Posts tonen met het label wapens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wapens. Alle posts tonen

vrijdag 17 juli 2015

Armoede bestrijding en militaire uitgaven



Cordaid-directeur Simone Filippini benadrukt het belang van armoedebestrijding in fragiele conflictlanden, in tijden van grote onrust in Noord-Afrika en het Midden-Oosten,” zo begon een atikel in Het Financieele Dagblad van negen juli. Over het algemeen is daar niet veel tegenin te brengen. Natuurlijk is een aantal oorlogszuchtige landen in het Midden-Oosten (denk aan de Golfstaten, Saoedi-Arabië en Turkije) verre van arm en is alleen armoede bestrijding onvoldoende om het coflict om de macht in de regio te stoppen. Maar: baadt het niet dan schaadt het zeker ook niet.

Het artikel bleef me bij vanwege een paar zinnen: “Wereldwijd gaat er $140 mrd om in ontwikkelingssamenwerking, maar in de wapenhandel ruim $1800 mrd. Juist de landen die de meeste ontwikkelingshulp nodig hebben, gaan vaak gebukt onder gewelddadige conflicten die worden uitgevochten met wapens die worden geproduceerd in de relatief rijke landen. Ik heb het over de Verenigde Staten, Engeland, Rusland, China, maar ook Nederland met zijn nachtkijkers.” Hier is iemand begaan met de wereld en niet bang man en paard te noemen. Of het helemaal klopt (los van de vraag of die nachtzichtkijkers nog wel zo prominent aanwezig zijn)?

De paus in Rome keerde zich eerder ook al tegen de schandalige wapenhandel met een omvang van $1.800 miljard. Maar had het dit jaar over de wapenindustrie met een omzet van $400 miljard en had zijn woorden aangepast aan de feiten. Want het hele militaire budget van bijna twee biljoen dollar gaat niet naar wapens. De helft daarvan is voor weddes van militairen. Een kleine procent van de wereldbevolking – ruim 60 miljoen (para) militairen – verdient zo zijn (en soms haar) geld. Hele families zijn er van afhankelijk.

Toen ik Simone Filippini erover tweette, reageerde ze als volgt: @martinbroek Precies: 1800 mld vr wapens & oorlog - 140 mld vr vrede & ontw + de wapenproducenten beslissen over vredesmissies #FFD3 huh?! Het klinkt wel lekker, dat moet ik zeggen. Maar legers gelijkschakelen met wapens en oorlog, gaat toch net een stap te ver. Bovendien ga je op deze manier met je goede bedoelingen de mist in en stort je mensen mogelijk juist in de armoede.

Bij wapenaanschaf gaat het om een kwart van het wereldwijde militaire budget, nl. om zo'n $400-450 miljard. De Amerikaanse aanschaf van de JSF gaat volgens een rapport van de Amerikaanse rekenkamer (GAO) $400 miljard kosten. Wapenhandel (handel in wapens over de grens) gaat om een deel van de militaire productie, zo'n $40-60 miljard en is dus maar een deel van de benodigde $140 miljard. Door alles maar op een hoop te gooien (militaire uitgaven, wapens, wapenhandel, oorlog) gaan pijlen op voetzoekers lijken. Soms heeft wat zorgvuldigheid zin.

Als je wilt dat er meer geld komt voor armoedebestrijding dan kan je beter de militaire budgetten aanpakken dan de wapenhandel. De hele wereldwijde wapenhandel heeft de omvang militaire uitgaven van India. Het Amerikaanse militaire budget alleen al is vier maal zo groot als wat volgens de Cordaid-directeur nodig is voor wereldwijde armoede bestrijding. Door wapenhandel aan te kaarten is wel duidelijk te maken dat wapens en armoede hand in hand gaan. Het gros van de (dure) wapens gaat immers naar overheden en wordt betaald uit de schatkist net als militaire uitgaven. Die uitgaven gaan ten koste van uitgaven voor onderwijs, gezondheidszorg e.d. Er is wel gesteld dat wapens daardoor doden nog voordat ze gebruikt zijn.

Vijftien procent reductie in de militaire uitgaven in de VS en Europa en je hebt al genoeg geld losgepeuterd dan voor het VN armoede bestrijdingsprogramma nodig is. Los van dit praktische rekenwerk, is het hameren op wapenhandel ook vreemd als de westerse legers ongemoeid kunnen groeien en bloeien en elders optreden. Maar dat reduceren van de militaire uitgaven - waar het bij middelen voor armoede bestrijding om draait - kan wel eens een zware campagne worden.

---


P.S. In Trouw van 13 juli verschijnt een artikel van Simone Philipini waar ze alweer de oorlog, Defensie, wapenhandel op de hak neemt. Daarvoor wordt meer belasting betaald dan voor ontwikkeling en vredesinitiatieven. “Acht van Europa 's grootste levensverzekeraars en pensioenfondsen hebben 6,8 miljard euro belegd in wapenhandel met corrupte regimes. Onze sociale zekerheid is andermans nachtmerrie,” merkt ze op. Op deze constateringen valt weinig af te dingen.

woensdag 10 juni 2015

Universities a pool of knowledge and personnel for defence production

The Dutch military turns to children as young as 15 years of age to attract new personnel to its ranks. The military industry is also interested in youngsters, to recruit new skilled labour for its research, development and production facilities. They are actively linking up with technical universities to find students to fulfill staff positions. The Dutch defence industry is not producing simple bullets and handguns but specializes in state of the art military technology. Such as naval vessels, fitted with guns from abroad but with Dutch fire control, sensors and combat data management systems.

Modern aircraft such as the F-35 (Joint Strike Fighter) are also equipped with Dutch technology. The Netherlands also develops nanotechnology, biometrics, information technology etc. as used in new weapon systems. Almost every Dutch university has a program which is connected to the military or to the defence industry. This text will focus on Thales Nederland and the technical universities.

Technical universities

Thales Nederland is one of the major Dutch military manufacturers and producing state-of-the-art hightec equipment of world class. It has its main establishment in Hengelo and is located close to the technology University Twente (UT). This institute was established in the early sixties as part of the Dutch industrial policy after the Second World War, and meant to educate a highly skilled labour force. In a recent publication Herman Hazewinkel, chair of the University Fund, writes that the establishing parties of the University Fund, like producers of military technology Thales (previously Hollandse Signaal Apparaten) and TenCate, had a forward looking attitude for that time. Not only did they they establish an educational institution, they also created an innovative base. That the U.S. elite forces – in the sense of most skilled military, not of behaviour – is using Dutch armour developed by TenCate, is a direct result of this.

In the same publication of the University Fund CEO Gerben Edelijn of Thales Nederland – a graduate of the TU on electrical engineering – writes on the most tangible project of his company with the TU. It is the T-Xchange, a joint venture focussing on capitalizing serious gaming as a body of knowledge. Apart from this, there are at least ten other programs of cooperation. Moreover, employees of Thales are actively involved in education and research at the TU. Thales needs the TU 'to fulfill its annual 100 apprenticeships and graduate positions,' in Hengelo, in the words of Edelijn. The company is actively looking for students and knowledge, of which many examples can be found on the TU Twente website.

The TU of Delft is well-known for its aircraft development. This old TU, already established in the 19th century, is a permanent supplier of students to Fort Worth, who work at the F-35 project. Thales is also present in Delft with a department for Research & Development on radar technology and radar systems (its military core business), with approximately 25 employees and working in close cooperation with the University. The company also has a Securtiy-Innovation lab (SI-lab) in Delft as part of the T-Xchange program. Until 2010 Thales Nederland, the TU Delft, the University of Amsterdam (UVA) and the Netherlands Organization for Applied Scientific Research (TNO) did run a common program on decision making processes as a key element of modern warfare. It was funded by the Dutch government (SenterNovem, grant number BSIK03024) and useable for civil applications – such as traffic lights – but also for military decision-making. The program brought together a range of institutes, government and defence industries.

The TU Eindhoven (TUE) is established in the late fifties as the second technical university (high school at the time) in the Netherlands. It is located near the former Philips factory and the - nowadays disappeared – car maker DAF. It was part of a plan tho create a technological centre in the southern part of the Netherlands. The plan has been successful: Around Eindhoven a so-called Brainport has been developed since. It includes big names such as ASML, and Fokker Landing Gear in Helmond which makes the tailhook for the F-35.
Thales has a small department in Eindhoven too, Thales Cryogenics (+/- 90 employees). This establishment is focussing on the development of cryogenic cooltechnics, used e.g. in image intensifiers for soldiers, but also useable in satellite technology. Recently Thales signed a Memorandum of Understanding with Safran to cooperate on the issue of future defence systems. The TUE provides knowledge input on armoured glass to reduce weight of vessels and vehicles and to improve protection against electromagnetic radiation, together with several companies (Dutch and French), TNO and the Ministry of Defence.

