Posts tonen met het label strategie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label strategie. Alle posts tonen

dinsdag 1 oktober 2019

Boekbespreking: Unrestricted warfare


Unrestricted warfare is door twee Chinese kolonels geschreven, Qiao Liang en Wang Xiangsui. Het is een van de vreemdste boeken die ik ooit aanschafte. Ik kocht het omdat ik benieuwd was naar het Chinese masterplan om de Verenigde Staten te vernietigen (het werd met de ondertitel China's Master Plan to Destroy America verkocht). Dat het werd vertaald uit Chinese militaire bron was voor mij een aanbeveling. Niet vanwege sensatiezucht of omdat ik dit letterlijk nam, maar ik wilde lezen over de Chinese militaire plannen van binnenuit. Het was relatief recent uitgegeven, nl. november 2015. In een snel veranderende wereld is 'actualiteit' een belangrijk criterium en een kleine vier jaar viel nog net binnen die tijdsspanne.

Propaganda

Als ik het ontvang zie ik nergens de dreigende ondertitel terug. Het heet unrestricted warfare in algemene zin. Wat ik ook al snel zie is dat het voor het eerst is gepubliceerd in 1999. Er is al een eerdere Engelstalige uitgave van geweest door de Pan American Publishing Company op 11 september 2002. Een jaar na de terroristische aanslagen op New York en Washington. Een datum die niet per ongeluk is gekozen. De dreigende woorden van de ondertitel prijken hier wel op de voorpagina, evenals een zich in het WTC borend passagiersvliegtuig. Dat laatste is niet helemaal onbegrijpelijk, hoewel met minachting van de inhoud. Al in 1999 schreven de auteurs dat: “The weapons used by them [terroristen] can be airplanes,” en een paar pagina's verder: “Whether it be the intrusions of hackers, a major explosion at the World Trade Center, or a bombing attack by bin Laden, all of these greatly exceed the frequency band widths understood by the American military.” Maar de inhoud is eerder – hoewel kritisch – VS vriendelijk dan vijandig. Volgens zeggen heeft de Marine Academie van de Verenigde Staten de auteurs gevraagd om het boek te mogen gebruiken. Het is al in 1999 vertaald door de Amerikaanse Foreign Broadcast Information Service. Er is zelfs een wiki over het boek en kopen was niet nodig geweest het is te downloaden van de site van een Amerikaans militair tijdschrift.

Miskoop

Een miskoop dan? Het boek is een reactie op de Golfoorlog van 1990-1991 en welke militaire lessen daarin zijn algemeenheid uit te te trekken zijn. De neiging is dan groot om te schrijven, interessant, maar geen nieuwe gedachten, ik volgde die oorlog en zijn naweeën immers goed. Toch geldt dat niet. Het bevat ideeën die ik nog niet eerder of in deze abstracte vorm tegenkwam. Het wil afrekenen met het idee dat oorlog een militaire zaak is. Oorlog gaat om het bereiken van politieke doelen “de vijand dwingen jouw belangen te dienen.” Het zijn niet bij uitstek – juist steeds minder – militaire middelen die daarbij de doorslag geven. Het slagveld is verlegd. Cyberaanvallen, gebruik van de media en financiële speculatie (de Aziatische financieel economische crisis van 1998 had zich net voorgedaan waarbij speculatief kapitaal een doorslaggevende rol speelde; in het boek steeds beperkt tot George Sorros).

Spelers

De natiestaat is volgens de schrijvers nog steeds de belangrijkste politieke eenheid. Maar de positie ervan is steeds vaker verbonden met multinationale eenheden (VN, IMF, NAVO, Shanghai-samenwerkingsorganisatie e.d.) of verdragen waar ze macht aan ontlenen. Het is geen nieuw inzicht*, maar in een tijdperk dat de machtigste natiestaat ter wereld internationale organisaties en bondgenoten schoffeert en het INF-akkoord, de Iran-deal en Wapenhandel Verdrag (ATT) verre van zich gooit wel interessant. China, the new kid on the block, vult met liefde voor het eigenbelang de openvallende ruimte en omarmt de verdragen en afspraken die de VS juist schendt. Dat is anders dan na de Golfoorlog. Destijds wisten de Verenigde Staten 30 landen te bewegen aan de oorlog deel te nemen en China was neutraal. Maar de spelers op het oorlogstoneel in ruime zin zijn ook niet-statelijke actoren, zoals NGO's, hackers en terroristen. Inderdaad ook allerminst een nieuw inzicht, maar ingebed in een idee over de onbeperkte oorlog doet het denken hoe oorlog de grijze zones van onze samenleving binnen treedt.

Technologie

Binnen het militaire domein zijn de middelen enorm toegenomen door technologische revoluties die op den duur ook een revolutie van militaire zaken in zullen luiden. Want het is niet de technologie maar het resultaat van strategie dat leidend moet zijn, aldus de auteurs. Samengevat in een tussenkop is dit: “Het gevecht vechten dat past bij de wapens” en “De wapens maken die passen bij het gevecht.” De moderne technologie maakt meer mogelijk dan de Verenigde Staten beseffen en zo gebruikt de VS de technologische voorsprong die het heeft maar voor een deel. Militairen zijn bovendien conservatief en bleven tijdens de Golfoorlog zweren bij de tank, terwijl de gevechtshelikopter een veel grotere rol speelde en niet onderdoet in vuurkracht. Toch is de tank ook in Nederland weer terug van weggeweest. In Afghanistan gebruikten de Canadezen de door Nederland afgeschafte Leopard-tanks om ommuurde woningen binnen te vallen en als mobiel reuzenschild voor grondtroepen.

