Posts tonen met het label navo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label navo. Alle posts tonen

woensdag 21 januari 2015

Lezing: Libië en wapens

Donderdagavond ga ik uit. Fijn. Een avond over Libië. Gratis drinken op kosten van het ministerie van Buitenlandse Zaken. En dat voor een geheelonthouder. Lekker halal; alleen bruisend bronwater. Wat zal aan de orde komen? En wat zal er niet aan de orde komen, terwijl dat wel zou moeten? Laat ik de te verwachte juichverhalen over het VN-wapenhandelsverdrag maar overslaan. Die beginnen net zo voorspelbaar te worden als mijn kritiek daarop.

V.l.n.r. Dirk Vandewalle, Anna Macdonald en Moncef Kartas.

Meer precies gaat de avond over de link tussen de conventionele wapenhandel en de escalatie van conflicten in de Arabische regio, met een nadruk op Libië als spil van de regionale wapenhandel. De engelstalige titel luidt: 'Guns and Borders: Libya's Arms Bazaar Fueling Conflicts in the Arab World.' Dat zal toch niet betekenen dat landen uit zwart Afrika niet aan de orde komen? Mali, Niger, Nigeria, Somalië en Tsjaad hebben allemaal te maken met de Libische wapenhandel.

De rol van de NAVO-landen komt vrijwel zeker niet of nauwelijks aan de orde. Door de actieve en gewelddadige NAVO-bescherming van de Libische bevolking, of preciezer, van alles wat anti-Gaddafi was, moest de Kolonel na jaren het veld ruimen als autoritair despoot van de oliestaat. (Het was op grond van die ontwikkeling dat een burgerbeweging in Syrië op een zelfde steun rekende. Een hoop die bloedig de bodem in werd geslagen.) Bovendien werden de afspraken binnen de Veiligheidsraad zo breed door de NAVO uitgelegd dat Rusland en China geschoffeerd werden. Dit was weer niet zo positief voor toekomstige onderhandelingen en vreedzame ontwikkelingen in de wereld.

De NAVO-landen stuurden special forces, speciale commando-eenheden, om het verzet en de gevechtsvliegtuigen vanaf de grond te begeleiden. Wat minder goed werd begeleid, was de bewaking van de munitiedepots, zodat de wapens aan alle kanten verdwenen. Met alle nare gevolgen van dien voor een half werelddeel. Zou toch wat netter mogen een volgende keer. De Fransen dropten wapens die al binnen een dag werden doorverkocht en waar verschillende fracties om streden. Opmerkelijk is dat vanuit Qatar anti-tank wapens werden geleverd van het officieel in Nederland gevestigde Airbus Defence and Space. Qatar weigert aan VN-onderzoek hiernaar mee te werken, evenals het bedrijf Airbus zelf. Opmerkelijk is ook dat de VN-onderzoekers rapporteren dat medewerking van de VN-lidstaten bij de onderzoeken naar de Libische wapenstromen zeer gering is. Man en paard worden te weinig genoemd, stelt een vertegenwoordiger van een niet bij name genoemd land tijdens een Veiligheidsraad vergadering in september 2014. Ben benieuwd wat daarover wordt gezegd tijdens de lezing.

Inmiddels komt het beheer van de wapenvoorraden nog steeds langzaam op gang. Het VN-panel dat het wapenembargo en de bevriezing van tegoeden en reisbeperkingen evalueert is niet erg optimistisch in haar rapport uit 2014: Burgers en autonome gewapende groepen beheersen nog steeds het grootste deel van de wapens in het land, en onvoldoende waarborgen van veiligheid en ineffectieve grenscontroles blijven de voornaamste obstakels om wapenproliferatie tegen te gaan. (…) Arsenalen van niet-statelijke partijen zijn de voornaamste bron van wapenuitvoer uit Libië, toch zijn inspanningen tot ontwapening, demoblisering en reïntegratie beperkt.” Er wordt best gepoogd om iets te verbeteren aan het beheer en de inzameling, zoals door bijvoorbeeld de United Nations Support Mission in Libya en naast anderen de German Agency for International Cooperation, maar ga er maar aanstaan.

Er is een burgeroorlog gaande en dat maakt dat inzamelen van wapens er vanzelfsprekend niet gemakkelijker op. In zo'n situatie willen velen een wapen hebben ter bescherming. Alleen al in Benghazi kwamen de afgelopen drie maanden bij gevechten, volgens Reuters, 600 mensen om het leven. Vorige week werd duidelijk dat de Islamitsche Staat (nooit te beroerd om gebruik te maken van een vergiftigde situatie) een vestiging aan het opzetten is in Libië.

In 2014 gingen meer wapens naar Libië dan voorheen. De zuigkracht is groter geworden door de burgeroorlog. Dat wordt ook door het VN-panel gezien. De erkende regering krijgt veilig gestelde wapens uit de depots, alsmede wapens die binnen het sanctieregime worden aangemeld en goedgekeurd. Overigens gaat bij dit laatste heel wat mis. Wederom het VN Panel: De meldingen [van officieel geïmporteerde] wapens inclusief verscheidene voorwerpen, waaronder 42 miljoen stuks 7.62x39 mm munitie en meer dan 65.000 aanvalsgeweren,” maken duidelijk dat een groot deel van de importen worden ondertekend door niet bevoegde medewerkers. Tegenstanders halen de wapens via dit soort kanalen, overvallen op depots en illegale of omgeleide officiële importen. Je wordt niet vrolijk van het rapport van het VN-Panel, dat zoals elk jaar wel een schat aan informatie bevat.

In een persbericht van de Veiligheidsraad van 17 januari lees ik niettemin dat de leden met kracht herhalen dat 'er geen militaire oplossing voor de crisis kan zijn' en de strijdende partijen oproepen om een vreedzaam klimaat voor een dialoog te creëren, die geen partijen uitsluit. Ze zijn dan ook blij met de aankondiging van een wapenstilstand op 15 januari. Deze week begonnen echter alweer gevechten in oliehaven Es Sider tussen de regering en een groepering die onder andere Tripoli in handen heeft.

Hoe groot zal het deel van de bevolking zijn dat terugverlangt naar de situatie van vijf jaar geleden, onder een dictator, die net de steun weer terug had gewonnen van het Westen, vraag ik me af. Zou er zonder NAVO-bommenwerpers niet meer kans zijn geweest op een geleidelijke ontwikkeling naar democratie?

Martin Broek
Op het blog Broekstukken staat een serie artikelen over de Libische wapens.

maandag 12 december 2011

Raketschild made in Holland

Nederland is na de Verenigde Staten het land dat de grootste bijdrage levert aan de NAVO-versie van het raketschild. De raketten voor het schild komen uit de Verenigde Staten. Maar in Hengelo wordt een groot deel van de Europese technologie ontwikkeld om raketten op te sporen en de anti-raket-raketten naar hun doel te sturen. Op de Waalsdorpervlakte bij in Den Haag worden bovendien de Europese NAVO-raketschildplannen en technologische ontwikkelingen en aanschaf ervan gecoördineerd. En de Nederlandse overheid blijft in het schild investeren.

Na Nederland is Duitsland de voornaamste bondgenoot van de Verenigde Staten in Europa om de plannen handen en voeten te geven. In november jl. vond in Duitsland de oefening Rapid Arrow 2011 plaats. Deze was bedoeld om officieren van de NAVO-landen te leren hoe ze ballistische raketten moeten neerhalen. “Vanuit het gezichtspunt van de bedieners van de wapensystemen en hun commandanten bevestigde deze oefening onze mogelijkheden om tactische ballistische raketten, die gericht worden op onze uitgezonden troepen, te raken,” zegt Lt. Generaal Pluger van de Duitse luchtmacht. Hij gaat verder met: “de mogelijkheden zullen verder ontwikkeld moeten worden. Onze doelstelling moet verder gaan dan de bescherming van troepen. Ze moet zich ontwikkelen naar de bescherming van gebieden en de bevolking in de Europese NAVO-landen.”(1) Op het eerste gehoor klinkt dat prima, maar het schild zal de veiligheid in de wereld juist niet verbeteren (zie elders voor een uitgebreide uitleg en commentaar).

ALTBMD

Ruim tien jaar geleden was ik bij een presentatie van Regina Hagen van de Duitse afdeling van Natuurkundigen voor Vrede. Ze sprak over het raketschild. Niet over een schild dat een heel gebied kon beschermen, maar over veel kleine schildjes. Klein en mobiel inzetbaar, daar had Hagen het over. Niet over de prestigeprojecten die – gek genoeg ook tien jaar later nog – vooral worden geassocieerd met het raketschild. Het ging over technologisch weliswaar geavanceerde en complexe, maar op d'n duur toch ook haalbare, systemen.
Hagen plaatste de ene na de andere zeepbel op een kaart. Onder de glimmende bellen zag je bij wijze van spreken het met raketten verdedigde land liggen. De glimmende buitenkant stond voor het bereik van de anti-raket raketten, bedoeld om de vijandelijke ballistische raketten te vernietigen. Er waren ook niet bedekte gebieden. Dat waren de gebieden van de vijand. Die was dus kwetsbaar geworden door de betere verdediging van de tegenstander.
Jaren later komt deze vorm van het raketschild, kleinere eenheden die samen een groter geheel vormen, terug in het Active Layered Tactical Ballistic Missile Defense systeem. Dit ALTBMD-systeem werd in 2009 door president Obama omarmd.
De belangrijkste 'wapens' die deel uitmaken van ALTBMD zijn: computers, commando- en controlesystemen en sensoren (C3I). Naast de C3I-systemen is ook technologie nodig die in staat is alle informatie te integreren en combineren en vervolgens door te sluizen naar de raket. Die technologie staat op land, is ingebouwd in voertuigen, maar vooral op schepen gezet. Er wordt eigen radar en observatie informatie verwerkt, maar ook informatie van andere schepen, voer- en vliegtuigen en satellieten. Uiteindelijk moet de anti-raket raket door de kracht van de klap de vijandelijke raket verpulveren. Om deze botsing op lange afstand te laten slagen is veel buitengewoon veel vernuft nodig. Een volledig geslaagde test heeft nog niet plaats gevonden.

NAVO-agentschap

Op de Waalsdorpervlakte zit het zogenaamde NC3A (NATO Consultation, Command and Control Agency) (2). Dit is een NAVO-agentschap wapentechnologie wordt onderzocht, aan oplossingen voor systeemintegratie wordt gewerkt, wapentechnologie ontwikkelt en onderzoeken op dit gebied coördineert. Het gaat dan veelal om technologie op het gebied van sensoren, radar, ITC e.d. De technologie die ook voor het raketschild van groot belang is.
Het belang van de ogenschijnlijk kleine NC3A organisatie blijkt uit het gegeven dat het instituut de komende twee jaar contracten kan verdelen ter waarde van 1,5 miljard euro. Belangrijker is dat NC3A de opdracht heeft meegekregen de ontwikkelingen op raketschildgebied in Europa te coördineren. Een eerste contract dat verband houdt met de territoriale versie – dat hele gebieden of zelfs heel Europa kan verdedigen – van het schild werd in september gesloten met een samenwerkingsverband van ingenieurs. De techneuten komen van EADS Astrium uit Frankijk, onderzoeksinstituut IABG uit Duitsland, Selex SI uit Italië, Qinetiq uit het Verenigd Koninkrijk, SIAC en Raytheon uit de VS en van TNO uit Nederland. Zij zullen het team vormen dat het ALTBMD-kantoor zal ondersteunen. Dit kantoor is eveneens in het NC3A in Den Haag ondergebracht. Een jaar lang gaan de technici onderzoek doen om vast te stellen welke technologie nodig is om het tactische raketschild om te bouwen naar een strategisch schild. In november werd ook een contract gesloten met het militair-industriële samenwerkingsverband van Raytheon en Thales (ThalesRaytheonSystems (TRS)) om een aantal leemtes in het huidige tactische systeem op te vullen. Het gaat om leemtes die geconstateerd zijn tijdens oefeningen en testen.

Oefeningen

Er is een scala aan oefeningen waarbij twee of meer van de vijf belangrijkste deelnemers aan het Europese raketschild zijn betrokken. De oefeningen zijn niet alleen bedoeld om militairen te trainen in het gebruik van de wapens, maar ook op fouten op te sporen zodat die gecorrigeerd kunnen worden (trial and error). Ten eerste is er de al sinds 1996 door Nederland georganiseerde Windmill oefening met Duitsland en de Verenigde Staten. De oefening is een van de redenen dat Nederland een vooraanstaande positie inneemt in de raketschildwereld. Windmill brengt lucht, land, zee en ruimte systemen samen en behoorde tot de eerste grootschalige raketschildoefeningen. Er wordt ook nationaal geoefend en er zijn tests in de Verenigde Staten waaraan op bilaterale basis Nederland, Duitsland en de NAVO-afdelingen, zoals NC3A, deelnemen. Het zijn vooral deze drie genoemde landen die het vaakst oefenen en testen. Maar ook Frankrijk en Italië nemen deel aan oefeningen om te kijken hoe wapensystemen op elkaar inspelen.(3) Eén van de bekendste tests met Nederlandse betrokkenheid is die waarbij het Nederlandse luchtverdedigings fregat Tromp betrokken was een raket boven de Stille Oceaan te traceren (TRACKEX). Daar is zelfs een YouTube filmpje van gemaakt.

