Posts tonen met het label kernwapens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kernwapens. Alle posts tonen

dinsdag 24 december 2019

Drakendoder India?

Dragon On Our Doorstep: Managing China Through Military Power door Pravin Sawhney en Ghazala Wahab beschrijft de rammelende militair strategische positie van India met betrekking tot China. Het boek eindigt met de zin: “We zijn het aan de geschiedenis en geografische ligging van India verplicht een strategische speler op het wereldtoneel te worden.” India is ver van dat doel verwijderd, blijkt uit het boek. Het zou zelfs niet staat zijn een oorlog met Pakistan te winnen. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met het feit dat militaire ontwikkelingen nauwelijks een rol spelen in de landelijke politiek. Er is geen inzicht, maar ook geen organisatie, geen militair industriële basis, en conflicten die het land verzwakken worden niet opgelost.

De schrijvers zijn eigenlijk vooral negatief over de stand van zaken. Het boek is daarmee niet een oproep voor meer geld en middelen, maar voor meer beleid. En een enkele keer voor meer terughoudendheid in militair of repressief beleid. 

Pakistan

De auteurs staan lang stil bij het conflict met Pakistan dat een nauwe bondgenoot is van Beijing (banden die sinds de publicatie van het boek in 2017 alleen maar zijn versterkt). De krijgsmachten van beide worden vergeleken, zowel inbedding in het politieke systeem en aansturing, als kwaliteiten van de luchtmacht, marine, landmacht, veiligheidstroepen, kernwapens als defensie-industriebeleid (dat in India ook al rammelt als een oude bus). Pakistan komt veruit als beste uit de bus, vooral omdat het militair veiligheidsbeleid heeft dat zich richt op macht, terwijl India zich beperkt tot het hebben van een leger en wapens.

Het gewicht van de geschiedenis, de ideologische verschillen en vooroordelen wegen te zwaar om het conflict snel op te lossen. Als een eerste stap pleiten ze voor gelijke wederzijdse ontwapening in de hoogvlakten, daar waar India en Pakistan tegenover elkaar staan. Een dergelijke stap zou in het belang zijn van een oplossing voor Kashmir, de spreekwoordelijke molensteen in het conflict tussen beide landen. Tevens zou dit een halt toe kunnen roepen aan de bewapeningswedloop. Het zou betekenen dat China zijn strategie ten opzichte van India aan zou moeten passen. Het is kortom een noodzaak.

Grenzen

De schrijvers trekken langs de grenzen tussen India en Pakistan (Line of Control, LC) en die tussen China en India (Line of Actual Control, LAC), waarbij het hooggebergte een voorname rol speelt. Grensconflicten rond de LC zijn op te lossen als er een oplossing voor Kashmir zou zijn. De grensconflicten met China zijn dat niet, maar ook dat onderkennen zou al een wenselijke stap zijn. Ze sommen de Indiase zwakheden en de Chinese kracht op (infrastructuur, geografie, wederzijdse afspraken). Het is een tocht die levendig wordt, omdat de schrijvers zelf de buitenposten en militaire bases bezochten. Je wandelt zo nu en dan mee de bergen op naar de besneeuwde passen, waar boven het goed geoutilleerde Chinese leger wacht. Maar het blijft niet bij anekdotische informatie. De landen worden niet gespaard als het gaat om het geven van voorbeelden waar de wedloop op de spits werd gedreven in plaats van afgeremd of gestopt.

De kwestie van de grensconflicten werd eind december nog besproken in een Chinees-Indiase top. Beide zijden verklaarden dat het oplossen van de grensconflicten noodzakelijk is voor het bewaren van vrede en rust. Of daarmee de volgens auteurs, zwakke positie van India is verbeterd, is onduidelijk.

Kernwapens

Opvallend is de visie dat India af zou moeten stappen van zijn drieledige nucleaire politiek: lange afstandsbommenwerpers, nucleaire onderzeeboten en lange afstandsraketten op land. De luchtmacht is te zwak om die taak erbij te hebben en zou ze moeten beëindigen. Die stap zou gebruikt moeten worden om vertrouwenwekkende maatregelen (CBMs) te bespreken met Pakistan. Bovendien zou het afschaffen van de nucleaire luchtmachttaak de kans op een onbedoelde nucleaire escalatie verkleinen, omdat Pakistan niet meer bang hoeft te zijn dat een vliegtuig mogelijk met kernwapens haar luchtruim binnendringt tijdens een conflict. De atoomonderzeeboten moeten vergroot worden en eigenlijk zijn vooral de op land gestationeerde kernwapens waar de schrijvers het meeste fiducie in hebben.

Tibet

Ze lopen ook langs de minder prominente veiligheidsproblemen, zoals de Tibetaanse enclave en regering in ballingschap in India. Het is te verwachten dat de 15e Dalai Lama zal reïncarneren in India. De grote aanwezigheid van het boeddhisme in India, zou Delhi uit moeten spelen om het land status te geven in de Boeddhistische wereldgemeenschap en die van Zuidoost Azië in het bijzonder (waar volgens de auteurs dit geloof dominant is, hoewel je met evenveel recht de Islam er als dominant kan benoemen. Een notie die gezien de huidige aanval op de islam door de Indiase regering niet onbelangrijk is). India doet niets met dit voordeel. Dat zou wel moeten, waarmee religie als politiek middel wordt bepleit. Bijna alsof India met godsdienststrijd nog niet voldoende problemen heeft.

In China heeft president Xi Jinping verklaart dat Tibet sinds de oudheid al deel is van China. Dat dit historisch gezien geen grond heeft, doet er voor Beijing minder toe. In de hoofdstukken rond Tibet worden zowel de Chinese als Indiase positie uiteengezet, waarbij veel aandacht voor de Tibetaanse guerrilla's (de Special Frontier Force, getraind en bewapend door de CIA en haar voorloper, de American Committee for Free Asia) en de buitenlandse invloed op de Dalai Lama.

Verzet

Van het Tibetaanse recht op zelfbeschikking gaat het boek naar de conflicten met de maoïsten in het noordoosten, oosten en meer en meer naar het midden van het land. Ook hier ontbeert het overheidsbeleid inzicht en betrokkenheid. Beleid wordt op afstand gemaakt en al snel wordt niet gekozen voor het verlichten van de zorgen van de bevolking, maar voor repressie door politie en inlichtingendiensten. Dit is verspreid over 15 staten en werkt samen over organisatie en partij politieke en nationale grenzen heen. De harde hand uit Dheli versterkt alleen maar de zaak van het verzet en zo duren de conflicten voort. Bij deze onderdrukking wordt zelfs gebruik gemaakt van inzet van land- en luchtmacht. In 2015-16 werden 116 bataljons paramilitairen (600-1,200 manschappen elk) ingezet om het maoïstische verzet de kop in te drukken. Sensitief beleid en meer bevoegdheden naar lokale bevolking zou veel beter werken, stellen Pravin en Wahab.

De huidige Hindoeïstische regering heeft volgens de schrijvers nog een ander probleem. De BJP staat ideologisch en op een gewelddadige wijze diametraal tegenover de maoïsten. Wetgeving (Right to Fair Compensation and Transparency in LandAcquisition etc. bijvoorbeeld) die de positie van de bevolking in het oosten zou moeten beschermen, wordt afgeschaft.

Het verzet bindt niet alleen manschappen van de Indiase land- en luchtmacht aan binnenlandse veiligheid, het geeft China ook toegang tot India door levering van wapens, het krijgen van inlichtingen en de conflicten tasten de kwetsbare Indiase cohesie aan. Het oplossen ervan is daarom ook gezien vanuit internationaal veiligheidsperspectief belangrijk. Voorlopig lijkt de regering Modi alleen maar olie op het vuur te gooien (lees bijvoorbeeld de visie van Arundhati Roy).

Krijgsmachtonderdelen

De Indiase marine is overvraagd, ze leidt aan ziekte van overstretched commitment, zoals de auteurs het uitdrukken en heeft geen militaire strategie die haalbaar is. De Chinese marine is niet meer weg te denken uit de wateren rond India (zie havens: Gwadar in Pakistan, Hambantota op Sri Lanka, Sonadia in Balgladesh en het Birmese Maday). De Pakistaanse marine opereert in nauwe samenwerking met de Chinese en daarmee is een realiteit ontstaan waar India maar moeilijk mee uit de voeten kan. Daarop zou India moeten reageren.

Het lijkt er echter op dat de marine zich om binnenlands politieke overwegingen meer moet richten op de strijd tegen Pakistaanse infiltranten. Dat is niet verrassend volgens de schrijvers: India is altijd een land geweest dat zijn maritieme taak heeft verwaarloosd. Daar waar sprake was van een positieve beeldvorming van de marine – optreden tegen Pakistan in 1971 – werd dit teniet gedaan op het moment dat Mumbai in 2008 vanuit zee werd aangevallen door aan Pakistan gelieerde terroristen. Niemand had ze zien aankomen. Niemand was voor dat euvel verantwoordelijk. Een tocht langs de betrokken instanties en beleidsvoornemens door de schrijvers, laat ook hier zien dat er ook nadien weinig handen en voeten worden gegeven aan een veiligheidsbeleid in de kustwateren.

