Posts tonen met het label nc3a. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nc3a. Alle posts tonen

maandag 12 december 2011

Raketschild made in Holland

Nederland is na de Verenigde Staten het land dat de grootste bijdrage levert aan de NAVO-versie van het raketschild. De raketten voor het schild komen uit de Verenigde Staten. Maar in Hengelo wordt een groot deel van de Europese technologie ontwikkeld om raketten op te sporen en de anti-raket-raketten naar hun doel te sturen. Op de Waalsdorpervlakte bij in Den Haag worden bovendien de Europese NAVO-raketschildplannen en technologische ontwikkelingen en aanschaf ervan gecoördineerd. En de Nederlandse overheid blijft in het schild investeren.

Na Nederland is Duitsland de voornaamste bondgenoot van de Verenigde Staten in Europa om de plannen handen en voeten te geven. In november jl. vond in Duitsland de oefening Rapid Arrow 2011 plaats. Deze was bedoeld om officieren van de NAVO-landen te leren hoe ze ballistische raketten moeten neerhalen. “Vanuit het gezichtspunt van de bedieners van de wapensystemen en hun commandanten bevestigde deze oefening onze mogelijkheden om tactische ballistische raketten, die gericht worden op onze uitgezonden troepen, te raken,” zegt Lt. Generaal Pluger van de Duitse luchtmacht. Hij gaat verder met: “de mogelijkheden zullen verder ontwikkeld moeten worden. Onze doelstelling moet verder gaan dan de bescherming van troepen. Ze moet zich ontwikkelen naar de bescherming van gebieden en de bevolking in de Europese NAVO-landen.”(1) Op het eerste gehoor klinkt dat prima, maar het schild zal de veiligheid in de wereld juist niet verbeteren (zie elders voor een uitgebreide uitleg en commentaar).

ALTBMD

Ruim tien jaar geleden was ik bij een presentatie van Regina Hagen van de Duitse afdeling van Natuurkundigen voor Vrede. Ze sprak over het raketschild. Niet over een schild dat een heel gebied kon beschermen, maar over veel kleine schildjes. Klein en mobiel inzetbaar, daar had Hagen het over. Niet over de prestigeprojecten die – gek genoeg ook tien jaar later nog – vooral worden geassocieerd met het raketschild. Het ging over technologisch weliswaar geavanceerde en complexe, maar op d'n duur toch ook haalbare, systemen.
Hagen plaatste de ene na de andere zeepbel op een kaart. Onder de glimmende bellen zag je bij wijze van spreken het met raketten verdedigde land liggen. De glimmende buitenkant stond voor het bereik van de anti-raket raketten, bedoeld om de vijandelijke ballistische raketten te vernietigen. Er waren ook niet bedekte gebieden. Dat waren de gebieden van de vijand. Die was dus kwetsbaar geworden door de betere verdediging van de tegenstander.
Jaren later komt deze vorm van het raketschild, kleinere eenheden die samen een groter geheel vormen, terug in het Active Layered Tactical Ballistic Missile Defense systeem. Dit ALTBMD-systeem werd in 2009 door president Obama omarmd.
De belangrijkste 'wapens' die deel uitmaken van ALTBMD zijn: computers, commando- en controlesystemen en sensoren (C3I). Naast de C3I-systemen is ook technologie nodig die in staat is alle informatie te integreren en combineren en vervolgens door te sluizen naar de raket. Die technologie staat op land, is ingebouwd in voertuigen, maar vooral op schepen gezet. Er wordt eigen radar en observatie informatie verwerkt, maar ook informatie van andere schepen, voer- en vliegtuigen en satellieten. Uiteindelijk moet de anti-raket raket door de kracht van de klap de vijandelijke raket verpulveren. Om deze botsing op lange afstand te laten slagen is veel buitengewoon veel vernuft nodig. Een volledig geslaagde test heeft nog niet plaats gevonden.

