Posts tonen met het label marine. Alle posts tonen
Posts tonen met het label marine. Alle posts tonen

dinsdag 24 december 2019

Drakendoder India?

Dragon On Our Doorstep: Managing China Through Military Power door Pravin Sawhney en Ghazala Wahab beschrijft de rammelende militair strategische positie van India met betrekking tot China. Het boek eindigt met de zin: “We zijn het aan de geschiedenis en geografische ligging van India verplicht een strategische speler op het wereldtoneel te worden.” India is ver van dat doel verwijderd, blijkt uit het boek. Het zou zelfs niet staat zijn een oorlog met Pakistan te winnen. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met het feit dat militaire ontwikkelingen nauwelijks een rol spelen in de landelijke politiek. Er is geen inzicht, maar ook geen organisatie, geen militair industriële basis, en conflicten die het land verzwakken worden niet opgelost.

De schrijvers zijn eigenlijk vooral negatief over de stand van zaken. Het boek is daarmee niet een oproep voor meer geld en middelen, maar voor meer beleid. En een enkele keer voor meer terughoudendheid in militair of repressief beleid. 

Pakistan

De auteurs staan lang stil bij het conflict met Pakistan dat een nauwe bondgenoot is van Beijing (banden die sinds de publicatie van het boek in 2017 alleen maar zijn versterkt). De krijgsmachten van beide worden vergeleken, zowel inbedding in het politieke systeem en aansturing, als kwaliteiten van de luchtmacht, marine, landmacht, veiligheidstroepen, kernwapens als defensie-industriebeleid (dat in India ook al rammelt als een oude bus). Pakistan komt veruit als beste uit de bus, vooral omdat het militair veiligheidsbeleid heeft dat zich richt op macht, terwijl India zich beperkt tot het hebben van een leger en wapens.

Het gewicht van de geschiedenis, de ideologische verschillen en vooroordelen wegen te zwaar om het conflict snel op te lossen. Als een eerste stap pleiten ze voor gelijke wederzijdse ontwapening in de hoogvlakten, daar waar India en Pakistan tegenover elkaar staan. Een dergelijke stap zou in het belang zijn van een oplossing voor Kashmir, de spreekwoordelijke molensteen in het conflict tussen beide landen. Tevens zou dit een halt toe kunnen roepen aan de bewapeningswedloop. Het zou betekenen dat China zijn strategie ten opzichte van India aan zou moeten passen. Het is kortom een noodzaak.

Grenzen

De schrijvers trekken langs de grenzen tussen India en Pakistan (Line of Control, LC) en die tussen China en India (Line of Actual Control, LAC), waarbij het hooggebergte een voorname rol speelt. Grensconflicten rond de LC zijn op te lossen als er een oplossing voor Kashmir zou zijn. De grensconflicten met China zijn dat niet, maar ook dat onderkennen zou al een wenselijke stap zijn. Ze sommen de Indiase zwakheden en de Chinese kracht op (infrastructuur, geografie, wederzijdse afspraken). Het is een tocht die levendig wordt, omdat de schrijvers zelf de buitenposten en militaire bases bezochten. Je wandelt zo nu en dan mee de bergen op naar de besneeuwde passen, waar boven het goed geoutilleerde Chinese leger wacht. Maar het blijft niet bij anekdotische informatie. De landen worden niet gespaard als het gaat om het geven van voorbeelden waar de wedloop op de spits werd gedreven in plaats van afgeremd of gestopt.

De kwestie van de grensconflicten werd eind december nog besproken in een Chinees-Indiase top. Beide zijden verklaarden dat het oplossen van de grensconflicten noodzakelijk is voor het bewaren van vrede en rust. Of daarmee de volgens auteurs, zwakke positie van India is verbeterd, is onduidelijk.

Kernwapens

Opvallend is de visie dat India af zou moeten stappen van zijn drieledige nucleaire politiek: lange afstandsbommenwerpers, nucleaire onderzeeboten en lange afstandsraketten op land. De luchtmacht is te zwak om die taak erbij te hebben en zou ze moeten beëindigen. Die stap zou gebruikt moeten worden om vertrouwenwekkende maatregelen (CBMs) te bespreken met Pakistan. Bovendien zou het afschaffen van de nucleaire luchtmachttaak de kans op een onbedoelde nucleaire escalatie verkleinen, omdat Pakistan niet meer bang hoeft te zijn dat een vliegtuig mogelijk met kernwapens haar luchtruim binnendringt tijdens een conflict. De atoomonderzeeboten moeten vergroot worden en eigenlijk zijn vooral de op land gestationeerde kernwapens waar de schrijvers het meeste fiducie in hebben.

Tibet

Ze lopen ook langs de minder prominente veiligheidsproblemen, zoals de Tibetaanse enclave en regering in ballingschap in India. Het is te verwachten dat de 15e Dalai Lama zal reïncarneren in India. De grote aanwezigheid van het boeddhisme in India, zou Delhi uit moeten spelen om het land status te geven in de Boeddhistische wereldgemeenschap en die van Zuidoost Azië in het bijzonder (waar volgens de auteurs dit geloof dominant is, hoewel je met evenveel recht de Islam er als dominant kan benoemen. Een notie die gezien de huidige aanval op de islam door de Indiase regering niet onbelangrijk is). India doet niets met dit voordeel. Dat zou wel moeten, waarmee religie als politiek middel wordt bepleit. Bijna alsof India met godsdienststrijd nog niet voldoende problemen heeft.

In China heeft president Xi Jinping verklaart dat Tibet sinds de oudheid al deel is van China. Dat dit historisch gezien geen grond heeft, doet er voor Beijing minder toe. In de hoofdstukken rond Tibet worden zowel de Chinese als Indiase positie uiteengezet, waarbij veel aandacht voor de Tibetaanse guerrilla's (de Special Frontier Force, getraind en bewapend door de CIA en haar voorloper, de American Committee for Free Asia) en de buitenlandse invloed op de Dalai Lama.

Verzet

Van het Tibetaanse recht op zelfbeschikking gaat het boek naar de conflicten met de maoïsten in het noordoosten, oosten en meer en meer naar het midden van het land. Ook hier ontbeert het overheidsbeleid inzicht en betrokkenheid. Beleid wordt op afstand gemaakt en al snel wordt niet gekozen voor het verlichten van de zorgen van de bevolking, maar voor repressie door politie en inlichtingendiensten. Dit is verspreid over 15 staten en werkt samen over organisatie en partij politieke en nationale grenzen heen. De harde hand uit Dheli versterkt alleen maar de zaak van het verzet en zo duren de conflicten voort. Bij deze onderdrukking wordt zelfs gebruik gemaakt van inzet van land- en luchtmacht. In 2015-16 werden 116 bataljons paramilitairen (600-1,200 manschappen elk) ingezet om het maoïstische verzet de kop in te drukken. Sensitief beleid en meer bevoegdheden naar lokale bevolking zou veel beter werken, stellen Pravin en Wahab.

De huidige Hindoeïstische regering heeft volgens de schrijvers nog een ander probleem. De BJP staat ideologisch en op een gewelddadige wijze diametraal tegenover de maoïsten. Wetgeving (Right to Fair Compensation and Transparency in LandAcquisition etc. bijvoorbeeld) die de positie van de bevolking in het oosten zou moeten beschermen, wordt afgeschaft.

Het verzet bindt niet alleen manschappen van de Indiase land- en luchtmacht aan binnenlandse veiligheid, het geeft China ook toegang tot India door levering van wapens, het krijgen van inlichtingen en de conflicten tasten de kwetsbare Indiase cohesie aan. Het oplossen ervan is daarom ook gezien vanuit internationaal veiligheidsperspectief belangrijk. Voorlopig lijkt de regering Modi alleen maar olie op het vuur te gooien (lees bijvoorbeeld de visie van Arundhati Roy).

Krijgsmachtonderdelen

De Indiase marine is overvraagd, ze leidt aan ziekte van overstretched commitment, zoals de auteurs het uitdrukken en heeft geen militaire strategie die haalbaar is. De Chinese marine is niet meer weg te denken uit de wateren rond India (zie havens: Gwadar in Pakistan, Hambantota op Sri Lanka, Sonadia in Balgladesh en het Birmese Maday). De Pakistaanse marine opereert in nauwe samenwerking met de Chinese en daarmee is een realiteit ontstaan waar India maar moeilijk mee uit de voeten kan. Daarop zou India moeten reageren.

Het lijkt er echter op dat de marine zich om binnenlands politieke overwegingen meer moet richten op de strijd tegen Pakistaanse infiltranten. Dat is niet verrassend volgens de schrijvers: India is altijd een land geweest dat zijn maritieme taak heeft verwaarloosd. Daar waar sprake was van een positieve beeldvorming van de marine – optreden tegen Pakistan in 1971 – werd dit teniet gedaan op het moment dat Mumbai in 2008 vanuit zee werd aangevallen door aan Pakistan gelieerde terroristen. Niemand had ze zien aankomen. Niemand was voor dat euvel verantwoordelijk. Een tocht langs de betrokken instanties en beleidsvoornemens door de schrijvers, laat ook hier zien dat er ook nadien weinig handen en voeten worden gegeven aan een veiligheidsbeleid in de kustwateren.

Er is evengoed veel kritiek op andere krijgsmacht onderdelen. De luchtmacht zou beter meer piloten op kunnen leiden dan meer staaljagers kopen, en ervoor zorgen dat er voldoende reserve onderdelen zijn zodat de gevechtsvliegtuigen die er zijn beter gebruikt worden. De landmacht doet taken waar ze niet voor bedoeld is (contraguerrilla en politietaken bijvoorbeeld; 30% zit in Jamu & kashmir) en zet zo manschappen en middelen misplaatst in en zorgt voor een verschuiving van de inhoudelijke oriëntatie, waaraan ze toch al een gebrek heeft. Het Indiase leger groeit qua aantallen manschappen (1 miljoen in 1990 en 1,23 miljoen in 2015; een groei met bijna een kwart) en dat in een tijdperk dat geavanceerde technologie eerder dan vele militairen de doorslag zullen geven in een conflict.

