Posts tonen met het label ike eisenhower. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ike eisenhower. Alle posts tonen

woensdag 16 februari 2011

de kloof tussen mooie woorden en lelijke daden

“Elk wapen gemaakt, elk oorlogsschip dat van stapel liep, elke afgevuurde raket betekent uiteindelijk diefstal van hen die hongeren en zonder voedsel zitten en van hen die kou lijden en geen kleren hebben. Deze wereld van de wapens geeft niet alleen geld uit. Ze besteed ook het zweet van de arbeiders, het genie van wetenschappers en de hoop van de kinderen. Hoe dan ook, dit is geen manier van leven.” Dit zei de Amerikaanse president Eisenhower in 1953.



Het zijn woorden van de president die acht jaar later ook het Militair Industrieel Complex als grootste bedreiging van zijn tijd zou benoemen. De afgelopen weken werd duidelijk dat die woorden nog maar weinig praktische waarde hebben. De regering Obama stelde 11 februari voor Caïro weer een miljard euro militaire steun te geven. Opstand of geen opstand. Het militaire regime had zonder veel problemen zijn oude man terzijde geschoven en de greep op de samenleving – en economie - behouden. Goede vrienden die het goed doen geef je cadeaus.

Ook in Nederland worden veel mooie woorden gesproken als het om wapens gaat. Woorden die werden vastgelegd in wapenexportbeleid dat zegt rekening te houden met spanningen, mensenrechten en ontwikkeling. Wijlen Hans van Mierlo prikte hier in 1996 als minister van Buitenlandse Zaken prachtig doorheen. Woorden die ook een citaat waard zijn: “Het in absolute zin toepassen van de criteria [voor wapenexport] zou betekenen dat de Nederlandse defensie-industrie geen exportmogelijkheden meer heeft, terwijl de binnenlandse markt te klein is (…) Dan zou de Kamer moeten besluiten de defensie-industrie in Nederland te verbieden.”

En zo is het maar net. De wapenexporten zijn sinds de jaren negentig gestegen van 200 miljoen euro naar 900 miljoen in het eerste decennium van deze eeuw. Een groei van 450 procent. Menige industriesector zou er een feestje om vieren. Niet de wapenfabrikanten die blijven klagen dat ze het zo moeilijk hebben, omdat er zoveel regeltjes zijn waaraan ze moeten voldoen.

De klanten voor de Nederlandse defensie-industrie bevinden zich over de hele wereld. Voor een belangrijk deel zijn het NAVO-landen; de Verenigde Staten, Duitsland en Griekenland voeren de lijst aan. Verder in de top-5 Indonesië en Marokko die in de periode 2000-2009 op vier en vijf staan. Ze kochten beide bootjes bij De Schelde, een vestiging van Damen in Vlissingen.

Heel vaak gaat er ook tweedehands leger materiaal van de overheid de grens over. Je zou denken dat Den Haag klanten uitkiest waar alles risico’s vermeden dat de wapens misbruikt worden. Toch gingen F-16 gevechtsvliegtuigen naar Jordanië. Het militaire regime in Egypte kocht hier zelfs duizend pantservoertuigen en productie apparatuur voor het vervaardigen van vizieren. Betrouwbare en belangrijke bondgenoten hebben ook in Nederland een streepje voor.

Wapenexportrichtlijnen of niet. Er is geen enkel land in de Maghreb dat geen wapens krijgt van Nederland. Zelfs Libië is sinds 2008 weer klant. Er zijn mooie woorden van Eisenhower. Er zijn militaire en economische belangen. Er zijn mooie markten. En er is flinke dosis pragmatisme. Misschien nog wel meer dan Van Mierlo kon voorzien.

Martin Broek

Voor leveranties aan Maghreb landen zie:
- Egypte broekstukken.blogspot.com/.../nederland-belangrijke-leverancier.html
- Tunesië broekstukken.blogspot.com/.../tunesie-al-jaren-lang-klant-voor.html
- Nieuw: Algerije, Jemen, Jordanië, Libië, en Marokko Overzicht leveringen 2004-2009.

