Posts tonen met het label pakistan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pakistan. Alle posts tonen

dinsdag 24 december 2019

Drakendoder India?

Dragon On Our Doorstep: Managing China Through Military Power door Pravin Sawhney en Ghazala Wahab beschrijft de rammelende militair strategische positie van India met betrekking tot China. Het boek eindigt met de zin: “We zijn het aan de geschiedenis en geografische ligging van India verplicht een strategische speler op het wereldtoneel te worden.” India is ver van dat doel verwijderd, blijkt uit het boek. Het zou zelfs niet staat zijn een oorlog met Pakistan te winnen. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met het feit dat militaire ontwikkelingen nauwelijks een rol spelen in de landelijke politiek. Er is geen inzicht, maar ook geen organisatie, geen militair industriële basis, en conflicten die het land verzwakken worden niet opgelost.

De schrijvers zijn eigenlijk vooral negatief over de stand van zaken. Het boek is daarmee niet een oproep voor meer geld en middelen, maar voor meer beleid. En een enkele keer voor meer terughoudendheid in militair of repressief beleid. 

Pakistan

De auteurs staan lang stil bij het conflict met Pakistan dat een nauwe bondgenoot is van Beijing (banden die sinds de publicatie van het boek in 2017 alleen maar zijn versterkt). De krijgsmachten van beide worden vergeleken, zowel inbedding in het politieke systeem en aansturing, als kwaliteiten van de luchtmacht, marine, landmacht, veiligheidstroepen, kernwapens als defensie-industriebeleid (dat in India ook al rammelt als een oude bus). Pakistan komt veruit als beste uit de bus, vooral omdat het militair veiligheidsbeleid heeft dat zich richt op macht, terwijl India zich beperkt tot het hebben van een leger en wapens.

Het gewicht van de geschiedenis, de ideologische verschillen en vooroordelen wegen te zwaar om het conflict snel op te lossen. Als een eerste stap pleiten ze voor gelijke wederzijdse ontwapening in de hoogvlakten, daar waar India en Pakistan tegenover elkaar staan. Een dergelijke stap zou in het belang zijn van een oplossing voor Kashmir, de spreekwoordelijke molensteen in het conflict tussen beide landen. Tevens zou dit een halt toe kunnen roepen aan de bewapeningswedloop. Het zou betekenen dat China zijn strategie ten opzichte van India aan zou moeten passen. Het is kortom een noodzaak.

Grenzen

De schrijvers trekken langs de grenzen tussen India en Pakistan (Line of Control, LC) en die tussen China en India (Line of Actual Control, LAC), waarbij het hooggebergte een voorname rol speelt. Grensconflicten rond de LC zijn op te lossen als er een oplossing voor Kashmir zou zijn. De grensconflicten met China zijn dat niet, maar ook dat onderkennen zou al een wenselijke stap zijn. Ze sommen de Indiase zwakheden en de Chinese kracht op (infrastructuur, geografie, wederzijdse afspraken). Het is een tocht die levendig wordt, omdat de schrijvers zelf de buitenposten en militaire bases bezochten. Je wandelt zo nu en dan mee de bergen op naar de besneeuwde passen, waar boven het goed geoutilleerde Chinese leger wacht. Maar het blijft niet bij anekdotische informatie. De landen worden niet gespaard als het gaat om het geven van voorbeelden waar de wedloop op de spits werd gedreven in plaats van afgeremd of gestopt.

De kwestie van de grensconflicten werd eind december nog besproken in een Chinees-Indiase top. Beide zijden verklaarden dat het oplossen van de grensconflicten noodzakelijk is voor het bewaren van vrede en rust. Of daarmee de volgens auteurs, zwakke positie van India is verbeterd, is onduidelijk.

Kernwapens

Opvallend is de visie dat India af zou moeten stappen van zijn drieledige nucleaire politiek: lange afstandsbommenwerpers, nucleaire onderzeeboten en lange afstandsraketten op land. De luchtmacht is te zwak om die taak erbij te hebben en zou ze moeten beëindigen. Die stap zou gebruikt moeten worden om vertrouwenwekkende maatregelen (CBMs) te bespreken met Pakistan. Bovendien zou het afschaffen van de nucleaire luchtmachttaak de kans op een onbedoelde nucleaire escalatie verkleinen, omdat Pakistan niet meer bang hoeft te zijn dat een vliegtuig mogelijk met kernwapens haar luchtruim binnendringt tijdens een conflict. De atoomonderzeeboten moeten vergroot worden en eigenlijk zijn vooral de op land gestationeerde kernwapens waar de schrijvers het meeste fiducie in hebben.

Tibet

Ze lopen ook langs de minder prominente veiligheidsproblemen, zoals de Tibetaanse enclave en regering in ballingschap in India. Het is te verwachten dat de 15e Dalai Lama zal reïncarneren in India. De grote aanwezigheid van het boeddhisme in India, zou Delhi uit moeten spelen om het land status te geven in de Boeddhistische wereldgemeenschap en die van Zuidoost Azië in het bijzonder (waar volgens de auteurs dit geloof dominant is, hoewel je met evenveel recht de Islam er als dominant kan benoemen. Een notie die gezien de huidige aanval op de islam door de Indiase regering niet onbelangrijk is). India doet niets met dit voordeel. Dat zou wel moeten, waarmee religie als politiek middel wordt bepleit. Bijna alsof India met godsdienststrijd nog niet voldoende problemen heeft.