Wapenindustrie

De schrijvers vragen in 2013 aan de onderdirecteur van het Russische wapenverkoopbureau Rosobornexport of het klopt dat India verouderde onderzeeboottechnologie uit 1973 was verkocht. Dan antwoord de Rus: “hadden jullie het al?” Na een stilte die een nee verraadde: “in dat geval is dit state of the art voor jullie.” Het is een anekdote die de Indiase industrie zelfs na jarenlang samenwerking met Europese, Israëlische en Amerikaanse partners in zijn hemd zet.

In een recent artikel in The National Interest schrijft Richard A. Bitzinger: “Opmerkelijk is dat het communistische China meer vooruitgang geboekt heeft met het introduceren van vrije markt mechanismes in zijn wapenindustrie.” Het is een sterk ideologisch gekleurde opmerking om de Chinese en Indiase defensie-industrie te vergelijken en wel in het voordeel van de eerste. Voor wie de draak op de deurmat heeft gelezen biedt het Bitzingers artikel geen nieuws.

Als je wilt doen alsof je een binnenlandse wapenindustrie hebt, noem je gewoon alles wat binnenslands wordt gemaakt Indiaas, ook als dat alleen eindassemblage inhoudt. Het maakt dan niet meer uit waar het is ontworpen of wie de rechten op de producten heeft, het klinkt voor de oppervlakkig luisteraar wel goed. India maakt schepen, maar “alle motoren worden geïmporteerd,” klinkt minder succesvol.

De marinebasis in Karwar (waar de organisatie Stop Wapenhandel jaren geleden nog tegen ageerde, omdat de toekomstige nucleaire basis door de Nederlandse Hashkoning met hulp van de Nederlandse staat werd aangelegd) zou uit kunnen groeien tot een belangrijke haven, maar daar moet dan wel in geïnvesteerd worden. In de haven van Pipavav staan grote kranen, maar aan zelfstandig scheepsontwerp is niet gedacht. Ook hier somberheid troef. “Het is is de logica zelf dat een land dat nog niet eens in staat is geweest een 'acceptable' geweer voor zijn militairen te maken, maar moeilijk meer geavanceerde maritieme wapens kan maken, zoals raketten, torpedo's, kanonnen etc. Ad hoc worden vellen ervan (die niet direct worden geïmporteerd) gemaakt in India op basis licenties van Europese of Israëlische bedrijven.” (Ik citeerde dit al eerder in het engelstalige blog: India major customer for EU-weaponry.)

De schrijvers kijken bij de ontwikkeling niet naar de mooie woorden, die bijna dagelijks in de Indiase pers te vinden zijn, maar naar cijfers en welke voordelen India heeft bij de breed uitgemeten samenwerkingsprogramma's met buitenlandse partners en dan valt dat vrijwel altijd tegen. Maar misschien is niet zozeer het opzetten van een wapenindustrie van belang (m.u.v. munitie en andere zaken nodig als een conflict uitbreekt) maar het ontwikkelen van capabele moderne strijdkrachten, schrijven ze bijna hopeloos.

Kashmir

Het belangrijkste voor een geostrategische verbetering van de Indiase positie vis-à-vis China is het oplossen van de kwestie Kashmir. De schrijvers constateren echter dat de politieke leiding zichzelf steeds opnieuw voorspiegelt dat er in Kashmir eigenlijk niet zo veel aan de hand is en dat het onder controle is. Dat draagt het risico in zich dat de rot er insluipt en de zaak permanent verziekt. Het voorkomt ook een remedie. In ieder geval lopen processen steeds vast op een politieke kink in de kabel, bewust of onbewust veroorzaakt, een aanslag, een regeringswisseling e.d. Het wordt tot in detail beschreven. Het is een falend beleid waarvan uiteindelijk de bevolking van Kashmir de dupe is.

In het hoofdstuk rond Kashmir wordt ook aandacht besteed aan het protest en radicalisering. Hoe beoordeel je dit en hoe ga je er mee om. De schrijvers merken op dat India, net als het Westen, de fout maakt om opstandelingen als misleide jongeren te zien of als terroristen, alsof er geen enkele context voor hun handelen zou zijn. Op die manier blijft het op lossen van de grondoorzaken voor de conflicten uit en bestaat het gevaar dat zo'n kwestie alleen maar verergert.
Het is van het grootste belang voor ons om voor de kwestie Kashmir met een permanente oplossing uit te werken, het stoppen met de vervreemding van de moslims in het land, zodat ze niet het terrorisme in getrokken worden en het terugtrekken van de AFSPA-wetten [die bijzondere bevoegdheden aan het leger verlenen]. Infiltratie heeft resultaten, maar beter zou het zijn het vertrouwen op te bouwen met de moslim gemeenschap, zodat ze zullen bijdragen aan een oplossing: Dit zal niet werken als de politie check punten in wijken opzet, lokale mensen mishandelt en ze allen als terroristen behandeld.” Een oplossing van het conflict maakt troepen vrij voor samenwerking en ontwikkeling in de hele regio. Bovendien opent het ruimte voor besprekingen bijvoorbeeld rond de grensgeschillen met China, de 3488 km lange LAC.”
De schrijvers zijn voorlopig ingehaald door de geschiedenis. De Modi regering heeft laten zien dat ze de kwestie niet op wil lossen, maar uit de weg ruimen door juist oude afspraken over het bestuur van Kashmir met voeten te treden. Al in augustus 2016 had Modi gezegd dat India bezet Kashmir terug wil hebben uit Chinese en Pakistaanse handen. De auteurs merken verbaasd op dat China 42.000 vierkante mijl binnen haar grenzen heeft en en China en Pakistan samen 47.645. Het spreekt vanzelf dat China en Pakistan die nieuwe visie uit Delhi niet toejuichen. Hoe dit zich gaat ontwikkelen is moeilijk te voorspellen, maar dat het de veiligheid van India zal vergroten is een gok die lijkt op een extreme bungy jump van grote hoogte aan slap elastiek.

Pravin Sawhney stelde op zijn twitter account dat Modi de veerkracht van de Kashmiris zwaar heeft onderschat “gebogen hoofden betekent niet dat ze hun nederlaag hebben geaccepteerd,” en van normalisering is nog lang geen sprake. Trots, miscommunicatie, ontsporing van op stapel staande initiatieven en onbegrip hebben die oplossing tot nu toe voorkomen. Het moet er toch ooit van komen.

Tenslotte

India moet volgens de schrijvers beseffen dat alleen het roepen dat het een geostrategische speler is geen zin heeft als dit niet ook gestoeld is op economische en militaire macht. Halverwege het boek vatten ze hun programma samen in een paar zinnen:
“India moet zijn eigen militaire macht opbouwen, haar Tibet-politiek herzien, eervol interne opstanden oplossen, bilateraal nauwe banden opbouwen met de VS en tri-nationaal, inclusief Japan, om gezamenlijke dreigingen in Azië, Stille en Indische Oceaan regio, en de Act East Policy versterken door de banden aan te halen met ASEAN en andere aan zee liggende landen.”
Het is zeker geen boek dat geschreven is vanuit de vredesbeweging, alleen al het advies om de kernwapenpolitiek anders in te richten of het gebruiken van religie als machtsmiddel geeft dit aan. Het leeuwendeel van het boek handelt erover dat India nog veel te verbeteren heeft als het gaat om de krijgsmacht en militaire infrastructuur. Het geeft daarmee inzicht in het strategische denken omtrent India, en biedt zelfs enige gedachten rond het oplossen van binnenlandse conflicten en conflicten met Pakistan. De auteurs geven samen het defensie periodiek Force uit, maar dat betekent niet dat ze onderhandelingen, conflictbemiddeling en vertrouwenwekkende maatregelen geen rol laten spelen in hun visie.

Uiteindelijk lijkt geen enkele Aziatische partij belang te hebben bij het ontsporen van de relaties tussen India en China. Het is wel de vraag of India gebaat is bij het maken van beleid vanuit het adagium uit de klassieke oudheid dat wie oorlog wil voorkomen, zich moet voorbereiden op oorlog of door een variant met minder omwegen: dat wie vrede wil zich voor moet bereiden op vrede. Dat hoeft niet op naïeve wijze, maar kan doordacht en in samenwerking met anderen en anders dan het sluiten van nieuwe militaire bondgenootschappen tégen China, waardoor het conflict slechts op de spits wordt gedreven. Dat India zijn interne huishouding niet op orde heeft, hoeft zo'n zoektocht en beleid niet te belemmeren, het kan ook een kans zijn.

vrijdag 4 maart 2016

Hoger defensiebudget voor nieuwe onderzeeboten




Na een jarenlange stille voorbereiding werd onlangs bekend dat Defensie minimaal 2,5 miljard wil investeren voor de aanschaf van vier onderzeeboten. Het parlement moet zich flink achter de oren krabben of dit exorbitante bedrag wel gepast is om de huidige onderzeeboten te vervangen.
,,We zaten te wachten op het bevel om te schieten”, vertelt een oude man die naast mij zit voorafgaande aan een debat in het Haagse Nieuwspoort half februari over de aanschaf van vier onderzeeboten voor de Nederlandse marine. In 1962 voer mijn gespreksgenoot aan boord van een onderzeeboten in ‘de Oost’, toen de Indonesiërs troepen over zee vervoerden naar Papoea Nieuw-Guinea, op dat moment de laatste omstreden Nederlandse kolonie in Azië. Het bevel om te schieten kwam niet, duizenden Indonesische troepen landden in Papoea om de kolonisator te verdrijven en daarna zelf kolonisator te worden.
De oude man vertelt meer spannende verhalen. Over varen in de buurt of zelfs onder Russische schepen tijdens de Koude Oorlog, om van dichtbij foto’s te kunnen maken. Ook een Amerikaans eskader rond een vliegdekschip werd tijdens een oefening onopgemerkt binnengedrongen. Onlangs publiceerde de website Marineschepen een soortgelijk verhaal. In 1999 bleek de Nederlandse onderzeeboot van de Walrus-klasse in staat om tijdens een oefening virtueel het vliegdekschip USS Theodore Roosevelt, inclusief acht escorterende schepen, tot zinken te brengen. Het toont de kracht en gevaren aan van onderzeeboot.
  
