Posts tonen met het label NIVD. Alle posts tonen
Posts tonen met het label NIVD. Alle posts tonen

donderdag 27 november 2014

Het lijkt wel wapenbeursseizoen

Afgelopen week gingen vredesactvisten en solidariteitsactivisten met Palestina in Rotterdam protesteren tegen het jaarlijkse symposium van de Nederlandse Inschakeling Defensie en Veiligheid (NIVD). Dit jaarlijkse feestje gaat samen met een exhibition, het newspeak woord voor een wapenbeurs. Kort voor het symposium, vertelde woordvoerder van de NIVD, Mat Herben, de pers dat een van de deelnemende bedrijven, het Israëlische Elbit, een raketsysteem niet zou tentoonstellen, vanwege angst voor de protesten. Dus voordat de spandoeken uitgerold werden, was de actie al succesvol, en kreeg mede daarom veel media aandacht. Gelijkertijd werden er wel een aantal gevechtsvliegtuigencontracten gesloten, voor de F-16 and F-35 (Joint Strike Fighter).

Op 1 december zal de wapenbeurs IDEAS2014 openen in Karachi, Pakistan. Vele top militairen en VIP's zullen aanwezig zijn. De organisatie verzekerde dat alle noodzakelijke veiligheidsmaatregelen zijn genomen om een veilige omgeving te creëren voor de meer dan 200 bedrijven uit 23 landen, en meer dan tachtig afgevaardigden uit zo'n vijfenveertig landen. Het is de moeite waard, want zoals de Pakistan Observer stelt, de uitbundige militaire bestedingen van India “betekent ook een zware uitdaging aan de buurlanden.” Kortom wat een Zuid-Aziatische wapenwedloop genoemd kan worden is reden om zelfs meer wapens te verkopen.

De Nederlanders bereiden een tripje voor naar de IDEX wapenbeurs in Abu Dhabi. In februari 2015 organiseren de NIVD en de Netherlands Aerospace Group (NAG) dit in samenwerking met de ministerie van Buitenlandse Zaken, Economie en Defensie. Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert zal persoonlijk het hoofd van de delegatie zijn. De Nederlandse deelname aan IDEX zal zich voornamelijk richten op marine technologie, maar er is meer. (Zie de IDEX website voor het meest actuele overzicht van deelnemers.) De Nederlandse stands staan tussen die van Rusland en Turkije in. Het Midden-Oosten is de regio met de hoogste militaire uitgaven na de NAVO-landen en Oost-Azië. Voor wapensmeden is het absoluut de plaats om heem te gaan.

Dichter bij huis is een volgende mogelijkheid om verkopen en winsten op te vijzelen. Van 3 tot 5 juni gaat het wapen-industriecircus naar Rotterdam voor de Underwater Defence Technology (UDT) beurs. Onderzeeërs, torpedo's en sonar, het hele scala onderwater moordenaars zal er aanwezig zijn. Sommige onderzeeërs zijn of worden bewapend met nucleaire wapens, zoals die van Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, VS en Israël. De laatste keer dat UDT zijn tenten in Nederland opsloeg was in 2005 in Amsterdam. Bedrijven zoals Lockheed, Martin, Airbus (EADS), Thales, Raytheon, British Aerospace en Finmechanica waren aanwezig. Samen namen ze destijds eenderde van de wereldwijde wapenverkopen voor hun rekening. De 2005 UDT-wapenbeurs stuitte op stevige protesten en was enkele uren effectief geblokkeerd. De burgemeester van Amsterdam, Job Cohen, stelde dat hij de beurs niet kon sluiten, maar hij was er ook niet blij mee. De Socialistische Partij protesteerde de tentoonstelling van bommen.
In 2014 stelde de Rotterdamse partijen NIDA en SP voor om wapenbeurzen uit de stad te weren. Burgemeester Aboutaleb wil dat er binnen de gemeenteraad een debat wordt gevoerd rond de wenselijkheid van wapenbeurzen in de stad. Dit als reactie tegen de NIDV-beurs.