Geschreven voor Sargasso

donderdag 13 januari 2011

Ike; 10% er af?

Vandaag is het donderdag en morgen vrijdag. Dan moet ik niet alleen deze column inleveren, maar ook een praatje houden voor de Technische Universiteit Eindhoven. Die Universiteit heeft een Vredescentrum, van naam en faam. Daar wordt gereflecteerd op de rol van de technicus in de samenleving. Ik sprak er al een paar keer eerder.

Dit keer ben ik gevraagd om over het Militair Industrieel Complex, Millennium Doelstellingen en wapenhandel te praten. Lekker breed onderwerp waarmee je alle kanten op kan. Ook actueel met de veranderingen die Obama en consorten door willen voeren in de aanbestedingen van de Amerikaanse krijgsmacht. Barack is dol op het citeren van overleden voorgangers en heeft zeker ook de tekst van Ike’s afscheidsspeech bestudeerd en de waarschuwing die deze bevat: “against the acquisition of unwarranted influence, whether sought or unsought, by the military-industrial complex” en de mogelijikheid dat het “endanger our liberties or democratic processes”. Daar wil ik morgen ook mee beginnen. (Voor wie hem nog niet kent YouTube biedt uitkomst.)



Nog meer dan Eisenhower kon voorzien is de positie van de militaire industrie inmiddels geworteld in de democratie. Dan doel ik niet alleen op de achtergrond van de staatssecretaris van Defensie, Lynn, die tot voor kort hoofd overheidslobby was van een van de grootste wapenfabrikanten ter wereld, Raytheon. Dan doel ik vooral op de technologische wapenwedloop die de Verenigde Staten voert tegen zichzelf: wat kan, moet; wat moet, kan beter; en tegen alsmaar hogere kosten. Niet voor niets gaat 54% van de overheidsbudgetten voor onderzoek in de VS naar militair onderzoek. Dat is waanzinnig.

Het wordt steeds alledaagser om te smijten met grote cijfers. Laat ik ook mijn duit in het zakje doen. Op dit moment wordt jaarlijks wereldwijd voor meer dan 1.300.000.000.000 dollar aan legers besteed. De Verenigde Staten nemen daarvan de helft voor hun rekening. Dat is geld bestemd voor het handhaven en versterken van vrede en veiligheid. Balken en strepen zorgen dat zij vooraan staan bij vraagstukken hierover en dus ook bij de verdeling van het geld.

Veiligheid is echter ook een dak boven je hoofd, een inkomen, voedsel op je bord, droge voeten, niet sterven aan een zwangerschap, een netje boven je bed etc. Voor grote groepen en steeds grotere groepen zijn dit allerminst zekerheden. Het leven is voor hen vol gevaar en allerminst veilig en zeker. Eisenhouwer sprak in 1961 nog uitdrukkelijk over militaire veiligheid, die toevoeging hoor je nog zelden. Dat militairen en vooral zij voor veiligheid zorgen lijkt net zo natuurlijk als het dragen van schoenen om je voeten droog en warm te houden.

Het klimaatprobleem zal de wereld in 2020 alleen al 175 miljard euro kosten berekende de Europese Unie, de Millennium Ontwikkelingsdoelen 40 – 60 miljard dollar extra per jaar. Dat berekende de wereldbank in 2004. De economische crisis vraagt om tientallen miljarden extra voor de zwaarst getroffenen meldde het IMF vorige week.

Er is dat potje van 1.300 miljard dollar. De helft daarvan wordt uitgegeven op kosten van de rest van de wereld. Zij lenen de VS immers het geld zodat het Pentagon op te grote voet kan blijven leven.

Mij lijkt er niets mis mee als er een campagne komt die stelt dat hier tien procent van af moet. Het lijkt mij een rechtvaardige eis. Zeker op een keerpunt van de geschiedenis, waarop de wereld de Koude Oorlog ontgroeit is en de Verenigde Staten niet langer het terrorisme als grootste bedreiging zien, maar de economische crisis die zoveel mensen in diepe ellende stort. Laat hen, maar ook de rest van de wereld dan de tering naar de nering zetten. Misschien kan dit onderwerp aan de orde komen op de viering van 60 jaar NAVO in april dit jaar.