Opposition

Earlier this year the Japanese paper Yomiuri Shimbun reported a deep-rooted resistance among Japanese universities aiding military research. This resistance is a response to the policy of the Ministry of Defense, against a backdrop of growing sophistication in the use of technology in defence equipment and concerns that Japan will fall behind the rest of the world if it does not conduct research on cutting-edge technologies. The protest even reached the Wall Street Journal.

In the past, all TU's in the Netherlands also had groups discussing the ethics of military production. Hardly any of these groups is still active. Connected to the Delft University, there is a number of organizations which are actively discussing ethics, sustainable development, the positive use of technology, and crisis response. But the issue of developing weapon has disappeared from the debate agenda. The Peace Centre of the TUE was a major institute to discuss military engineering, the military and conflict. But the last symposium of the PC was in 2014, its last publication, officially published three time a year, appeared in 2013. There is still the Peace Research Foundation. Although covering a broad area of peace research, views on arms trade and military production are limited to new juridical regulation like the Arms Trade Treaty. They also do not deal with the Military Industrial Complex (MIC) of which universities are a part. Polemologist Leon Wecke noticed in 2009 that the MIC is seldom mentioned in scientific circles. It is high time that arms production, R&D, acquisitions, and arms trade control are brought back into the heart of peace research.

B log written for Stop Wapenhandel

dinsdag 17 juni 2014

The golden triangle; Dutch Defence Industrial Base


Early June of this year the Associated Press published an article about “the bigger nations that account for the bulk of Europe's defence spending”. The Netherlands is amongst those countries, together with Britain, France, Germany, Italy, Poland and Spain. All of these countries forster their arms industries to arm their national defence forces, and all have policies to keep this industry afloat. In a time of shrinking defence budgets, innovative industrial products for military capabilities are even more important to keep armed forces in the lead.

According to the Dutch MoD, the UK and France have, like the Dutch, selected specific defence technologies which they want to prioritise. They also use similar policies to support military R&D and innovation. Germany is operating for quite some time within a golden triangle between government, industry and research institutes, a working strategy which the Dutch have adopted more recently. The UK has selected centres of technology, and sets aside part of its acquisition budget for investments in R&D. Spain has its Material Resources Programme, in which all material resources are grouped under a common State Secretary vision. Poland recently declared that it will strengthen support for its defence industry. And one of the missions of Italy's General Defence Secretary and National Armaments Director (SG/DNA) is to support its military industry to “be effective in competitive global markets”. Since 2007 the Dutch government also has a policy to support its defence industry, called the Defence Industrial Strategy (DIS).

On June 11, the Dutch ministers of Defence and Economic Affairs presented an updated DIS to the parliament. It was not exactly the trending topic of the day; only 3 MP's participated in the parliamentary debate with the ministers of Defence and of Economic Affairs. All but one participants (Günal-Gezer, social democrats, PvdA) were members of the liberal party VVD, including both ministers. Not a single member of the opposition participated.

This meagre presence shows that the Dutch armed forces and arms industry are not seen as politically relevant to most parliamentarians. As long as the forces are run at minimal costs (after all budget cuts of recent years) it is not an issue they feel the need to get involved in. The defence industry is rather small (12.000 jobs involved ) and supposed to be looked after by the government. Running the defence-industry seems to be considered a mere management issue by most parliamentarians.

This is however a misunderstanding. The defence industry is highly relevant, not in the first place for economic reasons but foremost for reasons of international security. The mixing of economic and security interests is always a risky business. According to the DIS, the Netherlands should invite defence and security industry participation earlier in the acquisition process; even before the actual acquisition propositions. The choice for neccessary equipment should even be made together with industrial partners, although it is recognized that there is a 'conspiracy of optimism' on costs at the part of the industry. This topic of mixed interests is elaborated by William Harung in his book Prophets of War, on the policies of Lockheed Martin. It is amazing that while all indicators show that it is difficult to keep the weapon manufacturers on budget lease, the Dutch government wants to give them an important position in the decision making process.

The DIS brings to the surface the contradictions in the Dutch policy towards arms production and arms trade. Normally, the Netherlands government is a free market champion, but not when it concerns the arms industry. In the past, a great part of the Dutch defence production has been depending on offset deals (orders directly or indirectly connected to weapon orders abroad). When the European Commission decided offsets on defence orders where not longer allowed, the Dutch invented the 'industrial participation' approach (which can be over 60 percent of the value) when acquiring weapons. The name is different, but is has a great similiarity with offset production. The government uses the EU security exception to the free market rule, art. 346 of the EU Treaty, to defend Dutch arms manufacturers against free competition. According to the government, the Netherlands is forced to do so, because other countries support their arms industries as well. The Dutch consider themselves a 'smart follower.'

Besides supporting the arms industry via the Commissariat on Military Production (part of Economic Affairs), the DIS also stresses that government support for the defence industry has the result that more weapons can be sold on the international market, because they are derivates of weapon systems first produced for the domestic market. A home market as launching costumer increases trust by foreign clients.

Between 55 and 70 percent of all Dutch military production is exported. The DIS is focusing on Asia, the Middle East and Latin America. “It suites those emerging economies to defend their interests also military. Because of this, a strong militarization of Asia (on the Indian Ocean) and also the Middle East is ongoing,” according to a report in preparation of the DIS.

While the European market is slightly shrinking and US companies are penetrating more and more, to make up for the reduction in Pentagon budgets, arms acquisitions in especially Asia are growing. The arms race in Asia started already in the eighties of the last century and is now taking off at full speed. The same situation appears in the Middle East. Although one should keep in mind that the combined military budget of the US and the EU is still counting for half of the worlds military spending in 2017, according to a IHS Jane's projection.

Instead of a realisation that militarisation of the world is a dangerous development which needs carefulness and restraint, the Dutch government sees it as an opportunity for exports. This is not in line with a responsible arms export control regime which prioritizes security. In arms export, economic profit should not be the driving force. A responsible security policy and and a profits driven economic policy are a bad mix. For this reasons private industries should be kept at arms length from decision making tables on military acquisitions.


Written for Stop Wapenhandel

donderdag 19 september 2013

Terreur in Nigeria met wapens uit Libië

Slechts een paar maanden nadat de NAVO zich begon te mengen in de Libische burgeroorlog, luiden overheden uit noordwest Afrika de noodklok over de gevaren van de verspreiding van Libische wapens. Alle leden van het Permanent Interstate Committee for Drought Control in the Sahel (Burkina Faso, Kaapverdië, Gambia, Guinee-Bissau, Mali, Mauritanië, Niger, Senegal en Tsjaad) waren "in verhoogde staat van paraatheid vanwege de dreigende komst van vrijgekomen wapens naar hun grenzen."


In Mali liep de situatie volledig uit de hand. Maar ook verder naar het zuiden, in Nigeria, is het flink misgegaan. Enkele recente voorbeelden illustreren hoe chaotisch en gevaarlijk het is in het noordoostelijke deel van het land. Regeringstroepen, burgerwachten en de Islamitische terreurgroep Boko Haram bestrijden elkaar op leven en dood.

Op 8 september braken in het noordoosten van Nigeria gevechten uit tussen Boko Haram-militanten en de door de overheid gesteunde burgerwachten. Dertien leden van de burgerwacht en vijf Boko Haram leden stierven tijdens het gevecht. Zes dagen later, bij een ander incident, werd een burgerwacht doodgeschoten door de politie. Volgens collega's van het slachtoffer werd hun auto door de politie aangehouden wegens verkeerd rijden in een straat met eenrichtingsverkeer. Ze legden de politie uit dat ze net een Boko Haram verdachte hadden gearresteerd en dat ze het niet aandurfden de juiste weg te gebruiken. Als reactie "opende de politieagent het vuur en doodde een van onze leden," aldus de burgerwacht. Boze jongeren reageerden vervolgens gewelddadig. Ze doden een politieagent en dreigden het politiebureau plat te branden.

Het leger zegt dat het de burgerwachten op wil heffen. Een woordvoerder van de 7e Divisie van de Nigeriaanse krijgsmacht meldde dat zijn divisie, wanneer volledig gevormd, de burgerwachten zal vervangen in de strijd tegen Boko Haram. Maar het leger is zelf ook deel van het probleem. Het gebruikt ten eerste extreem geweld in de strijd met veel burgerdoden. Verder heeft Boko Harma ook al invloed binnen de krijgsmacht. Op 16 september meldt de Nigeriaanse Guardian dat de militaire rechtbank doodstraffen en gevangenisstraffen oplegde aan achttien soldaten, vanwege banden met Boko Haram.