Thales

Nederland loopt niet alleen voorop als het gaat om het organiseren van oefeningen. Als sinds halverwege de jaren negentig werkt Thales, destijds nog Thomson-CSF, aan een radar-, volg- en sensorsysteem dat ingezet kan worden voor het raketschild. Thomson Nederland deed samen met de John Hopkins University en Raytheon onderzoek hoe die apparatuur van het Nederlandse product geschikt kon worden gemaakt voor interactie met Amerikaanse rakettechnologie. Het ging destijds nog om de standaardraket voor het tactische raketschild (de SM-2). Nederland hield al lang voordat de vier luchtverdedigingsfregatten (LCF), begin deze eeuw, in dienst werden gesteld rekening met inzet ervan als onderdeel van een raketschild.(4)
Ruim tien jaar later werd op grond van de positieve ervaringen met de Nederlandse technologie tijdens TRACKEX door eerder genoemde partijen plus Lockheed Martin weer een studie gedaan. Nu ging het erom te uit te zoeken of er een schild tegen ballistische raketten op de Nederlandse fregatten kon worden geïnstalleerd. De vraag werd gesteld of de waarneming en volgsystemen voldoende krachtig waren om vijandelijke raketten vroegtijdig waar te nemen en op grote hoogte te volgen en er anti-raket raketten er op af te sturen. Het kan daarbij om eigen raketten gaan – die Nederland nog heeft – of raketten van andere landen. De resultaten waren zeer positief. Met relatief kleine aanpassingen zouden schepen ingezet kunnen worden als onderdeel van het ALTBMD. De Nederlandse systemen kunnen dan gebruikt worden voor het vinden en volgen van raketten op 2000 km afstand. Ze kunnen raketten sturen naar doelen buiten de atmosfeer.

Dit komt de NAVO niet slecht uit. De Thales of daarop gebaseerde systemen zitten op zo'n twintig moderne Europese marineschepen. Er is met die aanpassingen sprake van een flinke vloot die roulerend deze taak kan waarnemen. In januari schreef marine expert Richard Sharpe dat Nederland in Europa tot op heden de grootste stappen heeft gezet naar een maritieme raketschildcapaciteit.(5) Onlangs besloot Nederland de LCF-fregatten voor ruim 250 miljoen euro te voorzien van uitgebreide langs afstand radar (Extended long range, ELR).(6) Ondanks de bezuinigingen op de krijgsmacht, gaan deze investeringen in deze superwapens wel door. De schepen zijn als deze technologie is geïnstalleerd in staat de beruchte raketten vanuit Polen en met behulp van radarinstallaties in Tsjechië naar hun doel te sturen. Ze kunnen ook zelf uitgerust worden met die raketten. Maar die beslissing is nog niet genomen.
De schepen waren al het duurste wapensysteem dat Nederland had. Ze dreigen nu ook een belangrijk onderdeel te worden van een schild waartegen Nederland een kleine tien jaar geleden nog waarschuwde, vanwege een mogelijke wapenwedloop. Maar dat gold wel Zuidoost Azië. In Nederland zelf werd ook toe al gestaag gewerkt aan het verder uitbouwen van het schild.(7)

Martin Broek
)
Zie voor een vermelding van veel van mijn artikelen over Nederland en het raketschild: Nederland bereidt de weg voor in Europa, januari 2009.

1) NC3A, NATO commanders successfully test command and control systems during missile intercept exercise, 17 november 2011.
2) Martin Broek, Raketschild in Den Haag, 10 augustus 2010.
3) Raymond Lenski, ALTBMD Simulation to the Joint CAX Forum, september 2011.
4) Op weg naar 2012, Marine Nieuws, september 1996.
5) Richard Scott, Aming High, Jane's Defence Weekly, 5 januari 2011.
6) Menno Steketee, Dutch frigates set to receive BMD capacity, Jane's Defence Weekly, 5 oktober 2011.
7) Antwoorden op parlementaire vragen over de Defensienota 2000, 28 januari 2000.

Geschreven voor Vredesmagazine dossier 'Raketschild'.

maandag 28 maart 2011

Duelleren rond de Noordpool?

Gerrit de Veer, de croniqueur van de reizen van de zeehelden Willem Barentsz en Jacob van Heemskerk, schrijft dat het tot nu toe niet is gelukt om via het noorden een route naar China te vinden, “maar de vooruitzichten zijn niet helemaal hopeloos. (...) Ik denk dat de juiste koers nu snel gevonden kan worden.” In het jaar dat De Veer zijn boek schrijft bereiken Nederlanders via de route om Zuid-Afrika Azië.

De poolreizen van Barentsz waren het gevolg van het initiatief van een Middelburgs koopman, Baltasar de Moucheron, om een vloot met dat doel uit te rusten. De Staten van Zeeland en de stadsbesturen van Amsterdam en Enkhuizen volgden het plan van de koopman. Het was bedoeld om de Spanjaarden en Portugezen de loef af te steken. Later is de overwintering op Nova Zembla een ‘nationaal monument’ geworden en flink aangedikt in schoolboeken en op de schoolplaten van Isings. Maar al deze heraldiek terzijde, er zaten handels- en geopolitieke overwegingen achter. Al bleek een route destijds onmogelijk. Het is nu duidelijk dat die route er zes eeuwen later wel komt. De wereld zal er ingrijpend door veranderen.

IJsvrij


De meest negatieve rapporten gaan er van uit dat er al over tien jaar een doorgang door het ijs zal zijn. De schattingen van de meest optimistische klimaatwetenschappers gaan ervan uit dat in de tweede helft van deze eeuw een langdurige doorgang – van juni tot oktober – mogelijk wordt. De pool is dan geen onneembare hindernis meer zoals in de 17e eeuw. Onderzeeërs gaan er nu al onderdoor, ijsbrekers houden delen ijsvrij, vliegtuigen gaan er overheen en je kunt landen waar je wilt. Maar is nog steeds een barrière voor de scheepvaart op de kortste route naar Azië. Dat is van groot belang, want negentig procent van het vrachtvervoer gaat over zee. Dat geldt zowel voor civiel als voor militair vervoer. In beide gevallen kan flink op kosten in tijd en geld bespaard worden als er een handelsroute om de noord is.

Er komen delen van de wereld aan zee te liggen waarvoor dat miljoenen jaren geleden het geval is geweest. Ook als het nog decennia duurt, is het een enorme verandering. Het doet denken aan de gevolgen van de platentektoniek (de langzame beweging van aardschollen), maar dan versneld. Nu al wordt er ingespeeld op de veranderingen door de bouw van havenfaciliteiten. Zo bouwt Canada in het hoge noorden de ertshaven Nansivik om tot marinebasis; heeft de Amerikaanse overheid een uitgebreid programma waaronder ook investeringen in nieuwe technologie en bases vallen; zet Rusland speciale gevechtstroepen voor de noordpool op. Rusland houdt zich verder op de vlakte over de militaire kant van de poolpolitiek. Het Russische plan voor het poolgebied spreekt over het ontwikkelen van de sociale infrastruktuur voor de (inheemse) bewoners, toerisme, scheepvaart, en ecologie. In Canada maakt men zich nauwelijks druk over de Russische plannen. Toch mag duidelijk zijn dat de noordzijde van Canada en Rusland – en in mindere mate van de andere aangrenzende landen Denemarken/Groenland, Noorwegen de Verenigde Staten/Alaska – zich onvermijdelijk gaat ontwikkelen naar een van de belangrijkste scheepvaartroutes ter wereld.

De beide kanalen die de continenten doorsnijden: het Panamakanaal en het Suezkanaal zullen sterk aan belang inboeten. Een tocht van Tokio naar Londen via de noordwestpassage is 12.000 kilometer korter dan via het Panamakanaal (respectievelijk 15.700 en 27.800 km). Via de noordelijke Zeeroute is de tocht 9.300 km korter dan via het Suezkanaal (resp. 14.800 en 24.000 km). Het gaat om een geografische verandering van enorme proporties zowel voor de handel als voor de strategische verhoudingen. De Moucheron en consorten hadden dit potentieel goed begrepen.

Grondstoffen en economie



Door het afsmelten van de poolkappen komen eilanden bloot te liggen die voorheen niet te zien waren. Ook wordt het gemakkelijker de grondstoffen te winnen die onder de bodem van de noordelijke IJszee liggen. Naast olie en gas zijn dat zoet water, vis en mineralen als titanium, tin en ijzererts. Dit laat de ogen glimmen van ondernemers die hierin nieuwe delf- en vangstgebieden zien.

Toch wordt er ook druk gespeculeerd over de mogelijkheden en moeilijkheden van de oliewinning, die plaats moet vinden onder extreme omstandigheden. Het is er ijs- en ijskoud en er zijn ronddrijvende schotsen en ijsbergen die de winning bemoeilijken. Bovendien is een deel van de Noordelijke IJszee 4500 meter diep. Toch is volgens een Amerikaanse studie van het U.S. Geological Survey (USGS) een groot deel van deze fossiele brandstoffen wel te winnen.

De onderzoekers van het geologisch instituut stellen dat er een hoeveelheid ruwe olie van 83 miljard vaten in de bodem zit. Dat is bij het huidige verbruikstempo voldoende voor drie jaar van de totale wereldconsumptie. Met de gasvoorraad van 1550 biljoen kubieke meter kan de wereld langer vooruit. Dat is voldoende voor 14 jaar van het totale gebruik in de wereld. De meeste voorraden liggen in water dat een diepte van 500 meter of minder heeft en zijn dan ook te winnen. Het is wel een soort noodvoorraad, want de omstandigheden blijven extreem. Maar als extra bron zeker niet onbelangrijk.

Samenwerking


Geen wonder dat de vijf aangrenzende landen allen op een flink stuk van de taart azen. Een deel van die claims overlapt elkaar. De strijd in de noordelijke wateren wordt sinds 2007 kracht bijgezet door op de diepzeebodem een Russische vlag te plaatsen of een Amerikaanse atoomonderzeeër door de poolkap omhoog te laten komen. Naast deze spektakelstukjes vinden er steeds meer oefeningen plaats en ontstaan tal van militaire fora waarin Europese landen hun beleid op elkaar afstemmen.

In november 2010 werd serieus gesproken over een Noors-Baltische defensie- alliantie. Een paar maanden later kwam in Londen een groep noordelijke landen bijeen, die vooral spraken over economische kwesties, waaronder oliewinning. Een Russische commentator sprak in reactie op deze ontwikkelingen in januari 2011 van een Arctische mini-NAVO. Er wordt al langer gewerkt aan de integratie van de defensiecapaciteiten van de Scandinavische landen. Inmiddels neemt vooral het Verenigd Koninkrijk regelmatig deel aan dergelijke overleggen, maar ook Duitsland en Polen schuiven zo nu en dan aan.

Oefeningen winnen steeds meer aan belang. De belangrijkste is Cold Response die iedere twee jaar wordt georganiseerd door Noorwegen. Bij deze oefening draait het om koud weer oefeningen, amfibische landingen en samenwerking tussen de deelnemende troepen. Vorig jaar namen 9.000 militairen uit veertien landen deel. De regio is op Rusland na volledig een NAVO-regio. De oefeningen en fora brengen die landen bij elkaar. Daardoor functioneert de pool ook als vliegwiel bij het versterken van militaire samenwerkingsverbanden met de neutrale landen in Scandinavië binnen en buiten de NAVO. Dat is een niet onbelangrijk neveneffect.

Conflictbemiddeling


Binnen het kader van de oefening Pomor-2010 trainden Noorwegen en Rusland de bestrijding van terroristen op olieplatforms. Marineschepen en vliegtuigen namen deel aan de oefening. De relaties tussen Noorwegen en Rusland in het poolgebied kennen meer ontwikkelingen. Vorig jaar september losten beide landen een al veertig jaar bestaand conflict over overlappende claims in de Barentsz Zee en Noordelijke IJszee op. Samenwerking op het gebied van visserij wordt versterkt en er zijn gedetailleerde afspraken over de winning van olie en gas dat zich onder beide gebieden bevindt. De verwachting is dat beide parlementen het verdrag binnenkort zullen ratificeren. Daarmee ontstaat druk op andere landen in de regio om hetzelfde te doen. En dat is nodig. Er zijn conflicten tussen Canada en Denemarken, tussen Canada en de Verenigde Staten en tussen Rusland en de VS. Denemarken en Canada kwamen al overeen het geschil vreedzaam te beslechten nadat de Canadese kustwacht enige jaren geleden de Deense vlag een paar keer van het eiland Hans had gehaald.

Het kan zijn dat de afspraak tussen Noorwegen en Rusland onderdeel is van een Russische diplomatieke inspanning om een voordeliger positie te krijgen in het debat rond de beheersing van de polen. Zo ontkende het land opeens dat het speciale gevechtstroepen opzet voor de Arctische regio. Het kan ook zijn dat Rusland realistisch is en ziet dat Moskou bij samenwerking in internationaal verband meer te winnen heeft.

