Posts tonen met het label damen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label damen. Alle posts tonen

donderdag 12 december 2019

Hoe is Nederlands marineschip voor mensenrechtenschender Nigeria te rechtvaardigen?

De scheepswerf Damen heeft een Nigeriaanse order voor een marineschip. Hoe gaat de Nederlandse overheid die verkoop deze keer goedpraten?

Version in English with links and extra information see here.
(Joop version translated into English, without source: here)


De wereldwijde wapenhandel groeit nog steeds. Volgens de meest recente cijfers van het gerenommeerde Zweedse onderzoeksinstituut SIPRI hebben de 100 grootste wapenbedrijven in 2018 4,6% meer verkocht, in totaal voor 420 miljard dollar.

Hetzelfde SIPRI geeft een top-tien van grootste wapen-exporterende landen in de periode 2014-2018. Op plek 1 onbetwist de Verenigde Staten. Op plek 10 al jaren Nederland. Dat is niet verwonderlijk. Nederland verkoopt grote dure wapensystemen, vooral maritieme systemen. Scheepswerf Damen en elektronicagigant Thales leveren topproducten met bijbehorend prijskaartje op alle continenten.
De nieuwste order die op stapel staat, is een landingtransportschip voor Nigeria. Daarmee kunnen tanks (tot 70 ton), schepen en gepantserde voertuigen op moeilijk begaanbare plaatsen aan land worden gebracht. Ook is het schip geschikt voor het vervoeren van 235 manschappen. De Nigeriaanse vice-admiraal Ibok-Ete Ibas verklaarde dat het schip zal worden ingezet voor “de bescherming van maritieme activa en het behoud van de wet en de orde op zee” en “nog meer”. Of en wat voor soort wapens op het Nigeriaanse schip worden geïnstalleerd, is niet bekend.

Het is nog altijd zeer onrustig in Nigeria. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken rapporteerde in zijn mensenrechtenrapport 2018 over Nigeria:
“Vanwege het onvermogen van wetshandhavingsinstanties om maatschappelijk geweld te beheersen, bleef de regering zich tot de strijdkrachten wenden om interne veiligheidsproblemen aan te pakken. De grondwet machtigt het gebruik van het leger om ‘opstand te onderdrukken en te handelen ten behoeve van civiele autoriteiten om de orde te herstellen’. Strijdkrachten maakten deel uit van voortdurende gezamenlijke veiligheidsoperaties in de Nigerdelta.”
Ook in 2010 wilde Nederland bootjes leveren aan de Nigeriaanse marine. In antwoorden op parlementaire vragen hierover verklaarde de Nederlandse regering onomwonden dat deze schepen belangrijk waren om olieplatforms van Shell in de Nigerdelta te beschermen.

Hoewel de gewelddadige militaire repressie van de politieke oppositie in de Nigerdelta toen al uitgebreid gedocumenteerd was, zag de toenmalige regering geen risico voor gebruik van de schepen bij mensenrechtenschendingen. Dat de verkoop uiteindelijk maar half doorging kwam niet door zorg om mensenrechten maar vanwege corruptie aan Nigeriaanse zijde.

Nigeria koopt veel schepen om zijn wateren te controleren. Vaak zijn de klanten geen reguliere strijdkrachten maar private beveiligingsbedrijven. Het Nederlandse exportkredietagentschap Atradius Dutch State Business geeft een overzicht van exportkredieten die het verstrekte voor schepen die Damen heeft geleverd aan verschillende Nigeriaanse klanten die de olie- en aanverwante industrie beveiligen. Opvallend daarbij is de recente Nederlandse exportgarantie voor een transactie waarbij de Fidelity Bank is betrokken, net nadat de directeur werd beschuldigd van het witwassen van $ 153,3 miljoen.

Date
Debtor
Maximum liability
Guarantor
041019
Jeruzeth International Engineering Company Ltd
US$ 8,198,249
Fidelity Bank Plc
041019
Homeland Integrated Offhore Services Ltd
6,412,531
ABN AMRO Bank NV
120819
SR Platforms Ltd, Lagos.
6,067,593
Archetype Energy Services Ltd, Lagos.
050819
Hamilton Technologies Ltd, Port Harcourt.
US$ 7,293,027
N.A.

Het is nog te begrijpen dat onbewapende maar gepantserde Damen-schepen worden verkocht voor gebruik in de onrustige wateren met veel criminaliteit. Maar het is een flinke stap verder om een militair schip te leveren met een breed scala aan militaire mogelijkheden voor operaties van troepen van de Nigeriaanse marine binnen de delta.