Onlangs bombardeerde de Nigeriaanse luchtmacht Boko Haram kampementen. Opvallend is dat in dezelfde week bekend werd dat Sabena Technics, een bedrijf van Belgische oorsprong, de Nigeriaanse luchtmacht ondersteunde met het opknappen en aanpassen van haar Alpha Yets (lichte aanvals- en traningsvliegtuigen) en Hercules-130 transportvliegtuigen. De relaties tussen Sabena Technics en Nigeria waren ook al bekend uit een wikileaks ambtsbericht van 28 april 2008. In dat geval ging het uitsluitend om C-130 onderdelen die vanuit Zaventem werden geleverd. De bombardementen roepen de vraag op of de werkzaamheden van Sabena kunnen tegen het licht van de wapenexport richtlijnen van België: "Ongeacht de eindgebruiker wordt de vergunning geweigerd als er een duidelijk risico bestaat dat de goederen of technologie in kwestie een intern gewapend conflict of binnenlandse spanningen zullen uitlokken dan wel bestaande gewapende conflicten of spanningen zullen verlengen of verergeren." Mogelijk is de legitimiteit ervan gelegen in de volgende formulering uit hetzelfde decreet dat "rekening [wordt] gehouden met de legitieme belangen inzake defensie en binnenlandse veiligheid van het land van eindgebruik (...)."

Wapens uit Libië voor Boko Haram

Boko Haram is een goed georganiseerde groep van een onbekende grote, maar gezien de enorme ravage die ze veroorzaakt en het gegeven dat in de afgelopen drie maanden duizend militanten werden gearresteerd, is het meer dan een kleine terroristische organisatie. De groep wil in het noordelijke deel van Nigeria de islamitische wetgeving invoeren. Sinds 2009 zijn 3.500 mensen omgekomen als gevolg van het geweld dat aan de groep wordt toegeschreven. In augustus 2013 alleen al gaat het om 160 sterfgevallen. Deze oorlog komt bovenop de vele onopgeloste problemen in het verwaarloosde noorden van Nigeria, zoals corruptie, nepotisme en extreme armoede.

Boko Haram heeft geen probleem om wapens te krijgen. De bewaking van de Nigeriaanse grenzen is zwak tot afwezig. Douanebeambten zijn vaak corrupt. Er zijn 1.499 illegale grensovergangen (in vergelijking met 84 legale) in de bergen en de jungle. De controle wordt nog bemoeilijkt doordat etnische groepen en families met nauwe contacten aan beide zijden van de grens wonen.

Waarnemers zien de gemakkelijke toegang tot wapens uit Libië als een van de belangrijkste bronnen voor bewapening van Boko Haram. Veel van die wapens gingen eerst naar Mali. De verkoop ervan stelt hen in staat om hun activiteiten te financieren. Aniebo Nwamu, een Nigeriaanse journalist, schreef dat : "Wapens uit Mali, Libië, Libanon en andere delen van de Midden-Oosten Nigeria overspoelden. Er is niets dan chaos te verwachten, ( ... ) als gewapende overvallers en andere terroristen een AK-47 kunnen kopen voor slechts N10,000 [€ 46]. Waarop kan dan de hoop op het herstel van de vrede in dit land gebouwd worden?"

De link tussen de Libische/Malinese wapens en Boko Haram wordt ook duidelijk door het gegeven dat de Franse interventie in Mali leidde tot een vermindering van de wapenstromen naar Nigeria. Volgens professor Agwu, senior onderzoeker bij het Nigeriaanse Institute of International Affairs ( NIIA), is "het is geen toeval dat de leiders van Boko Haram in Nigeria een staakt-het-vuren overwogen op het moment dat hun toegang tot Malinese middelen weggenomen werd."

Helaas is die steun niet volledig weggenomen. "Tijdens de opstand door Boko Haram werden honderden wapens, waaronder RPG's, raketwerpers, luchtdoelraketten en AK-47 geweren onderschept door veiligheidsagenten op verschillende plekken in het noordoosten van Nigeria. Het wordt algemeen aangenomen dat deze wapens hun weg naar Nigeria vonden vanuit Libië en Mali." stelt Freedom C . Onuoha in september 2013 in een studie voor Al Jazeera. Hij noemde daarin ook drie recente confiscaties van grote hoeveelheden geavanceerde wapens.

regionale zaken

Niet alleen Nigeria, maar de gehele sub-Saharaanse regio is getroffen. In Jeune Afrique van 10 juni 2013 zei president Deby van Tsjaad: " ... de oorlog in Mali kwam uit Libië en in Libië hergroeperen de militanten zich nu weer. Dit is een zaak voor de hele internationale gemeenschap, omdat gemakkelijk de link kan worden gelegd tussen Boko Haram in Nigeria en de groepen in het noorden van Niger. Dit is niet bemoedigend en we zijn niet voorbereid op dit soort situaties. Terrorisme kan toeslaan wanneer het wil, zelfs in Tsjaad."

Het antwoord op het probleem moet, (naast het aanpakken van de sociaal politieke en economische oorzaken) een beter uitgeruste en opgeleide douane en de samenwerking bij grenscontroles in de hele regio zijn. Dit zal moeilijk worden, omdat de regionale samenwerking niet is ingebed in multi-nationale structuren. Nigeria en Niger behoren tot ECOWAS, Tsjaad is een lid van ECCAS, Mauritanië is geen lid van ECOWAS en Algerije ligt in de Arabische Maghreb-zone. Maar "alle landen zijn bereid op een meer gecoördineerde manier samen te werken," schreef de VN-Veiligheidsraad in een rapport uit januari 2012. De noodklokken van de Noordwest- Afrikaanse landen luidden niet om niets in november 2011. De ongecontroleerde Libische wapens zaaien nog steeds dood en verderf.

Martin Broek , 17 september 2013 Geschreven voor Sargasso Onderzoek ondersteund door Fonds Vredesprojecten

woensdag 9 januari 2013

Mijn losse-Syrië-wapens-flodders en signaleringen her-en-der

On this blog information is collected about arms in Syria and neighbouring countries and cartoons are used as illustrations. Broekstukken is not agreeing with all text and pictures, but reproducing them as a service to readers.


Syria: how we can end the bloodshed
Israel's attack on Syria shows how volatile this conflict is. A political solution is now urgent, by  The Guardian




Russia will on Tuesday land two planes in Lebanon to evacuate more than 100 of its citizens from Syria, in a significant blow to the credibility of Bashar al-Assad’s regime.

Along with Iran, Russia has been the main ally of Mr Assad since the start of the conflict in March 2011. It has remained Syria’s biggest arms supplier and maintained a small naval base on Syria’s Mediterranean coast at Tartus. Moscow has routinely used its veto power at the United Nations Security Council to shield his regime from sanctions.

Alex Spillius, Diplomatic Correspondent and Tom Parfitt in Moscow, 'Russia to evacuate citizens from Syria,' The Telegraph 22 januari 2013.



While the Al-Nusrah Front has influence in the rural areas of Aleppo and Idlib, the Aleppo-based Al-Faruq Brigades is considered one of the most important Syrian fighter factions "owing to the heavy arms it had seized from the 46th Regiment, which fell under the control of the opposition two months ago," according to leading sources close to Al-Faruq [Brigades]. Sources have told Al-Sharq al-Awsat that this battalion "possesses [Russian-made anti-tank] Metis missiles. It fired some of them on the Police Academy during the last battle at the academy, under the leadership of Captain Ammar Sa'd-al-Din. It also has the 130-mm Howitzers. It took part in shelling the Idlib-based Taftanaz Military Airport during the siege before the airport was taken over yesterday."

Assassination of key Syrian rebel figure draws fears of infighting, Text of report by Saudi-owned leading pan-Arab daily Al-Sharq al-Awsat website on January, Supplied by BBC Worldwide Monitoring, January 18, 2013





Lebanon minister’s convoy attacked, 11 wounded
January 18, 2013 12:25 PM (Last updated: January 18, 2013 06:45 PM)
By Misbah al-Ali
The Daily Star



The Army has deployed in the area on several occasions over clashes between supporters and opponents of the Syrian government, but Charbel said the “issue was bigger than the military, security forces and the Lebanese government.”

In an earlier chat with reporters at Karami's residence, Charbel said political cover should be lifted from gunmen in the city.

“When [political] cover is lifted then we can resolve the issue of armed individuals,” he said.

Charbel said the incident was a result of shortcomings by the government and security forces but said political figures could no longer control their supporters who he said were heavily armed.

