maandag 11 juli 2011

mastodonten in de haven


Afgelopen week nam ik de veerboot naar Texel. Je hebt bij vertrek een mooi overzicht over de marinehaven in Den Helder. De veerpont is net als de Nederlandse marineschepen gebouwd door scheepswerf Damen. Altijd kijk ik. Vaak tot groot vermaak van mijn familieleden die er de draak mee steken.

Texel is meestal een vakantiebestemming. Nu ging ik er naartoe om een dagje te fietsen. Alleen. Dus ik kon rustig kijken, zonder het ingehouden gelach te trotseren. Ook schoot ik wat fotootjes van de schepen. Er ligt een donkergrijze (ieder land heeft zijn eigen grijs) mijnenjager van de Alkmaar-klasse. Hij is verkocht aan Letland en gaat LVNS Rūsiņš heten. Opvallender is dat er maar liefst vier Luchtverdedigings en Commando Fregatten (LCF) in de haven liggen.

De schepen horen op hun gebied tot de top. Vergeleken met de Amerikaanse evenknieën zijn ze niet eens extreem duur. Maar als je een zeehond – ik blijf maar even in de Waddensferen – met een walvis gaat vergelijken dan is ook het grootste Nederlandse roofdier klein. Vier van die schepen heeft Nederland. Ze liggen er dus allemaal.

Die fregatten zijn het duurste wapensysteem dat Nederland heeft. De vier samen hebben tot nu toe zo'n 1900 miljoen euro gekost. Een romp vol state-of-the-art wapens en technologie van wereldklasse. Maar wel kostbaar. En daar liggen ze nu in de haven stilletjes groot en sterk te zijn. Vanaf het dek van de Dokter Wagemaker zie ik het resultaat van de keuzes die het Ministerie van Defensie heeft gemaakt voor: groot, sterk en zwaar.

Hebben we wel behoefte aan dergelijke grote wapensystemen waar Nederland mee kan vechten in het hoogste geweldspectrum, zoals – grote oorlogen sinds een jaar of tien – zo prachtig worden genoemd? Of hebben we in tijden dat grootschalige bedreigingen op korte termijn niet meer bestaan behoefte aan een leger dat het land kan verdedigen tegen zotten. Of hooguit aan een leger dat kan meedoen aan een missie om ergens de vrede te bewaren. Niet aan een krijgsmacht om hem te bouwen of af te dwingen, zoals in Afghanistan.

Met een dergelijke visie kan je bij alle krijgsmachtonderdelen aan de slag. Geen JSF's en pantserhouwitzers kunnen eruit. In het geval van de marine zou ik zeggen weg met die veel te dure en zware schepen. Ze leveren dan nog wat op. De schepen zijn bedoeld voor de Koude Oorlog die al afgelopen is. Of als onderdeel van een groter vlootverband voor een oorlog tegen Rusland, India of China als die over enige decennia een aanval lanceren, de deskundigen weten het zeker dat is wat Beijing wil.

Nu liggen de LCF's in de haven, omdat het geld voor varen, oefenen en schieten op rantsoen is. Het is wel armetierig om hele dure speeltjes te hebben, maar ze niet mogen gebruiken uit angst dat ze kapot gaan en brandstof verbruiken. Eigenlijk is dat pas echt slecht omgaan met het geld.
Zuinigheid is niet de sterke kant in Den Helder. Het gemiddelde schip van Hare Majesteits marine gaat niet langer mee dan een jaar of vijftien en wordt dan verkocht – dat is leuk voor Damen en Thales die mogen dan weer nieuwe spulletjes leveren. Het is ook fijn voor Indonesië, Griekenland, de Emiraten en Chili die zo voor een prikkie marineschepen kochten. De voorspelde oorlog met China zullen ook deze fregatten daarom toch niet meer halen.

Achter Hr. Ms. Evertsen zie ik op de foto nog een schip liggen. Het is nog niet helemaal klaar. Vermoedelijk is het een van de korvetten die Damen bouwt voor de Nederlandse marine. Het is zeker niet te klein of licht uitgerust voor tal van taken, zoals: schip van de wacht in Noordzee of de wateren rond de Antillen en voor de inzet tegen smokkelaars, piraten, illegale vissers en onverlaten die rotzooi in zee dumpen. Iets voor een nieuwe koers?