Hoger defensiebudget
De debatavond over de aanschaf van nieuwe Nederlandse onderzeeboot werd georganiseerd door de Gezamenlijke Officierenverenigingen (GOV) en de Atlantische Commissie. De bijeenkomst kan gezien worden als het begin van een publieke campagne voor hogere militaire uitgaven die het mogelijk moeten maken de onderzeeboten te kopen. De aanwezigen, ruim 150 (oud-)marineofficieren, wetenschappers, lobbyisten en zakenlieden, waren het er unaniem over eens dat dit zonder een verhoging van de defensiebegroting niet zou kunnen. Maar waarom zou de Nederlandse marine kostbare en onzichtbare onderzeeboten moeten aanschaffen? Worden ze vervolgens wereldwijd aangeboden op een toch al krappe markt, die dan nog meer aanbodgestuurd zal worden?
Voormalig minister van Defensie Wim van Eekelen, zittend op de voorste rij in de zaal, vroeg zich af hoe de kosten – 2,5 miljard, mogelijk oplopend tot 4 miljard – onder controle gehouden kunnen worden. Hij heeft slechte herinneringen overgehouden aan zijn eigen regeringsperiode waarin de kosten van een soortgelijk project flink uit de hand zijn gelopen en bekend kwam te staan als de Walrus-affaire. Marine-experts ontwierpen in de jaren ’80 een zich steeds verder uitbreidende onderzeeboot die het geplande budget met 65 procent overschreed. ,,We zullen een hek zetten rond de kosten en de Algemene Rekenkamer is er al bij betrokken”, wuifde commandant Niels Woudstra van de Faculteit Militaire Wetenschappen de twijfels bij Van Eekelen weg.

06Het debat in Den Haag was een opwarmertje voor de parlementaire debatten die deze maand beginnen in de vorm van een ronde tafelgesprek, technische briefing en de officiële start van het acquisitieproces (de zogenaamde A-brief). Het marinekader heeft al een stevige kennisvoorsprong opgebouwd. Al jaren bereiden de Nederlandse militairen de werving van nieuwe onderzeeboten voor. Bij het Ministerie van Defensie werkte een ingenieur in alle stilte aan de ontwikkeling. Defensie liep niet met deze plannen te koop. Men zat aan Het Plein niet te wachten op krantenkoppen over de aanschaf van nieuwe onderzeeboten ten tijde van bezuinigingen op het defensiebudget.
Maar ingenieur Wendy van den Broek kan dan eindelijk haar werkzaamheden in het openbaar presenteren, vertelt ze in een interview met Marineschepen.nl. In juni zal zij in het Noorse Lillestrøm spreken tijdens de Underwater Defence Technology (UDT) wapenbeurs over Submarine Performance and Requirement Evaluatie Methode. In normaal Nederlands: hoe kom je tot een keuze. Na jarenlang in haar eentje te hebben gewerkt, maakt Van den Broek nu deel van een team om de aanschaf van de onderzeeboten voor te bereiden. Alleen een goedkeuring van het parlement is nog nodig om het proces daadwerkelijk op gang te brengen.

Kostbaar verlanglijstje

Nu de krimp van de defensiebestedingen omgebogen is, lijkt de tijd rijp te zijn. Zelfs een breekbare oud-premier Piet de Jong wordt nog opgevoerd. De 101 jarige De Jong zegt dat aan zee grenzende landen niet zonder kunnen en draagt als oud onderzeeboot commandant zijn steentje bij aan de plannen. Tijdens het debat in Nieuwspoort werd duidelijk wat de wensen van het Ministerie van Defensie zijn: een type middelgrote onderzeeboot, iets tussen een nucleaire onderzeeboot en de meer gangbare kleinere voor de kustwateren en landsverdediging in. Het moet een onderzeeboot zijn die efficiënt in het zoute water van de Rode Zee en het zoetere zeewater van de Baltische Zee kan opereren (beide watertypen hebben een eigen opwaartse druk, die voor een groot deel bepaald hoeveel gewicht nodig is om te duiken, en dus de grootte van de onderzeeboot en de tanks bepaalt). De boot moet uit de voeten kunnen in diepe zee en ondiepe kustwateren. De onderzeeboot moet expeditionair zijn, wat betekent dat hij indien nodig onafhankelijk moet kunnen optreden na het verlaten van de haven; wereldwijd en in het hele geweldsspectrum.

De bewapening moet divers en flexibel zijn. De huidige Walrus-klasse van de Nederlandse onderzeeboten heeft torpedobuizen als bewapening en kan een groot schip tot zinken brengen. De laatste keer dat dit gebeurde was toen de Argentijnse kruiser General Belgrano tijdens het conflict om de Malvina’s/Falklands in 1982 met torpedo’s tot zinken werd gebracht door de Britse marine en waarbij 323 Argentijnse bemanningsleden om het leven kwamen. Maar de huidige Nederlandse onderzeeboot heeft geen wapens voor kleinere tegenstanders en is ook tandeloos als het gaat om oorlogsvoering in de lucht.

Dat moet veranderen. De nieuwe Nederlandse onderzeeboten zouden ook toekomstbestendig moeten zijn. Gedacht wordt aan een periode van dertig jaar. Ze moeten ook stiller zijn dan de huidige Walrus-klasse en in staat worden geacht om meer Special Forces (SOF) aan boord mee te nemen, met inbegrip van hun uitrusting. Bovendien moet het schip de mogelijkheden hebben voor verschillende vormen van het verzamelen van inlichtingen. De voortstuwing moet geschieden met een lucht-onafhankelijk systeem (AIP) en de afdeling communicatie en coördinatie moeten kunnen beschikken over een groot netwerk aan elektronische en IT-middelen.

Samenwerking met drones, onbemande vliegtuigjes, wordt van groot belang geacht. De drone betekent een grote uitdaging en vormt zelfs een bedreiging voor de toekomstbestendige onderzeeboot. De onbemande vaartuigen voor gebruik onder water (UUV’s) doemen dan ook op aan de horizon. Veel van de taken – het verzamelen van inlichtingen, het opsporen van andere onderzeeboten, zelfs het tot zinken brengen van andere schepen – zal in de toekomst worden uitgevoerd door nog stillere en aanzienlijk goedkopere UUV’s, die langer onder water kunnen blijven en nog onzichtbaarder zijn.

Keuze scheepsbouwer


De vele wensen voor groter en beter resulteren in ook duurder, maar roepen ook de vraag op wie de schepen zal gaan bouwen. Grote onderzeebootwerven zijn inmiddels uit ons land verdwenen, maar Nederland exporteert nog wel technologie en kennis voor onderzeeboten. Elk jaar wordt een aantal wapenexportvergunningen verstrekt voor apparatuur die bedoeld is voor het upgraden of onderhoud van Taiwanese onderzeeboten die in opdracht van Tapei in de late jaren ’80 bij de Rotterdamse scheepswerf Wilton Feijenoord werden besteld (zie tabel). Technologie en know-how is nog steeds aanwezig in Nederland, zowel bij het Ministerie van Defensie als bijvoorbeeld bij scheepsbouwbureau Nevesbu en onderzoeksinstelling Marin.

Maar de schepen zullen elders gebouwd moeten worden. Gezien de speciale wensen van de Nederlandse marine zullen slechts weinigen van de internationale scheepswerven in staat zijn om ze te bouwen. ,,Het zullen de Duitsers wel worden”, mompelt mijn buurman in Nieuwspoort. Maar hoewel de Duitse scheepswerven Howalts Deutsche Werft (beter bekend als HDW) en Thyssen Krupp Marine Systemen (TKMS) veel exportervaring hebben, bouwen ze tot nu toe kleinere schepen. In feite zijn er maar twee partijen met ervaring: Kockums uit Zweden en de Australische Submarine Corp. Samen waren zij betrokken bij de bouw van de Australische Collins-klasse, gebaseerd op een Kockums 471-ontwerp.

Begin 2015 nam de Nederlandse werf Damen, de laatste decennia uitgegroeid tot internationaal scheepsbouwer van formaat, een voorschot op het besluit vier onderzeeboten te kopen door de krachten te bundelen met Saab Kockums. Commandant Woudstra van de Nederlandse marine was in Den Haag echter duidelijk: ,,We weten nog niet bij wie we ze zullen aanschaffen. Maar we zullen de Gouden Driehoek en internationale partners, zoals Noorwegen en Canada, erbij betrekken.” Het inschakelen van de Gouden Driehoek betekent het ministerie, de defensie-industrie en de kennis- en onderzoeksinstellingen, In feite zegt Woudstra dat hij zal proberen om de Nederlandse maritieme industrie een bijdrage te laten leveren aan de bouw.

 
De concurrentie op de markt voor onderzeeboten is groot. Azië is in potentie de meest interessante regio. ,,Schattingen zijn dat het aantal moderne diesel-elektrische onderzeeboten tot 2020 zal toenemen tot 130 stuks”, zegt de gepensioneerde marineofficier Krokel in het gerenommeerde maandblad Naval Institute Proceedings (februari 2016). Als Damen en Kockums samen met de Nederlandse Gouden Driehoek op deze markt gaan opereren, komt er een push-factor bij op deze toch al aanbod gedreven markt. Als er investeringen plaatsvinden, dan ga je anticiperen op export. Scheepsbouwers moeten hun brood verdienen en dat kan je ze moeilijk aanrekenen. Damen stelt nu al dat ze ‘potentiële mogelijkheden verkent op de internationale markt voor onderzeeboten’ en ze zullen ook gezamenlijk naar andere klanten blijven zoeken, stelt het bedrijf in een persbericht.

Kosten en baten

Al tijdens de bouw zullen de onderzeeboten achter gaan lopen op de onderwater drone-revolutie. Voor sommige taken zullen grote schepen onmisbaar blijven, zoals voor transport van speciale militaire troepen van en naar geheime missies, of voor vertaling en analyse van de verzamelde inlichtingen ter plekke. (Nederlandse onderzeeboten werden de afgelopen decennia ingezet voor het verzamelen van inlichtingen op drie continenten.) Om die speciale ‘niches’ voor de Nederlandse troepen op peil te houden moet het defensiebudget groeien. Nederland zal bovendien een partij worden op de drukke internationale verkoopmarkt voor onderzeeboten.

