Posts tonen met het label bezuinigingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bezuinigingen. Alle posts tonen

woensdag 5 oktober 2011

Boekebespreking: Autismevriendelijk onderwijs


Autisme en normale begaafdheid in het onderwijs levert inspiratie aan iedereen die les geeft aan (rand)normaal begaafde leerlingen met autisme. Vertrekkend van de autistische manier van waarnemen en informatie verwerken, schetst Vermeulen de krijtlijnen voor een autismevriendelijke onderwijsstijl.

“Mijn zoon weigert mensen aan te kijken. Hij heeft geen interesse in ze.” Aan het woord is een moeder die boos is dat haar kind van een jaar of tien geen oogcontact met anderen wil maken. Of de achterliggende oorzaak autisme is, weet ik niet. Ik ben geen psycholoog, noch psychiater. Het is wel een kenmerk dat bij autisme past.

Wat de oorzaak ook is, de anekdote maakt duidelijk hoe problematisch autisme voor mensen kan zijn. Ze worden beoordeeld op grond van een dominante manier van denken en handelen. Er wordt van hen verwacht wat ze niet kunnen.

Zelf lijd ik ook aan dit 'oogcontact euvel'. Er is een enkeling die het ziet. Gelukkig maar, want mensen zien het als een blijk van betrouwbaarheid als je hen – maar niet te lang – in de ogen aankijkt. Ik heb geleerd hoe ik kan wegkijken zonder dat het echt opvalt, maar dat was een lange en soms zeer onplezierige weg.

Extra gewicht

Ik ken de frustraties en onmacht die autistische trekken veroorzaken. Een autist torst extra gewicht mee als hij door de wereld stapt. Het grootste deel van de mensen met autisme functioneert – al dan niet met hulp – in de normale maatschappij en moet zich daaraan aanpassen. Vaak meer dan prettig of mogelijk is. Maar het wordt van hen gevraagd: hoe langer hoe meer en in een steeds dynamischere samenleving.

De diagnose autisme wordt gesteld op grond van afwijkingen op het vlak van omgang en communicatie met anderen en een sterke stroefheid in interesses en reacties. Zulk gedrag is niet altijd waarneembaar. De sociale vaardigheidsregels kunnen worden aangeleerd. Ze zijn daarmee nog niet precies op het sociale verkeer afgestemd. Het finetunen kost veel tijd en energie.

Autisme is een biologische afwijking en geenszins het gevolg van een slechte opvoeding, verwaarlozing of traumatische levensgebeurtenissen. Erfelijkheid is de voornaamste bepalende factor voor autisme. Autisten hebben het moeilijk met zich voor te stellen wat er in anderen omgaat. Ze missen daarvoor veelal de verbeeldingskracht.

Het is geen kwestie van intelligentie. Net als bij alle anderen heb je intelligente en minder slimme autisten. Wél kunnen bepaalde gebieden sterk ontwikkeld zijn (ook waardevolle), zoals: een sterk geheugen voor feiten, technisch lezen, oog voor details, omgaan met techniek, volhouden, perfectionisme, rechtvaardigheidsgevoel en eerlijkheid en objectiviteit.

Autisme op school

Bovenstaande omschrijving haal ik uit de eerste hoofdstukken van Autisme en normale begaafdheid in het onderwijs geschreven door Peter Vermeulen. De academische kennis van Vermeulen wordt aangevuld met de praktijkervaring van Annemarie Mertens en Kobe Vanroy, beiden werkzaam als onderwijzeres. Ook de vragen van onderwijzers die een cursus volgden bij Vermeulen's werkgever Autisme Centraal, zijn verwerkt in het boek.

Vermeulen is geen wetenschapper in een ivoren toren, maar iemand uit de praktijk. Hij luistert ook naar hen die die autisme aan den lijve ondervinden, zoals de mensen met autisme, de behandelaars en onderwijsgevenden. Het boek gaat niet over autisme in het algemeen maar zoals, de titel al omschrijft, over autisme in het onderwijs. Specifiek over de basis- en middelbare school voor leerlingen van vier tot zestien jaar.