Geschreven voor Konfrontatie

zondag 3 juli 2011

De val van Moebarak


Eind april 2011 spreekt onder de hanenbalken van de vergaderruimte bij het Transnational Institute Amy Holmes. Ze is werkzaam aan de American Universiteit in Kaïro. Vanaf dag twee maakte ze van dichtbij de acties mee die leiden tot de val van Moebarak en liep in de periode daarna mee met de vrouwelijke presidents kandidate: Buthayna Kamel. Ze komt vrijwel direct uit Egypte naar Amsterdam. Aan haar verhaal is dat regelmatig te horen; de directe betrokkenheid geeft haar verhaal kracht. De titel van haar inleiding is niettemin: Towards a Structural Explanation of the Egyptian Revolution.


In 18 dagen bereikte de Egyptische oppositie de val van Moebarak. Holmes verdeelt deze periode in twee fasen:
1. 25 tot vrijdag 28 januari naar de Dag van de Woede
2. 29 januari tot 11 februari wegvallen steun voor regime Moebarak
De verklaring voor het snelle succes ligt niet in de ideologische standpunten van de oppositie – ook niet in het gebruik van Facebook overigens – maar het verdwijnen van de steun van vier verschillende steunpilaren van Moebarak: de nationale elite, de militairen, de middenklasse en de Verenigde Staten.

Breed verzet

Door het hele land heen waren er echter steeds meer stakingen, er werden zeker honderd politiebureaus aangevallen en ook kantoren van de Nationaal Democratische Partij (NDP, de partij van Moebarak) gingen in vlammen op. Het was een strijd van de arbeiders en steeds groter deel van de middenklasse, benadrukt Holmes. De politie probeerde door het vrijlaten van gevangenen en het daarna volledig afzijdig blijven het land te destabiliseren. Ook de afzijdigheid van het leger wordt door Holmes in dit kader geplaatst. De demonstranten vulden vervolgens het vacuüm en regelden mensen die de orde gingen bewaken, waardoor veiligheid en verkeer geregeld werden. Later zouden ze ook noodhospitalen en de inkoop van verbandmiddelen organiseren.

Tahrirplein


Op 28 januari staat Holmes bij een brug over de Nijl. Urenlang is er een kat-en-muis-spel tussen politie en demonstranten die het Tahrirplein willen bezetten. De strijd is nog niet beslecht als Holmes met een groepje journalisten besluit naar elders te verkassen. Ze lopen het lege Tahrirplein op. Er wordt een vrouw opgepakt en naar een witte bus gebracht. Ze gaan erop af. De vrouw is TV-persoonlijkheid Kamel. Later zal Holmes met Kamel optrekken tijdens de presidentscampagne. Ze weten haar uit handen van de politie te houden. Angstig gaan beide vrouwen vervolgens een kantoor in dat grenst aan het plein. Vanaf het terras zien ze opeens “zover het oog reikt” een massa mensen het plein opkomen. Tijdens dit verhaal voel je haar angst en opgewonden siddering van dat moment nog. Met plezier vertelt ze over de tactische inzet van wachthuisjes en voertuigen om bescherming te bieden tijdens de urenlange gevechten om het plein. Even geen structurele uitleg, maar emotie. Het tekent de activist in de wetenschapper. De oppositie heeft zijn kracht laten zien. Bij het geslaagde veroveren van het plein begint de tweede fase en met het opzetten van steeds sterkere structuren en toenemende steun uit de middenklasse.