Read more: http://www.dailystar.com.lb/News/Politics/2013/Jan-18/202780-gunfire-roads-blocked-in-north-lebanon.ashx#ixzz2IR471dNs (The Daily Star :: Lebanon News :: http://www.dailystar.com.lb)


Hoe ver reiken Patriots? Over het bereik van de Patriotsystemen meldt nrc.next (8 januari) het volgende: ,,Defensie stelt officieel dat de Patriot PAC-3 niet hoger komt dan 20 kilometer en niet verder dan 60 kilometer. Onafhankelijke bronnen zeggen echter dat de PAC-3 meer kan: een ballistische raket op 30 kilometer hoogte raken en op 160 kilometer afstand gevechtsvliegtuigen en kruisraketten raken".

Naar aanleiding van de Turkijemissie werden feitelijke vragen gesteld over het effectieve horizontale en verticale bereik van de Nederlandse, Duitse en Amerikaanse Patriots. De regering schreef: ,,Het begrip 'effectief bereik' slaat op het bereik waarbinnen een onderschepping door een Patriotraket op effectieve wijze kan plaatsvinden. Dit gebied is vanwege de afstand van de locatie van de Nederlandse systemen tot aan de grens met Syrië beperkt tot Turks grondgebied".

Als de informatie van uw onafhankelijke bron klopt, dan is het antwoord van de regering op de feitelijke Kamervragen op zijn minst misleidend. Dat is relevant omdat hieruit volgt dat vanuit de huidige plaatsingslocatie een no-fly zone kan worden ingesteld boven Syrisch grondgebied.

Karel Koster (Wetenschappelijk bureau SP, Brieven, NRC.Next, 17 januari 2013.





Australia has effectively ruled out any contribution to arming the rebels. Mr Hague played down any suggestion of a difference of opinion between Australia and Britain, saying an end to the arms embargo merely gave "flexibility" to send life-saving equipment such as body armour or chemical detection equipment to the rebels."But how much we want to use that flexibility will depend on the situation. Our efforts are directed to a peaceful diplomatic and political solution in Syria. We don't believe there is a solution from the military victory of one side over another. That would leave Syria in an even more catastrophic position."Senator Carr said that Australia would present its plan for protecting medical workers and ensuring access to hospitals in Syria to the United Nations Security Council on Friday.

 David Wroe, 'Perfect storm' fears on Middle East', The Age (Melbourne, Australia), 18 januari 2013.


15 januari 2013

Recently, Sakr 122mm cargo rockets and their submunitions have been ‘Grad
’, or ‘hail’) and other 122mm systems such as the Chinese Type 81 SPRL and Egyptian RL-21 and RC-21 launch vehicles. These surface-to-surface multiple rocket launcher systems are not designed for precise fires, but instead target wide areas; this effect is, of course, even more pronounced when firing submunition-dispensing rockets from these systems. Despite multiple reports to the contrary, these munitions are not Iranian, but were produced in Egypt at the Sakr Factory for Development Industries, a subsidiary of the Egyptian Arab Organization for Industrialization(AOI). The AOI logo can be seen very clearly on the rocket in the video below, and the full name along with ‘Sakr Factory’ can be seen printed on the rockets in Arabic in the images at the bottom of this article.Van: 2013/01/15/sakr-122mm-cargo-rockets-submunitions-in-syria/ Zie ook: http://www.hrw.org/news/2013/01/14/syria-army-using-new-type-cluster-munition


14 januari 2013

Arm Syrian insurgents, says Rudd;  Australia-British talks

Former prime minister Kevin Rudd says the international community should consider arming Syrian rebels in a bid to end its bloody civil war.

But the Gillard Government flatly rejected the idea that Australia might help supply the weapons and said it was only willing to provide medical aid to the war's victims.

Mr Rudd's comments come before the British defence and foreign secretaries meet Defence Minister Stephen Smith and Foreign Affairs Minister Bob Carr in Perth this week for talks on, Iran and regional security.

Mr Rudd, who has previously called for stronger action against the Syrian regime, said the world should deploy all available options to save lives.

If that means relevant states with the capacity to provide to the Syrian national coalition to protect themselves, then so be it, Mr Rudd said.

Last week, British Foreign Secretary William Hague said he would lobby the European Union to lift an Syria, which could open the way for Britain to provide weapons to Syrian rebels.

Syria is well past the point of being a humanitarian crisis, it is on the road to becoming a crime against humanity, Mr Rudd said.




12 januari 2013


BEIRUT: A Syrian rebel group that the US has labelled an affiliate of al-Qaeda in Iraq appears on the verge of overrunning a government airbase used to launch helicopter strikes against rebel-held areas in Syria's north.

According to the London-based Syrian Observatory for Human Rights, the offensive at Taftanaz, an airbase near the road that links the Syrian cities of Idlib and Aleppo, is being led by the Nusra Front, which the US State Department designated a terrorist organisation last month.

Ahrar al-Sham, another rebel group that, like the Nusra Front, wants to establish an Islamic state in Syria, is participating in the offensive, according to its internet postings.

A US State Department spokeswoman, Victoria Nuland, offered an upbeat assessment of the rebel advance on Thursday, saying the likely takeover of the base was a sign the abilities of the ''armed opposition'' were growing.
She did not acknowledge in her remarks the assault on the base was spearheaded by the Nusra Front. State Department spokesmen did not respond to later requests for comment.

The latest fighting came as Britain said it would urge the European Union to ''amend'' its arms embargo on Syria to allow equipment such as body armour and chemical detectors to be given to the rebel alliance.
Last November, Britain ensured that the EU arms embargo on Syria was extended for only three months instead of a year.

The British Foreign Secretary, William Hague, said when this measure comes up for renewal before March 1, it should be watered down to allow the option of supplying a broader range of non-lethal equipment.

''We should send a strong signal to [Syrian leader Bashar al-] Assad that all options are on the table. We will therefore seek to amend the EU sanctions so that the possibility of additional assistance is not closed off,'' he said.


Read more: http://www.canberratimes.com.au/world/rebels-linked-to-alqaeda-set-to-take-syrian-airbase-20130111-2cl7s.html





8 januari 2013

Salih Musallam, head of the Kurdistan Democratic Union party, which actually holds the reins of power on the ground in the Kurdish areas in Syria, said:

"We, the Kurdish people, were part of the Syrian revolution and are still in revolt against the Syrian regime. From the beginning, the Kurds made the decision to stick to a peaceful revolution while reserving the right to defend themselves. This is what we have been doing in our areas up to this day. Tens of thousands took to the streets and still take to the streets in peaceful demonstrations in our areas. When the Syrian regime forces attacked the demonstrators, we defended our people and many of our people were martyred. Our basic decision was to refuse arming the demonstrators because we realized from the beginning that if we waged an armed revolution while the Syrian authorities and security agencies had all types of weapons at their disposal, they would handle the demonstrators and protesters with utmost savagery. In terms of weapons, we were the weaker party and we were convinced that if we entered armed struggle against the regime, we would certainly need a foreign power to supply us with arms. We avoided this because we did not want others to impose on us their will and agenda as is happening today. It was not our fault, but the fault of the other party. The party in the Arab areas was unable to maintain the peaceful nature of the revolution, and some parties, particularly Turkey, succeeded in dragging the rebels to the current situation. Turkey succeeded in making the peaceful revolution deviate from its path. What is happening today is deviation by the revolution from its path and turning into a struggle for power. This situation makes us fear the future. The revolution no longer demands freedom and democracy; it is now struggle for power. There are people who want a dictator to quit to replace him with another dictator."
BBC Monitoring Middle East (part of text of report by Saudi-owned leading pan-Arab daily Al-Sharq al-Awsat website on 5 January)






De drie No's. De Syrische Saraa Saleh studeerde architectuur in de havenstad Latakia in het westen van Syrië. In 2001 kwam ze naar België om te studeren aan de KU Leuven, waar ze een master en later een doctoraat over Romeinse amfitheaters in Syrië behaalde aan de faculteit oosterse studies. Nu werkt ze aan de faculteit Arabistiek en Islamkunde en het Instituut voor Levende Talen van de KU Leuven. Sinds 2006 woont ze met uitzondering van de zomermaanden permanent in België. MO* sprak met haar over de situatie in Syrië: 'Ik geloof in de drie No's: neen tegen tirannie, neen tegen geweld en neen tegen buitenlandse (militaire) interventie.'











4 januari 2013

Smuggled Gaza-Bound Missiles US-Made? Maybe Not

Egyptian authorities say that the six anti-tank and anti-aircraft missiles they seized from alleged smugglers headed for Gaza were of U.S. origin – but weapons proliferation experts cast doubt on the claim.The weapons, which were intercepted in the Sinai desert, were believed to have come from Libya and to have been manufactured by U.S. firms, Egyptian security sources told reporters.

But Peter Bouckaert of Human Rights Watch, who tracked weapons in Libya after the fall of Gadhafi, said he "was not aware of any American weapons in Libya neither from the days of Gadhafi nor under the rebels."