Het schip dat nu besteld is, zal niet in Nederland worden gebouwd. Damen heeft werven over de hele wereld. Van de 36 Damen-werf bevinden zich er 20 in het buitenland, in Europa en de Verenigde Staten, maar ook in Brazilië, China, Cuba, Indonesië, Turkije, Qatar en Zuid-Afrika. De schepen voor Nigeria worden gebouwd op de Sharjah Damen Shipyards in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE).

Maar omdat het gaat om een door Damen in Nederland ontworpen schip moet een Nederlandse exportvergunning worden afgegeven indien sprake is van ‘militaire kenmerken’, bijvoorbeeld bewapening. Deze week praat het parlement weer over het wapenexportbeleid. Ik ben benieuwd hoe de huidige verkoop van het landingtransportschip deze keer zal worden goedgepraat door de Nederlandse overheid.

Geschreven voor Joop.nl

vrijdag 4 maart 2016

Hoger defensiebudget voor nieuwe onderzeeboten




Na een jarenlange stille voorbereiding werd onlangs bekend dat Defensie minimaal 2,5 miljard wil investeren voor de aanschaf van vier onderzeeboten. Het parlement moet zich flink achter de oren krabben of dit exorbitante bedrag wel gepast is om de huidige onderzeeboten te vervangen.
,,We zaten te wachten op het bevel om te schieten”, vertelt een oude man die naast mij zit voorafgaande aan een debat in het Haagse Nieuwspoort half februari over de aanschaf van vier onderzeeboten voor de Nederlandse marine. In 1962 voer mijn gespreksgenoot aan boord van een onderzeeboten in ‘de Oost’, toen de Indonesiërs troepen over zee vervoerden naar Papoea Nieuw-Guinea, op dat moment de laatste omstreden Nederlandse kolonie in Azië. Het bevel om te schieten kwam niet, duizenden Indonesische troepen landden in Papoea om de kolonisator te verdrijven en daarna zelf kolonisator te worden.
De oude man vertelt meer spannende verhalen. Over varen in de buurt of zelfs onder Russische schepen tijdens de Koude Oorlog, om van dichtbij foto’s te kunnen maken. Ook een Amerikaans eskader rond een vliegdekschip werd tijdens een oefening onopgemerkt binnengedrongen. Onlangs publiceerde de website Marineschepen een soortgelijk verhaal. In 1999 bleek de Nederlandse onderzeeboot van de Walrus-klasse in staat om tijdens een oefening virtueel het vliegdekschip USS Theodore Roosevelt, inclusief acht escorterende schepen, tot zinken te brengen. Het toont de kracht en gevaren aan van onderzeeboot.
  
Hoger defensiebudget
De debatavond over de aanschaf van nieuwe Nederlandse onderzeeboot werd georganiseerd door de Gezamenlijke Officierenverenigingen (GOV) en de Atlantische Commissie. De bijeenkomst kan gezien worden als het begin van een publieke campagne voor hogere militaire uitgaven die het mogelijk moeten maken de onderzeeboten te kopen. De aanwezigen, ruim 150 (oud-)marineofficieren, wetenschappers, lobbyisten en zakenlieden, waren het er unaniem over eens dat dit zonder een verhoging van de defensiebegroting niet zou kunnen. Maar waarom zou de Nederlandse marine kostbare en onzichtbare onderzeeboten moeten aanschaffen? Worden ze vervolgens wereldwijd aangeboden op een toch al krappe markt, die dan nog meer aanbodgestuurd zal worden?
Voormalig minister van Defensie Wim van Eekelen, zittend op de voorste rij in de zaal, vroeg zich af hoe de kosten – 2,5 miljard, mogelijk oplopend tot 4 miljard – onder controle gehouden kunnen worden. Hij heeft slechte herinneringen overgehouden aan zijn eigen regeringsperiode waarin de kosten van een soortgelijk project flink uit de hand zijn gelopen en bekend kwam te staan als de Walrus-affaire. Marine-experts ontwierpen in de jaren ’80 een zich steeds verder uitbreidende onderzeeboot die het geplande budget met 65 procent overschreed. ,,We zullen een hek zetten rond de kosten en de Algemene Rekenkamer is er al bij betrokken”, wuifde commandant Niels Woudstra van de Faculteit Militaire Wetenschappen de twijfels bij Van Eekelen weg.