In China heeft president Xi Jinping verklaart dat Tibet sinds de oudheid al deel is van China. Dat dit historisch gezien geen grond heeft, doet er voor Beijing minder toe. In de hoofdstukken rond Tibet worden zowel de Chinese als Indiase positie uiteengezet, waarbij veel aandacht voor de Tibetaanse guerrilla's (de Special Frontier Force, getraind en bewapend door de CIA en haar voorloper, de American Committee for Free Asia) en de buitenlandse invloed op de Dalai Lama.

Verzet

Van het Tibetaanse recht op zelfbeschikking gaat het boek naar de conflicten met de maoïsten in het noordoosten, oosten en meer en meer naar het midden van het land. Ook hier ontbeert het overheidsbeleid inzicht en betrokkenheid. Beleid wordt op afstand gemaakt en al snel wordt niet gekozen voor het verlichten van de zorgen van de bevolking, maar voor repressie door politie en inlichtingendiensten. Dit is verspreid over 15 staten en werkt samen over organisatie en partij politieke en nationale grenzen heen. De harde hand uit Dheli versterkt alleen maar de zaak van het verzet en zo duren de conflicten voort. Bij deze onderdrukking wordt zelfs gebruik gemaakt van inzet van land- en luchtmacht. In 2015-16 werden 116 bataljons paramilitairen (600-1,200 manschappen elk) ingezet om het maoïstische verzet de kop in te drukken. Sensitief beleid en meer bevoegdheden naar lokale bevolking zou veel beter werken, stellen Pravin en Wahab.

De huidige Hindoeïstische regering heeft volgens de schrijvers nog een ander probleem. De BJP staat ideologisch en op een gewelddadige wijze diametraal tegenover de maoïsten. Wetgeving (Right to Fair Compensation and Transparency in LandAcquisition etc. bijvoorbeeld) die de positie van de bevolking in het oosten zou moeten beschermen, wordt afgeschaft.

Het verzet bindt niet alleen manschappen van de Indiase land- en luchtmacht aan binnenlandse veiligheid, het geeft China ook toegang tot India door levering van wapens, het krijgen van inlichtingen en de conflicten tasten de kwetsbare Indiase cohesie aan. Het oplossen ervan is daarom ook gezien vanuit internationaal veiligheidsperspectief belangrijk. Voorlopig lijkt de regering Modi alleen maar olie op het vuur te gooien (lees bijvoorbeeld de visie van Arundhati Roy).

Krijgsmachtonderdelen

De Indiase marine is overvraagd, ze leidt aan ziekte van overstretched commitment, zoals de auteurs het uitdrukken en heeft geen militaire strategie die haalbaar is. De Chinese marine is niet meer weg te denken uit de wateren rond India (zie havens: Gwadar in Pakistan, Hambantota op Sri Lanka, Sonadia in Balgladesh en het Birmese Maday). De Pakistaanse marine opereert in nauwe samenwerking met de Chinese en daarmee is een realiteit ontstaan waar India maar moeilijk mee uit de voeten kan. Daarop zou India moeten reageren.

Het lijkt er echter op dat de marine zich om binnenlands politieke overwegingen meer moet richten op de strijd tegen Pakistaanse infiltranten. Dat is niet verrassend volgens de schrijvers: India is altijd een land geweest dat zijn maritieme taak heeft verwaarloosd. Daar waar sprake was van een positieve beeldvorming van de marine – optreden tegen Pakistan in 1971 – werd dit teniet gedaan op het moment dat Mumbai in 2008 vanuit zee werd aangevallen door aan Pakistan gelieerde terroristen. Niemand had ze zien aankomen. Niemand was voor dat euvel verantwoordelijk. Een tocht langs de betrokken instanties en beleidsvoornemens door de schrijvers, laat ook hier zien dat er ook nadien weinig handen en voeten worden gegeven aan een veiligheidsbeleid in de kustwateren.

Er is evengoed veel kritiek op andere krijgsmacht onderdelen. De luchtmacht zou beter meer piloten op kunnen leiden dan meer staaljagers kopen, en ervoor zorgen dat er voldoende reserve onderdelen zijn zodat de gevechtsvliegtuigen die er zijn beter gebruikt worden. De landmacht doet taken waar ze niet voor bedoeld is (contraguerrilla en politietaken bijvoorbeeld; 30% zit in Jamu & kashmir) en zet zo manschappen en middelen misplaatst in en zorgt voor een verschuiving van de inhoudelijke oriëntatie, waaraan ze toch al een gebrek heeft. Het Indiase leger groeit qua aantallen manschappen (1 miljoen in 1990 en 1,23 miljoen in 2015; een groei met bijna een kwart) en dat in een tijdperk dat geavanceerde technologie eerder dan vele militairen de doorslag zullen geven in een conflict.