Er zijn zeker geschillen en er wordt militaire capaciteit opgebouwd, maar het grootste veiligheidsrisico wordt niet gevormd door de tegenover elkaar staande legers, maar de grote klimatologische veranderingen die het gevolg van de smeltende poolkappen zullen zijn. De belangrijkste strategische verandering zal pas op de lange termijn ontstaan, als de doorvaart via de noordelijke routes mogelijk wordt. De aangrenzende landen zullen geostrategisch belangrijker worden aangezien ze hoe dan ook controle kunnen uitoefenen op scheepsbewegingen. Een belangrijke vraag zal zijn of de noordwestpassage en de noordelijke zeeroute als internationale wateren zullen worden beschouwd of als territoriale wateren (met bijvoorbeeld beperkingen op militaire doorvaart). Met iedere ijsberg die smelt wordt die vraag belangrijker.

Martin Broek

Geschreven voor Vredesmagazine, met dank aan Kees Kalkman voor de redactie.

Bronnen:
1. David W. Titley, ‘ARCTIC SECURITY CONSIDERATIONS AND THE U.S. NAVY'S ROADMAP FOR THE ARCTIC,’ Naval War College Review, 01/04/2010
2. Jackie Grom, ‘Arctic May Boost Oil and Gas Reserves,’ 28/05/2009
3. Murray Brewster, ‘Russia's Arctic policy no cause for alarm, MacKay told,’ the Globe and Mail, 25/08/2010
4. GERARD O'DWYER, Report: Alliance Would Cut Costs, Improve Defense; Proposed Nordic-Baltic Pact Gains Steam,’ Defense News 15/11/10
5. Diplomatic shifts in the warming Arctic, Strategic Comments, The International Institute For Strategic Studies Volume 16, Comment 50 – December 2010
6. Heather Conley en Jamie Kraut , ‘U.S. Strategic Interests in the Arctic; An Assessment of Current Challenges and New Opportunities for Cooperation,’ CSIS - CENTER FOR STRATEGIC & INTERNATIONAL STUDIES, april 2010
7. Jaap de Wilde, ‘Van wie is de Noordpool? En gaat erom gevochten worden?,’ 02/04/2009
8. ‘Territorial claims in the Arctic,’ wiki op 07/03/2011
9. Sergei Balmasov, ‘Arctic NATO to watch the Russians,’ Pravda.Ru, 20/01/2011
10. Gerrit de Veer, 'NOVA ZEMBLA; De tochten van Willem Barentsz en de overwintering in het BEHOUDEN HUIS,' vertaald door Vibeke Roeper en Diederick Wilderman (Athenaeum - Polak & Van Gennip: Amsterdam, 2004).

Zie ook: 
Admiral Robert J. Papp Jr., U.S. Coast Guard, 'The Emerging Arctic Frontier,'
Proceedings Magazine - February 2012 Vol. 138/2/1,308

woensdag 12 januari 2011

NAVO: De strijd van de rede tegen de redelozen

Nog een klein half jaar en dan bestaat het grootste militaire bondgenootschap 60 jaar. De kritiek erop is verstomd of is tenminste beperkt tot gestommel en gestamel tussen de schuifdeuren.

Dit jaar is een document gepubliceerd: ‘Towards a Grand Strategy for an Uncertain World; renewing Transatlantic Partnership’. Het is een tekst geschreven door vijf hoge militairen b.d. Vier generaals en als voorzitter een admiraal. De laatste komt uit Nederland en is voormalig chef-staf van de krijgsmacht Van Breemen. De andere hadden in Duitsland, Engeland, Frankrijk en de VS ook deze hoogste militaire functie. Op 11 september 2001 – kan het mooier -, besloten ze gezamenlijk tijdens een bijeenkomst in Nederland, een werkstuk te maken dat de toekomst van de NAVO als uitgangspunt had. Twaalf keer kwamen ze bij elkaar in Londen of Amsterdam om de tekst samen en met behulp van wetenschappers te bespreken.

Die tekst mag er zijn. Hij is holistisch van aanpak ofwel het gaat om een voorstel tot totale militarisering: “De Westerse wereld en zijn bondgenoten moeten een gezamenlijke strategie overeenkomen die alle voorhanden zijnde middelen zou moeten bevatten, en zich materieel voor moet bereiden op wereldwijde en regionale uitdagingen die we kunnen voorspellen en ook die we niet kunnen voorspellen,” (p. 45).

Als voormalig criticaster van het Soeharto bewind bekroop mij het huiveringwekkende idee met een stelletje Haris Nasutions’ te maken te hebben die voor de NAVO een dwi fungsi doctrine hebben ontworpen. Het bondgenootschap moet niet alleen militair, maar ook sociaal actief zijn, want de risico’s voor de vrije samenleving liggen overal. Het klimaat, de teloorgang van de rationaliteit, globalisering etc. alles vraagt om een antwoord dat deel uitmaakt van de Grand Strategy. De Indonesische Maarschalk op leeftijd Nasution kwam al jaren geleden terug op zijn idee, omdat het misbruikt werd. Vijf krijgshaftige heren uit het Westen doen het nog eens over, maar dan voor de gehele wereld. Hun mandaat daarvoor is de rede en de strijd tegen de redelozen.

Ook als het gaat over wapens nemen de NAVO-pensionarissen geen blad voor de mond. Wie nog dacht dat kernwapens slecht zijn, vergist zich, zelfs in handen van India en Pakistan zijn ze niet per definitie slecht: “The nuclear weapons of India and Pakistan have produced some regional stability, but also a new set of risks and uncertainties” (p. 46). Aan Pakistan worden in het nucleaire kader nog kritische woorden gewijd, India blijft geheel buiten schot. Slecht zijn kernwapens in handen van de tegenstander, zo is de boodschap. Riddereer is allang een edele dood gestorven. De vijand mag zich niet wapenen, maar de good guys, dat is de NAVO en zijn bondgenoten, die moeten daar wel toe in staat zijn. Ze mogen die wapens zelfs gebruiken. “The first use of nuclear weapons must remain in the quiver of escalation as the ultimate instrument to prevent the use of weapons of mass destruction, in order to avoid truly existential dangers” (94).

Zelf slaap ik er gek genoeg ook geen nacht minder om. Vroeger zou ik zijn gaan kladden, plakken, folderen en schrijven. Nu verbaas ik me over het feit dat zoveel militair intellect, gesteund door professoren, niet verder komt dan een propagandafolder vol angstzaaierij en herhalingen, blijkbaar moeten ook de volgelingen van de rationaliteit niet te hoog worden ingeschat; de NAVO-dubbelfunctie met ultieme nucleaire kracht moet er in geslepen worden. Of komt het door het leedvermaak dat ik er zo laconiek onder blijf. Met alle ervaring, kennis, routine en middelen die de NAVO heeft, is ze niet in staat om problemen krachtdadig te lijf te gaan. Een groot aantal landen vertikt het mee te doen aan gevechtsoperaties in Irak en Afghanistan. De eerste de beste dakloze voor de Albert Heijn haalt meer binnen dan Jaap de Hoop Scheffer na zwaar aangezette smeekbedes.

Toch moet je deze propaganda folder wél serieus nemen. Hij is geschreven voor het militaire bondgenootschap dat twee maal zoveel geld aan militairen en wapens spendeert als de rest van de wereld, inclusief de engerts uit Rusland, China, India, Venezuela en Afrika tezamen. Mijn leedvermaak is onverstandig.

Geschreven voor Konfrontatie (2008-02-28) aangepast op 9 december 2008.
Alle onderstrepingen van mijn hand.

dinsdag 11 januari 2011

Investeringsadvies: lucratieve wapens

Investeer in wapens, adviseerde Rob De Wijk deze week de lezers van Sp!ts. “China en Rusland zijn al bezig met investeren in krijgsmachten om de aanvoer van energie en grondstof veilig te stellen. Het is daarom redelijk plausibel dat aandelen in de wapenindustrie een groot groeipotentieel hebben”, aldus ons nationale orakel als het om oorlog gaat.

Zijn woorden sloten mooi aan op een bericht dat ik een dag eerder las. Met de Amerikaanse wapenindustrie zou het wel goed blijven gaan. Dat stelde een handjevol Amerikaanse investeringdeskundigen: “Om eerlijk te zijn vormen wapenfabrikanten een geweldige vluchthaven gedurende de onrust [op de financiële markten.].” Je kan daar nog aan toe voegen dat ze over voldoende eigen liquide middelen beschikken en, in navolging van Rob de Wijk, wil ook ik een lucratieve toekomst voorspellen.

Eind september schoot het Congres het reddingsplan voor de financiële crisis af. Op grond van electorale en liberale overwegingen kon de markt naar de broodnodige 700 miljard fluiten. Hoewel dit een paar dagen later nog werd rechtgezet is dit des te opvallender gezien de beslissing van enige dagen daarvoor (24/9) om de defensiebegroting voor 2009 goed te keuren. Vrijwel geruisloos is een vrijwel gelijk bedrag - 612 miljard Amerikaanse dollars – door het Congres geloodst.

Dat betekent dat de Verenigde Staten hun overwicht over de rest van de wereld handhaven, door net zoveel aan het krijgsbedrijf uit te geven als alle andere landen op deze aardkloot bij elkaar. Daarbij komen dan nog vele extraatjes, die vaak in de tientallen miljarden lopen. De geavanceerde wapens waarover uncle Sam kan beschikken zijn zeer prijzig of worden dat gemaakt door de wapenindustrie. Het geld wordt steeds minder aan soldaten en steeds meer aan techniek en ijzer uitgegeven.

De Amerikaanse regering heeft bezuinigingen op de overheidsuitgaven hoog in zijn vaandel staan, behalve als het om wapens gaat. Het principe van de nachtwakerstaat – dat zo’n centrale rol speelt in de huidige neoliberale ontwikkelingen (en eerder al de opkomst van de Verenigde Staten als economie) - wordt nergens zoveel eer aangedaan als in de VS.

Om de markt te voorspellen moet je niet naar het Oosten kijken, maar naar het Westen. Men verwacht dat ook het Amerikaanse oorlogsbudget voor 2010 fors zal zijn. Tenminste dat wordt verwacht. Pin me er niet op vast, maar ik kan het niet laten ook een advies aan investeerders te verstrekken. Ik voel me gelijk een stuk mannelijker.

Nederland is natuurlijk een kleine speler naast landen als China, Rusland en vooral de VS, maar alle kleine beetjes helpen. Al behoort ons piepkleine landje wel bij de twintig wereldwijde militaire groot besteders. Toch lijkt het een waarheid als een koe dat Nederland te weinig aan haar krijgsbedrijf spendeert, omdat dit minder is dan 2% van het Bruto Nationaal Product. Dat schijnt fout te zijn. In absolute cijfers scoort Nederland goed. Daarom wordt de nadruk steeds meer op dit relatieve cijfer gericht. Het is te verwachten dat als volgend jaar de zogenaamde verkenningen naar de Nederlandse Defensie wordt afgesloten dat dan de roep om extra geld de kracht aan zal nemen van een startende straaljager.

Na 9/11 profiteerden de wapenproducenten. Nu blijkt de economische malaise weer koren op hun molen. De staatschuld van de VS zal er niet kleiner van worden. Waar moet dit eindigen?

Als toetje een comische kredietcrisisnoot.

zondag 9 januari 2011

Davids: Nog eens: geheime verdragen

Laat ik nu altijd gedacht hebben dat er geheime verdragen bestaan die een soepele afhandelingen van Amerikaanse militaire verplaatsingen over Nederlands grondgebied naar een oorlog of conflict regelen, de zogenaamde (Wartime) Host Nation Support. Ik weet dat de VS in de Rotterdamse haven een openbare vrijbrief hebben voor de afhandeling van vracht: “The Transportation Battalion has a license provided by Dutch Customs to custom clear all military cargo arriving into the Netherlands.”

Maar die afspraken bedoel ik niet. Nee, ik bedoel de verdragen die werkelijk alles voor een logistieke operatie regelen van begin tot eind. Want een goed transport begint met goede verdragen, die werkelijk alles regelen. Dat staat in elke manual van het Amerikaanse leger voor transportorganisaties.

Ook de Minister van Defensie Kamp was van het bestaan overtuigd. Hij schrijft op 18 februari 2003 dat er een bilaterale overeenkomst bestaat “over het transport van troepen en militair materieel. Zowel deze overeenkomst als de bijbehorende regelingen en nadere overeenkomsten zijn geheim. Volgens artikel 7, onder d., van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen worden dergelijke documenten niet ter goedkeuring aan het parlement voorgelegd.”

In het boek van de Commissie Davids lees ik echter dat onderzoek naar een dergelijk verdrag geen relevant gegeven heeft opgeleverd. Daarmee wuift de Commissie mijn vermoeden weg, maar ook - en dat doet er meer toe - de opmerking van de Minister. En niet alléén van de Nederlandse Minister van Defensie, maar ook van PvdA-leider Wouter Bos die er naar verwees, toen hij stelde dat de transporten niet gestopt konden worden. Belangrijker is misschien dat de Commissie Davids en passant de Belgische premier Guy Verhofstadt declasseert. Ook die stelde immers dat geheime Host Nation Verdragen aan de basis staan van de toestemming tot doorvoer van Amerikaanse wapens. Niet waar, aldus Davids.