06Het debat in Den Haag was een opwarmertje voor de parlementaire debatten die deze maand beginnen in de vorm van een ronde tafelgesprek, technische briefing en de officiële start van het acquisitieproces (de zogenaamde A-brief). Het marinekader heeft al een stevige kennisvoorsprong opgebouwd. Al jaren bereiden de Nederlandse militairen de werving van nieuwe onderzeeboten voor. Bij het Ministerie van Defensie werkte een ingenieur in alle stilte aan de ontwikkeling. Defensie liep niet met deze plannen te koop. Men zat aan Het Plein niet te wachten op krantenkoppen over de aanschaf van nieuwe onderzeeboten ten tijde van bezuinigingen op het defensiebudget.
Maar ingenieur Wendy van den Broek kan dan eindelijk haar werkzaamheden in het openbaar presenteren, vertelt ze in een interview met Marineschepen.nl. In juni zal zij in het Noorse Lillestrøm spreken tijdens de Underwater Defence Technology (UDT) wapenbeurs over Submarine Performance and Requirement Evaluatie Methode. In normaal Nederlands: hoe kom je tot een keuze. Na jarenlang in haar eentje te hebben gewerkt, maakt Van den Broek nu deel van een team om de aanschaf van de onderzeeboten voor te bereiden. Alleen een goedkeuring van het parlement is nog nodig om het proces daadwerkelijk op gang te brengen.

Kostbaar verlanglijstje

Nu de krimp van de defensiebestedingen omgebogen is, lijkt de tijd rijp te zijn. Zelfs een breekbare oud-premier Piet de Jong wordt nog opgevoerd. De 101 jarige De Jong zegt dat aan zee grenzende landen niet zonder kunnen en draagt als oud onderzeeboot commandant zijn steentje bij aan de plannen. Tijdens het debat in Nieuwspoort werd duidelijk wat de wensen van het Ministerie van Defensie zijn: een type middelgrote onderzeeboot, iets tussen een nucleaire onderzeeboot en de meer gangbare kleinere voor de kustwateren en landsverdediging in. Het moet een onderzeeboot zijn die efficiënt in het zoute water van de Rode Zee en het zoetere zeewater van de Baltische Zee kan opereren (beide watertypen hebben een eigen opwaartse druk, die voor een groot deel bepaald hoeveel gewicht nodig is om te duiken, en dus de grootte van de onderzeeboot en de tanks bepaalt). De boot moet uit de voeten kunnen in diepe zee en ondiepe kustwateren. De onderzeeboot moet expeditionair zijn, wat betekent dat hij indien nodig onafhankelijk moet kunnen optreden na het verlaten van de haven; wereldwijd en in het hele geweldsspectrum.

De bewapening moet divers en flexibel zijn. De huidige Walrus-klasse van de Nederlandse onderzeeboten heeft torpedobuizen als bewapening en kan een groot schip tot zinken brengen. De laatste keer dat dit gebeurde was toen de Argentijnse kruiser General Belgrano tijdens het conflict om de Malvina’s/Falklands in 1982 met torpedo’s tot zinken werd gebracht door de Britse marine en waarbij 323 Argentijnse bemanningsleden om het leven kwamen. Maar de huidige Nederlandse onderzeeboot heeft geen wapens voor kleinere tegenstanders en is ook tandeloos als het gaat om oorlogsvoering in de lucht.

Dat moet veranderen. De nieuwe Nederlandse onderzeeboten zouden ook toekomstbestendig moeten zijn. Gedacht wordt aan een periode van dertig jaar. Ze moeten ook stiller zijn dan de huidige Walrus-klasse en in staat worden geacht om meer Special Forces (SOF) aan boord mee te nemen, met inbegrip van hun uitrusting. Bovendien moet het schip de mogelijkheden hebben voor verschillende vormen van het verzamelen van inlichtingen. De voortstuwing moet geschieden met een lucht-onafhankelijk systeem (AIP) en de afdeling communicatie en coördinatie moeten kunnen beschikken over een groot netwerk aan elektronische en IT-middelen.

Samenwerking met drones, onbemande vliegtuigjes, wordt van groot belang geacht. De drone betekent een grote uitdaging en vormt zelfs een bedreiging voor de toekomstbestendige onderzeeboot. De onbemande vaartuigen voor gebruik onder water (UUV’s) doemen dan ook op aan de horizon. Veel van de taken – het verzamelen van inlichtingen, het opsporen van andere onderzeeboten, zelfs het tot zinken brengen van andere schepen – zal in de toekomst worden uitgevoerd door nog stillere en aanzienlijk goedkopere UUV’s, die langer onder water kunnen blijven en nog onzichtbaarder zijn.