"This is probably a misidentification of weapons systems, confusing weapons made by NATO allies such as France and Italy with U.S.-made weapons," said Bouckaert.

maandag 14 mei 2012

Paradijsvogels in de polder; Papoea's in Nederland

Dit jaar is het vijftig jaar geleden dat enkele honderden Papoea's naar Nederland vluchtten, vanuit Nederlands-Nieuw-Guinea. Zij zijn inmiddels, met vier generaties Papoea's, bijna geruisloos geïntegreerd, zonder hun afkomst te verloochenen.

Aan de prachtige eettafel van een bovenwoning in de Amsterdamse buurt de Pijp zit een grote man. In pak. Ik ben uitgenodigd door een vriend om te komen eten. Hij ook. Het is Viktor Kasiëpo, een leider binnen de Papoea-gemeenschap. Zijn vader is Markus Wonggor Kasiëpo, een van de twee vice-voorzitters van de Nieuw-Guinea Raad die april 1961 door Nederland werd opgericht.

Het is 1994 en Indonesië is volop in beweging. De bevolking is de economische neergang, de wanorde en corruptie beu. Een kleine groep wil ook van de politieke onvrijheid af en komt op voor onderdrukte volkeren. Viktor is die dag bij olieconcern Shell langs geweest. Vandaar dat pak. Maar wel met sandalen eronder waarin blote voeten steken. Hij was er om te praten over Papoea. Je weet immers maar nooit waar de onrust toe leidt. Ik zou hem nog vaker tegenkomen of horen op de radio, met zijn kalme stem, opkomend voor de bevolking van West-Papoea.

Geweld

Zelf zou ik vanaf die tijd regelmatig over West-Papoea schrijven. Ik zou leren over het vertrek van de Nederlanders, de volksraadpleging die Indonesië in 1969 hield onder 1.025 gecontroleerde stamhoofden, nadat velen van hen gedood of verdreven waren. Ik las hoe een land speelbal kan zijn in de internationale politiek, waarbij Nederland de boot miste en zijn laatste kolonie in de Oost verloor.

Via email-berichten volgde ik de strijd rond mijnbouwonderneming Freeport. Een strijd die zich richtte op arbeidsvoorwaarden, werkgelegenheid voor de lokale bevolking, compensatie voor landgebruik en tegen milieuverkrachting. Ik stuitte op de kwestie van de transmigranten. Dat zijn Indonesiërs van elders die bijvoorbeeld een lapje grond hebben gekregen om te bewerken. Maar ook de ambtenaren, politie, ondernemers en militairen zijn grotendeels mensen van buitenaf. Er wonen inmiddels meer migranten op West-Papoea dan dat er Papoea's wonen.

En ik las over het hijsen van de Papoea vlag, de Morgenster genaamd (vaak resulterend in arrestaties en geweld) en over de Organisasi Papoea Merdeka (OPM) die streed voor de vrijheid en onafhankelijkheid voor het westelijk deel van Irian.

De eerste Indonesische gouverneur van Irian schatte in dat tot het jaar 1969 zo'n 30.000 mensen werden vermoord. [1] Een enorm aantal, maar op een bevolking van ruim 300.000 inwoners zelfs onvoorstelbaar. De latere dictator Soeharto verdiende zijn sporen onder andere in de oorlog tegen de Nederlanders in Papoea. Zijn gevechtservaring hier droeg bij aan zijn macht die hem van 1965 tot 1998 president-dictator maakte. Het Indonesische leger en de politie trad onder diens regime met grof geweld op tegen de bevolking van West-Papoea en het nauwelijks bewapende verzet.

Voor een boek over wapenleveranties aan Indonesië schreef ik destijds: 'Robin Osborn, schrijver op het gebied van Indonesische militaire operaties in West-Papoea, verklaarde dat zonder wapens uit het Westen Indonesië de jungle te voet in zou moeten en de onafhankelijkheidsstrijders op gelijke voet zou moeten bestrijden. Kortom zonder helikopters uit het Westen, zonder Bronco vliegtuigen ontworpen om opstanden te bestrijden, zonder marineschepen voor kustbombardementen, was het onmogelijk geweest al de misdaden tegen de bevolking van West-Papoe te begaan.' [2]

Tot op de dag van vandaag duurt het geweld op Papoea voort. Nog dit jaar werden dorpen vernield en mensen verdreven en gedood. Ook de wapenleveranties vanuit het Westen gaan gewoon door.

Morele verplichting

Onlangs verscheen Paradijsvogels in de polder, een fotoboek over het leven van Papoea's in Nederland. Het bevat tien interviews en vooral heel veel foto's van 'Nederlandse' Papoea's. Bij de eerste keer doorbladeren stuit ik op de foto van Viktor. Hij is twee jaar geleden gestorven. Op de foto is hij ouder dan toen ik hem voor de eerste keer zag. Ik hoor zijn stem nog op de radio en ik zie hem nog zitten aan die tafel in de Pijp.

Het boek bevat tevens een interview met zijn dochter Inaria. Zij is strijdbaar als het gaat om West-Papoea: "Ze worden daar nog altijd achtergesteld, soms zelfs vermoord. Het voelt als een morele verplichting. Zij hebben daar de mogelijkheden niet om hun stem te laten horen, wij hier wel. Dan vind ik ook dat ik een steentje bij moet dragen. Onafhankelijkheid blijft het doel. Ik hoop dat ik het nog mee ga maken."

Inaria is begin veertig en zelf nog nooit in West-Papoea geweest. "Tot 2000 was het, voor mij, met mijn achternaam, vrijwel onmogelijk om er heen te reizen en daarna had ik er het geld niet voor", zegt ze tegen Eva Prins, die de interviews maakte. Dat klinkt wrang voor iemand die zich zo heeft ingezet en nog steeds inzet voor het land.

Een ander verhaal, over moeilijk overbrugbare afstanden, wordt door Jim Manusaway verteld. Hij ging naar de middelbare school in Jayapura, de huidige hoofdstad van Papoea. Dat lag op duizend kilometer afstand van zijn ouderlijk thuis en destijds zes weken reizen! Jim is tijdens zijn studie dan ook bijna niet meer thuis geweest. Dergelijke opmerkingen vergroten ongemerkt mijn beperkte begrip van het land. Schrijnend is de opmerking van Jim over zijn vader die in 1965 is overleden: "Ik weet vrijwel zeker dat hij is vermoord, maar ik heb het nooit kunnen bewijzen."

Identiteit

De interviews lezen vlot weg. Ze maken wel duidelijk waarom de Papoea's zo weinig zichtbaar zijn in Nederland. Veelal zijn ze in de jaren '60 naar Nederland gekomen als vluchteling of om te studeren. Het is niet zo'n grote groep. Ze leven verspreid over het land, zijn vaak goed geïntegreerd, hun geschiedenis is in Nederland vrij onbekend en ze trouwen vaak gemengd.

Pamela Pattynama, die het voorwoord voor het boek heeft geschreven, vestigt hier de aandacht op: "Het [boek] vertelt hoe individuen individu kunnen zijn, tot een groep kunnen behoren en zich kunnen mengen. De geschiedenis van de Papoea's is in Nederland relatief onbekend. Dit boek met zijn portretten en persoonlijke verhalen maakt de Papoea-gemeenschap in Nederland daarom los uit een culturele 'onzichtbaarheid'."

Frank Irving, die er pas recent achter kwam dat zijn vader een Papoea was, stelt nuchter vast dat identiteit voor een deel ook tussen je oren zit, "het is maar wat je gelooft. Dat vind ik een bevrijdende gedachte." Irving heeft als enige van de geïnterviewden ook een eigen artikel in het boek, over de vlaggen van Nederland en West-Papoea. Hij heeft niet zoveel met vlaggen, maar toch bewaart hij ze opgevouwen in een kast en komt ze daar een enkele keer tegen. Het zijn tastbare bewaarsels van zijn geschiedenis en identiteit.

Jim Manusaway wilde alles weten over Papoea en studeerde af als cultureel-antropoloog. Hij is wel blij dat hij in Nederland is gebleven. "Hier heb ik kunnen studeren, me kunnen ontwikkelen, dat was me daar niet gelukt." Nederland als vaderland en West-Papoea als moederland met waarden om trots op te zijn, dat is een terugkerende visie. Melvin Ireeuw heeft het nauwelijks over zijn Nederlandse kant. Hij liet een tattoo zetten met de Morgenster en een paradijsvogel. Een foto van zijn rug siert de voorkant van het boek. Het is de enige kleurenfoto.

Intiem

Het boek grijpt me aan. Zijn het de teksten over de Nederlandse Papoea's? Zijn het de foto's die Bodil Anaïs van hen maakte en waarop vriendelijk en innemende mensen staan? Het zal de combinatie zijn, maar de foto's brengen de mensen wel heel dicht bij. Zo dicht dat ze bij je binnen komen en dat je er wel over na moet denken.