Wegvallen steun regime

Op 31 januari verklaart de op één na rijkste Egyptenaar, Naquib Sawiris, dat hij de opstand steunt. Sawiris werd gepasseerd toen de Egyptische economie geprivatiseerd werd en kon niet mee profiteren. Moebarak verloor daarmee ook zijn steun op het moment dat hij die goed kon gebruiken.
Moebarak trachtte nog wel het leger sterker aan zich te binden door belangrijke generaals binnen het Kabinet te halen. De belangrijkste was de benoeming van inlichtingen chef Omar Suleiman tot vicepresident. Suleiman beschikte over zeer veel wie-is-wie kennis over hoge militairen. Ondanks deze herschikking zou het leger juist een belangrijke rol spelen bij het winnen van kracht door de oppositie. Doordat het grotendeels afzijdig bleef gaf het de oppositie vertrouwen. Na de achtentwintigste zouden steeds meer militairen de kant van de oppositie kiezen.
De Verenigde Staten houden lange tijd alle ijzers in het vuur. Op 5 februari nog zegt VS-diplomaat Frank Wisnar dat Moebarak aan de macht moet blijven om de reorganisaties van de regering te organiseren. Kort daarop gaat de VS steeds sterker stellen dat geen geweld mag worden gebruikt en worden contacten met hoge generaals verstevigd. De dagen van Moebarak zijn dan geteld. De steun van cruciale partijen is weggevallen.

Holmes besluit haar verhaal met een paar opmerkingen. Allereerst dat het de volksbeweging was die Moebarak van zijn troon stootte en verder waarschuwt ze dat het leger de belangrijkste winnaar is. De protesten gaan door en dat daarbij sneuvelen nog steeds mensen. In de drie weken tot de val van Moebarak vielen 700 doden te betreuren. Vlak voor haar toespraak werden nog twee officieren in een demonstratie gedood. De werkwijze van de activisten heeft haar getroffen; de humor bij het bespotten van de macht, de publieke bidstonden en de organisatie die er stond toen ze nodig was. “Het oude regime is nog niet verdwenen,” zo zegt niettemin aan het eind van haar presentatie.

Martin Broek

Geschreven voor het Vredesmagazine

woensdag 25 mei 2011

Blog aanleiding voor Kamervragen

Vragen van de leden Van Bommel en Van Dijk (beiden SP) aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie wen de minister van Buitenlandse Zaken over bouw door Nederlandse werf van tanklandingsschepen voor Venezuela.

1. Is het juist dat de Nederlandse scheepsbouwfirma DAMEX Shipbuilding & Engineering in Santiago in Cuba schepen van het type Stan Lander 5612 bouwt voor de Venezolaanse marine die kunnen dienen als tanklandingschepen? (1)

2. Deelt u de analyse dat deze schepen een militaire taak hebben? Indien neen, waarom niet? Zo ja, zijn de schepen ook specifiek voor deze militaire inzet ontworpen?

3. Acht u de kans uitgesloten dat de door Damen geleverde schepen van het Stan Lander type alsnog worden bewapend in Venezuela? Zo ja, wat zijn daarvoor uw aanwijzingen? Is het u bekend dat de Koreaanse tanklandingschepen waarover Venezuela beschikt zijn bewapend?

4. Is het juist dat Damen in 2007 sleep- en patrouilleschepen voor de Venezolaanse marine leverde? Wat is uw oordeel over de levering van de sleepboten? Wat is uw oordeel over de levering van de patrouilleschepen?

5. Is het juist dat de levering van de schepen van het type Stan Lander voldoet aan de voorwaarden van het Nederlandse wapenexportbeleid? Zo ja, waarom? Vallen schepen die zijn gebouwd op basis van door Damen Nederland gekochte ontwerpen onder de controle van het Nederlandse wapenexportbeleid ook als ze op een buitenlandse werf worden gebouwd? Valt Damex, omdat het onder een Nederlandse directie werkt, onder het Nederlandse wapenexportbeleid? Zo neen, acht u deze situatie wenselijk? Zo neen, welke maatregelen wilt u treffen om dit te veranderen?

6. Deelt u de mening dat Venezuela op deze manier zijn militaire capaciteiten verder uitbreidt? Deelt u tevens de mening dat deze schepen een “verstorende werking zouden kunnen hebben op de regionale stabiliteit en daarmee op de veiligheid van de Nederlandse Antillen en Aruba”? (2) Kunt u dat toelichten?