Wapenindustrie

De schrijvers vragen in 2013 aan de onderdirecteur van het Russische wapenverkoopbureau Rosobornexport of het klopt dat India verouderde onderzeeboottechnologie uit 1973 was verkocht. Dan antwoord de Rus: “hadden jullie het al?” Na een stilte die een nee verraadde: “in dat geval is dit state of the art voor jullie.” Het is een anekdote die de Indiase industrie zelfs na jarenlang samenwerking met Europese, Israëlische en Amerikaanse partners in zijn hemd zet.

In een recent artikel in The National Interest schrijft Richard A. Bitzinger: “Opmerkelijk is dat het communistische China meer vooruitgang geboekt heeft met het introduceren van vrije markt mechanismes in zijn wapenindustrie.” Het is een sterk ideologisch gekleurde opmerking om de Chinese en Indiase defensie-industrie te vergelijken en wel in het voordeel van de eerste. Voor wie de draak op de deurmat heeft gelezen biedt het Bitzingers artikel geen nieuws.

Als je wilt doen alsof je een binnenlandse wapenindustrie hebt, noem je gewoon alles wat binnenslands wordt gemaakt Indiaas, ook als dat alleen eindassemblage inhoudt. Het maakt dan niet meer uit waar het is ontworpen of wie de rechten op de producten heeft, het klinkt voor de oppervlakkig luisteraar wel goed. India maakt schepen, maar “alle motoren worden geïmporteerd,” klinkt minder succesvol.

De marinebasis in Karwar (waar de organisatie Stop Wapenhandel jaren geleden nog tegen ageerde, omdat de toekomstige nucleaire basis door de Nederlandse Hashkoning met hulp van de Nederlandse staat werd aangelegd) zou uit kunnen groeien tot een belangrijke haven, maar daar moet dan wel in geïnvesteerd worden. In de haven van Pipavav staan grote kranen, maar aan zelfstandig scheepsontwerp is niet gedacht. Ook hier somberheid troef. “Het is is de logica zelf dat een land dat nog niet eens in staat is geweest een 'acceptable' geweer voor zijn militairen te maken, maar moeilijk meer geavanceerde maritieme wapens kan maken, zoals raketten, torpedo's, kanonnen etc. Ad hoc worden vellen ervan (die niet direct worden geïmporteerd) gemaakt in India op basis licenties van Europese of Israëlische bedrijven.” (Ik citeerde dit al eerder in het engelstalige blog: India major customer for EU-weaponry.)

De schrijvers kijken bij de ontwikkeling niet naar de mooie woorden, die bijna dagelijks in de Indiase pers te vinden zijn, maar naar cijfers en welke voordelen India heeft bij de breed uitgemeten samenwerkingsprogramma's met buitenlandse partners en dan valt dat vrijwel altijd tegen. Maar misschien is niet zozeer het opzetten van een wapenindustrie van belang (m.u.v. munitie en andere zaken nodig als een conflict uitbreekt) maar het ontwikkelen van capabele moderne strijdkrachten, schrijven ze bijna hopeloos.

Kashmir

Het belangrijkste voor een geostrategische verbetering van de Indiase positie vis-à-vis China is het oplossen van de kwestie Kashmir. De schrijvers constateren echter dat de politieke leiding zichzelf steeds opnieuw voorspiegelt dat er in Kashmir eigenlijk niet zo veel aan de hand is en dat het onder controle is. Dat draagt het risico in zich dat de rot er insluipt en de zaak permanent verziekt. Het voorkomt ook een remedie. In ieder geval lopen processen steeds vast op een politieke kink in de kabel, bewust of onbewust veroorzaakt, een aanslag, een regeringswisseling e.d. Het wordt tot in detail beschreven. Het is een falend beleid waarvan uiteindelijk de bevolking van Kashmir de dupe is.

In het hoofdstuk rond Kashmir wordt ook aandacht besteed aan het protest en radicalisering. Hoe beoordeel je dit en hoe ga je er mee om. De schrijvers merken op dat India, net als het Westen, de fout maakt om opstandelingen als misleide jongeren te zien of als terroristen, alsof er geen enkele context voor hun handelen zou zijn. Op die manier blijft het op lossen van de grondoorzaken voor de conflicten uit en bestaat het gevaar dat zo'n kwestie alleen maar verergert.
Het is van het grootste belang voor ons om voor de kwestie Kashmir met een permanente oplossing uit te werken, het stoppen met de vervreemding van de moslims in het land, zodat ze niet het terrorisme in getrokken worden en het terugtrekken van de AFSPA-wetten [die bijzondere bevoegdheden aan het leger verlenen]. Infiltratie heeft resultaten, maar beter zou het zijn het vertrouwen op te bouwen met de moslim gemeenschap, zodat ze zullen bijdragen aan een oplossing: Dit zal niet werken als de politie check punten in wijken opzet, lokale mensen mishandelt en ze allen als terroristen behandeld.” Een oplossing van het conflict maakt troepen vrij voor samenwerking en ontwikkeling in de hele regio. Bovendien opent het ruimte voor besprekingen bijvoorbeeld rond de grensgeschillen met China, de 3488 km lange LAC.”
De schrijvers zijn voorlopig ingehaald door de geschiedenis. De Modi regering heeft laten zien dat ze de kwestie niet op wil lossen, maar uit de weg ruimen door juist oude afspraken over het bestuur van Kashmir met voeten te treden. Al in augustus 2016 had Modi gezegd dat India bezet Kashmir terug wil hebben uit Chinese en Pakistaanse handen. De auteurs merken verbaasd op dat China 42.000 vierkante mijl binnen haar grenzen heeft en en China en Pakistan samen 47.645. Het spreekt vanzelf dat China en Pakistan die nieuwe visie uit Delhi niet toejuichen. Hoe dit zich gaat ontwikkelen is moeilijk te voorspellen, maar dat het de veiligheid van India zal vergroten is een gok die lijkt op een extreme bungy jump van grote hoogte aan slap elastiek.