Keuze scheepsbouwer


De vele wensen voor groter en beter resulteren in ook duurder, maar roepen ook de vraag op wie de schepen zal gaan bouwen. Grote onderzeebootwerven zijn inmiddels uit ons land verdwenen, maar Nederland exporteert nog wel technologie en kennis voor onderzeeboten. Elk jaar wordt een aantal wapenexportvergunningen verstrekt voor apparatuur die bedoeld is voor het upgraden of onderhoud van Taiwanese onderzeeboten die in opdracht van Tapei in de late jaren ’80 bij de Rotterdamse scheepswerf Wilton Feijenoord werden besteld (zie tabel). Technologie en know-how is nog steeds aanwezig in Nederland, zowel bij het Ministerie van Defensie als bijvoorbeeld bij scheepsbouwbureau Nevesbu en onderzoeksinstelling Marin.

Maar de schepen zullen elders gebouwd moeten worden. Gezien de speciale wensen van de Nederlandse marine zullen slechts weinigen van de internationale scheepswerven in staat zijn om ze te bouwen. ,,Het zullen de Duitsers wel worden”, mompelt mijn buurman in Nieuwspoort. Maar hoewel de Duitse scheepswerven Howalts Deutsche Werft (beter bekend als HDW) en Thyssen Krupp Marine Systemen (TKMS) veel exportervaring hebben, bouwen ze tot nu toe kleinere schepen. In feite zijn er maar twee partijen met ervaring: Kockums uit Zweden en de Australische Submarine Corp. Samen waren zij betrokken bij de bouw van de Australische Collins-klasse, gebaseerd op een Kockums 471-ontwerp.

Begin 2015 nam de Nederlandse werf Damen, de laatste decennia uitgegroeid tot internationaal scheepsbouwer van formaat, een voorschot op het besluit vier onderzeeboten te kopen door de krachten te bundelen met Saab Kockums. Commandant Woudstra van de Nederlandse marine was in Den Haag echter duidelijk: ,,We weten nog niet bij wie we ze zullen aanschaffen. Maar we zullen de Gouden Driehoek en internationale partners, zoals Noorwegen en Canada, erbij betrekken.” Het inschakelen van de Gouden Driehoek betekent het ministerie, de defensie-industrie en de kennis- en onderzoeksinstellingen, In feite zegt Woudstra dat hij zal proberen om de Nederlandse maritieme industrie een bijdrage te laten leveren aan de bouw.

 
De concurrentie op de markt voor onderzeeboten is groot. Azië is in potentie de meest interessante regio. ,,Schattingen zijn dat het aantal moderne diesel-elektrische onderzeeboten tot 2020 zal toenemen tot 130 stuks”, zegt de gepensioneerde marineofficier Krokel in het gerenommeerde maandblad Naval Institute Proceedings (februari 2016). Als Damen en Kockums samen met de Nederlandse Gouden Driehoek op deze markt gaan opereren, komt er een push-factor bij op deze toch al aanbod gedreven markt. Als er investeringen plaatsvinden, dan ga je anticiperen op export. Scheepsbouwers moeten hun brood verdienen en dat kan je ze moeilijk aanrekenen. Damen stelt nu al dat ze ‘potentiële mogelijkheden verkent op de internationale markt voor onderzeeboten’ en ze zullen ook gezamenlijk naar andere klanten blijven zoeken, stelt het bedrijf in een persbericht.

Kosten en baten

Al tijdens de bouw zullen de onderzeeboten achter gaan lopen op de onderwater drone-revolutie. Voor sommige taken zullen grote schepen onmisbaar blijven, zoals voor transport van speciale militaire troepen van en naar geheime missies, of voor vertaling en analyse van de verzamelde inlichtingen ter plekke. (Nederlandse onderzeeboten werden de afgelopen decennia ingezet voor het verzamelen van inlichtingen op drie continenten.) Om die speciale ‘niches’ voor de Nederlandse troepen op peil te houden moet het defensiebudget groeien. Nederland zal bovendien een partij worden op de drukke internationale verkoopmarkt voor onderzeeboten.

Hoe sensationeel de verhalen van de militaire planners en oud-onderzeeboot bemanningen ook zijn, bij de aanschaf moet worden gekeken naar de kosten en de baten. Het Nederlandse parlement moet zich flink achter de oren krabben of deze dure aanschaf, waarover in 2018 een definitief besluit zal worden genomen, wel zo gepast is in deze magere tijden, maar of ze bijdraagt aan een veiligere wereld? 

maandag 9 februari 2015

Shipyard Damen wants to build for Azerbaijan

Photo: Kommer Damen of Damen Shipyards talking with president Aliyev of Azerbaijan at WEF in Davos source

Dutch Damen Shipyards considers building military naval vessels for Azerbaijan, a country that is involved in an arms race with neighboring Armenia.
 
Mid Janauary, Kommer Damen CEO and owner of Damen Shipyards visited the WorldEconomic Forum in Davos to strengthen cooperation with Azerbaijan. He met the President of Azerbaijan, Ilham Aliyev personally to discuss construction of military and civilian vessels and ships for unspecified government tasks, reports Trend News Agency.