NAVO-agentschap

Op de Waalsdorpervlakte zit het zogenaamde NC3A (NATO Consultation, Command and Control Agency) (2). Dit is een NAVO-agentschap wapentechnologie wordt onderzocht, aan oplossingen voor systeemintegratie wordt gewerkt, wapentechnologie ontwikkelt en onderzoeken op dit gebied coördineert. Het gaat dan veelal om technologie op het gebied van sensoren, radar, ITC e.d. De technologie die ook voor het raketschild van groot belang is.
Het belang van de ogenschijnlijk kleine NC3A organisatie blijkt uit het gegeven dat het instituut de komende twee jaar contracten kan verdelen ter waarde van 1,5 miljard euro. Belangrijker is dat NC3A de opdracht heeft meegekregen de ontwikkelingen op raketschildgebied in Europa te coördineren. Een eerste contract dat verband houdt met de territoriale versie – dat hele gebieden of zelfs heel Europa kan verdedigen – van het schild werd in september gesloten met een samenwerkingsverband van ingenieurs. De techneuten komen van EADS Astrium uit Frankijk, onderzoeksinstituut IABG uit Duitsland, Selex SI uit Italië, Qinetiq uit het Verenigd Koninkrijk, SIAC en Raytheon uit de VS en van TNO uit Nederland. Zij zullen het team vormen dat het ALTBMD-kantoor zal ondersteunen. Dit kantoor is eveneens in het NC3A in Den Haag ondergebracht. Een jaar lang gaan de technici onderzoek doen om vast te stellen welke technologie nodig is om het tactische raketschild om te bouwen naar een strategisch schild. In november werd ook een contract gesloten met het militair-industriële samenwerkingsverband van Raytheon en Thales (ThalesRaytheonSystems (TRS)) om een aantal leemtes in het huidige tactische systeem op te vullen. Het gaat om leemtes die geconstateerd zijn tijdens oefeningen en testen.

Oefeningen

Er is een scala aan oefeningen waarbij twee of meer van de vijf belangrijkste deelnemers aan het Europese raketschild zijn betrokken. De oefeningen zijn niet alleen bedoeld om militairen te trainen in het gebruik van de wapens, maar ook op fouten op te sporen zodat die gecorrigeerd kunnen worden (trial and error). Ten eerste is er de al sinds 1996 door Nederland georganiseerde Windmill oefening met Duitsland en de Verenigde Staten. De oefening is een van de redenen dat Nederland een vooraanstaande positie inneemt in de raketschildwereld. Windmill brengt lucht, land, zee en ruimte systemen samen en behoorde tot de eerste grootschalige raketschildoefeningen. Er wordt ook nationaal geoefend en er zijn tests in de Verenigde Staten waaraan op bilaterale basis Nederland, Duitsland en de NAVO-afdelingen, zoals NC3A, deelnemen. Het zijn vooral deze drie genoemde landen die het vaakst oefenen en testen. Maar ook Frankrijk en Italië nemen deel aan oefeningen om te kijken hoe wapensystemen op elkaar inspelen.(3) Eén van de bekendste tests met Nederlandse betrokkenheid is die waarbij het Nederlandse luchtverdedigings fregat Tromp betrokken was een raket boven de Stille Oceaan te traceren (TRACKEX). Daar is zelfs een YouTube filmpje van gemaakt.

Thales

Nederland loopt niet alleen voorop als het gaat om het organiseren van oefeningen. Als sinds halverwege de jaren negentig werkt Thales, destijds nog Thomson-CSF, aan een radar-, volg- en sensorsysteem dat ingezet kan worden voor het raketschild. Thomson Nederland deed samen met de John Hopkins University en Raytheon onderzoek hoe die apparatuur van het Nederlandse product geschikt kon worden gemaakt voor interactie met Amerikaanse rakettechnologie. Het ging destijds nog om de standaardraket voor het tactische raketschild (de SM-2). Nederland hield al lang voordat de vier luchtverdedigingsfregatten (LCF), begin deze eeuw, in dienst werden gesteld rekening met inzet ervan als onderdeel van een raketschild.(4)
Ruim tien jaar later werd op grond van de positieve ervaringen met de Nederlandse technologie tijdens TRACKEX door eerder genoemde partijen plus Lockheed Martin weer een studie gedaan. Nu ging het erom te uit te zoeken of er een schild tegen ballistische raketten op de Nederlandse fregatten kon worden geïnstalleerd. De vraag werd gesteld of de waarneming en volgsystemen voldoende krachtig waren om vijandelijke raketten vroegtijdig waar te nemen en op grote hoogte te volgen en er anti-raket raketten er op af te sturen. Het kan daarbij om eigen raketten gaan – die Nederland nog heeft – of raketten van andere landen. De resultaten waren zeer positief. Met relatief kleine aanpassingen zouden schepen ingezet kunnen worden als onderdeel van het ALTBMD. De Nederlandse systemen kunnen dan gebruikt worden voor het vinden en volgen van raketten op 2000 km afstand. Ze kunnen raketten sturen naar doelen buiten de atmosfeer.