Hoe sensationeel de verhalen van de militaire planners en oud-onderzeeboot bemanningen ook zijn, bij de aanschaf moet worden gekeken naar de kosten en de baten. Het Nederlandse parlement moet zich flink achter de oren krabben of deze dure aanschaf, waarover in 2018 een definitief besluit zal worden genomen, wel zo gepast is in deze magere tijden, maar of ze bijdraagt aan een veiligere wereld? 

donderdag 30 april 2015

Hollands tintje aan oorlog in Jemen

Foto: Een van de achttien in Nederland gekochte F-16’s die door de Jordaanse luchtmacht worden ingezet in de strijd tegen Jemen

Nederlandse wapensystemen spelen een onzichtbare rol bij de oorlog in Jemen. Veel van de deelnemende marineschepen zijn uitgerust met vuurleidingsradar geproduceerd door Thales Nederland.

Sinds 26 maart voert Saoedi-Arabië, geruggensteund door een coalitie van Arabische landen (Marokko, Egypte, Soedan, Jordanië, Koeweit, Bahrein, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten) bombardementen uit op stellingen van Houthi-rebellen in Jemen. Daar werd na een opstand in 2011 president Ali Abdullah Saleh verjaagd om plaats te maken voor een president die eind maart op zijn beurt per boot vluchtte naar Saoedi-Arabië.

De Houthi-rebellen proberen sindsdien in grote delen van het land de macht te grijpen, tot groot ongenoegen van Saoedi-Arabië dat met negen bondgenoten nu al een maand lang stellingen van de Houthi-rebellen, die in hun strijd worden gesteund door soldaten die op hun beurt Ali Abdullah Saleh steunen,bombardeert. Volgens de VN zijn daarbij inmiddels meer dan 1000 mensen omgekomen, onder wie 551 burgers en minstens 115 kinderen. Voedsel en benzine worden steeds schaarser en prijzen stijgen daardoor explosief.

Het gevecht om Jemen staat symbool voor de strijd om de regionale macht tussen het sjiitische Iran en soennitische Saoedi-Arabië, maar er lijkt eerder sprake te zijn van eengeopolitiek conflict. De Saoedische koning Salman ziet in de opmars van de Houthi’s een aanwijzing dat Iran zijn invloed probeert uit te breiden in de regio. Daarnaast plegen de Jemenitische tak van al-Qaïda en de Islamitische Staat (IS) aanslagen op het Arabische Schiereiland (AQAS).

Europese wapens

VN-chef Ban Ki-moon riep half april tevergeefs alle strijdende partijen op om de wapens neer te leggen nadat eerder de VN-Veiligheidsraad het leveren van wapens aan de Houthi’s verbood. De coalitie tegen de Houthi’s wordt militair gesteund door deVS en strijdt met wapens gekocht van Europese landen. In hetEU-verslag over de wapenexport in 2013 was Saoedi-Arabië na de VS de belangrijkste klant voor Europese wapensystemen met een waarde van bijna 4 miljard euro. De VN stelde een wapenembargo tegen Jemen in en vroeg alle partijen de gevechten te stoppen, dat laatste overigens zonder succes.

Op 9 april werd bekend dat een vloot bestaande uit twee Iraanse schepen in internationale wateren richting Jemen voer. Het ging om de torpedobootjager Alborz en het ondersteuningsschip Bushehr. De schepen haalden internationaal de krantenkoppen. Wat daarbij niet werd vermeld, is dat de Alborz in 1969 werd gebouwd op de Britse scheepswerf Vickers en de Bushehr in 1974 op de West-Duitse scheepswerf C. Lühring waardoor beiden sterk verouderd zijn.


Onderwijl zet de coalitie onder aanvoering van Saoedi-Arabië eenbreed scala aan militaire vliegtuigen en marineschepen in. Jane’s Defence Weekly meldt dat de bijdragen van de betrokken tien landen ‘onduidelijk’ zijn. Het militaire tijdschrift verklaarde echter wel dat landen als Jordanië vliegtuigen inzetten en dat er volgens foto’s tevens sprake is van Egyptische, Jordaanse en Bahreinse F-16’s.

Jordanië kocht recent achttien F-16’s van Nederland en negen van België, tezamen ruim een derde van hun totale squadron. Als gevolg van het gevoerde compensatiebeleid door de Nederlandse overheid gedurende de afgelopen decennia, waarbij ons land als tegenprestatie voor de aankoop van Amerikaanse F-16’s onderdelen voor de productie van dit gevechtsvliegtuig mocht leveren, zijn ook de overige F-16’s van Jordanië met Nederlandse technologie uitgerust.

De Eurofighters (EFA/Typhoon) die gebruikt worden door de Saoedi’s, zijn een product van BAe Systems, Finmeccanica, en Airbus. Het laatst genoemde bedrijf is om fiscale redenen gevestigd in Nederland. Van de inzet van Eurofighters in de strijd met de Houthi’s werd melding gemaakt in de Britse media. Marine-raketsystemen worden hierbij eveneens ingezet waarvan verschillende typen (zoals Sea Sparrow, Harpoon) Nederlandse technologische onderdelen bevatten.  

Thales Nederland

Met een blik op de geografische kaart blijkt dat de Jemenitische kust bijna net zo lang is als de landgrenzen. De stranden langs de Golf van Aden en de smalle ingang aan de Rode Zee vormen de route naar de Middellandse Zee die via het Suezkanaal loopt. Geen wonder dat vanwege het door de VN ingestelde wapenembargo de coalitie marineschepen inzet buiten de territoriale wateren van Jemen voor de controle van schepen.

Naast Saoedi-Arabië is het vooral vazal Egypte dat betrokken is bij de zeeblokkade. Een bedankje aan de Saoedi’s vanwege de gulle donaties van het Huis van Saud aan president al-Sisis en zijn regering, in maart nog4 miljard dollar. Caïro heeft ook een eigen reden. Het gebruik van het Suezkanaal levert Egypte ongeveer 5 miljard dollar per jaar op. Het is daarmee een onmisbare bron voor harde valuta voor een land dat door de afname van het toerisme en de buitenlandse investeringen financieel vrijwel aan de grond zit.
54
Vuurleidingsradar van Thales Nederland

Verwacht wordt dat ook Pakistan zal toetreden tot de vloot voor deze zeeblokkade. De nieuwste Pakistaanse marineschepen worden gebouwd door China en zijn voorzien van Nederlandse militaire communicatie- en gevechtssystemen. De Pakistaanse Oliver Perry klasse is uitgerust met een derivaat geproduceerd door Thales Nederland, genaamd de Perry Mk 92 vuurleidingsradar (Signaal WM 28).

Begin april doken er berichten op dat de Egyptische marine raketten afvuurde op Jemen. De gebruikte wapens zijn voornamelijk afkomstig uit de VS, Zweden, Italië en Rusland. De radar, gevechtssystemen en onderdelen van de raketten is echter ten dele geproduceerd in Nederland. Jane’s Defence Weekly meldt dat het fregat Alexandrië (voorheen de Mubarak) is uitgerust met Mk 92 vuurleidingsradar en dat de snelle raketaanvalsschepen Ezzat Awent zijn uitgerust met Thales Nederland Scout dataverwerking.

Tijdens een parlementaire hoorzitting over het Nederlandse wapenexportbeleid op 13 april hield Thales zich van de domme en stelde niet te begrijpen waarom de regering aarzelde met het verlenen van toestemming voor de uitvoer van Thales producten voor de bouw van Egyptische marineschepen. Vuurleidingsradar is een essentieel onderdeel van een wapensysteem, evenals dataverwerkings- en gevechtssystemen. Momenteel werkt Egypte aan de bouw van Egyptes Gowindkorvetten. Thales levert hiervoor niet alleen de oppervlakte rondzoekradar, maar ook de doelaanwijsradar die cruciaal is voor moderne oorlogsvoering.

Geschreven voor Ravage-webzine

In English for Stop Wapenhandel 

maandag 11 november 2013

Voor of tegen (2): Heel groot schip

De afgelopen week kreeg ik twee vragen voorgeschoteld, waarop ik maar een half antwoord had, en niet het antwoord dat de vragensteller verwachtte. De eerste vraag ging over de interventie in Mali. Ik maakte er een column over die niet politiek correct is, maar een zich vormende mening. De tweede gaat over het zogenaamde Joint Support Ship. "Erg hé dat ruim 400 miljoen over de balk is gesmeten voor een oorlogsschip dat niemand wil?" Ja, geld over de balk smijten vind ik erg. ****

De aandacht kwam door een artikel in het Algemeen Dagblad (pagina 1, 2) of voor de tekst hier. Lobbyïsten die in de eerste helft van het afgelopen decennium lid waren van een van de grote partijen worden in dat artikel aan de paal genageld: Mat Herben (LPF), Bert Bakker (D'66), Roland Kortenhorst (CDA) en Hans van Baalen (VVD) worden erin geportretteerd. Het is vooral Roland Kortenhorst die ik me herinner als iemand die tijdens Kamerdebatten ongegeneerd voorlas wat hij kreeg van de industrie. Maar wat heb je aan die verontwaardiging over geld dat verdween en Kamerleden van vroeger en die inmiddels vervangen zijn?

Hoe stonden huidige Kamerleden in het dossier? Ze verbaasden zich in Feitelijke Vragen (anoniem gestelde vragen die duidelijkheid moeten verschaffen over een vraagstuk) over het schip dat in 2009 als een duveltje uit een doosje opdook en 100 miljoen duurder was geworden. Hoe zit het met de bezuinigingen, vroegen ze zich onder veel meer af. Uit die antwoorden blijkt dat het schip bedoeld was voor het vervoeren pantservoertuigen, ook de nieuwe typen. Niet voor de verdwenen tanks, zoals Frank Hendrix schrijft in het Algemeen Dagblad.

Jack de Vries, staatssecretaris van Defensie, stelde in november 2009: “Aan de B/C/D-brief van het project JSS die de Kamer op 3 november jl. heeft ontvangen ligt een principeovereenkomst met DSNS ten grondslag. Defensie is hiermee geen verplichting aangegaan voor de bouw van het schip. Dit is in het kader van het Defensie Materieel Proces de gebruikelijke procedure.” Dit ambtelijke jargon betekent dat hij een loopje nam met de gebruikelijke procedure om de Kamer stap-voor-stap op de hoogte te stellen. Jack stopt drie brieven in één brief. Maar belangrijker: de Kamer laat hem ermee wegkomen.Het schip was in de tussentijd wel flink groter, geavanceerder en dus ook duurder.