Wapens

We staan pas aan het begin van een een steeds snellere technologische verandering. De toegenomen technologie leidt tot veel meer mogelijkheden voor militaire oorlogsvoering, intensiever in inzet, gelijktijdigheid en over de grenzen van typen technologie heen. Kleinere landen kunnen met een snuggere inzet uit beperkte middelen verschillende typen militaire en niet militaire wapens beter gecoördineerd inzetten en zo aan slagkracht winnen. Cyber is al een nieuw domein in militaire doctrines, naast land, lucht, water en ruimte. De auteurs voorspellen zelfs nog een nieuw domein nano-space.

De schrijvers zijn soms wel optimistisch, vermoedelijk zullen ze huiveren bij dat woord, dat de nieuwe vormen van oorlog met minder bloedvergieten gepaard zullen gaan, maar het aanbrengen van economische schade, het platleggen van energiecentrales of het beïnvloeden van oogsten zal vele levens kosten, alleen niet door kogels of scherven, maar door gebrek aan inkomen en/of levensbehoeften. De nieuwe technologie voor oorlogsvoering vraagt geen kanonnenvoer zoals in Verdun, maar kan minstens evengrote destructieve effecten hebben. Oorlog zal wél onvoorspelbaarder worden dan ze ooit is geweest.

Media

Het idee wapen zal ingrijpend veranderen. “Op een ochtend worden mensen wakker en zullen ontdekken dat een paar vriendelijke en aardige dingen een offensief en dodelijk karakter hebben gekregen.” De wapens komen dichterbij gewone mensen, zoals de media die ingezet worden om moraal te ondermijnen, bijvoorbeeld. Of om de steun voor de oorlog te versterken. De Nederlandse pers koos er bijvoorbeeld om de gruwelen van de snelweg van de dood aan de lezer en kijker te onthouden, zo werden tere zieltjes gespaard, maar ook de schijn van een schone oorlog hoog gehouden en goed bedoeld of niet de militaire hoofdkwartieren zullen er blij mee zijn geweest. Aangezien het publieke (mensenrechten verdedigen) en het eigenlijke doel (economische belangen) van oorlogen van elkaar kunnen verschillen wordt het moeilijker soldaten te motiveren. Dat is geen nieuw probleem, maar moderne media zijn wel gevoeliger voor manipulatie.

Geld

Oorlog voeren en ontwikkeling van wapens kost een flinke hap uit de beperkte financiële middelen. Er is de krijgsmacht dan ook veel aan gelegen, zoveel mogelijk middelen binnen te slepen. Het claimen dat zij de veiligheid verdedigen is daarbij slechts een eerste stap om het publiek van hun onmisbaarheid te overtuigen. De militaire uitgaven in de wereld zijn nog nooit zo hoog geweest als nu. Schijnbaar zijn de militairen er goed in hun plannen te verkopen aan de politici die beslissen over de begroting. De schrijvers stellen dat zorgen voor de financiën voor een goed en aanlokkelijk programma kan dienen als aas voor een nieuwe financiële investering. Ze concluderen bovendien dat politici vaak in het geheel geen verstand hebben van militaire zaken en geen alternatieve plannen tegenover die van de generaals kunnen zetten, en om geen domkop te lijken meegaan met de plannen van de militairen. Het idee, zoals dat leeft in de VS, dat militaire technologie de doorslag zal geven bij een conflict, leidt er bovendien toe dat er altijd meer, nieuwere, krachtiger, gecompliceerdere en duurdere wapens worden aankocht. De begroting voor nieuwe technologie is belangrijker in de VS dan “moreel, moed, wijsheid en strategie” constateren de Chinese kolonels. Het is moeilijker om zich technologie toe te eigenen (en anderen dus te onthouden) dan ze te ontwikkelen, waardoor je als vanzelf in een kostbare wedloop raakt om schijnbaar haantje de voorste te blijven. Het is een systeem dat in ieder geval goed is voor de wapenindustrie.

Beperkingen

Restricties zijn er ook als het gaat om inzet zelfs in een boek met zo'n ruime titel. Er zijn internationale verdragen om de wapenwedloop en proliferatie te beperken. Sinds het schrijven van het boek zijn er nogal wat verdwenen. Het verdrag tegen anti-ballistische raketten (ABM) is al door Bush jr. in 2002 ten grave gedragen. President Trump heeft daar nog het een en ander aan toegevoegd. De auteurs constateerden in 1999 nog dat de niet militaire middelen voor oorlog nog niet van die beperkingen kenden. Dat kan gezien worden als een negatieve en positieve constatering in één. Immers als de neuzen in de wereld enigszins dezelfde richting op staan dan zijn beperkingen in te stellen, zelfs ten tijde van hoog oplopende spanningen, zoals in de Koude Oorlog. En hoewel nogal wat verdragen van het internationale veiligheidsmenu zijn afgevoerd, blijven nieuwe onderwerpen voor beperkingen en daarmee versterking van de internationale veiligheid zich aandienen. Maar naast de twee stappen voorwaarts staat helaas ook een een stap terug.

