Posts tonen met het label DIS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label DIS. Alle posts tonen

zaterdag 21 juni 2014

Gouden Driehoek van de Defensie Industrie Strategie


Begin juni van dit jaar publiceerde de Associated Press een artikel over "de grotere landen die goed zijn voor het leeuwendeel van de Europese defensieuitgaven." Nederland was er daar een van, samen met Verenigd Koninkrijk (VK), Frankrijk, Duitsland, Italië, Polen en Spanje. Al deze landen steunen hun wapenindustrie om hun nationale strijdkrachten te versterken. In een tijd van krimpende defensiebudgetten zijn innovatieve industriële producten nodig om een militaire voorsprong te behouden.

Illustratie: Prioritaire technologie: geavanceerde materialen. bron

Het Nederlandse Ministerie van Defensie heeft net als het VK en Frankrijk wapentechnologieën uitgekozen die de prioriteit krijgen bij het ontwikkelen van een militaire industrie. Duitsland werkt al geruime tijd met een zogenaamde Gouden Driehoek tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen om de defensie-industriële basis te verstevigen. Die aanpak heeft Nederland onlangs overgenomen. Het Verenigd Koninkrijk heeft centra voor technologie-ontwikkeling aangewezen en reserveert een deel van het materieelbudget voor R&D. Spanje heeft zijn la Política de Armamento y Material, waarin alle materieelbeleid is gegroepeerd onder een staatssecretaris. Polen verklaarde onlangs dat het de ondersteuning voor de wapenindustrie zal vergroten. Een van de missies van de Italiaanse Segretariato Generale della Difesa e Direzione Nazionale degli Armamenti (SG/DNA) is het ondersteunen van de militaire industrie om 'effectief en wereldwijd te kunnen concurreren.' Sinds 2007 heeft de Nederlandse overheid een beleid om de defensie-industrie te ondersteunen, met de zogenaamde Defensie Industrie Strategie (DIS).

Op 11 juni bespraken de ministers van Defensie en Economische Zaken een geactualiseerde DIS met het parlement. Het was niet bepaald de trending topic van de dag; slechts 3 parlementariërs waren er voor gekomen. Alle deelnemers, op één na (Günal-Gezer, PvdA) waren lid van de VVD, met inbegrip van de ministers. Geen enkel lid van de oppositie was aanwezig.

Deze magere opkomst laat zien dat de meeste Parlementariërs de Nederlandse wapenindustrie als een irrelevant onderwerp zien. Zolang de strijdkrachten tegen niet al te hoge kosten hun werk doen, is het een onderwerp waar ze zich niet mee bemoeien. De defensie-industrie is vrij klein (12.000 arbeidsplaatsen) en de de overheid houdt in de gaten of het goed loopt, zo wordt blijkbaar gedacht. Het hebben van een wapenindustrie lijkt door de meeste parlementsleden te worden gezien als een managementvraagstuk.

Dit is echter een misverstand. De defensie-industrie is wel degelijk relevant, niet in de eerste plaats om economische redenen, maar vooral omwille van de internationale veiligheid. Daarbij komt dat de vermenging van economische en veiligheidsbelangen een riskante zaak is. Volgens het DIS moet Nederland de defensie- en veiligheidsindustrie eerder in het verwervingsproces uitnodigen; zelfs vóór de daadwerkelijke voorstellen voor aanschaf. De keuze moet dan worden gedaan samen met partners uit de industrie. Dit hoewel wordt erkend dat de wapenindustrie bekend staat om de 'conspiracy of optimism,' waarbij de kostenramingen bewust laag worden gehouden. De nadelen van een dergelijke samenwerking wordt tot in details uitgewerkt door William Hartung in zijn boek Prophets of War, over het beleid van Lockheed Martin. Het is verbazingwekkend dat, terwijl alle indicatoren laten zien dat het moeilijk is om de wapenfabrikanten aan de leiband te houden als het om kosten gaat dat de Nederlandse overheid die industrie een belangrijke positie in het besluitvormingsproces te geven. Ter geruststelling: Defensie blijft leidend bij wapenaankopen.