Van Velzen (SP) is het meest uitgesproken als het gaat om de prijs van het Joint Support Ship. Ze is tegen de aanschaf van het schip. In een Kamerdebat over de Defensiebegroting in december 2009 dient ze een motie in (nr. 63(32123 X) om te gaan heronderhandelen over de prijs. Die motie wordt gesteund door GroenLinks en Partij voor de Dieren. Hij wordt ontraden door de Staatssecretaris en het is met name Raymond Knops (CDA) die voor De Vries tijdens het debat de hete kolen uit het vuur haalt. Ten Broeke (VVD) gaat met Knops mee. Angelien Eijsink (PvdA) heeft nauwelijks een mening. Komt naderhand wel met procedure voorstellen gericht op de toekomst. Maar na dat debat van december 2009 is de aanschaf een gelopen koers. Waarom de pijlen op Mat Herben richten als ook op zittende Kamerleden als Knops, Ten Broeke en Eijsink het megaschip zonder problemen hebben geaccepteerd? Die Kamerleden zitten ervoor om de regering te controleren.

Er zit wel een logica in de aanschaf. Het huidige bevoorradingsschip, de Zuiderkruis, is aan vervanging toe. In 1982 voer ik er als opvarende van een Nederlands fregat al naast in een NAVO-eskader. Dat het vervangende schip zonder medeweten van de Kamer opgetuigd is met allerlei voorzieningen, zoals extra helikopterruimte, amfibische- en transportcapaciteit. Daar had het debat over moeten gaan. En of je dat al dan niet wilt hebben hangt af van de vraag welk leger je wilt. Die discussie op grote lijnen ontbreekt in de Nederlandse politiek. Landlocked Mali laat in ieder geval zien dat de marine niet altijd een voorname rol kan spelen.

zaterdag 15 januari 2011

Tunesië al jaren lang klant voor Nederlandse wapens

Gisteren verliet president Ben Ali van Tunesië zijn land. De bevolking was hem na jaren onderdrukking en armoede beu. De bevolking bleek sterker dan de machthebber. Concessies aan de demonstranten en straten vol politie en leger konden de woede niet bedaren. Wel vielen slachtoffers. Tussen de vijftig en tachtig mensen kwamen volgens conservatieve schattingen om het leven. Nederland leverde regelmatig wapens aan het regime.

Sluipschutters zijn de afgelopen weken ingezet om de demonstranten te stoppen. The violence has continued for a month and claimed at least 23 lives this week - many killed by police snipers," stelt de Schotse Daily Record van 14 januari in dit verband. En The Guardian van vrijdag 14 januari voert Navi Pillay op, de VN vertegenwoordiger voor de mensenrechten die zegt: "protesters had died as ‘a result of excessive measures used, such as snipers(…)’.”

De laatste bekende Nederlandse wapenleverantie aan Tunesië betrof een zogenaamde passieve richtkijker. Niet zo’n kleintje voor op je jachtgeweer, maar een met een exportwaarde van 10.000 euro. Een kijker die een sluipschutter gebruikt om zijn doel dodelijk te raken.

Niet alleen gingen mensen op vakantie naar het autoritair bestuurde land, Nederland leverde er ook wapentechnologie aan. Het ging nooit om grote leveranties. Maar de kleine leveranties waren er met enige regelmaat. Vaak strijdig met de richtlijnen wapenexportbeleid. Een levering van Duitse oorlogsschepen vol Nederlandse technologie ging helemaal ongecontroleerd naar Tunis, zo beschrijft de Campagne tegen Wapenhandel in een rapport. Deze organisatie stelde de leveranties in 2007 ook aan de orde in een brief aan Tweede Kamerleden.

Datum goederen eindbestem-
ming
herkomst waarde
(€)
13-05-2004 Passieve
observatielijker met objectieven
Tunesië Nederland 6.000
28-10-2005 Communicatiesystemen
en toebehoren
Tunesië Nederland 1.037.336
28-10-2005 Draagbare
rondzoekradar (tijdelijk of
retour-na-reparatie)
Tunesië Nederland 226.891
27-06-2007 Delen
van radarvuurleidingsystemen
Tunesië Nederland 16.570
08-05-2009 Onderdelen
van radarvuurleidingsystemen
Tunesië Onbekend 738.804
27-10-2009 Optische
passieve richtkijker (tijdelijk of
retour-na-reparatie)
Tunesië Nederland 10.000
Bron:
maandrapportages Afgifte uitvoervergunningen, doorvoervergunningen en vergunningen financieel verkeer voor militaire goederen, Ministerie EZ. Zie: stopwapenhandel.org/(...)/overheid.html

Blog leidde tot een blog van Harry van Bommel. Vervolgens weer tot inbreng in vragenuurtje (18 januari) door Japsper van Dijk (beide SP).

vrijdag 14 januari 2011

Humor van de verliezer

Zouden die piraten op de kust van Somalië gevoel voor humor hebben? Zeg niet dat piraterij niet romantisch is en daarom van humor geen sprake kan zijn; er zijn volstrekt correcte droogstoppels en luimige zware misdadigers (of andersom). Pippi Langkous, het kleine meisje met de sproeten, windt zich in een piratenkroeg zo op over het pesten van een jongetje, dat ze de daders aan de muur hangt. Bulderend lachen vult vervolgens het drinkgelag.

Dat er ergens in een khat-room wordt gelachen door de bendeleider die zijn volgende schip in handen heeft, kan ik me voorstellen. Dagelijks leest hij verhalen over de vloot in de Somalische kustwateren: “Around twenty countries, including NATO/EU member states, India, Russia and China, have already dispatched naval vessels, with South Korea expected to join them soon.” De rijkste en machtigste landen sturen oorlogsschepen om zíjn activiteiten te bestrijden. Het vervult hem niet alleen van trots, hij ziet er ook de grap wel van in. De khat versterkt dit gevoel.

Hij leest dat het Nederlandse fregat dat mee vaart, ruim 400 miljoen euro heeft gekost. Dat is ongeveer tien procent van het BNP van Somalië. De verzamelde vloot kost meer dan alle economische activiteiten van het land in twee jaar opbrengen, inclusief wat Somaliërs in het buitenland naar hun familie sturen. Ondanks die inzet waren de piraten toch weer in staat een klein Nederlands scheepje buit te maken. Het is om je kapot te lachen. Maar laten we eerlijk zijn: het is de lach van de zelfspot, de humor van de verliezer, de overlevingsstrategie in een land zonder kansen.

De Islamisten met hun rechtbanken. De bendeleider haatte ze. Maar toen ze eind 2006 verdreven werden door de Ethiopiërs, gesteund door de VS, werd de situatie nog veel slechter. Was het niet mogelijk vanuit de bestaande orde aan een nieuwe te werken? Nu werd alles gesloopt en weggeschoten, ook het beetje organisatie dat er nog was.

Tranen worden al twintig jaar geplengd over het falende Somalië, maar dat weerhoudt buitenlandse vissers er niet van om de Somalische wateren leeg te vissen. De zee werd bovendien een stortplaats voor gif en nucleair afval. Een falende staat biedt immers ook kansen voor wie de ruimte ziet. “Onze tonijn zit in uw blikje”, denkt de piraat, “zonder dat wij er een cent van zien.” Somalië loopt tussen de 73 en 230 miljoen euro per jaar mis door dat gevis. Veel meer dan de hele piraterij opbrengt.

De bendeleider ziet ze, de zwarte schepen op zee, met geleide raketten, torpedo’s en over de horizon radar. De spierballen van de wereld verzamelen zich om in het gat te springen, om de falende staat van buiten te controleren. Het lijkt op een strijd om Oost-Afrika met als bonus de toegang tot Rode en Arabische Zee. Ideaal niet ver van het wapengekletter in het Midden Oosten en op twee dagen varen van Zuid-Azië, het huidige speerpunt voor militaire avonturen.

Zouden ze niet beter middelen en kennis kunnen verstrekken zodat landen in Oost-Afrika op termijn zelf hun wateren kunnen beschermen tegen piraten. Maar ook tegen Spaanse, Franse en Griekse vissers en tegen onverlaten die hun troep storten. Waarom is er geen georganiseerde kustwacht in de regio. Kost een schijntje. Het is niet om te lachen, maar om te huilen dat er gekozen wordt voor interventie en niet voor het helpen bij de opbouw van onafhankelijke rechtshandhavingsstructuren daar waar ze nodig zijn.

Zuid-Afrika als klant

In Zuid-Afrika gaan de dingen niet zo als beloofd. Lang niet voldoende huizen, slechte sociale omstandigheden voor hen die aan de verkeerde kant van het spoor wonen en een samenleving die moeizaam bij elkaar te houden is.

Wat wel goed gaat – behoudens een corruptieschandaaltje hier en daar – is de opbouw van een sterk Zuid-Afrikaans leger. Nieuwe gevechtsvliegtuigen, pantservoertuigen, onderzeeërs en fregatten. Het lijkt niet op te kunnen.

Nu maakt Zuid-Afrika plannen voor de volgende aankoop. Dit keer niet zo mega-groot. Gewoon zes patrouilleschepen (OPV’s) voor de marine. Drie voor het binnenland en drie voor de oceanen rond Zuid-Afrika. Totale kosten worden geraamd op 160 miljoen euro.

Twee bedrijven bevechten elkaar om de gevechtssystemen te leveren: het Duitse Atlas Elektronik en Thales African Defence Systems (ADS). Dat laatste bedrijf heeft een product uit Hengelo en “een boel lokale ontwikkeling,” in de aanbieding. Dat betekent dure banen voor hoogopgeleiden.

Bron: Leon Engelbrecht, ‘Atlas, Thales ADS to Compete for OPV Combat System,’ defenceWeb, 31 maart 2009.

woensdag 12 januari 2011

Weer wapenhandel met Indonesië?


De scheepswerf de Schelde gaat Indonesië helpen bij de bouw van een nieuwe reeks korvetten. Het nieuws staat in een bericht van een paar regels. Maar is daarom niet minder belangrijk.