Combinatie

Militair denken heeft een ideologische, theoretische, praktische, filosofische, wetenschappelijke en kunstzinnige kant, schrijven de auteurs. Voor mij zijn het meestal de invloed op veiligheid, ontwikkeling en en mensenrechten die op de voorgrond staan. Dat het boek niet over Chinese militaire ontwikkelingen gaat is onverwacht, maar het is niet slecht kennis te nemen van militair filosofisch denken: het vergroot inzicht in moderne de ontwikkeling van de moderne oorlogsvoering op hoofdlijnen. Een paar woorden over asymetrische oorlogsvoering bijvoorbeeld vergroten mijn inzicht en dat het een medicijn is tegen luiheid van denken, omdat het recht tegen de conventionele denkwijze ingaat is weer eens een andere uitleg van het woord dan waar ik aan gewend ben.
Verschillende middelen in combinatie en tegelijk inzetten en denken over grenzen heen, terwijl je de grenzen wel in het oog houdt (minder doen met meer meer middelen) is de boodschap van het boek. Zonder de vreemde geschiedenis van het boek in de Verenigde Staten had ik het vermoedelijk nooit gelezen.

Martin Broek

* Hoofdstuk 6 van Chris Ogden, 'China and India; Asia's Emergent Great Powers' (Polity: Cambridge/Malden, 2017) is er geheel aan gewijd.

maandag 28 maart 2011

Duelleren rond de Noordpool?

Gerrit de Veer, de croniqueur van de reizen van de zeehelden Willem Barentsz en Jacob van Heemskerk, schrijft dat het tot nu toe niet is gelukt om via het noorden een route naar China te vinden, “maar de vooruitzichten zijn niet helemaal hopeloos. (...) Ik denk dat de juiste koers nu snel gevonden kan worden.” In het jaar dat De Veer zijn boek schrijft bereiken Nederlanders via de route om Zuid-Afrika Azië.

De poolreizen van Barentsz waren het gevolg van het initiatief van een Middelburgs koopman, Baltasar de Moucheron, om een vloot met dat doel uit te rusten. De Staten van Zeeland en de stadsbesturen van Amsterdam en Enkhuizen volgden het plan van de koopman. Het was bedoeld om de Spanjaarden en Portugezen de loef af te steken. Later is de overwintering op Nova Zembla een ‘nationaal monument’ geworden en flink aangedikt in schoolboeken en op de schoolplaten van Isings. Maar al deze heraldiek terzijde, er zaten handels- en geopolitieke overwegingen achter. Al bleek een route destijds onmogelijk. Het is nu duidelijk dat die route er zes eeuwen later wel komt. De wereld zal er ingrijpend door veranderen.

IJsvrij


De meest negatieve rapporten gaan er van uit dat er al over tien jaar een doorgang door het ijs zal zijn. De schattingen van de meest optimistische klimaatwetenschappers gaan ervan uit dat in de tweede helft van deze eeuw een langdurige doorgang – van juni tot oktober – mogelijk wordt. De pool is dan geen onneembare hindernis meer zoals in de 17e eeuw. Onderzeeërs gaan er nu al onderdoor, ijsbrekers houden delen ijsvrij, vliegtuigen gaan er overheen en je kunt landen waar je wilt. Maar is nog steeds een barrière voor de scheepvaart op de kortste route naar Azië. Dat is van groot belang, want negentig procent van het vrachtvervoer gaat over zee. Dat geldt zowel voor civiel als voor militair vervoer. In beide gevallen kan flink op kosten in tijd en geld bespaard worden als er een handelsroute om de noord is.

Er komen delen van de wereld aan zee te liggen waarvoor dat miljoenen jaren geleden het geval is geweest. Ook als het nog decennia duurt, is het een enorme verandering. Het doet denken aan de gevolgen van de platentektoniek (de langzame beweging van aardschollen), maar dan versneld. Nu al wordt er ingespeeld op de veranderingen door de bouw van havenfaciliteiten. Zo bouwt Canada in het hoge noorden de ertshaven Nansivik om tot marinebasis; heeft de Amerikaanse overheid een uitgebreid programma waaronder ook investeringen in nieuwe technologie en bases vallen; zet Rusland speciale gevechtstroepen voor de noordpool op. Rusland houdt zich verder op de vlakte over de militaire kant van de poolpolitiek. Het Russische plan voor het poolgebied spreekt over het ontwikkelen van de sociale infrastruktuur voor de (inheemse) bewoners, toerisme, scheepvaart, en ecologie. In Canada maakt men zich nauwelijks druk over de Russische plannen. Toch mag duidelijk zijn dat de noordzijde van Canada en Rusland – en in mindere mate van de andere aangrenzende landen Denemarken/Groenland, Noorwegen de Verenigde Staten/Alaska – zich onvermijdelijk gaat ontwikkelen naar een van de belangrijkste scheepvaartroutes ter wereld.