In September 2014, arms fair ADEX was organised in Azeerbaijan. One observer noted: "There seem to have been a lot of shipbuilders and navy-related companies at ADEX; Dutch shipbuilder Damen was the "platinum sponsor" of the show and Chinese and Turkish shipbuilders also exhibited, suggesting they think there is naval business to be had in Azerbaijan." It seems the assumption was correct.
 
Azerbaijan borders the Caspian Sea in the turbulent Caucasus. It is currently engaged in an arms race with neighboring Armenia. The Bonn International Center for Conversion stated in a report that Armenia and Azerbaijan belong to the ten most militarized countries in the world. Armenia ranks third, a higher position than even Syria.
 
In 2013, Armenia's military expenditure reached the amount of 427 million dollars. Azerbaijan spent $ 3.4 billion in the same year on the military. In Armenia about 4 percent of the Gross National Product was spent on defense, in Azerbaijan 4.7 percent. Compared with other European countries this is significant. On top of imports Azerbaijan boosted its own arms production substantially.

Scientific research indicates that countries in a potential conflict area which buy huge amounts of weapons have a bigger chance to get at war with each other. And with Azerbaijan and Armenia, conflict is never far away; allthough there is a ceasefire since the war of 1994, throughout 2014 a total of 72 people were killed on both sides. 

Human Rights Watch states in its annual report for 2014 Human Rights Watch states that: "The Azerbaijani government’s poor record on freedom of expression, assembly, and association dramatically deteriorated during the year. This crackdown was the backdrop for the October 2013 presidential election, in which incumbent President Ilham Aliyev was re-elected for a third term with 84.5 percent of the vote.” 

At the same time the Dutch branch of Amnesty International launched a campaign for the release of two Azeri human rights activists, Leyla Yunus and her husband Arif, who were arrested last year on charges of treason and fraud. According to Amnesty, the charges were made up to silence the activists in the run-up to the first edition of the European Games next summer.  

Meanwhile, the largest arms exporter in the Netherlands, Kommer Damen, visits the Azerbaijani President in Davos to discuss military production. Not only from a human rights point of view is this irrsponsible, but also because of the tense situation in the region. Control based on the arms export regulatuons an easy task. Damen Shipyards Group is a company that operates in 18 countries and has 35 shipyards and builds complete warships in Asia, the America's, Africa and other parts of Europe. The latest of its foreign operations is the licensing of its vessel designs to Louisiana boat-builder Metal Shark Aluminum Boats. Because of this internationalisation it will be easy to circumvent the Dutch arms export guidelines. 
 
Thales Nederland, another prominent Dutch arms exporter, once said that is will not bite the hand which feeds it. For Damen, a significant part of its 'food' is provided by the Dutch government in the form of purchasing naval vessels and export support when selling them abroad. Damen for example knows very well how to use the of attractive Dutch export credit guarantees and Oret Miliev development grants. In the case of Azerbaijan, let's hope the Dutch government will warn Damen not to sell military vessels, instead of giving its support.
 
Written for Stop Wapenhandel Dutch version see Ravage Webzine

woensdag 28 januari 2015

Damen wil schepen leveren aan Azerbeidzjan

Photo: Kommer Damen van Damen Shipyards in gesprek met de president van Azerbeidzjan, Ilham Aliyev, in Davos. bron

Het Nederlandse scheepsbouwbedrijf Damen Shipyards overweegt militaire schepen te bouwen voor Azerbeidzjan, een land dat verwikkeld is in een wapenwedloop met buurland Armenië.

Afgelopen week was Kommer Damen van Damen Shipyards aanwezig bij het World Economic Forum in Davos om de samenwerking op het gebied van de scheepsbouw te versterken. Daarbij had hij ook een persoonlijk onderhoud met de president van Azerbeidzjan, Ilham Aliyev. Het ging over de bouw van militaire en civiele vaartuigen en schepen voor niet gespecificeerde overheidsdiensten, zo berichtte Trend News Agency.

In september 2014 werd de wapenbeurs ADEX georganiseerd in Azerbeidzjan. Een annalist constateerde: "Er lijken veel scheepsbouwers en marine gerelateerde bedrijven op ADEX te zijn; De Nederlandse scheepsbouwer Damen was de 'platina sponsor' van de show en ook Chinese en Turkse scheepsbouwers waren op de tentoonstelling, alsof zij denken dat er marinezaken in Azerbeidzjan te doen zijn." Het lijtk er inmiddels op alsof deze aanname correct is.