Dit komt de NAVO niet slecht uit. De Thales of daarop gebaseerde systemen zitten op zo'n twintig moderne Europese marineschepen. Er is met die aanpassingen sprake van een flinke vloot die roulerend deze taak kan waarnemen. In januari schreef marine expert Richard Sharpe dat Nederland in Europa tot op heden de grootste stappen heeft gezet naar een maritieme raketschildcapaciteit.(5) Onlangs besloot Nederland de LCF-fregatten voor ruim 250 miljoen euro te voorzien van uitgebreide langs afstand radar (Extended long range, ELR).(6) Ondanks de bezuinigingen op de krijgsmacht, gaan deze investeringen in deze superwapens wel door. De schepen zijn als deze technologie is geïnstalleerd in staat de beruchte raketten vanuit Polen en met behulp van radarinstallaties in Tsjechië naar hun doel te sturen. Ze kunnen ook zelf uitgerust worden met die raketten. Maar die beslissing is nog niet genomen.
De schepen waren al het duurste wapensysteem dat Nederland had. Ze dreigen nu ook een belangrijk onderdeel te worden van een schild waartegen Nederland een kleine tien jaar geleden nog waarschuwde, vanwege een mogelijke wapenwedloop. Maar dat gold wel Zuidoost Azië. In Nederland zelf werd ook toe al gestaag gewerkt aan het verder uitbouwen van het schild.(7)

Martin Broek
)
Zie voor een vermelding van veel van mijn artikelen over Nederland en het raketschild: Nederland bereidt de weg voor in Europa, januari 2009.

1) NC3A, NATO commanders successfully test command and control systems during missile intercept exercise, 17 november 2011.
2) Martin Broek, Raketschild in Den Haag, 10 augustus 2010.
3) Raymond Lenski, ALTBMD Simulation to the Joint CAX Forum, september 2011.
4) Op weg naar 2012, Marine Nieuws, september 1996.
5) Richard Scott, Aming High, Jane's Defence Weekly, 5 januari 2011.
6) Menno Steketee, Dutch frigates set to receive BMD capacity, Jane's Defence Weekly, 5 oktober 2011.
7) Antwoorden op parlementaire vragen over de Defensienota 2000, 28 januari 2000.

Geschreven voor Vredesmagazine dossier 'Raketschild'.

dinsdag 10 augustus 2010

Raketschild in Den Haag (deel 2)

vervolg van: Afghanistan oorlog in Den Haag (deel 1)

Het NC3A levert technologie toegesneden op bestaande conflicten, maar ook voor wapensystemen van de toekomst. De hoofdtaak voor het NC3A is het opzetten van een gelaagd raketschild.

‘Schild’ dat klinkt nauwelijks als een wapen, maar als verdediging en naar middeleeuwen. In die middeleeuwen was het meestal onderdeel van een bredere wapenuitrusting. Daar hoort ook een zwaard of mes bij. Hoe beter je schild is, hoe veiliger je een aanval in kan zetten. Vervolgens is het voor de tegenstander de uitdaging om een wapen te ontwikkelen dat het schild waardeloos maakt. Kortom ook schilden kunnen een wapenwedloop inluiden en vormen een onderdeel van een wapenuitrusting. Dat principe is nog altijd geldig, maar het schild van het NC3A wordt niet gedragen door een ridder, maar bestaat uit samenwerkende onderdelen die verschillende landen op land, water, in de lucht en in de ruimte hebben rondkarren, vliegen of dobberen.