De beide kanalen die de continenten doorsnijden: het Panamakanaal en het Suezkanaal zullen sterk aan belang inboeten. Een tocht van Tokio naar Londen via de noordwestpassage is 12.000 kilometer korter dan via het Panamakanaal (respectievelijk 15.700 en 27.800 km). Via de noordelijke Zeeroute is de tocht 9.300 km korter dan via het Suezkanaal (resp. 14.800 en 24.000 km). Het gaat om een geografische verandering van enorme proporties zowel voor de handel als voor de strategische verhoudingen. De Moucheron en consorten hadden dit potentieel goed begrepen.

Grondstoffen en economie



Door het afsmelten van de poolkappen komen eilanden bloot te liggen die voorheen niet te zien waren. Ook wordt het gemakkelijker de grondstoffen te winnen die onder de bodem van de noordelijke IJszee liggen. Naast olie en gas zijn dat zoet water, vis en mineralen als titanium, tin en ijzererts. Dit laat de ogen glimmen van ondernemers die hierin nieuwe delf- en vangstgebieden zien.

Toch wordt er ook druk gespeculeerd over de mogelijkheden en moeilijkheden van de oliewinning, die plaats moet vinden onder extreme omstandigheden. Het is er ijs- en ijskoud en er zijn ronddrijvende schotsen en ijsbergen die de winning bemoeilijken. Bovendien is een deel van de Noordelijke IJszee 4500 meter diep. Toch is volgens een Amerikaanse studie van het U.S. Geological Survey (USGS) een groot deel van deze fossiele brandstoffen wel te winnen.

De onderzoekers van het geologisch instituut stellen dat er een hoeveelheid ruwe olie van 83 miljard vaten in de bodem zit. Dat is bij het huidige verbruikstempo voldoende voor drie jaar van de totale wereldconsumptie. Met de gasvoorraad van 1550 biljoen kubieke meter kan de wereld langer vooruit. Dat is voldoende voor 14 jaar van het totale gebruik in de wereld. De meeste voorraden liggen in water dat een diepte van 500 meter of minder heeft en zijn dan ook te winnen. Het is wel een soort noodvoorraad, want de omstandigheden blijven extreem. Maar als extra bron zeker niet onbelangrijk.

Samenwerking


Geen wonder dat de vijf aangrenzende landen allen op een flink stuk van de taart azen. Een deel van die claims overlapt elkaar. De strijd in de noordelijke wateren wordt sinds 2007 kracht bijgezet door op de diepzeebodem een Russische vlag te plaatsen of een Amerikaanse atoomonderzeeër door de poolkap omhoog te laten komen. Naast deze spektakelstukjes vinden er steeds meer oefeningen plaats en ontstaan tal van militaire fora waarin Europese landen hun beleid op elkaar afstemmen.

In november 2010 werd serieus gesproken over een Noors-Baltische defensie- alliantie. Een paar maanden later kwam in Londen een groep noordelijke landen bijeen, die vooral spraken over economische kwesties, waaronder oliewinning. Een Russische commentator sprak in reactie op deze ontwikkelingen in januari 2011 van een Arctische mini-NAVO. Er wordt al langer gewerkt aan de integratie van de defensiecapaciteiten van de Scandinavische landen. Inmiddels neemt vooral het Verenigd Koninkrijk regelmatig deel aan dergelijke overleggen, maar ook Duitsland en Polen schuiven zo nu en dan aan.

Oefeningen winnen steeds meer aan belang. De belangrijkste is Cold Response die iedere twee jaar wordt georganiseerd door Noorwegen. Bij deze oefening draait het om koud weer oefeningen, amfibische landingen en samenwerking tussen de deelnemende troepen. Vorig jaar namen 9.000 militairen uit veertien landen deel. De regio is op Rusland na volledig een NAVO-regio. De oefeningen en fora brengen die landen bij elkaar. Daardoor functioneert de pool ook als vliegwiel bij het versterken van militaire samenwerkingsverbanden met de neutrale landen in Scandinavië binnen en buiten de NAVO. Dat is een niet onbelangrijk neveneffect.

Conflictbemiddeling


Binnen het kader van de oefening Pomor-2010 trainden Noorwegen en Rusland de bestrijding van terroristen op olieplatforms. Marineschepen en vliegtuigen namen deel aan de oefening. De relaties tussen Noorwegen en Rusland in het poolgebied kennen meer ontwikkelingen. Vorig jaar september losten beide landen een al veertig jaar bestaand conflict over overlappende claims in de Barentsz Zee en Noordelijke IJszee op. Samenwerking op het gebied van visserij wordt versterkt en er zijn gedetailleerde afspraken over de winning van olie en gas dat zich onder beide gebieden bevindt. De verwachting is dat beide parlementen het verdrag binnenkort zullen ratificeren. Daarmee ontstaat druk op andere landen in de regio om hetzelfde te doen. En dat is nodig. Er zijn conflicten tussen Canada en Denemarken, tussen Canada en de Verenigde Staten en tussen Rusland en de VS. Denemarken en Canada kwamen al overeen het geschil vreedzaam te beslechten nadat de Canadese kustwacht enige jaren geleden de Deense vlag een paar keer van het eiland Hans had gehaald.