Pravin Sawhney stelde op zijn twitter account dat Modi de veerkracht van de Kashmiris zwaar heeft onderschat “gebogen hoofden betekent niet dat ze hun nederlaag hebben geaccepteerd,” en van normalisering is nog lang geen sprake. Trots, miscommunicatie, ontsporing van op stapel staande initiatieven en onbegrip hebben die oplossing tot nu toe voorkomen. Het moet er toch ooit van komen.

Tenslotte

India moet volgens de schrijvers beseffen dat alleen het roepen dat het een geostrategische speler is geen zin heeft als dit niet ook gestoeld is op economische en militaire macht. Halverwege het boek vatten ze hun programma samen in een paar zinnen:
“India moet zijn eigen militaire macht opbouwen, haar Tibet-politiek herzien, eervol interne opstanden oplossen, bilateraal nauwe banden opbouwen met de VS en tri-nationaal, inclusief Japan, om gezamenlijke dreigingen in Azië, Stille en Indische Oceaan regio, en de Act East Policy versterken door de banden aan te halen met ASEAN en andere aan zee liggende landen.”
Het is zeker geen boek dat geschreven is vanuit de vredesbeweging, alleen al het advies om de kernwapenpolitiek anders in te richten of het gebruiken van religie als machtsmiddel geeft dit aan. Het leeuwendeel van het boek handelt erover dat India nog veel te verbeteren heeft als het gaat om de krijgsmacht en militaire infrastructuur. Het geeft daarmee inzicht in het strategische denken omtrent India, en biedt zelfs enige gedachten rond het oplossen van binnenlandse conflicten en conflicten met Pakistan. De auteurs geven samen het defensie periodiek Force uit, maar dat betekent niet dat ze onderhandelingen, conflictbemiddeling en vertrouwenwekkende maatregelen geen rol laten spelen in hun visie.

Uiteindelijk lijkt geen enkele Aziatische partij belang te hebben bij het ontsporen van de relaties tussen India en China. Het is wel de vraag of India gebaat is bij het maken van beleid vanuit het adagium uit de klassieke oudheid dat wie oorlog wil voorkomen, zich moet voorbereiden op oorlog of door een variant met minder omwegen: dat wie vrede wil zich voor moet bereiden op vrede. Dat hoeft niet op naïeve wijze, maar kan doordacht en in samenwerking met anderen en anders dan het sluiten van nieuwe militaire bondgenootschappen tégen China, waardoor het conflict slechts op de spits wordt gedreven. Dat India zijn interne huishouding niet op orde heeft, hoeft zo'n zoektocht en beleid niet te belemmeren, het kan ook een kans zijn.

zaterdag 17 januari 2015

Wapenexportbeleid de dupe bij aanschaf Joint Strike Fighter



Groot-Brittannië, Nederland en Italië werken als partner van de VS actief mee aan de productie van de JSF. De Europese beperkingen op de export van wapens komen daarmee te vervallen daar de VS leidend is.
 
Gevechtsvliegtuigen behoren tot de meest beslissende wapensystemen op het slagveld. De duurste en het best verkochte type is momenteel de F-35 Lightning II van Lockheed Martin, beter bekend onder de naam Joint Strike Fighter (JSF). In een recente mededinging naar de levering van een nieuw gevechtsvliegtuig voor de Zuid-Koreaanse luchtmacht moesten de twee giganten en aartsrivalen in de wereld van de luchtvaart, Boeing en Airbus, samenwerken om een kans te maken voldoende tegenwicht te bieden aan de sterke positie van Lockheed Martin.

Officieel nemen er negen landen uit Noord-Amerika en Europa deel aan het F-35 programma, verdeeld in niveaus van deelname. Groot-Brittannië is het enige niveau I land (hoogste bijdrage ontwikkelingskosten), Italië en Nederland hebben ingetekend voor niveau II, de rest is niveau III. Klanten voor de F-35 zijn evenwel ook afkomstig uit Azië en het Midden-Oosten, met inbegrip van de Verenigde Arabische Emiraten en last but not least Israël.

Hiermee komt het wapenexportbeleid in de gevarenzone. Wanneer landen deelnemen als partner of producent dan zal het exportbeleid van de VS moeten worden gevolgd. Europese beperkingen op de export (die slechts een gemeenschappelijk standpunt zijn van de EU, geen wet) zullen niet worden meegewogen, zoals vermeld in een aantal officiële overeenkomsten. Dit kan ten koste gaan van de mensenrechten en het Europese veiligheidsbeleid.

