Posts tonen met het label defensie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label defensie. Alle posts tonen

maandag 18 november 2013

Gastblog: Preventie als defensie

In hoeverre draagt het Nederlands defensiebeleid bij aan vermindering van gewapende conflicten in de wereld? Dat was de vraag op een bijeenkomst georganiseerd door het Platform Duurzame en Solidaire Economie samen met WILPF, Kerk en Vrede en Vrouwen voor Vrede over Economie en gewapende conflicten. Om deze vraag te beantwoorden moeten eigenlijk eerst twee andere vragen beantwoord worden, namelijk: 
  • wat is het Nederlands defensiebeleid? en;
  • hoe verminder je gewapende conflicten in de wereld?

Defensiebeleid begint altijd met een analyse van mogelijke dreigingen en komt dan met militaire maatregelen daartegen. Eigenlijk is dat raar. Het zou logischer zijn om niet alleen een dreigingsanalyse te maken, maar ook een analyse van de oorzaken van die dreigingen. En dan de vraag te stellen welke instrumenten je tegen die dreigingen moet inzetten. Er dreigen altijd conflicten, conflicten zijn een vast onderdeel van een veranderende wereld, maar ze hoeven niet tot geweld te leiden. Als je kijkt naar de oorzaken van conflicten, en economische ongelijkheid en milieudegradatie zijn daar belangrijke factoren bij, dan kun je heel veel doen om geweld te voorkomen. Militaire middelen zijn zeker niet altijd de meest aangewezen middelen daarvoor. Dat stelde ook Javier Solana al in zijn EU defensiestrategie uit 2003. Maar conclusies worden daaruit niet getrokken.

Misschien komt dat, omdat je met het voorkomen van conflicten niet erg kan scoren. Het gebeurt vaak nogal onzichtbaar. Het inzetten van militairen is veel daadkrachtiger, het doet het heel goed in de media, daar houden politici van. De noodzaak om publiek draagvlak te verkrijgen verhinderd soms de meest effectieve oplossingen, dat is een ingewikkeld probleem van de democratie. Voor publiek draagvlak wordt aan ons leger de meest wonderbaarlijke mogelijkheden toegedicht.

Je zou bijvoorbeeld op grond van de beeldvorming kunnen gaan geloven dat het defensiebeleid gericht op de emancipatie van vrouwen. De troepen in Afghanistan zaten daar zodat Afghaanse vrouwen weer over straat konden. En recent zei ook Bert Koenders in een interview over Mali dat een meisje hem verteld had hoe blij ze was dat ze weer naar school kon. De associatie wordt voortdurend gelegd. Het helpt bij het krijgen van draagvlak voor de krijgsmacht, maar het is natuurlijk onzin. Het zou ook een heel inefficiënt gebruik van middelen zijn. Want er zitten heel veel stappen tussen het sturen van commando's en gevechtshelikopters en het leveren van meisjesonderwijs.

Maar wat is dan wel het doel van de krijgsmacht? In 2008, wij waren toen als land volop bezig om ons leger om te bouwen tot interventiemacht, werd het project “Verkenningen” gestart. Een poging om te komen tot een breed gedragen en wetenschappelijk onderbouwde visie op defensie: wat voor mogelijke dreigingen zouden ons in de toekomst te wachten kunnen staan en met welke middelen zouden we daarop willen reageren?

Het was een interessant en nuttig project. Helaas werden de Verkenningen ingehaald door de economische crisis. Het eindrapport is daardoor in feite een beetje ondergeschoffeld. En dat is jammer, want in de Verkenningen werden een paar fundamentele keuzes voorgelegd over de vraag welke militaire rol wij als Nederland in de wereld wilden spelen.

De Verkenningen stelde op grond van toekomstscenario's vier mogelijke krijgsmachttypes voor:

Ten eerste een krijgsmacht die gericht is op

1) bescherming eigen en bondgenootschappelijk grondgebied
Pure gebiedsbewaking. Daar heb je andere wapens en organisatie voor nodig dan voor een krijgsmacht die gericht is op
2) interventie, op wereldwijd militair ingrijpen, de tweede optie in de Verkenningen.
Een derde optie is een krijgsmacht die gericht is op
3) stabilisatie van gebieden. Bijvoorbeeld een vredesoperatie.
Een vierde optie is een krijgsmacht die
4) van alles een beetje kan, Veelzijdig Inzetbaar noemt men dat in de Verkenningen.

En omdat er geen serieuze discussie is geweest, en de financiële kant van het beleid steeds doorslaggevender werd, is er uiteindelijk in de praktijk gekozen voor dat laatste: van alles een beetje kunnen. Van een kleine missie tot een grote geweldsoperatie. Door niet te kiezen is gekozen voor doorhobbelen op bestaande paden. Er is niet gekeken of onze krijgsmacht, die in essentie nog is gebaseerd op Koude Oorlogsscenario's, nog wel een geschikt middel is voor de huidige veiligheidsrisico's in de wereld.

De Verkenningen liggen alweer een aantal jaren achter ons en over het Nederlandse defensiebeleid is in de Tweede Kamer gedebatteerd aan de hand van de nota van minister Hennis met de veelzeggende titel “In het belang van Nederland”. Met die titel is de vraag eigenlijk al beantwoord, want daarmee wordt het doel van de krijgsmacht duidelijk ingeperkt. Er wordt niets gezegd over het voorkomen van gewapende conflicten. Het woord vrede wordt niet genoemd. Het gaat om het belang van Nederland. Daar kan je het mee eens zijn of niet, maar dat is de keus die is gemaakt.

De speelruimte van de minister voor het maken van eigen beleid is beperkt. De plannen moeten passen binnen financiële kaders, ze moeten aansluiten bij de realiteit van de bestaande krijgsmacht en de strategie van het bondgenootschap, de NAVO, en als het even kan, moeten de plannen ook iets leuks opleveren voor de Nederlandse defensie-industrie. Voor dat laatste hebben we ook nog de Defensie Industrie Strategie en een bijzonder effectieve lobby van grote bedrijven als Damen Shipyards, Thales en Stork. Je ziet hun resultaten terug in de aankopen.

Ondanks de grootschalige bezuinigingsoperaties waar we op dit moment in ztten moet de krijgsmacht nog steeds alles kunnen, maar tegenwoordig op een koopje. Sommige ijzervreters beweren dat al die bezuinigingen leiden tot een leger dat niets meer voorstelt, maar dat is onzin. Een krijgsmacht die alles een beetje wil kunnen heeft namelijk ook 'een beetje' de mogelijkheid tot groots militair optreden, in het hoogste geweldsspectrum. Die mogelijkheid hebben we onder meer onder meer met onze Commando Luchtverdedigingsfregatten, zwaarbewapende oorlogsschepen die vijandige raketten kunnen neerhalen. Topproducten van onze eigen Nederlandse wapenindustrie, zeer aanbevolen voor export. Ze passen in het Star Wars scenario, het raketschild, waar Poetin zo boos over was dat hij een nieuwe bewapeningsronde heeft ingezet. Een wapensysteem dat escalatie in de hand werkt. Op dit moment worden die fregatten overigens ingezet ter bestrijding van piratenbootjes.

Een ander wapen voor in het hoogste geweldsspectrum is natuurlijk de JSF. Lucratief voor onze militaire industrie maar natuurlijk vooral goed voor de banden met bondgenoot Amerika en voor de instandhouding van de kernwapentaak. Dat er van het Nederlandse leger niets overblijft door de bezuinigingen dus is niet waar. Wij kunnen nog steeds heel fors geweld gebruiken.