Vorig jaar meldde president Obama dat de raketschildbases in Polen en Tsjechië van de baan waren. De VS zou zich gaan richten op een gelaagd raketsysteem dat bestaat uit losse onderdelen, het zogenaamde ALTBMD-systeem. Het leek voor de buitenstaander alsof het om een nieuw schild ging en het oude van de baan zou zijn. Dat is een misvatting. Al sinds begin jaren negentig wordt er binnen de VS en NAVO over een dergelijk systeem gedacht. De VS kozen al eerder deze eeuw voor het concept. Door de Obama administratie zijn de politiek en technisch moeilijk haalbare en kostbare delen weggesneden. In plaats daarvan zijn de kaarten gezet op een systeem van losse onderdelen zoals marineschepen, verschillende typen raketten, radarsystemen en waarschuwingssatellieten. Het raketschild is veranderd van een prestigieus project met grote bases her en der binnen de NAVO naar een gelaagd systeem dat bestaat uit kleinere eenheden die een kleinere gebied kunnen verdedigen. Klein is relatief en betekent hier bijvoorbeeld half West-Europa.

Verschillende landen leveren er al onderdelen voor zoals Duitsland, Frankrijk, Italië, de VS en Nederland. Spanje en Griekenland komen daar binnenkort nog bij. De bijdragen worden betaald uit de nationale begrotingen. De Verenigde Staten levert verschillende kostbare systemen, Griekenland alleen een verouderd raketsysteem. Al die systemen moeten in een groter systeem kunnen worden ingebracht, volgens het plug en play principe. Zo ontstaat dan een geheel waar de hele NAVO zijn voordeel mee kan doen. Het gelaagde systeem is in eerste instantie inzetbaar tegen raketten voor de korte en middellange afstand, maar op termijn moeten er ook lange afstandsraketten mee uit de lucht gehaald kunnen worden.

Het zwaarte punt ligt op marineschepen met zware radarcapaciteiten van Amerikaans of Nederlands ontwerp. Deze schepen moeten een zogenaamde SM-3 raket afvuren op een ballistische raket die aan het opstijgen of dalen is en deze met kinetische energie vernietigen. De anti-raket raket ontwikkelt daarbij een enorme snelheid van meer dan 4km/s. Dat is hogere raketsnelheid dan was toegestaan in het anti-ballistische raket verdrag (ABM), waar de VS in 2002 uitstapten. Raytheon vergelijkt deze raket met een tientonner die met een snelheid van 1000km/u over de weg raast. In het raketschild overzichtsrapport uit februari van het Pentagon wordt de raket genoemd als wapen tegen intercontinentale ballistische raketten (ICBM’s). Dat zijn de raketten met het grootste bereik. Over die capaciteit bestaat twijfel. Dit soort twijfel is dan wel weer gunstig voor de industrie. Nu al wordt gewerkt aan een betere versie.

Stephen D. Terstegge stelt in een studie voor het NC3A en Amerikaanse Missile Defence Agensschap uit april 2007 dat Nederland de SM-3 raket in 2015 aan zal schaffen. Dat lijkt ook logisch aangezien de Nederlandse radar in 2006 al is ingezet bij een test in de Stille Oceaan met de raket. Er is zelfs een youtube filmpje over gemaakt.

Vragen aan het ministerie van Defensie in 2007 over de aanschaf kregen een ‘wacht maar af’ antwoord: “Op dit moment worden mogelijke vervolgstappen bestudeerd. Zodra daar aanleiding toe is zult u hierover worden geïnformeerd.” In het zogenaamde Materieelprojecten Overzicht staat dat de aanschaf wordt voorbereid. In de tussentijd versterkt Nederland zijn capaciteiten door overeenkomsten met de VS rond technologieoverdracht. (‘Ballistic Missile Defence in the European Theater: Political, Military and Technical Considerations’, p. 66)

Spookprojecten werden ze tot 1995 genoemd, de materieelplannen die in de krijgsmacht worden uitgewerkt voordat ze formeel bestaan. Zo komt een wapen sluipenderwijs de krijgsmacht binnen. Na jaren van voorstudies gaan materieelplannen naar de Tweede Kamer en die kunnen moeilijk nee zeggen en praten nog wat over inschakeling van de Nederlandse industrie of Europese aanbestedingen. In dat jaar raadde staatssecreatris Gmelicht Meijling het gebruik van de term af en stelde hij voor ze 'projecten in multinationaal verband' te noemen.