Er is evengoed veel kritiek op andere krijgsmacht onderdelen. De luchtmacht zou beter meer piloten op kunnen leiden dan meer staaljagers kopen, en ervoor zorgen dat er voldoende reserve onderdelen zijn zodat de gevechtsvliegtuigen die er zijn beter gebruikt worden. De landmacht doet taken waar ze niet voor bedoeld is (contraguerrilla en politietaken bijvoorbeeld; 30% zit in Jamu & kashmir) en zet zo manschappen en middelen misplaatst in en zorgt voor een verschuiving van de inhoudelijke oriëntatie, waaraan ze toch al een gebrek heeft. Het Indiase leger groeit qua aantallen manschappen (1 miljoen in 1990 en 1,23 miljoen in 2015; een groei met bijna een kwart) en dat in een tijdperk dat geavanceerde technologie eerder dan vele militairen de doorslag zullen geven in een conflict.

Wapenindustrie

De schrijvers vragen in 2013 aan de onderdirecteur van het Russische wapenverkoopbureau Rosobornexport of het klopt dat India verouderde onderzeeboottechnologie uit 1973 was verkocht. Dan antwoord de Rus: “hadden jullie het al?” Na een stilte die een nee verraadde: “in dat geval is dit state of the art voor jullie.” Het is een anekdote die de Indiase industrie zelfs na jarenlang samenwerking met Europese, Israëlische en Amerikaanse partners in zijn hemd zet.

In een recent artikel in The National Interest schrijft Richard A. Bitzinger: “Opmerkelijk is dat het communistische China meer vooruitgang geboekt heeft met het introduceren van vrije markt mechanismes in zijn wapenindustrie.” Het is een sterk ideologisch gekleurde opmerking om de Chinese en Indiase defensie-industrie te vergelijken en wel in het voordeel van de eerste. Voor wie de draak op de deurmat heeft gelezen biedt het Bitzingers artikel geen nieuws.

Als je wilt doen alsof je een binnenlandse wapenindustrie hebt, noem je gewoon alles wat binnenslands wordt gemaakt Indiaas, ook als dat alleen eindassemblage inhoudt. Het maakt dan niet meer uit waar het is ontworpen of wie de rechten op de producten heeft, het klinkt voor de oppervlakkig luisteraar wel goed. India maakt schepen, maar “alle motoren worden geïmporteerd,” klinkt minder succesvol.

De marinebasis in Karwar (waar de organisatie Stop Wapenhandel jaren geleden nog tegen ageerde, omdat de toekomstige nucleaire basis door de Nederlandse Hashkoning met hulp van de Nederlandse staat werd aangelegd) zou uit kunnen groeien tot een belangrijke haven, maar daar moet dan wel in geïnvesteerd worden. In de haven van Pipavav staan grote kranen, maar aan zelfstandig scheepsontwerp is niet gedacht. Ook hier somberheid troef. “Het is is de logica zelf dat een land dat nog niet eens in staat is geweest een 'acceptable' geweer voor zijn militairen te maken, maar moeilijk meer geavanceerde maritieme wapens kan maken, zoals raketten, torpedo's, kanonnen etc. Ad hoc worden vellen ervan (die niet direct worden geïmporteerd) gemaakt in India op basis licenties van Europese of Israëlische bedrijven.” (Ik citeerde dit al eerder in het engelstalige blog: India major customer for EU-weaponry.)

De schrijvers kijken bij de ontwikkeling niet naar de mooie woorden, die bijna dagelijks in de Indiase pers te vinden zijn, maar naar cijfers en welke voordelen India heeft bij de breed uitgemeten samenwerkingsprogramma's met buitenlandse partners en dan valt dat vrijwel altijd tegen. Maar misschien is niet zozeer het opzetten van een wapenindustrie van belang (m.u.v. munitie en andere zaken nodig als een conflict uitbreekt) maar het ontwikkelen van capabele moderne strijdkrachten, schrijven ze bijna hopeloos.

Kashmir

Het belangrijkste voor een geostrategische verbetering van de Indiase positie vis-à-vis China is het oplossen van de kwestie Kashmir. De schrijvers constateren echter dat de politieke leiding zichzelf steeds opnieuw voorspiegelt dat er in Kashmir eigenlijk niet zo veel aan de hand is en dat het onder controle is. Dat draagt het risico in zich dat de rot er insluipt en de zaak permanent verziekt. Het voorkomt ook een remedie. In ieder geval lopen processen steeds vast op een politieke kink in de kabel, bewust of onbewust veroorzaakt, een aanslag, een regeringswisseling e.d. Het wordt tot in detail beschreven. Het is een falend beleid waarvan uiteindelijk de bevolking van Kashmir de dupe is.

In het hoofdstuk rond Kashmir wordt ook aandacht besteed aan het protest en radicalisering. Hoe beoordeel je dit en hoe ga je er mee om. De schrijvers merken op dat India, net als het Westen, de fout maakt om opstandelingen als misleide jongeren te zien of als terroristen, alsof er geen enkele context voor hun handelen zou zijn. Op die manier blijft het op lossen van de grondoorzaken voor de conflicten uit en bestaat het gevaar dat zo'n kwestie alleen maar verergert.
Het is van het grootste belang voor ons om voor de kwestie Kashmir met een permanente oplossing uit te werken, het stoppen met de vervreemding van de moslims in het land, zodat ze niet het terrorisme in getrokken worden en het terugtrekken van de AFSPA-wetten [die bijzondere bevoegdheden aan het leger verlenen]. Infiltratie heeft resultaten, maar beter zou het zijn het vertrouwen op te bouwen met de moslim gemeenschap, zodat ze zullen bijdragen aan een oplossing: Dit zal niet werken als de politie check punten in wijken opzet, lokale mensen mishandelt en ze allen als terroristen behandeld.” Een oplossing van het conflict maakt troepen vrij voor samenwerking en ontwikkeling in de hele regio. Bovendien opent het ruimte voor besprekingen bijvoorbeeld rond de grensgeschillen met China, de 3488 km lange LAC.”
De schrijvers zijn voorlopig ingehaald door de geschiedenis. De Modi regering heeft laten zien dat ze de kwestie niet op wil lossen, maar uit de weg ruimen door juist oude afspraken over het bestuur van Kashmir met voeten te treden. Al in augustus 2016 had Modi gezegd dat India bezet Kashmir terug wil hebben uit Chinese en Pakistaanse handen. De auteurs merken verbaasd op dat China 42.000 vierkante mijl binnen haar grenzen heeft en en China en Pakistan samen 47.645. Het spreekt vanzelf dat China en Pakistan die nieuwe visie uit Delhi niet toejuichen. Hoe dit zich gaat ontwikkelen is moeilijk te voorspellen, maar dat het de veiligheid van India zal vergroten is een gok die lijkt op een extreme bungy jump van grote hoogte aan slap elastiek.

Pravin Sawhney stelde op zijn twitter account dat Modi de veerkracht van de Kashmiris zwaar heeft onderschat “gebogen hoofden betekent niet dat ze hun nederlaag hebben geaccepteerd,” en van normalisering is nog lang geen sprake. Trots, miscommunicatie, ontsporing van op stapel staande initiatieven en onbegrip hebben die oplossing tot nu toe voorkomen. Het moet er toch ooit van komen.

Tenslotte

India moet volgens de schrijvers beseffen dat alleen het roepen dat het een geostrategische speler is geen zin heeft als dit niet ook gestoeld is op economische en militaire macht. Halverwege het boek vatten ze hun programma samen in een paar zinnen:
“India moet zijn eigen militaire macht opbouwen, haar Tibet-politiek herzien, eervol interne opstanden oplossen, bilateraal nauwe banden opbouwen met de VS en tri-nationaal, inclusief Japan, om gezamenlijke dreigingen in Azië, Stille en Indische Oceaan regio, en de Act East Policy versterken door de banden aan te halen met ASEAN en andere aan zee liggende landen.”
Het is zeker geen boek dat geschreven is vanuit de vredesbeweging, alleen al het advies om de kernwapenpolitiek anders in te richten of het gebruiken van religie als machtsmiddel geeft dit aan. Het leeuwendeel van het boek handelt erover dat India nog veel te verbeteren heeft als het gaat om de krijgsmacht en militaire infrastructuur. Het geeft daarmee inzicht in het strategische denken omtrent India, en biedt zelfs enige gedachten rond het oplossen van binnenlandse conflicten en conflicten met Pakistan. De auteurs geven samen het defensie periodiek Force uit, maar dat betekent niet dat ze onderhandelingen, conflictbemiddeling en vertrouwenwekkende maatregelen geen rol laten spelen in hun visie.

Uiteindelijk lijkt geen enkele Aziatische partij belang te hebben bij het ontsporen van de relaties tussen India en China. Het is wel de vraag of India gebaat is bij het maken van beleid vanuit het adagium uit de klassieke oudheid dat wie oorlog wil voorkomen, zich moet voorbereiden op oorlog of door een variant met minder omwegen: dat wie vrede wil zich voor moet bereiden op vrede. Dat hoeft niet op naïeve wijze, maar kan doordacht en in samenwerking met anderen en anders dan het sluiten van nieuwe militaire bondgenootschappen tégen China, waardoor het conflict slechts op de spits wordt gedreven. Dat India zijn interne huishouding niet op orde heeft, hoeft zo'n zoektocht en beleid niet te belemmeren, het kan ook een kans zijn.

zondag 8 november 2015

De mens en mot als wapen

Afgelopen zomer was Damiaan Denys een van de zomergasten. Denys is hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het AMC-zieknhuis. Hij richt zich op angst en dwangstoornissen en past bijvoorbeeld diepe hersenstimulatie toe bij psychiatrische stoornissen. Denys vertelde dat hij door DARPA was gevraagd om medewerking, maar het niet had gedaan.
Voor wie de Defense Advanced Research Project Agency (DARPA) enigszins kent is het geen verrassing dat ze hem vroegen. Angst bestrijden past bij maken van efficiëntere soldaten. Ook de wijze waarop de in Amsterdam werkzame pyshiater werkt sluit aan. DARPA doet onderzoek naar technologie die de militair vrijwaart van slaperigheid (zodat hij 24/7 kan vechten) of die hem met een chip aanstuurt om afleidende gedachten en angst te onderdrukken. De toekomst van de soldaat als zelfs neurologisch aangestuurde vechtmachine is dichterbij dan we willen weten.