7. Bent u bereid Damen er op te wijzen dat de Nederlandse overheid de leveringen ongewenst vindt en er op aan te dringen dat Damen verdere samenwerking met de Venezolaanse marine stopt? Zo ja, bent u ook bereid serieuze maatregelen tegen Damen te treffen mocht de scheepsbouwer zijn activiteiten voor de Venezolaanse marine voortzetten? Indien neen, waarom niet?

Bronnen:
1 “Venezuelan transportship launched”, Jane's Defence Weekly, 18 mei 2001. Zie ook “Cuba: Damex Shipyard Launches Multi Purpose Cargo Vessel ‘Damen Stan Lander 5612′”, 6 mei 2011, zie http://shipbuildingtribune.com/2011/05/06/cuba-damex-shipyard-launches-multi-purpose-cargo-vessel-damen-stan-lander-5612/. Aangehaald in “Militaire leveranties aan Chavez” door Martin Broek. zie http://broekstukken.blogspot.com/2011/05/militaire-leveranties-aan-chavez.html. De schepen worden multi-purpose vrachtschepen genoemd en dienen ook voor het vervoeren en aan land zetten van tanks.

2. Aanhangsel 1102, vergaderjaar 2010-2011. Zie antwoord op vragen 7 en 8.

donderdag 19 mei 2011

Militaire leveranties aan Chavez


Een wapenproducent, in een klein landje (bondgenoot van de Verenigde Staten), levert via het Cuba van Fidel Castro tanklandingschepen aan het regime van Hugo Chavez in Venezuela. Het zou een slechte openingszin kunnen zijn van een weinig geloofwaardige spionage thriller. Geloofwaardigheid en realiteit lopen wel vaker uit elkaar. Dit is echt.

DAMEX Shipbuilding & Engineering bouwt tanklandingschepen voor de Bolivariaanse marine van Venezuela. De werf is een samenwerkingsverband tussen Cuba en de Nederlandse scheepsbouwer Damen en al in 1995 opgezet. Er kunnen schepen gebouwd worden tot een lengte van 100 meter. Damex kwam vorig jaar in het nieuws toen bij een vliegtuigongeluk drie van de Nederlandse medewerkers jammerlijk omkwamen. Verder is het stil rond de activiteiten van Damen op Cuba.

Damex zal tot 2013 in totaal vier tanklandingschepen voor Venezuela bouwen. Het gaat om de zogenaamde Stan Lander 5612. Het zijn niet de eerste schepen die Damen voor de Venezuelaanse marine bouwt. Eerder zijn al patrouilleschepen en sleepboten aan diezelfde marine geleverd. Militair zijn deze schepen de belangrijkste.

Als ik op de site van Damex in Cuba wil kijken, krijg ik een waarschuwing:
“Gerapporteerde aanvalpagina! De pagina op www.damex.biz is gerapporteerd als een aanvalpagina en is geblokkeerd op basis van uw beveiligingsinstellingen.”
Ook dit kan weer een onderdeel zijn van hetzelde slechte boek. Het gaat mogelijk om programma's die privé informatie willen stelen, de geïnfecteerde computer gebruiken om anderen aan te vallen of mijn systeem te beschadigen. Hierbij kan je heel wat leuke plots fantaseren. Op de site is verder geen nieuws te vinden.

In de Spaanstalige pers wordt gesproken over schepen die bedoeld zijn om de handel tussen Latijns-Amerikaanse landen te versterken en over schepen voor militaire taken. Het schip is ook niet grijs (zoals de ontwerper gebruikte), maar zeeblauw. Ze komen om te worden ingezet voor la Alianza Bolivariana para los Pueblos de Nuestra América (ALBA, het samenwerkingsverband tussen links-nationalistische landen in Zuid-Amerika). Veel doet dat kader er niet toe. De schepen worden aangeschaft door de militaire Misión Naval de Venezuela. Als het nodig is zijn de schepen inzetbaar voor militaire taken.