Voor mensen in die leeftijdsgroep is de school naast thuis de plaats waar ze het langst vertoeven. Dat betekent dat ze ook daar de zorg moeten krijgen waar ze behoefte aan hebben. Confectie-onderwijs lijkt efficiënt, maar kinderen met een ander maatje hebben meer aan onderwijs dat hen past. Dit is voor de auteurs een reden om uitgebreid stil te staan bij hun behoeften. (Ik zal die in deze bespreking niet meer dan aanstippen.) Naar schatting zijn er in Nederland en Vlaanderen 10.000 leerlingen met de diagnose autisme, een groep die naar verwachting zal groeien.

De eerste bladzijde van het boek bevat een lijst met een tiental publicaties die de Vlaamse uitgeverijen EPO en Acco publiceerden over autisme. EPO nam bijna al deze boeken voor zijn rekening. Ik ken de uitgeverij van linkse boeken over vrede en veiligheid en besprak er zelfs een aantal van. Daar ligt ook mijn deskundigheid. Dit boek ligt op het terrein van onderwijs en geestelijke gezondheidszorg, een vlak waarop ik leek ben met enige affiniteit met het onderwerp 'autisme'.

De vraag waarmee ik dit boek dan toch ben gaan lezen luidt: waarom geeft een linkse uitgeverij een serie boeken uit over autisme? De inleiding bevat meteen al een verklaring: 'De maatschappij is er voor iedereen; voor de mensen die grotendeels in het straatje van de dominante cultuur en structuur passen, maar ook voor hen die daar moeite mee hebben of het niet kunnen. Ook zij hebben immers recht op een plek en aandacht.' Dat lijkt me een sociale visie en nog geen linkse of progressieve, maar een dergelijke notie maakt wel onderdeel uit van een links gedachtegoed.

Extra inspanningen


Het boek bevat anekdotes om de theorie te verhelderen. Ook de autist zelf komt zo min of meer aan het woord. Sander bijvoorbeeld, die zijn balpen niet meer wil gebruiken omdat er geen bal inzit. Iedereen die met autisten te maken heeft gehad zal dit voorbeeld in de een of andere vorm herkennen. Het vervolg ligt echter wat minder voor de hand. De leerkracht van Sander haalt de pen uit elkaar en legt de werking uit. Sander gebruikt zijn pen weer. Prachtig die individuele aandacht, maar in de kantlijn noteerde ik hierbij: 'hoeveel tijd heb je?' Dat is een vraag die steeds weer terug kwam tijdens het lezen.

'Vele handen maken licht werk en twee weten meer dan één. Een autisme vriendelijke omgeving vraagt naast creativiteit uiteraard ook wat energie: die elementen krijgen meer kans als verschillende personen het autisme project van de school dragen', zo lees ik. Het is bijna alsof het probleem wordt geconstateerd en daar automatisch een optimaal antwoord op volgt. Verschillende personen die samen aan een project werken, houdt een overlegstructuur in. Dat betekent tijd en kosten voor de school.

Maar hier blijft het niet bij: 'De bereidheid om bij te leren over autisme en creatief na te denken over hoe een school door aanpassingen autismevriendelijk gemaakt kan worden zijn daarentegen wel basisvoorwaarden.' Niet alleen in en buiten de klas is er extra aandacht nodig, maar ook voor extra scholing. De vraag is waar de handen en hersens vandaan komen in een tijd dat de kosten van het onderwijs onder druk staan en er gekapt wordt in de subsidies voor rugzakjes van individuele leerlingen.

Gedeeltelijk is de oplossing gelegen in een overkoepelende voorlichtingscampagne. Hierdoor kunnen snel kennis en methoden worden overdragen: 'Het gedrag en de reacties van de leerling met autisme worden er beter door begrepen.' Dit geldt bij een juiste informatie overdracht alleen voor docenten en kader, maar ook voor medeleerlingen.

'De medeleerlingen zijn niet blind en meestal zien ze wel dat de leerling met autisme een buitenbeentje is, maar ze weten niet wat erachter zit en vallen net als ongeïnformeerde leerkrachten terug op hun eigen referenties voor de interpretatie van het anders zijn.' Dat leidt tot belachelijk maken; hij is gek, dom, vervelend etc. Om pesten en uitsluiting te voorkomen is het goed om ook hen te informeren, want dan begrijpen andere leerlingen het gedrag van de leerling met autisme beter. Zo kan pesten gemakkelijker bespreekbaar worden gemaakt.