De DIS brengt tegenstellingen in het Nederlands beleid ten aanzien van wapenproductie en wapenhandel aan het licht. Normaal gesproken is de Nederland overheid vrije markt kampioen, maar niet wanneer het gaat om de wapenindustrie. In het verleden was een groot deel van de Nederlandse defensie-productie afhankelijk van zogenaamde offsetdeals (bestellingen direct of indirect verbonden met wapen bestellingen in het buitenland). Toen de
Europese Commissie besloot dat deze niet meer gewenst waren, vond de Nederlandse overheid de 'industriële participatie' uit (die meer dan 60 procent van de waarde kan zijn) bij de aanschaf van wapens. De naam is anders, maar heeft een grote gelijkenis met offsetproductie. De overheid maakt bovendien gebruik van de uitzondering op de vrijemarktregels voor militaire goederen binnen de EU (art. 346 van het EU-Verdrag) om de Nederlandse wapenfabrikanten te verdedigen tegen concurrenten. Volgens de Regering wordt Nederland gedwongen om dit te doen, omdat andere landen hun wapenindustrie ook steunen. De Nederlanders beschouwen zichzelf slechts als een 'smart follower'.

Naast het ondersteunen van de wapenindustrie via het Commissariaat Militaire Productie (onderdeel van Economische Zaken) wordt binnen de DIS benadrukt dat de overheidssteun voor de wapenindustrie ertoe leidt dat meer wapens op de internationale markt kunnen worden verkocht, omdat dit afgeleiden zijn van wapensystemen die eerst worden geproduceerd voor de binnenlandse markt. Bovendien werkt een thuismarkt als launching customer; bij binnenlandse afname stijgt nl. het vertrouwen bij buitenlandse klanten.

Tussen de 55 en 70 procent van alle Nederlandse militaire productie wordt geëxporteerd. De DIS is gericht op de wapenbazaars in Azië, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika. "Daarnaast past deze opkomende economieën dat zij hun belangen ook beter militair willen verdedigen. Hierdoor is een sterke militarisering van Azië (rondom de Indische Oceaan) en ook het Midden-Oosten aan de gang,” zo wordt in een rapport gesteld dat als voorbereiding op de DIS is geschreven.

Terwijl de Europese markt licht krimpt en Amerikaanse bedrijven hierop steeds meer binnendringen (vanwege slinkende Pentagonbudgetten) groeien met name in Azië de wapenaankopen. De wapenwedloop in Azië begon al in de jaren tachtig van de vorige eeuw en is nu van start op volle gang. Hetzelfde lijkt gaande te zijn in het Midden-Oosten. Je moet daarbij wel bedenken dat de militaire budgetten van de VS en de EU samen goed zijn voor meer dan de helft van die uitgaven in 2017 aldus een IHS Jane's voorspelling.

In plaats van een besef dat militarisering een gevaarlijke ontwikkeling is die tot zorgvuldigheid en terughoudendheid noopt, ziet de Gouden Driehoek het juist als een kans voor de export. Dit is niet in overeenstemming met een verantwoorde controle op de wapenuitvoer, waarbij veiligheid het primaat zou moeten hebben. Bij wapenexporten moet economische winst zeker niet de drijvende kracht zijn. Een verantwoord veiligheidsbeleid en een op winst gedreven wapenexportbeleid zijn daarom een slechte mix. Wapenfabrikanten moeten juist ver van de besluitvorming over wapenaankopen en -verkopen worden gehouden.