De Jong keek glazig: DARPA? Hij had er nog nooit van gehoord; en is vast de enige niet. Toch is het een onderzoeksinstelling met een enorm budget en breed onderzoeksveld naar alles wat de oorlog kan gebruiken. De totale omvang van het budget voor 2015 was US$ 2,91 miljard (exclusief geheime programma's). Dat is vergelijkbaar met de totale jaarbegrotingen van Princeton en Harvard samen. Die Universiteiten zijn wel breed bekend.

Een groot deel van die leemte in kennis is te verhelpen. Een lijvig boek, The Pentagon's Brain, van de Amerikaanse journaliste Annie Jacobsen (die haar sporen verdiende bij het Los Angelos Times Magazine ) brengt de ontwikkeling van het instituut in kaart van de oprichting in 1958 (als ARPA) tot 2015 als het wordt aangestuurd door centrale personen in de Amerikaanse defensie-industrie, het Pentagon en de wetenschap.

Het is een Amerikaans boek. Met een Amerikaanse vertelwijze. Niet alleen wordt communisme consequent tegenover democratie gesteld, maar ook door verhalen te schilderen waarin de mens en waar hij vandaan komt kleur brengt op de wangen van de bedenker van Agent Orange en de waterstofbom; de american dream in de wereld van militair onderzoek. Het leest mede daardoor als een trein. Je zou bijna vergeten dat je het niet alleen voor je plezier leest, maar ook om er wat uit op te steken over de ontwikkeling van wapens en militaire kennis en technologie: wat was, wat is en wat komt. Vooral die laatste vraag houdt DARPA bezig; verrassen, niet verrast worden is de doelstelling. Vandaar ook de belangstelling voor zich ontwikkelende velden als neurowetenschap.

Het ruim 500 pagina's dikke boek begint vlak na de Tweede Wereldoorlog met atoomproeven, het raketschild volgt (met het idee een magnetisch veld in de ruimte te creëren met behulp van kernexplosies, zowel de Sovjet Unie als VS doen hiernaar proeven). Veel van de verbonden wetenschappers zijn – door start van de organisatie – dol op de bom, maar het idee vanuit het Pentagon om de Hồ Chí Minh route te vernietigen met het gebruik van kernwapens ging de groep wetenschappers die zich verzamelde onder de mythische naam Jason te ver. Er zouden per jaar 3.000 tactische kernwapens nodig zijn om de aanvoerlijn van Noord naar Zuid-Vietnam permanent kapot te bombarderen. Veel DARPA projecten, zoals de drone, M-16 geweer, begonnen wel tijdens de Vietnamoorlog.

Toch werd ARPA uit het Pentagon gezet. Na de oorlog in Zuidoost-Azië is de het een van de vele instituties die zijn geloofwaardigheid is verloren. Het mag zich alleen nog op militaire projecten richten. Vandaar ook dat het in 1973 een D voor zijn naam zette. “Als de Instelling moest gaan overleven en schitteren, dan zou het zichzelf opnieuw moeten uitvinden,” (p. 238) schrijft Jacobsen. Dat lukte en daaraan hebben we te danken dat een mot tijdens zijn metamorfose ingeplante bedrading, een zender en ontvanger opneemt in het weefsel van hersenen en lichaam. Dat is geen toekomst, maar gebeurt al en is een voorbeeld van een zogenaamde biohybride, gedeeltelijk dier en gedeeltelijk machine. De motten moeten worden uitgerust met sensors of explosieven.

Het overgrote deel van de onderzoeken is confidentieel: “als DARPA bezig is met het klonen van mensen, dan zullen we dat later pas weten” (p. 436). Zoals Columbus zocht naar nieuw land, zo zoekt DARPA methodes om wetenschap in te zetten om toekomstige oorlogen te vechten, inclusief killer robots en in extremis met soldaten die met “afstandsbesturing of -controle” opereren. Ze zet ook wetenschap in om methoden te vinden het publiek daarmee vertrouwd te maken.

“De kracht van DARPA is dat het vragen financiert,” (p. 433) zegt David Gardiner die onderzoek doet naar methoden om verdwenen ledematen opnieuw aan te laten groeien. Hoe gemakkelijk die subsidie potjes opengaan, bleek toen in 1973 Bob Taylor binnenkwam die onderzoek wilde doen naar de mogelijke samenwerking tussen computers van verschillende universiteiten. Na 20 minuten stond hij weer buiten met een miljoen dollar om zijn onhaalbaar geachte idee uit te werken. Dat informatie de weg van de minste weerstand zoekt op het internet is van dat geslaagde onderzoek het resultaat.


Wilfried lees dat boek. Volgens mij zal het je boeien. Het is geschreven met dezelfde oprechte belangstelling voor de betrokkenen als waarmee jij sporters, jazzmusici en fotografen tot leven brengt. Het opent bovendien het zicht op wat science fiction leek, maar science wetenschap is geworden. Hoe angst te overwinnen is vanzelfsprekend van belang in militair onderzoek. Denys zou ingeschakeld zijn voor dit onderzoek, als hij dit financiële aanbod met grote kans op vervolg niet op ethische gronden had geweigerd. Je gast liet je dat weten tijdens die Zomergastenuitzending eind augustus. Hij verdiende applaus. Maar belangrijker is dat het niet alleen aan Denys is om wat te vinden van het gebruik en de aansturing van de wetenschap door militairen en defensie-industrie voor de meest vergaande ideeën. Het is aan alle 21ste eeuwse burgers. Het boek The Pentagon's Brain zet je daarover aan het denken.

 Geschreven voor Konfrontatie.

dinsdag 12 februari 2013

Veroordeel alle kernwapens


Het staat vast dat Pyongyang een kernproef heeft uitgevoerd. Of dit de eerste, tweede of mogelijk zelfs de derde proef is, is onduidelijk. Het land kiest daarmee voor verdere escalatie. Lange tijd gebruikte het zijn middellangeafstandsraketten en atoomprogramma om de internationale gemeenschap te dwingen politieke concessies te doen en onmisbare goederen te leveren, zoals voedsel en brandstof. De proef van vandaag zet de regionale veiligheid in Azië op het spel. De NAVO, VS, China en Nederland en vele anderen hebben de proeven dan ook terecht veroordeeld.

Nu wordt het zaak Noord-Korea diplomatiek onder druk te zetten om af te zien van verder ontwikkeling van het kernwapenprogramma. De onmiddellijke veroordeling door Beijing biedt daarvoor aanknopingspunten. China is immers de belangrijkste buitenlandse steunpilaar voor het Noord-Koreaanse regime.

Toch kan een dergelijke druk niet los worden gezien van art. VI uit het NPT-verdrag waarin de lidstaten - met alle mitsen en maren - zichzelf de opdracht geven tot nucleaire ontwapening. In de Asia Pacific region zijn al jarenlang groepen actief die pleiten voor een dergelijke ontwapening. India, China, Rusland en de VS (ja dat is ook een regionale macht in Azië) hebben kernwapens in de regio. Japan is binnen korte tijd, naar eigen zeggen, in staat een kernwapen te produceren.

Het is zaak dat nu niet alleen op Noord-Korea wordt gefocussed, maar dat de nucleaire veligheidssituatie in Asia Pacific in zijn gheel onder ogen wordt gezien. (Ik besef terdege dat er mensen zullen zijn die uit kunnen leggen als afleiding van de hoofdschuldige van dit moment.) Maar op lange termijn gaat de nucleaire druk van de ketel als alle nucleaire wapens in de regio meegenomen worden. Bovendien zijn veel mensen in de regio ook niet gediend van de nucleaire wapens van anderen de regio. Aanzetten om een nucleaire vrije zone te bereiken zijn al gegeven. (Er staan legio rapporten en artikelen op de site van Nautilus.)

Kernproeven naar land (van Wiki)

De kernmachten hebben ten minste 2000 kernproeven uitgevoerd:

Meer dan 2000 kernproeven hebben plaatsgevonden door de acht kernmachten op meer dan een dozijn testlocaties rond de wereld. (de Noord-Koreaanse mogelijke kernproef is nog niet weergegeven.)
Verder zijn er minstens drie beweerde/betwiste/niet erkende kernexplosies geweest. Van deze is het Vela incident de enige die serieus genomen kan worden als een mogelijke kernproef in de Indische Oceaan in 1979 door Israël en Zuid-Afrika.

Grafiek van kernproeven (Noord-Korea nog niet weergegeven).

dinsdag 6 maart 2012

Nederlands geld voor kernwapens


In het onlangs verschenen rapport 'Don't bank onthe bomb' wordt onder het kopje Nederland één Nederlandse producent van kernwapens genoemd: the European Aeronautic Defence and Space Company (EADS). EADS is de producent van het civiele Airbus passagiersvliegtuig, maar ook – via het bedrijf MBDA, waarin het één van de drie aandeelhouders is – van een nieuw type kernraketten. Daarnaast produceert en onderhoudt EADS de Franse kernraket M45. De EADS productie vindt grotendeels plaats in het buitenland, het hoofdkantoor van het bedrijf is om belastingtechnische redenen in Nederland gevestigd: internationaal opererende bedrijven krijgen in Nederland forse belastingvoordelen.