Het stoppen van wapenbeurzen heeft een geschiedenis. De International Training and Exhibition Conference (ITEC) bijvoorbeeld kreeg eind jaren negentig te maken met protesten van leden van de Haagse gemeenteraad. In 1999 bezochten ze de beurs (samen met een vertegenwoordiger van ITEC mocht ik vertellen wat er te zien was). ITEC ontmoette daarna overal protesten, in Amsterdam, Den Haag en Keulen. Volgend jaar wordt de beurs georganiseerd in Praag. Franciscaanse demonstranten, die ITEC door heel Europa volgen, mochten een volgende overwinning incasseren. De gemeenteraad van Keulen verklaarde dat het met drie maal ITEC faciliteren in de Kölner Messe genoeg was geweest!

Het is wapenbeursseizoen. Het protesteren tegen wapenbeurzen kan de mode worden deze winter en voorjaar. 

Geschreven voor Konfrontatie en Stop Wapenhandel (english)

vrijdag 14 januari 2011


Jawel, hij is er: een heuse Nederlandse ‘Defensie Industrie Strategie (DIS)’. Dat schreef ik al weer twee jaar geleden. Het is een document van omvang. Nederland loopt daarmee voorop in Europa en behoort ogenschijnlijk tot de grote defensie landen, die ook een dergelijk document publiceren. Niet alleen stuurt onze overheid troepen naar Zuid-Azië, om daar aan onze veiligheid hier te werken, maar ze gaat ook structuur brengen in de productie en verkoop van wapens.

Een leger zonder wapenindustrie, is als een mens aan een infuus, als het weggehaald wordt ben je verloren, zo spreekt uit het document. De DIS straalt ook realisme uit. Nederland zal niet op eigen houtje gaan opereren. Europese samenwerking wordt daarom herhaaldelijk genoemd, maar iedereen die kijkt naar de belangrijke wapenaankopen door de Nederlandse krijgsmacht zal dat niet al te serieus nemen. Een groot deel is immers van Amerikaanse makelij en dáár ligt dan ook een belangrijk deel van de samenwerking; de JSF is het meest in het oog springende voorbeeld.

Ik hoorde al verschillende mensen zeggen dat het DIS niet veel nieuws bevat. Het DIS is echter een bundeling van feiten, subsidiemogelijkheden, visies en propaganda binnen één kaft, waarbij Defensie het voortouw heeft. Die bundeling moet leiden tot meer geld voor de wapenindustrie en een gerichter beleid. Deze tekst heeft de bedoeling dat aan een eigen Oranje-blanje-bleu wapenindustrie wordt gewerkt.

De stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIVD) kan in grote mate instemmen met het document. “De strategische visie van de overheid op de defensiegerelateerde industrie is gebaseerd op een goede analyse, bevat goede intenties, maar mist nog duidelijke invulling.” Die invulling zijn aanbestedingen en geld, dat blijkt ook wel uit dezelfde reactie: “De NIID pleit voor vervolgstappen in de vorm van concrete programma’s en projecten met bijbehorende financiële inspanningen.” De NIVD bundelt ruim 200 bedrijven die producten voor de militaire markt maken. De stichting is een directe gesprekspartner van de overheid.

Dat het DIS niet het zoveelste rapportje was, maar een serieus beleidsstuk blijkt er ook uit dat het nadrukkelijk terug komt in de belangrijkste documenten van het ministerie van Defensie van jaar 2007: ‘Wereldwijd Dienstbaar’ (waarin Middelkoop, de visie van de regering op het gebied van de krijgsmacht uiteen zet) en de Defensiebegroting. Beide bevatten ronkende teksten die uitdragen dat Nederland meedoet aan expeditionaire operaties wereldwijd in het hoge geweldsspectrum. In dat kader moeten we ook de DIS zien. Ook de Defensiebegroting van 2009 bevat de DIS een aantal malen. Bijvoorbeeld hier: “Verder worden in het kader van de Defensie Industrie Strategie maatregelen genomen met als doel bij te dragen aan de versterking van de internationale positie van de Nederlandse defensiegerelateerde industrie.”