Volgens het bericht zal het gaan om een serie van 24 oorlogsschepen. Het is een vervolg op de bouw van vier korvetten voor Jakarta in Vlissingen, waarvan de levering bijna afgerond is. “Het streven is nu om de bouw over te dragen aan een staatswerf in Surabaya,” aldus Schelde directeur Van Ameijden.

Enig voorbehoud moet er wel bij het nieuws gemaakt worden. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat van de huidige vier schepen er twee bij PT Pal, de staatswerf in kwestie, gebouwd zouden worden. Dat is niet doorgegaan. Ten tweede herinnert het grote aantal aan een wens uit de jaren tachtig. Ook daar is weinig van terecht gekomen.
Mocht het wel doorgaan dan is het een zeer grote levering.

Niet alleen De Schelde zal dan zijn voordeel doen met de wapenleverantie, maar ook Thales Nederland. Per schip zal zeker voor ruim tien miljoen euro aan vuurleiding, commando- en radar apparatuur van het Hengelose bedrijf worden geplaatst . Dat bleek ook bij eerdere gebouwde schepen (van de Dagger, Singa en Todak-klasse, zie tabel: Indonesische marineschepen met Nederlandse wapentechnologie, p. 20). Blijkbaar heeft PT Pal hierbij goede ervaringen opgedaan met de Nederlandse wapenleveranciers.

Onlangs werd het Nederlandse budget voor exportkrediet financiering gericht op Indonesië met een aantal kunstgrepen fors uitgebreid. Met dit middel, voor overheidssteun aan bedijven die op de markt geen krediet kunnen krijgen, kon Thales militaire apparatuur leveren om de genoemde vier korvetten op te waarderen tot oorlogsschepen die hun mannetje staan in een internationaal maritiem conflict.

Het is niet voor niets dat Indonesië een bevoorrechte positie heeft in het Nederlandse wapenexportpromotiebeleid. Indonesië was tot voor kort de enige buitenlandse afnemer van grotere Nederlandse marineschepen (Marokko is daar bij gekomen). Marineschepen behoren tot de duurste wapentypen die bestaan. Ga er daarom maar vanuit dat het masseren van de Indonesische politiek al begonnen is. Mogelijk moet in dit licht ook de uitbreiding van het financieringspakket voor exporten naar Indonesië gezien worden.

Nederland handhaaft zich met dit soort leveringen gemakkelijk bij de grootste tien wapenverkopers in de wereld, met een aandeel van 3% van de wereldhandel in grote wapensystemen. Alleen Rusland, de VS, Frankrijk, Duitsland en the UK doen het meestal 'beter'. In 2007 nam Nederland een vijfde plaats in na: de VS, Rusland, Duitsland en Frankrijk, maar voor het Verenigd Koningkrijk.

maandag 10 januari 2011

Dienen in de vreemde?

“Nederlandse officier in Turks leger”, kopte vandaag de Telegraaf op haar voorpagina. Ergun Cetin, een jonge en inmiddels steeds bekendere marine officier (luitenant ter zee 2e klasse) moet zoals alle Turkse mannen zijn dienstplicht gaan vervullen in het Turkse leger. Tenminste als ze hun Turkse paspoort niet bij de vuilnis willen doen en alle rechten in Turkije verspelen (bijvoorbeeld erfrecht). Ze hebben wel de mogelijkheid om de dienstplicht in te korten tot een maand. Ze moeten dan bijna 6.000 euro betalen aan Turkije en krijgen dan in een maand een scholing over nationalisme, Ataturk en het groot Turkse rijk in Turkse militaire omstandigheden.

Turkse mannen zijn dan een maand weg uit Nederland, vrouw en schoolgaande kinderen blijven hier en het werk blijft het werk. Met andere woorden ze worden uit hun omgeving weggeplukt, omdat er GEEN afspraak bestaat tussen Nederland en Turkije. Bijvoorbeeld dat Turkse mannen die een Nederlands paspoort hebben, in Nederland geboren zijn en niet naar Turkije emigreren hoeven niet deel te nemen aan de het Turkse lange afstandsnationalisme. Want zo kan je het inlijven in het Turkse leger toch met een gerust hart noemen.

De marine heeft een regeling getroffen voor Ergun Cetin. Hij krijgt een renteloze lening om zijn afkoopsom voor te schieten en hij mag zijn dienstplicht in Turkije vervullen en zo kan hij zijn paspoort en rechten in Turkije behouden. “Andersom,” zou het volgens Cetim “ondenkbaar zijn geweest.” Een Nederlandse gastarbeider in Turkije met een dubbel paspoort, die zijn dienstplicht in Nederland afkoopt en dan nog een maand naar Nederland moet om geschoold te worden in kaas maken, de Canon van de Nederlandse geschiedenis en met een Diemaco over de Ginkelse heide te rennen. Sommige problemen doen zich niet zo snel voor.

Op pagina 7 van de Telegraaf kom ik nog een wel een probleempje tegen in verband met de tijdelijke transfer van mijnheer Cetin naar de Turkse troepen. “Offensief Turkije: Leger bestookt Koerden Noord-Irak”, is de kop op die pagina. Het ministerie van Defensie zegt dat de officier zijn paspoort niet zal verliezen. “Daarvan zou pas sprake zijn als een Nederlandse militair in oorlogstijd bij een vijandig leger zou gaan dienen”, aldus de Telegraaf. Maar is het wel fris om aan een dergelijke actie mee te doen, al is het dan door slechts te tijgeren in de eerste militaire vorming van datzelfde Turkse leger. Het Turkse leger voert al jaren op gewelddadige wijze een binnenlandse burgeroolog uit. Dan mag het blijkbaar wel.

De Turkse troepen vernietigden in de jaren negentig 3.000 Koerdische dorpen in Turkije. Koerdische partijen worden nog steeds aangepakt alsof er geen plaats voor een Koerdisch politiekgeluid is. De vrede is volgens ieder weldenkend mens niet gediend met het eigengereide optreden van Turkije in Noord-Irak. De Koerden leider Barzani stelt nu al dat er een reactie komt als bij de bombardementen Noord-Iraakse burgers worden gedood. Het samenstellen van een zwartboek over de rol van het Turkse leger in de afgelopen jaren is een niet al te zware opgave. In dat leger, weliswaar niet vijandig en evenals Nederland behorende tot de Noord Atlantische Verdrags Organisatie (NAVO), gaat een Nederlands marine officier dienen.

Kan dat wel? Heeft Chora de kloof tussen beide legers ook al op dit vlak gedicht?

Eerder Volkskrantblog 22 oktober 2007

zondag 9 januari 2011

Damen in Rusland

Fotobijschrift: Dit is een ontwerp van een helikoptervliegdekschip dat Damen zou kunnen maken. Bron: www.militaryphotos.net

Het verhaal blijft opduiken; al maanden lang. De Nederlandse scheepsbouwer Damen zou in de race zijn om een helikoptervliegdekschip voor Rusland te bouwen. "Ja, we praten erover, en niet alleen met de Fransen, maar ook met Nederland en Spanje [de werven de Schelde en Bazan hebben in de jaren negentig samen grote marineschepen ontwikkelt, MB], over de aanschaf van schepen van deze klasse,” aldus hoofd van de Russische marine Vladimir Vysotsky.

Rusland de militaire grootmacht uit Oost-Europa koopt een groot wapensysteem bij een Nederlands bedrijf. Het zou de eerste keer zijn dat Rusland iets dergelijks in het buitenland koopt en Vlissingen is in de race. Het bericht blijft me bevreemden, ook al realiseer ik me dat de Franse concurrent sterker is. Waarschijnlijik wordt het de 650 voet lange Mistral die is gebouwd door de Franse werven Arsenal de Brest en Chantiers de Saint-Nazaire. Kommer Damen en zijn bedrijf worden dan slechts gebruikt om de prijs te drukken.

De Mistral is bewapend met raketten en machiengeweren. Ze beschikt over een ziekenhuis met 69 bedden. Het kan vier landingschepen herbergen. Bij de levering is sprake van een geschatte waarde van € 520 miljoen (750 miljoen US$).

Sandra Roelofs, de vrouw van de Georgische president is geboren in Terneuzen en is door de tunnel in een zucht en een scheet op de Vlissingse scheepswerf. Georgië staat op gespannen voet met de grote buur en wordt daarbij vanuit het Westen gesteund. Mevrouw Roelofs is de aangewezen persoon voor een lobby tegen de levering, mocht het toch zover komen. Dat Damen erover praat met de Russen kan je al een stap te ver vinden. Het moet niet al te moeilijk zijn om op grond van de wapenexportrichtlijnen te beargumenteren dat Damen/Schelde zijn pogingen beter kan staken.
Mogelijk is Washington niet akkoord en dan gaat de deal ook niet door. Ik ben benieuwd wat Sarkozy te horen krijgt. In die zin is een eventuele order een bron voor conflicten; een cadeau met gif.

Binnenkort zullen we weten hoe het afloopt. Volgens de bevelhebber van de Russische krijgsmacht, Nikolai Makarov, volgt een beslissing voor het einde van het jaar. Hij mag wel opschieten.

Salsa voor drie: Chavez, Verdonk en Middelkoop

Afgelopen week worden vragen van Rita Verdonk over de militaire toestand in het Caribisch gebied door Eimert van Middelkoop beantwoord. De Minister en het Kamerlid zijn beide geen toppers in Haagse politiek. De eerste probeert daar verandering in te brengen met provocatieve vragen. Deze wekken de suggestie dat de Nederlandse marine niet voldoende is uitgerust om de dreigende inval door buurland Venezuela te weerstaan.

“Kunt u mij voorzien van een analyse van de dreiging vanuit het Venezuela van president Hugo Chávez jegens de Nederlandse Antillen? Zo nee, waarom niet?” vraagt Verdonk. Dit is een opstapje naar een pleidooi voor zwaarder bewapende marineschepen in het gebied. Immers als de Venezuelaanse president het in zijn hoofd haalt zou hij zomaar de ABC-eilanden binnen kunnen vallen. De kortgeleden door Nederland verworven marineschepen zijn in zo’n geval niet meer dan aan de grond genagelde eenden; Sitting ducks, in het Nederlands van Verdonk.

