Posts tonen met het label marineschepen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label marineschepen. Alle posts tonen

woensdag 28 januari 2015

Damen wil schepen leveren aan Azerbeidzjan

Photo: Kommer Damen van Damen Shipyards in gesprek met de president van Azerbeidzjan, Ilham Aliyev, in Davos. bron

Het Nederlandse scheepsbouwbedrijf Damen Shipyards overweegt militaire schepen te bouwen voor Azerbeidzjan, een land dat verwikkeld is in een wapenwedloop met buurland Armenië.

Afgelopen week was Kommer Damen van Damen Shipyards aanwezig bij het World Economic Forum in Davos om de samenwerking op het gebied van de scheepsbouw te versterken. Daarbij had hij ook een persoonlijk onderhoud met de president van Azerbeidzjan, Ilham Aliyev. Het ging over de bouw van militaire en civiele vaartuigen en schepen voor niet gespecificeerde overheidsdiensten, zo berichtte Trend News Agency.

In september 2014 werd de wapenbeurs ADEX georganiseerd in Azerbeidzjan. Een annalist constateerde: "Er lijken veel scheepsbouwers en marine gerelateerde bedrijven op ADEX te zijn; De Nederlandse scheepsbouwer Damen was de 'platina sponsor' van de show en ook Chinese en Turkse scheepsbouwers waren op de tentoonstelling, alsof zij denken dat er marinezaken in Azerbeidzjan te doen zijn." Het lijtk er inmiddels op alsof deze aanname correct is.

Azerbeidzjan ligt aan de Kaspische Zee in de roerige Kaukasus. Momenteel is het verwikkeld in een wapenwedloop met buurland Armenië. Het door de Duitse overheid gefinancierde Bonn International Center for Conversion rekent in een rapport Armenië en Azerbeidzjan tot de tien zwaarst gemilitariseerde landen ter wereld. Waarbij Armenië een derde plaats inneemt, nog vóór Syrië.

De militaire uitgaven van Armenië bereikten in 2013 het bedrag van 427 miljoen dollar. Azerbeidzjan besteedde in datzelfde jaar 3,4 miljard dollar aan het leger. In Armenië gaat zo’n 4 procent van het Bruto Nationaal Product naar defensie, in Azerbeidzjan is dat 4,7 procent. Vergeleken met andere Europese landen is dit aanzienlijk. Azerbeidzjan heeft ook de wapenproductie flink opgeschroefd. Landen in een potentieel conflictgebied die veel wapens kopen hebben een veel grotere kans met elkander in oorlog te geraken.

Human Rights Watch stelt in haar jaarrapport over 2014 het volgende over de huidige situatie in Azerbeidzjan: ‘De slechte reputatie van de Azerbeidzjaanse overheid op het gebied van vrijheid van meningsuiting, samenkomst en organisatie verslechterde aanzienlijk gedurende het jaar.’ De repressieve maatregelen waren bedoeld om de presidentsverkiezing van oktober 2013 soepel te laten verlopen. Ilham Aliyev werd dan ook met 84,5 procent van de stemmen herkozen voor zijn derde termijn.

Afgelopen week startte Amnesty International een campagne voor de vrijlating van twee Azerbeidzjaanse mensenrechtenactivisten die vorig jaar zijn opgepakt op beschuldiging van verraad en fraude. Volgens Amnesty zijn de aanklachten verzonnen om de activisten het zwijgen op te kunnen leggen zodat ze de eerste editie van de Europese Spelen komende zomer niet kunnen verstoren.

Tegelijkertijd bezocht de grootste wapenexporteur van Nederland, Kommer Damen, dus de Azerbeidzjaanse president in Davos om wapens te leveren. Niet alleen vanuit mensenrechtenoogpunt is een dergelijke steun aan het bewind van Azerbeidzjan ongewenst, ook vanwege de gespannen situatie in de regio. Damen Shipyards Group is een bedrijf dat actief is in 18 landen en bezit 35 scheepswerven. Hierdoor kan het de Nederlandse wapenexportrichtlijnen eenvoudig omzeilen.