Azerbeidzjan ligt aan de Kaspische Zee in de roerige Kaukasus. Momenteel is het verwikkeld in een wapenwedloop met buurland Armenië. Het door de Duitse overheid gefinancierde Bonn International Center for Conversion rekent in een rapport Armenië en Azerbeidzjan tot de tien zwaarst gemilitariseerde landen ter wereld. Waarbij Armenië een derde plaats inneemt, nog vóór Syrië.

De militaire uitgaven van Armenië bereikten in 2013 het bedrag van 427 miljoen dollar. Azerbeidzjan besteedde in datzelfde jaar 3,4 miljard dollar aan het leger. In Armenië gaat zo’n 4 procent van het Bruto Nationaal Product naar defensie, in Azerbeidzjan is dat 4,7 procent. Vergeleken met andere Europese landen is dit aanzienlijk. Azerbeidzjan heeft ook de wapenproductie flink opgeschroefd. Landen in een potentieel conflictgebied die veel wapens kopen hebben een veel grotere kans met elkander in oorlog te geraken.

Human Rights Watch stelt in haar jaarrapport over 2014 het volgende over de huidige situatie in Azerbeidzjan: ‘De slechte reputatie van de Azerbeidzjaanse overheid op het gebied van vrijheid van meningsuiting, samenkomst en organisatie verslechterde aanzienlijk gedurende het jaar.’ De repressieve maatregelen waren bedoeld om de presidentsverkiezing van oktober 2013 soepel te laten verlopen. Ilham Aliyev werd dan ook met 84,5 procent van de stemmen herkozen voor zijn derde termijn.

Afgelopen week startte Amnesty International een campagne voor de vrijlating van twee Azerbeidzjaanse mensenrechtenactivisten die vorig jaar zijn opgepakt op beschuldiging van verraad en fraude. Volgens Amnesty zijn de aanklachten verzonnen om de activisten het zwijgen op te kunnen leggen zodat ze de eerste editie van de Europese Spelen komende zomer niet kunnen verstoren.

Tegelijkertijd bezocht de grootste wapenexporteur van Nederland, Kommer Damen, dus de Azerbeidzjaanse president in Davos om wapens te leveren. Niet alleen vanuit mensenrechtenoogpunt is een dergelijke steun aan het bewind van Azerbeidzjan ongewenst, ook vanwege de gespannen situatie in de regio. Damen Shipyards Group is een bedrijf dat actief is in 18 landen en bezit 35 scheepswerven. Hierdoor kan het de Nederlandse wapenexportrichtlijnen eenvoudig omzeilen.

Thales, een andere voorname Nederlandse wapenexporteur, stelde eens dat het niet de hand bijten die het bedrijf voedt. Een aanzienlijk deel van dat voedsel bestaat voor Damen uit steun van de Nederlandse overheid in aankopen van marineschepen en steun bij de export ervan. Damen maakt bijvoorbeeld gebruik van lucratieve Nederlandse exportkredietgaranties en Oret Miliev ontwikkelingssubsidies. De Nederlandse overheid doet er goed aan inzake Azerbeidzjan Damen Shipyards Group een corrigerende tik uit te delen in plaats van te steunen.

Geschreven voor Ravage webzine

maandag 17 november 2014

East meets West on weapons and conflict

Introduction 

The European Network Against Arms Trade started to work on arms trade to Southeast Asia in 1994, when it was campaigning, together with Indonesian activists, against arms export to Indonesia, at that time a military dictatorship.

The first publication contained a quote of François Heisbourg, at that time CEO of Matra military missile company (now MBDA). He observed that the increasing arms budgets in South East Asia showed great similarity with that of Europe at the eve of World War I.

Twenty years later, April 2014, David Pilling wrote in the Financial Times

 “Almost every Asian nation is building up its capacity in the air and on the sea. The people of the region must hope that it is a complete waste of money.”

Both quotes express the fear that the arms build-up in Asia contributes to the risk of armed conflict. In his article- 'Asia follows China into an old-fashioned arms race' – Pilling argues, like many observers do, that the trend of increasing arms budgets will gather pace in the coming years. His article was published after the release of Military Expenditure 2013 figures by the renowned Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI), which also highlighted the growth of Asia's military budgets.


The International Institute of Strategic Studies' (IISS) in London estimated, based on 2012 figures, that the Asian defence expenditure is exceeding that of Europe. (See e.g. The European Union As A Security Actor: View From India, Eurasia Review, August 26, 2014.) Due to the present economic crisis, the European budgets are declining, while those in Asia continue to grow. Looking in a more political way at the figures however, one notices that most big Asian spenders belong to the Western sphere of influence: Australia, Japan, Turkey and South-Korea. And as the European Union is still responsible for 16% of military spending and the US even for 37%, the big military spending is still taking place in the West, not in Asia. Based on spending figures one must conclude that Western military superiority is still unchallenged.