De teksten helpen daarbij. Niet alleen de interviews maar ook het voorwoord en de inleiding van Nancy Jouwe (dochter van de andere vice-voorzitter van de Nieuw-Guinea Raad uit 1961, Nic Jouwe). En misschien komt het juist wel omdat de groep Papoea's in Nederland zo klein is, zo'n 1.500 tot 2.000 personen. Het maakt het boek intiem. En vooral daarom is het de moeite waard om het tot je te nemen.

Wat ik dan mis is een inhoudsopgave. Al zou er alleen maar een overzicht in staan van de pagina's met tekst. De bezwaren daartegen liggen voor de hand. Het gaat niet alleen om de tekst, maar zeker ook om de foto's. Doordat mensen moeten zoeken naar tekst, komen ze de illustraties vanzelf tegen. Ik merk dat ik voor het lezen en het bekijken van de foto's dan ook een andere instelling nodig heb. Soms wil ik alleen lezen of kijken, en soms wil ik beide combineren.

Het fotoboek bevat tevens een korte beschrijving van de geschiedenis en politieke verwikkelingen binnen West-Papoea. Als bijlage is een tijdsbalk opgenomen. Hierin gaapt een groot gapend gat tussen 1969 en 1991. Ik zou willen weten hoe dat komt. Er zit ook weer een gat tussen 1991 en 1999. Waren de ontwikkelingen in die periode soms niet belangrijk genoeg, en waarom dan niet?

Papoea's in Nederland zijn door het boek in elk geval dichterbij gekomen. Nu nog zo'n boek over Papoea's in West-Papoea zelf, maar dat zal voorlopig nog niet mogelijk zijn. Daarvoor is de Indonesische onderdrukking van de Papoea's nog te groot.

voetnoten:
1. West Papua: The Obliteration of a People, Tapol Carmel Budiardjo en Liem Soei Liong, 1988 (3e druk);
2. Indonesia; arms trade to a military regime, European Network Against Arms Trade, juni 1997.



titel Paradijsvogels in de polder. Papoea’s in Nederland
auteurs Nancy Jouwe, Eva Prins en Bodil Anais (fotografie)
uitgave Paperback, 96 pagina's
uitgever KIT Publishers i.s.m. Kosmopolis Utrecht
prijs € 17,50
isbn 978 94 6022 185


Bespreking geschreven voor RavageDigitaal

woensdag 12 januari 2011

Wapens en ontwikkeling (2): Prioriteiten

Veertig à zestig miljard dollar om extreme armoede uit te bannen (als aan een aantal basis voorwaarden is voldaan, zie hiervoor deel 1). Het is op wereldschaal gezien geen extreem hoog bedrag. Toch wordt de kans dat het zover komt met de dag kleiner. De aandacht verschuift naar problemen in eigen huis.

Mega bedragen rollen over tafel als het gaat om het ondersteunen van nationale economieën. Enorme fondsen worden uitgetrokken voor garanties aan het bankwezen en financiële steun aan bedrijven die door de crisis in moeilijkheden zijn gekomen. Projecten worden versneld uitgevoerd en belasting wordt verlaagd. Ook in Europa gaat het om honderden miljarden. (Wie heeft of weet een goed overzicht?)

Klimaat


Milieuorganisaties waarschuwen dat de aanpak van de crisis niet ten koste mag gaan van de inzet om het klimaatprobleem te beteugelen. We hobbelen nl. steeds verder achteruit. (zie figuur) Toch bestaat er ondanks de breed gevoelde urgentie om deze tendens te keren het gevaar dat dit beleid niet uitgevoerd zal worden. Volgens de Europese Unie moet de wereld jaarlijks grote bedragen uitgeven aan klimaatbeleid om de zaak onder controle te houden. In 2020 zal het al om 175 miljard euro gaan. Daar wil de EU wel tussen de 23 en 54 miljard inpompen, aldus commissaris voor milieuzaken Dimas. De helft van die investeringen moet plaats vinden in het Zuiden, aldus Dimas onlang in Davos.

Ontwikkeling

Ook gelet op de voedselcrisis is de aanpak van de klimaatverandering van groot belang. Het schaadt de landbouw nu al. Negatieve effecten zijn o.a. perioden van grote droogte, ontbossing, vaker en heftiger stormen, regenval en overstromingen. Deze veroorzaken dat gewassen verzuipen en wegspoelen, daarmee verdwijnt dan ook de vruchtbare aarde in zee. Door de temperatuurstijging treden vaker ziektes op.1

Anderzijds draagt het gebruiken van landbouwareaal voor biobrandstof nog eens flink bij aan de hogere voedselprijzen. De Wereldbank berekende vorig jaar al dat er 100 miljoen armen bij zijn gekomen. Dat is een groep mensen zo groot als de bevolking van Nederland, België en Frankrijk samen. De ellende wordt versterkt door de protectionistische koers die weer school maakt. In de Verenigde Staten, maar ook in landen van de Europese Unie. Een tekort aan aandacht voor het platteland, infrastructuur en transport en logistiek doen de rest. Milieuorganisaties vinden ontwikkelingsorganisaties dan ook aan hun zijde.

Crisis en veiligheid

Door de economische crisis is een nieuwe situatie ontstaan. Met nieuwe problemen. Maar misschien ook met nieuwe mogelijkheden. De Amerikaanse inlichtingendiensten gaan ervan uit dat niet langer het internationale terrorisme de belangrijkste bedreiging van Noord-Amerika is. Een eerste stap naar het einde van de eindeloze oorlog tegen het terrorisme van Bush? ‘Once the communist now the terrorist’, zingt Flogging Molly.



Die tekst is kan vervangen worden: “De belangrijkste veiligheidsdreiging op de korte termijn voor de Verenigde Staten is de wereldwijde economische crisis en zijn geopolitieke gevolgen.” Geen communisme, geen terrorisme maar de eigen banken, het eigen IMF, de eigen Federal Reserve, de eigen Wall Street ballonnenverkopers. Zij zijn gebrandmerkt als veroorzakers van de belangrijkste bedreiging van de Verenigde Staten en de rest van de wereld.

Waarschuwing

Nee, nee, nu gaat er iets mis. Nee natuurlijk niet. Dat is niet de bedoeling van deze opmerking, van Dennis C. Blair, het nieuwe hoofd van Nationale Intelligence.

Het is een waarschuwing aan ons allen: "Er zijn er die zelfs vrezen dat de recessie naar het niveau van de Great Depression kan gaan. Natuurlijk, kunnen wij allemaal de dramatische politieke gevolgen oproepen die de economische wanorde van de jaren twintig en dertig in Europa veroorzaakten: de instabiliteit, en de hoge mate van gewelddadig extremisme."

Blair wil geen schuldigen in eigen land aan wijzen of fouten in het Amerikaanse systeem. Hij wil waarschuwen dat er ook in de 21e eeuw gevolgen kunnen zijn die ons huidige bevattingsvermogen te boven gaan: "Ongeveer een kwart van de landen in de wereld heeft al kleinschalige instabiliteit gezien, zoals Regeringswisselingen door de huidige vertraging van de economische groei. (...) Statistiche modellen laten zien dat economische crisis de risico's van regering-bedreigende instabiliteit doen toenemen als ze langer dan een of twee jaar blijven bestaan." Met andere woorden: uw veiligheid staat op het spel. Die uitspraak is niet helemaal belangeloos: "Hoe langer het herstel op zich laat wachten, hoe waarschijnlijker dat Amerikaanse belangen worden geschaad."

Crisis

Wie kent niet het Chinese karakter voor crisis? Het is samengesteld uit de karakters voor gevaar en mogelijkheden. Crisis in onze taal komt van het oud-Griekse werkwoord κρινομαι ('krinomai') moment van de waarheid . Blair maakt dan ook gelijk van de gelegenheid gebruik om een deel van de Amerikaanse buitenlandse politiek weer op de rails te krijgen.

"De Verenigde Staten is in staat een krachtige leiding op zich te nemen zowel in eigen land, in bilaterale relaties als binnen multi-laterale organisaties zoals de Wereld Handelsorganisatie (WTO), de Asia Pacific Economic Cooperation (APEC) en de Associatie van Zuidoost
Aziatsiche Landen (ASEAN)." (De NAVO wordt alleen genoemd in verband met Rusland en Afghanistan.) Die leiding gevende rol moet wel in overleg met andere landen, zo stelt Blair geruststellend in de conclusie van het rapport.