Wel heeft de Commissie een memo gevonden gedateerd op dezelfde dag dat Kamp zijn antwoorden naar de Kamer stuurt. In dit memo schrijft een ambtenaar dat er geen formeel juridische verplichting is voor het geven van transport- of overvliegvergunningen op grond van een NAVO of bilateraal verdrag. De NAVO moet eerst een Simple Alert of hogere alarmeringsfase uitvaardigen voordat hier sprake van kan zijn.

De NAVO heeft een speciaal HNS-document: 'allied joint host nation support doctrine & procedures,' daarin staat dat host nation support plaats vindt op basis van overeenkomsten tussen het ontvangende en zendende land. Dat betekent dat in een van die overeenkomsten tussen Nederland en de NAVO of de VS moet staan dat Nederland alleen medewerking geeft als de NAVO een Simple Alert uitvaardigt (idem België). Die overeenkomst zelf heeft de Commissie Davids niet gezien. Ze rapporteert dus uit tweede hand.

Daarmee hebben we gelijk een probleem van de Commissie Davids te pakken. Ze neemt ontkenningen voor waar aan. Ook als dat strijdig is met de geschreven tekst van een Nederlandse Minister van Defensie en de woorden van de Belgische Premier. Dit soort goedgelovigheid maakt een onderzoek wel overzichtelijk, maar doet daarmee ook weinig recht aan de al een halve eeuw durende pogingen teksten over (wartime) host nation support boven water te krijgen.

Misschien zit ik er helemaal naast en is er niets geheim. Is de Commissie alleen maar vergeten er naar te vragen, maar dan is het een koudkunstje het rapport, verdrag, overeenkomst of MoU waarin e.e.a. geregeld is openbaar te maken. Daarop is nu het wachten.

(Column geschreven voor www.konfrontatie.nl)

Rapport Davids (doorzoekbaar).


Zie ook: Grote_hoeveelheden_wapens_via_Nederland_naar_Irak

Vrouwen en antimilitarisme


“Vrouwen hebben een groot aantal relaties met de krijgsmacht: ze commanderen regimenten, zijn soldaat, werken in de wapenindustrie, maken keukens en toiletten van militaire bases schoon … of protesteren tegen de militairen tijdens acties en in vredeskampen. Sommige vrouwen hebben weinig keus als het gaat om de relatie met het militaire bedrijf: ze worden gedood, verwond, verdreven uit hun huizen en beroofd tijdens gewapende conflicten.”

Het citaat komt uit een artikel van Sian Jones dat onderdeel is van veertien artikelen over feminisme en antimilitarisme (zie onder voor de links). Jones is vredesactiviste op een kamp bij de Britse basis Aldermaston en lid van Vrouwen in het Zwart.

De artikelen zijn uitgangspunt voor een discussie in Straatsburg tijdens de NAVO-top waar de militaire organisatie een feestje viert, omdat ze zestig jaar bestaat. Vrouwen in het zwart, een vredesorganisatie die zijn wortels heeft in Israël en voormalig Joegoslavië is de initiatiefnemer van de bijeenkomst. Al enige tijd geleden kwam ik de artikelen tegen en nam me voor ze later eens goed te lezen en te verwerken tot een tekst voor mijn blog.

Veiligheid

In een van de artikelen, dat van Cynthia Cockburn, stuit ik op een citaat waar ik me volledig in kan vinden: “'Veiligheid’ is een woord dat volgens de gangbare betekenis, zoals de Oxford dictionary het stelt, “een gevoel van veiligheid” betekent, of “gevrijwaard van gevaar”. De betekenis van het begrip wordt in de internationale diplomatie, militaire en regeringskringen geperverteerd. Dat betekent dat een van de taken van onze anti oorlogs en vredesbewegingen het blootleggen is van de valse betekenis in het ‘veiligheids” concept zoals dat wordt gebruikt door de NAVO. We moeten dat wat echt telt, de real thing, definiëren, en daarbij is een feministische analyse van betekenis. We zullen moeten vechten om dit te bereiken en daarbij is een feministische praktijk zeer zeker van belang.” Het is precies de reden voor mij om de artikelen te lezen.

De notie dat het begrip veiligheid wordt verknalt in de internationale politiek zie ik ook. (bijvoorbeeld in: Ike) Maar ook zie ik dat veel gedachten om dit misbruik te bestrijden uit feministische hoek komen. Zij tackelen met kracht het zogenaamde realistische vertoog over internationale relaties en macht door bijvoorbeeld deze uitleg van veiligheid aan de orde te stellen. Ze staan daarmee dichterbij de realiteit van de meerderheid van de wereldbevolking dan de aanhangers van wat Realpolitik wordt genoemd, die vooral de belangen van de elite in het oog houden. Het is niet verwonderlijk dat in hetzelfde artikel ook een pleidooi voor human security voorbij komt. Dat is een veiligheid gebaseerd op de ‘freedom from want and from fear’.

Tijdens het lezen heb ik vaak het gevoel dat wat feministische wordt genoemd net zo goed thuis hoort in gemengde visies van humanisten, progressieven of socialisten, soms zelfs nog breder dan dat. Toch zijn er wel een aantal punten die je niet snel tegen zult komen in een artikel van een doorsnee antimilitairist. De nadruk ligt ergens anders en juist dat is waardevol, ook al omdat er nieuwe visies uit volgen en onderwerpen aan de orde komen die je anders niet snel zou lezen. Dat nationalisme en militarisme elkaar versterken lees ik regelmatig dat het patriarchaat er net zo goed bij hoort tegenwoordig veel minder. Het is goed daar eens aan herinnert te worden.

Vrouwen veiligheid


Er is een noodzaak voor ‘women’s security’ stelt Cockburn. Vrouwen zijn immers verantwoordelijk voor van alles en zonder daarvoor beloond te worden. Van de militarisering krijgen ze wel bijzonder veel mee. Geld gaat naar wapens en militairen en niet naar sociale uitgaven, waardoor hun taken zwaarder worden. Militairen worden opgevoed tot mannen en beschermers van vrouwen. De vrouwen moeten baren. Ze worden er dus alleen maar slechter van. Zo vat ik haar veel uitgebreidere versie van dit mechanisme samen.

Afghanistan

Bij de oorlog in Afghanistan wordt de slechte positie van vrouwen vaak benoemd om aan te tonen waarom een militaire interventie door het verlichte Westen zo belangrijk is. Het is een heikel punt om hier tegenin te gaan en zijn het doorgaans artikelen van de Afghaanse vrouwen organisatie RAWA die ik aanhaal om aan te geven dat je daar als Afghaanse vrouw ook anders over kan denken. Niet snel zou ik er op komen om aan te geven dat Afghanistan het enige land in de wereld is waar het zelfmoordcijfer onder vrouwen hoger is dan onder mannen en vervolgens de link te leggen dat dit veroorzaakt wordt door dertig jaar oorlog; het geweld uit het verleden wordt doorgegeven naar de toekomst. De Deense vredesactiviste Annelise Ebbe doet dit wel. Ze stelt dat de voortzetting van deze wantoestanden bovendien wordt gelegitimeerd door de grootgrutters in geweld, de krijgsheren, niet te bestraffen maar op te nemen in de regering. Wetgeving blijft vrouwonvriendelijk, vrouwen blijven daardoor tweede rangsburgers en dit legitimeert de voortzetting van geweld tegen vrouwen.

Ebbe zegt dan ook dat de Afghaanse interventie in Afghanistan op de schop moet; de Amerikaanse en NAVO-troepen het land uit moeten; de krijgsheren en tablibanleiders voor een tribunaal moeten worden gebracht. Dat is een duidelijk plan, maar het is wel geschreven in Denemarken. Een aanzet tot discussie zou het kunnen zijn, maar de hierarchie afwijzen betekent ook dat Afghanen zelf hun toekomst mogen schrijven. Dialoog wordt genoemd als vrouwelijke oplossing voor concliften. Mogelijk leidt die dialoog in Afghanistan wel tot een Waarheidscommissie. Misstanden mogen niet onbestraft blijven. Dat werkt geweld nadien in de hand, maar welke vorm dat moet krijgen kan alleen lokaal bepaald worden niet vanuit Amsterdam of Kopenhagen.

VN-resolutie 1325

Oorlog versterkt de gewelddadige verschijnselen in de maatschappij en vrouwen zijn de eerste die dit aan de lijve ondervinden. In 2000 legde de VN-veiligheidsraad dit vast in resolutie 1325: “(…) het feit dat burgers, in het bijzonder vrouwen en kinderen, de overgrote meerderheid uitmaken van hen die de nadelige gevolgen ondervinden van gewapende conflicten, onder meer als vluchtelingen en ontheemden, en dat dezen steeds vaker het doelwit vormen van strijders en gewapende onderdelen, en onder erkenning van de daaruit voortspruitende impact op duurzame vrede en verzoening.” Hiermee is een belangrijke reden gegeven waarom vrouwen vredestrijd doorgaat, terwijl veel mannen uit de vredesbeweging al ander emplooi hebben gezocht.

Jongens worden geronseld voor opstandelingen legers in Afrika. Vrouwen worden verhandeld, verscheept en verkocht aan bordelen onder valse voorwendsels. Vaak voor bordelen die ontstaan daar waar militairen hun kampen opslaan. De NAVO heeft wel een richtlijn hoe hier mee om te gaan (Policy Against Human Trafficking). Een goede stap, maar ieder land mag verder zelf uitleggen hoe het hier mee omgaat. Waarmee het tandeloze tijger is. Het zou zomaar een actiepunt kunnen zijn om de NAVO er toe te dwingen dat die regel gehandhaafd wordt en te starten met een beleid dat vrouwen veiligheid verschaft.

Blokken en Staat

Wat veel terugkomt is de kritiek op het in machtsblokken denken. Vrouwen hebben daar weinig tijd en energie in geïnvesteerd, terwijl het wel een centraal element in internationale relaties is. De internationale politiek wordt dan ook gedomineerd door mannen en die komen tot masculiene concepten en waarden. Er zijn wel vrouwen maar dat is een geringe en niet representatieve elite, aldus Cockburn. Dat blokdenken heeft wel ernstige consequenties voor de maatschappij, zoals het uitsluiten van de ander en de bedreiging van hen die niet tot het blok behoren. Het blokdenken is een intrinsiek deel van onze samenleving geworden: de westerse manier van leven moet overal in de wereld gebracht worden en versterkt daarmee een denkwijze die antifeministisch is en geweld in de hand werkt.

Niet alleen blokken ook het denken over de staat als vaderland of natie, de ongeduldigheid met grenzen en het wantrouwen van overheden en de waarde van de door hun geboden veiligheid komen aan de orde. Dat is niet zo vreemd als je bedenkt dat het begin van de organisatie ligt bij de ontmoeting tussen Palestijnse en Israëlische vrouwen over de grens tussen beide heen. De notie dat veiligheid (uitsluitend) gebouwd wordt op staten, wordt daarmee afgebroken. Het geloof in de staat kan racisme en nationalisme zelfs in de hand werken aldus de vrouwen in Straatsburg. Veiligheid ligt bij mensen en in dit geval zijn het vrouwen die het voortouw nemen.

Sociale samenhang

De samenhang in sociale groepen wordt vaak geregeld door vrouwen. Vrouwen hebben een traditionele bemiddelende rol om de boel bijeen te houden en te verzorgen. Zij zien dat de militaire optredens een gevaar zijn voor de samenleving waarin zij een rol spelen.
De nucleaire paraplu vergiftigd bijvoorbeeld degenen die ze moet beschermen, brengt het gevaar van ongelukken met zich mee (ook net naast de Nederlandse grens gebeurde een ongeluk met kernwapens), veroorzaak straling en maakt dat Volkel een doelwit is en daarmee een bedreiging voor de mensen die er wonen.
De vervuiling door Amerikaanse bases gaat niet alleen het land aan waar ze gevestigd zijn, het is ook een bedreiging van de veiligheid van de daar gelegerde militairen. De tegenstelling is hier kleiner dan gedacht er is zelfs een gezamenlijk belang.
Een ander gevaar voor de samenleving is de binnenlandse veiligheidsstrategie, waardoor burgerlijke vrijheden afkalven en racisme tegen vijanden van binnen gewoon wordt. Twee vrouwen uit Turijn beschrijven hoe zelfs een verkrachting zich tegen de zelfstandigheid van vrouwen kan keren. De verkrachting van een meisje is aanleiding om een binnenlandse vijand te creëren en een verdedigingssysteem op te zetten tegen buitenlandse vijanden. De katholieke kerk greep de kwestie aan om te pleiten voor meer zorg dat de vrouwelijkheid niet geschonden zou worden. Alsof het meeste sexuele geweld niet binnen de huiselijke muren plaatsvindt. Sowieso gaat het hier om een patriarchaal model waar de mannen waken over de vrouwen en niet de vrijheid van de vrouw wordt verdedigd, maar een mannelijk beeld van de vrouw.

Lege portemonnee

When you are laid off
when your fixed-term contract
is not renewed
when you struggle to pay always
more for less

when at the beginning of the month
your wallet is already empty

you have nothing to win
with the increase of military spending.

