzetten en dat er volgens foto’s tevens sprake is van Egyptische, Jordaanse en Bahreinse F-16’s.

Jordanië kocht recent achttien F-16’s van Nederland en negen van België, tezamen ruim een derde van hun totale squadron. Als gevolg van het gevoerde compensatiebeleid door de Nederlandse overheid gedurende de afgelopen decennia, waarbij ons land als tegenprestatie voor de aankoop van Amerikaanse F-16’s onderdelen voor de productie van dit gevechtsvliegtuig mocht leveren, zijn ook de overige F-16’s van Jordanië met Nederlandse technologie uitgerust.

De Eurofighters (EFA/Typhoon) die gebruikt worden door de Saoedi’s, zijn een product van BAe Systems, Finmeccanica, en Airbus. Het laatst genoemde bedrijf is om fiscale redenen gevestigd in Nederland. Van de inzet van Eurofighters in de strijd met de Houthi’s werd melding gemaakt in de Britse media. Marine-raketsystemen worden hierbij eveneens ingezet waarvan verschillende typen (zoals Sea Sparrow, Harpoon) Nederlandse technologische onderdelen bevatten.  

Thales Nederland

Met een blik op de geografische kaart blijkt dat de Jemenitische kust bijna net zo lang is als de landgrenzen. De stranden langs de Golf van Aden en de smalle ingang aan de Rode Zee vormen de route naar de Middellandse Zee die via het Suezkanaal loopt. Geen wonder dat vanwege het door de VN ingestelde wapenembargo de coalitie marineschepen inzet buiten de territoriale wateren van Jemen voor de controle van schepen.

Naast Saoedi-Arabië is het vooral vazal Egypte dat betrokken is bij de zeeblokkade. Een bedankje aan de Saoedi’s vanwege de gulle donaties van het Huis van Saud aan president al-Sisis en zijn regering, in maart nog4 miljard dollar. Caïro heeft ook een eigen reden. Het gebruik van het Suezkanaal levert Egypte ongeveer 5 miljard dollar per jaar op. Het is daarmee een onmisbare bron voor harde valuta voor een land dat door de afname van het toerisme en de buitenlandse investeringen financieel vrijwel aan de grond zit.
54
Vuurleidingsradar van Thales Nederland

Verwacht wordt dat ook Pakistan zal toetreden tot de vloot voor deze zeeblokkade. De nieuwste Pakistaanse marineschepen worden gebouwd door China en zijn voorzien van Nederlandse militaire communicatie- en gevechtssystemen. De Pakistaanse Oliver Perry klasse is uitgerust met een derivaat geproduceerd door Thales Nederland, genaamd de Perry Mk 92 vuurleidingsradar (Signaal WM 28).

Begin april doken er berichten op dat de Egyptische marine raketten afvuurde op Jemen. De gebruikte wapens zijn voornamelijk afkomstig uit de VS, Zweden, Italië en Rusland. De radar, gevechtssystemen en onderdelen van de raketten is echter ten dele geproduceerd in Nederland. Jane’s Defence Weekly meldt dat het fregat Alexandrië (voorheen de Mubarak) is uitgerust met Mk 92 vuurleidingsradar en dat de snelle raketaanvalsschepen Ezzat Awent zijn uitgerust met Thales Nederland Scout dataverwerking.

Tijdens een parlementaire hoorzitting over het Nederlandse wapenexportbeleid op 13 april hield Thales zich van de domme en stelde niet te begrijpen waarom de regering aarzelde met het verlenen van toestemming voor de uitvoer van Thales producten voor de bouw van Egyptische marineschepen. Vuurleidingsradar is een essentieel onderdeel van een wapensysteem, evenals dataverwerkings- en gevechtssystemen. Momenteel werkt Egypte aan de bouw van Egyptes Gowindkorvetten. Thales levert hiervoor niet alleen de oppervlakte rondzoekradar, maar ook de doelaanwijsradar die cruciaal is voor moderne oorlogsvoering.

Geschreven voor Ravage-webzine

In English for Stop Wapenhandel