Kosten

Autisten vergen nogal wat van hun schoolomgeving: inlevingsvermogen, geduld, methoden, speciale aandacht en kennis en tijd. De bezuinigingen op het onderwijs zetten deze aspecten onder druk. De schrijvers doen bijna alsof al die tijd en aandacht de gewoonste zaak van de wereld is. Op nog geen anderhalve pagina gaan de auteurs in drie punten direct in op het kostenaspect van autismevriendelijk onderwijs:

1. De basiskennis is niet zo ingewikkeld en vraagt vooral het in willen leven hoe de leerling met autisme de wereld ervaart. Die 'empathie kost geen geld en er kruipt ook niet veel tijd in';

2. Van een dergelijk onderwijssysteem profiteren ook andere leerlingen: 'Voor zover wij weten heeft nog nooit een leerling geklaagd over te veel duidelijkheid en gevraagd naar meer verwarring en onduidelijkheid in de klas';

3. Het aantal leerlingen met autisme zal naar verwachting toenemen: 'Het werken aan een autismevriendelijke school is daarom op lange termijn de investering waard.'

Het zijn woorden die minder overtuigen dan de notie dat iedereen er bij hoort. Dat een andere manier van denken ook tot andere resultaten leidt, kan economisch weleens veel belangrijker zijn dan de kosten op school. “In en rondom Eindhoven wonen opvallend veel autisten. Volgens autisme-experts is er een verband met de hightechsector. 'Autisme is geen ziekte. Ik spreek liever over kansen'”, zo schreef Julie Wevers drie jaar geleden in NRC-Handelsblad.

Twee sporen

Het boek is zakelijk geschreven, maar bevat impliciet de oproep dat niet minder zorg, maar meer aandacht naar deze groep uitgaat. 'Leerlingen met autisme vragen om een autisme vriendelijke schoolcultuur', vatten de auteurs het hoofdstuk 'Autistisch denken' samen. In de kantlijn reageer ik met: 'Of moeten ze leren hoe ze uit de wanorde orde kunnen destilleren met zo min mogelijk verrassingen.' Niet overal zullen ze immers een vriendelijke omgeving tegenkomen.

Het is ook wat de schrijvers voorstellen als onderdeel van een tweesporenbeleid: de school moet zich aanpassen aan de leerling en de leerling met autisme moet vaardigheden worden aangeleerd waarmee hij zich kan aanpassen aan de leeromgeving. Dat tweede spoor is op de lange termijn goed voor de leerling zelf, maar ook voor de maatschappij waar hij of zij moet functioneren. 'Een leerling met probleemgedrag doet niet moeilijk, maar heeft het moeilijk. Het gaat meestal om onmacht, niet om onwil!' Hij moet wel meer dan een ander leren hoe, maar dat betekent niet dat hij uiteindelijk minder zal presteren.

Het boek is geschreven voor onderwijzers. In hun werk komen ze autisme zeker tegen. Leerkrachten kunnen er een hele berg praktische ideeën uithalen die ik in deze bespreking links heb laat liggen. De aanpak op school is niet alleen een zaak voor de remedial teachers, het is een zaak voor de hele school. Het boek is dan ook voor alle onderwijsgevenden aan vier- tot 16-jarigen.

Maar ook mensen die zich keren tegen de groeiende vraag naar begeleiding van speciale leerlingen zouden tot zich door kunnen laten dringen wat een autist op zijn weg door school en maatschappij aan hindernissen moet overwinnen of... juist bij problemen weigert die hindernissen te over te gaan; met alle problemen van dien.

Verplichte literatuur voor de mensen op het ministerie die denken dat er bezuinigd kan worden op voorzieningen voor deze groep. Het boek maakt klip-en-klaar duidelijk dat er juist heel wat nodig is voor een volwassen begeleiding. Naast praktische tips geeft het boek theoretische inzichten om autisme spectrum stoornissen te begrijpen. Het is echter vooral een enthousiast pleidooi voor het opzetten van een volwaardig autismevriendelijk schoolsysteem. Daarmee worden de kansen van hen in de samenleving die er mee kampen vergroot.


titel: Autisme en normale begaafdheid in het onderwijs, 2010
auteurs: Peter Vermeulen, Annemarie Mertens en Kobe Vanroy
uitgeverij: EPO i.s.m. Autisme Centraal (Vlaamse Dienst Autisme, partner binnen Vijftact vzw) en uitgeverij Acco
uitvoering: paperback (12,5 x 20 cm) - 224p.
ISBN: 9789064457159
prijs: € 19,-