Thales, een andere voorname Nederlandse wapenexporteur, stelde eens dat het niet de hand bijten die het bedrijf voedt. Een aanzienlijk deel van dat voedsel bestaat voor Damen uit steun van de Nederlandse overheid in aankopen van marineschepen en steun bij de export ervan. Damen maakt bijvoorbeeld gebruik van lucratieve Nederlandse exportkredietgaranties en Oret Miliev ontwikkelingssubsidies. De Nederlandse overheid doet er goed aan inzake Azerbeidzjan Damen Shipyards Group een corrigerende tik uit te delen in plaats van te steunen.

Geschreven voor Ravage webzine

vrijdag 7 juni 2013

Wapenlevering aan Indonesië geen probleem?

Afgelopen dinsdag stuurde de Regering een brief naar de Kamer waarin werd gemeld dat Nederland voor 345 miljoen euro onderdelen gaat leveren voor marineschepen die in Indonesië in elkaar worden gezet. Die schepen - een ontwerp van het bedrijf Damen - worden uitgerust met scheepkanonnen waarvoor het Italiaanse bedrijf Oto Melara met Nederlandse financiële steun nieuwe munitie ontwikkelde die geschikt is voor gebruik tegen landdoelen. De schepen kunnen daardoor ingezet worden bij de strijd tegen rebellen

Photo: Photo document of Indonesian marines out of KRI  Teluk Semangka 512. (garudamiliter.blogspot.com)

Wapenleveranties worden getoetst aan de hand van criteria. In dit geval zijn de volgende ijkpunten relevant: mensenrechten (criterium 2), interne conflicten (criterium 3) en regionale stabiliteit (criterium 4). De regering meent in haar Kamerbrief dat de levering op al deze punten geen enkel risico oplevert, maar dat is zeer twijfelachtig. De informatie van de Regering lijkt vooral bedoeld om kritiek voor te zijn.

Mensenrechten

De situatie in Indonesië is sterk verbeterd in de afgelopen twintig jaar, daar zullen vriend en vijand het over eens zijn. Overigens was Nederland ook niet te beroerd om wapens te leveren toen Indonesië binnenslands nog wel zeer bloedig huis hield. (zie bijvoorbeeld hier) Maar Oost-Timor is inmiddels onafhankelijk, de spanningen in de Molukken zijn geluwd, in Aceh is de vrede weergekeerd en het militair regime van Soeharto sneuvelde en maakte plaats voor een meerpartijenstelsel. De Regering draaft echter wat door als ze zegt dat “Indonesië een stabiele democratie is met een vrije pers, een actief maatschappelijk middenveld en een hoge mate van tolerantie. De bescherming van mensenrechten is (grond-)wettelijk vastgelegd, naleving is een incidenteel punt van zorg.” Die schendingen zijn meer dan incidenteel. Human Rights Watch vat het als volgt samen:

However, Indonesia remains beset by serious rights problems. Violence and discrimination against religious minorities, particularly Ahmadiyah, Bahai, Christians, and Shia have deepened. Lack of accountability for abuses by police and military forces continues to affect the lives of residents in Papua and West Papua provinces."
Ieder jaar publiceert het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken een mensenrechtenrapport met een uitgebreid verslag van de situatie in Indonesië. Dit overheidsrapport schetst een nog minder rooskleurig beeld:
The suppression or abridgement of the rights of religious and ethnic minorities was a problem. The government applied treason and blasphemy laws to limit freedom of expression by peaceful independence advocates in the provinces of Papua, West Papua, and Maluku and by religious minority groups. Official corruption, including within the judiciary, was a major problem.
Other human rights problems included killings by security forces, abuse of prisoners and detainees, harsh prison conditions, trafficking in persons, child labor, and failure to enforce labor standards and worker rights. 
On some occasions the government punished officials who committed abuses, but judicial sentencing often was not commensurate with the severity of offenses, as was true in other types of crimes.
Het East Timor Action Network (ETAN), dat zich sinds jaar en dag met heel Indonesië bezighoudt, beargumenteert in een reactie op het rapport dat de schendingen nog wijder verspreid zijn dan het rapport aangeeft.