  F-16 Fighting Falcom

Er is geen overzicht van inzet van de F-35 in gevechtsmissies, aangezien ze nog niet operationeel zijn. Maar door naar de recente geschiedenis van inzet van de huidige F-16 Fighting Falcom te kijken, kan een inschatting worden gemaakt. De F-16 is een breed inzetbaar gevechtsvliegtuig, geproduceerd door Lockheed Martin voor de export. Daarnaast kan aan de hand van de ervaringen met de F-16 voorspeld worden welke landen de F-35 zullen gaan kopen [klik afbeelding voor vergroting]. Irak heeft onlangs besloten de F-16 in 2018 aan te zullen schaffen.

24

F-16’s zijn recent gebruikt in internationale gevechtsmissies in Afghanistan, Irak, Libië en Syrië. Maar ook in interne conflicten, bijvoorbeeld door de Pakistaanse luchtmacht tegen interne opstanden en de Taliban. De onafhankelijke Pakistaanse Mensenrechten Commissie rapporteert ‘willekeurige bombardementen en beschietingen’ door F-16’s, volgens een artikel in Le Monde Diplomatique uit 2006.

Turkije is een belangrijk land in het kader van het F-35-project. Dit omdat het een niveau III partner is en door het Pentagon werd uitgezocht als een van de centra voor groot onderhoud in Europa. Turkije heeft in de loop der jaren al zijn typen straaljagers ingezet bij interne conflicten, inclusief de F-16’s. In december 2007 zette Ankara vijftig F-16’s tegelijkertijd in tijdens een operatie tegen Koerdische bolwerken net over de grens in Irak. F-16’s zijn vervolgens door Turkije gebruikt in soortgelijke kleinere operaties, tot oktober 2014 aan toe.

Het is duidelijk dat gevechtsvliegtuigen wapens zijn die een grote rol kunnen spelen bij de schending van mensenrechten. De Europese F-35 productiepartners kunnen daarmee in een pijnlijke positie worden gebracht, maar er wordt niet toegestaan te handelen volgens hun eigen wapenexport- en mensenrechtenbeleid.

  Israël

Daar komt Israël om de hoek kijken, een land waar de Europese en Amerikaanse posities vaak verschillen. Israël gebruikt haar F-16’s regelmatig voor gevechtsoperaties boven Palestijnse gebieden. De jagers vuurden raketten af en hebben in 2001 verschillende doelen gebombardeerd op de Westelijke Jordaanoever, en meer recent in Gaza. De Israëlische vredesorganisatie Stop de Bezetting verzamelde voorbeelden uit 2012, waaruit blijkt hoe bommen en raketten werden gebruikt tegen huizen, auto’s en vluchtelingenkampen.

Tijdens de zomer van 2014 werden er wederom F-16’s ingezet tegen Gaza. Het Amerikaanse weekblad Defense News beschrijft in detail hoe en waarom: ‘Van de meer dan 6.000 doelwitten tijdens Israëls 50-daagse oorlog in Gaza werden honderden binnen recordtijd bestookt door straaljagers met bommen van één ton.’ De vliegtuigen gave ook luchtsteun aan gevechtstroepen op de grond, ‘met een F-16 gekoppeld aan elke brigade, konden precisie bombardementen een ‘vuurkolom’ geven als bescherming voor de eigen gevechtstroepen.’

Israël behoort niet tot de negen landen binnen het F-35-programma, maar heeft aanvankelijk wel negentien F-35’s besteld, een order ter waarde van 2,75 miljard dollar. De vliegtuigen zullen naar verwachting worden geleverd in de periode 2016-2018. Een tweede aanvullende aankoop werd onlangs beperkt tot 13 JSF’s (tegen de oorspronkelijk geplande 31), kosten naar schatting 2,74 miljard dollar. Israël schaft dus in totaal 32 JSF’s aan.

Hoewel Israël niet een van de negen participerende landen is, neemt het toch ook deel aan de productie van de F-35. De Israëlische wapenfabrikant Elbit Systems is geselecteerd om samen met Rockwell Collins uit de VS de productie van de bijbehorende vliegershelmen te maken. Die bevatten geavanceerde technologie zodat de piloot op schermen kan zien waar hij zich bevindt en zijn wapensystemen kan richten door met zijn hoofd te wijzen.

Visionix, een dochter van Thales, heeft officieel geklaagd dat het gebruik van deze technologie een schending van een octrooi van het bedrijf is. De VS beweert echter dat het de licentierechten op de technologie heeft omdat het het onderzoek van Visionix heeft gesubsidieerd. Een helm die is ontwikkeld door British Aerospace is inmiddels geannuleerd in het voordeel van de Elbit/Rockwell versie.

Israel Aerospace Industries (IAI) leverde in december 2014 een Ehud Autonoom Luchtgevecht Manoeuvreer Instrumenten Systeem aan de Italiaanse luchtmacht. IAI is inmiddels bezig het systeem aan te passen voor montage op de F-35 zodat piloten ermee kunnen oefenen. Nog opvallender is de opening in september vorig jaar van een IAI-productielijn voor de fabricage van F-35 vleugels. Verwacht wordt dat IAI 811 paar vleugels zal produceren in de komende twintig jaar.