De grote betrokkenheid van Nederland bij kernwapenproductie blijkt vooral in de financiële sector. Nederland heeft grote banken. In de Fortune top-500 komen ING, Aegon en Rabobank voor. De drie behoren tot de grootste zesbedrijven van ons land. Het rapport 'Don't bank on …' vermeldt ING en Aegon. Aegon investeert via Transamerica en Kames Capital in Alliant Techsystems, Babcock International, BAE Systems, Boeing, Finmeccanica, Honeywell International, Rolls-Royce and de Serco Group. ING investeert in Boeing, EADS, Honeywell International en Safran. Al die bedrijven zijn betrokken bij kernwapenproductie. (Voor een korte beschrijving van de activiteiten van de bedrijven zie, pag 7 van 'Don't bank ...')

Een kleine tien jaar geleden begon de huidige golf van acties tegen de financiering van de defensie-industrie door Nederlandse financiële instellingen met het aankaarten van de ABN-AMRO investeringen in Insys, een bedrijf voor het onderhoudt van clusterbommen. De actie werd gestart door de Campagne tegen Wapenhandel en verbreide zich al snel via Kamervragen, acties, betrokkenheid van de PvdA en SP etc. naar een breed publiek. Kort daarop werd Netwerk Vlaanderen http://www.fairfin.be/ – tegenwoordig FairFin – in Nederland actief om de banken te bewegen niet te investeren in verkeerde wapens. De Campagne tegen Wapenhandel richtte inmiddels zijn pijlen op de Rabobank en ING die een levering van oorlogsschepen naar Indonesië financierden. (In 2011 financierde ING nog voor ruim vijftig miljoen euro de levering van reserve onderdelen voor deze schepen.) Een deal waaraan ABN-AMRO bewust niet deel wilde nemen nadat het informatie had ingewonnen bij een Nederlandse hoogleraar en Indonesiëdeskundige die de deal wegens de mensenrechten situatie afraadde. Niet investeren in wapens scoort goed bij het publiek en daarvan maken niet alleen de Triodos en ASN-bank gebruik.

Als het gaat om investeringen met Nederlands kapitaal moeten de pensioenfondsen niet vergeten worden. Dit zijn grote spelers op de internationale kapitaalmarkt. In 'Don't bank …' komt echter alleen het Unilever Pensioenfonds Progres voor als fonds dat de productie van nucleaire wapens financiert. Eén pensioenfonds is een flinke vooruitgang vergeleken met eerdere rapporten. In 2007 publiceerde de Campagne tegen Wapenhandel een overzicht van de investering vanpensioenfondsen in wapens en goederen waarmee de mensenrechten werden geschonden. In dat overzicht komen nog enige tientallen bedrijven en fondsen voor die in kernwapens investeren. De activiteiten van de Campagne tegen Wapenhandel en het Netwerk Vlaanderen werden gevolgd door acties van OxfamNovib en Pax Christi op dit vlak (doorgaans ondersteund door de Nederlandse onderzoeksorganisatie Profundo). Al die activiteiten haalden uitgebreid de media en pensioenfondsen en banken pasten hun investeringen aan. Het is bijna ongelofelijk hoeveel bedrijven er onder publieke druk inmiddels door financiers zijn afgestoten.

De Eerlijke Bankwijzer, gemaakt door een brede coalitie van maatschappelijke organisatie, geeft overzichtelijk weer op welke terreinen financiële instellingen slecht scoren. Ook hier komen we Aegon en ING (investeert in kernwapenproducenten als die minder dan de helft van de omzet uit wapens halen) weer tegen.

Uit 'Don't bank ...' zou je kunnen opmaken dat de strijd bijna gestreden is. Helaas. Deze week publiceerde de Campagne tegen Wapenhandel een overzicht vaninvesteringen door pensioenfondsen in kernwapenbedrijven. In die lijst staan tientallen Nederlandse pensioenfondsen. Gegevens komen van de pagina's van de fondsen zelf (maart 2012). Het gaat daarbij om bedrijven die kernwapens en onderdelen daarvoor produceren of onderhouden. Ze worden door CtW gegroepeerd per bedrijf. “Er zijn nog best veel fondsen die investeren in kernwapens. Ik heb volledig willen zijn,” zegt Mark Akkermans, de auteur van het Campagne tegen Wapenhandel-rapport. “In 'Don't bank …' is er voor gekozen investeringen kleiner dan een half procent van het totaal aan uitstaande aandelen en obligaties in de kernwapenbedrijven niet op te nemen. Dat vertekent het beeld,” zegt Akkermans. Kijk je naar de kleine en grote Nederlandse investeringen in de kernwapen-industrie dan is nog een lange weg te gaan. “Vier van de vijf grote pensioenfondsen investeren nog steeds in kernwapens, alleen PGGM niet.”

Geschreven voor Sargasso

woensdag 12 januari 2011

NAVO: De strijd van de rede tegen de redelozen

Nog een klein half jaar en dan bestaat het grootste militaire bondgenootschap 60 jaar. De kritiek erop is verstomd of is tenminste beperkt tot gestommel en gestamel tussen de schuifdeuren.

Dit jaar is een document gepubliceerd: ‘Towards a Grand Strategy for an Uncertain World; renewing Transatlantic Partnership’. Het is een tekst geschreven door vijf hoge militairen b.d. Vier generaals en als voorzitter een admiraal. De laatste komt uit Nederland en is voormalig chef-staf van de krijgsmacht Van Breemen. De andere hadden in Duitsland, Engeland, Frankrijk en de VS ook deze hoogste militaire functie. Op 11 september 2001 – kan het mooier -, besloten ze gezamenlijk tijdens een bijeenkomst in Nederland, een werkstuk te maken dat de toekomst van de NAVO als uitgangspunt had. Twaalf keer kwamen ze bij elkaar in Londen of Amsterdam om de tekst samen en met behulp van wetenschappers te bespreken.

Die tekst mag er zijn. Hij is holistisch van aanpak ofwel het gaat om een voorstel tot totale militarisering: “De Westerse wereld en zijn bondgenoten moeten een gezamenlijke strategie overeenkomen die alle voorhanden zijnde middelen zou moeten bevatten, en zich materieel voor moet bereiden op wereldwijde en regionale uitdagingen die we kunnen voorspellen en ook die we niet kunnen voorspellen,” (p. 45).

Als voormalig criticaster van het Soeharto bewind bekroop mij het huiveringwekkende idee met een stelletje Haris Nasutions’ te maken te hebben die voor de NAVO een dwi fungsi doctrine hebben ontworpen. Het bondgenootschap moet niet alleen militair, maar ook sociaal actief zijn, want de risico’s voor de vrije samenleving liggen overal. Het klimaat, de teloorgang van de rationaliteit, globalisering etc. alles vraagt om een antwoord dat deel uitmaakt van de Grand Strategy. De Indonesische Maarschalk op leeftijd Nasution kwam al jaren geleden terug op zijn idee, omdat het misbruikt werd. Vijf krijgshaftige heren uit het Westen doen het nog eens over, maar dan voor de gehele wereld. Hun mandaat daarvoor is de rede en de strijd tegen de redelozen.

Ook als het gaat over wapens nemen de NAVO-pensionarissen geen blad voor de mond. Wie nog dacht dat kernwapens slecht zijn, vergist zich, zelfs in handen van India en Pakistan zijn ze niet per definitie slecht: “The nuclear weapons of India and Pakistan have produced some regional stability, but also a new set of risks and uncertainties” (p. 46). Aan Pakistan worden in het nucleaire kader nog kritische woorden gewijd, India blijft geheel buiten schot. Slecht zijn kernwapens in handen van de tegenstander, zo is de boodschap. Riddereer is allang een edele dood gestorven. De vijand mag zich niet wapenen, maar de good guys, dat is de NAVO en zijn bondgenoten, die moeten daar wel toe in staat zijn. Ze mogen die wapens zelfs gebruiken. “The first use of nuclear weapons must remain in the quiver of escalation as the ultimate instrument to prevent the use of weapons of mass destruction, in order to avoid truly existential dangers” (94).

Zelf slaap ik er gek genoeg ook geen nacht minder om. Vroeger zou ik zijn gaan kladden, plakken, folderen en schrijven. Nu verbaas ik me over het feit dat zoveel militair intellect, gesteund door professoren, niet verder komt dan een propagandafolder vol angstzaaierij en herhalingen, blijkbaar moeten ook de volgelingen van de rationaliteit niet te hoog worden ingeschat; de NAVO-dubbelfunctie met ultieme nucleaire kracht moet er in geslepen worden. Of komt het door het leedvermaak dat ik er zo laconiek onder blijf. Met alle ervaring, kennis, routine en middelen die de NAVO heeft, is ze niet in staat om problemen krachtdadig te lijf te gaan. Een groot aantal landen vertikt het mee te doen aan gevechtsoperaties in Irak en Afghanistan. De eerste de beste dakloze voor de Albert Heijn haalt meer binnen dan Jaap de Hoop Scheffer na zwaar aangezette smeekbedes.

Toch moet je deze propaganda folder wél serieus nemen. Hij is geschreven voor het militaire bondgenootschap dat twee maal zoveel geld aan militairen en wapens spendeert als de rest van de wereld, inclusief de engerts uit Rusland, China, India, Venezuela en Afrika tezamen. Mijn leedvermaak is onverstandig.