Ana Azaria


De kosten van zo’n militair apparaat gaan ten koste van allerlei andere bestedingen. Ook over dat onderwerp is er een bijdrage onder de veertien artikelen. Het is een heel kort stukje, maar het leest bijna als een gedicht. Het is niet nieuw. Ik heb dit al zo vaak gelezen en geschreven, maar dit is krachtig: “Als je ontslagen bent, als je tijdelijke contract niet is verlengd, als je moeite hebt altijd maar weer meer voor minder te betalen en als aan het begin van de maand je portemonnee al weer leeg is … dan heb je niets te winnen met een stijging van de militaire uitgaven,” schrijft Ana Azaria uit Frankrijk. Het leger verdedigt dan ook nog eens belangen, zoals de controle over energie en grondstoffen en land, zaken die ver weg staan van sociale behoeften.


kracht

Vrouwen zijn krachtig. De journaliste Marlene Tuininga van Vrouwen in het Zwart Parijs noemt overlevingskracht, redelijkheid en inlevingsvermogen als karakterestieken die ze overal onder vrouwen tegenkomt. Als de mannen worden vermoord nemen vrouwen hun taken erbij, zoals ze in Rwanda zag. In dat land vertelde een vrouw haar dat mannen het maar gemakkelijk hebben tijdens een oorlog, zij gaan alleen maar dood. Vrouwen moeten jarenlang zien te overleven. Dat is noodzaak, maar ook een teken van kracht.

Vrouwen zien sneller dan mannen dat het onzin is om biljoenen in legers te stoppen, terwijl veel meer veiligheid geboden wordt door ongelijkheid tussen mensen op te lossen. Dat is gewoon redelijk denken, boerenverstand.

Inlevingsvermogen is ook een onder vrouwen meer voorkomend vermogen. De grens over kijken en over die grens heen iemand de hand schudden. Zoeken naar overeenkomsten en zien dat de verschillen tussen mensen gering zijn. Het blok aan de andere kant blijkt minder te verschillen dan we dachten. Het is helemaal geen blok. Het zijn ook mensen met hun onderlinge verschillen, overeenkomsten en posities in de maatschappij. Een beetje empathie kan een boel oplossen. Of anders er het begin van een oplossing zijn.

Bovendien kan empathie of solidariteit en inlevingsvermogen, zoals ik het zou noemen, een bron van inspiratie zijn. Vrouwen in het Zwart is zelf geboren door empathie tussen vrouwen in conflictgebieden en is een organisatie geworden met vele afdelingen.

weg naar verandering

Je kan je helemaal plat laten slaan als burger door de omvang van het leger, van de NAVO en van het militair industrieel complex en niets doen. Je kan niet mee willen doen aan protesten, omdat het allemaal zo negatief is en somber makend. Maar je kan ook iets beters maken, terwijl je tegen iets protesteert. Je kan tegen het slechte protesteren en het goede steunen. Je kan voor vrede demonstreren en tegen oorlog. Naar modellen voor rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid zoeken, terwijl je je verzet tegen geweld. Mensen sterken, terwijl je autoriteiten bevecht. Een strijd met vriend en vijand, waarbij de route wordt uitgestippeld tijdens de tocht. Het is een praktische benadering van politiek. Misschien niet voldoende maar wel een middel om greep te hebben op wat je doet. De Mujeres de Negro uit Sevilla stellen dat ze de mythe willen afbreken dat internationale relaties ergens ver weg in de stratosfeer worden gesmeed. “De politici en diplomaten willen dat we dat denken. Maar het raakt ons dagelijksleven, het gaat ons aan, en het kan niet buiten onze belevingswereld vallen om in te grijpen als vrouwen en als feministische antimilitaristen.”

Tot slot

Vrouwen in ’t zwart die het initiatief namen om deze bijeenkomst en artikelenserie te organiseren gaat ervan uit dat “veiligheid niet gebracht wordt door wapens, of door de militarisering van grondgebied of steden, en ook niet door mannelijke kameraden, omdat de aanval op het vrouwen lijf en tegen de vrijheid van vrouwen het kenmerk is van het groeiende geweld dat de samenleving tekent, zowel de Westerse als de niet-Westerse, in de 21ste eeuw.” Dat schrijft Simona Riccardelli. Ik weet niet of ze gelijk heeft als ze het heeft over het groeiende geweld. Ik weet ook niet of ze ongelijk heeft. Dat kan ik uitzoeken. Ook zonder dat te weten zie ik echter veel overeenkomsten in de strijd die deze vrouwen voorstaan en die ik voorsta. Ik hoop dat wel elkaar tegen komen, maar ook als dat niet zo is inspireren deze teksten me om dit onderwerp aan de kaak te blijven stellen.

Martin Broek

THE FEMINIST CASE AGAINST NATO & EU MILITARIZATION
Cynthia Cockburn. Women in Black against War, London.  9 page summary of the workshop for an over-view of the papers' contents.
AFGHANISTAN, NATO AND WOMEN’S SECURITY
Annelise Ebbe, Women’s International League for Peace and Freedom, Denmark
UNCOVERING THE FALSEHOODS OF NATO’S “SECURITY”
Cynthia Cockburn.
WOMEN SAY NO TO WAR AND TO NATO
Ana Azaria, Présidente, Organisation de Femmes Egalité
THE EUROPEAN UNION IN A MULTI-POLAR WORLD
Heidi Meinzolt
PEACE AND DEMILITARIZATION
Nelly Martin, Coordination Européenne Marche Mondiale des Femmes
WHAT WOMEN IN CONFLICT AREAS COULD TELL THE MEN FROM NATO
Marlene Tuininga, Women’s International League for Peace and Freedom, and Women in Black, Paris. 
NAPLES: ENDLESS WAR OCCUPATION
Simona Ricciardelli, Women in Black, Naples, Italy
SINCE WE JOINED NATO: POINTS FOR A FEMINIST DEBATE
Women in Black, Seville, Spain
NATO AND THE TRAFFICKING OF WOMEN
Sian Jones, London Women in Black and Aldermaston Women’s Peace Camp
WOMEN DENOUNCE NATO’S ‘BLOC’ LOGIC
Anna Valente and Margherita Granero. Women in Black, Torino, Italy
NATO, A WARMONGER DRIFT. WAR IS ANTI-FEMINIST Monique Dental, Founder of  the Collective « Pratiques et Réflexions Féministes « Ruptures » , Paris, France.

Geschreven voor Volkskrantblog 8 maart 2010

dinsdag 10 augustus 2010

Raketschild in Den Haag (deel 2)

vervolg van: Afghanistan oorlog in Den Haag (deel 1)

Het NC3A levert technologie toegesneden op bestaande conflicten, maar ook voor wapensystemen van de toekomst. De hoofdtaak voor het NC3A is het opzetten van een gelaagd raketschild.

‘Schild’ dat klinkt nauwelijks als een wapen, maar als verdediging en naar middeleeuwen. In die middeleeuwen was het meestal onderdeel van een bredere wapenuitrusting. Daar hoort ook een zwaard of mes bij. Hoe beter je schild is, hoe veiliger je een aanval in kan zetten. Vervolgens is het voor de tegenstander de uitdaging om een wapen te ontwikkelen dat het schild waardeloos maakt. Kortom ook schilden kunnen een wapenwedloop inluiden en vormen een onderdeel van een wapenuitrusting. Dat principe is nog altijd geldig, maar het schild van het NC3A wordt niet gedragen door een ridder, maar bestaat uit samenwerkende onderdelen die verschillende landen op land, water, in de lucht en in de ruimte hebben rondkarren, vliegen of dobberen.

Vorig jaar meldde president Obama dat de raketschildbases in Polen en Tsjechië van de baan waren. De VS zou zich gaan richten op een gelaagd raketsysteem dat bestaat uit losse onderdelen, het zogenaamde ALTBMD-systeem. Het leek voor de buitenstaander alsof het om een nieuw schild ging en het oude van de baan zou zijn. Dat is een misvatting. Al sinds begin jaren negentig wordt er binnen de VS en NAVO over een dergelijk systeem gedacht. De VS kozen al eerder deze eeuw voor het concept. Door de Obama administratie zijn de politiek en technisch moeilijk haalbare en kostbare delen weggesneden. In plaats daarvan zijn de kaarten gezet op een systeem van losse onderdelen zoals marineschepen, verschillende typen raketten, radarsystemen en waarschuwingssatellieten. Het raketschild is veranderd van een prestigieus project met grote bases her en der binnen de NAVO naar een gelaagd systeem dat bestaat uit kleinere eenheden die een kleinere gebied kunnen verdedigen. Klein is relatief en betekent hier bijvoorbeeld half West-Europa.

Verschillende landen leveren er al onderdelen voor zoals Duitsland, Frankrijk, Italië, de VS en Nederland. Spanje en Griekenland komen daar binnenkort nog bij. De bijdragen worden betaald uit de nationale begrotingen. De Verenigde Staten levert verschillende kostbare systemen, Griekenland alleen een verouderd raketsysteem. Al die systemen moeten in een groter systeem kunnen worden ingebracht, volgens het plug en play principe. Zo ontstaat dan een geheel waar de hele NAVO zijn voordeel mee kan doen. Het gelaagde systeem is in eerste instantie inzetbaar tegen raketten voor de korte en middellange afstand, maar op termijn moeten er ook lange afstandsraketten mee uit de lucht gehaald kunnen worden.

Het zwaarte punt ligt op marineschepen met zware radarcapaciteiten van Amerikaans of Nederlands ontwerp. Deze schepen moeten een zogenaamde SM-3 raket afvuren op een ballistische raket die aan het opstijgen of dalen is en deze met kinetische energie vernietigen. De anti-raket raket ontwikkelt daarbij een enorme snelheid van meer dan 4km/s. Dat is hogere raketsnelheid dan was toegestaan in het anti-ballistische raket verdrag (ABM), waar de VS in 2002 uitstapten. Raytheon vergelijkt deze raket met een tientonner die met een snelheid van 1000km/u over de weg raast. In het raketschild overzichtsrapport uit februari van het Pentagon wordt de raket genoemd als wapen tegen intercontinentale ballistische raketten (ICBM’s). Dat zijn de raketten met het grootste bereik. Over die capaciteit bestaat twijfel. Dit soort twijfel is dan wel weer gunstig voor de industrie. Nu al wordt gewerkt aan een betere versie.

Stephen D. Terstegge stelt in een studie voor het NC3A en Amerikaanse Missile Defence Agensschap uit april 2007 dat Nederland de SM-3 raket in 2015 aan zal schaffen. Dat lijkt ook logisch aangezien de Nederlandse radar in 2006 al is ingezet bij een test in de Stille Oceaan met de raket. Er is zelfs een youtube filmpje over gemaakt.

Vragen aan het ministerie van Defensie in 2007 over de aanschaf kregen een ‘wacht maar af’ antwoord: “Op dit moment worden mogelijke vervolgstappen bestudeerd. Zodra daar aanleiding toe is zult u hierover worden geïnformeerd.” In het zogenaamde Materieelprojecten Overzicht staat dat de aanschaf wordt voorbereid. In de tussentijd versterkt Nederland zijn capaciteiten door overeenkomsten met de VS rond technologieoverdracht. (‘Ballistic Missile Defence in the European Theater: Political, Military and Technical Considerations’, p. 66)

Spookprojecten werden ze tot 1995 genoemd, de materieelplannen die in de krijgsmacht worden uitgewerkt voordat ze formeel bestaan. Zo komt een wapen sluipenderwijs de krijgsmacht binnen. Na jaren van voorstudies gaan materieelplannen naar de Tweede Kamer en die kunnen moeilijk nee zeggen en praten nog wat over inschakeling van de Nederlandse industrie of Europese aanbestedingen. In dat jaar raadde staatssecreatris Gmelicht Meijling het gebruik van de term af en stelde hij voor ze 'projecten in multinationaal verband' te noemen.

Volgens Terstegge is Nederland het braafste jongetje in de raketschildklas: “Op het moment, lijkt alleen Nederland de politieke ambitie te koesteren om een verdediging tegen ballistische raketten op te zetten in de nabije toekomst.” In 2007 stelde hij dat er een land nodig is om de Europese integratie van raketschildsystemen vorm te geven. Op de Amerikaanse ambassade in Den Haag schuift men Nederland naar voren, het land dat na Japan het meeste presteert op het gebied van het raketschild, aldus een ambassademedewerker die Terstegge sprak. Naast technische samenwerking (Thales Nederland staat in hoog aanzien) en inzet van de Nederlandse marine, leidt Nederland ook al jaren een grote raketschildoefeningen. Het rijtje pluspunten van Nederland wordt afgesloten met de praktische constatering dat hier het NC3A is gevestigd en dat Den Haag een paar uur rijden van het NAVO-hoofdkwartier in Brussel ligt. “Den Haag gebruiken als centrum voor internationale samenwerking op het gebied van het raketschild ligt voor de hand (…),” aldus de onderzoeker van het Naval War College in de VS, Terstegge.