Moreover, a division by region instead of continent gives a more balanced view. In green, the regions with declining military budgets in 2013. However in absolute spending figures Europe and the US are still the main military spenders. We have to wait for the 2014 and beyond figures to see if this trend continues. In reaction to the conflicts between Russia and Ukraine on the one hand and the situation in Iraq/Syria on the other hand the trend might reverse into the direction of larger military budgets again. One sees this debate on the political and military level gaining speed. The fact that the UK government recently announced to spend £3.5 billion on armoured vehicles in the next three years while also warning about the dangers of “prioritising social welfare” is an example of where the debate is going. Governments are willing to sacrifice social security (the right of access to nutrition, health care and education) to military security.

 



Arms Trade
 
Growing military budgets will benefit military companies. Of the fifteen largest military companies nine are US-based and five are located in Western Europe. Russia has only one military company among the top-fifteen.

Roughly a quarter of the military budgets are spend on arms acquisitions, which makes over 400 billion US$. The rest of the budget is spend on issues such as soldiers wages (50%), fuel, buildings, repair and overhaul etc. Of the 400 billion on arms, roughly one fifth is imported and makes up the global international arms trade. SIPRI gives a value of US$ 43 billion for 2011, but due to the incompleteness of available figures it states that: “However, the true figure is likely to be higher.”


When looking into the most recent figures as provided by the US Congressional Research Service (CRS) for 2011: “The value of all arms transfer agreements worldwide (to both developed and developing nations) in 2011 was $85.3 billion. This was an extraordinary increase in arms agreements values (91.7%) over the 2010 total of $44.5 billion. This total in 2011 is by far the highest worldwide arms agreements total since 2004.” In this year 2011, the US has exported its largest amount ever for a single year in the history of the U.S. arms export program: $66.3 billion. Three quarters of the total global arms trade comes from the US. Followed by Russia with $4.8 billion in arms trade agreements in 2011. But the trend is that regional arms producersitself get a share in production of weapons. Indonesia e.g. has the policy that Indonesian firms must control at least 51 per cent of a joint defence project, and the other 49 per cent can be in the hands of its foreign counterpart (2012 Defence Industry Law). The law is part of Indonesia's strategy to provide the country with a strong defence industry by 2024. The policy is financially backed by 100 trillion rupiah ($8.25 billion) since 2010, Indonesia's defence-industry has reached this year 40 per cent of what is considered lowest essential level, according to Timbul Siahaan, the Indonesian director general for defence potential.
The so-called Grimett-report of CRS also shows that the three major arms suppliers to Asia are Russia, the US and Western Europe. 




2009
2013
2008
2012
Country

2008

2009

2010

2011

2012

2013

 Total
1
1
India
1867
1996
2897
3566
4524
5581
20431
2
2
China
1992
1453
943
1020
1631
1534
8573
3
4
Pakistan
1047
1210
2201
1051
962
1002
7473
4
9
UAE
749
560
605
1213
1154
2245
6524
5
3
S Korea (ROK)
1647
815
1242
1469
1039
188
6399
6
5
United States
944
973
1113
1014
1215
759
6017
7
6
Algeria
1529
1065
808
1135
877
342
5756
8
7
Singapore
1174
1522
1018
933
824
142
5613
9
11
Saudi Arabia
339
733
986
1160
866
1486
5569
10
8
Australia
405
756
1489
1585
894
303
5432
11
10
Turkey
675
733
469
642
1528
604
4651
12
13
Venezuela
743
358
208
594
691
476
3069
13
14
United Kingdom
529
389
503
355
599
438
2813
14
20
Morocco
46
39
296
1411
807
43
2640
15
16
Egypt
336
159
686
635
312
501
2628
16
15
Malaysia
508
1512
421
5
47
113
2606
17
17
Iraq
380
402
453
658
504
203
2600
18
12
Greece
516
1225
648
77
33
66
2564
19
24
Vietnam
172
62
152
1018
758
369
2531
20
25
Afghanistan
152
346
377
672
579
216
2344

Table: SIPRI database major recipients of arms 2008-2013 

 
The ranking of SIPRI shows that of the 20 major recipients of arms in the period 2008-2013, the first three were Asian, notably 1) India, 2) China and 3) Pakistan. Singapore ranked 8, Malaysia ranked 16 and Vietnam ranked 19, all three are South East Asian countries.
 