Om te bezuinigen kiest minister Hennis niet voor een ander soort krijgsmacht, zoals bijvoorbeeld op basis van de Verkenningen had gekunt, maar ze kiest wel. De krijgsmacht moet alles nog steeds kunnen, maar minder tegelijk en minder lang achter elkaar. Dat de verlenging van de huidige Patriotmissie in Turkije op capaciteitsgrenzen stuit, past precies in dit beleid. Nederland wil een belangrijke defensiespeler blijven maar korter en met minder missies tegelijk. Belangrijk wil de krijgsmacht ook blijven door in te zetten op niche-capaciteiten, waar in internationale verbanden, bv NAVO, EU, VN, behoefte aan is. Daarin past bv ook de inzet van commando's in Mali. Het betreft hier zwaarbewapende en zeer goed getrainde eenheden, waarmee we internationaal behoorlijk meetellen qua geweldsinbreng. Of dat gewapende conflicten helpt oplossen kun je je afvragen. De missie in Mali kan misschien een aantal hele nare strijdgroepen uitschakelen, maar de vraag is wat er verder wordt gedaan om iets aan de oorzaak van het conflict te doen. Dat vraagt om veel ingewikkelder, langduriger en minder zichtbaar optreden dan een flinke militaire missie, maar het is uiteindelijk veel belangrijker. Hoe wordt het budget verdeelt tussen militaire en civiele steun aan Mali?

Met de plannen 'In het belang van Nederland' hobbelt ook minister Hennis door op de bestaande paden. Er wordt nog altijd niet kritisch nagedacht over de rol van Nederland bij het verminderen van gewapende conflicten. Het beleid van Defensie maakt deel uit van een bredere Internationale Veiligheidsstrategie van de regering, gepresenteerd door minister Timmermans van Buitenlandse Zaken. Minister Timmermans is een groot voorstander van een geïtegreerde veiligheidsbenadering. De Internationale Veiligheidsstrategie is dan ook geschreven samen met Defensie, Veiligheid & Justitie, Economische Zaken en Binnenlandse Zaken. Zo'n brede blik op veiligheid zou een eerste stap kunnen zijn in de richting van duurzamer oplossingen dan het sturen van militaire missies.

Het doel van het internationale veiligheidsstrategie is
1- de bescherming van het grondgebied van Koninkrijk en Bondgenootschap,
2- de verdediging van de Nederlandse economische belangen en
3- de bescherming van de internationale rechtsorde.

Het doel is dus niet om gewapende conflicten te voorkomen, zolang die conflicten geen directe bedreiging vormen voor het belang van Nederland of de rechtsorde. Maar zelfs als ze dat wel vormen, wordt heel weinig gedaan aan de oorzaak van het conflict. We bestrijden de uitwassen van conflicten met het sturen van militairen, maar we lossen weinig op.

Je ziet dat in de praktijk terug op alle beleidsterreinen die bij deze Veiligheidsstrategie betrokken moeten zijn. Van het wegbezuinigen van diplomaten, die een bemiddelende rol zouden kunnen spelen bij conflicten, tot het laten voortbestaan van Nederlandse brievenbusfirma's die ontwikkelingslanden van belastinginkomsten beroven, die ze juist zo nodig hebben om zich duurzaam en stabiel te ontwikkelen. Dan hoef je nog niet eens ontwikkelingshulp te geven, je moet ze gewoon niet leegplunderen. Van het niet veroordelen van illegale drone-aanvallen op Pakistan, die leiden tot haat tegen het westen en die een inbreuk zijn op internationaal recht, tot het ondersteunen van een exportgerichte wapenindustrie, die de kans doet toenemen dat conflicten gewapenderhand beslecht zullen worden.

Een zinvol veiligheidsbeleid moet niet doorhobbelen op de bestaande paden. Het veiligheidsbeleid moet veel meer gericht worden op preventie, waarbij verder gekeken moet worden dan alleen de krijgsmacht. Dat wordt vaak geringschattend afgedaan als soft power, maar het is een grote onderbenutte kracht. We kunnen geld voor een op preventie gericht veiligheidsbeleid vrijmaken door op de zwaarste wapensystemen af te schaffen, zoals de LC fregatten, of niet aan te schaffen, zoals de JSF. Nederland hoeft niet mee te kunnen doen aan een grote oorlog. 

Wendela de Vries

woensdag 27 april 2011

Loyaliteit versus outsourcing


De militairen zijn te loyaal en laten zich nauwelijks horen. Het is een kreet die de afgelopen weken in de gesprekken over bezuinigingen regelmatig te horen was. Maar dat valt mee: woordvoerders van de bonden worden gehoord; en kranten als Algemeen Dagblad en Telegraaf dienen als spreekbuis om de kwaadheid via chocolade letters op de voorpagina's naar buiten te brengen. Bovendien hebben ze een batterij deskundigen die ingezet worden om tegen het afglijden van Nederland te waarschuwen. Dan is er nog minister van Defensie Hillen. Hij gaf zelf het slechte voorbeeld door zijn eigen bezuinigingen te honen. Hij werd hierbij afgelopen zondag door Kamerlid Knops van het CDA in het programma Buitenhof geholpen. Het CDA blijft staan voor een krachtig leger. Dat wordt er mee uitgestraald.

Toch moet je twijfelen aan de steun van de nationale elite voor de troepen zelf. Steun voor krijgsmacht vertaalt zich niet automatisch naar steun voor de militairen. In de brief van Hillen gaat een pagina over een belangrijke verandering in de structuur van Defensie. “Niet-strategische onderhoudsactiviteiten worden zoveel mogelijk uitbesteed,” schrijft hij (p. 9). Dat heeft voordelen. Defensie betaalt voor wat geleverd wordt en hoeft niet de pensioenen en wachtgelden neer te tellen. Bovendien einde klus, einde werk. Dat heet flexibilisering van de arbeid. Het neoliberalisme dringt steeds verder het leger binnen. Daarmee is het krijgsmacht niet alleen de harde hand achter dit economische model, maar is de ziel van de leger er ook slachtoffer van.

Nederland volgt daarmee een ontwikkeling die in de Verenigde Staten al langer geleden is ingezet. Een defensiebegroting in het Westen kon je tien jaar geleden makkelijk uit elkaar trekken door te stellen: de helft voor personeel, een kwart voor materieel en gebouwen en nog een kwart voor onderhoudskosten, brandstof e.d. Voor Europa klopt dit schema grofweg nog steeds. In de Verenigde Staten is die verhouding tegenwoordig heel anders:

Operaties en onderhoudskosten:50%
Materieel:30%
Personeel:20%
http://www.eda.europa.eu/defencefacts/

Een belangrijk deel van de besparingen in de VS wordt bereikt door het inzetten van private ondernemingen tijdens interventies. In december 2010 waren er meer civiele (159.000) dan militaire VS-defensiemedewerkers (144.000) in Afghanistan en Irak. Oorlog is business geworden.

Het resultaat van de Amerikaanse besparingen op arbeid is dat Europa en de Verenigde Staten in absolute zin evenveel uitgeven aan personeel, terwijl het defensiebudget van de VS tweeënhalf maal zo hoog ligt. Dat beloofd niet veel goeds voor de Nederlandse soldaten. Ook de verandering in die richting zit ingebakken in brief van Hillen. Dat is onwenselijk, want legers moeten niet privatiseren. Bovendien komt deze flexibilisering van militaire arbeid voort uit een visie op arbeidsrechten die vanuit de optiek van een werknemer onacceptabel is.