Interne conflicten

Volgens de regering
“blijven interne spanningen [in West Papua] bestaan en doen zich af en toe gewelddadige incidenten voor. Het gaat hierbij onder meer om activiteiten van veiligheidstroepen, al dan niet in reactie op acties van de gewapende afscheidingsbeweging OPM, tribaal geïnspireerde conflicten en geweld in de criminele sfeer. Het beleid van de Indonesische regering is in eerste instantie gericht op de sociaaleconomische ontwikkeling van Papua, en daarnaast worden ook stappen gezet om een dialoog te voeren met vertegenwoordigers van de inheemse bevolking.”
Nederland kiest er duidelijk voor de Indonesische regering in Jakarta bij te vallen en neemt de stroom aan kritiek op het Indonesische optreden in Papua nauwelijks serieus. De zinsnede 'reacties op acties' verhuld dat het om moord, marteling en straffeloosheid aan de kant van leger en veiligheidstroepen gaat. Amnestie International schrijft in haar jaarverslag 2013 bijvoorbeeld:
“Indonesian security forces, including police and military personnel, were accused of human rights violations in Papua. Torture and other ill-treatment, excessive use of force and firearms and possible unlawful killings were reported. In most cases, the perpetrators were not brought to justice and victims did not receive reparations”.
De Regering stelt in haar brief dat het niet voor de hand ligt dat marineschepen zullen bijdragen aan het toenemen van interne spanningen. Marinematerieel wordt volgens de regering niet ingezet bij interne onderdrukking. Daar valt echter veel op af te dingen. Op 3 september 2004 ging het radioprogramma Argos uitgebreid in op het punt van inzet van marineschepen in Indonesië, juist bij interne conflicten. Uit onderzoek bleek inzet in zowel Atjeh als Papua. In Papoea werd een zeer nare kwestie blootgelegd. Lijken van verminkte en vermoorde Papoea's werden in 1998 met marineschepen naar zee vervoerd en in zee gedumpt. De enige overlevende komt in de uitzending aan het woord.

Een nieuw argument om de export van marineschepen naar Indonesië strenger te beoordelen is de ontwikkeling van speciale munitie voor gebruik tegen landdoelen. Door Oto Melara, een bekend fabrikant van scheepsgeschut, is met een Nederlandse financiële bijdrage een nieuw type scheepsmunitie ontwikkelt voor scheepskanonnen van hetzelfde type en kaliber als op de Indonesische schepen komt. Die munitie maakt het mogelijk de kanonnen vanuit de kustwateren in te zetten tegen doelen op land. Kamerleden Van Bommel en Van Dijk (beide SP) stelden deze week Kamervragen over de nieuwe mogelijkheden van de schepen. Eén van vragen luid: “Deelt u de mening dat deze bewapening de fregatten geschikt maakt voor het bombarderen van landdoelen en dus ook eventueel rebellen die het Indonesische leger bestrijden?” Vervolgens vragen ze of dit niet strijdig is met de visie van de regering dat marineschepen niet ingezet kunnen worden bij dergelijke operaties. De antwoorden moeten nog komen, maar duidelijk is dat het leveren van wapens aan Indonesië een tikkeltje minder risicoloos is dan de regering aangeeft.

 Martin Broek

Publicaties o.a.:
Marineschepen naar Indonesië, Campagne tegen Wapenhandel, juli 2004.
- Redacteur Indonesia: Arms Trade to a military regime, (ENAAT) (Vertaald naar het Indonesisch, Frans (gedeeltelijk) en Nederlands), 1997.