Nog belangrijker is dat het NIDV vrijwel onmiddellijk zijn zin kreeg en dat in een viertal aanvullingen op de Strategie concrete maatregelen en te subsidiëren onderzoeksprojecten worden benoemd. “De in deze brief beschreven activiteiten op het gebied van de prioritaire technologiegebieden, het launching customership en de instandhouding van materieel kunnen worden gezien als een eerste aanzet voor de verdere uitwerking van de DIS. Deze uitwerking zal dan ook worden voortgezet,” heet het daarin zo mooi. Van de DIS zijn we voorlopig nog niet af. Nederland wil graag bij de militaire grootmachten horen en de wapenindustrie doet daaraan mee.

Martin Broek

Bewerking van eerder artikel voor Vredesmagazine, waarnaar ik verwijs in Passie voor Vrede.



Bron: Defensie Industrie Strategie, augustus 2007, Ministerie van Defensie.

vrijdag 9 oktober 2009

Tweedehands wapens

Bij wapenhandel denkt menigeen aan mannen met donkere zonnebrillen en zwarte BMW’s. In Nederland zit dat heel anders. Daar zijn de grootste wapenhandelaars ambtenaren op het ministerie van Defensie. De Nederlandse overheid is al sinds jaar en dag de belangrijkste wapenhandelaar van dit land. De Schelde en Thales vallen hierbij vergeleken in het niet.

Een ambtenaar van Economische Zaken op een vergadering van een belangen organisatie voor de defensie-industrie “relativeerde overigens de positie die Nederland volgens het Zweedse SIPRI inneemt op de internationale ranglijst van wapenexporteurs. De genoemde vijfde plaats is wat hem betreft vooral het gevolg van het doorverkopen van tweedehands materieel.” Dat is een vreemde uitspraak. De overheid is niet in de eerste plaats een wapenexporteur, maar wie handelt in wapens met buitenlandse klanten zou je zo toch een wapenexporteur moeten noemen. Het zal wel kinnesinne zijn dat niet Economische Zaken maar Defensie hier de eerste viool speelt.

De overheid als wapenhandelaar heeft een voordeel; alles is uitermate overzichtelijk opgeschreven. Zodat je precies weet wat ze in de aanbieding heeft. Daarmee zijn de Kamerstukken ook verkoopfolders voor potentiële klanten.

Veel staat in het Materieelprojectenoverzicht (MPO) dat jaarlijks wordt gemaakt. Op prinsjesdag verscheen de versie voor 2009. Op pagina 106 en verder staan de wapens die voor afstoting in aanmerking komen met foto, relevante Kamerstukken en alles wat je wilt weten in een oogopslag op een pagina. Nou ja net niet alles. Het zou handig zijn als van verkochte wapens ook de opbrengst werd genoemd.

Wil je een beknopter beeld van de kraam met wapens die Nederland in de verkoop heeft? Dan is pagina 88 van de Defensiebegroting een uitkomst. Ook al zo’n prinsjesdag stuk. Een half A-4 met daarop alle typen en aantallen vliegtuigen, tanks, houwitzers, pantservoertuigen die in de verkoop zijn. Ook de net aangekochte pantserhouwitzers staan er al weer op.

Het wordt nu opletten wie die wapens gaat kopen, vooral de Fokker vliegtuigen (2 militaire vrachtvliegtuigen en twee maritieme patrouille vliegtuigen) kunnen zomaar verdwenen zijn, omdat de baas van de wapenfirma aan Het Plein in ’s Gravenhage er met zo min mogelijk gedonder en tegen de hoogste prijs van af wil. Zo gingen in het verleden ook al zogenaamde niet-strategische wapens naar de vreemdste plaatsen.