Martin Broek
Geschreven voor Sargasso

vrijdag 14 januari 2011


Jawel, hij is er: een heuse Nederlandse ‘Defensie Industrie Strategie (DIS)’. Dat schreef ik al weer twee jaar geleden. Het is een document van omvang. Nederland loopt daarmee voorop in Europa en behoort ogenschijnlijk tot de grote defensie landen, die ook een dergelijk document publiceren. Niet alleen stuurt onze overheid troepen naar Zuid-Azië, om daar aan onze veiligheid hier te werken, maar ze gaat ook structuur brengen in de productie en verkoop van wapens.

Een leger zonder wapenindustrie, is als een mens aan een infuus, als het weggehaald wordt ben je verloren, zo spreekt uit het document. De DIS straalt ook realisme uit. Nederland zal niet op eigen houtje gaan opereren. Europese samenwerking wordt daarom herhaaldelijk genoemd, maar iedereen die kijkt naar de belangrijke wapenaankopen door de Nederlandse krijgsmacht zal dat niet al te serieus nemen. Een groot deel is immers van Amerikaanse makelij en dáár ligt dan ook een belangrijk deel van de samenwerking; de JSF is het meest in het oog springende voorbeeld.

Ik hoorde al verschillende mensen zeggen dat het DIS niet veel nieuws bevat. Het DIS is echter een bundeling van feiten, subsidiemogelijkheden, visies en propaganda binnen één kaft, waarbij Defensie het voortouw heeft. Die bundeling moet leiden tot meer geld voor de wapenindustrie en een gerichter beleid. Deze tekst heeft de bedoeling dat aan een eigen Oranje-blanje-bleu wapenindustrie wordt gewerkt.

De stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIVD) kan in grote mate instemmen met het document. “De strategische visie van de overheid op de defensiegerelateerde industrie is gebaseerd op een goede analyse, bevat goede intenties, maar mist nog duidelijke invulling.” Die invulling zijn aanbestedingen en geld, dat blijkt ook wel uit dezelfde reactie: “De NIID pleit voor vervolgstappen in de vorm van concrete programma’s en projecten met bijbehorende financiële inspanningen.” De NIVD bundelt ruim 200 bedrijven die producten voor de militaire markt maken. De stichting is een directe gesprekspartner van de overheid.

Dat het DIS niet het zoveelste rapportje was, maar een serieus beleidsstuk blijkt er ook uit dat het nadrukkelijk terug komt in de belangrijkste documenten van het ministerie van Defensie van jaar 2007: ‘Wereldwijd Dienstbaar’ (waarin Middelkoop, de visie van de regering op het gebied van de krijgsmacht uiteen zet) en de Defensiebegroting. Beide bevatten ronkende teksten die uitdragen dat Nederland meedoet aan expeditionaire operaties wereldwijd in het hoge geweldsspectrum. In dat kader moeten we ook de DIS zien. Ook de Defensiebegroting van 2009 bevat de DIS een aantal malen. Bijvoorbeeld hier: “Verder worden in het kader van de Defensie Industrie Strategie maatregelen genomen met als doel bij te dragen aan de versterking van de internationale positie van de Nederlandse defensiegerelateerde industrie.”

Nog belangrijker is dat het NIDV vrijwel onmiddellijk zijn zin kreeg en dat in een viertal aanvullingen op de Strategie concrete maatregelen en te subsidiëren onderzoeksprojecten worden benoemd. “De in deze brief beschreven activiteiten op het gebied van de prioritaire technologiegebieden, het launching customership en de instandhouding van materieel kunnen worden gezien als een eerste aanzet voor de verdere uitwerking van de DIS. Deze uitwerking zal dan ook worden voortgezet,” heet het daarin zo mooi. Van de DIS zijn we voorlopig nog niet af. Nederland wil graag bij de militaire grootmachten horen en de wapenindustrie doet daaraan mee.

Martin Broek

Bewerking van eerder artikel voor Vredesmagazine, waarnaar ik verwijs in Passie voor Vrede.



Bron: Defensie Industrie Strategie, augustus 2007, Ministerie van Defensie.

donderdag 13 januari 2011

Obama's team: change, what change?

Welke mensen maken deel uit van Obama’s inlichtingen, defensie en buitenlandse zaken team? Al snel werd duidelijk dat de personele veranderingen kleiner zouden zijn dan gehoopt. Het team dat de overdracht regelde stond onder leiding van John Podesta - eerder de chefstaf in Clinton’s Witte Huis - en zat vol bekende ex-ministers o.a.: Madeleine Albright (BuZa), Robert Rubin (Fin), William Perry (Def.). Als ik zeven termen mocht geven om de mensen die ik tegenkwam onder te scharen, dan zouden die zijn: Bill Clinton, Energie politiek, Kredietcrisis, Fanny Mae, Iran, Afghanistan en mannen.

Hillary Rodham Clinton, werd tijdens haar campagne meer dan alle andere kandidaten gesponsord door de wapenindustrie. In een plan uit maart 2008 stelt ze een prioriteit van Afghanistan te willen maken en dat de “Afghanen luchttransport ontvangen en moderne wapens – geen Koude Oorlogsafdankertjes – om de oorlog te winnen.” Zo win je inderdaad de steun van de wapenfabrikanten.

James B Steinberg, onderminister voor Buitenlandse Zaken, heeft een enorme staat van dienst: Brookings Institution, International Institute for Strategic Studies (IISS), National Veiligheidsadviseur onder Clinton etc.
Steinberg over preëmptieve aanvallen: “Maar er zullen zonder twijfel in de toekomst omstandigheden zijn dat politici de mogelijheid willen kunnen gebruiken om de strijdkrachten preventief in te zetten – om terroristen te doden, om wapen proliferatie te voorkomen, genocide te stoppen, de verspreiding van dodelijke ziektes te stoppen, of om om te gaan met andere gevaren.” Kortom, wanneer niet? In 2005 vroeg hij, samen met een groot aantal rechtse analisten, aan het Congress de defensieuitgaven te verhogen en meer troepen naar Irak te sturen.

Jacob J. Lew,
onderminister voor Buitenlandse Zaken, was directeur van de Office of Management and Budget in het Witte Huis onder Clinton. Lew is oprichter van de Center for Middle East Research en advocaat gespecialiseerd in energie.

Afgezanten en adviseurs


William Perry
, de Minister van Defensie onder Clinton, was al afgezant en gesprekspartner met hoge personen in Iran. De gesprekken gingen over nucleaire wapens, het vredesproces in het Midden-Oosten en kwesties rond de Perzische Golf.

Richard Holbrooke
is Obama’s afgezant voor Afghanistan en Pakistan. Hij begon zijn carriere in de Buitenlandse Dienst al in de jaren zestig, ook in Azië. Hij was, naast nog veel meer minder fraaie activiteiten, betrokken bij de beruchte pacificatie campagne in de Mekong Delta in Zuid-Vietnam. Scott Ritter, de bekende medewerker van de VN ontwapeningsmissie in Irak (UNSCOM) noemt hem iemand die "niet alleen heeft laten zien dat hij geen samenhangende visie heeft als het neer komt op complexe zaken zoals in Afghanistan (laat staan Pakistan), maar ook bekend staat om de militaire oplossing te verkiezen boven de diplomatieke.”

Dennis Ross adviseur voor de Golfregio, inclusief Iran en ‘t Midden Oosten. Ross is co-auteur van Obama’s eerste belangrijke Midden-Oosten speech, in de zomer van 2008. Hij werkte in de jaren zeventig onder Paul Wolfowitz in het Pentagon. Later als medewerker van Bill Clinton was hij betrokken bij onderhandelingen tussen Israël en de Arabische landen. Hij werd in die functie Israël’s advocaat genoemd. Ross is bekend om zijn scherpe visie met betrekking tot Iran. Net als Holbrook was Ross lid van een adviesraad van havikken verenigd onder de naam United Against Nuclear Iran.