Geschreven voor Sargasso

vrijdag 14 januari 2011


Onlangs zag ik bij het jeugdjournaal een Nederlandse jongen vertellen over zijn zomervakantie in Libanon.* Hij kwam daar vaker, maar deze keer was het wel heel bijzonder. Branden, gedreun van vallende bommen uit vliegtuigen en afgevuurd door schepen in zee.

Ik moest er weer aan denken toen ik gisteren Minister Bot met stelligheid hoorde beweren dat korvetten niet geschikt zijn voor kustbombardementen. Hij zei dit in verband met de levering van marineschepen aan Indonesië.

Eerst maar eens opgezocht wat voor type marineschepen Israël heeft of over welke bewapening ze beschikken. Een overzichtelijke bron is de Middle East Military Balance. De zwaarste oppervlakteschepen van Israël zijn Eilat korvetten uitgerust met 76 mm kanon. Verder is er een scala aan andere lichtere schepen, waarvan een aantal is uitgerust met eveneens een 76 mm kanon. Een kanon met dit kaliber komt ook op de schepen voor Indonesië.

Als die jongen gelijk had, dan zit de Minister er naast, en waarom zou die jongen ongelijk hebben. Hij sprak met stelligheid en de zee schemerde in de verte. Toch maar even googelen (lebanon bombardments ships Israel) en een hele lading hits rolt je scherm op.

De International Herald Tribune/New York Times stelt bijvoorbeeld: “The Israeli air force and navy shelled targets in and around Beirut, including a residential neighborhood in the Lebanese capital, and bombed civilian infrastructure through the country. In southern Lebanon, 21 people from a single village were killed during an airstrike.” (IHT, 19 juli 2006). Amnesty stelt: “The first shell was apparently fired by the Israeli navy, whose ships were besieging the Lebanese coast, followed by at least two missiles fired by Israeli helicopters. All the passengers of the pick-up truck and two passengers of the car behind it were killed and several others were injured.” zie

Het is dus toch mogelijk om de kust te beschieten met dergelijke kleine schepen, zoals korvetten. Het blijkt uit de Israelische gevechtsoperaties in Libanon. Iedere marine man/vrouw die ik de afgelopen jaren tegenkwam had dit ook al verteld. Maar de Regering in Den Haag, woordvoerders van VVD, CDA en in mindere mate PvdA (al was hij wel eerlijk en noemde zijn afkomst uit Zeeland waar de scheepswerf gevestigd is als argument, wat het in het Nederlands politiek bestel natuurlijk niet is) namen het niet serieus. De deskundigen wel, maar die gaan er niet over.

De laatste uitvlucht baseert zich op acacadabra-formules: “De modifricatie is niet geschikt voor kustbombarmenten,” zo stelt de producent van de vuurleiding en commandosystemen. Aangezien modificatie zo’n woord is voor deskundigen en de preciese betekenis mij als leek ontgaat hier de Wikipedia uitleg ervan. Het 'mod-verhaal' lijkt mij een weinig steekhoudend argument. De vorige lading vuurleiding en commandosystemen van hetzelfde bedrijf waren er wel geschikt voor.

Tenslotte zou ik nog kunnen beginnen over de oorsprong van de Israëlische vuurleiding en commandosystemen, maar als je dat wilt weten zoek je het zelf maar uit. Een hint om de puzzel makkelijker te maken. De oorsprong ligt in de jaren zeventig.

* Een geheugen is een raar ding; al snel bedacht ik me dat het over twee jongens ging. Een Nederlandse jongen die er op vakantie was geweest (denk inderdaad in het jeugdjournaal) en een Libanese jongen die vertelde over de beschietingen door de Israelische marine. Ze zaten in verschillende uitzendingen. Voor de strekking van dit stukje maakt het niet uit, het gegeven van die ene jongen was een aanleiding om dit te schrijven.

Oktober 2006 op Volkskrantblog

woensdag 12 januari 2011

Nederland bereidt de weg voor in Europa

Het raketschild lijkt zo ver weg. Iets in Tsjechië en Polen, Alaska misschien. Leeftijdsgenoten denken aan Star Wars of SDI van Ronald Reagan uit de jaren tachtig.