Geschreven voor Konfrontatie (2008-02-28) aangepast op 9 december 2008.
Alle onderstrepingen van mijn hand.

dinsdag 11 januari 2011

In dienst van Nederland

In dienst van Nederland, in dienst van de wereld schreef de PvdA Tweede Kamerfractie voorop een nieuw rapport over Defensiebeleid in Nederland. In dienst. Het lijkt een variatie op het gereformeerde aandoende ‘Wereldwijd Dienstbaar’ dat het ministerie van Defensie gebruikte in de titel voor het beleidsplan 2008.

Het PvdA programma is niet gereformeerd, maar pragmatisch. Het wijkt in belangrijke mate af van het beleid van het ministerie van Defensie. In zijn voorstellen lijkt het beter te beseffen waar de grote problemen voor Defensie liggen dan minister Eimert van Middelkoop en zijn door de wol geverfde rechterhand staatssecretaris Cees van der Knaap.

Hoewel de kranten vooral wezen op de bezuinigingen op het grote materieel, blijkt eruit dat de PvdA Tweede Kamerfractie vindt dat meer middelen, meer verstand en meer zorgvuldigheid op het personeel los gelaten moet worden. Het moet afgelopen zijn met seksuele intimidatie en inwijdingsrites. De soldaat moet vanaf het begin gewezen worden op zijn rol als mens in de wereld, zorgzaam voor collega’s en mensen die hij bij uitzendingen tegen zal komen. De 'baas' moet beter voor zijn mensen zorgen.

Ook valt op dat de vervanger van de F-16, de Joint Strike Fighter, niet wordt genoemd.

Het snijden in dubbelingen in de organisatie en het afstoten van nauwelijks gebruikte grote wapensystemen moeten geld opbrengen. Dat moet aangewend worden voor het personeel. De reorganisatie dient ook om de krijgsmacht beter controleerbaar te maken. Want dat valt ook op in het PvdA epistel: Defensie wordt gezien als een organisatie die de vuile was binnen houdt en zelfs de Minister vaak niet voldoende informeert. Forse kritiek.

Bezuinigingen moeten nog een ander doel hebben en dat is efficiëntie bij inzet om vrede naderbij te brengen of de schending van mensenrechten tegen te gaan. Dit optreden wordt in fraaie PR-taal wederopbouw, noodhulp en crisisbeheersing genoemd. Soms is vaagheid troef.

De oorlogen in Afghanistan en Irak worden genoemd, maar wat mij betreft is de zin: “Op de terroristische aanslagen in New York en Washington volgden de oorlogen in Afghanistan en Irak,” wel een erg magere duiding ervan. Blijkbaar moet die uitleg mistig blijven, omdat men binnen de PvdA niet tot overeenstemming kan komen. Tegen oorlog is de PvdA niet, ze ziet de goede kanten ervan, maar noemt het anders, bijvoorbeeld "op oorlog gelijkende operaties".

Er wordt een harde keuze gemaakt in de eerste plaats voor personeel. Maar dat wordt meteen weer teniet gedaan door te kiezen voor een interventionistische krijgsmacht. De uitzendingen zijn immers de grootste aanslag op het personeel.

De partij had meer indruk gemaakt als ze keihard had gekozen tegen Afghanistan, tegen kernwapens (ze willen de Nederlandse kernwapentaak wegens praktische bezwaren niet verlengen, maar hebben geen principiële bezwaren tegen het gebruik) en tegen stand-off wapens (zoals kruisraketten).

Met de PvdA kan Nederland nog steeds deelnemen aan militaire operaties ver weg; aan oorlogen met kernwapens; en – dat is wel het meest bevreemdende zinnetje – "aan interventies waarbij nauw wordt samengewerkt met NGO’s soms zelfs afgedwongen."

Eerder Volkskrantblog 5 november 2007

maandag 29 november 2010

wikileaks: Een kijkje in de Amerikaanse atoomkeuken

VS-ambassade in Berlijn,

kernwapens in Nederland, Duitsland en België


De AMEMBASSYBERLIN rapporteert op 12 november 2009 dat:

TACTICAL NUCLEAR WEAPONS

¶8. (C) In response to Gordon's [ASSISTANT SECRETARY FOR EUROPEAN AND EURASIAN AFFAIRS, U.S. DEPARTMENT OF STATE] question about how the government planned to take forward the commitment in the coalition agreement to seek the removal of all remaining nuclear weapons from Germany, [National Security Advisor to the German Chancellor] Heusgen distanced the Chancellery from the proposal, claiming that this had been forced upon them by [German foreign minister] FM Westerwelle. Heusgen said that from his perspective, it made no sense to unilaterally withdraw "the 20" tactical nuclear weapons still in Germany while Russia maintains "thousands" of them. It would only be worth it if both sides drew down. Gordon noted that it was important to think through all the potential consequences of the German proposal before going forward. For example, a withdrawal of nuclear weapons from Germany and perhaps from Belgium and the Netherlands could make it very difficult politically for Turkey to maintain its own stockpile, even though it was still convinced of the need to do so.

Het bericht geeft vooral een kijkje in de Amerikaans (en Duitse) atoomkeuken. Maar ook wordt verwezen naar de atoomwapens op ons grondgebied in verslag van een gesprek tussen de Duitse regering en een Amerikaanse ambassadeur. Officieel is het nog steeds niet dat die wapens in Nederland liggen. Het wordt tijd dat het wel officieel erkend wordt. Want we weten het officieus immers al lang.


Bron van wikileaks:
09PARIS1254


2009-09-16 07:07
SECRET//NOFORN
Embassy Paris

Reference ID Date Classification Origin
09PARIS1254
2009-09-16 07:07
SECRET//NOFORN
Embassy Paris


TO RUEHC/SECSTATE WASHDC PRIORITY 7146
INFO RUEHZL/EUROPEAN POLITICAL COLLECTIVE PRIORITY
RUEHBUL/AMEMBASSY KABUL PRIORITY 0881
RHEHNSC/WHITE HOUSE NSC WASHINGTON DC PRIORITY

S E C R E T SECTION 01 OF 04 PARIS 001254

zaterdag 5 september 2009

Passie voor Vrede


De NAVO viert dit jaar haar 60ste verjaardag. De heruitgevonden rol leidt tot nieuwe wereldwijde spanningen en werpt vele vragen op. Zorgt de VS-politiek voor tweespalt in de EU? Zijn we op weg naar een nieuwe Koude Oorlog met Rusland? Wat met opkomende machten als China?

door Martin Broek

West-Europa bezit nog steeds veel kernwapens. Ze werden hier tijdens de Koude Oorlog gestationeerd door de Fransen, de Britten en de Amerikanen. Ook in Nederland zijn er nog twintig te vinden. Bedoeld om de Russen buiten te houden, lijken ze inmiddels overbodig. Hoewel een groeiende groep deskundigen deze mening deelt, verdwijnen ze niet.

Sterker nog, de NAVO-generaals spelen met het idee ze in te zetten tegen schurkenstaten bij preventieve aanvallen. Ze blijven hier omdat 'de nucleaire macht het militaire overwicht [moet] garanderen en zo de economische en politieke dominantie van het Westen bestendigen', zo lezen we al op de tweede pagina van het boek Als de NAVO de passie preekt, geschreven door Ludo De Brabander en Georges Spriet.

Het is stevige taal die meteen duidelijk maakt waar de auteurs politiek staan. Ze zijn van een schijnbaar uitstervend ras van mensen die zich ronduit, doch wel onderbouwd, tegen de NAVO durven te keren. Een bondgenootschap voor de verdediging van Westerse belangen. Het boek is echter geen schotschrift of pamflet. Het is een studie die decennia lange activiteiten, publicaties, onderzoek en lezingen over de NAVO samenvat en organiseert.

Vrede versus defensie

Zowel De Brabander als Spriet zijn sinds jaar en dag medewerkers van de Gentse organisatie Vrede. Ze schreven een stevige pil van bijna driehonderd dichtbedrukte pagina's, inclusief bijlagen en index. Het begint met het bekende citaat van eerste secretaris-generaal van de NAVO, Lord Ismay, die stelt dat de NAVO werd opgericht to keep the Russians out, the Americans in and the Germans down.

Dat was zestig jaar geleden, vlak na de Tweede Wereldoorlog. Het was een keuze met negatieve consequenties, zoals de auteurs al meteen duidelijk maken. Het gaat bij de NAVO niet om een collectieve veiligheidsorganisatie, maar om een collectieve defensieorganisatie. Dat is een belangrijk verschil.

De auteurs omschrijven een collectief veiligheidssysteem als volgt: 'een veiligheidsregeling waarbinnen de betrokken staten hun veiligheid samen helpen garanderen ten aanzien van iedere bedreiging die kan uitgaan van een of meerdere staten die zich binnen dit veiligheidssysteem bevinden. (…) De ideale collectieve veiligheid is als het ware een pact tegen de oorlog, uitgaande van een universele benadering waarin veiligheid ondeelbaar is. In de traditie van collectieve veiligheid is het een belangrijke bekommernis om te vermijden dat er machtsrelaties in tegengestelde kampen zouden ontstaan, of dat er verdeeldheid zou worden gecreëerd ten aanzien van een of meerdere leden.'

Een defensieorganisatie, zoals de NAVO, heeft een enger doel: 'Het fundamentele uitgangspunt van een defensieorganisatie is niet de collectieve veiligheid bewaren, maar wel een gunstige, of minstens evenwichtige machtsbalans verwerven ten aanzien van haar tegenstander.'

Geheimhouding en propaganda

Je zou het boek kunnen samenvatten vanuit deze beide citaten. Defensieorganisaties zijn een gevaar voor de internationale vrede en leveren er geen bijdrage aan. Bovendien benaderen ze politieke, economische, sociale of ecologische problemen a-priori als militaire problemen. Is de organisatie sterk genoeg, dan zal ze al snel over gaan tot interventies elders in de wereld. Om die mogelijk te maken heb je meer en andere wapens nodig.