Ivo Daalder
wordt ambassadeur bij de NAVO. Daalder is Amerikaans staatsburger, maar heeft een Nederlandse achtergrond. Hij wordt beschouwd als een havik. Hij is auteur van verschillende boeken, waaronder Getting to Dayton.

Defensie

Robert Gates de minister van Defensie is het meest opvallende overblijfsel van de Bush regering. Zijn optreden tijdens het Iran Contra schandaal wordt regelmatig genoemd. Howard Teicher, medewerker van de National Security Council beweerde dat Gates betrokken was bij geheime wapenleveranties aan Saddam Hoessein. Alles beter dan Rumsfeld was waar onder Bush, maar onder Obama verwachtte ik meer. Richard Danzig1 staat mogelijk klaar om hem op te volgen. Niet alleen Gates ook veel van zijn vrienden zijn blijven zitten, volgen. Niet alleen Gates ook veel van zijn vrienden zijn blijven zitten, zoals de adviseur op inlichtingengebied voormalig Luitenant Generaal van de Luchtmacht James Clapper en medewerker speciale operaties Michael G. Vickers.

Opvallend is ook Michèle Flournoy, onderminister voor Defensiebeleid - tot nu toe de hoogste vrouwelijke ambtenaar in de hele geschiedenis van het Pentagon - behoort tot de invloedrijke Defensietop. Flournuy stond aan de basis van de Center for the New American Security (CNAS) en komt uit de Clinton entourage.

William J. Lynn III heeft zijn baantje bij Raytheon – de op vijf na grootste wapenfabrikant in de wereld – er voor op moeten geven, maar hij heeft de post van onderminister van Defensie. Lynn was belast met de strategische planning bij Raytheon en belast met de relaties met de Regering. Een lobbyist voor de wapenindustrie die direct daarna een hoge positie in het Pentagon heeft. Een smet op de uitstraling die de regering Obama wil hebben.

Ashton B. Carter
wordt hoofd wapeninkoop gaat de materieel en onderzoeksbudgetten van het Pentagon reorganiseren en uitgaven rationaliseren. Het gaat om een budget van meer dan 200 miljard dollar per jaar; vol wildgroei en onoverzichtelijk. Carter is expert op het gebied van wapenbeheersing en de eerste man op deze post zonder directe banden met de wapenindustrie of overheidsaankoopbeleid. Hij bekritiseerde als professor het Pentagon regelmatig voor het kopen van wapens die het niet nodig heeft, gebrek aan discipline en aan het bewustzijn dat die wapens en militaire diensten steeds duurder worden. De bedoeling is om door reorganisaties de dollar beter te besteden, niet om er minder uit te geven, zodat uiteindelijk een beter bewapend leger op de been gebracht kan worden.

Adviseurs

Jim Jones Nationaal Veiligheids Adviseur is een pleitbezorger voor hogere Defensieuitgaven. Na zijn pensionering zat hij onder andere in de directie van Chevron (Condoleeza Rice bekleedde die positie ook) en adviseerde het Instituut voor Energie in de 21ste eeuw van de Amerikaanse Kamer van Koophandel. De Kamer riep de Amerikaanse regering op de NAVO actiever te maken op het gebied van energie vraagstukken en er bij lidstaten op aan te dringen het mandaat te verbreden, zodat ook energie veiligheid hieronder zou vallen. Jones was tegen het terugtrekken uit Irak, omdat dit tegen Amerikaanse belangen was. Hij ondersteunt de oorlog in Afghanistan, omdat het "symbolisch meer het episch centrum is van het terrorisme is dan Irak."

Thomas E. Donilon is vice National Veiligheids Adviseur. Tijdens de Clinton administratie hoofd van de staf of Buitenlandse Zaken. Lobbyde in zijn functie van uitvoerend onder directeur bij Fannie Mae tegen scherper toezicht en verdiende daar miljoenen mee. Donilon is medewerker geweest van Warren Christopher († maart 2011).

Inlichtingen baasjes:

Voormalig admiraal Dennis Blair is de directeur van de Nationale Inlichtingen. Zijn eerste grote werkstuk verscheen begin februari 2008. De jaarlijkse dreigingsanalyse. Hierin een verschuiving van terrorisme naar economische crisis als grootste bedreiging voor de belangen van de VS. Blair was het hoofd van het Commando voor de Stille Oceaan van februari 1999 tot mei 2002 in de tijd dat Oost-Timor zich los maakte van Indonesië. Hij spande zich in om de Indonesische kant te steunen. Zijn voordracht leidde tot felle protesten van de Amerikaanse Oost-Timor groep. Gesteund door een aantal VK-bloggers.

Leon E. Panetta2, de nieuwe CIA directeur is voormalig hoofd van de staf van het Witte Huis onder Bill Clinton. Hij was lid van de Baker Commission die een advies schreef over Irak. Panetta zegt de volgende vragen te willen beantwoorden: waar zit Osama bin Laden en waar zal al-Qaida de volgende keer aanvallen in de VS. Verder wil hij betere analyses over problemen in Rusland, China, Afrika en Latijns-Amerika en de economische crisis. Nummer twee Stephen R. Kappes, voormalig officier der mariniers en CIA-veteraan zal onder Panetta mogen blijven. Zo wordt de kool en de geit gespaard; Panetta is niet belast met inlichtingenschandalen uit het verleden en tegelijkertijd compenseert Kappes Panetta’s onervarenheid op inlichtingengebied. Het kan nog leuk worden daar.

Charles, "Chas" Freeman beoogt voorzitter van de National Intelligence Council (NIC). Hij is voormalig Amerikaanse ambassadeur in Saoedi Arabië, medewerker van het Pentagon gedurende de Reagan periode en voorzitter van de Middle East Policy Council. Freeman ondervindt tegenstand van neocons en Israël lobby onder andere vanwege zijn visies op Israël, Iran en Afghanistan. In verband met dit laatste land: "Onze opzet was (…) wereldwijd opererende terroristen het gebruik van Afghaans grondgebied onmogelijk temaken. Dat was en is een bereikbaar doel. Het is een beperkt doel dat kan worden bereikt tegen redelijke kosten. We moeten terugkeren naar sterke focus op dit doel.” Hij trok zich half maart als gevolg van deze druk terug.

Samengesteld
Martin Broek3

1) Richard Danzig is voorzitter van het Center for the New American Security (CNAS), een denktank voor buitenlandspolitieke vraagstukken CNAS. De bedoeling van denktank was het formuleren van een buitenlandse politiek voor de komende tijd en het opleiden van nieuw kader. Een groot deel van de Obama/Clinton-clan komt uit de CNAS. In het bestuur o.a. Richard Danzig (voorzitter), Madeleine Albright, Richard Armitage en William Perry. Dat Danzig nog geen post heeft verbaast velen.
2) US INTEL POLICY: NEW PERSPECTIVE OR FAMILIAR APPROACH? ► CQ Today Online News / by Tim Starks ► Stringer: Stefaan Verhulst / Markle Foundation / New York / www.markle.org Uit Fringe 173.
3) Een versie van dit overzicht verscheen in maart 2009 in het tijdschrift VD AMOK, zie www.vdamok.nl

zondag 9 januari 2011

Davids: Nog eens: geheime verdragen

Laat ik nu altijd gedacht hebben dat er geheime verdragen bestaan die een soepele afhandelingen van Amerikaanse militaire verplaatsingen over Nederlands grondgebied naar een oorlog of conflict regelen, de zogenaamde (Wartime) Host Nation Support. Ik weet dat de VS in de Rotterdamse haven een openbare vrijbrief hebben voor de afhandeling van vracht: “The Transportation Battalion has a license provided by Dutch Customs to custom clear all military cargo arriving into the Netherlands.”

