Posts tonen met het label Italië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Italië. Alle posts tonen

zaterdag 21 maart 2015

Libië verdient échte wapenbeheersing



Het jaarrapport over 2014 van de Veiligheidscommissie van de Verenigde Naties bevat uiteenlopende voorbeelden van wapenhandel met Libië, waar milities een machtsstrijd uitvoeren.

door Martin Broek

Libië is een land met een ‘conflict zonder zichtbaar einde en zonder duidelijke dominante militaire partij’, zo omschrijft het Panel van Deskundigen van de Veiligheidscommissie van de Verenigde Naties (VN) de huidige situatie in Libië in haar onlangs verschenen jaarrapport over 2014. In de nasleep van de door de NAVO gesteunde binnenlandse oorlog in 2011, waarbij Kaddafi werd verdreven, floreerden de milities en wapens werden toegankelijk vanuit de Libische arsenalen of door inkoop in het buitenland.

Elkaar bestrijdende milities op straat voeren een machtsstrijd uit tegen de regering, die in het najaar van 2013 na verkiezingen tot stand kwam. Vorig jaar kwamen daarbij zo’n 3.000 mensen om het leven en raakten 400.000 mensen dakloos. In februari vertelde de voorzitter van de Kamercommissie voor Defensie, Han ten Broeke, aan een medewerkster van de campagnegroep Stop Wapenhandel dat de wapenverspreiding in Libië weliswaar groot is maar dat je ‘soms tegen de Wet van de Onbedoelde Gevolgen oploopt.’

Ravage

Onbedoeld of niet, de ravage in de omringende landen – Mali bijvoorbeeld, maar ook in Tunesië en Syrië -, is enorm. Deze ellende staat in schril contrast met de programma’s om aan wapenbeheersing te doen. Het VN-jaarverslag over 2014 is het vierde van het Panel van Deskundigen: ‘Sinds het uitbreken van het gewapende conflict in 2014, is de vraag naar wapens en vooral voor munitie enorm gestegen en alle partijen in het conflict hebben zeer actief militair materieel aangeschaft. Daardoor is ook het aantal onderzoeken door het Panel toegenomen’, schrijft de commissie over Libië.

Die onderzoeken zijn niet eenvoudig uit te voeren, ook al omdat de medewerking nihil is. ‘Terwijl het Panel op de hoogte is van hangende orders vanuit verschillende lidstaten, wordt er geen informatie verstrekt aan de Commissie [van de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal, Bernardino León], waardoor monitoring van de leveringen van materieel zeer veel energie vergt’, aldus de Veiligheidscommissie. De huidige Libische materieelbegroting is LYD 150 miljoen (€ 104 miljoen). Voor de komende periode wordt een miljard verwacht (€ 696 miljoen), waardoor volgend jaar nog meer inspanningen worden gevraagd.

Het Panel is ingesteld door de VN en vraagt de lidstaten rechtstreeks om informatie. Maar zinsneden als ‘weigering om informatie te verstrekken’, ‘Een reactie is nog niet ontvangen van de Verenigde Staten’, etc. komen veel voor in het rapport. Bijvoorbeeld in het geval van een geannuleerde, maar gedeeltelijk geleverde bestelling van Caracal-F pistolen aan het Libische ministerie van Binnenlandse Zaken. Hier waren verschillende partijen bij betrokken, zoals een Hongaarse bank, een in de VS geregistreerde tussenhandel in wapens en een wapenproducent uit de Verenigde Arabische Emiraten.

Ondanks die geringe medewerking is het rapport toch waardevol. In de kwestie van de Caracal-pistolen wordt wel het eindgebruikerscertificaat vermeld om de deal zichtbaar te maken. In een ander geval wordt vermeld dat er gebruik is gemaakt van vertrouwelijke bronnen actief in de haven van Tobruk. Die bronnen konden het lossen van van een Egyptisch schip met militair materieel, inclusief kleine en lichte wapens (SALW), bevestigen.



Wapenvangsten

Het is opmerkelijk dat, ondank het binnenlandse conflict in Libië, er nog steeds wapens zijn om te exporteren. Het rapport beschrijft wapenvangsten aan de grenzen met Egypte, Algerije, Tunesië, Niger Tsjaad en Sudan. Tsjaad is bang dat de wapens zullen eindigen in de handen van terreurgroep Boko Haram. Wapensmokkelaars in Tsjaad verkochten Libische anti-tank mijnen voor 150 dollar per stuk en SA-7 MANPADS (schouder afgevuurd lucht raketten) voor zo’n 10 à 12.000 dollar.