Dat wilde ik vrijdag zeggen en na enige twijfeling deed ik dat ook. Want ik wil mijn mond zo graag opendoen om te zeggen dat in tijden van crisis wel iets van dat militaite budget af mag om de zwakste hier en daar veiligheid te geven.

Martin Broek

(12 maart 2009)

Deze column is gebaseerd op de serie over wapens en ontwikkeling en geschreven voor konfrontatie

Toevoeging:
Het einde van de column heb ik veranderd. Het was niet mijn bedoeling om in eerste plaats over mijn eigen gezondheid te schrijven, wel om mijn beperkingen aan te geven, terwijl het zo nodig en wenselijk is dat mensen hun mond opendoen.

Toevoeging 2: Even heb ik getwijfeld of ik een tweede blog zou wijden aan de bijeenkomst in Eindhoven over het Militair Industrieel Complex. Ik heb besloten het niet te doen. Wel wil ik er hier kort op terug komen. Aan het einde van zijn verbijsterend mooie inleiding maakte de polemoloog Wecke de volgende opmerking:

"Voorzitter nog een opmerking. In een artikel van Ko Colijn en Freke Vuist wordt de opmerking gemaakt dat de staatssecretaris van Defensie in 1973 klikte naar de Amerikanen. Hij gaf gegevens door uit de Ministerraad ten faveure van een nieuw Amerikaans gevechtsvliegtuig. Die staatssecretaris van Defensie was destijds Bram Stemerdink.”

Wat een toeval Bram was precies de voorzitter van de dag en had in zijn inleidende praatje - zowel op papier als woordelijk - beweerd dat de Franse Mirage was afgevallen in de race voor een nieuw vliegtuig, omdat de maker daarvan de Belgische premier Vanden Boeynants (VDB) had omgekocht en men de aanschaf van de Mirage daarom te risicovol vond. Geconfronteerd met zo’n elegante, maar wel krachtige, aanval op zijn handelen stond de politicus in Stemerdink gelijk op. Hij kwam met een mooie anekdote:

“Op een dag stapt mijn secretaresse binnen en zegt Mijnheer de Minister [Stemerdink was inmiddels minister van Defensie in de periode 1976-77]: ‘er is een mijnheer van de inlichtingendienst die uw archief wil zien van toen u staatssecretaris was, zonder dat u daarvan mag weten. Kunt u die niet even zelf spreken.’ Ik liet hem binnenroepen en heb nog nooit iemand zo bescheten gezien.
Wat wilt U?
Wilt U mijn archief zien?
Dat kan, ik heb de sleutel.
Wat wilt U zien?
Hij wilde het rapport zien over de aanschaf van de F-16. Ik pakte het gelijk uit de kast. 'Ja die is het', zei de inlichtingen man. Ik liet destijds de rapporten die ik kreeg altijd doorslaan met blauw vloeipapier om mijn aantekeningen op te maken en Vredeling (de minister van Defensie in 1973) maakte rommelig zijn aantekeningen in de kantlijn. Hij had mijn schone rapport geleend en laten kopiëren en dat was teruggevonden in het Oostblok [ik meen dat hij zei door een dubbelspion, MB].”

Ik weet niet of dit verhaal ook in de memoires van Stemerdink staat, maar hier diende de anekdote duidelijk om de vraag van Wecke te ontwijken en te doen vergeten. Die vraag prikte nl. door de stelling van Stemerdink heen dat uiteindelijk na een onafhankelijke beoordeling de keuze op de Amerikaanse F-16 was gevallen. Dat het de Mirage niet werd, kwam alleen door VDB.

En passant wordt nog even duidelijk gemaakt dat niet zijn afdeling, maar die van Vredeling verantwoordelijk was, voor het lekken naar de Russen. Over zijn lekken aan de Amerikanen geen woord meer. En dat die F-16 ook niet helemaal reukvrij werd aangeschaft daaraan werd nog geen voetnoot gewijd.

Toevoeging 3: Mijn bijdrage aan de reader staat op internet