Damen blijft met het exporteren van de vier schepen keurig binnen het boekje van het wapenexportbeleid. Het ontwerp van de schepen komt uit de Oekraïne. Er staan geen wapens op. Ze worden geleverd vanuit Cuba. De leveringen zijn desondanks opvallend. Damen en met name de Vlissingse werf van het concern is al vele decennia de hofleverancier van de Nederlandse marine. In verband met Venezuela wordt regelmatig gesproken over oorlogsdreiging richting Nederlandse Antillen. Ko Colijn zei onlangs: “Venezuela, de Verenigde Staten, Nederland en de Benedenwindse eilanden houden elkaar in een greep van angst.” Op hetzelfde moment tanklandingschepen leveren is op zijn minst bijzonder en relativeert ook de dreiging en de angst. Als je dergelijke zaken levert lijkt het met een conflict niet zo'n vaart te lopen.

Het versterken van de Venezolaanse marine is alleen goed voor de beurs van Damen. Als Nederland wil kan gemakkelijk een informeel stokje worden gestoken voor de leveringen. De werf in Cuba is nota bene met ontwikkelingshulp vanuit Nederland opgezet, zo schreef voormalig staatssecretaris voor Economische Zaken in 1999 in Trouw (23/11/99). Damen zal niet bijten in de hand die haar voedt. Maar Nederland moet niet op iedere uithaal die Chavez doet voor binnenlandse consumptie reageren als door een horzel gestoken. Dat komt het verbeteren van de betrekkingen tussen Caracas en Den Haag niet ten goede. Meer ontspannen relaties zijn wenselijk. Militaire leveranties niet.

Martin Broek

Voor Sargasso

maandag 9 mei 2011

WAPENS VOOR ÈN WAPENS TEGEN BOUTERSE

[Het volgende is een klein stukje tekst uit Explosieve Materie; Nederlandse wapenhandel blootgelegd, van mijn hand. Het wordt op dit blog geplaatst vanwege de uitzending van Argos over de ex-commando Cranendonk. Deze zou volgens de dagboekarchieven van journalist Willen Oltmans betrokken zijn geweest bij wapenhandel met Suriname. Het gaat om leveringen aan Bouterse eind jaren tachtig (1988) om opstandelingenleider Brunswijk aan te vallen met 'kanonnen' van de Oostenrijkse wapenproducent Steyr-Daimler-Puch. Volgens "Manfred Kohl Rad?", destijds medewerker gaat het om militaire voertuigen voor troepenvervoer. De deal gaat niet door omdat de Oostenrijkse regering geen exportvergunning afgeeft. In Explosieve Materie gaat het om leveringen daarvoor aan Bouterse en illegale leveringen door de Nederlandse Staat daarna aan legerleider Arthy Gorré.]



De Nederlandse overheid gebruikt in het verleden de levering van kleine wapens als onderdeel van haar machtspolitiek. Het onderscheid illegaal en legaal is daarbij flinterdun. In 1993 dreigt de regering-Venetiaan uit Suriname Nederland om te interveniëren om zich Bouterse van het lijf te houden. Nederland kiest voor het beproefde middel van militaire steun. In dit geval aan de tegenstanders van Bouterse binnen het leger om de invloed van de Bouterse getrouwen daar terug te dringen.

In 1993 lost een Orion-patrouillevliegtuig in het geheim een lading Nederlandse wapens in Suriname om de legerleiding van wapens te voorzien. Sinds een dag is Arthy Gorré dan de legerleider en belast met de schoonveegoperatie binnen het leger. De leverantie is een niet mis te verstaan Nederlands gebaar om zijn positie daarbij te versterken. De Nationale Democratische Partij (NDP) van Desi Bouterse noemt de leveranties dan ook een middel om Bouterse onderuit te halen.(27)