Sommige gevallen zijn gedetailleerder beschreven. Een daarvan betreft een transport van Italiaanse wapens net na aanvang van de Libische revolutie in 2011. Gesmokkelde Warschaupact wapens werden al in 1994 door Italië in beslag genomen. Dat was tijdens de oorlog in voormalig Joegoslavië. De wapens werden opgeslagen op het eiland Santo Stefano en werden niet vernietigd zoals de rechter verordonneerde.

In mei 2011 vervoerden vier legertrucks een lading afkomstig van de legerbasis op Santo Stefano. Naar welke bestemming en waarvoor wordt nog gegist, want een juridisch onderzoek naar dit transport werd na ingrijpen door hoge militairen geblokkeerd op grond van de 'staatsveiligheid'. Het Panel zoekt nog naar bevestiging van geruchten dat deze wapens in de loop van 2011 zijn geleverd aan Libische rebellen.

Een ander geval betreft het verlies van 23 Oberland OA-15 geweren (een Duits product), 70 9mm Glock pistolen (uit Oostenrijk) en meer dan 42.000 stuks munitie. De wapens waren bedoeld om de missie van de Europese Unie voor bijstandsverlening inzake grensbeheer (EUBAM) te beschermen. In februari 2014 vroeg Malta toestemming voor de export waarna een eindgebruikerscertificaat door de EU-delegatie in Libië werd ondertekend.

Op 10 maart verscheepte GardaWorld de wapens naar de internationale luchthaven van Tripoli. Bij aankomst zei de Libische douane dat de inklaringsdocumenten ontbraken. EUBAM werd nog geïnformeerd over de aankomst van de wapens, maar toen GardaWorld-personeel een week later terugkwam met de gevraagde documenten waren de wapens verdwenen. Libische autoriteiten hebben daar verder geen onderzoek naar gedaan.


Foto: Letfallah II

Anti-tank raketten

De verscheping van Milan anti-tank raketten vanuit Libië naar Syrië werd beschreven in vorige jaarrapporten van de Veiligheidscommissie. De raketten worden geproduceerd door Airbus, maar het bedrijf ontkent dat het ze aan Libië heeft verkocht. Tijdens de revolutie van 2011 beschuldigdehet Kadaffi-regime Qatar van het leveren van de raketten aan de rebellen. In 2012 waren ze op weg naar Syrië na te zijn aangetroffen op het vrachtschip Letfallah II. De lading werd in beslag genomen door de Libanese autoriteiten.

‘Frankrijk heeft niet bekend gemaakt naar welk land de raketten werden uitgevoerd’, aldus het Panel. Tom Enders, algemeen directeur van Airbus, laat weten dat het aan de Franse regering is om de vraag te beantwoorden waar de lading met Milan anti-tank raketten is afgeleverd. Den Haag werd nooit iets gevraagd, omdat Airbus daar slechts zijn hoofdkantoor heeft gevestigd vanwege belastingontwijking.

Vorig jaar heeft Qatar een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan haar verwoestende beleid in de regio. Het emiraat steunde Libische milities met wapens en financiering in de zomer van 2014, terwijl gevechtsoperatie Fajr gaande is die de hele situatie verder verslechtert. Als het Panel op grond van stevige aanwijzingen navraag doet, reageert de overheid in Qatar niet. Qatar blijft evenwel een belangrijke klant voor westerse wapens.

Wat te doen met de situatie in Libië? Het Panel heeft twee aanbevelingen voor de lidstaten: Reguleer tussenhandel en inspecteer al het vrachtvervoer van en naar Libië. Werk mee als de VN-Veiligheidscommissie om informatie vraagt, kan aan dit simpele lijstje met aanbevelingen worden toegevoegd. Evenals het bestraffen van hen die in gebreke blijven. Dat kan bijvoorbeeld door te weigeren wapens aan die landen te verkopen, een win-win sanctie.

Tenslotte zou Nederland druk uit kunnen oefenen op de lidstaten van de EU om voortaan mee te werken aan onderzoeken door het Panel. Een niet bij naam genoemd lidstaat pleitte in de vergadering van de Veiligheidsraad van 15 september 2014 voor duidelijkheid rond de oorsprong van wapenstromen en betreurde het gebrek aan medewerking van de lidstaten in dat opzicht. Het Panel stelt in het rapport: ‘Tot op heden zijn, ondanks de schendingen gemeld in het Panel drie eerdere rapporten, geen maatregelen zijn genomen tegen de meeste overtreders. Het is is zelfs zo, dat sommigen op nieuw de fout zijn ingegaan.’