Wie daar garen bij spint is vanzelfsprekend de defensie-industrie die daarmee haar omzet en invloed weet te vergroten. Zo heeft Nederland sinds enige jaren een Defensie Industrie Strategie (DIS) die voorheen niet bestond.

Geheimhouding en propaganda zijn bovendien onlosmakelijk verbonden met militaire zaken. De auteurs benadrukken dat het mogelijk is dat de NAVO de Verenigde Naties ondermijnt, waardoor deze collectieve veiligheidsorganisatie wel eens zou kunnen bezwijken. Daarmee is de NAVO zelfs een bedreiging voor de collectieve veiligheid.

Wat volgt is een invuloefening van het bovenstaande schema om aan te geven dat de NAVO een barrière is geweest op weg naar een veilig Europa. Hiermee heeft het boek een duidelijke en goed te volgen structuur. Het is een tocht door de geschiedenis. Een tocht die begint voor de Tweede Wereldoorlog en loopt tot aan dit voorjaar.

Ze is verdeeld in verschillende etappes. De eerste loopt tot aan de ontbinding van het Warschau Pact. De tweede tot en met de interventie in Afghanistan (momenteel prioriteit nummer 1 voor de NAVO). Het deel over Afghanistan springt er wat mij betreft uit. Het is het beste hoofdstuk, actueel en informatief, puntig en spannend.

Gekleurd

De geschiedenislessen die de lezer krijgt over de motieven van Jozef Stalin om zich ten opzichte van het Westen te gedragen zoals hij deed, gaan nét niet over de top. Ze vervelen mij omdat we ze wel uitgelegd krijgen, maar nergens kritiek lezen op de daden van Stalin. Nou ja, nét niet.

Op pagina 64 lees ik dat Frankrijk kernwapens ontwikkelt, omdat Frankrijk er in 1954 niet in slaagde Moskou, maar ook Washington, ervan te overtuigen hun kernproeven in de openlucht te stoppen. Over de Chinese Afrika-politiek wordt ook niet veel meer gezegd dan: 'Die Chinese steun aan het regime in Khartoem heeft tot veel kritiek uit het Westen geleid.' Als het genoemd wordt, mag je toch ook een standpunt of uitleg van de auteurs verwachten?

Wat van mij zeker niet hoeft, is de parallel die wordt getrokken tussen de ideeën achter een humanitaire interventie en de retoriek van Hitler bij de inval van Tsjechië. Er zullen vast overeenkomstige gedachten zijn, maar er zijn ook verschillen en die moeten bij een vergelijking met nazi-Duitsland zwaarder wegen dan hier. Naar mijn mening ontsiert dit het boek.

Vogelvlucht

Los hiervan doet het boek me denken aan een studieboek van een hoogleraar geschiedenis en internationale relaties. Geschreven voor studenten die in een vogelvlucht door de NAVO-geschiedenis heen worden geleid. Afzet is gegarandeerd, want ieder jaar komt er weer een nieuwe groep die het boek op de lijst krijgt. Het hoeft daarom niet pakkend en prikkelend geschreven te zijn, als de feiten en meningen er maar leesbaar in staan.

Als de NAVO de passie preekt is een beetje saai geschreven. Mogelijk hoor ik ook niet tot de doelgroep. Als degelijke introductie is het geslaagd. Bovendien zijn sommige passages dermate helder en beknopt weergegeven dat ze een plezier zijn om te lezen. Zo is het knap de geostrategische ontwikkelingen rondom de conflicten in Afghanistan, Irak en met Iran in één alinea te beschrijven (p. 15). Het hele betoog kan samengevat worden onder het woord 'energieveiligheid'.

Om die energiecontrole (dat woord zou ik liever gebruiken) te vergroten en de afhankelijkheid van Rusland te verkleinen, wordt Iran geïsoleerd en de positie in Afghanistan en Irak versterkt. De civiel-militaire samenwerking moet 'de aanwezigheid van buitenlandse bezettingstroepen bij de bevolking verzachten.'

Toch vraag ik me af of hier geen scheuren te vinden zijn. Shell en Total sloten de afgelopen jaren miljardendeals met Rusland. Het lijkt me dan ook onlogisch indien deze bedrijven een agressieve politiek ten opzichte van Rusland zouden steunen. Daarover zou ik graag meer willen lezen. Bovendien zijn de civiel-militaire projecten niet alleen een doekje voor het bloeden. Ze zijn ook gericht op invloed en contacten in de samenleving van de oorlogsgebieden.

Een stukje verderop alweer zo'n mooie samenvatting. Dit keer gaat het om het Marshallplan en de NAVO in Europa: 'De VS zouden via het Marshallplan en vervolgens via het trans-Atlantisch Bondgenootschap verschillende doelstellingen tegelijk bereiken: de heropbouw van en eenmaking van Europa, de controle over Duitsland, het intomen van het communisme, de creatie van interessante afzetmarkten en de verankering van de VS op het oude continent.' Niet dat dit nieuw voor me is, maar in een Nederlandstalige publicatie ben ik het nog nooit zo volledig en beknopt tegengekomen.

Vredesburcht

De NAVO heeft nogal wat stormen doorstaan, waarbij een belangrijke wordt gezien in de periode na de val van de Muur. Het was een moment van ongekende politieke mogelijkheden, zowel ter verbetering als ten nadele van de internationale veiligheid. Frases en woorden als 'samenwerking met Oost-Europa', 'wapenvermindering', en 'vredesdivident' hingen in de lucht.

De NAVO veranderde in deze nieuwe politieke situatie in rap tempo van taak en opstelling. Het gaat bijvoorbeeld om de bijdrage aan de uitbreiding van de vrije markt ideologie naar Oost-Europa, de isolatie van Rusland, de reactie op zogenaamde nieuwe gevaren (milieu, raketten etc.) en de rol van politieagent in het Zuiden. Het komt allemaal uitgebreid aan de orde in het boek.

Zo wordt ook het minder bekende voorstel van de Warschaupact-landen om een 'nieuw volledig Europees veiligheidssysteem' op te zetten genoemd. Dit krijgt min of meer een vervolg in de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) die wordt versterkt en Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) gaat heten.

De collectieve veiligheidsorganisaties hebben het echter af moeten leggen tegen de politiek van de NAVO-landen. De auteurs beschrijven dit proces uitgebreid, waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor de Noord-Atlantische Samenwerkingsraad (NACC), die ongeveer dezelfde taken kreeg als de zwakkere OVSE en deze in een hoek drong.

De Fransen wilden daarom – in de lijn der verwachtingen - de rol van deze NACC beperken tot een politieke, omdat ze zagen dat het een vehikel was voor een grotere Amerikaanse invloed in Europa en een concurrent voor de ontwikkeling van een Europese veiligheidsorganisatie. Hier hebben de Fransen het tegen de VS af moeten leggen.

Joegoslavië

Ook in Joegoslavië constateren de auteurs deze kwalijke rol van de Verenigde Staten. Ze citeren in dit kader een journalist van de New York Times: 'De VS verwierpen telkens weer, op systematische wijze, elke vredesregeling waarover de Europeanen probeerden te onderhandelen (…) Wat de VS zegden was dat het [plan] niet in de Verenigde Staten was gemaakt en ze er dus niets van moesten weten. Ik denk dat je zelfs kan stellen dat de Verenigde Staten herhaaldelijk de Europese en VN-onderhandelde plannen saboteerden.'

De rode lijn 'vrede versus defensie' komt in dit deel uitdrukkelijk naar voren, waarbij defensie de bovenliggende partij is. Niet in de laatste plaats ook door de opstelling van Duitsland. De rol van onze Oosterburen wordt enige malen belicht in het boek. Dit gebeurt vooral met betrekking tot de dubbele positie die het herenigd Duitsland inneemt richting Oost-Europa.

Aan de ene kant kan het prima uit de voeten met de politiek van de Europese Unie naar het achterland van de economische reus. 'Maar op cruciale momenten liepen de Duitse en Amerikaanse belangen ook parallel, omdat beide landen uit waren op een grote invloed ten oosten van de Verdragszone.' (p. 106)

Interventies

Over de verandering van de NAVO naar een organisatie gericht op interventies schrijven ze het volgende: 'Washington zou de NAVO dan ook vanaf 1991 transformeren in de richting van een interventiestrategie. Deze transformatie was ook een institutionele noodzaak, want zonder zo'n interventiestrategie zou de NAVO door het wegvallen van de tegenstander zinloos worden. Tegen het einde van de jaren '90 was dat transformatie proces voltooid.'

Zo neergezet lijkt her erop alsof er oekazes uit het Witte Huis kwamen die elders klakkeloos werden opgevolgd. Om de andere Europese landen zover te krijgen was het nodig dat die er het belang van inzagen. Voor wat betreft de Nederlandse situatie herinner ik me uit begin jaren '90 nog een stroom van ingezonden artikelen door schrijvende militairen, zoals Cees Homan en Kolonel ter Zee b.d. J.J. Vaessen. Zij pleitten allen voor een op interventies geschoeide krijgsmacht.

In de Defensienota van 1991 stond al te lezen dat de Luchtmobiele Brigade niet alleen bestemd is 'voor operaties in het kader van het mobiele contraconcentratiepunt; ook inzet in het kader van andere crisis is mogelijk.' Er was sprake van een eenheid die snel en flexibel 'kan worden ingezet bij elk soort conflict en in elk soort terrein.'