In Paramaribo blijven de geheime leveranties niet onopgemerkt en de Nederlandse operatie komt in de openbaarheid. Nederland stelt eerst dat het om de levering van een lading plunjebalen gaat, en Gorré meldt dat met de Orion voedsel is gebracht. Nadat de Surinaamse minister van Defensie Gilds verklaart dat het goederen voor de staatsveiligheid zijn, kan Den Haag het ‘plunjebalenverhaal’ niet langer volhouden. Volgens de Volkskrant zijn er FAL-geweren, Browning FN-pistolen en uzi-pistoolmitrailleurs geleverd en wellicht ook antitankwapens. (28) Uiteindelijk geven de ministers Ter Beek en Kooymans (van respectievelijk Defensie en Buitenlandse Zaken) de levering toe en verklaren: ‘Bovendien zou, als de regering in Paramaribo de beschikking zou krijgen over de gevraagde uitrustingsstukken, de kans sterk afnemen dat zij onverhoopt een beroep zou moeten doen op steun uit het buitenland. Het was derhalve in het belang van beide landen dat aan het verzoek zou worden voldaan.’(29) Het gaat hier om een legale leverantie, want Buitenlandse Zaken geeft zijn fiat, maar wel op een wijze die de gemiddelde illegale leverancier ook gebruikt. Bovendien houdt de overheid de wapenexporten naar Suriname buiten de boeken.

Ze komen niet voor in de overzichten met afgegeven vergunningen. Wel duiken enige tientallen losstaande leveringen van geweren en pistolen op. De grootste levering hiervan betreft een levering van 60 pistolen in maart 1996. Kleine en lichte wapens gaan vaak van hand tot hand, omdat ze verkocht worden door corrupte militairen, worden buitgemaakt door strijdende groepen of worden geroofd uit wapendepots. Zo ook in Suriname. Tijdens de strafzaak tegen Desi Bouterse verklaart een van de getuigen dat hij in de periode 1993-1996 wapens uit depots van het leger levert aan een drugsdealer die in contact staat met Bouterse. Een andere getuige noemt de levering van 500 automatische wapens aan dezelfde drugsdealer.(30) Tijdens een couppoging in oktober 1997 wordt een groep opgerold die uit is op wapens die zijn opgeslagen op een marineterrein. In 1998 worden wapens ontvreemd uit het politieopleidingscentrum Zorg en Hoop. Vermoed wordt dat de daders ‘inside-information’ hebben.(31) Zo komen hoogstwaarschijnlijk de door Nederland geleverde wapens toch weer in handen van hen tegen wie ze bedoeld zijn.

De leveringen aan Suriname zijn ook opmerkelijk, omdat Suriname begin jaren tachtig ook al wapens van Nederland krijgt en dan zit Bouterse nog stevig in het zadel. ‘Met zekerheid kan ik stellen dat aan Bouterse in 1982 enige honderden karabijnen, mitrailleuronderdelen, explosieven en munitie is verstrekt. In oktober van dat jaar heeft Bouterse voor de volksmilitie nog vierhonderd handvuurwapens gekregen’, zegt een hoge voormalige Nederlandse inlichtingenofficier tegen Weekkrant Ons Suriname.(32) De leveringen zijn destijds bedoeld om Suriname buiten de invloedssfeer van Cuba en het communisme te houden. Enige tijd later vinden de decembermoorden van 1982 plaats. De wapenleveranties zijn het hele jaar doorgaan, aldus dezelfde officier. Zelfs na de decembermoorden zijn er nog explosieven aan het Surinaamse leger geleverd: ‘De boot was al onderweg en werd niet teruggeroepen.’(33) Deze politiek houdt niet alleen Bouterse in het zadel, hij leidt er daardoor mede toe dat twaalf jaar later wederom wapenleveranties plaatsvinden om diezelfde Bouterse te bestrijden.

Noten:
27 Verklaring van de Nationale Democratische Partij, 04-07-2000, zie: www.cq-link.sr/ndp/n000704.htm.
28 Wio Joustra, ‘Haagse bluf brengt waarheid over geheime lading Orion aan het licht’, de Volkskrant 21-05-1993.
29 ‘Ter Beek: Orion bracht Suriname militaire hulp’, NRC Handelsblad 25-05-1993.
30 Gerechtshof Den Haag, Zaaknummers: 0975408797 en 0975403399. Alleen al een buit van 500 geweren is bepaald geen kleinigheid in een land waar 6000 man troepen zijn (2900 militairen en 3000 paramilitiaren).
31 Zorg en Hoop; nieuwsoverzicht 30-05-1998, zie:
http://www.omroep.nl/nps/radio/zorgenhoop/nieuws/98/0530.html.
32 ‘Wapenleveranties betaald met ontwikkelingsgeld’, Weekkrant Ons Suriname 25-04-1996. Het gaat hier zeer waarschijnlijk om het toenmalige hoofd van de militaire inlichtingendienst van de landmacht (LAMIT), kolonel A. Schulte.