A case study: Cam Song military shipyard
 

To give some insight in the world of arms trade we will have a closer look at an example of trade between the Netherlands and Vietnam. Just 100 kilometres east from Hanoi, at Cam Song, the biggest Dutch naval shipbuilder has established a Dutch-Vietnamese wharf joint venture. As soon as the wharf was established, it started to build small vessels for the Australian navy. But more important are the plans to build four major surface vessels for the Vietnam navy, equipped with MBDA Exocet surface target missiles and 12x MBDA MICA VL surface-to-air missiles. Although often described as patrol vessels for coast guard duties, these ships have much more capabilities than just for patrols; notably when armed with these missiles these are full scale warships. Two of the ships will be build in the Netherlands, the other two in Vietnam. It is a win-win for both owners for which Vietnam will pay an estimated € 700 á 800 million. Although the price of the ships is kept secret so far, it can be deduced from the size of the ships and recent comparable sales to Morocco and Indonesia. The deal will most likely include technology transfers; no arms deal is thinkable without that nowadays. So far, no arms export license is applied for by the Netherlands seller, probably due to difficulties in providing finance for this major arms transfer. The four ships are a clear example of regional naval build-up.

The Netherlands is not the only country doing military business with Hanoi. In the autumn of 2014, the United Stated eased its arms embargo on Vietnam. The decision prompted reaction by some republican US-senators urging President Obama to rethink his decision to ease a decades-old arms embargo and instead condition US arms sales to Vietnam upon specific progress to Vietnam’s human rights record. But the message is mixed with other interests. They also want to see Vietnam beefed-up against China “In their letter to the President, the senators expressed support for U.S. efforts to help improve Vietnam’s maritime defence capabilities given China’s aggressive territorial claims.” Arms exports may be authorized in the best interests of U.S. foreign policy, national security, and human rights concerns on a case-by-case basis when in support of maritime security and domain awareness, states the Final rule. Human Rights and Power politics go hand-in-hand here.

This brings us to the issue of territorial disputes around the Paracels and Spratlys, to which these naval build-ups seem to be a response. These disputes are big issue in South East Asia, but not well-known in Europe (apart from some scholars). One can legitimately ask the question why there should be such a military build-up when diplomatic solutions can lower the tension, as is shown by the recent agreement. One can even ask if these military build-ups do not endanger more peacefull solutions such as diplomacy. Those questions are rarely asked but but to ask them might be in the interest of the people of South East Asia.

Another main Dutch arms producer, Thales Netherlands, is not only involved in the Vietnam deal, but is at the same time working with the Chinese supposed enemy. The Dutch company is supplying the radar and command, control, and communication systems for Chinese build warships to be sold to Algeria (a €21 million or US$28 million deal). On the website of renowned military publisher IHS Jane's is stated: “To mitigate concerns about possible industrial espionage in China, Thales will install sensitive components and software only after the vessels have been delivered to Algeria.” But it is undeniable that the cooperation between Thales Nederland and China Shipbuilding is strengthening the later and is profitable for both. The cooperation sands the barriers of the EU military embargo on China. Two major Dutch arms producers are supporting two parties in the same conflict on the Spratlys. Armed forces and governments on one side of the globe and arms companies on the other side stress that the military 'solution' to a conflict is the sensible way, more effective than any other, more sustainable solution. One can wonder if it is about peace and security or about profit and power.

Arms trade campaigning
 
NGO's in Europe campaigning on arms trade mostly focus on corruption in arms deals, the relation between arms trade and human rights violations and the abuse of scarce resources in the country of destination for expensive arms contracts. Most campaigners and researchers on arms trade consider South East Asia as a region for specialists. The raising military export to the region however demands more attention.



One way in getting more influence as a campaigner is just to publicize the facts. Here under a screen shot of the European Network Against Arms Trade database, based on the fairly inaccessible official annual EU reports on arms sales. Information in this database can be filtered for year, weapon type and country of origin or destination. It is a easy tool for a quick overview. In the example data have been selected on year 2012 and country of destination China.

Final remark

The arms trade is a push market, where companies work hard to get new costumers convinced of the need of the newest, most expensive technology. South East Asia is a very profitable region for European arms companies. People should worry for the peace in South East Asia, as Financial Times journalist Pillings was quoted at the beginning of this article. Arms races generally do not contribute to peace and security, on the contrary.



Martin Broek
 
Published: Stop Wapenhandel, November 2014 
Made possible with the kind support of the Trans National Institute (TNI).

Stop Wapenhandel is an independent foundation researching and campaigning against arms trade and arms production. Stop Wapenhandel is supported by gifts. Please help and donate on bank account NL.11.TRIO.0390.407.380 for Stop Wapenhandel, Amsterdam