Toch is het vrij dichtbij. Dat werd weer eens onderstreept door een schout-bij-nacht van de Amerikaanse marine. Brad Hicks is hoofd van de afdeling Aegis Ballistische Raket Verdediging (BMD).1 Hij haalt het schild enthousiast naar ons koude kikkerlandje.









Hicks: “De Nederlanders zijn erg trots op hun nieuwe luchtverdediging fregat en daar hebben ze gelijk in. Ze zijn gewend vooruitgeschoven operaties uit te voeren daar waar ballistische raketten een bedreiging vormen [?]. Ze willen met hun schepen die capaciteiten altijd bij zich hebben om te gebruiken gedurende de missie. (…) Ik beschouw hen als degenen die de weg bereiden voor de Europeanen.” Dit kan zo in een folder van Damen en Thales Nederland.

Thales woordvoerder Wormgoor is inmiddels vaste gast op dit blog. Hij zegt: “Tijdens een proef bij Hawaï onderschepte het LC-fregat Tromp een gelanceerde raket op 1000 kilometer afstand. Als het schip de geavanceerde Raytheon Standard Missile 3 raketten (SM-3) aan boord had in plaats van de oudere - voor standaard luchtverdediging bedoelde - SM-2, had hij de raket zeker neergehaald.” Hij kan het nog mooier zeggen: “De radar kan dus ook zeker de raket van de toekomst waarnemen.”2

Nederland heeft al de radarcapaciteit. Daar begint alles mee volgens Hicks. Ze heeft een lanceerinstallatie (Mk. 413) voor het afschieten van raketschildraketten. Nederland heeft ook de raketten (SM-2), maar inderdaad nog niet de echte raketschildraketten (SM-3) die van het anti-Ballistisch Missile (ABM)-verdrag niet mochten en op hoge snelheid buiten de atmosfeer kunnen knallen. Die komen er zeer waarschijnlijk aan.4 Dan kan de apparatuur van Wormgoor’s bedrijf zich echt gaan meten met de Verenigde Staten (die overwegen echter al weer zwaardere raketten, bedoeld voor grotere schepen).

Het op zee gestationeerde BMD-systeem wordt gezien als het meest succesvolle deel van het raketschild, zo schrijft ook Defense News. Nu is het in het begin van een nieuwe administratie natuurlijk handig hard op je eigen borst te kloppen. Daarmee wordt de boodschap afgegeven: ‘we doen het goed, maar krijgen we ook geld voor onze bijdrage!’ Hicks weet zijn tent zeker te verkopen: “Ik denk dat het een koopje is voor de belastingbetaler. Je koopt een oorlogschip dat miljarden kost en je besteedt ongeveer 45 miljoen dollar, plus de raketten, en je voegt een BMD capaciteit toe.” Toch is het niet alleen een verkoop verhaal. De gespecialiseerde pers stelt dit al jaren.

Als patriot die voor zijn vaderland vecht, vertelt Brad Hicks over de gevoelens van de opvarenden: “Als je een BMD-missie uitvoert en een raket de ruimte inschiet, dan maakt dat voor een jonge zeeman of officier aan boord een wereld van verschil. Je verdedigt niet alleen jezelf, maar je verdedigt een land, een stad, een woongebied.”

Dat is inderdaad wat het doet. Je verdedigt, bijvoorbeeld de Baltische landen vanuit de Oostzee als je Moskou aanvalt, of je verdedigt Zuid-Korea als je Pjongjang onder vuur neemt of Tokio als de aanval op China is gericht. Dit mag allemaal overdreven klinken; Moskou, Peking en Pjongjang zullen er wel rekening mee moeten houden.