De omvorming van de Nederlandse krijgsmacht werd op poten gezet niet na maar vóór de val van de Muur. Bovendien is dit proces nog steeds gaande. Dat geldt voor Nederland, waar ingrijpende veranderingen binnen Defensie nog steeds niet afgerond zijn. Maar ook voor andere landen binnen de alliantie. Ieder jaar is de speelruimte daarvoor groter geworden.

Interne conflicten

Het boek is veel rijker aan informatie dan in een bespreking weergegeven kan worden. Naast die inhoud valt ook de opzet op. Die heeft een kader dat een kritische analyse mogelijk maakt. Na de (ontstaans)geschiedenis van de organisatie gaan het derde en vierde deel achtereenvolgens over interne strubbelingen binnen de NAVO en het blootleggen van de propaganda.

Heel vaak worden grote organisaties, zoals de NAVO, beschouwd als monolithische kolossen waar geen verstandig mens zich tegenaan bemoeit, omdat je er geen enkele invloed op kan uitoefenen. Vanuit die optiek is het goed om te zien dat lang niet alles koek en ei is binnen de NAVO. Er zijn zowel onderlinge spanningen in Europa over de te volgen koers, als spanningen op het 'Europees-Amerikaans grootmachtniveau, bijvoorbeeld in de militair-economische sfeer.'

Achtereenvolgens gaan De Brabander en Spriet in op de concurrentie tussen de Europese Unie en de NAVO, de NAVO en Rusland, het uitbreidingsdebat en de militarisering van de ruimte. Op al die gebieden halen ze meerdere voorbeelden van stroeve relaties aan. Of noemen niet van de grond komende plannen.

Jaap de Hoop Scheffer wordt geciteerd over de relaties tussen EU en NAVO: "de muren die zijn opgericht tussen beide organisaties [vormen] een echte handicap en eerlijk gezegd ze zijn soms surrealistisch." Met andere woorden, niet alle Europese landen willen zich uitleveren aan het transatlantische bondgenootschap. Daarover zijn de atlantici dus ontstemd, met De Hoop Scheffer als spreekbuis. Overigens laten ze ook niet na te wijzen op de agressieve militaire visie die de EU er op nahoudt.

Uitbreiding

Dat de uitbreiding naar het oosten Rusland ontstemt, is een grijs gedraaide plaat. Het nadeel is dat vrijwel niemand er meer naar luistert, maar opeens werden de gevolgen in al zijn bitterheid duidelijk nadat Rusland en Georgië met elkaar in oorlog raakten. De maat was vol voor Rusland dat zijn zelfbewustzijn terug heeft en het gewroet in zijn achtertuin meer dan zat is. Rusland paart dit optreden aan een krachtige positie naar het Westen door de controle over olie- en gasvoorraden.

Met enig leedvermaak beschrijven de auteurs het laatste deel van het uitbreidingsdebat. Hier is het niet alleen Griekenland dat de toetreding van Macedonië voorkomt, maar - veel verrassender - Duitsland, Frankrijk en Italië die dwarsliggen bij de toetreding van Georgië en de Oekraïne. Washington kreeg zijn zin niet en moest in het stof bijten.

Het debat over het raketschild is een constante aanleiding voor scherpe reacties uit Moskou. De Brabander en Spriet sluiten hun hoofdstuk over het raketschild af met de volgende alinea: 'Victoria Samson, een Amerikaanse onderzoekster van het Center for Defense Information, meent dat dit VS-rakettenschild in Europa een puur politieke zaak is. Het is een symbool van Amerikaanse militaire macht in Oost-Europa, een signaal tegenover Moskou. Dat kan de relaties tussen beide landen alleen maar verslechteren. En dat alle in de naam van wapens die niet functioneren tegenover een dreiging die niet bestaat.' Het project om Rusland te isoleren gaat gepaard met interne en externe conflicten.

Mythe

Het deel waarin de mythe bestreden wordt dat de NAVO een organisatie is die de hogere morele waarden verdedigt, begint met een hoofdstuk dat al uit vele pennen is gevloeid. Ik denk aan Fred van der Spek, aan Chomsky (die ook wordt genoemd) en nog een groot aantal schrijvers die al de misstanden eerder beschreven.

Wat mij betreft was het volgende voldoende geweest: 'De geschiedenis van de NAVO en haar lidstaten biedt ons weinig argumenten om te stellen dat het bondgenootschap de democratie en de mensenrechten hoog in het vaandel draagt. Een aantal landen was zelf allesbehalve het toonbeeld van een democratie.'

Mogelijk aangevuld met een paar korte voorbeelden. In plaats daarvan worden we pagina's lang meegenomen langs het Griekse kolonelsregime, het Turkije van de staatsgrepen en koloniale oorlogen die door NAVO-lidstaten werden uitgevochten. Lumumba en Allende komen voorbij, ook Pinochet en Thatcher. Dan verplaatsen we ons naar de Golfregio met zijn oorlogen en Palestina, dat door de Israëli's bezet wordt.

Deze passage van het boek is teveel een herhalingsles. De vragen die dit deel bij mij oproept: Waarom komt dit verhaal zo slecht over? Waarom slikt men bijvoorbeeld dat er bijna dagelijks over de Iraanse bom (die er nog niet is) wordt gejeremieerd en over de Israëlische kernwapens nauwelijks een voetnoot wordt geschreven? Hoe zou je dit kunnen veranderen?

De analyse van de wereld is niet voldoende. Waarom komt die analyse, een constatering van de feiten bijna, niet over en moet hij steeds herhaald worden? Is het dat Iran bestuurd wordt door onverantwoordelijke gekken en Israël door een regering die weliswaar de rechten van de Palestijnen schendt, maar dat doet in een gespannen situatie waar geen van beide vrijuit kan gaan? Is het dat Israël als klein en zielig wordt gezien in een zee van vijandschap? Of dat het uiteindelijk toch onder controle staat van Washington als het gaat om de inzet van kernwapens en Teheran niet?

Israël is niet zielig, maar een zwaar bewapende staat. De VS kan behoorlijk buiten het boekje van het internationaal recht gaan, zoals we allemaal weten, maar ons niet altijd realiseren. Internationaal recht moet gehandhaafd worden. Vijf landen mogen kernwapenarsenalen afbouwen, andere landen mogen deze wapens niet eens hebben. Die duidelijkheid – het recht - sneuvelt blijkbaar in de politieke arena. Dat wordt vervolgens geaccepteerd.

Iets meer beschouwingen over dit soort vraagstukken en mechanismen hadden het boek meer kracht gegeven. Het zou ook passen in een boek dat niet in de eerste plaats een intellectuele oefening in internationale relaties is, maar een zoektocht naar hoe de wereld te bekijken met een blik gericht op vrede.

Toekomst

Naast het heden is het ook de toekomst van de NAVO die me boeit. De vrees van de auteurs is dat er een globale alliantie gesmeed wordt die krachtdadig op zal treden in om het even welke uithoek van de wereld. De missie in Afghanistan is een vingeroefening en mag daarom niet mislukken. Obama heeft er gelijk 21.000 extra militairen heengezonden en meer wordt verwacht en gevraagd.

Uiteindelijk vrezen de auteurs het ontstaan van een Trans-Europees veiligheidssysteem dat zijn grenzen verlegd naar Centraal-Azië door middel van een uitgebreide NAVO. 'Door een vorm van coöperatie met China, Rusland en Japan kunnen deze geïncorporeerd worden. Europa kan onder de heerschappij van Washington, hierbij de hoeksteen vormen van het grote veiligheids- en samenwerkingssysteem', lees ik in dit verband.

Het is me net wat te snel door de bocht om China, Rusland en Japan in één adem te noemen. Japan, het vliegkampschip voor de Aziatische kust, krijgt steeds meer belang als bondgenoot van Washington. Het levert onder meer een bijdrage aan de ontwikkeling van hoogwaardige wapentechnologie en het raketschild.

De auteurs maken zelf ook wel onderscheid: 'De VS-politiek binnen en buiten de NAVO krijgt grotendeels gestalte langs de lijnen zoals die zijn uitgezet door Brzezinski [de nog steeds invloedrijke voormalig nationaal veiligheidsadviseur en schrijver van het boek 'The Grand Chessboard']. In Europa moet de VS aanwezigheid geconsolideerd blijven als bruggenhoofd voor Amerikaanse geostrategische en economische belangen. Rusland moet in de eerste plaats buitenspel gezet worden voor de Great Game in de olie- en gasrijke Centraal-Aziatische regio.' (p. 152-53)

De visie van Brzezinski is het uitgangspunt bij het toekomstbeeld waaraan de NAVO werkt en wat De Brabander en Spriet ontvouwen. Om de rol van China op het wereldwijde schaakbord wordt een beetje heengelopen alsof dit stuk niet meespeelt. Mij lijkt het overduidelijk dat de controle van China een factor is die ook bij de oorlog in Afghanistan een rol speelt.

China

Ik ben benieuwd naar de visie van de schrijver op dit gigantische land. Hoe zal China zich ontwikkelen? Een visie van de veiligheidsexpert Julian Lindley-French wordt opgevoerd. Lindley-French luidt de alarmbellen. Hij zegt dat de machtsbalans in de wereld gevaarlijk dreigt over te hellen naar China, waarvan drie dreigingen uitgaan. Hij noemt de investering in offensieve elektronische oorlogsvoering, de uitbreiding van de marinecapaciteit, met als doel de Amerikaanse marine uit de Japanse Zee te weren en het beschikken over wellicht drie keer hogere defensie-uitgaven dan verklaard.