Maar die afspraken bedoel ik niet. Nee, ik bedoel de verdragen die werkelijk alles voor een logistieke operatie regelen van begin tot eind. Want een goed transport begint met goede verdragen, die werkelijk alles regelen. Dat staat in elke manual van het Amerikaanse leger voor transportorganisaties.

Ook de Minister van Defensie Kamp was van het bestaan overtuigd. Hij schrijft op 18 februari 2003 dat er een bilaterale overeenkomst bestaat “over het transport van troepen en militair materieel. Zowel deze overeenkomst als de bijbehorende regelingen en nadere overeenkomsten zijn geheim. Volgens artikel 7, onder d., van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen worden dergelijke documenten niet ter goedkeuring aan het parlement voorgelegd.”

In het boek van de Commissie Davids lees ik echter dat onderzoek naar een dergelijk verdrag geen relevant gegeven heeft opgeleverd. Daarmee wuift de Commissie mijn vermoeden weg, maar ook - en dat doet er meer toe - de opmerking van de Minister. En niet alléén van de Nederlandse Minister van Defensie, maar ook van PvdA-leider Wouter Bos die er naar verwees, toen hij stelde dat de transporten niet gestopt konden worden. Belangrijker is misschien dat de Commissie Davids en passant de Belgische premier Guy Verhofstadt declasseert. Ook die stelde immers dat geheime Host Nation Verdragen aan de basis staan van de toestemming tot doorvoer van Amerikaanse wapens. Niet waar, aldus Davids.

Wel heeft de Commissie een memo gevonden gedateerd op dezelfde dag dat Kamp zijn antwoorden naar de Kamer stuurt. In dit memo schrijft een ambtenaar dat er geen formeel juridische verplichting is voor het geven van transport- of overvliegvergunningen op grond van een NAVO of bilateraal verdrag. De NAVO moet eerst een Simple Alert of hogere alarmeringsfase uitvaardigen voordat hier sprake van kan zijn.

De NAVO heeft een speciaal HNS-document: 'allied joint host nation support doctrine & procedures,' daarin staat dat host nation support plaats vindt op basis van overeenkomsten tussen het ontvangende en zendende land. Dat betekent dat in een van die overeenkomsten tussen Nederland en de NAVO of de VS moet staan dat Nederland alleen medewerking geeft als de NAVO een Simple Alert uitvaardigt (idem België). Die overeenkomst zelf heeft de Commissie Davids niet gezien. Ze rapporteert dus uit tweede hand.

Daarmee hebben we gelijk een probleem van de Commissie Davids te pakken. Ze neemt ontkenningen voor waar aan. Ook als dat strijdig is met de geschreven tekst van een Nederlandse Minister van Defensie en de woorden van de Belgische Premier. Dit soort goedgelovigheid maakt een onderzoek wel overzichtelijk, maar doet daarmee ook weinig recht aan de al een halve eeuw durende pogingen teksten over (wartime) host nation support boven water te krijgen.

Misschien zit ik er helemaal naast en is er niets geheim. Is de Commissie alleen maar vergeten er naar te vragen, maar dan is het een koudkunstje het rapport, verdrag, overeenkomst of MoU waarin e.e.a. geregeld is openbaar te maken. Daarop is nu het wachten.

(Column geschreven voor www.konfrontatie.nl)

Rapport Davids (doorzoekbaar).


Zie ook: Grote_hoeveelheden_wapens_via_Nederland_naar_Irak

Bezuinigen op Defensie



De bezuinigingen op Defensie zijn bij deze verkiezingen bijzonder goed te vergelijken. Partijen die hun programma door het CPB hebben laten narekenen worden op grond van een aantal varianten beoordeeld. Uitgangspunt bij die beoordeling is het soort leger dat zij wensen en de kosten die daaraan verbonden zijn. Die kunnen hoger of lager uitvallen dan de huidige uitgaven; met andere woorden besparingen of extra uitgaven worden hiermee duidelijk.

Er zijn structurele en incidentele bezuinigingen. Het wegdoen van een wapensysteem bespaard wel, maar als het personeel en de organisatie blijft dan levert dit structureel niets op. Geen JSF is een incidentele besparing, behalve als je stelt dat het aantal gevechtsvliegtuigen structureel kleiner moet worden. Het schrappen van krijgsmachtonderdelen en de daarbij behorende infrastructuur levert wel structurele bezuinigingen op. Die blijven ook in latere jaren bestaan. Het levert duidelijkheid op en de mogelijkheid beleid te maken. De incidentele bezuinigingen heb ik in dit overzicht niet meegenomen, die zijn vaak op ad hoc basis zonder fundering door partijen genoemd als extra wens.

De incidentele besparingen zijn als volgt:
- PVV, GroenLinks en PvdA besparen allen incidenteel 0,5 miljard euro door de aanschaf van de JSF uit te stellen. Het is uitstel en geen wijziging van de organisatie, waardoor de besparing neit structureel is.
- GroenLinks bespaart bovendien 0,3 miljard door de kaasschaaf over divers materieel heen te halen.

Wat mij betreft is in dit overzicht het opmerkelijkst dat Defensie in de de hoek lijkt te zitten waar de klappen vallen. Kijken of dit in het nieuwe Regeeerakkoord ook te zien zal zijn.


* Partij voor de Dieren cijfer uit verkiezingsprogramma, geen CPB doorrekening.

Bronnen:
- BIJLAGEN BIJ Keuzes in Kaart 2011-2015, Centraal Planbureau & Planbureau voor de Leefomgeving
- 20. Internationale veiligheid Rapport brede heroverwegingen, Inspectie der Rijksfinanciën Bureau

Volkskkrantblog 8 juni 2010

Exportbevordering ruim geformuleerd

Het is en blijft een bijzondere constructie dat op het ministerie van Economische Zaken zowel de taken wapenexportcontrole als wapenexportbevordering zijn ondergebracht. Je kan beweren dat het een het ander niet uitsluit. Je kan immers gewenste wapendeals bevorderen en ongewenste stoppen. Maar dat is erg theoretisch en alleen goed mogelijk als er scheidslijn in zwart/wit zou zijn. Het gaat altijd om grijstinten.

En het gaat altijd om belangen. Aan de ene kant de softe politieke overwegingen, zoals ontwikkeling, vrede en mensenrechten en aan de andere kant Staats- en bedrijfsbelangen van economische, militaire, buitenlandspolitieke en bondgenootschappelijke aard. Het ligt voor de hand dat de Staats- en bedrijfsbelangen de doorslag zullen geven. Zeker als het gaat om grote bedragen.

Bij de exportbevorderaars lees ik het volgende: “Het Commissariaat Militaire Productie ondersteunt Nederlandse ondernemingen bij hun exportactiviteiten in het geval van inkomende (buitenlandse) missies alsmede via uitgaande (Nederlandse) overheidsdelegaties, onder meer bij internationale defensievakbeurzen. Een aantal van deze beurzen worden jaarlijks tevens in samenwerking met Defensie en de NL Economische Voorlichtingsdienst (EVD) Internationaal ter plaatse ondersteund.” Binnenkort gaan ze naar Euronaval in Parijs. Lekker zo’n reisje van 25 tot 29 oktober naar de lichtstad.

Kijken wie er na Indonesië en Marokko het volgende land wordt dat grote Nederlandse voor honderden miljoenen euro’s oorlogsschepen gaat kopen, terwijl het zijn middelen beter anders kan besteden.