In 2008 wordt het NC3A in Den Haag benoemd tot beheerder van het gelaagde raketschild programma. Het is verbonden met operationele en test faciliteiten door de hele NAVO en werkt samen met de raketschild organisatie van het Amerikaanse leger. Het is kortom de spil in de ontwikkeling van het gelaagde raketschild. Kort daarna stellen drie leden van de SP-fractie gedetailleerde en specifieke vragen over de rol van Nederland. Er komt een ‘het heeft niet zoveel om het lijf’ antwoord. Daarna is het stil geweest op wat opmerkingen in debatten na. Wat de technische samenwerking met de VS behelst? Of het wenselijk is dat Nederland de spil binnen het NAVO-raketschild is? Welke functie de medium power radars die Nederland aan gaat schaffen binnen het raketschild gaan spelen? Dit zijn vragen die niet of nauwelijks gesteld zijn. Als Obama zegt dat het ALTBMD-programma de nadruk zal krijgen bij verdere ontwikkelingen is dit wereldnieuws. Maar er wordt nauwelijks gevolgd dat Nederland aan de rand van Den Haag een Amerikaans programma Europa binnen loodst.

Het agentschap is het voertuig om pragmatisch de interne tegenstellingen en problemen met het opzetten van een megawapenprogramma, wat het schild is, te lijf te gaan. Naast de taak om naar standaarden te zoeken tussen de systemen uit verschillenden landen om het plug and play mogelijk te maken, heeft het NC3A nog een taak en dat is ervoor zorgen dat dit een Europees-Amerikaans project wordt. Het raketschild lag gevoelig in Europa. De angst voor ballistische raketten is hier minder dan in de Verenigde Staten. De noodzaak om nieuwe grootse stappen te zetten wordt dan ook minder gevoeld terwijl Iran (dit land wordt steeds opgevoerd als reden voor het schild) wel dichterbij Europa ligt.

Voor de VS heeft de samenwerking met Europa verschillende voordelen. Het bindt Europa aan de Verenigde Staten op een belangrijk militair project. Tevens is het van geostrategisch belang voor de VS om ook vanuit Europa een schild te hebben naar het oosten (o.a. richting Rusland, al zullen ze dat niet snel openlijk zeggen) Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De NAVO haalde onlangs Israël bij haar raketschildactiviteiten. Niet alleen binnen de NAVO ook op bilateraal gebied heeft de VS raketschildsamenwerkingsverdragen gesloten, zoals met Australië, Zuid-Korea en Japan. Goed beschouwd wordt er een paraplu tegen ballistische raketten opgestoken rond het vasteland van Azië (inclusief het Midden-Oosten).

Nu alle kaarten op een gelaagd systeem worden gezet is de coördinerende en faciliterende rol van het NC3A nog belangrijker dan hij al was. Ook de daar ontwikkelde technologie is uiteindelijk bedoeld om te komen tot een systeem dat lange afstandsraketten te lijf kan. Net als de door Reagan en Bush gepropageerde systemen. De bases in Oost-Europa zijn dan wel van de baan, maar op de raketschild basis in Alaska worden nog steeds nieuwe raketten opgesteld. De Russen hebben al gewaarschuwd dat als het raketschild ze teveel bewegingsruimte gaat ontnemen ze uit het onlangs gesloten START-verdrag over de reductie van kernwapens zullen stappen.

In Nederland vinden testen en oefeningen plaats voor het schild nog steeds plaats. Zo is in mei van dit jaar getest of het systeem voldoet aan de minimum eisen en in juli werden verplaatsbare commandocentrales voor het raketschild getest. De strijd tussen schild en zwaard krijgt vanuit Den Haag een nieuwe impuls.

Dit artikel is geschreven in het kader van een onderzoek naar de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog tegen het terrorisme door Martin Broek, mogelijk gemaakt door de Fondsen Pascal Decroos en Stichting Democratie en Media.

Zie ook: kranten

maandag 9 augustus 2010

Afghanistan oorlog in Den Haag (deel 1)

Ook al trekt Nederland zich nu terug uit Afghanistan het blijft door een NAVO instituut in Den Haag betrokken bij de oorlog in het land. Onder de kop ‘War Speeds NATO Technolog Procurement’ beschrijft het Amerikaanse militaire weekblad Defense News hoe bij het NC3A in Den Haag wapentechnische oplossingen worden verzorgd voor militaire problemen in Afghanistan. Naast de duizenden soldaten zet de NAVO ook technici en managers in. Het is voor het eerste dat dit op grote schaal gebeurt. Doordat de techneuten ter plaatse zijn kan snel nieuwe technologie geleverd worden die voldoet aan de wensen van de militairen ter plaatse. Die technici kunnen soms binnen enkele minuten reageren, zegt Marty Angeli, een manager van het NC3A in Afghanistan.

Schilderijen doen ons geloven dat Napoleon tijdens zijn veldtochten vaak op een heuvel of vanuit zijn zadel de troepen overzag. Ook in zijn tijd waren er echter al stafkaarten, uitgebreide krijgsplannen en kon je binnen in een tent schematisch de situatie overzien. Wel zo comfortabel. Twee eeuwen later is het beeld van de oorlog sterk veranderd. Oorlog kan net als destijds gevoerd worden op zee en land, maar ook in lucht, onderwater en vanuit de ruimte. Napoleon zou zich geen weg weten tussen de beeldschermen en veelheid aan informatie die verwerkt moet worden. Satellieten en gevechtsvliegtuigen verzamelen actuele informatie. Radars kijken over de horizon en generaals zetten onbemande vliegtuigjes in om inlichtingen te verzamelen en tegenstanders uit te schakelen. De militairen ‘op de grond’ en informanten sturen hun gegevens naar de commandocentrales. Informatie is altijd essentieel geweest voor oorlog, maar nog nooit was er zoveel van.

Een militaire staf kan leiden aan een informatie overflow. Hier komt een belangrijk deel van de taak van het Haagse agentschap om de hoek kijken. Oorlog wordt gevoerd vanuit een netwerk en het is de taak van het NC3-agentschap ervoor te zorgen dat dit netwerk optimaal functioneert. Het agentschap beperkt zich daarbij niet tot de taken commandovoering, controle en communicatie die in haar naam zitten. Het onderzoekt, test en verbetert ook middelen voor het verzamelen van inlichtingen, bewaking en verkenning. En hoe al die informatie efficiënt kan worden gedragen naar mens en wapensysteem. Militairen zelf vatten dit geheel samen met de afkorting C4ISR (Command, Control, Communications, Computers, Intelligence, Surveillance and Reconnaissance). Dat dit de ene keer net-centric warfare wordt genoemd en men de volgende keer volstaat met C2, C3, C3I of nog langere afkortingen is daarbij van ondergeschikt belang. Steeds weer gaat het over het gebruik van informatie. Bij de ene afkorting iets minder complex dan bij de andere.

Bij het NC3A op de Waalsorpervlakte werken 600 mensen. In Brussel bij het NAVO-hoofdkwartier heeft de organisatie nog een vestiging met 200 werknemers. In 2008 besteedde het NC3A 300 miljoen aan materieelverwerving. Het instituut heeft de afgelopen jaren snel drukker gekregen, want ze is actief in alle operatiegebieden van de NAVO: “inclusief de Balkan, Afghanistan en Irak,” schrijft algemeen directeur de Belg Georges D'hollander. De kracht is gelegen in analytische kennis, het gebruik van interne NAVO-informatie en de onderzoekscapaciteiten en pragmatissme. Dit laatste is binnen een militaire verdragsorganisatie waar landen op nationaal niveau beslissen een even groot goed als technische kennis. Er wordt niet gezocht naar de beste oplossing. Er wordt gezocht naar een haalbare oplossing voor militaire problemen, waar alle deelnemers aan een wapensysteem of operatie mee uit de voeten kunnen.

Om bruikbare systemen te ontwikkelen werkt het NC3A samen met de industrie. De lijst met partners is indrukwekkend. Hij loopt van de grote wapengiganten Lockheed Martin, Raytheon en British Aerospace Systems tot gespecialiseerde Nederlandse bedrijven als Castor Networks B.V. en de grootste Nederlandse wapenproducent, Thales.

Als je als bedrijf wordt binnengehaald heb je gelijk meerdere klanten. "Dit programma zal onze basis in Europa vergroten en ons in staat stellen C2 technologie te leveren aan ieder NAVO-land,” aan het woord is Paul Davison, uitvoerend directeur van Northrop Grumman Mission Systems Europe nadat zijn bedrijf is gekozen om commando en informatie systeem te leveren aan alle marine hoofdkwartieren binnen de NAVO. "Met het besluit laat de NAVO zien dat ze nog steeds vertrouwen heeft in ons Europese team," vervolgt Davison tegen spacewar.com.
Dat het NC3A in Nederland is gevestigd betekent dat Nederlandse bedrijven een grote kans hebben om geschakeld te worden. Ze komen dan ook relatief vaak voor in de lijst met Basic Ordering Agreements.

Het NAVO-agentschap is een knooppunt voor toepassingen op het gebied van militaire technologie. Ook met niet-NAVO-landen Zweden en Finland zijn er samenwerkingsprojecten. Zo wordt het gemakkelijker om met deze landen militaire gegevens uit te wisselen gedurende operaties. Zo integreert het NC3A de niet tot de NAVO behorende EU landen in het NAVO-systeem.

Oorlog

De doelstelling van het NC3A is niet om de defensie-industrie aan werk te helpen of via een omweg landen te integreren, al is dat mooi meegenomen. Het gaat erom de gezamenlijke NAVO en nationale wapenprogramma’s te sturen. Daardoor kan de Noord-Atlantische Verdrags Organisatie of coalitions of the willing, waaraan NAVO-landen deelnementijdens missies optimaal optreden. Informatie wordt op alle militaire niveaus gebruikt van commandocentrale tot troepen in het veld. De NAVO reactiemacht (NRF) heeft bijvoorbeeld over geavanceerde communicatieapparatuur en satelliet communicatie. Als je wereldwijd inzetbaar moet kunnen zijn binnen vijf dagen, dan moet je mobiele communicatie systeem in orde zijn. De aanpassing van de C3-systemen was een prioriteit bij de reorganisatie van de NAVO. Een groot deel van de Haagse NC3A-activiteiten is dan ook gericht op verbeteringen van de communicatie en informatie systemen binnen de NAVO-landen. Het NC3A zorgt ervoor dat NAVO-troepen eerder de informatie hebben om gevechtsklaar te zijn.

Van alle huidige NAVO operaties is die in Afghanistan veruit de grootste en gecompliceerde. Er zijn verschillende multinationale overlappende operaties gaande: de Operation Enduring Freedom (OEF) de oorlog tegen het internationale terrorisme van de Verenigde Staten en bondgenoten en the International Security Assurance Force (ISAF) die door de NAVO wordt geleid. Het ene land is volop betrokken en een ander levert enige tientallen militairen of burgers.

De belangrijkste bijdrage van het NC3A was er voor zorgen dat alle in Afghanistan verzamelde informatie voor iedereen bruikbaar en overzichtelijk in de commandocentrales komt. Dit terwijl elk land wel met zijn eigen apparatuur en technologie kan blijven werken. Het resulterende systeem wordt zowel binnen ISAF als OEF gebruikt. Niet alleen vereenvoudigd het de communicatie, het zorgt ook voor distributie op maat. De ene commandolaag krijgt automatische meer of andere informatie dan een andere. Ook op het niveau van deelnemende landen wordt informatie gezeefd. Niet alle informatie is voor alle landen bestemd. Dat klinkt op misschien vreemd, maar het is wel de dagelijkse praktijk binnen de NAVO, waar het ene land meer gelijk is dan het andere.

In 2002 zorgde het NC3A samen met Thales voor een systeem bedoeld voor het verzamelen van informatie, bewaking, doelaanwijzing en verkenning voor Operation Enduring Freedom van de Fransen en Amerikanen in Afghanistan. Dit bij interventies inzetbare systeem met sensoren voor inlichtingen wordt nu werldwijd in een glossy folder aangeboden aan klanten.

Daarnaast zijn er tal van kleinere initiatieven gaande, zoals voor het gebruik van geografische gegevens. Voor het eerst vechten alle NAVO-troepen met dezelfde kaart. Dat lijkt een fluitje van een cent, maar het agentschap is er trots op en het wordt in verschillende militair publicaties gemeld.

Een ander project moet er toe dienen dat bermbommen minder schade aan kunnen richten. Ook hierbij gaat het vooral om het verzamelen en distribueren van informatie. Die bermbommen zijn een koekje van eigen deeg. Italiaanse mijnen die de VS in de jaren tachtig aan Afghanistan leverden zijn een voornaam onderdeel van dit meest dodelijke Taliban wapen, zo blijkt uit stukken vrijgekomen door een Freedom of Information procedure in de VS en onderzoek van onderzoeksjournalist Gareth Porter. Beter was het geweest dat de Verenigde Staten de landmijnen niet had geleverd waarmee nu een groot deel van de bommen wordt gemaakt.