Geschreven voor Ravage Digitaal

woensdag 27 april 2011

Loyaliteit versus outsourcing


De militairen zijn te loyaal en laten zich nauwelijks horen. Het is een kreet die de afgelopen weken in de gesprekken over bezuinigingen regelmatig te horen was. Maar dat valt mee: woordvoerders van de bonden worden gehoord; en kranten als Algemeen Dagblad en Telegraaf dienen als spreekbuis om de kwaadheid via chocolade letters op de voorpagina's naar buiten te brengen. Bovendien hebben ze een batterij deskundigen die ingezet worden om tegen het afglijden van Nederland te waarschuwen. Dan is er nog minister van Defensie Hillen. Hij gaf zelf het slechte voorbeeld door zijn eigen bezuinigingen te honen. Hij werd hierbij afgelopen zondag door Kamerlid Knops van het CDA in het programma Buitenhof geholpen. Het CDA blijft staan voor een krachtig leger. Dat wordt er mee uitgestraald.

Toch moet je twijfelen aan de steun van de nationale elite voor de troepen zelf. Steun voor krijgsmacht vertaalt zich niet automatisch naar steun voor de militairen. In de brief van Hillen gaat een pagina over een belangrijke verandering in de structuur van Defensie. “Niet-strategische onderhoudsactiviteiten worden zoveel mogelijk uitbesteed,” schrijft hij (p. 9). Dat heeft voordelen. Defensie betaalt voor wat geleverd wordt en hoeft niet de pensioenen en wachtgelden neer te tellen. Bovendien einde klus, einde werk. Dat heet flexibilisering van de arbeid. Het neoliberalisme dringt steeds verder het leger binnen. Daarmee is het krijgsmacht niet alleen de harde hand achter dit economische model, maar is de ziel van de leger er ook slachtoffer van.

Nederland volgt daarmee een ontwikkeling die in de Verenigde Staten al langer geleden is ingezet. Een defensiebegroting in het Westen kon je tien jaar geleden makkelijk uit elkaar trekken door te stellen: de helft voor personeel, een kwart voor materieel en gebouwen en nog een kwart voor onderhoudskosten, brandstof e.d. Voor Europa klopt dit schema grofweg nog steeds. In de Verenigde Staten is die verhouding tegenwoordig heel anders:

Operaties en onderhoudskosten:50%
Materieel:30%
Personeel:20%
http://www.eda.europa.eu/defencefacts/

Een belangrijk deel van de besparingen in de VS wordt bereikt door het inzetten van private ondernemingen tijdens interventies. In december 2010 waren er meer civiele (159.000) dan militaire VS-defensiemedewerkers (144.000) in Afghanistan en Irak. Oorlog is business geworden.

Het resultaat van de Amerikaanse besparingen op arbeid is dat Europa en de Verenigde Staten in absolute zin evenveel uitgeven aan personeel, terwijl het defensiebudget van de VS tweeënhalf maal zo hoog ligt. Dat beloofd niet veel goeds voor de Nederlandse soldaten. Ook de verandering in die richting zit ingebakken in brief van Hillen. Dat is onwenselijk, want legers moeten niet privatiseren. Bovendien komt deze flexibilisering van militaire arbeid voort uit een visie op arbeidsrechten die vanuit de optiek van een werknemer onacceptabel is.

Martin Broek
Geschreven voor Sargasso

dinsdag 12 april 2011

Defensie kiest: voor zware wapens


Dat CDA, VVD en PVV er voor zorgen dat het Nederlandse leger mee moet doen aan de bezuinigingen kan niemand verbazen. De VVD heeft de plannen van beide partners moeten slikken. Het CDA stelde voor de verkiezingen een structurele bezuiniging van 500 miljoen. De PVV ging voor 1,1 miljard aan structurele bezuinigingen en ruim honderd miljoen aan incidentele. De VVD ging voor de nul. Het is ergens tussen de drie komen te liggen met bezuinigingen ter waarde van 650 miljoen euro.

In de pers wordt veelal lekker makkelijk een miljard aan bezuinigingen genoemd, maar een groot deel daarvan is bedoeld om de wanorde binnen Defensie op te ruimen. De kas moet weer kloppend gemaakt worden. De voorraadkasten zijn leeg en moeten aangevuld worden. Defensie is een uitgeleefd huis. De puinhoop was geen geheim, maar een Kamermeerderheid wilde jarenlang niet al te drastisch ingrijpen. Dat het oplappen van een woning – waarde 8 miljard euro – kosten met zich meebrengt kan niemand echt verbazen. Het is eerder opmerkelijk dat Defensie er zo lang mee wegkwam. De 175 miljoen euro die dit kost kan je moeilijk zien als bezuiniging. Het is de premie die betaald moet worden voor wanorde.