Is dit retoriek voor een nieuwe Koude Oorlog? De opmaat voor een hardere lijn? Waarom worden die alarmbellen geluid en hoe sterk is de positie van hen die dat doen? Het zijn voor de hand liggende vragen die niet beantwoord worden. Mogelijk is het omdat de nadruk op de NAVO-verhoudingen met Rusland ligt. Misschien verklaart dat ook waarom de auteurs aan deze dreigingsanalyse niet het woordje 'nonsens' toevoegden.

Onlangs schreef Max Gasner, docent Aziatische talen aan de universiteit van Chicago over China: 'Zolang genoemde zijn materieel alleen van de Russen kan kopen, mogen we misschien sceptisch blijven voor wat betreft de consequenties [van de militaire opbouw]. Zelfs als de Chinese regering bezig zou zijn met de grootste uitbreiding van middelbaar onderwijs ooit ondernomen in de geschiedenis van de mensheid, dan nog zal een militair-industrieel complex, nodig om militair overwicht te verzekeren, het werk van decennia zijn: een Lockheed Martin of Boeing kunnen niet uit het niets oproepen worden in een land waar zelfs geen noemenswaardige luchtvaart industrie bestaat.' (New Left Review jul/aug 2009)

De militaire aandacht verschuift naar Azië. Het is jammer dat daar niet meer over geschreven is. De auteurs volgen de ontwikkelingen wel, blijkt uit andere publicaties.

Vrede

Het boek sluit af met een visie van Andreas Zumach, een veiligheidsanalist die regelmatig te horen is bij het VPRO-radioprogramma Argos. Hij stelt dat er een strategische multilaterale wereldorde volgens het principe van collectieve veiligheid zou moeten komen.

"De consequente verdere uitvoering van een coalitie van gewillige multilateralisten, die voor de globale uitdagingen op het collectieve systeem van de VN inzet, is het alternatief voor de gevaarlijke pogingen om een nieuwe, militair gedefinieerde multipolaire machtsbalans in te richten", aldus Zumach.

Gelukkig laat het boek ook zien dat deze positieve boodschap samen kan gaan met een keiharde kritiek. Kritiek op de NAVO en haar lidstaten die een collectief veiligheidssysteem in de weg zitten. Die scherpe visie maakt ook duidelijk dat veel overwonnen moet worden voordat een wereld die Zumach ons voorspiegelt, kans van slagen maakt.


Titel: Als de NAVO de passie preekt
Auteur: Ludo De Brabander en Gerorges Spriet
Pagina's: 312 (met register)
Uitgeverij: EPO, 2009
Prijs: € 20
ISBN: 9789064455100

Deze bespreking is geschreven voor ravagedigitaal

zaterdag 1 augustus 2009

het regent geen raketten

Katten, honden, een beer en een muis

Van katten houd ik meer dan van honden. Al eerder schreef ik over beide zoogdieren in de Amerikaanse politiek. Ook nu staan de Republikeinen weer voor de honden en de Democraten voor de katten. Katten zijn slimmer dan honden, denk ik, en sluwer.

Half juni sprak de Defensiecommissie van het Congres over de Pentagonbegroting voor 2010. In die bijeenkomst, over de besteding van bijna 500 miljard euri’s, ging een belangrijk deel van de tijd naar het raketschild. Een kostenpost van 6,6 miljard euro. 863 miljoen minder dan in 2009, maar nog altijd vergelijkbaar met het defensiebudget van België en Portugal samen.

De Democraten wilden nog minder en Republikeinen nog meer. Niet alleen dit was voorspelbaar. Dat waren ook de argumenten. Alaska kan toe met minder lanceerinstallaties, omdat die voldoende verdediging tegen Noord-Korea bieden. Republikeinen brachten naast Korea ook nog Iran instelling om hun wensen kracht bij te zetten. Ahmadjinedad en Kim Jong-il lijken tegen wil en dank de grootste vrienden van de Westerse wapenindustrie en militairen.

Toch niet echt. De Republikein Barlett: “Zowel Iran als Noord-Korea zullen nooit een raket van het eigen grondgebied op ons afschieten.” Als ze het wel zouden proberen worden ze ‘verdampt,’ zei deze vrolijke Frans. Hij meldde en passant ook dat de raketten in Alaska strategisch onbelangrijk zijn, maar toch gebouwd moeten worden om banen te behouden. Een ongekend simplisme gepaard met een schromeloze duidelijkheid. Een houding die laat zien wie de broodheren en waar de kiezers te winnen zijn.

Democraten kunnen daar tegenover zetten dat de megaprojecten van de afgelopen jaren alleen geld opslorpen en weinig resultaten opleveren. Het geld moet volgens hen naar kleine projecten die samen ook een volledig raketschild opleveren. Het gaat daarbij om een heleboel installaties verspreid over land, maar vooral op zee. Dat wordt de prioriteit voor het schild onder Obama.

Daar komt ook dat kleine landje aan de Noordzee om de hoek kijken. Zeg maar de gewiekste muis. Regelmatig prijken Thales Netherlands en de nieuwste klasse Nederlandse marineschepen als hoezepoezen op de voorpagina’s van de defensiebladen; in verband met juist dit raketschild.

De technologie is zo goed dat hij door alle deskundigen opgehemeld wordt. Nederland heeft al een schip met raketschild capaciteiten: de Hr. Ms. Tromp. Een simpele modificatie aan de soft- en hardware was daartoe voldoende. Die zal er ook snel zijn voor de zusterschepen, als het ligt aan de commandant van het marineschip De Zeven Provinciën, Ruud Raemakers. Is die kogel door de kerk dan zijn er alleen nog nieuwe raketten nodig. De schepen kunnen dan niet alleen vijandelijke raketten tot op honderden kilometers opsporen, maar ze ook tot buiten de atmosfeer neerhalen.

De installaties in Tsjechië en Polen zijn vooral politiek van waarde. Ze brengen de grens van de Westerse verdediging steeds meer richting Rusland. Zoals China in het Oosten, wordt Rusland in het Westen ingesnoerd. Het Kremlin ziet zeker dit Oosteuropese deel van het Schild als een bedreiging en meet dat, als onderdeel van een symboolpolitiek, breed uit. De beer sliep maar was niet dood, lijkt de boodschap.

Het schild is daarmee wel een sta in de weg voor verdere nucleaire ontwapening. Een obstakel dat daarmee ook voor een groot deel van het Amerikaanse establishment een gewenst effect heeft. Zij zien Obama graag op een ‘realistische koers’ en Poetin (sorry Medvedev) dwingt hem daartoe. Zo heeft het raketschild voor ontwikkelingen in de richting van vrede en veiligheid en nucleaire ontwapening een naar bijeffect.

Katten en honden trekken in de praktijk samen op tegen de beer. Het is de muis die om de hoek staat te lachen.

Martin Broek

10 juli 2009 (geschreven voor www.konfrontatie.nl)

Zie ook de Tsjechische petitie tegen het raketschild.

Bronnen:
* Richard Scott, ‘Picture perfect: system integration is the prime enabler for Dutch LCF frigate’ JIDR juni 2000, pp 50-51.
* Clifford J. Levy en Peter Baker , ‘U.S.-Russia Nuclear Agreement Is First Step,’ New York Times, 6 juli 2009.
* William Mathews, ‘Democrats Voto To Cut U.S. Missile Shield Spending, Defense News 22 juni 2009.

dinsdag 7 juli 2009

Horen, zien en zwijgen

“Wij hebben daar intern hele strenge regels voor. En die schrijven voor dat we verzoeken voor de financiering van kernwapens en ander wapentuig te allen tijde zullen afwijzen. Het past gewoon niet bij onze ethiek. Wij financieren geen wapenhandel en wij beleggen ook niet in fondsen die in wapenbedrijven zitten en het spaargeld van onze klanten wordt daarvoor ook niet gebruikt,” aldus ING-woordvoerdster Carolien van der Giesse. 

Een bank in de verdediging. Zo mag ik dat graag zien. Drie jaar geleden zat ik op het ING-kantoor bij station Bijlmer. Een pracht van een kantoor, met prachtige schilderijen. Ik kwam daar om te praten over de financiering van een wapenleverantie. Niet verboden, maar politiek toch onjuist dacht ik en velen met mij. Ik weet nog goed dat de Voorzitter van de Raad van Commissarissen tegen me zei: het is uw werk morele en ethische thema’s aan de orde te stellen en onze taak om geld te verdienen. Daarmee was de kous af, maar van dergelijke eerlijkheid houd ik toch ook wel.

Nu wordt er gedraaid en gedoken. Want laten we eerlijk zijn als je zegt dat Boeing en EADS ook een beetje wapens maken (“ING rekent wel EADS en Boeing tot zijn klanten, maar deze bedrijven verdienen hun geld voor het grootste deel aan civiele activiteiten en helemaal niet met wapenhandel. Wel is het zo dat deze bedrijven vanwege hun lucht- en ruimtevaartexpertise ook betrokken zijn bij officiële overheidprogramma’s van Frankrijk en Amerika voor kernwapens”) dan vernaggel je de boel; water is niet een beetje nat. Beide behoren al jaren tot de tien grootste wapenfabrikanten in de wereld.


Bron:
Tjeerd Wiersma, ‘Wapenhandel Bankwijzer sloeg in als bom; ING zit toch niet dik in wapentuig’, De Pers 6 juli 2009.
Zie ook het rapport: Banken en wapens: de praktijk - Een praktijkonderzoek voor de Eerlijke Bankwijzer. Profundo in samenwerking met IKV Pax Christi, 2 juli 2009.