Die andere ambtenaren, die van exportcontrole, moeten dan o.a. beoordelen of de levering voldoet aan het ontwikkelingscriterium voor wapenexporten: de levering moet passen binnen de sociaal-economische situatie in het ontvangende land; en de verhouding tussen aankoop en veiligheidssituatie en -behoefte moet beoordeeld worden (criterium acht van het wapenexportbeleid). Inderdaad lekker ruim geformuleerd. De slag lijkt ook daarom al op voorhand verloren voor de controleurs. Voor hen is een reisje Brussel al heel wat.

Dit korte bericht is geschreven voor 't Kan Anders

donderdag 7 oktober 2010

PVV gaat voor JSF

Bezuinigingen op Defensie waren in de verkiezingsprogramma’s populair. Alleen VVD en SGP wilden meer voor Defensie. Zelfs de Christen Unie schrapte een beetje van de begroting. Het CDA kwam met een half miljard aan structurele bezuinigingen; net iets minder dan de PVV. Die structurele bezuiniging is ook in het Regeerakkoord opgenomen. Defensie is het Departement dat het meest in moet leveren. Alleen nationale, gemeentelijke en provinciale overheden leveren meer in. Dat is het goede nieuws.

Het slechte nieuws is de holle retoriek van Geert Wilders toen hij zich uitsprak tegen de JSF: “Natuurlijk moeten we ‘nee’ zeggen tegen het speeltje van de supersonische staatssecretaris, de staatssecretaris [Jack de Vries] die nu zelf dreigt neer te storten. Geen testtoestellen dus.” Het bleek begin augustus al: de PVV had zijn verzet tegen de aanschaf van een testtoestel laten varen. De partij hield alleen een (wegens tegenslagen bij de productie toch al onvermijdelijk) uitstel van de aanschaf overeind. Die positie zie je ook terug in het Regeerakkoord: “De regering schaft in 2011 een tweede JSF (Joint StrikeFighter)-testtoestel aan voor deelname aan de internationale operationele test- en evaluatiefase.” Daarmee plaatst Nederland zich in de Eredivisie van de JSF-gebruikers. Alleen de VS en Groot Brittannië zullen eveneens gaan beschikken over testvliegtuigen.

Het is de volgende stap op weg naar aankoop, want testen doe je een vliegtuig immers niet voor de industrie, maar om er zelf mee te gaan vliegen. Als de nationale industrie een graantje mee kan pikken - bij de uitvoering van verbeteringen - dan is dat meegenomen. Niet het hoofddoel. Ook de PVV bereidt nu de aankoop voor en blijkt op dit dossier over zwakke knieën te beschikken.

Dit korte bericht is geschreven voor 't Kan Anders

dinsdag 10 augustus 2010

Raketschild in Den Haag (deel 2)

vervolg van: Afghanistan oorlog in Den Haag (deel 1)

Het NC3A levert technologie toegesneden op bestaande conflicten, maar ook voor wapensystemen van de toekomst. De hoofdtaak voor het NC3A is het opzetten van een gelaagd raketschild.

‘Schild’ dat klinkt nauwelijks als een wapen, maar als verdediging en naar middeleeuwen. In die middeleeuwen was het meestal onderdeel van een bredere wapenuitrusting. Daar hoort ook een zwaard of mes bij. Hoe beter je schild is, hoe veiliger je een aanval in kan zetten. Vervolgens is het voor de tegenstander de uitdaging om een wapen te ontwikkelen dat het schild waardeloos maakt. Kortom ook schilden kunnen een wapenwedloop inluiden en vormen een onderdeel van een wapenuitrusting. Dat principe is nog altijd geldig, maar het schild van het NC3A wordt niet gedragen door een ridder, maar bestaat uit samenwerkende onderdelen die verschillende landen op land, water, in de lucht en in de ruimte hebben rondkarren, vliegen of dobberen.

Vorig jaar meldde president Obama dat de raketschildbases in Polen en Tsjechië van de baan waren. De VS zou zich gaan richten op een gelaagd raketsysteem dat bestaat uit losse onderdelen, het zogenaamde ALTBMD-systeem. Het leek voor de buitenstaander alsof het om een nieuw schild ging en het oude van de baan zou zijn. Dat is een misvatting. Al sinds begin jaren negentig wordt er binnen de VS en NAVO over een dergelijk systeem gedacht. De VS kozen al eerder deze eeuw voor het concept. Door de Obama administratie zijn de politiek en technisch moeilijk haalbare en kostbare delen weggesneden. In plaats daarvan zijn de kaarten gezet op een systeem van losse onderdelen zoals marineschepen, verschillende typen raketten, radarsystemen en waarschuwingssatellieten. Het raketschild is veranderd van een prestigieus project met grote bases her en der binnen de NAVO naar een gelaagd systeem dat bestaat uit kleinere eenheden die een kleinere gebied kunnen verdedigen. Klein is relatief en betekent hier bijvoorbeeld half West-Europa.

Verschillende landen leveren er al onderdelen voor zoals Duitsland, Frankrijk, Italië, de VS en Nederland. Spanje en Griekenland komen daar binnenkort nog bij. De bijdragen worden betaald uit de nationale begrotingen. De Verenigde Staten levert verschillende kostbare systemen, Griekenland alleen een verouderd raketsysteem. Al die systemen moeten in een groter systeem kunnen worden ingebracht, volgens het plug en play principe. Zo ontstaat dan een geheel waar de hele NAVO zijn voordeel mee kan doen. Het gelaagde systeem is in eerste instantie inzetbaar tegen raketten voor de korte en middellange afstand, maar op termijn moeten er ook lange afstandsraketten mee uit de lucht gehaald kunnen worden.

Het zwaarte punt ligt op marineschepen met zware radarcapaciteiten van Amerikaans of Nederlands ontwerp. Deze schepen moeten een zogenaamde SM-3 raket afvuren op een ballistische raket die aan het opstijgen of dalen is en deze met kinetische energie vernietigen. De anti-raket raket ontwikkelt daarbij een enorme snelheid van meer dan 4km/s. Dat is hogere raketsnelheid dan was toegestaan in het anti-ballistische raket verdrag (ABM), waar de VS in 2002 uitstapten. Raytheon vergelijkt deze raket met een tientonner die met een snelheid van 1000km/u over de weg raast. In het raketschild overzichtsrapport uit februari van het Pentagon wordt de raket genoemd als wapen tegen intercontinentale ballistische raketten (ICBM’s). Dat zijn de raketten met het grootste bereik. Over die capaciteit bestaat twijfel. Dit soort twijfel is dan wel weer gunstig voor de industrie. Nu al wordt gewerkt aan een betere versie.

Stephen D. Terstegge stelt in een studie voor het NC3A en Amerikaanse Missile Defence Agensschap uit april 2007 dat Nederland de SM-3 raket in 2015 aan zal schaffen. Dat lijkt ook logisch aangezien de Nederlandse radar in 2006 al is ingezet bij een test in de Stille Oceaan met de raket. Er is zelfs een youtube filmpje over gemaakt.

Vragen aan het ministerie van Defensie in 2007 over de aanschaf kregen een ‘wacht maar af’ antwoord: “Op dit moment worden mogelijke vervolgstappen bestudeerd. Zodra daar aanleiding toe is zult u hierover worden geïnformeerd.” In het zogenaamde Materieelprojecten Overzicht staat dat de aanschaf wordt voorbereid. In de tussentijd versterkt Nederland zijn capaciteiten door overeenkomsten met de VS rond technologieoverdracht. (‘Ballistic Missile Defence in the European Theater: Political, Military and Technical Considerations’, p. 66)

Spookprojecten werden ze tot 1995 genoemd, de materieelplannen die in de krijgsmacht worden uitgewerkt voordat ze formeel bestaan. Zo komt een wapen sluipenderwijs de krijgsmacht binnen. Na jaren van voorstudies gaan materieelplannen naar de Tweede Kamer en die kunnen moeilijk nee zeggen en praten nog wat over inschakeling van de Nederlandse industrie of Europese aanbestedingen. In dat jaar raadde staatssecreatris Gmelicht Meijling het gebruik van de term af en stelde hij voor ze 'projecten in multinationaal verband' te noemen.