Op dinsdag 6 oktober komt de wapenhandel aan de orde in de Tweede Kamer. Ik ben benieuwd of deze verkoopfolders ook aan bod zullen komen. Anders kan het altijd nog bij het debat over de Defensiebegroting in november meegenomen worden, maar daar is het aanbod aan onderwerpen om de degens met de bewindslieden over te kruisen vermoedelijk al tamelijk groot. Het blijft een vreemde zaak dat de overheid wapenhandelaar en tegelijkertijd controleur van de wapenhandel is. Dat is twee handen op een buik.

zaterdag 12 september 2009

Defensie Industrie Strategie

Jawel, hij is er: een heuse Nederlandse ‘Defensie Industrie Strategie (DIS)’. Dat schreef ik al weer twee jaar geleden. Het is een document van omvang. Nederland loopt daarmee voorop in Europa en behoort ogenschijnlijk tot de grote defensie landen, die ook een dergelijk document publiceren. Niet alleen stuurt onze overheid troepen naar Zuid-Azië, om daar aan onze veiligheid hier te werken, maar ze gaat ook structuur brengen in de productie en verkoop van wapens.

Een leger zonder wapenindustrie, is als een mens aan een infuus, als het weggehaald wordt ben je verloren, zo spreekt uit het document. De DIS straalt ook realisme uit. Nederland zal niet op eigen houtje gaan opereren. Europese samenwerking wordt daarom herhaaldelijk genoemd, maar iedereen die kijkt naar de belangrijke wapenaankopen door de Nederlandse krijgsmacht zal dat niet al te serieus nemen. Een groot deel is immers van Amerikaanse makelij en dáár ligt dan ook een belangrijk deel van de samenwerking; de JSF is het meest in het oog springende voorbeeld.

Ik hoorde al verschillende mensen zeggen dat het DIS niet veel nieuws bevat. Het DIS is echter een bundeling van feiten, subsidiemogelijkheden, visies en propaganda binnen één kaft, waarbij Defensie het voortouw heeft, die moet leiden tot meer geld voor de wapenindustrie en een gerichter beleid, waarbij zoveel mogelijk problemen vakkundig weggewerkt zijn. Deze nieuwe tekst heeft de bedoeling dat aan een eigen Oranje-blanje-bleu wapenindustrie wordt gewerkt.

De stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIVD) kan in grote mate instemmen met het document. “De strategische visie van de overheid op de defensiegerelateerde industrie is gebaseerd op een goede analyse, bevat goede intenties, maar mist nog duidelijke invulling.” Die invulling zijn aanbestedingen en geld, dat blijkt ook wel uit dezelfde reactie: “De NIID pleit voor vervolgstappen in de vorm van concrete programma’s en projecten met bijbehorende financiële inspanningen.” De NIVD bundelt ruim 200 bedrijven die producten voor de militaire markt maken. De stichting is een directe gesprekpartner van de overheid.

Dat het DIS niet het zoveelste rapportje was, maar een serieus beleidsstuk blijkt er ook uit dat het nadrukkelijk terug komt in de belangrijkste documenten van het ministerie van Defensie van jaar 2007: ‘Wereldwijd Dienstbaar’, waarin Middelkoop, de visie van de regering op het gebied van de krijgsmacht uiteen zet en de Defensiebegroting. Beide bevatten ronkende teksten die uitdragen dat Nederland meedoet aan expeditionaire operaties wereldwijd in het hoge geweldspectrum. In dat kader moeten we ook de DIS zien. Ook de Defensiebegroting van 2009 bevat de DIS een aantal malen: “Verder worden in het kader van de Defensie Industrie Strategie maatregelen genomen met als doel bij te dragen aan de versterking van de internationale positie van de Nederlandse defensiegerelateerde industrie.”

Nog belangrijker is dat het NIDV vrijwel onmiddelijk zijn zin kreeg en dat in een viertal aanvullingen op de Strategie concrete maatregelen en te subsidiëren onderzoeksprojecten worden benoemd. “De in deze brief beschreven activiteiten op het gebied van de prioritaire technologiegebieden, het launching customership en de instandhouding van materieel kunnen worden gezien als een eerste aanzet voor de verdere uitwerking van de DIS. Deze uitwerking zal dan ook worden voortgezet,” heet het daarin zo mooi. Van de DIS zijn we voorlopig nog niet af.

Martin Broek


Bewerking van eerder artikel voor Vredesmagazine.

Bron: Defensie Industrie Strategie, augustus 2007, Ministerie van Defensie