Volgens Terstegge is Nederland het braafste jongetje in de raketschildklas: “Op het moment, lijkt alleen Nederland de politieke ambitie te koesteren om een verdediging tegen ballistische raketten op te zetten in de nabije toekomst.” In 2007 stelde hij dat er een land nodig is om de Europese integratie van raketschildsystemen vorm te geven. Op de Amerikaanse ambassade in Den Haag schuift men Nederland naar voren, het land dat na Japan het meeste presteert op het gebied van het raketschild, aldus een ambassademedewerker die Terstegge sprak. Naast technische samenwerking (Thales Nederland staat in hoog aanzien) en inzet van de Nederlandse marine, leidt Nederland ook al jaren een grote raketschildoefeningen. Het rijtje pluspunten van Nederland wordt afgesloten met de praktische constatering dat hier het NC3A is gevestigd en dat Den Haag een paar uur rijden van het NAVO-hoofdkwartier in Brussel ligt. “Den Haag gebruiken als centrum voor internationale samenwerking op het gebied van het raketschild ligt voor de hand (…),” aldus de onderzoeker van het Naval War College in de VS, Terstegge.

In 2008 wordt het NC3A in Den Haag benoemd tot beheerder van het gelaagde raketschild programma. Het is verbonden met operationele en test faciliteiten door de hele NAVO en werkt samen met de raketschild organisatie van het Amerikaanse leger. Het is kortom de spil in de ontwikkeling van het gelaagde raketschild. Kort daarna stellen drie leden van de SP-fractie gedetailleerde en specifieke vragen over de rol van Nederland. Er komt een ‘het heeft niet zoveel om het lijf’ antwoord. Daarna is het stil geweest op wat opmerkingen in debatten na. Wat de technische samenwerking met de VS behelst? Of het wenselijk is dat Nederland de spil binnen het NAVO-raketschild is? Welke functie de medium power radars die Nederland aan gaat schaffen binnen het raketschild gaan spelen? Dit zijn vragen die niet of nauwelijks gesteld zijn. Als Obama zegt dat het ALTBMD-programma de nadruk zal krijgen bij verdere ontwikkelingen is dit wereldnieuws. Maar er wordt nauwelijks gevolgd dat Nederland aan de rand van Den Haag een Amerikaans programma Europa binnen loodst.

Het agentschap is het voertuig om pragmatisch de interne tegenstellingen en problemen met het opzetten van een megawapenprogramma, wat het schild is, te lijf te gaan. Naast de taak om naar standaarden te zoeken tussen de systemen uit verschillenden landen om het plug and play mogelijk te maken, heeft het NC3A nog een taak en dat is ervoor zorgen dat dit een Europees-Amerikaans project wordt. Het raketschild lag gevoelig in Europa. De angst voor ballistische raketten is hier minder dan in de Verenigde Staten. De noodzaak om nieuwe grootse stappen te zetten wordt dan ook minder gevoeld terwijl Iran (dit land wordt steeds opgevoerd als reden voor het schild) wel dichterbij Europa ligt.

Voor de VS heeft de samenwerking met Europa verschillende voordelen. Het bindt Europa aan de Verenigde Staten op een belangrijk militair project. Tevens is het van geostrategisch belang voor de VS om ook vanuit Europa een schild te hebben naar het oosten (o.a. richting Rusland, al zullen ze dat niet snel openlijk zeggen) Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De NAVO haalde onlangs Israël bij haar raketschildactiviteiten. Niet alleen binnen de NAVO ook op bilateraal gebied heeft de VS raketschildsamenwerkingsverdragen gesloten, zoals met Australië, Zuid-Korea en Japan. Goed beschouwd wordt er een paraplu tegen ballistische raketten opgestoken rond het vasteland van Azië (inclusief het Midden-Oosten).