Ook zijn er nog twee nieuwe loketten geopend: een voor cyber oorlog en het andere voor onbemande vliegtuigen. Wat cyber oorlog betreft houdt Nederland het het niet bij verdediging tegen aanvallen, maar Defensie gaat zelf ook een cyber warior worden. Het leger wordt uitgebreid met mensen die de IT-technologie van anderen aan kunnen vallen. Ook voor dat nieuwe wapenwedloopje, inclusief onbemande MALE vliegtuigjes, is een potje gereserveerd van 150 miljoen euro. Logisch dat dat geld elders weggehaald wordt, anders klopt de begroting niet meer en de tijd lijkt voorbij dat daar dan wel weer een mouw aan wordt gepast.

De som van de bezuinigingen is niet het belangrijkste, maar wel de inhoudelijke keuzes die gemaakt worden. Als eerste moet de vraag gesteld worden: Wat voor leger willen we hebben? Er is de afgelopen jaren flink wat werk gestopt in het beschrijven van modellen voor het Nederlandse leger. Aan alle modellen hangt een prijskaartje. Het model 'Inzetten op specifieke kwaliteiten,' levert structureel 2,1 miljard euro bezuinigingen per jaar op. Model D 'Veelzijdig inzetbaar,' levert structureel het minste op, nl. 400 miljoen euro per jaar. Minister van Defensie Hillen richt zich op een model D+. Maar uit zijn plannen spreekt vooral de wens zo snel mogelijk weer naar een hoger investeringsniveau terug te keren.

Dat de bezuinigingen omkeerbaar moeten zijn en door de Minister niet gewenst, spreekt niet alleen uit zijn uit de brief geschrapte woorden “deze brief bijdraagt tot het besef dat Nederland voor zijn veiligheid onderverzekerd dreigt te raken” en zijn uitspraken tijdens het debat vanmiddag. Ook is het goed te zien aan de wapens waarop bezuinigd wordt. Dat Nederland van tien naar zes mijnenjagers gaat, zal niemand echt merken. Dat de tanks afgeschaft worden is jammer voor de cavaleristen en hun onderhoudsdiensten, maar van zestig naar nul is een kwestie van efficiency. Er zijn dan geen reserveonderdelen en personeel voor tanks meer nodig. Helikopters afstoten die het toch al niet goed doen, is eerder zinvol dan een probleem. Van 87 F-16's waarvan een deel niet vliegt naar een luchtvloot van 68 F-16's die wel paraat is, klinkt militair verstandig. Bovendien kan de luchtmacht zo wennen aan een kleiner aantal jachtvliegtuigen; er komen eerder minder dan meer JSF's.

Met de JSF is gelijk iets anders genoemd dat opvalt. Er zit nog een lijn in de bezuinigingen. De aankoop van hypermoderne en peperdure straaljagers wordt ook in tijden van bezuinigen doorgezet met de aankoop van een tweede testvliegtuig. Van de nieuwe korvetten die kleiner zijn dan de andere oppervlakte schepen moeten er al twee verdwijnen voordat ze in dienst zijn. Alle grote fregatten (waaronder de zeer hoogwaardige luchtverdedigingsfregatten) mogen blijven. Het resultaat is dat het schip van de wacht in de Antillen en Nederland niet een scheepje op maat is, maar een veel te duur en overbewapend hoog technologisch fegat; alsof je kok met twee Michelin sterren een boterham laat smeren. Defensie kiest voor state of the art wapens voor het hogere geweldspectrum.