Het kan zijn dat de afspraak tussen Noorwegen en Rusland onderdeel is van een Russische diplomatieke inspanning om een voordeliger positie te krijgen in het debat rond de beheersing van de polen. Zo ontkende het land opeens dat het speciale gevechtstroepen opzet voor de Arctische regio. Het kan ook zijn dat Rusland realistisch is en ziet dat Moskou bij samenwerking in internationaal verband meer te winnen heeft.

Er zijn zeker geschillen en er wordt militaire capaciteit opgebouwd, maar het grootste veiligheidsrisico wordt niet gevormd door de tegenover elkaar staande legers, maar de grote klimatologische veranderingen die het gevolg van de smeltende poolkappen zullen zijn. De belangrijkste strategische verandering zal pas op de lange termijn ontstaan, als de doorvaart via de noordelijke routes mogelijk wordt. De aangrenzende landen zullen geostrategisch belangrijker worden aangezien ze hoe dan ook controle kunnen uitoefenen op scheepsbewegingen. Een belangrijke vraag zal zijn of de noordwestpassage en de noordelijke zeeroute als internationale wateren zullen worden beschouwd of als territoriale wateren (met bijvoorbeeld beperkingen op militaire doorvaart). Met iedere ijsberg die smelt wordt die vraag belangrijker.

Martin Broek

Geschreven voor Vredesmagazine, met dank aan Kees Kalkman voor de redactie.

Bronnen:
1. David W. Titley, ‘ARCTIC SECURITY CONSIDERATIONS AND THE U.S. NAVY'S ROADMAP FOR THE ARCTIC,’ Naval War College Review, 01/04/2010
2. Jackie Grom, ‘Arctic May Boost Oil and Gas Reserves,’ 28/05/2009
3. Murray Brewster, ‘Russia's Arctic policy no cause for alarm, MacKay told,’ the Globe and Mail, 25/08/2010
4. GERARD O'DWYER, Report: Alliance Would Cut Costs, Improve Defense; Proposed Nordic-Baltic Pact Gains Steam,’ Defense News 15/11/10
5. Diplomatic shifts in the warming Arctic, Strategic Comments, The International Institute For Strategic Studies Volume 16, Comment 50 – December 2010
6. Heather Conley en Jamie Kraut , ‘U.S. Strategic Interests in the Arctic; An Assessment of Current Challenges and New Opportunities for Cooperation,’ CSIS - CENTER FOR STRATEGIC & INTERNATIONAL STUDIES, april 2010
7. Jaap de Wilde, ‘Van wie is de Noordpool? En gaat erom gevochten worden?,’ 02/04/2009
8. ‘Territorial claims in the Arctic,’ wiki op 07/03/2011
9. Sergei Balmasov, ‘Arctic NATO to watch the Russians,’ Pravda.Ru, 20/01/2011
10. Gerrit de Veer, 'NOVA ZEMBLA; De tochten van Willem Barentsz en de overwintering in het BEHOUDEN HUIS,' vertaald door Vibeke Roeper en Diederick Wilderman (Athenaeum - Polak & Van Gennip: Amsterdam, 2004).

Zie ook: 
Admiral Robert J. Papp Jr., U.S. Coast Guard, 'The Emerging Arctic Frontier,'
Proceedings Magazine - February 2012 Vol. 138/2/1,308

woensdag 12 januari 2011

NAVO: De strijd van de rede tegen de redelozen

Nog een klein half jaar en dan bestaat het grootste militaire bondgenootschap 60 jaar. De kritiek erop is verstomd of is tenminste beperkt tot gestommel en gestamel tussen de schuifdeuren.

Dit jaar is een document gepubliceerd: ‘Towards a Grand Strategy for an Uncertain World; renewing Transatlantic Partnership’. Het is een tekst geschreven door vijf hoge militairen b.d. Vier generaals en als voorzitter een admiraal. De laatste komt uit Nederland en is voormalig chef-staf van de krijgsmacht Van Breemen. De andere hadden in Duitsland, Engeland, Frankrijk en de VS ook deze hoogste militaire functie. Op 11 september 2001 – kan het mooier -, besloten ze gezamenlijk tijdens een bijeenkomst in Nederland, een werkstuk te maken dat de toekomst van de NAVO als uitgangspunt had. Twaalf keer kwamen ze bij elkaar in Londen of Amsterdam om de tekst samen en met behulp van wetenschappers te bespreken.

Die tekst mag er zijn. Hij is holistisch van aanpak ofwel het gaat om een voorstel tot totale militarisering: “De Westerse wereld en zijn bondgenoten moeten een gezamenlijke strategie overeenkomen die alle voorhanden zijnde middelen zou moeten bevatten, en zich materieel voor moet bereiden op wereldwijde en regionale uitdagingen die we kunnen voorspellen en ook die we niet kunnen voorspellen,” (p. 45).