“De productielijn zal voor de vleugels zorgen voor de F-35’s van de Israëlische en Amerikaanse luchtmacht en Europese klanten, met uitzondering van Turkije”, verklaarde Alon Ben David in Aviation Week & Space Technology. De opening van de fabriek wordt beschouwd “als bewijs dat de bilaterale banden [tussen de VS en Israël] bulletproof zijn.” Volgens Susan Ouzts, vice-president voor internationale programma’s bij Lockheed Martin, bedraagt de financiële bijdrage van Israël aan het F-35 project 4 miljard dollar.

  Elbit Woensdrecht

In 2013 vestigde Elbit Systems of America zich op het Logistieke Centrum Woensdrecht in Nederland. Het zal hier Europees werk verrichten voor de F-16 en waarschijnlijk ook de F-35. Op dezelfde locatie is Fokker Elmo – een van de Nederlandse bedrijven die technologie en diensten voor de gevechtsvliegtuigen levert – verantwoordelijk voor de bedrading voor de F-35’s. Het bedrijf rekent optimistisch op “[…] een totale geschatte productie van meer dan 3.000 F-35 vliegtuigen. Dit is een grote kans voor ons bedrijf in de komende decennia in termen van werkgelegenheid, kennis en innovatie.”

Dit betekent dat het bedrijf verwacht bedrading te kunnen produceren voor alle F-35 gevechtsvliegtuigen, inclusief de Israëlische. Onlangs kondigde de Nederlandse regering aan dat Nederland de motor van de JSF bij Woensdrecht zelf gaat onderhouden. Zowel Nederlandse als Israëlische defensiebedrijven werken dus dicht op elkaar aan het nieuwe gevechtsvliegtuig in het West-Brabantse Woensdrecht.

De gevolgen van die samenwerking, met name het ondergraven van het wapenexportbeleid, is nauwelijks besproken. Als de producerende landen het Amerikaanse exportbeleid moeten gaan volgen, zou dit wel eens ten koste kunnen gaan van de Europese visie op veiligheid en mensenrechten.

Geschreven voor en redactie door Ravage Webzine 
Engelstalige versie voor Stop Wapenhandel

dinsdag 13 januari 2015

F-35 might undercut European arms export policy

13/01/2015 - - Fighter aircraft are among the most decisive weapon systems in combat available. The most expensive and best marketed is Lockheed Martin's F-35 Lightning II, also known as Joint Strike Fighter.. On a recent South Korean tender for new fighter aircraft two giants in the world of aircraft, Boeing and Airbus, had to team to tackle the strong position of Lockheed.


Nine countries are officially participating in the F-35 program, all based in North America and Europe. They are grouped in levels. The UK is the only Level I country, Italy and the Netherlands are on Level II. Clients for the F-35 come from Asia and the Middle East, including the UAE and last but not least Israel. Here the heat comes around the corner. Because when countries join in F-35 production, the export policies of the US will be followed. European restrictions on exports (which are only a EU common position, not a law) will not be taken into account as is stated in a number of Memoranda of Understanding. This might go at the expense of human rights and European security policy.

There is no track record on the use of the F-35 fighter in combat missions, because it is not operational yet. But what can be expected can be deduced from looking at recent history of the F-35 predecessor, the F-16 Fighting Falcon. Also a multi-mission fighter aircraft produced by Lockheed Martin for export. This can also give an idea of which countries will become partner in this Fighter bond (see illustration). The latest partner which joined is Iraq, which has decided to buy the F-16 in 2018.

F-16's have been used recently in international combat missions in Afghanistan, Iraq, Libya and Syria. But also in internal conflicts e.g. by the Pakistan air force against internal uprising and Taliban. The independent Pakistan Human Rights Commission report “indiscriminate bombing and strafing” by F-16s, according to an article in Le Monde Diplomatique in October 2006.

Turkey is a key country in the F-35 project, because it a level III partner, picked by the Pentagon as one of the heavy maintenance hubs in Europe. Turkey has been using all its fighter jet types over the years in internal conflict, included its F-16's. In December 2007, Ankara deployed fifty F-16's during one operation against Kurdish strongholds just across the border in Iraq. F-16's have been used in similar smaller operations until as recent as October 2014. It is evident that fighter aircraft are not weapons to be ignored when speaking about human rights. This might bring European F-35 production partners in a painful position while they will not be allowed to act according to their own arms export and human rights policies .

This brings us at Israel, a country where European and American positions often differ. Israel is using its fighter planes regularly in combat operations against Palestine territories. Fighters have been firing missiles and have bombed several targets on the West Bank in 2001 and more recently, in Gaza. The Israeli peace organisation End the Occupation has collected examples from 2012, showing how bombs and missiles were used against homes, cars and refugee camps. During the summer of 2014, F-16's have been used against Gaza. US Defense News describes in detail why and how: “Hundreds of the more than 6,000 targets struck from the air during Israel’s 50-day urban war in Gaza were from fighter jets delivering one-ton bombs in record time.” The planes provided close combat support, “with an F-16 dedicated to every brigade, precision air power provided “pillar of fire” protection for friendly forces fighting (...).”