De vestiging in Nederland betekent dat Nederland met handen en voeten gebonden is aan de NAVO-operaties. Ons leger kan al dan niet deelnemen aan een militaire operatie, maar de onderzoeken op de Waalsdorpervlakte, die er toe moeten leiden dat de strijd effectiever kan worden voortgezet. Daar helpt geen Kabinetsbesluit aan en zelfs geen Regeringscrisis. Nu was de afgelopen crisis daar ook niet om begonnen. Die ging over de standvastigheid van de PvdA en om het permanent uitwonen van het Nederlandse leger. Mocht het in de toekomst wel om een principieel meningsverschil over de doelstelling van een missie gaan, ook dan is Nederland in de praktijk onderdeel van de NAVO-operaties en fysiek betrokken. Ook al is ze er zelf niet bij. Het zou bijvoorbeeld kunnen gaan om een NAVO-operatie die volgens de Tweede Kamer een volkenrechtelijk mandaat ontbeert. Niet ondenkbaar met Irak en Kosovo in gedachte.

Het NC3A levert ook technologie toegesneden ...

Vervolg morgen


Dit artikel is geschreven in het kader van een onderzoek naar de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog tegen het terrorisme door Martin Broek, mogelijk gemaakt door de Fondsen Pascal Decroos en Stichting Democratie en Media.

zaterdag 5 september 2009

Passie voor Vrede


De NAVO viert dit jaar haar 60ste verjaardag. De heruitgevonden rol leidt tot nieuwe wereldwijde spanningen en werpt vele vragen op. Zorgt de VS-politiek voor tweespalt in de EU? Zijn we op weg naar een nieuwe Koude Oorlog met Rusland? Wat met opkomende machten als China?

door Martin Broek

West-Europa bezit nog steeds veel kernwapens. Ze werden hier tijdens de Koude Oorlog gestationeerd door de Fransen, de Britten en de Amerikanen. Ook in Nederland zijn er nog twintig te vinden. Bedoeld om de Russen buiten te houden, lijken ze inmiddels overbodig. Hoewel een groeiende groep deskundigen deze mening deelt, verdwijnen ze niet.

Sterker nog, de NAVO-generaals spelen met het idee ze in te zetten tegen schurkenstaten bij preventieve aanvallen. Ze blijven hier omdat 'de nucleaire macht het militaire overwicht [moet] garanderen en zo de economische en politieke dominantie van het Westen bestendigen', zo lezen we al op de tweede pagina van het boek Als de NAVO de passie preekt, geschreven door Ludo De Brabander en Georges Spriet.

Het is stevige taal die meteen duidelijk maakt waar de auteurs politiek staan. Ze zijn van een schijnbaar uitstervend ras van mensen die zich ronduit, doch wel onderbouwd, tegen de NAVO durven te keren. Een bondgenootschap voor de verdediging van Westerse belangen. Het boek is echter geen schotschrift of pamflet. Het is een studie die decennia lange activiteiten, publicaties, onderzoek en lezingen over de NAVO samenvat en organiseert.

Vrede versus defensie

Zowel De Brabander als Spriet zijn sinds jaar en dag medewerkers van de Gentse organisatie Vrede. Ze schreven een stevige pil van bijna driehonderd dichtbedrukte pagina's, inclusief bijlagen en index. Het begint met het bekende citaat van eerste secretaris-generaal van de NAVO, Lord Ismay, die stelt dat de NAVO werd opgericht to keep the Russians out, the Americans in and the Germans down.

Dat was zestig jaar geleden, vlak na de Tweede Wereldoorlog. Het was een keuze met negatieve consequenties, zoals de auteurs al meteen duidelijk maken. Het gaat bij de NAVO niet om een collectieve veiligheidsorganisatie, maar om een collectieve defensieorganisatie. Dat is een belangrijk verschil.

De auteurs omschrijven een collectief veiligheidssysteem als volgt: 'een veiligheidsregeling waarbinnen de betrokken staten hun veiligheid samen helpen garanderen ten aanzien van iedere bedreiging die kan uitgaan van een of meerdere staten die zich binnen dit veiligheidssysteem bevinden. (…) De ideale collectieve veiligheid is als het ware een pact tegen de oorlog, uitgaande van een universele benadering waarin veiligheid ondeelbaar is. In de traditie van collectieve veiligheid is het een belangrijke bekommernis om te vermijden dat er machtsrelaties in tegengestelde kampen zouden ontstaan, of dat er verdeeldheid zou worden gecreëerd ten aanzien van een of meerdere leden.'

Een defensieorganisatie, zoals de NAVO, heeft een enger doel: 'Het fundamentele uitgangspunt van een defensieorganisatie is niet de collectieve veiligheid bewaren, maar wel een gunstige, of minstens evenwichtige machtsbalans verwerven ten aanzien van haar tegenstander.'

Geheimhouding en propaganda

Je zou het boek kunnen samenvatten vanuit deze beide citaten. Defensieorganisaties zijn een gevaar voor de internationale vrede en leveren er geen bijdrage aan. Bovendien benaderen ze politieke, economische, sociale of ecologische problemen a-priori als militaire problemen. Is de organisatie sterk genoeg, dan zal ze al snel over gaan tot interventies elders in de wereld. Om die mogelijk te maken heb je meer en andere wapens nodig.

Wie daar garen bij spint is vanzelfsprekend de defensie-industrie die daarmee haar omzet en invloed weet te vergroten. Zo heeft Nederland sinds enige jaren een Defensie Industrie Strategie (DIS) die voorheen niet bestond.

Geheimhouding en propaganda zijn bovendien onlosmakelijk verbonden met militaire zaken. De auteurs benadrukken dat het mogelijk is dat de NAVO de Verenigde Naties ondermijnt, waardoor deze collectieve veiligheidsorganisatie wel eens zou kunnen bezwijken. Daarmee is de NAVO zelfs een bedreiging voor de collectieve veiligheid.

Wat volgt is een invuloefening van het bovenstaande schema om aan te geven dat de NAVO een barrière is geweest op weg naar een veilig Europa. Hiermee heeft het boek een duidelijke en goed te volgen structuur. Het is een tocht door de geschiedenis. Een tocht die begint voor de Tweede Wereldoorlog en loopt tot aan dit voorjaar.

Ze is verdeeld in verschillende etappes. De eerste loopt tot aan de ontbinding van het Warschau Pact. De tweede tot en met de interventie in Afghanistan (momenteel prioriteit nummer 1 voor de NAVO). Het deel over Afghanistan springt er wat mij betreft uit. Het is het beste hoofdstuk, actueel en informatief, puntig en spannend.

Gekleurd

De geschiedenislessen die de lezer krijgt over de motieven van Jozef Stalin om zich ten opzichte van het Westen te gedragen zoals hij deed, gaan nét niet over de top. Ze vervelen mij omdat we ze wel uitgelegd krijgen, maar nergens kritiek lezen op de daden van Stalin. Nou ja, nét niet.

Op pagina 64 lees ik dat Frankrijk kernwapens ontwikkelt, omdat Frankrijk er in 1954 niet in slaagde Moskou, maar ook Washington, ervan te overtuigen hun kernproeven in de openlucht te stoppen. Over de Chinese Afrika-politiek wordt ook niet veel meer gezegd dan: 'Die Chinese steun aan het regime in Khartoem heeft tot veel kritiek uit het Westen geleid.' Als het genoemd wordt, mag je toch ook een standpunt of uitleg van de auteurs verwachten?

Wat van mij zeker niet hoeft, is de parallel die wordt getrokken tussen de ideeën achter een humanitaire interventie en de retoriek van Hitler bij de inval van Tsjechië. Er zullen vast overeenkomstige gedachten zijn, maar er zijn ook verschillen en die moeten bij een vergelijking met nazi-Duitsland zwaarder wegen dan hier. Naar mijn mening ontsiert dit het boek.

Vogelvlucht

Los hiervan doet het boek me denken aan een studieboek van een hoogleraar geschiedenis en internationale relaties. Geschreven voor studenten die in een vogelvlucht door de NAVO-geschiedenis heen worden geleid. Afzet is gegarandeerd, want ieder jaar komt er weer een nieuwe groep die het boek op de lijst krijgt. Het hoeft daarom niet pakkend en prikkelend geschreven te zijn, als de feiten en meningen er maar leesbaar in staan.

Als de NAVO de passie preekt is een beetje saai geschreven. Mogelijk hoor ik ook niet tot de doelgroep. Als degelijke introductie is het geslaagd. Bovendien zijn sommige passages dermate helder en beknopt weergegeven dat ze een plezier zijn om te lezen. Zo is het knap de geostrategische ontwikkelingen rondom de conflicten in Afghanistan, Irak en met Iran in één alinea te beschrijven (p. 15). Het hele betoog kan samengevat worden onder het woord 'energieveiligheid'.

Om die energiecontrole (dat woord zou ik liever gebruiken) te vergroten en de afhankelijkheid van Rusland te verkleinen, wordt Iran geïsoleerd en de positie in Afghanistan en Irak versterkt. De civiel-militaire samenwerking moet 'de aanwezigheid van buitenlandse bezettingstroepen bij de bevolking verzachten.'

Toch vraag ik me af of hier geen scheuren te vinden zijn. Shell en Total sloten de afgelopen jaren miljardendeals met Rusland. Het lijkt me dan ook onlogisch indien deze bedrijven een agressieve politiek ten opzichte van Rusland zouden steunen. Daarover zou ik graag meer willen lezen. Bovendien zijn de civiel-militaire projecten niet alleen een doekje voor het bloeden. Ze zijn ook gericht op invloed en contacten in de samenleving van de oorlogsgebieden.

Een stukje verderop alweer zo'n mooie samenvatting. Dit keer gaat het om het Marshallplan en de NAVO in Europa: 'De VS zouden via het Marshallplan en vervolgens via het trans-Atlantisch Bondgenootschap verschillende doelstellingen tegelijk bereiken: de heropbouw van en eenmaking van Europa, de controle over Duitsland, het intomen van het communisme, de creatie van interessante afzetmarkten en de verankering van de VS op het oude continent.' Niet dat dit nieuw voor me is, maar in een Nederlandstalige publicatie ben ik het nog nooit zo volledig en beknopt tegengekomen.

Vredesburcht

De NAVO heeft nogal wat stormen doorstaan, waarbij een belangrijke wordt gezien in de periode na de val van de Muur. Het was een moment van ongekende politieke mogelijkheden, zowel ter verbetering als ten nadele van de internationale veiligheid. Frases en woorden als 'samenwerking met Oost-Europa', 'wapenvermindering', en 'vredesdivident' hingen in de lucht.

De NAVO veranderde in deze nieuwe politieke situatie in rap tempo van taak en opstelling. Het gaat bijvoorbeeld om de bijdrage aan de uitbreiding van de vrije markt ideologie naar Oost-Europa, de isolatie van Rusland, de reactie op zogenaamde nieuwe gevaren (milieu, raketten etc.) en de rol van politieagent in het Zuiden. Het komt allemaal uitgebreid aan de orde in het boek.

Zo wordt ook het minder bekende voorstel van de Warschaupact-landen om een 'nieuw volledig Europees veiligheidssysteem' op te zetten genoemd. Dit krijgt min of meer een vervolg in de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) die wordt versterkt en Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) gaat heten.

De collectieve veiligheidsorganisaties hebben het echter af moeten leggen tegen de politiek van de NAVO-landen. De auteurs beschrijven dit proces uitgebreid, waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor de Noord-Atlantische Samenwerkingsraad (NACC), die ongeveer dezelfde taken kreeg als de zwakkere OVSE en deze in een hoek drong.

De Fransen wilden daarom – in de lijn der verwachtingen - de rol van deze NACC beperken tot een politieke, omdat ze zagen dat het een vehikel was voor een grotere Amerikaanse invloed in Europa en een concurrent voor de ontwikkeling van een Europese veiligheidsorganisatie. Hier hebben de Fransen het tegen de VS af moeten leggen.

Joegoslavië

Ook in Joegoslavië constateren de auteurs deze kwalijke rol van de Verenigde Staten. Ze citeren in dit kader een journalist van de New York Times: 'De VS verwierpen telkens weer, op systematische wijze, elke vredesregeling waarover de Europeanen probeerden te onderhandelen (…) Wat de VS zegden was dat het [plan] niet in de Verenigde Staten was gemaakt en ze er dus niets van moesten weten. Ik denk dat je zelfs kan stellen dat de Verenigde Staten herhaaldelijk de Europese en VN-onderhandelde plannen saboteerden.'

De rode lijn 'vrede versus defensie' komt in dit deel uitdrukkelijk naar voren, waarbij defensie de bovenliggende partij is. Niet in de laatste plaats ook door de opstelling van Duitsland. De rol van onze Oosterburen wordt enige malen belicht in het boek. Dit gebeurt vooral met betrekking tot de dubbele positie die het herenigd Duitsland inneemt richting Oost-Europa.

Aan de ene kant kan het prima uit de voeten met de politiek van de Europese Unie naar het achterland van de economische reus. 'Maar op cruciale momenten liepen de Duitse en Amerikaanse belangen ook parallel, omdat beide landen uit waren op een grote invloed ten oosten van de Verdragszone.' (p. 106)

Interventies

Over de verandering van de NAVO naar een organisatie gericht op interventies schrijven ze het volgende: 'Washington zou de NAVO dan ook vanaf 1991 transformeren in de richting van een interventiestrategie. Deze transformatie was ook een institutionele noodzaak, want zonder zo'n interventiestrategie zou de NAVO door het wegvallen van de tegenstander zinloos worden. Tegen het einde van de jaren '90 was dat transformatie proces voltooid.'