Nu alle kaarten op een gelaagd systeem worden gezet is de coördinerende en faciliterende rol van het NC3A nog belangrijker dan hij al was. Ook de daar ontwikkelde technologie is uiteindelijk bedoeld om te komen tot een systeem dat lange afstandsraketten te lijf kan. Net als de door Reagan en Bush gepropageerde systemen. De bases in Oost-Europa zijn dan wel van de baan, maar op de raketschild basis in Alaska worden nog steeds nieuwe raketten opgesteld. De Russen hebben al gewaarschuwd dat als het raketschild ze teveel bewegingsruimte gaat ontnemen ze uit het onlangs gesloten START-verdrag over de reductie van kernwapens zullen stappen.

In Nederland vinden testen en oefeningen plaats voor het schild nog steeds plaats. Zo is in mei van dit jaar getest of het systeem voldoet aan de minimum eisen en in juli werden verplaatsbare commandocentrales voor het raketschild getest. De strijd tussen schild en zwaard krijgt vanuit Den Haag een nieuwe impuls.

Dit artikel is geschreven in het kader van een onderzoek naar de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog tegen het terrorisme door Martin Broek, mogelijk gemaakt door de Fondsen Pascal Decroos en Stichting Democratie en Media.

Zie ook: kranten

maandag 9 augustus 2010

Afghanistan oorlog in Den Haag (deel 1)

Ook al trekt Nederland zich nu terug uit Afghanistan het blijft door een NAVO instituut in Den Haag betrokken bij de oorlog in het land. Onder de kop ‘War Speeds NATO Technolog Procurement’ beschrijft het Amerikaanse militaire weekblad Defense News hoe bij het NC3A in Den Haag wapentechnische oplossingen worden verzorgd voor militaire problemen in Afghanistan. Naast de duizenden soldaten zet de NAVO ook technici en managers in. Het is voor het eerste dat dit op grote schaal gebeurt. Doordat de techneuten ter plaatse zijn kan snel nieuwe technologie geleverd worden die voldoet aan de wensen van de militairen ter plaatse. Die technici kunnen soms binnen enkele minuten reageren, zegt Marty Angeli, een manager van het NC3A in Afghanistan.

Schilderijen doen ons geloven dat Napoleon tijdens zijn veldtochten vaak op een heuvel of vanuit zijn zadel de troepen overzag. Ook in zijn tijd waren er echter al stafkaarten, uitgebreide krijgsplannen en kon je binnen in een tent schematisch de situatie overzien. Wel zo comfortabel. Twee eeuwen later is het beeld van de oorlog sterk veranderd. Oorlog kan net als destijds gevoerd worden op zee en land, maar ook in lucht, onderwater en vanuit de ruimte. Napoleon zou zich geen weg weten tussen de beeldschermen en veelheid aan informatie die verwerkt moet worden. Satellieten en gevechtsvliegtuigen verzamelen actuele informatie. Radars kijken over de horizon en generaals zetten onbemande vliegtuigjes in om inlichtingen te verzamelen en tegenstanders uit te schakelen. De militairen ‘op de grond’ en informanten sturen hun gegevens naar de commandocentrales. Informatie is altijd essentieel geweest voor oorlog, maar nog nooit was er zoveel van.

Een militaire staf kan leiden aan een informatie overflow. Hier komt een belangrijk deel van de taak van het Haagse agentschap om de hoek kijken. Oorlog wordt gevoerd vanuit een netwerk en het is de taak van het NC3-agentschap ervoor te zorgen dat dit netwerk optimaal functioneert. Het agentschap beperkt zich daarbij niet tot de taken commandovoering, controle en communicatie die in haar naam zitten. Het onderzoekt, test en verbetert ook middelen voor het verzamelen van inlichtingen, bewaking en verkenning. En hoe al die informatie efficiënt kan worden gedragen naar mens en wapensysteem. Militairen zelf vatten dit geheel samen met de afkorting C4ISR (Command, Control, Communications, Computers, Intelligence, Surveillance and Reconnaissance). Dat dit de ene keer net-centric warfare wordt genoemd en men de volgende keer volstaat met C2, C3, C3I of nog langere afkortingen is daarbij van ondergeschikt belang. Steeds weer gaat het over het gebruik van informatie. Bij de ene afkorting iets minder complex dan bij de andere.