Als voormalig criticaster van het Soeharto bewind bekroop mij het huiveringwekkende idee met een stelletje Haris Nasutions’ te maken te hebben die voor de NAVO een dwi fungsi doctrine hebben ontworpen. Het bondgenootschap moet niet alleen militair, maar ook sociaal actief zijn, want de risico’s voor de vrije samenleving liggen overal. Het klimaat, de teloorgang van de rationaliteit, globalisering etc. alles vraagt om een antwoord dat deel uitmaakt van de Grand Strategy. De Indonesische Maarschalk op leeftijd Nasution kwam al jaren geleden terug op zijn idee, omdat het misbruikt werd. Vijf krijgshaftige heren uit het Westen doen het nog eens over, maar dan voor de gehele wereld. Hun mandaat daarvoor is de rede en de strijd tegen de redelozen.

Ook als het gaat over wapens nemen de NAVO-pensionarissen geen blad voor de mond. Wie nog dacht dat kernwapens slecht zijn, vergist zich, zelfs in handen van India en Pakistan zijn ze niet per definitie slecht: “The nuclear weapons of India and Pakistan have produced some regional stability, but also a new set of risks and uncertainties” (p. 46). Aan Pakistan worden in het nucleaire kader nog kritische woorden gewijd, India blijft geheel buiten schot. Slecht zijn kernwapens in handen van de tegenstander, zo is de boodschap. Riddereer is allang een edele dood gestorven. De vijand mag zich niet wapenen, maar de good guys, dat is de NAVO en zijn bondgenoten, die moeten daar wel toe in staat zijn. Ze mogen die wapens zelfs gebruiken. “The first use of nuclear weapons must remain in the quiver of escalation as the ultimate instrument to prevent the use of weapons of mass destruction, in order to avoid truly existential dangers” (94).

Zelf slaap ik er gek genoeg ook geen nacht minder om. Vroeger zou ik zijn gaan kladden, plakken, folderen en schrijven. Nu verbaas ik me over het feit dat zoveel militair intellect, gesteund door professoren, niet verder komt dan een propagandafolder vol angstzaaierij en herhalingen, blijkbaar moeten ook de volgelingen van de rationaliteit niet te hoog worden ingeschat; de NAVO-dubbelfunctie met ultieme nucleaire kracht moet er in geslepen worden. Of komt het door het leedvermaak dat ik er zo laconiek onder blijf. Met alle ervaring, kennis, routine en middelen die de NAVO heeft, is ze niet in staat om problemen krachtdadig te lijf te gaan. Een groot aantal landen vertikt het mee te doen aan gevechtsoperaties in Irak en Afghanistan. De eerste de beste dakloze voor de Albert Heijn haalt meer binnen dan Jaap de Hoop Scheffer na zwaar aangezette smeekbedes.

Toch moet je deze propaganda folder wél serieus nemen. Hij is geschreven voor het militaire bondgenootschap dat twee maal zoveel geld aan militairen en wapens spendeert als de rest van de wereld, inclusief de engerts uit Rusland, China, India, Venezuela en Afrika tezamen. Mijn leedvermaak is onverstandig.

Geschreven voor Konfrontatie (2008-02-28) aangepast op 9 december 2008.
Alle onderstrepingen van mijn hand.

zondag 19 december 2010

De Chinese marine: van bijwagen naar zelfstandige vloot (deel 2)


Deel 1 zie hier

Verdere ontwikkeling

Op den duur zal de Chinese marine zich ontwikkelen naar een volwaardig krijgsmachtdeel, maar zover is het nog lang niet. China beseft zelf ook dat de marine nog in de kinderschoenen staat. De manier waarop ze hier verandering in probeert te brengen is drieledig:

- Steeds complexere marine oefeningen. Vaak ook samen met eenheden in de lucht en op het land. Hierdoor neemt de paraatheid, de kennis over wapensystemen toe en worden leemtes in kennis, kunde en techniek van de bemanningen duidelijk. De oefeningen zijn ook bedoeld om te laten zien waartoe China in staat is, vooral richting Taiwan.

- Tenslotte worden vlootbezoeken gebruikt als diplomatiek middel. Een haven is een manier om contacten aan te knopen of te verstevigen. China gaat zelfs verder. Het bouwt havens. De laatste aanwinst is een contract voor het management van de haven van Gwadar, de grotendeels door China gebouwde haven in Pakistan komt zo onder Chinese controle. Hij zal dan behoren tot wat het Pentagon het Chinese parelsnoer noemde, haven faciliteiten en haventoegang van China via Birma, Bangladesh, Sri Lanka en Pakistan tot Soedan. (Overigens is ook het belangrijkste havenbedrijf van Rotterdam, de ECT, in handen van China en kocht China havenfaciliteiten in Griekenland.)

Dit zijn kleine stappen op weg naar een marine die vrij moet kunnen opereren binnen de eerste en tweede gordel. Nog veertig jaar van opbouw moeten volgen. De planning is dat China in 2050 een zogenaamde Blue Water Navy heeft die op de oceanen kan opereren. De Russen, VS, Frankrijk en Verenigd Koninkrijk hebben al dergelijke marines.