Volgens Terstegge is Nederland het braafste jongetje in de raketschildklas: “Op het moment, lijkt alleen Nederland de politieke ambitie te koesteren om een verdediging tegen ballistische raketten op te zetten in de nabije toekomst.” In 2007 stelde hij dat er een land nodig is om de Europese integratie van raketschildsystemen vorm te geven. Op de Amerikaanse ambassade in Den Haag schuift men Nederland naar voren, het land dat na Japan het meeste presteert op het gebied van het raketschild, aldus een ambassademedewerker die Terstegge sprak. Naast technische samenwerking (Thales Nederland staat in hoog aanzien) en inzet van de Nederlandse marine, leidt Nederland ook al jaren een grote raketschildoefeningen. Het rijtje pluspunten van Nederland wordt afgesloten met de praktische constatering dat hier het NC3A is gevestigd en dat Den Haag een paar uur rijden van het NAVO-hoofdkwartier in Brussel ligt. “Den Haag gebruiken als centrum voor internationale samenwerking op het gebied van het raketschild ligt voor de hand (…),” aldus de onderzoeker van het Naval War College in de VS, Terstegge.

In 2008 wordt het NC3A in Den Haag benoemd tot beheerder van het gelaagde raketschild programma. Het is verbonden met operationele en test faciliteiten door de hele NAVO en werkt samen met de raketschild organisatie van het Amerikaanse leger. Het is kortom de spil in de ontwikkeling van het gelaagde raketschild. Kort daarna stellen drie leden van de SP-fractie gedetailleerde en specifieke vragen over de rol van Nederland. Er komt een ‘het heeft niet zoveel om het lijf’ antwoord. Daarna is het stil geweest op wat opmerkingen in debatten na. Wat de technische samenwerking met de VS behelst? Of het wenselijk is dat Nederland de spil binnen het NAVO-raketschild is? Welke functie de medium power radars die Nederland aan gaat schaffen binnen het raketschild gaan spelen? Dit zijn vragen die niet of nauwelijks gesteld zijn. Als Obama zegt dat het ALTBMD-programma de nadruk zal krijgen bij verdere ontwikkelingen is dit wereldnieuws. Maar er wordt nauwelijks gevolgd dat Nederland aan de rand van Den Haag een Amerikaans programma Europa binnen loodst.

Het agentschap is het voertuig om pragmatisch de interne tegenstellingen en problemen met het opzetten van een megawapenprogramma, wat het schild is, te lijf te gaan. Naast de taak om naar standaarden te zoeken tussen de systemen uit verschillenden landen om het plug and play mogelijk te maken, heeft het NC3A nog een taak en dat is ervoor zorgen dat dit een Europees-Amerikaans project wordt. Het raketschild lag gevoelig in Europa. De angst voor ballistische raketten is hier minder dan in de Verenigde Staten. De noodzaak om nieuwe grootse stappen te zetten wordt dan ook minder gevoeld terwijl Iran (dit land wordt steeds opgevoerd als reden voor het schild) wel dichterbij Europa ligt.

Voor de VS heeft de samenwerking met Europa verschillende voordelen. Het bindt Europa aan de Verenigde Staten op een belangrijk militair project. Tevens is het van geostrategisch belang voor de VS om ook vanuit Europa een schild te hebben naar het oosten (o.a. richting Rusland, al zullen ze dat niet snel openlijk zeggen) Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De NAVO haalde onlangs Israël bij haar raketschildactiviteiten. Niet alleen binnen de NAVO ook op bilateraal gebied heeft de VS raketschildsamenwerkingsverdragen gesloten, zoals met Australië, Zuid-Korea en Japan. Goed beschouwd wordt er een paraplu tegen ballistische raketten opgestoken rond het vasteland van Azië (inclusief het Midden-Oosten).

Nu alle kaarten op een gelaagd systeem worden gezet is de coördinerende en faciliterende rol van het NC3A nog belangrijker dan hij al was. Ook de daar ontwikkelde technologie is uiteindelijk bedoeld om te komen tot een systeem dat lange afstandsraketten te lijf kan. Net als de door Reagan en Bush gepropageerde systemen. De bases in Oost-Europa zijn dan wel van de baan, maar op de raketschild basis in Alaska worden nog steeds nieuwe raketten opgesteld. De Russen hebben al gewaarschuwd dat als het raketschild ze teveel bewegingsruimte gaat ontnemen ze uit het onlangs gesloten START-verdrag over de reductie van kernwapens zullen stappen.

In Nederland vinden testen en oefeningen plaats voor het schild nog steeds plaats. Zo is in mei van dit jaar getest of het systeem voldoet aan de minimum eisen en in juli werden verplaatsbare commandocentrales voor het raketschild getest. De strijd tussen schild en zwaard krijgt vanuit Den Haag een nieuwe impuls.

Dit artikel is geschreven in het kader van een onderzoek naar de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog tegen het terrorisme door Martin Broek, mogelijk gemaakt door de Fondsen Pascal Decroos en Stichting Democratie en Media.

Zie ook: kranten

zondag 20 september 2009

Bezuinigingen op Defensie door Rood

De broekriem aanhalen, de hand op de knip, een zuinige overheid, met zijn allen verantwoordelijkheid nemen etc etc. Dat was deze week de belangrijkste boodschap. “Jaja,” dacht ik, “zal wel en bij Defensie zeker lekker doorgaan met uitgeven.” Maar nee, ook Defensie is onder het hakblok van Bos doorgeweest. Het ministerie moet in 2010 € 65 miljoen inleveren op een begroting van € 8.460,9 miljoen. (Vorig jaar werd voor het jaar 2010 € 8.347,9 miljoen voorzien.) Dat is een bezuiniging van driekwart procent, voorwaar geen flinke aderlating. Maar dat had ik ook niet verwacht. U/jij wel?

Wat de drie linkse partijen in de Kamer erover te zeggen hebben? Daar was ik ook benieuwd naar. Allereeerst de standpunten uit de verkiezingsprogramma's of tussentijdse heroriëntatie.

De PvdA wil gelden verschuiven van materieel naar personeel. bron Ze hadden dit al bedacht voordat Obama hetzelfde deed. Verder: “Ach de PvdA,” zegt mijn schoonvader altijd als het gaat over defensiebeleid van de partij, “hun standpunt tijdens de politionele acties, de oorlog in Indonesië, zegt genoeg.”

De SP met haar forse tegenstand tegen interventies in Kosovo, Irak en Afghanistan wilde in haar verkiezingsprogramma een bezuiniging van 2 ½ miljard over de gehele regeerperiode (dat is dus ruim 600 miljoen per jaar in 2006 euro’s). De SP was drie jaar geleden nog tegen de NAVO. Nu nog tegen de NAVO-politiek, waarmee de organisatie zelf buiten schot blijft. Een harde opstelling is ingeruild voor pragmatisme. Waar niets mis mee hoeft te zijn.

Bij GroenLinks, van oudsher de partij waar antimilitaristen onderdak zochten, stond in het verkiezingsprogramma: “Bij Defensie wordt bespaard door integratie/betere samenwerking van de krijgsmachtonderdelen, extra verkoop van onroerend goed en beperking van de defensietaken, stopzetten JSF.” Dat moest 700 miljoen opbrengen, een kleine 200 miljoen per jaar. Nog niet zo lang geleden wees deze partij de hele Defensiebegroting af.