Zo neergezet lijkt her erop alsof er oekazes uit het Witte Huis kwamen die elders klakkeloos werden opgevolgd. Om de andere Europese landen zover te krijgen was het nodig dat die er het belang van inzagen. Voor wat betreft de Nederlandse situatie herinner ik me uit begin jaren '90 nog een stroom van ingezonden artikelen door schrijvende militairen, zoals Cees Homan en Kolonel ter Zee b.d. J.J. Vaessen. Zij pleitten allen voor een op interventies geschoeide krijgsmacht.

In de Defensienota van 1991 stond al te lezen dat de Luchtmobiele Brigade niet alleen bestemd is 'voor operaties in het kader van het mobiele contraconcentratiepunt; ook inzet in het kader van andere crisis is mogelijk.' Er was sprake van een eenheid die snel en flexibel 'kan worden ingezet bij elk soort conflict en in elk soort terrein.'

De omvorming van de Nederlandse krijgsmacht werd op poten gezet niet na maar vóór de val van de Muur. Bovendien is dit proces nog steeds gaande. Dat geldt voor Nederland, waar ingrijpende veranderingen binnen Defensie nog steeds niet afgerond zijn. Maar ook voor andere landen binnen de alliantie. Ieder jaar is de speelruimte daarvoor groter geworden.

Interne conflicten

Het boek is veel rijker aan informatie dan in een bespreking weergegeven kan worden. Naast die inhoud valt ook de opzet op. Die heeft een kader dat een kritische analyse mogelijk maakt. Na de (ontstaans)geschiedenis van de organisatie gaan het derde en vierde deel achtereenvolgens over interne strubbelingen binnen de NAVO en het blootleggen van de propaganda.

Heel vaak worden grote organisaties, zoals de NAVO, beschouwd als monolithische kolossen waar geen verstandig mens zich tegenaan bemoeit, omdat je er geen enkele invloed op kan uitoefenen. Vanuit die optiek is het goed om te zien dat lang niet alles koek en ei is binnen de NAVO. Er zijn zowel onderlinge spanningen in Europa over de te volgen koers, als spanningen op het 'Europees-Amerikaans grootmachtniveau, bijvoorbeeld in de militair-economische sfeer.'

Achtereenvolgens gaan De Brabander en Spriet in op de concurrentie tussen de Europese Unie en de NAVO, de NAVO en Rusland, het uitbreidingsdebat en de militarisering van de ruimte. Op al die gebieden halen ze meerdere voorbeelden van stroeve relaties aan. Of noemen niet van de grond komende plannen.

Jaap de Hoop Scheffer wordt geciteerd over de relaties tussen EU en NAVO: "de muren die zijn opgericht tussen beide organisaties [vormen] een echte handicap en eerlijk gezegd ze zijn soms surrealistisch." Met andere woorden, niet alle Europese landen willen zich uitleveren aan het transatlantische bondgenootschap. Daarover zijn de atlantici dus ontstemd, met De Hoop Scheffer als spreekbuis. Overigens laten ze ook niet na te wijzen op de agressieve militaire visie die de EU er op nahoudt.

Uitbreiding

Dat de uitbreiding naar het oosten Rusland ontstemt, is een grijs gedraaide plaat. Het nadeel is dat vrijwel niemand er meer naar luistert, maar opeens werden de gevolgen in al zijn bitterheid duidelijk nadat Rusland en Georgië met elkaar in oorlog raakten. De maat was vol voor Rusland dat zijn zelfbewustzijn terug heeft en het gewroet in zijn achtertuin meer dan zat is. Rusland paart dit optreden aan een krachtige positie naar het Westen door de controle over olie- en gasvoorraden.

Met enig leedvermaak beschrijven de auteurs het laatste deel van het uitbreidingsdebat. Hier is het niet alleen Griekenland dat de toetreding van Macedonië voorkomt, maar - veel verrassender - Duitsland, Frankrijk en Italië die dwarsliggen bij de toetreding van Georgië en de Oekraïne. Washington kreeg zijn zin niet en moest in het stof bijten.

Het debat over het raketschild is een constante aanleiding voor scherpe reacties uit Moskou. De Brabander en Spriet sluiten hun hoofdstuk over het raketschild af met de volgende alinea: 'Victoria Samson, een Amerikaanse onderzoekster van het Center for Defense Information, meent dat dit VS-rakettenschild in Europa een puur politieke zaak is. Het is een symbool van Amerikaanse militaire macht in Oost-Europa, een signaal tegenover Moskou. Dat kan de relaties tussen beide landen alleen maar verslechteren. En dat alle in de naam van wapens die niet functioneren tegenover een dreiging die niet bestaat.' Het project om Rusland te isoleren gaat gepaard met interne en externe conflicten.

Mythe

Het deel waarin de mythe bestreden wordt dat de NAVO een organisatie is die de hogere morele waarden verdedigt, begint met een hoofdstuk dat al uit vele pennen is gevloeid. Ik denk aan Fred van der Spek, aan Chomsky (die ook wordt genoemd) en nog een groot aantal schrijvers die al de misstanden eerder beschreven.

Wat mij betreft was het volgende voldoende geweest: 'De geschiedenis van de NAVO en haar lidstaten biedt ons weinig argumenten om te stellen dat het bondgenootschap de democratie en de mensenrechten hoog in het vaandel draagt. Een aantal landen was zelf allesbehalve het toonbeeld van een democratie.'

Mogelijk aangevuld met een paar korte voorbeelden. In plaats daarvan worden we pagina's lang meegenomen langs het Griekse kolonelsregime, het Turkije van de staatsgrepen en koloniale oorlogen die door NAVO-lidstaten werden uitgevochten. Lumumba en Allende komen voorbij, ook Pinochet en Thatcher. Dan verplaatsen we ons naar de Golfregio met zijn oorlogen en Palestina, dat door de Israëli's bezet wordt.

Deze passage van het boek is teveel een herhalingsles. De vragen die dit deel bij mij oproept: Waarom komt dit verhaal zo slecht over? Waarom slikt men bijvoorbeeld dat er bijna dagelijks over de Iraanse bom (die er nog niet is) wordt gejeremieerd en over de Israëlische kernwapens nauwelijks een voetnoot wordt geschreven? Hoe zou je dit kunnen veranderen?

De analyse van de wereld is niet voldoende. Waarom komt die analyse, een constatering van de feiten bijna, niet over en moet hij steeds herhaald worden? Is het dat Iran bestuurd wordt door onverantwoordelijke gekken en Israël door een regering die weliswaar de rechten van de Palestijnen schendt, maar dat doet in een gespannen situatie waar geen van beide vrijuit kan gaan? Is het dat Israël als klein en zielig wordt gezien in een zee van vijandschap? Of dat het uiteindelijk toch onder controle staat van Washington als het gaat om de inzet van kernwapens en Teheran niet?

Israël is niet zielig, maar een zwaar bewapende staat. De VS kan behoorlijk buiten het boekje van het internationaal recht gaan, zoals we allemaal weten, maar ons niet altijd realiseren. Internationaal recht moet gehandhaafd worden. Vijf landen mogen kernwapenarsenalen afbouwen, andere landen mogen deze wapens niet eens hebben. Die duidelijkheid – het recht - sneuvelt blijkbaar in de politieke arena. Dat wordt vervolgens geaccepteerd.

Iets meer beschouwingen over dit soort vraagstukken en mechanismen hadden het boek meer kracht gegeven. Het zou ook passen in een boek dat niet in de eerste plaats een intellectuele oefening in internationale relaties is, maar een zoektocht naar hoe de wereld te bekijken met een blik gericht op vrede.

Toekomst

Naast het heden is het ook de toekomst van de NAVO die me boeit. De vrees van de auteurs is dat er een globale alliantie gesmeed wordt die krachtdadig op zal treden in om het even welke uithoek van de wereld. De missie in Afghanistan is een vingeroefening en mag daarom niet mislukken. Obama heeft er gelijk 21.000 extra militairen heengezonden en meer wordt verwacht en gevraagd.

Uiteindelijk vrezen de auteurs het ontstaan van een Trans-Europees veiligheidssysteem dat zijn grenzen verlegd naar Centraal-Azië door middel van een uitgebreide NAVO. 'Door een vorm van coöperatie met China, Rusland en Japan kunnen deze geïncorporeerd worden. Europa kan onder de heerschappij van Washington, hierbij de hoeksteen vormen van het grote veiligheids- en samenwerkingssysteem', lees ik in dit verband.

Het is me net wat te snel door de bocht om China, Rusland en Japan in één adem te noemen. Japan, het vliegkampschip voor de Aziatische kust, krijgt steeds meer belang als bondgenoot van Washington. Het levert onder meer een bijdrage aan de ontwikkeling van hoogwaardige wapentechnologie en het raketschild.

De auteurs maken zelf ook wel onderscheid: 'De VS-politiek binnen en buiten de NAVO krijgt grotendeels gestalte langs de lijnen zoals die zijn uitgezet door Brzezinski [de nog steeds invloedrijke voormalig nationaal veiligheidsadviseur en schrijver van het boek 'The Grand Chessboard']. In Europa moet de VS aanwezigheid geconsolideerd blijven als bruggenhoofd voor Amerikaanse geostrategische en economische belangen. Rusland moet in de eerste plaats buitenspel gezet worden voor de Great Game in de olie- en gasrijke Centraal-Aziatische regio.' (p. 152-53)

De visie van Brzezinski is het uitgangspunt bij het toekomstbeeld waaraan de NAVO werkt en wat De Brabander en Spriet ontvouwen. Om de rol van China op het wereldwijde schaakbord wordt een beetje heengelopen alsof dit stuk niet meespeelt. Mij lijkt het overduidelijk dat de controle van China een factor is die ook bij de oorlog in Afghanistan een rol speelt.

China

Ik ben benieuwd naar de visie van de schrijver op dit gigantische land. Hoe zal China zich ontwikkelen? Een visie van de veiligheidsexpert Julian Lindley-French wordt opgevoerd. Lindley-French luidt de alarmbellen. Hij zegt dat de machtsbalans in de wereld gevaarlijk dreigt over te hellen naar China, waarvan drie dreigingen uitgaan. Hij noemt de investering in offensieve elektronische oorlogsvoering, de uitbreiding van de marinecapaciteit, met als doel de Amerikaanse marine uit de Japanse Zee te weren en het beschikken over wellicht drie keer hogere defensie-uitgaven dan verklaard.

Is dit retoriek voor een nieuwe Koude Oorlog? De opmaat voor een hardere lijn? Waarom worden die alarmbellen geluid en hoe sterk is de positie van hen die dat doen? Het zijn voor de hand liggende vragen die niet beantwoord worden. Mogelijk is het omdat de nadruk op de NAVO-verhoudingen met Rusland ligt. Misschien verklaart dat ook waarom de auteurs aan deze dreigingsanalyse niet het woordje 'nonsens' toevoegden.

Onlangs schreef Max Gasner, docent Aziatische talen aan de universiteit van Chicago over China: 'Zolang genoemde zijn materieel alleen van de Russen kan kopen, mogen we misschien sceptisch blijven voor wat betreft de consequenties [van de militaire opbouw]. Zelfs als de Chinese regering bezig zou zijn met de grootste uitbreiding van middelbaar onderwijs ooit ondernomen in de geschiedenis van de mensheid, dan nog zal een militair-industrieel complex, nodig om militair overwicht te verzekeren, het werk van decennia zijn: een Lockheed Martin of Boeing kunnen niet uit het niets oproepen worden in een land waar zelfs geen noemenswaardige luchtvaart industrie bestaat.' (New Left Review jul/aug 2009)

De militaire aandacht verschuift naar Azië. Het is jammer dat daar niet meer over geschreven is. De auteurs volgen de ontwikkelingen wel, blijkt uit andere publicaties.

Vrede

Het boek sluit af met een visie van Andreas Zumach, een veiligheidsanalist die regelmatig te horen is bij het VPRO-radioprogramma Argos. Hij stelt dat er een strategische multilaterale wereldorde volgens het principe van collectieve veiligheid zou moeten komen.

"De consequente verdere uitvoering van een coalitie van gewillige multilateralisten, die voor de globale uitdagingen op het collectieve systeem van de VN inzet, is het alternatief voor de gevaarlijke pogingen om een nieuwe, militair gedefinieerde multipolaire machtsbalans in te richten", aldus Zumach.

Gelukkig laat het boek ook zien dat deze positieve boodschap samen kan gaan met een keiharde kritiek. Kritiek op de NAVO en haar lidstaten die een collectief veiligheidssysteem in de weg zitten. Die scherpe visie maakt ook duidelijk dat veel overwonnen moet worden voordat een wereld die Zumach ons voorspiegelt, kans van slagen maakt.


Titel: Als de NAVO de passie preekt
Auteur: Ludo De Brabander en Gerorges Spriet
Pagina's: 312 (met register)
Uitgeverij: EPO, 2009
Prijs: € 20
ISBN: 9789064455100

Deze bespreking is geschreven voor ravagedigitaal