Iedereen kan natuurlijk her en der in de wereld bedreigingen bedenken. Je tegen al die imaginaire bedreigingen ook wapenen wordt alle mans gek en bovendien peperduur. Verdonk serveert om haar verhaal te verkopen dan ook een cocktail waarin het gevaar van Venezuela wordt opgeklopt tot toefje op een drankje dat bestaat uit een pleidooi tegen bezuinigingen op Defensie en voor meer wapens. Het hoofd van Chávez doet dienst als cocktailkers.

De Minister van Defensie antwoord nuchter dat: “Er op dit moment geen sprake is van een dreiging hoger in het geweldsspectrum in het Caribisch gebied.” De schepen die Nederland er stationeert zijn ruimschoots voldoende “uitgerust om zichzelf en anderen te verdedigen.” Hij had er nog aan toe kunnen voegen dat de Nederlandse schepen worden beschouwd als een wapensysteem tussen patrouilleschip en oorlogschip voor optreden in het hoogste geweldspectrum in. Maar er is wat te zeggen voor zijn zakelijke en afdoende antwoorden. Olie op het vuur en extra aandacht is nergens voor nodig. Zo lijkt het.

Naast de vragen van Verdonk kan je echter ook nog andere vragen stellen. Bijvoorbeeld of Nederland een rol speelt bij de Amerikaanse omsingeling van Venezuela door de militaire samenwerking met de VS. Je kan daarbij denken aan de deelname aan Amerikaanse militaire oefeningen en het faciliteren van vlootbezoeken aan de haven van Curaçao (32 bezoeken tussen december 2005 en december 2009). Maar ook door de militaire samenwerking die is vastgelegd in het Forward Operation Location-verdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten.

Dit verdrag is officieel gericht op het bestrijden van drugs, maar de Boeing RC-135’s die vanaf Curaçao regelmatig opstijgen worden volgens Venezuela ook ingezet bij spionage activiteiten. Harry van Bommel van de SP vroeg er onlangs naar bij minister Maxime Verhagen. Het antwoord omzeilt de kwestie maar ontkent hem niet. Verhagen schrijft: “Op basis van het FOL-verdrag kunnen de Verenigde Staten gebruik maken van Hato International Airport op Curaçao en Reina Beatrix Airport op Aruba, uitsluitend in verband met drugsbestrijdingstaken vanuit de lucht. Deze vluchten worden uitgevoerd met diverse ongewapende vliegtuigtypes, waaronder de RC 135.”

Dat de RC-135 voor spionage kan worden ingezet lees je zelfs op wiki. Dat geldt ook voor de eveneens gesignaleerde E-3B Sentry ’s: “Tijdens Desert Storm (…) assisteerden E-3 bemanningen in 38 van de 40 gevallen waarbij tijdens het conflict vijandelijke toestellen in de lucht werden uitgeschakeld.” Dat klinkt een stuk minder aardig dan “ongewapende vliegtuigtypes”.

Het FOL-verdrag loopt op 1 april af en zal stilzwijgend verlengd worden als er in Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten geen bezwaar tegen bestaat. Het zou de komende week in de Tweede Kamer aan de orde komen, maar het overleg is geannuleerd of verplaatst, aldus de Kameragenda. Je mag hopen dat dit niet betekent dat van uitstel afstel komt en dat een militair verdrag met een duur van maar liefst tien jaar en implicaties voor de veiligheidssituatie in Zuid-Amerika stilzwijgend wordt verlengd. Sterker nog dat er zelfs niet over wordt gerept in de Tweede Kamer. Of pas een jaar na ingang, zoals in 2001.

Volkskrantblog 20 maart 2010

zaterdag 8 januari 2011

Damen probeerde oorlogsschepen te verkopen aan Rusland

(see below for links to cables on this deal)

"Als Frankrijk niet verkoopt doen de Spanjaarden of de Nederlanders het." (In any case, concluded Miraillet, if France did not make the sale, the Netherlands and Spain would likely sell similar technology.) Die stelling is te lezen in een door wiki vrijgegeven telex.Het betreft de levering van een helikopter vliegdekschip aan Rusland.

Ik schreef er al een tweetal blogs over.
- Damen in Rusland 29-12-2009
- Damen heeft verloren en de Balten zijn boos 12-02-2010

Het is bijna vanzelfsprekend dat overheden een dergelijk argument gebruiken. Nederland had open en duidelijk bekend moeten maken dat Damen geen toestemming voor levering zou krijgen. Het spanningsgebieden criterium in de wapenexportregelgeving biedt daarvoor voldoende basis. Dan had Frankrijk dit argument niet kunnen gebruiken. Dat moet een volgende keer beter kunnen.

Op wilileaks cablegate vond ik hierover:

¶12. (S/NF) Audibert [Director for Strategic Affairs, Security and Disarmament, Ministry of Foreign and European Affairs (France)], noting he was raising his "if-raised" point, brought up the issue of France's potential sale of a helicopter carrier Mistral-class ship to Russia. He asserted that the French had merely agreed to negotiate with Russia on the potential sale, but then argued that sale would be only for the ship without armament systems. Audibert also said that while France understood U.S. concerns over the potential for Russia to use the ship for projection of power, it was important to note that any decision on the issue would, in the end, be political in nature. Miraillet stated that this sale would be a gesture of good will to Russia as France assessed the Russian Navy was in dire condition. In any case, concluded Miraillet, if France did not make the sale, the Netherlands and Spain would likely sell similar technology.

¶13. (S/NF) On Mistral, USD(P) observed the optics and policy behind the sale were perplexing as it would "fly in the face" of President Sarkozy's personal engagement on resolving the Georgia crisis in 2008. She asserted that this sale would send a confusing political signal to Russia as well as to other Europeans. U/S Burns concurred with USD(P), noting the sale would feed Georgia's fears and could lead to an arms race, increasing the chance of miscalculation by one or both sides. USD(P) concluded that while we understood that France wanted to actively engage Russia, the U.S. would prefer that France find a different confidence-building measure than a Mistral sale.


----------------


Er is nog een serie telexen over de levering van de Mistral:


Er is er nog een waarin Nederland wordt genoemd. Nl. in een wat slordige weergave van de woorden van de Georgische minister van Buitenlandse Zaken Vashadze: http://213.251.145.96/cable/2009/11/09TBILISI2025.html


RUSSIA'S ANTICIPATED TRANSFER OF IGLA-S (SA-24)
10 h ago / leaked 2010-12-08 21:09 · 2009-02-14 16:04:00 from Secretary of State · #09STATE14070 · SECRET//NOFORN RR ·

FRENCH MISTRAL SALE TO RUSSIA RAISED AT NATO
Tuesday / leaked 2010-12-06 21:09 · 2010-02-12 10:10:00 from Mission USNATO · #10USNATO67 · CONFIDENTIAL PP ·

U/S TAUSCHER MEETS FM SIKORSKI, MOD KLICH
Tuesday / leaked 2010-12-06 21:09 · 2010-02-10 14:02:00 from Embassy Warsaw · #10WARSAW94 · CONFIDENTIAL OO ·

FRENCH MFA ON RUSSIA, BALKANS, AFGHANISTAN, IRAN,
Tuesday / leaked 2010-12-06 21:09 · 2010-02-22 14:02:00 from Embassy Paris · #10PARIS207 · CONFIDENTIAL//NOFORN PP ·

GEORGIA: MISTRAL SALE COULD DESTABILIZE BLACK SEA
Tuesday / leaked 2010-12-06 21:09 · 2009-11-19 12:12:00 from Embassy Tbilisi · #09TBILISI2025 · CONFIDENTIAL OO ·

READOUT OF JANUARY 20 U.S.-FRANCE STRATEGIC DIALOGUETuesday / leaked 2010-11-29 12:12 · 2010-02-17 03:03:00 from Secretary of State · #10STATE13750 · SECRET//NOFORN PP ·

SECDEF GATES'S MEETING WITH FRENCH MINISTER OF DEFENSE HERVE
Tuesday / leaked 2010-11-28 18:06 · 2010-02-12 13:01:00 from Embassy Paris · #10PARIS170 · SECRET//NOFORN RR ·

zondag 19 december 2010

De Chinese marine: van bijwagen naar zelfstandige vloot (deel 2)


Deel 1 zie hier

Verdere ontwikkeling

Op den duur zal de Chinese marine zich ontwikkelen naar een volwaardig krijgsmachtdeel, maar zover is het nog lang niet. China beseft zelf ook dat de marine nog in de kinderschoenen staat. De manier waarop ze hier verandering in probeert te brengen is drieledig:

- Steeds complexere marine oefeningen. Vaak ook samen met eenheden in de lucht en op het land. Hierdoor neemt de paraatheid, de kennis over wapensystemen toe en worden leemtes in kennis, kunde en techniek van de bemanningen duidelijk. De oefeningen zijn ook bedoeld om te laten zien waartoe China in staat is, vooral richting Taiwan.

- Tenslotte worden vlootbezoeken gebruikt als diplomatiek middel. Een haven is een manier om contacten aan te knopen of te verstevigen. China gaat zelfs verder. Het bouwt havens. De laatste aanwinst is een contract voor het management van de haven van Gwadar, de grotendeels door China gebouwde haven in Pakistan komt zo onder Chinese controle. Hij zal dan behoren tot wat het Pentagon het Chinese parelsnoer noemde, haven faciliteiten en haventoegang van China via Birma, Bangladesh, Sri Lanka en Pakistan tot Soedan. (Overigens is ook het belangrijkste havenbedrijf van Rotterdam, de ECT, in handen van China en kocht China havenfaciliteiten in Griekenland.)

Dit zijn kleine stappen op weg naar een marine die vrij moet kunnen opereren binnen de eerste en tweede gordel. Nog veertig jaar van opbouw moeten volgen. De planning is dat China in 2050 een zogenaamde Blue Water Navy heeft die op de oceanen kan opereren. De Russen, VS, Frankrijk en Verenigd Koninkrijk hebben al dergelijke marines.