Met de schepen kan je een land verdedigen en geen aanval zonder verdediging. Dat weet een schaker; dat weet een militair. De tegenstander weet dat hij zelf moeilijker kan terugslaan of aanvallen en zal daarom meer wapens kopen. Zo werkt het raketschild als een win-win generator voor de wapenindustrie. Eerst worden er honderden miljarden uitgegeven aan een schild en vervolgens door de tegenstander weer aan wapens die het weten te omzeilen. Die dreiging rechtvaardigt dan weer nieuwe bewapeningsuitgaven en zo gaat dat maar door.

Het raketschild zal een belangrijke oorzaak zijn voor een nieuwe wapenwedloop. Het is ook een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse interventiepolitiek elders in de wereld, letterlijk in het kielzog van de Amerikanen.

Halverwege 2009 wordt in Nederland een nieuwe stap op deze weg gezet als midden 2009 de behoeftestellingsfase van dit project zal worden voltooid.

Bronnen:
1) Christopher P. Cavas, ‘Rear Adm. Brad Hicks Head of U.S. Navy Aegis BMD’, Defense News 26 januari 2009.
2) Bart van den Dikkenberg, ‘Mobiele radar tegen Iraanse raketten’ Reformatorisch Dagblad 23 december 2008. Overigens heeft Nederland de SM-2 block 4A raket die zeker geen standaard luchtverdedigingsraket is, maar bedoeld voor BMD-taken binnen de atmosfeer.
3) Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2006, LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Tweede Kamer 2005–2006, 30 300 X, nr. 25, p. 17. “Met de huidige verticale lanceerinstallatie MK41 op het LCF kunnen Evolved sea sparrow missile (Essm), Standard missile 2 (SM-2), TacTom langeafstandsraketten en onderscheppingstaketten tegen Theatre ballistic missiles (SM-3) worden gelanceerd. De lanceerinstallatie bestaat uit vijf modules van acht cellen. Een cel kan vier ESSM’s bevatten of één SM2, één TacTom en één SM3-onderscheppingsraket. Een LC-fregat zal per missie worden voorzien van raketten.” De SM-3 kent verschillende doorontwikkelde versies en lengtes, zie plaatje.
4) Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2009, Tweede Kamer 2008–2009, 31 700 hoofdstuk X, nr. 2, p. 68.
Zie ook Wiki: De_Zeven_Provinciënklasse_(fregat)

Eerder blog:
Vuurwerk in de ruimte

Zie voor een overzicht van Nederland en het raketschild ook:
Vragen van de leden Van Bommel, Poppe en Van Velzen (allen SP) aan de ministers van Defensie en van Buitenlandse zaken over raketafweerinstallatie in Den Haag. Tweede Kamer 2007–2008, Aanhangsel 1791

Eerder schreef ik over het raketschild:
* SDI weet je nog? 2 september 2007
* Star Wars, maart 2007 (even geduld, duurt lang)
* Raketschild verder ontwikkeld, april 2006 (even geduld, duurt lang)
* ‘Overheidssteun voor Nederlandse wapenexporten’ p. 33 in Explosieve Materie, november 2003.
* 'Theatre Missile Defense' en de oplopende spanningen, 7 februari 2001
* Theatre Missile Defence in Europe:. Process by Stealth. (Martin Broek and Frank Slijper) maart 2001 (summarised in Melting the Iceberg Ending the Cold War in the Korean Peninsula & The Search for Global Peace, Transnational Institute with Focus on the Global South, Amsterdam, August 2001 and translated into Korean)
* Theatre Missile Defence januari 2001

China jatte Nederlandse technologie

In november 2008 kwam de onderzoeksafdeling van het Amerikaanse Congres (CRS) weer met een China studie. In die studie staat op pagina 45 de volgende tekst:

“What kind of record is provided by prior Chinese built warships with imported Russian and Western technology? (...) For example, the DDGs being built have a rapid-fire Gatling gun close-in weapon system that looks like the Dutch Goalkeeper system. Signaal and the Dutch government deny exporting the equipment or production rights to China. This key weapon responsible for downing incoming cruise missiles is probably lacking documentation and training because it must be illegally obtained.”