Martin Broek
Engelstalige versie voor Stop Wapenhandel

vrijdag 14 januari 2011


Jawel, hij is er: een heuse Nederlandse ‘Defensie Industrie Strategie (DIS)’. Dat schreef ik al weer twee jaar geleden. Het is een document van omvang. Nederland loopt daarmee voorop in Europa en behoort ogenschijnlijk tot de grote defensie landen, die ook een dergelijk document publiceren. Niet alleen stuurt onze overheid troepen naar Zuid-Azië, om daar aan onze veiligheid hier te werken, maar ze gaat ook structuur brengen in de productie en verkoop van wapens.

Een leger zonder wapenindustrie, is als een mens aan een infuus, als het weggehaald wordt ben je verloren, zo spreekt uit het document. De DIS straalt ook realisme uit. Nederland zal niet op eigen houtje gaan opereren. Europese samenwerking wordt daarom herhaaldelijk genoemd, maar iedereen die kijkt naar de belangrijke wapenaankopen door de Nederlandse krijgsmacht zal dat niet al te serieus nemen. Een groot deel is immers van Amerikaanse makelij en dáár ligt dan ook een belangrijk deel van de samenwerking; de JSF is het meest in het oog springende voorbeeld.

Ik hoorde al verschillende mensen zeggen dat het DIS niet veel nieuws bevat. Het DIS is echter een bundeling van feiten, subsidiemogelijkheden, visies en propaganda binnen één kaft, waarbij Defensie het voortouw heeft. Die bundeling moet leiden tot meer geld voor de wapenindustrie en een gerichter beleid. Deze tekst heeft de bedoeling dat aan een eigen Oranje-blanje-bleu wapenindustrie wordt gewerkt.

De stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIVD) kan in grote mate instemmen met het document. “De strategische visie van de overheid op de defensiegerelateerde industrie is gebaseerd op een goede analyse, bevat goede intenties, maar mist nog duidelijke invulling.” Die invulling zijn aanbestedingen en geld, dat blijkt ook wel uit dezelfde reactie: “De NIID pleit voor vervolgstappen in de vorm van concrete programma’s en projecten met bijbehorende financiële inspanningen.” De NIVD bundelt ruim 200 bedrijven die producten voor de militaire markt maken. De stichting is een directe gesprekspartner van de overheid.

Dat het DIS niet het zoveelste rapportje was, maar een serieus beleidsstuk blijkt er ook uit dat het nadrukkelijk terug komt in de belangrijkste documenten van het ministerie van Defensie van jaar 2007: ‘Wereldwijd Dienstbaar’ (waarin Middelkoop, de visie van de regering op het gebied van de krijgsmacht uiteen zet) en de Defensiebegroting. Beide bevatten ronkende teksten die uitdragen dat Nederland meedoet aan expeditionaire operaties wereldwijd in het hoge geweldsspectrum. In dat kader moeten we ook de DIS zien. Ook de Defensiebegroting van 2009 bevat de DIS een aantal malen. Bijvoorbeeld hier: “Verder worden in het kader van de Defensie Industrie Strategie maatregelen genomen met als doel bij te dragen aan de versterking van de internationale positie van de Nederlandse defensiegerelateerde industrie.”

Nog belangrijker is dat het NIDV vrijwel onmiddellijk zijn zin kreeg en dat in een viertal aanvullingen op de Strategie concrete maatregelen en te subsidiëren onderzoeksprojecten worden benoemd. “De in deze brief beschreven activiteiten op het gebied van de prioritaire technologiegebieden, het launching customership en de instandhouding van materieel kunnen worden gezien als een eerste aanzet voor de verdere uitwerking van de DIS. Deze uitwerking zal dan ook worden voortgezet,” heet het daarin zo mooi. Van de DIS zijn we voorlopig nog niet af. Nederland wil graag bij de militaire grootmachten horen en de wapenindustrie doet daaraan mee.

Martin Broek

Bewerking van eerder artikel voor Vredesmagazine, waarnaar ik verwijs in Passie voor Vrede.