Conficten


De Zuid-Chinese Zee is een zee vol conflicten. Hij is rijk aan vis en mineralen. Territoriale wateren overlappen elkaar en om de meest armetierige bovenwaterstekende rotsen en riffen wordt een heisa gemaakt alsof het een heel eiland betreft. Vaak heef dat te maken met olie of mineralen. Dergelijke conflicten spelen niet alleen tussen China en de buurlanden, maar ook tussen de buurlanden onderling. Overleg tussen de verschillende landen is over het algemeen goed en er is geïnstitutionaliseerde samenwerking. Bijvoorbeeld in het Vrijhandelsverdrag tussen China en de Associatie van Zuidoost Aziatische landen (ASEAN: Birma, Brunei, Cambodja, Filippijnen, Indonesië, Laos, Maleisië, Singapore, Thailand en Vietnam), het verdrag van Vriendschap en Samenwerking uit 2003, dat China als eerste niet ASEAN land ondertekende, en de Declaration on the Conduct of Parties in the South China Sea (DOC). China wil wel steeds meer buiten deze verklaring om regelen, aangezien ze stelt dat het niet om conflicten met ASEAN, maar individuele landen gaat. Geen van de partijen heeft er echter belang bij de conflicten te hoog op te laten lopen. Het conflict over de eilandengroep de Paracels tussen China, Taiwan en Vietnam is een lakmoesproef of er een volwassen mechanisme komt voor het oplossen van conflicten.

De strijd om de eilanden kan soms toch hevig oplaaien. Zoals eind oktober rond de Diaoyu of Senkaku eilanden die China, Taiwan en Japan elkaar betwisten.1 Hilary Cinton stelde eind oktober dat de eilanden bij Japan horen, omdat in een bilateraal verdrag tussen de VS en Japan (Okinawa Reversion Treaty, 1970) staat dat deze eilanden - die bij Okinawa horen - aan Japan zouden worden teruggegeven. Zo is een oud conflict door de VS beslecht, terwijl het eigenlijk voor het internationaal gerechtshof had moeten komen. Zo stelt ook de New York Times blogger Nicholas Kristof. Hij vindt dat het gelijk aan China’s zijde ligt.2 Via dit soort territoriale conflicten wordt de spanning nu alleen maar nodeloos opgevoerd.

Het andere conflict dat dreigend over de regio blijft hangen is de animositeit tussen de VS en China. Niet altijd even hevig, maar op de achtergrond altijd dreigend. Alleen het ontwikkelen van meer en sterkere structuren tussen de landen in de regio los van de Verenigde Staten zullen tot een meer ontspannen verhouding leiden. Dan kunnen er ook afspraken over bewapening te komen. Nu bewapenen alle landen in de regio zich steeds verder en op grote schaal. Buiten de financieel economische crisis van eind jaren negentig is dit al dertig jaar gaande. Het heetste hangijzer in de regio is de soevereiniteit van Taiwan. Deze erkennen is een onvermijdelijk deel van een vreedzame ontwikkeling van het deel van de wereld om China heen. Maar het is niet erg waarschijnlijk dat dit zal gebeuren. Veel ASEAN-landen, met Singapore en Vietnam voorop, willen de VS in de regio houden om een tegenwicht te vormen tegen de groeiende reus China. De positie van Taiwan is daarbij een sterk argument.

De krachtige woorden van Clinton aan het adres van China in het conflict rond de eilanden zullen niet leiden tot een betere veiligheidssituatie. Als dit soort spierballentaal de dynamiek gaat bepalen dan is een nog verdere militarisering van de regio onafwendbaar. Het is duidelijk dat de belangrijkste militaire macht van de regio niet China is, maar de Verenigde Staten met hun bases op Okinawa, de Filippijnen en in Zuid-Korea. Voor China is dit een stimulans te blijven bouwen aan een marine voor grootschaliger operaties. Zo vrij als Zheng He’s vloot zullen de schepen niet zijn, want ook de buurlanden en India versterken hun vloten om hun ruimte op zee te claimen. De Verenigde Staten heeft zijn atoomvloot in de Stille en Indische Oceaan al versterkt. Een nieuwe Koude Oorlog zou het resultaat kunnen zijn.

Martin Broek

Noten:
1) Een overzicht van territoriale disputen rond China kan gevonden worden op: http://www.dmoz.org/Society/Issues/Territorial_Disputes/China/
2) Zie voor een van zijn blogs over de kwestie: http://kristof.blogs.nytimes.com/2010/09/20/more-on-the-senkakudiaoyu-islands/

Einde deel 2 voor deel 1 zie hier

Dit artikel werd geschreven voor het Vredesmagazine
Abonnee worden: Stuur een email naar: info@vredesmagazine.nl
Voor meer informatie: http://www.vredesmagazine.nl

Bronnen
- China’s naval ambitions, 10 myths America holds about China, CMDR. THOMAS HENDERSCHEDT AND LT. COL. CHAD SBRAGIA, September 2010
- China’s navy, Distant horizons; China flaunts its naval muscle, QINGDAO, 23 april 2009
- China asserts role as a naval power
- The military build-up is one way to protect its growing economic clout, Edward Wong, The International Herald Tribune, April 23, 2010
- ANNUAL REPORT TO CONGRESS, Military and Security Developments; Involving the People’s Republic of China, 2010 en 2008

- Territorial Disputes
: China (43)
- 40 YEARS OF ASEAN, PERFORMANCE, LESSONS AND PERSPECTIVES, On the ground, Nicholas D. Kristof, 20 september 2010
- More on the Senkaku/Diaoyu Islands
- Foreign Minister Yang Jiechi Refutes Fallacies On the South China Sea Issue 2010/07/27
- People’s Liberation Army Navy
- Chinese Military Seeks to Extend Its Naval Power <br>EDWARD WONG, NYT April 23, 2010
- http://www.nytimes.com/2010/04/24/world/asia/24navy.html
- China's forces lack strong naval tradition, 17 mei 2010 Bron: Honolulu Advertiser

- China’s Evolving naval strategy Li Nam EAI Background Brief No. 343, 26 juli 2007
- China's three-point naval strategy

De Chinese marine: van bijwagen naar zelfstandige vloot

In de elfde eeuw had China een bewapende vloot die groter was dan die van de Europese zeevarende mogendheden bij elkaar. De Chinese zeilschepen uit die tijd behoren nog steeds tot de grootste die ooit zijn gebouwd. In de 15e eeuw bevoer China alle Aziatische kusten, het Midden-Oosten en Oost-Afrika. Zheng He was drijvende kracht achter de ontdekkingsreizen naar deze verre oorden. Maar na zijn dood werd de Chinese marine ontmanteld en keerde China zich naar binnen.

China raakte in verval als maritieme grootmacht en na korte tijd was er niets meer van over. Het duurde eeuwen voordat er weer leven in kwam. Momenteel keert China zich weer naar buiten en wordt de vloot belangrijker, al moeten we de huidige sterkte niet overdrijven. Onder de leiding van Deng Xiaoping zijn in 1979 stappen gezet om een marinetak te creëren binnen het Chinese Volksleger (People’s Liberation Army Navy, PLAN). De marine ging opereren met de zogenaamde kustverdedigingsstrategie (near-coast strategy). Daarvoor had ze een vloot van kleine en van de landmacht afhankelijke schepen (onder meer voor de inlichtingen voorziening) die de kust moesten verdedigen tegen amfibische landingen van de Sovjet Unie. Ze had een ondersteunende taak en van een zelfstandige marine was (en is ook nu nog) geen sprake. Ze valt nog steeds onder het Volksleger.

Twintig jaar opbouw

In 1987 werd een nieuwe strategie geïntroduceerd voor een actieve verdediging van de kustzeeën (near-seas active defence). De PLAN kreeg de taak om te opereren tot de eerste gordel van eilanden (zie kaartje) die ongeveer 200 zee mijl uit de kust ligt. Hiervoor waren schepen nodig die zelfstandig kunnen opereren rond betwistte eilanden, tegen Taiwan en bij het verdedigen van zeewegen. Ruimte voor deze strategie verandering ontstond door de wegvallen van de Sovjet Unie, steun van het civiele deel van de Communistische Partijleiding en actieve inspanningen van vlootcommandanten. Een dergelijke ontwikkeling sloot bovendien naadloos aan op de groeiende internationale economische activiteiten van China. De ambities worden echter getemperd door gebrek aan financiële middelen (het overgrote deel bleef naar de landmacht gaan) en afwezigheid van technologische kennis. 

Nadat de Verenigde Staten in 1996 twee vliegdekschepen naar Taiwan hadden gestuurd om China te waarschuwen dat het Tapei zou steunen bij Chinees optreden tegen het eiland kwam er meer dynamiek in de ontwikkeling van de marine. Deze confrontatie, het belangrijkste conflict waarbij China betrokken is, bleek de beste aanbeveling voor de opbouw van maritieme strijdkrachten die de Chinese admiraal zich konden wensen.  In 2004 werd een stap gezet naar een nieuwe strategie voor operaties ver op zee (far-seas operations of far sea defence). De taken van de marine werden uitgereid naar de tweede gordel van eilanden. Dat betekent dat de marine moet kunnen opereren tot 1000 zeemijl uit de kust. Zo bouwt de economische macht China zijn militaire macht op zee uit. Aanvoerlijnen over zee worden daarmee verdedigd. Toch schreef de gerenommeerde website GlobalSecurity.com nog in 2005 dat “de vloot overwegend wordt bevolkt door oude onbruikbare schepen. Zelfs de recentst gebouwde schepen hebben evident gebreken waar het onderzeeboot bestrijding en luchtverdediging betreft.” Voor de kleinere buurlanden is het al wel een geduchte tegenstander.

De marine krijgt inmiddels meer dan een derde van het militaire budget. De geldende maritieme strategie gaat er vanuit dat China binnen de eerste gordel moet kunnen opereren. Toch is dat is maar gedeeltelijk mogelijk. Vrij opereren binnen de gordel is alleen mogelijk als de buurlanden Australië of de VS dat toestaan. Voorlopig is het vooral een ambitie. Feitelijk streeft China geen vrijheid om te opereren na. De intentie is simpeler: de capaciteit ontwikkelen om anderen het opereren onmogelijk te maken. China kan daarvoor ook de luchtmacht en anti-scheepsraketten vanaf patrouille boten inzetten.

Einde deel 1 voor deel 2 zie hier

Dit artikel werd geschreven voor het Vredesmagazine
Abonnee worden: Stuur een email naar: info@vredesmagazine.nl
Voor meer informatie: vredesmagazine.nl