Bij het NC3A op de Waalsorpervlakte werken 600 mensen. In Brussel bij het NAVO-hoofdkwartier heeft de organisatie nog een vestiging met 200 werknemers. In 2008 besteedde het NC3A 300 miljoen aan materieelverwerving. Het instituut heeft de afgelopen jaren snel drukker gekregen, want ze is actief in alle operatiegebieden van de NAVO: “inclusief de Balkan, Afghanistan en Irak,” schrijft algemeen directeur de Belg Georges D'hollander. De kracht is gelegen in analytische kennis, het gebruik van interne NAVO-informatie en de onderzoekscapaciteiten en pragmatissme. Dit laatste is binnen een militaire verdragsorganisatie waar landen op nationaal niveau beslissen een even groot goed als technische kennis. Er wordt niet gezocht naar de beste oplossing. Er wordt gezocht naar een haalbare oplossing voor militaire problemen, waar alle deelnemers aan een wapensysteem of operatie mee uit de voeten kunnen.

Om bruikbare systemen te ontwikkelen werkt het NC3A samen met de industrie. De lijst met partners is indrukwekkend. Hij loopt van de grote wapengiganten Lockheed Martin, Raytheon en British Aerospace Systems tot gespecialiseerde Nederlandse bedrijven als Castor Networks B.V. en de grootste Nederlandse wapenproducent, Thales.

Als je als bedrijf wordt binnengehaald heb je gelijk meerdere klanten. "Dit programma zal onze basis in Europa vergroten en ons in staat stellen C2 technologie te leveren aan ieder NAVO-land,” aan het woord is Paul Davison, uitvoerend directeur van Northrop Grumman Mission Systems Europe nadat zijn bedrijf is gekozen om commando en informatie systeem te leveren aan alle marine hoofdkwartieren binnen de NAVO. "Met het besluit laat de NAVO zien dat ze nog steeds vertrouwen heeft in ons Europese team," vervolgt Davison tegen spacewar.com.
Dat het NC3A in Nederland is gevestigd betekent dat Nederlandse bedrijven een grote kans hebben om geschakeld te worden. Ze komen dan ook relatief vaak voor in de lijst met Basic Ordering Agreements.

Het NAVO-agentschap is een knooppunt voor toepassingen op het gebied van militaire technologie. Ook met niet-NAVO-landen Zweden en Finland zijn er samenwerkingsprojecten. Zo wordt het gemakkelijker om met deze landen militaire gegevens uit te wisselen gedurende operaties. Zo integreert het NC3A de niet tot de NAVO behorende EU landen in het NAVO-systeem.

Oorlog

De doelstelling van het NC3A is niet om de defensie-industrie aan werk te helpen of via een omweg landen te integreren, al is dat mooi meegenomen. Het gaat erom de gezamenlijke NAVO en nationale wapenprogramma’s te sturen. Daardoor kan de Noord-Atlantische Verdrags Organisatie of coalitions of the willing, waaraan NAVO-landen deelnementijdens missies optimaal optreden. Informatie wordt op alle militaire niveaus gebruikt van commandocentrale tot troepen in het veld. De NAVO reactiemacht (NRF) heeft bijvoorbeeld over geavanceerde communicatieapparatuur en satelliet communicatie. Als je wereldwijd inzetbaar moet kunnen zijn binnen vijf dagen, dan moet je mobiele communicatie systeem in orde zijn. De aanpassing van de C3-systemen was een prioriteit bij de reorganisatie van de NAVO. Een groot deel van de Haagse NC3A-activiteiten is dan ook gericht op verbeteringen van de communicatie en informatie systemen binnen de NAVO-landen. Het NC3A zorgt ervoor dat NAVO-troepen eerder de informatie hebben om gevechtsklaar te zijn.