vrijdag 6 mei 2011

deuk in het JSF-frame


Onlangs sprak ik met twee journalisten over een onderwerpskeuze voor een TV-programma. Terloops kwam ook de JSF ter sprake. Dat komt wel vaker voor. Het vliegtuig is een populair en makkelijk onderwerp als het bij praten blijft.* Meestal is de toon sceptisch tot negatief. Maar dat ik nog sprak over andere jachtvliegtuigen dan de peperdure en door een aaneenschakeling van tegenslagen geteisterde JSF/F-35 verbaasde hen. De beeldvorming, ook bij leken die kritisch staan ten opzichte van de JSF, is doorgaans toch in het voordeel van het Amerikaanse toestel.

Dat er al zo'n vijfentwintig jaar aan de straaljager wordt gewerkt, maar er inmiddels pas moeizaam een paar testvliegtuigen zijn gebouwd en dat de grootste records gebroken worden op het gebied van budgetoverschrijdingen en projecties van onderhoudskosten, doet amper af aan het beeld van Amerikaanse degelijkheid. Dat is een knap staaltje van framing door een machtig gezelschap bestaande uit belangrijke delen van de Amerikaanse overheid, wapenfabrikant Lockheed Martin, denktanks en de vrienden die “koste wat kost,” juist dat vliegtuig willen hebben.

Als je moet bezuinigen zou het zinvol zijn ook naar andere opties te kijken. Er is bijvoorbeeld de goedkopere SAAB Gripen. De Gripen is een vliegtuig dat met oog op export wordt gemaakt samen met Britisch Aerospace Systems (BAES), een wapenfabrikant uit de wereldwijde top drie qua omzet op het gebied van bewapening. Niet het product van een soort knutselclubje op een zolder dus. Er is inmiddels een heel rijtje landen die de Gripen vliegen: Zweden, Tsjechië, Hongarije, Zuid-Afrika, Thailand en de Engelse gebruiken hem als opleidingsvliegtuig. Het vliegtuig dingt nog mee in competities in een aantal Oost-Europese landen en Brazilië. De Gripen heeft in Nederland geen kans gekregen. Maar vooral in Midden-Europa vliegt hij al wel rond.

De Franse Rafale is ook al in gebruik. Maar Frankrijk en Nederland passen niet bij elkaar. Belachelijk om zelfs maar te denken dat dit iets kan worden. Dan is er ook nog de European Fighter Aircraft (EFA) of Typhoon. Alleen al het woord European al doet de buiken schudden. Maar soms rolt er toch ook wel een een wapen van de band waar optimistisch europees voor is gezet. Sterker nog de EFA wordt of is gekocht door Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Italië, Spanje, Oostenrijk en Saoedi Arabië. Dat is voorwaar geen min lijstje. Het werd onlangs ook nog eens ingezet voor aanvallen op Libische doelen en kan zich nu tooien met de hoofdprijs voor een marketeer in wapentechnologie: 'combat proven.'

Ook India gaat Europees kopen. Het land heeft besloten of de Rafale of de EFA te kiezen voor de vernieuwde luchtvloot. Het gaat in eerste instantie om 126 exemplaren, maar de verwachting is dat Delhi uiteindelijk tweehonderd jachtvliegtuigen van het gekozen type zal kopen. De afvallers zijn Boeing (F/A-18) en Lockheed (F-16) uit de VS, United Aircraft Corp (MIG-35) uit Rusland en Saab (Gripen). De financiële omvang van de order is ruim tien miljard euro. Technologie overdracht voor binnenlandse productie zou wel eens een belangrijke rol in de afweging gespeeld kunnen hebben. Hindustan Aeronautics Ltd. wil na de levering van de eerste 18 vliegtuigen zelf de productie in handen nemen. De VS hebben het niet zo op technologie overdracht. Beeldvorming is mooi maar de feiten zijn toch net iets meer in het voordeel van Europa dan wel eens wordt gedacht.