Conficten


De Zuid-Chinese Zee is een zee vol conflicten. Hij is rijk aan vis en mineralen. Territoriale wateren overlappen elkaar en om de meest armetierige bovenwaterstekende rotsen en riffen wordt een heisa gemaakt alsof het een heel eiland betreft. Vaak heef dat te maken met olie of mineralen. Dergelijke conflicten spelen niet alleen tussen China en de buurlanden, maar ook tussen de buurlanden onderling. Overleg tussen de verschillende landen is over het algemeen goed en er is geïnstitutionaliseerde samenwerking. Bijvoorbeeld in het Vrijhandelsverdrag tussen China en de Associatie van Zuidoost Aziatische landen (ASEAN: Birma, Brunei, Cambodja, Filippijnen, Indonesië, Laos, Maleisië, Singapore, Thailand en Vietnam), het verdrag van Vriendschap en Samenwerking uit 2003, dat China als eerste niet ASEAN land ondertekende, en de Declaration on the Conduct of Parties in the South China Sea (DOC). China wil wel steeds meer buiten deze verklaring om regelen, aangezien ze stelt dat het niet om conflicten met ASEAN, maar individuele landen gaat. Geen van de partijen heeft er echter belang bij de conflicten te hoog op te laten lopen. Het conflict over de eilandengroep de Paracels tussen China, Taiwan en Vietnam is een lakmoesproef of er een volwassen mechanisme komt voor het oplossen van conflicten.

De strijd om de eilanden kan soms toch hevig oplaaien. Zoals eind oktober rond de Diaoyu of Senkaku eilanden die China, Taiwan en Japan elkaar betwisten.1 Hilary Cinton stelde eind oktober dat de eilanden bij Japan horen, omdat in een bilateraal verdrag tussen de VS en Japan (Okinawa Reversion Treaty, 1970) staat dat deze eilanden - die bij Okinawa horen - aan Japan zouden worden teruggegeven. Zo is een oud conflict door de VS beslecht, terwijl het eigenlijk voor het internationaal gerechtshof had moeten komen. Zo stelt ook de New York Times blogger Nicholas Kristof. Hij vindt dat het gelijk aan China’s zijde ligt.2 Via dit soort territoriale conflicten wordt de spanning nu alleen maar nodeloos opgevoerd.

Het andere conflict dat dreigend over de regio blijft hangen is de animositeit tussen de VS en China. Niet altijd even hevig, maar op de achtergrond altijd dreigend. Alleen het ontwikkelen van meer en sterkere structuren tussen de landen in de regio los van de Verenigde Staten zullen tot een meer ontspannen verhouding leiden. Dan kunnen er ook afspraken over bewapening te komen. Nu bewapenen alle landen in de regio zich steeds verder en op grote schaal. Buiten de financieel economische crisis van eind jaren negentig is dit al dertig jaar gaande. Het heetste hangijzer in de regio is de soevereiniteit van Taiwan. Deze erkennen is een onvermijdelijk deel van een vreedzame ontwikkeling van het deel van de wereld om China heen. Maar het is niet erg waarschijnlijk dat dit zal gebeuren. Veel ASEAN-landen, met Singapore en Vietnam voorop, willen de VS in de regio houden om een tegenwicht te vormen tegen de groeiende reus China. De positie van Taiwan is daarbij een sterk argument.

De krachtige woorden van Clinton aan het adres van China in het conflict rond de eilanden zullen niet leiden tot een betere veiligheidssituatie. Als dit soort spierballentaal de dynamiek gaat bepalen dan is een nog verdere militarisering van de regio onafwendbaar. Het is duidelijk dat de belangrijkste militaire macht van de regio niet China is, maar de Verenigde Staten met hun bases op Okinawa, de Filippijnen en in Zuid-Korea. Voor China is dit een stimulans te blijven bouwen aan een marine voor grootschaliger operaties. Zo vrij als Zheng He’s vloot zullen de schepen niet zijn, want ook de buurlanden en India versterken hun vloten om hun ruimte op zee te claimen. De Verenigde Staten heeft zijn atoomvloot in de Stille en Indische Oceaan al versterkt. Een nieuwe Koude Oorlog zou het resultaat kunnen zijn.

Martin Broek

Noten:
1) Een overzicht van territoriale disputen rond China kan gevonden worden op: http://www.dmoz.org/Society/Issues/Territorial_Disputes/China/
2) Zie voor een van zijn blogs over de kwestie: http://kristof.blogs.nytimes.com/2010/09/20/more-on-the-senkakudiaoyu-islands/

Einde deel 2 voor deel 1 zie hier

Dit artikel werd geschreven voor het Vredesmagazine
Abonnee worden: Stuur een email naar: info@vredesmagazine.nl
Voor meer informatie: http://www.vredesmagazine.nl

Bronnen
- China’s naval ambitions, 10 myths America holds about China, CMDR. THOMAS HENDERSCHEDT AND LT. COL. CHAD SBRAGIA, September 2010
- China’s navy, Distant horizons; China flaunts its naval muscle, QINGDAO, 23 april 2009
- China asserts role as a naval power
- The military build-up is one way to protect its growing economic clout, Edward Wong, The International Herald Tribune, April 23, 2010
- ANNUAL REPORT TO CONGRESS, Military and Security Developments; Involving the People’s Republic of China, 2010 en 2008