Van alle huidige NAVO operaties is die in Afghanistan veruit de grootste en gecompliceerde. Er zijn verschillende multinationale overlappende operaties gaande: de Operation Enduring Freedom (OEF) de oorlog tegen het internationale terrorisme van de Verenigde Staten en bondgenoten en the International Security Assurance Force (ISAF) die door de NAVO wordt geleid. Het ene land is volop betrokken en een ander levert enige tientallen militairen of burgers.

De belangrijkste bijdrage van het NC3A was er voor zorgen dat alle in Afghanistan verzamelde informatie voor iedereen bruikbaar en overzichtelijk in de commandocentrales komt. Dit terwijl elk land wel met zijn eigen apparatuur en technologie kan blijven werken. Het resulterende systeem wordt zowel binnen ISAF als OEF gebruikt. Niet alleen vereenvoudigd het de communicatie, het zorgt ook voor distributie op maat. De ene commandolaag krijgt automatische meer of andere informatie dan een andere. Ook op het niveau van deelnemende landen wordt informatie gezeefd. Niet alle informatie is voor alle landen bestemd. Dat klinkt op misschien vreemd, maar het is wel de dagelijkse praktijk binnen de NAVO, waar het ene land meer gelijk is dan het andere.

In 2002 zorgde het NC3A samen met Thales voor een systeem bedoeld voor het verzamelen van informatie, bewaking, doelaanwijzing en verkenning voor Operation Enduring Freedom van de Fransen en Amerikanen in Afghanistan. Dit bij interventies inzetbare systeem met sensoren voor inlichtingen wordt nu werldwijd in een glossy folder aangeboden aan klanten.

Daarnaast zijn er tal van kleinere initiatieven gaande, zoals voor het gebruik van geografische gegevens. Voor het eerst vechten alle NAVO-troepen met dezelfde kaart. Dat lijkt een fluitje van een cent, maar het agentschap is er trots op en het wordt in verschillende militair publicaties gemeld.

Een ander project moet er toe dienen dat bermbommen minder schade aan kunnen richten. Ook hierbij gaat het vooral om het verzamelen en distribueren van informatie. Die bermbommen zijn een koekje van eigen deeg. Italiaanse mijnen die de VS in de jaren tachtig aan Afghanistan leverden zijn een voornaam onderdeel van dit meest dodelijke Taliban wapen, zo blijkt uit stukken vrijgekomen door een Freedom of Information procedure in de VS en onderzoek van onderzoeksjournalist Gareth Porter. Beter was het geweest dat de Verenigde Staten de landmijnen niet had geleverd waarmee nu een groot deel van de bommen wordt gemaakt.

De vestiging in Nederland betekent dat Nederland met handen en voeten gebonden is aan de NAVO-operaties. Ons leger kan al dan niet deelnemen aan een militaire operatie, maar de onderzoeken op de Waalsdorpervlakte, die er toe moeten leiden dat de strijd effectiever kan worden voortgezet. Daar helpt geen Kabinetsbesluit aan en zelfs geen Regeringscrisis. Nu was de afgelopen crisis daar ook niet om begonnen. Die ging over de standvastigheid van de PvdA en om het permanent uitwonen van het Nederlandse leger. Mocht het in de toekomst wel om een principieel meningsverschil over de doelstelling van een missie gaan, ook dan is Nederland in de praktijk onderdeel van de NAVO-operaties en fysiek betrokken. Ook al is ze er zelf niet bij. Het zou bijvoorbeeld kunnen gaan om een NAVO-operatie die volgens de Tweede Kamer een volkenrechtelijk mandaat ontbeert. Niet ondenkbaar met Irak en Kosovo in gedachte.

Het NC3A levert ook technologie toegesneden ...

Vervolg morgen


Dit artikel is geschreven in het kader van een onderzoek naar de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog tegen het terrorisme door Martin Broek, mogelijk gemaakt door de Fondsen Pascal Decroos en Stichting Democratie en Media.