"Naast toenemende economisch nationalisme", schrijft hij, "zal de te verwachten politieke fallout voor de belangen van de VS bestaan uit het feit dat vrienden en bondgenoten niet helemaal in staat zullen zijn om aan hun defensie en hun humanitaire [?] verplichtingen te voldoen." Een deel van de grotere leiding zal dus bestaan uit begrotingsadviezen aan bondgenoten om meer aan Defensie te besteden en meer op te treden in zwakke staten kunnen we hier uit afleiden. Ik ken een paar landen die zullen doen wat Washington voorstelt. Dat is prettig voor Jaap.

De tering, maar waar is de nering?

Meer alsmaar meer. Dat is het refrein. Obama's budget is in lijn met dat van Bush berichtte Defense News begin februari al: "Het maakt bijna niet uit vanuit welke hoek je er naar kijkt, de Amerikaanse militairen zwemmen in het geld. Militaire bestedingen zijn vandaag de dag op historische hoogten en dat zal vermoedelijk niet veranderen in 2010."2

Historisch betekent in deze context hoger dan op het hoogte punt van de Koude Oorlog. Daarbij gaat het dan wel om absolute uitgaven, want als deel van het BNP is het minder dan destijds (4% nu en 6% in 1987). Een argument dat voorstanders van de grote militaire uitgaven ter verzachting kunnen gebruiken.

Vanuit het Office for Management and Budget van het Witte Huis komen nu al geluiden dat het budget voor 2010 weer 12 miljard dollar hoger zal liggen dan in 2009. De posten oorlogsbehoeften en overbruggingskosten zijn nog niet duidelijk. Een artikel in Jane's Defence Weekly gaat in op juist die overbruggingskosten voor de luchtstrijdkrachten van de Amerikaanse landmacht: zij worden "geconfronteerd met een dubbele uitdaging enerzijnds om in het gevecht versleten middelen te onderhouden en anderzijds te investeren in toekomstige wapensystemen."3 Dit is precies de reden dat de overbruggingsbudgetten onder Bush zijn ingesteld. Het artikel moet dan ook gezien worden als onderdeel van de lobby om deze ook voor 2010 weer op de begroting te krijgen.




Het leger is qua personeel ingekrompen, maar de kosten per soldaat zijn opgelopen. Ook de wapens zijn fors duurder geworden. Een F-16 kostte bijvoorbeeld 30 miljoen dollar per stuk. Aan de Joint Strike Fighter hangt een prijskaartje van 83 miljoen dollar (beide in 2009 dollars). De nieuwe wapens zijn duurder om te onderhouden en te gebruiken. Militairen kiezen voor meer gevechtsmogelijkheden en niet voor lagere prijzen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de defensieplannen van de verschillende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen uitgaan van groei
in de komende zes jaar. De crisis moet maar door anderen gedragen worden, lijkt het idee.

Nu al gaan bijna 20.000 soldaten extra naar Afghanistan. Die soldaten hebben recht op het beste wat de Verenigde Staten zijn mannen en vrouwen kan bieden. Zij vechten voor het prachtige land met zijn waarden die het al motiveren sinds 1776. Zo zal het ronken. Echter het verstrekken van een retourticket is veel goedkoper en beter voor de wereld.

De uitgaven dalen niet, maar nemen toe. Dat is niet de tering naar de nering zetten, dat is afwachten waar het schip strand. Op kosten van de wereld. "Het militair industrieel complex eet de wereld op", wanhoopt John Feffer3. "Het wordt tijd dat die uitgaven bevroren worden en gelden besteed worden aan menselijke behoeften", stelt hij vervolgens strijdbaar. Je hoeft geen licht te zijn om te snappen dat op zijn minst bevriezing nodig is "Op het moment dat we heel hard financiering nodig hebben voor het aanpakken van de voedselcrisis, de energiecrisis, de klimaatcrisis, de AIDS-crisis, naast andere opduikende crisis - die allen de veiligheid bedreigen - staan de militaire uitgaven nauwelijks op de agenda," aldus Feffer.

Eigen huis

Waarom ze niet of nauwelijks op de agenda staan? Dat is heel eenvoudig. We worden bedreigt door Iran, door falende staten zoals Somalië, door drugsbaronnen, door cyberspace piraten, door criminelen op zee en door gevaren die we nog niet kunnen voorzien. We voeren de strijd van de rede tegen de redelozen. Dat mag toch wel een grijpstuiver kosten. En als dit nog niet voldoende argumentatie is dan gooien we het argument van werkgelegenheid er nog overheen: al die soldaten zijn niet werkeloos; en al die mensen bij de wapenfabrieken verdienen hun brood.

Zeker in tijden van crisis is dit een heel bruikbaar argument. De internationale vakbondsorganisatie (ILO) berekende onlangs dat alle vooruitgang die de afgelopen tien jaar is geboekt bij het creëren van werkgelegenheid dreigt te verdwijnen. De crisis kan daardoor nog eens 200 miljoen mensen in armoede storten. Je raadt het al, vooral in het Zuiden. Dat een militaire euro of dollar slechter is besteed dan een civiele bij het scheppen van banen wordt steeds opnieuw aangetoond, maar beklijft niet.

Een van de redenen voor die struisvogel houding: er is in de wereld een potje van 1.300.000.000.000 dollar voor vrede en veiligheid. Legers zorgen ervoor dat ze centraal staan bij vragen over macht, vrede en veiligheid. En dat mogen ze. Die realiteit lijkt haast onaantastbaar. Anderzijds zou het potje voldoende bevatten voor het aanpakken van heel veel problemen. Met dat potje kunnen bijvoorbeeld de Millenium Development Goals uitgevoerd worden, kan een klimaatprogramma op poten worden gezet en nog veel meer. Veiligheid, wiens veiligheid en vrede?, is daarom de vraag die gesteld moet worden.

Martin Broek

Eerdere delen:
Deel 1: Ontwikkelingsdoelstellingen
Deel 2: Prioriteiten
Deel 3: Militaire onderzoeksgelden
Deel 4: Wapenhandel een schijntje

Belangrijkste bronnen:

* William Matthews, 'Obama's 2010 Budget 'In Line' With Bush's'
* John Feffer, 'The Risk of Military Keynesianism', Foreign Policy in Focus, 9 februari 2009.
* Dennis C. Blair, Annual Threat Assessment of the Intelligence Community for the Senate Select Committee on Intelligence, Director of National Intelligence, 12 February 2009.

Noten:
1) A New Era of World Hunger? The Global Food Crisis Analyzed James A. Paul Katarina Wahlberg FES Briefing Paper July 2008. Gevonden op de ‘Environmental Degradation and Hunger’ pagina van Global Policy Forum.
2) William Matthews, 'Obama's 2010 Budget 'In Line' With Bush's', Defense News 9/2/9, p. 4.
3) Caitlin Harrington, 'Balancing act', Jane's Defence Weekly 18 februari 2009, p. 27-31.

dinsdag 11 januari 2011

Wapens of Ontwikkeling


Vijf jaar geleden begon de campagne 'breng wapenhandel onder controle.' Een onderdeel van deze campagne zijn studies naar verschillende aspecten van wapenhandel. In juni 2004 verscheen: 'Wapens of Groei' [Guns or Growth]. Het rapport gaat in op de verbanden tussen ontwikkeling en wapenexporten. Het rapport stelt dat grote en niet-noodzakelijke wapenaankopen ten koste van sociale en economische middelen. Het lijkt me belangrijk genoeg om het nog eens te diepen.

Ontwikkelingslanden kunnen zich de aderlating niet veroorloven, waarbij veel geld wordt besteedt aan dure wapens. Men kan zelfs James Wolfensohn (directeur Wereldbank) citeren die stelt dat er een fundamenteel probleem is in een wereld waar 900 miljard dollar wordt uitgeven voor militairen, 325 miljard aan landbouwsubsidies en slechts 50 á 60 miljard aan ontwikkelingshulp.

Nederland komt in het rapport nauwelijks aan bod. Daar waar het wel wordt genoemd, gebeurd dit vooral in positieve zin. Nederland houdt wel degelijk rekening met de economische capaciteiten in het ontvangende land, zo stellen de schrijvers. Het klopt dat Nederland hiermee precies een keer rekening heeft gehouden bij het afwijzen van een vergunning voor springstoffen om mijnen te ruimen aan Pakistan. Ook over 2003 is er weer een afgewezen naar hetzelfde land, nu betrof het motoren voor F-16's. Het gaat daarbij om relatief kleine levering met nauwelijks een ontwikkelingsaspect.

Wapenexporten naar Chili worden in het rapport uitgebreid behandeld. Er wordt uitgebreid aandacht besteed aan F-16 leveranties van de Verenigde Staten, maar Nederlandse luchtmacht en marine leveringen voor vele honderde miljoenen ontbreken volledig. Terwijl Nederland tot de belangrijkste wapenleveranciers aan Chili gerekend moet worden.