Bron: Defensie Industrie Strategie, augustus 2007, Ministerie van Defensie.

zaterdag 12 september 2009

Defensie Industrie Strategie

Jawel, hij is er: een heuse Nederlandse ‘Defensie Industrie Strategie (DIS)’. Dat schreef ik al weer twee jaar geleden. Het is een document van omvang. Nederland loopt daarmee voorop in Europa en behoort ogenschijnlijk tot de grote defensie landen, die ook een dergelijk document publiceren. Niet alleen stuurt onze overheid troepen naar Zuid-Azië, om daar aan onze veiligheid hier te werken, maar ze gaat ook structuur brengen in de productie en verkoop van wapens.

Een leger zonder wapenindustrie, is als een mens aan een infuus, als het weggehaald wordt ben je verloren, zo spreekt uit het document. De DIS straalt ook realisme uit. Nederland zal niet op eigen houtje gaan opereren. Europese samenwerking wordt daarom herhaaldelijk genoemd, maar iedereen die kijkt naar de belangrijke wapenaankopen door de Nederlandse krijgsmacht zal dat niet al te serieus nemen. Een groot deel is immers van Amerikaanse makelij en dáár ligt dan ook een belangrijk deel van de samenwerking; de JSF is het meest in het oog springende voorbeeld.

Ik hoorde al verschillende mensen zeggen dat het DIS niet veel nieuws bevat. Het DIS is echter een bundeling van feiten, subsidiemogelijkheden, visies en propaganda binnen één kaft, waarbij Defensie het voortouw heeft, die moet leiden tot meer geld voor de wapenindustrie en een gerichter beleid, waarbij zoveel mogelijk problemen vakkundig weggewerkt zijn. Deze nieuwe tekst heeft de bedoeling dat aan een eigen Oranje-blanje-bleu wapenindustrie wordt gewerkt.

De stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIVD) kan in grote mate instemmen met het document. “De strategische visie van de overheid op de defensiegerelateerde industrie is gebaseerd op een goede analyse, bevat goede intenties, maar mist nog duidelijke invulling.” Die invulling zijn aanbestedingen en geld, dat blijkt ook wel uit dezelfde reactie: “De NIID pleit voor vervolgstappen in de vorm van concrete programma’s en projecten met bijbehorende financiële inspanningen.” De NIVD bundelt ruim 200 bedrijven die producten voor de militaire markt maken. De stichting is een directe gesprekpartner van de overheid.

Dat het DIS niet het zoveelste rapportje was, maar een serieus beleidsstuk blijkt er ook uit dat het nadrukkelijk terug komt in de belangrijkste documenten van het ministerie van Defensie van jaar 2007: ‘Wereldwijd Dienstbaar’, waarin Middelkoop, de visie van de regering op het gebied van de krijgsmacht uiteen zet en de Defensiebegroting. Beide bevatten ronkende teksten die uitdragen dat Nederland meedoet aan expeditionaire operaties wereldwijd in het hoge geweldspectrum. In dat kader moeten we ook de DIS zien. Ook de Defensiebegroting van 2009 bevat de DIS een aantal malen: “Verder worden in het kader van de Defensie Industrie Strategie maatregelen genomen met als doel bij te dragen aan de versterking van de internationale positie van de Nederlandse defensiegerelateerde industrie.”

Nog belangrijker is dat het NIDV vrijwel onmiddelijk zijn zin kreeg en dat in een viertal aanvullingen op de Strategie concrete maatregelen en te subsidiëren onderzoeksprojecten worden benoemd. “De in deze brief beschreven activiteiten op het gebied van de prioritaire technologiegebieden, het launching customership en de instandhouding van materieel kunnen worden gezien als een eerste aanzet voor de verdere uitwerking van de DIS. Deze uitwerking zal dan ook worden voortgezet,” heet het daarin zo mooi. Van de DIS zijn we voorlopig nog niet af.

Martin Broek


Bewerking van eerder artikel voor Vredesmagazine.

Bron: Defensie Industrie Strategie, augustus 2007, Ministerie van Defensie