- Territorial Disputes
: China (43)
- 40 YEARS OF ASEAN, PERFORMANCE, LESSONS AND PERSPECTIVES, On the ground, Nicholas D. Kristof, 20 september 2010
- More on the Senkaku/Diaoyu Islands
- Foreign Minister Yang Jiechi Refutes Fallacies On the South China Sea Issue 2010/07/27
- People’s Liberation Army Navy
- Chinese Military Seeks to Extend Its Naval Power <br>EDWARD WONG, NYT April 23, 2010
- http://www.nytimes.com/2010/04/24/world/asia/24navy.html
- China's forces lack strong naval tradition, 17 mei 2010 Bron: Honolulu Advertiser

- China’s Evolving naval strategy Li Nam EAI Background Brief No. 343, 26 juli 2007
- China's three-point naval strategy

De Chinese marine: van bijwagen naar zelfstandige vloot

In de elfde eeuw had China een bewapende vloot die groter was dan die van de Europese zeevarende mogendheden bij elkaar. De Chinese zeilschepen uit die tijd behoren nog steeds tot de grootste die ooit zijn gebouwd. In de 15e eeuw bevoer China alle Aziatische kusten, het Midden-Oosten en Oost-Afrika. Zheng He was drijvende kracht achter de ontdekkingsreizen naar deze verre oorden. Maar na zijn dood werd de Chinese marine ontmanteld en keerde China zich naar binnen.

China raakte in verval als maritieme grootmacht en na korte tijd was er niets meer van over. Het duurde eeuwen voordat er weer leven in kwam. Momenteel keert China zich weer naar buiten en wordt de vloot belangrijker, al moeten we de huidige sterkte niet overdrijven. Onder de leiding van Deng Xiaoping zijn in 1979 stappen gezet om een marinetak te creëren binnen het Chinese Volksleger (People’s Liberation Army Navy, PLAN). De marine ging opereren met de zogenaamde kustverdedigingsstrategie (near-coast strategy). Daarvoor had ze een vloot van kleine en van de landmacht afhankelijke schepen (onder meer voor de inlichtingen voorziening) die de kust moesten verdedigen tegen amfibische landingen van de Sovjet Unie. Ze had een ondersteunende taak en van een zelfstandige marine was (en is ook nu nog) geen sprake. Ze valt nog steeds onder het Volksleger.

Twintig jaar opbouw

In 1987 werd een nieuwe strategie geïntroduceerd voor een actieve verdediging van de kustzeeën (near-seas active defence). De PLAN kreeg de taak om te opereren tot de eerste gordel van eilanden (zie kaartje) die ongeveer 200 zee mijl uit de kust ligt. Hiervoor waren schepen nodig die zelfstandig kunnen opereren rond betwistte eilanden, tegen Taiwan en bij het verdedigen van zeewegen. Ruimte voor deze strategie verandering ontstond door de wegvallen van de Sovjet Unie, steun van het civiele deel van de Communistische Partijleiding en actieve inspanningen van vlootcommandanten. Een dergelijke ontwikkeling sloot bovendien naadloos aan op de groeiende internationale economische activiteiten van China. De ambities worden echter getemperd door gebrek aan financiële middelen (het overgrote deel bleef naar de landmacht gaan) en afwezigheid van technologische kennis. 

Nadat de Verenigde Staten in 1996 twee vliegdekschepen naar Taiwan hadden gestuurd om China te waarschuwen dat het Tapei zou steunen bij Chinees optreden tegen het eiland kwam er meer dynamiek in de ontwikkeling van de marine. Deze confrontatie, het belangrijkste conflict waarbij China betrokken is, bleek de beste aanbeveling voor de opbouw van maritieme strijdkrachten die de Chinese admiraal zich konden wensen.  In 2004 werd een stap gezet naar een nieuwe strategie voor operaties ver op zee (far-seas operations of far sea defence). De taken van de marine werden uitgereid naar de tweede gordel van eilanden. Dat betekent dat de marine moet kunnen opereren tot 1000 zeemijl uit de kust. Zo bouwt de economische macht China zijn militaire macht op zee uit. Aanvoerlijnen over zee worden daarmee verdedigd. Toch schreef de gerenommeerde website GlobalSecurity.com nog in 2005 dat “de vloot overwegend wordt bevolkt door oude onbruikbare schepen. Zelfs de recentst gebouwde schepen hebben evident gebreken waar het onderzeeboot bestrijding en luchtverdediging betreft.” Voor de kleinere buurlanden is het al wel een geduchte tegenstander.

De marine krijgt inmiddels meer dan een derde van het militaire budget. De geldende maritieme strategie gaat er vanuit dat China binnen de eerste gordel moet kunnen opereren. Toch is dat is maar gedeeltelijk mogelijk. Vrij opereren binnen de gordel is alleen mogelijk als de buurlanden Australië of de VS dat toestaan. Voorlopig is het vooral een ambitie. Feitelijk streeft China geen vrijheid om te opereren na. De intentie is simpeler: de capaciteit ontwikkelen om anderen het opereren onmogelijk te maken. China kan daarvoor ook de luchtmacht en anti-scheepsraketten vanaf patrouille boten inzetten.

Einde deel 1 voor deel 2 zie hier

Dit artikel werd geschreven voor het Vredesmagazine
Abonnee worden: Stuur een email naar: info@vredesmagazine.nl
Voor meer informatie: vredesmagazine.nl