Voor zover ik kon achterhalen is hieraan nog nooit serieuze aandacht besteed. Er is alleen gesteld dat Nederland de Goalkeeper niet naar China heeft geëxporteerd. De woordvoerder van Thales, Lars Wormgoor, mag met een praatje pot de kwestie in Tubantia weerleggen. Het belangrijkste verschil dat hij weet te noemen is dat de Nederlandse versie de hulzen onderdeks opvangt en de Chinese versie: “Die spuugt de hulzen over het dek de zee in, dat rinkelt en kinkelt enorm, met een sonar hoor je dat al op honderden kilometers afstand,” aldus Lars.

Belangrijker lijkt mij de opmerking van de destijds scheidende chef van de militaire inlichtingendienst (MIVD), generaal-majoor Bert Dedden, dat hij sterke vermoedens heeft dat de Chinezen kennis en technologie hebben gekopieerd over de 'Goalkeeper', het anti-raketssteem aan boord van Nederlandse marineschepen. “In China zien we een systeem dat wel heel sterke gelijkenis vertoont met de Goalkeeper,” zegt Dedden. Een mening die ook een kleine twee maanden geleden weer in de VS opdook.

Waarom zijn de voor de hand liggende vragen nooit gesteld. Het is toch niet onbelangrijk dat het erop lijkt dat China illegaal een paradepaardje van de Nederlandse wapenindustrie op zijn destroyers plaatst.

Klopt dat of zit het CRS er naast? Als het juist is, is er dan ooit onderzoek naar gedaan? Kletste Dedden uit zijn nek? Wat is er uit dat onderzoek gekomen.? Welk bedrijf of land is verantwoordelijk voor het lek? Zijn er sancties ondernomen? Is bij China geprotesteerd? Heeft dit gevolgen voor de positie van Thales Nederland (de producent van de Goalkeeper) op de Amerikaanse markt? Als het niet klopt is er bij het CRS op aangedrongen dit voorbeeld niet meer te gebruiken, omdat het Nederlandse wapenexportcontrolebeleid hierdoor in discrediet wordt gebracht? Zo nee, waarom eigenlijk niet? Waarom is er toen dit al bekend was toch nog een bijdrage door de overheid, via Atradius Dutch State Business, geleverd aan de bouw van marineschepen in China voor Pakistan? Is destijds onderzocht of lekken uitgesloten konden worden?

Ben benieuwd naar de antwoorden.

Ronald O’Rourke, ‘China Naval Modernization: Implications for U.S. Navy Capabilities — Background and Issues for Congress’, Updated 19 november 2008, Congressional Research Service.

Vier afleveringen:
Artikel (5 januari 2009)
Vragen (26 januari 2009)
Antwoorden (26 februari 2009)
Commentaar (27 februari 2009)

De opmerking over de Chinese kopie van de Nederlandse Goalkeeper is verdwenen uit China Naval Modernization: Implications for
U.S. Navy Capabilities — Background and
Issues for Congress

zondag 9 januari 2011

Exportbevordering ruim geformuleerd

Het is en blijft een bijzondere constructie dat op het ministerie van Economische Zaken zowel de taken wapenexportcontrole als wapenexportbevordering zijn ondergebracht. Je kan beweren dat het een het ander niet uitsluit. Je kan immers gewenste wapendeals bevorderen en ongewenste stoppen. Maar dat is erg theoretisch en alleen goed mogelijk als er scheidslijn in zwart/wit zou zijn. Het gaat altijd om grijstinten.

En het gaat altijd om belangen. Aan de ene kant de softe politieke overwegingen, zoals ontwikkeling, vrede en mensenrechten en aan de andere kant Staats- en bedrijfsbelangen van economische, militaire, buitenlandspolitieke en bondgenootschappelijke aard. Het ligt voor de hand dat de Staats- en bedrijfsbelangen de doorslag zullen geven. Zeker als het gaat om grote bedragen.