Geschreven voor Ravage-Webzine 
English version soon at stopwapenhandel.org

maandag 11 augustus 2014

Wapenembargo Europa – Rusland

Nadat de Verenigde Staten al tijden druk uitoefende op de Europese Unie om zwaardere sancties tegen Rusland in te stellen, was het op 1 augustus zo ver. Import en export van strategische goederen uit en naar Rusland werd verboden. Er zijn wel eens sancties voor minder ingesteld. Ook voor meer niet, maar dan betrof het bijvoorbeeld de vrienden in Jakarta (1959-1966, 1975) of Chili (1973), of Bagdad (1980-1987). Op een wapenembargo naar Rusland is weinig af te dingen, alleen gaat het hier niet alleen om sancties vanwege grove schendingen van mensenrechten, maar vooral als een middel in al decennia durende (VS) strijd om rol van Rusland te verkleinen.


De wapenindustrie van Rusland wordt door de sancties nauwelijks getroffen stelde Trouw onlangs. Cijfers van de EU op de website van het Europees Netwerk tegen Wapenhandel waren daarbij een indicatie. De financiële omvang ervan is inderdaad klein. Maar de samenwerking tussen Rusland en Europa was groter dan het lijkt (nog los van het wegvallen van de Oekraïense wapenindustrie waarmee de Russische was verweven).

In het militaire vakblad Jane's Defence Weekly van begin augustus zetten Charles Forrester en Matthew Smith die samenwerking op een rijtje: Up in arms: The impact of Europe's sanctions on Russia (JDW 6/8/14, pp. 20-21). De schrijvers wijzen er allereerst op dat Rusland tot het selecte groepje landen behoort dat vrijwel zelfstandig is als het gaat om wapenproductie.

Eind juli jl. stelde Vladimir Putin dat: “Het is onze taak om ons zelf te beschermen tegen het risico van buitenlandse partners die hun contractuele verplichtingen niet nakomen.” Vooral op het gebied van wapens voor de landmacht zijn projecten gestopt, zoals die met Renault voor gevechtsvoertuigen en met Rheinmetall voor simulatie-apparatuur voor de landstrijdkrachten. Rusland accepteerde dit laatste niet en haalt Rheinmetall voor de rechter.

Ook op het gebied van militair maritieme samenwerking wordt de samenwerking teruggeschroeft. Een project tussen het Italiaanse Ficantieri en het Russische Rubin Central Design Bureau om een air independent diesel aangedreven (AIP) onderzeeër te ontwikkelen is beëindigd. De grootste order draait om de controversiële aanschaf van amfibische schepen van de Mistralklasse die de Franse werf DCN gaat leveren. Afgelopen week riep de Oekraïne de Fransen nog op dat niet te doen, maar onder het embargo mogen al afgesloten contracten doorgaan, zo ook deze mega-order (waar destijds ook de Nederlandse scheepsbouwer Damen voor in de race was).

De Fransen hebben meer banden met de Russische industrie. Thales startte in 1994 de samenwerking met Rusland. Die samenwerking draaide om de technologie voor helikopters (Ka-52), gevechtsvliegtuigen (Su-27, Su-30) trainingsvliegtuigen (MIG-AT), en tanks (T-90). Thales wil niet zeggen wat de boykot van Rusland voor het bedrijf zal betekenen. Safran werkt sinds 2012 samen met Russian Helicopters bij het onderhoud van Ka-62 en Ka-226T heli's. In 2009 ontwikkelde Safran's Turbomeca samen met Russian Helicopters motoren voor militaire en overheidshelikopters.

Diamond Aircraft uit Oostenrijk kondigde in 2013 aan dat het een assemblage lijn voor DA42 vliegtuigen in Rusland zou vestigen en ook kennis voor het produceren van  dronesmotoren naar het land zou exporteren. De Brits-Italiaanse helikopter fabrikant AgustaWestland werkt samen bij het produceren van een civiele helikopter (AW139) en kwam in 2013 overeen met Russian Helikopters on een één motorige heli te ontwikkelen.

Belangrijker dan de wapens zelf is het gereedschap om ze te maken. Op dit gebied is Rusland niet onafhankelijk. Siemens sloot in april dit jaar een contract met de Rostec dochter Stankoprom voor het ontwikkelen van machine gereedschap. In augustus 2013 bekrachtigde Siemens ook al een contract met Russian Helicopters om hun R&D op een hoger peil te brengen. Ook op het gebied van machinewerktuigbouw zal Rusland zijn afhankelijkheid afbouwen. Om de gaten te dichten zal de Russische overheid meer geld in de industrie pompen en zullen bedrijven privaat kapitaal aan gaan trekken.