Hillen wil internationaal in de Champions League meespelen. Velen zeggen dat dit niet kan, maar hij heeft meer kijk op het spelletje dan zijn tegenstanders die vinden dat het leger daarvoor te klein wordt. Een klein land als Nederland moet zich erbij neerleggen dat het op eigen houtje niet lukt, maar het beschikt wel over hoogwaardige kennis die ingezet kan worden bij oorlogen en conflicten her en der in de wereld. Luchtmobiel, mariniers, pantserhouwitsers, apache helikopters, geavanceerde patriot raketten en marineschepen met raketschildtechnologie, het zijn allemaal top eenheden die ingepast in een groter geheel Nederland de status geven waarvan de Rob van Wijk's van deze wereld zeggen dat ze bang zijn die te verliezen. Er zijn wel twee problemen. Teveel verplichtingen leidt tot het verslijten van materieel en voorraden. Te vaak uitzenden zal er toe leiden dat nog meer middenkader het leger zal verlaten. Kennis en kunde verlaten dan de krijgsmacht. Logistiek en commandostructuren moeten op peil blijven om elders te kunnen interveniëren. Hillen kiest om het in zijn woorden te zeggen voor 'kort, krachtig en hoogwaardig' optreden en houdt ondanks de bezuinigingen een leger op poten dat dit kan.

Waarom willen de deskundigen na de Koude Oorlog eigenlijk een groot leger behouden? Eerst was het Al Qa'ida. Nu is het in hoofdzaak de onvermijdelijke aanstormende strijd om de grondstoffen die het vaakst genoemd wordt. Een strijd met opkomende machten als China en India en zelfs als Brazilië wordt genoemd. Er wordt niet gemeld dat de NAVO voorlopig nog goed is voor zo'n 70 procent van de defensie uitgaven in de wereld. Met onze kwetsbaarheid valt het dus wel mee. Dat de Chinese marine naar verwachting pas over een aantal decennia mee zal gaan tellen wordt niet genoemd. De Koude Oorlog is over en een grote vijand is in de verste verten nog niet te zien. Maar angst blijkt hier een raadgever die tot een hoger budget kan leiden.

Nederland moet helemaal niet in die Champions League willen spelen, ook niet met zes of zeven spelers. Ze kan zich beter richten op de breedte sport. Met andere woorden: een leger dat niet kort, krachtig en hoogwaardig optreedt, maar efficiënt, mild en met compassie. Dat betekent die grote zware fregatten er uit, geen Joint Strike Fighter, maar een vliegtuig voor luchtverdediging. Dat betekent geen trainingen contraterrorisme, maar communicatie in multinationale omgeving. De bezuinigingen gaan de goede kant op. Nu de inrichting nog kort, krachtig en waardig verbouwen naar een leger in dienst van mensen. Dat kan ook met minder geld.

Martin Broek

Geschreven voor Sargasso

Brief van Hillen

donderdag 7 oktober 2010

PVV gaat voor JSF

Bezuinigingen op Defensie waren in de verkiezingsprogramma’s populair. Alleen VVD en SGP wilden meer voor Defensie. Zelfs de Christen Unie schrapte een beetje van de begroting. Het CDA kwam met een half miljard aan structurele bezuinigingen; net iets minder dan de PVV. Die structurele bezuiniging is ook in het Regeerakkoord opgenomen. Defensie is het Departement dat het meest in moet leveren. Alleen nationale, gemeentelijke en provinciale overheden leveren meer in. Dat is het goede nieuws.

Het slechte nieuws is de holle retoriek van Geert Wilders toen hij zich uitsprak tegen de JSF: “Natuurlijk moeten we ‘nee’ zeggen tegen het speeltje van de supersonische staatssecretaris, de staatssecretaris [Jack de Vries] die nu zelf dreigt neer te storten. Geen testtoestellen dus.” Het bleek begin augustus al: de PVV had zijn verzet tegen de aanschaf van een testtoestel laten varen. De partij hield alleen een (wegens tegenslagen bij de productie toch al onvermijdelijk) uitstel van de aanschaf overeind. Die positie zie je ook terug in het Regeerakkoord: “De regering schaft in 2011 een tweede JSF (Joint StrikeFighter)-testtoestel aan voor deelname aan de internationale operationele test- en evaluatiefase.” Daarmee plaatst Nederland zich in de Eredivisie van de JSF-gebruikers. Alleen de VS en Groot Brittannië zullen eveneens gaan beschikken over testvliegtuigen.

Het is de volgende stap op weg naar aankoop, want testen doe je een vliegtuig immers niet voor de industrie, maar om er zelf mee te gaan vliegen. Als de nationale industrie een graantje mee kan pikken - bij de uitvoering van verbeteringen - dan is dat meegenomen. Niet het hoofddoel. Ook de PVV bereidt nu de aankoop voor en blijkt op dit dossier over zwakke knieën te beschikken.

Dit korte bericht is geschreven voor 't Kan Anders