Bij de exportbevorderaars lees ik het volgende: “Het Commissariaat Militaire Productie ondersteunt Nederlandse ondernemingen bij hun exportactiviteiten in het geval van inkomende (buitenlandse) missies alsmede via uitgaande (Nederlandse) overheidsdelegaties, onder meer bij internationale defensievakbeurzen. Een aantal van deze beurzen worden jaarlijks tevens in samenwerking met Defensie en de NL Economische Voorlichtingsdienst (EVD) Internationaal ter plaatse ondersteund.” Binnenkort gaan ze naar Euronaval in Parijs. Lekker zo’n reisje van 25 tot 29 oktober naar de lichtstad.

Kijken wie er na Indonesië en Marokko het volgende land wordt dat grote Nederlandse voor honderden miljoenen euro’s oorlogsschepen gaat kopen, terwijl het zijn middelen beter anders kan besteden.

Die andere ambtenaren, die van exportcontrole, moeten dan o.a. beoordelen of de levering voldoet aan het ontwikkelingscriterium voor wapenexporten: de levering moet passen binnen de sociaal-economische situatie in het ontvangende land; en de verhouding tussen aankoop en veiligheidssituatie en -behoefte moet beoordeeld worden (criterium acht van het wapenexportbeleid). Inderdaad lekker ruim geformuleerd. De slag lijkt ook daarom al op voorhand verloren voor de controleurs. Voor hen is een reisje Brussel al heel wat.

Dit korte bericht is geschreven voor 't Kan Anders

zondag 11 oktober 2009

Wapendwedloop Noord-Afrika

Het Italiaanse Ficantieri mag Algerije vier moderne fregatten verkopen. Waarnemers vermoeden dat de levering een waarde kan hebben oplopend tot 7,9 miljard euro. In Italië is het net als in Nederland zo dat hoge militairen worden ingeschakeld om de klant te fêteren.

De doorslag gaf een gesprek tussen de Algerijnse president Bouteflika en zijn Italiaanse collega Berlusconi op het verjaardagsfeestje van Gaddafi’s 40-jarig jubileum als president. Daar is beklonken dat Ficantieri net als het Franse DCN, Britis Aerospace Systems en ThyssenKrupp mag meedingen naar de verkoop van deze dure schepen aan het land waar 92 procent van de bevolking geen middelbaar onderwijs heeft en een derde onder de armoede grens leeft.

Het persbureau UPI legt een verband tussen de Algerijnse aankoop van nieuwe fregatten en de aankopen van buurland Marokko – “van oudsher Algerije’s Noord-Afrikaanse tegenstander”. Allereerst door er op te wijzen dat Marokko en Algerije in de clinch liggen over de illegale bezetting van de Westelijke Sahara. Ten tweede door een eerdere Algerijnse wapendeal met Rusland van grote omvang (3,9 miljard euro) te memoreren. Ook door de Marokaanse wapenaankopen te noemen, zoals 24 Amerikaanse F-16’s.

Rabat koopt bovendien in Frankrijk een fregat. Maar daar blijft het niet bij. “In 2008 gaf Marokko een contract ter waarde van bijna 600 miljoen euro aan het Nederlandse Schelde marinebouw voor drie 2.300 ton fregatten inzetbar voor meerdere taken. De oorlogsschepen zullen worden gebouwd op de Vlissingse werf van het bedrijf (…), levering zal als gepland plaats vinden tussen zomer 2011 en zomer 2012.” UPI doet niet mee aan degraderen tot patrouilleschepen van deze vrij grote oorlogsschepen. Ze zijn onderdeel van een machtstrijd in de regio, dat valt niet te ontkennen.


Nederland wordt zo langzamerhand een flinke speller op de markt voor grote wapens. Daarbij gaat het niet alleen om tweedehands wapens. Ook nieuwe fregatten worden steeds vaker geëxporteerd. Daarmee levert Nederland ook een bijdrage aan wapenwedlopen tussen verschillende landen.