Het rapport is overigens een aanrader voor iedereen die de link tussen ontwikkeling en wapenhandel belangrijk vindt.

Uit: 't Kan Anders, november 2004

andere besprekingen

Passie voor Vrede (5/9/9)
Walgelijk (over oorlogscultuur) (28/3/9)
Botsen tegen een muur (8/3/9)
een klein meisje verweert zich (31/1/9)
Leve de derde generatie (22/12/8)
Onmetelijke rijkdom (17/11/8)
Dood op bestelling (17/10/8)
De beschavingsoorlog (29/9/8) '
Niet iedereen kan stenen gooien (23/9/8)
Europese namen voor de wereld (19/9/8)
Fred Spijkers: eenling in gevecht met de staat (12/9/8)
Toon gerelateerde artikelen

Eerder geplaatst Volkskrantblog 23 oktober 2008

maandag 10 januari 2011

Afscheid van Indië


Fotobijschrift: Berichten over een andere visie op geschiedenis en hoe leerlingen verstandiger een tekst kunnen lezen dan de schrijver van geschiedenisboeken. Het artikel over Nederlandse HAVO-leerlingen is ook een compliment aan hun leraar, Van der Nat, want hij zal een kleine bijdrage hebben geleverd aan het kritisch vermogen van die leerlingen. (bijdragen door Elske Schouten en Derk Walters in NRC-Handelsblad, 24 december 2009)

“Het is helemaal verkeerd om te denken dat Nederland Indonesië de onafhankelijkheid heeft gegeven, die hebben we zelf bevochten,” zegt geschiedenis lerares Ermayani Astuti in NRC. De dag van de overdracht door Nederland op 27 december 1949 is een daarom weinig aansprekende datum in Indonesië. 17 Augustus 1945 daar draait het om, toen werd Indonesia een Republik. De jaren daarna heeft die met vernuft en inzet het land bevrijd van de bezetter.

Het lijkt me een visie die meer waarde heeft dan een waarin de formele overdracht door de kolonisator en de overheerser een centrale rol speelt. Toch wil ik wel twee kanttekeningen maken bij ‘bevochten,’ vrijheid.

Dat vechten was niet alleen met de wapens, maar ook politiek. Nederland verloor internationaal alle steun voor zijn oorlog. Die isolatie was de voornaamste overwinning geboekt op de Belanda’s door het veel slechter bewapende Indonesische leger. Niet de wapens, maar vooral de politieke druk en diplomatie wonnen.

Een ander opvallend gegeven vind ik dat vrijwel nooit gesproken wordt over die andere strijd die de militairen van de Republiek vochten. Op Centraal-Java woedden verschillende gewapende conflicten met de Communistische Partij van Indonesië (PKI) en opstandige legercommandanten (bij de bestrijding van een van hen, majoor Sabarudin, werd ook Tan Malaka geëxecuteerd). De redenen achter het negeren van deze andere strijd - met tienduizende slachtoffers - ken ik niet. (Alinea aangepast 28/12/09, 10.15.)

Om bovenstaande ben ik erg blij met de boeken van Pramoedja Ananta Toer, met name zijn korte verhalen over de revolutie en ‘guerilla familie,’ die me inzicht geven in de gedachten, visies en mensen die in die tijd en leefden, meer dan de officiële geschiedenis van beide landen.

Eerder een Volkskrantblog 27 december 2009

zondag 9 januari 2011

Demissionaire slangenmens


“Lockheed Martin [de bouwer van de JSF] houdt de Nederlandse verkiezingen in het oog. Na de formatie van een nieuwe coalitie regering wordt een beslissing genomen over het tweede testvliegtuig (IOT&E),” zegt een woordvoerder van het bedrijf tegen Jane´s Defence Weekly.*


Ook het militaire weekblad Defense News** besteed aandacht aan de Nederlandse positie: “Het Nederlandse parlement stemde op 20 mei om uit het F-35 Joint Strike Fighter test program te stappen en de eerste aanschaffen te beëindigen, zo bevestigde de Nederlandse ambassade in Washington.”

“Maar de beslissing zal worden herzien door een nieuwe regering (…), zegt de woordvoerder van de ambassade Floris Van Hovell.”


Ook het luchtvaart technologie blad bij uitstek Aviation Week & Space Technology heeft een bijdrage over het parlementaire debat. Die eindigt met: “Als de Nederlandse zich terugtrekken dat kan dit dan de aanmoediging zijn voor andere weifelende deelnemers om de stop er ook uit te trekken?”*** Het is aan de kiezer stelt het blad. Het gaat wel om het grootste militaire programma ooit.

De schrik zit er in nadat vorige week drie moties zijn aangenomen die de voortgang van het project (tijdelijk) stoppen. (Zie jsfnieuws/ voor meer informatie). Maar men hield geen rekening met de lenigheid van denken die minister van Defensie van Middelkoop aan de dag wist te leggen. Wie hem bij dat denken hielp? Geen idee.

Maar creatief is het. Hij stelt dat een demissionair kabinet niet de vrijheid heeft om een onomkeerbare beslissing te nemen die voor een volgend kabinet bindend is. Zo huppelen we gewoon door de aankoop in en zijn de moties onschadelijk gemaakt. Daarvoor wordt wel een loopje genomen met de taakverdeling in onze PARLEMENTAIRE democratie.

Bronnen:
* Jane's Defence Weekly 26 mei 2010.
** Dutch Vote To Quit F-35 Tests,' Defense News, 24 mei 2010
*** AW&ST

Volkskrantblog 28 mei 2010

vrijdag 9 oktober 2009

Tweedehands wapens

Bij wapenhandel denkt menigeen aan mannen met donkere zonnebrillen en zwarte BMW’s. In Nederland zit dat heel anders. Daar zijn de grootste wapenhandelaars ambtenaren op het ministerie van Defensie. De Nederlandse overheid is al sinds jaar en dag de belangrijkste wapenhandelaar van dit land. De Schelde en Thales vallen hierbij vergeleken in het niet.

Een ambtenaar van Economische Zaken op een vergadering van een belangen organisatie voor de defensie-industrie “relativeerde overigens de positie die Nederland volgens het Zweedse SIPRI inneemt op de internationale ranglijst van wapenexporteurs. De genoemde vijfde plaats is wat hem betreft vooral het gevolg van het doorverkopen van tweedehands materieel.” Dat is een vreemde uitspraak. De overheid is niet in de eerste plaats een wapenexporteur, maar wie handelt in wapens met buitenlandse klanten zou je zo toch een wapenexporteur moeten noemen. Het zal wel kinnesinne zijn dat niet Economische Zaken maar Defensie hier de eerste viool speelt.

De overheid als wapenhandelaar heeft een voordeel; alles is uitermate overzichtelijk opgeschreven. Zodat je precies weet wat ze in de aanbieding heeft. Daarmee zijn de Kamerstukken ook verkoopfolders voor potentiële klanten.

Veel staat in het Materieelprojectenoverzicht (MPO) dat jaarlijks wordt gemaakt. Op prinsjesdag verscheen de versie voor 2009. Op pagina 106 en verder staan de wapens die voor afstoting in aanmerking komen met foto, relevante Kamerstukken en alles wat je wilt weten in een oogopslag op een pagina. Nou ja net niet alles. Het zou handig zijn als van verkochte wapens ook de opbrengst werd genoemd.

Wil je een beknopter beeld van de kraam met wapens die Nederland in de verkoop heeft? Dan is pagina 88 van de Defensiebegroting een uitkomst. Ook al zo’n prinsjesdag stuk. Een half A-4 met daarop alle typen en aantallen vliegtuigen, tanks, houwitzers, pantservoertuigen die in de verkoop zijn. Ook de net aangekochte pantserhouwitzers staan er al weer op.

Het wordt nu opletten wie die wapens gaat kopen, vooral de Fokker vliegtuigen (2 militaire vrachtvliegtuigen en twee maritieme patrouille vliegtuigen) kunnen zomaar verdwenen zijn, omdat de baas van de wapenfirma aan Het Plein in ’s Gravenhage er met zo min mogelijk gedonder en tegen de hoogste prijs van af wil. Zo gingen in het verleden ook al zogenaamde niet-strategische wapens naar de vreemdste plaatsen.

Op dinsdag 6 oktober komt de wapenhandel aan de orde in de Tweede Kamer. Ik ben benieuwd of deze verkoopfolders ook aan bod zullen komen. Anders kan het altijd nog bij het debat over de Defensiebegroting in november meegenomen worden, maar daar is het aanbod aan onderwerpen om de degens met de bewindslieden over te kruisen vermoedelijk al tamelijk groot. Het blijft een vreemde zaak dat de overheid wapenhandelaar en tegelijkertijd controleur van de wapenhandel is. Dat is twee handen op een buik.