Israel is not one of the nine F-35 program countries, but has ordered 19 F-35s under a $2.75 billion contract. The planes are expected to be delivered in 2016-2018. An additional procurement is limited to 13 JSF's (against originally planned 31 ) estimated to cost $2.74 billion. Although Israel is not one of the 'nine', it is also participating in the production of the F-35. Israeli arms company Elbit Systems has been selected to join the production of the F-35’s helmet-mounted display systems together with Rockwell Collins from the US. This is cutting edge technology, giving the pilot e.g. situational awareness and cue weapons systems to the direction his head is pointing. Thales' subsidiary Visionix's officially complained that the used technology is a breach of a Visionix patent. The US however claims it has licence rights to the technology, because it has subsidised Visionix' research. A helmet developed by British Aerospace has been cancelled in favour of the Elbit/Rockwell one.

Israel Aerospace Industries (IAI) delivered a Ehud Autonomous Air Combat Maneuvering Instrumentation system in December 2014 to the Italian air force. “The pod has become the standard in NATO, and with many air forces in Europe, Asia and Latin America." IAI is adapting the system for installation on the F-35 to train its pilots.

Remarkable is the opening in September 2014 of a IAI-production line for F-35 wings. It expects to produce 811 pairs of wings in the next 20 years. “It will provide wings for the Israeli air force’s F-35s, as well as for the U.S. Air Force and European customers, with the exception of Turkey,” stated Alon Ben David in Aviation Week & Space Technology (AW&ST, 19/11/14). The opening of the plant is considered “as evidence that bilateral ties [between the US and Israel] were bulletproof.”
Susan Ouzts, vice president of international programs at Lockheed Martin, said to Avition Week of November 19 that the total value of Israel’s contribution to the F-35 project will be $4 billion.

In 2013, Elbit Systems of America established itself at the Logistic Center Woensdrecht in The Netherlands. It will do European work on the F-16 and expectedly also on the F-35. At the same location Fokker Elmo – one of the Dutch companies delivering technology or services for the fighters - will be responsible for the engineering, manufacturing and production of the wiring for the next batch of the F-35. The company optimistically recons with “a total estimated production of more than 3,000 F-35 aircraft, this is a major opportunity for our company in the decades to come in terms of employment, knowledge and innovation.” This means the company expects to produce wiring for all F-35 jets, included the Israeli ones. Recently the Dutch government announced that the Netherlands can overhaul the F-135 engine of the JSF at Woensdrecht. Both Dutch and Israeli defence companies will work closely on the the new fighter plane at Woensdrecht.

The consequences of the cooperation on the F-35 Lightning II programme, notably the undercutting of arms control policies, has hardly been discussed. When production partners have to follow US arms export policies policy it might come at the expense of the European vision on security and human rights.


Written for Stop Wapenhandel
Dutch version Ravage Webzine 

donderdag 27 november 2014

Het lijkt wel wapenbeursseizoen

Afgelopen week gingen vredesactvisten en solidariteitsactivisten met Palestina in Rotterdam protesteren tegen het jaarlijkse symposium van de Nederlandse Inschakeling Defensie en Veiligheid (NIVD). Dit jaarlijkse feestje gaat samen met een exhibition, het newspeak woord voor een wapenbeurs. Kort voor het symposium, vertelde woordvoerder van de NIVD, Mat Herben, de pers dat een van de deelnemende bedrijven, het Israëlische Elbit, een raketsysteem niet zou tentoonstellen, vanwege angst voor de protesten. Dus voordat de spandoeken uitgerold werden, was de actie al succesvol, en kreeg mede daarom veel media aandacht. Gelijkertijd werden er wel een aantal gevechtsvliegtuigencontracten gesloten, voor de F-16 and F-35 (Joint Strike Fighter).

Op 1 december zal de wapenbeurs IDEAS2014 openen in Karachi, Pakistan. Vele top militairen en VIP's zullen aanwezig zijn. De organisatie verzekerde dat alle noodzakelijke veiligheidsmaatregelen zijn genomen om een veilige omgeving te creëren voor de meer dan 200 bedrijven uit 23 landen, en meer dan tachtig afgevaardigden uit zo'n vijfenveertig landen. Het is de moeite waard, want zoals de Pakistan Observer stelt, de uitbundige militaire bestedingen van India “betekent ook een zware uitdaging aan de buurlanden.” Kortom wat een Zuid-Aziatische wapenwedloop genoemd kan worden is reden om zelfs meer wapens te verkopen.

De Nederlanders bereiden een tripje voor naar de IDEX wapenbeurs in Abu Dhabi. In februari 2015 organiseren de NIVD en de Netherlands Aerospace Group (NAG) dit in samenwerking met de ministerie van Buitenlandse Zaken, Economie en Defensie. Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert zal persoonlijk het hoofd van de delegatie zijn. De Nederlandse deelname aan IDEX zal zich voornamelijk richten op marine technologie, maar er is meer. (Zie de IDEX website voor het meest actuele overzicht van deelnemers.) De Nederlandse stands staan tussen die van Rusland en Turkije in. Het Midden-Oosten is de regio met de hoogste militaire uitgaven na de NAVO-landen en Oost-Azië. Voor wapensmeden is het absoluut de plaats om heem te gaan.