De tegenbegrotingen:

De SP: Defensie kan in 2010 extra bezuinigen door extra reducties in vooral materieel. Nederland kan toe met minder marineschepen (fregatten, onderzeeërs etc), minder materieel voor de landmacht (tanks, pantserhouwitsers), en minder F16’s (€ 300 mln.).

Bij GroenLinks: Deelname aan het JSF project wordt beëindigd. Ook bezuinigen we binnen Defensie op nieuw wapentuig. Dit bespaart in totaal 300 miljoen.

De PvdA heeft als coalitiepartij geen tegenbegroting. We moeten het met In dienst van Nederland, in dienst van de wereld doen.

Conclusies


De conclusie is dat de standpunten van SP en GroenLinks elkaar nauwelijks ontlopen. De SP wil wapens afschaffen, wapens die met name worden genoemd.GroenLinks wil minder investeren in nieuwe wapens. Maar hoeveel minder is niet helemaal duidelijk. Als de JSF ingeruild wordt voor een langere levensduur F-16 of een goedkoper vliegtuig, dan hebben deze partijen hun bezuiniging al (bijna) geheel binnengehaald.

Opvallend is dat de SP gekelderd is van bezuinigen ter grote van 625 miljoen naar 300 miljoen. Dat is meer dan een halvering ten opzichte van waarmee het in 2006 naar de kiezer ging. GroenLinks is gestegen van 175 naar 300 miljoen euro.

De verschuiving van de SP is moeilijk verklaarbaar, zeker aangezien de partij door zijn bijdrage aan de zorg en gezinnen de kosten van de overheid 2 miljard groter maakt dan het Kabinet. Mogelijk speelt ook hier de wens om pragmatisch te zijn. Buitenlands- en defensiebeleid zijn bij uitstek gebieden om dit te laten zien. Van pragmatisch naar verwatering blijkt een kleine stap.

Eigenlijk is een bezuiniging van 3,7% op een Defensiebegroting van beide partijen nogal minnetjes.

dinsdag 15 september 2009

JSF: parlement met een kluitje in het riet

De Tweede Kamer kent zo zijn vaste rites. Niets tegen rites overigens, ze geven vastigheid in een chaotische wereld. Een van die rites is het sturen van brieven (soms met een aangehecht rapport) naar de Tweede Kamer. Parlementsleden mogen daar dan via de griffie vragen over stellen.

Meestal zijn die vragen niet het meest spetterende deel van de werkzaamheden, maar hooguit de opmaat tot een debat. Slechts een enkele keer zijn ze nieuws, zoals rond de Nederlandse militaire betrokkenheid bij Irak. Deze week staan Feitelijke Vragen over een JSF-geluidsoverlastonderzoek op de agenda.

Het is niet zo slim om er aandacht aan te besteden in een column die fris en fruitig geschreven moet zijn; bij stoffigheid haken de lezers immers af. Blijven ze wel hangen dan zijn ze al geïnteresseerd en daarmee niet degenen die ik zoek. Zij kunnen gelijk door naar de laatste twee alinea’s.

De brief en het rapport zijn saai. Laat ik daarover eerlijk zijn. Bovendien waar gaat het helemaal om? Ten eerste over geluidsbelasting voor de direct omwonende van de vliegbasis Leeuwarden en Volkel. De rest van Nederland zal het wel merken. Ten tweede over de Niemeskant-variant. Dat laatste is een norm waarbij nieuwbouw mogelijk is binnen als acceptabel vastgestelde geluidsnormen. Het is geen spetterde tekst dus. Dat lijkt bijna opzet. Het woord ‘toename’ zocht ik tevergeefs. Het woord ‘geluidsoverlast’ komt niet voor, laat staan ‘takke herrie’. De conclusie is saai en laat alleen zien dat er met de JSF minder gevlogen kan worden dan met de F-16 binnen dezelfde geluidsnormen.

Waarom staat er nergens in ronde woorden, dat de JSF vier maal zoveel geluid produceert dan de F-16. Dat het kortom een geluidsmonster is. Dat haal ik wel uit een levendig geschreven artikel ( F-35: Ik ben gevechtsvliegtuig, hoor me brullen) op een Amerikaanse militaire site. Die 4 x F-16 zegt me tenminste iets. Dan weet ik wat me op Vleiland te wachten staat.

Een van de vragen die de defensiewoordvoerders indienen luidt waarschijnlijk: “Is al bekend wat de constatering dat het noodzakelijk is dat de huidige middelen voor handhaving van de geluidsbelasting, voorafgaand aan de eventuele invoering van de F-35, gemodificeerd moeten worden voor kosten met zich mee zal brengen?” Kosten daar draait het immers om. Je zou ook nog kunnen vragen welk buitenland de niet binnen de normen vallende vliegoefeningen wil hebben. De luchtmacht wil die gaan exporteren. Wat dat dan weer kost en of er al afspraken in die richting zijn.

Als domper op het doorworstelen van het rapport komt dan: “De resultaten zijn geldig zolang de uitgangspunten die gehanteerd zijn voor de berekeningen niet wijzigen.” Menig belegger weet wat deze formulering betekent. Alsof het niet genoeg is, voegen de onderzoekers daar nog aan toe: “De gebruikte uitgangspunten voor geluidsbelasting berekeningen zijn gebaseerd op een moment opname. Door voortschrijdend inzicht is het mogelijk dat de uitgangspunten voor de berekeningen wijzigen. Indien dit plaatsvindt, dienen nieuwe berekeningen te worden uitgevoerd om de geluidsbelasting te bepalen.” Daarmee zijn de antwoorden op de vragen ook al grotendeels beantwoord.

Zo houd je jezelf lekker aan het werk als onderzoeker van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium. Sterker nog dit bedrijf werkt al vanaf het begin aan de Joint Strike Fighter. Het zegt zelf: “the replacement project is of great importance to us.” . Belanghebbende zou je dan zeggen en daarom niet geschikt om het onderzoek uit te voeren. Eigenlijk is het van de gekke dat het Parlement zich met zo’n kluitje in het riet laat sturen. Je neemt daarmee je eigen werk niet serieus. Ze zouden over dit rapport helemaal geen vragen moeten stellen. Het aan de kant moeten slingeren en een onafhankelijk onderzoek moeten eisen.

Ze hebben toch wel iets beters te doen dan zich met een werkverschaffings-project van de militaire industrie bezig te houden. Verder alleen bedoeld om kritiek binnen de PvdA te verstommen. Ze zouden zich ook nog meer kunnen buigen over de geopolitieke gevolgen van de interventie in Afghanistan en de gezondheidsaspecten voor de betrokken militairen. De afkeer in Nederland over deze zinloze missie wordt steeds sterker. Hé wacht eens, had ik zelf niet beter een column kunnen schrijven over de rol van ons leger in Afghanistan.

Dat had ik moeten doen. Krachtige en duidelijke uitspraken kwamen gelukkig al van Wim van den Burg van de grootste Nederlandse militaire vakbond. Daar kan ik me mooi achter verschuilen. Maar ik had daarnaast nog kunnen schrijven over het feit dat het Nederlandse leger samenwerkt met het grootste huurlingenleger uit de geschiedenis. Of met een leger waar martelen niet strafbaar is. Een krijgsmacht die volgens Amnesty International een loopje neemt met de mensenrechten. Ja daarover had ik moeten schrijven en ik neuzel mee over decibellen. Hoewel, je zou er maar last van hebben.