Voor de export van kalashnikov geweren is het embargo slecht nieuws. De focus op export naar Europa en de VS door de producent ervan was bedoeld om uit de schulden te komen. Dat Rusland voor wapenexporten actief andere klanten gaat zoeken, ligt voor de hand, zoals bijvoorbeeld Iran. Met dat land sloot het de eerste week van augustus al een handelsverdrag waarbinnen de export van ongedefinieerde technologie valt. "Het is goed mogelijk dat de partijen de militair-technische samenwerking zullen herstellen. (...) En dat betekent tientallen miljarden dollars," aldus Rajab Safarov, directeur van het Centrum voor Hedendaagse Iran Studies in de Ukraine Business Daily (7 augustus 2014).

Het embargo is geen deel van een oplossing, maar juist van het probleem; het is middel in de verscherping van de tegenstellingen. Rusland is niet meer de Sovjet Unie van indertijd. De militaire uitgaven liggen bijvoorbeeld net boven die van Frankrijk, maar zijn veel kleiner dan die van het Verenigd Koninkrijk en Duitsland samen (zie figuur). Meer aandacht voor de Russische positie zou dan ook geen kwaad kunnen. Niet om het beleid van Putin en consorten goed te praten, maar omdat het opkloppen van conflicten niet in het belang van Europa is. Daar hoort ook bij dat Europa zijn eigen wapenaankopen (raketschild bijvoorbeeld) en uitbreiding van de machtsinvloed naar het oosten tegen het licht houdt.

Geschreven voor Konfrontatie

woensdag 30 januari 2013

Versoepelen wapenembargo Syrië rampzalig


Het Europees wapenembargo voor Syrië staat onder druk. Aanstaande donderdag zal de Britse minister van Buitenlandse Zaken Hague zijn Europese collega's proberen te overtuigen van de noodzaak van een de restrictie op het leveren van militaire goederen. Londen wil zo snel mogelijk radar en afluistertechnologie, nachtzichtapparatuur, kogelwerende vesten en helmen leveren aan Syrische oppositiegroepen. Dit is een zeer onverstandige stap die alleen maar zal leiden tot verdere escalatie en verlenging van de burgeroorlog.

Reeds in november 2012 pleitte het Verenigd Koninkrijk, samen met Frankrijk, voor opheffing van het embargo. Duitsland vetode dit voornemen, maar ook een aantal kleinere EU-landen waren het niet met dit voornemen eens. Daarop werd besloten het embargo in te stellen voor slechts drie maanden, zodat een nieuwe overweging nieuwe kansen voor wapenleveranties kon geven. Het Verenigd Koninkrijk hoopt dit keer wel gesteund te worden door Duitsland.

Vermoed wordt dat Londen de Turkse grensovergangen wil gebruiken voor de leveringen. Het wordt daar druk. Het is een publiek geheim dat wapens uit Qatar en Saoedi-Arabië over die grenzen naar Syrië gaan. En in juni meldde de New York Times dat ook de CIA de grensposten gebruikt voor geheime wapenleveringen. Wie precies de rebellen zijn die worden bewapend, en wat ze willen met Syrië, is volstrekt onduidelijk. Er worden wapens geleverd tegen Assad, maar wat gebeurt er met die wapens als Assad van het toneel verdwijnt?

Hoewel de Russische vicepremier Dimitri Rogozin oktober 2012 op de Russische TV stelde dat “het een slechte oplossing is om vuur met benzine te doven,” is Rusland nog steeds de grootste wapenleverancier aan Syrië. De Russische wapens worden vermoedelijk via de Middellandse Zee geleverd. Moskou beweert dat het alleen gaat om leveranties van al eerder afgesloten contracten.

De Britse premier Cameron zei afgelopen december in verband met Syrië: “In plaats van te kijken wat niet kunnen doen, moeten we kijken wat wel kunnen doen.” Maar nog meer wapens naar een toch al explosieve regio is wel het slechtste wat Europa kan doen. In plaats van het leveren van wapens en militaire goederen kan de EU zich beter inzetten op een andere diplomatie, zoals het opvoeren van de druk op Rusland om alle wapenleveringen, nieuwe én oude – te stoppen. Ook moet van Qatar en Saoedi Arabië geëist worden dat ze stoppen met het leveren van wapens. Daarbij moeten landen als Turkije hun grenzen voor wapenleveranties sluiten. Met het stoppen van de wapentoevoer is het conflict niet opgelost. Door er mee door te gaan wordt het conflict alleen maar dieper, groter en langer.

Geschreven voor Sargasso
Onderzoek ondersteund door Fonds Vredesprojecten