Dichter bij huis is een volgende mogelijkheid om verkopen en winsten op te vijzelen. Van 3 tot 5 juni gaat het wapen-industriecircus naar Rotterdam voor de Underwater Defence Technology (UDT) beurs. Onderzeeërs, torpedo's en sonar, het hele scala onderwater moordenaars zal er aanwezig zijn. Sommige onderzeeërs zijn of worden bewapend met nucleaire wapens, zoals die van Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, VS en Israël. De laatste keer dat UDT zijn tenten in Nederland opsloeg was in 2005 in Amsterdam. Bedrijven zoals Lockheed, Martin, Airbus (EADS), Thales, Raytheon, British Aerospace en Finmechanica waren aanwezig. Samen namen ze destijds eenderde van de wereldwijde wapenverkopen voor hun rekening. De 2005 UDT-wapenbeurs stuitte op stevige protesten en was enkele uren effectief geblokkeerd. De burgemeester van Amsterdam, Job Cohen, stelde dat hij de beurs niet kon sluiten, maar hij was er ook niet blij mee. De Socialistische Partij protesteerde de tentoonstelling van bommen.
In 2014 stelde de Rotterdamse partijen NIDA en SP voor om wapenbeurzen uit de stad te weren. Burgemeester Aboutaleb wil dat er binnen de gemeenteraad een debat wordt gevoerd rond de wenselijkheid van wapenbeurzen in de stad. Dit als reactie tegen de NIDV-beurs.

Het stoppen van wapenbeurzen heeft een geschiedenis. De International Training and Exhibition Conference (ITEC) bijvoorbeeld kreeg eind jaren negentig te maken met protesten van leden van de Haagse gemeenteraad. In 1999 bezochten ze de beurs (samen met een vertegenwoordiger van ITEC mocht ik vertellen wat er te zien was). ITEC ontmoette daarna overal protesten, in Amsterdam, Den Haag en Keulen. Volgend jaar wordt de beurs georganiseerd in Praag. Franciscaanse demonstranten, die ITEC door heel Europa volgen, mochten een volgende overwinning incasseren. De gemeenteraad van Keulen verklaarde dat het met drie maal ITEC faciliteren in de Kölner Messe genoeg was geweest!

Het is wapenbeursseizoen. Het protesteren tegen wapenbeurzen kan de mode worden deze winter en voorjaar. 

Geschreven voor Konfrontatie en Stop Wapenhandel (english)

maandag 10 januari 2011

Nederlandse wapenexport naar recordhoogte

Hieronder een persbericht van de Campagne tegen Wapenhandel

(Vorig jaar leidde dit jaarlijkse rapport - nadat het de Volkskrant haalde - tot vier verschillende blogs. Eens kijken of dat dit jaar weer zo is.)

Groningen, 11 november 2009 – In 2008 bereikte de Nederlandse wapenexport een recordhoogte van ruim 1,25 miljard euro, zo blijkt uit de vandaag verschenen “Analyse Nederlandse wapenexportvergunningen 2008” van de Campagne tegen Wapenhandel. Een aantal uitvoervergunningen botst duidelijk met de Europese wapenexportcriteria waaraan Nederland zich heeft verbonden.

Zo werd toestemming gegeven voor wapenzendingen naar Pakistan, Saoedi-Arabië en Jemen, ondanks gewapende conflicten en mensenrechtenschendingen in die landen. Indonesië, waarmee Nederland een langlopende ontwikkelingsrelatie heeft, steekt zich met 316 miljoen euro voor de aanschaf van twee korvetten en bijbehorende radarvuurleiding nog dieper in de schulden.

Nederland laat wapentransporten via Schiphol en Rotterdam ongehinderd passeren als de vracht afkomstig is van bondgenoten. Zodoende liet men twee Tsjechische wapentransporten met ondermeer 20.000 geweren door op weg naar Sri Lanka. Ook werd niet opgetreden tegen een massale vracht Amerikaanse munitie voor Georgië, die eind juli – vlak voor de oorlog tegen Rusland - op Schiphol werd aangemeld.

Daarnaast vallen een groot aantal exporten van nachtzichtapparatuur op voor de krijgsmachten van India, Marokko, Thailand en China. Tegen China loopt nota bene een (beperkt) Europees wapenembargo. Het Libische leger is voor het eerst in decennia weer een acceptabele bestemming; aan dictator Khadaffi werd een radar verkocht.

“Nederland houdt een dubieuze reputatie hoog als grote wapenexporteur” vindt onderzoeker Frank Slijper van de Campagne tegen Wapenhandel. “Economische en bondgenootschappelijke argumenten wegen vaak zwaarder dan mensenrechten, vrede en veiligheid”.

De “Analyse Nederlandse wapenexportvergunningen 2008” is te vinden op www.stopwapenhandel.org

Kreeg ik ook nog binnen:

De emailnieuwsbrief van de Campagne tegen Wapenhandel verschijnt vier keer per jaar. Aanmelden en afmelden kan via info@stopwapenhandel, ovv ‘nieuwe abo nieuwsbrief’of ‘einde abo nieuwsbrief’. Ken je mensen in je omgeving voor wie deze email nieuwsbrief interessant kan zijn, stuur hem dan door!

Eerder Volkskrantblog 11 novembere 2009