De aankoop heeft weinig met veiligheid, maar meer met het prestige en de militaire ambities passend bij een regionale supermacht te maken. Ook in India kan je andere bestemmingen voor miljarden euro's bedenken. Voor de veiligheid zou een verdeel systeem voor voedsel, het verlichten van de armoede van de allerarmste veel belangrijker zijn. Het zoeken van een oplossing voor de vele binnenlandse conflicten o.a. langs de hele oostgrens wordt niet geholpen met de aankoop. Maar dat buiten beschouwing gelaten, maakt de keuze van de India duidelijk dat het aanbod breder is en bovendien dat Europese vliegtuigen ook een eerste keus kunnen zijn.

De Amerikaanse ambassadeur in India, Timothy Roemer, die voor Lockheed en Boeing heeft gelobbied zegt: “We zijn zwaar teleurgesteld door dit nieuws. We kijken er naar uit om de militaire samenwerking met India uit te breiden en voort te zetten. We blijven overtuigd dat de Verenigde Staten onze militaire partners op aarde kan voorzien van 's werelds meest geavanceerde en betrouwbare technologie.” Deze mooie woorden kunnen toch niet verhullen dat er een flinke deuk is geslagen in dit beeld. Den Haag wil gewoon de JSF, deuk of niet.

Geschreven voor Konfrontatie

* De Canadese televisie maakte recent een programma over de aanschaf.

woensdag 27 april 2011

Loyaliteit versus outsourcing


De militairen zijn te loyaal en laten zich nauwelijks horen. Het is een kreet die de afgelopen weken in de gesprekken over bezuinigingen regelmatig te horen was. Maar dat valt mee: woordvoerders van de bonden worden gehoord; en kranten als Algemeen Dagblad en Telegraaf dienen als spreekbuis om de kwaadheid via chocolade letters op de voorpagina's naar buiten te brengen. Bovendien hebben ze een batterij deskundigen die ingezet worden om tegen het afglijden van Nederland te waarschuwen. Dan is er nog minister van Defensie Hillen. Hij gaf zelf het slechte voorbeeld door zijn eigen bezuinigingen te honen. Hij werd hierbij afgelopen zondag door Kamerlid Knops van het CDA in het programma Buitenhof geholpen. Het CDA blijft staan voor een krachtig leger. Dat wordt er mee uitgestraald.

Toch moet je twijfelen aan de steun van de nationale elite voor de troepen zelf. Steun voor krijgsmacht vertaalt zich niet automatisch naar steun voor de militairen. In de brief van Hillen gaat een pagina over een belangrijke verandering in de structuur van Defensie. “Niet-strategische onderhoudsactiviteiten worden zoveel mogelijk uitbesteed,” schrijft hij (p. 9). Dat heeft voordelen. Defensie betaalt voor wat geleverd wordt en hoeft niet de pensioenen en wachtgelden neer te tellen. Bovendien einde klus, einde werk. Dat heet flexibilisering van de arbeid. Het neoliberalisme dringt steeds verder het leger binnen. Daarmee is het krijgsmacht niet alleen de harde hand achter dit economische model, maar is de ziel van de leger er ook slachtoffer van.

Nederland volgt daarmee een ontwikkeling die in de Verenigde Staten al langer geleden is ingezet. Een defensiebegroting in het Westen kon je tien jaar geleden makkelijk uit elkaar trekken door te stellen: de helft voor personeel, een kwart voor materieel en gebouwen en nog een kwart voor onderhoudskosten, brandstof e.d. Voor Europa klopt dit schema grofweg nog steeds. In de Verenigde Staten is die verhouding tegenwoordig heel anders:

Operaties en onderhoudskosten:50%
Materieel:30%
Personeel:20%
http://www.eda.europa.eu/defencefacts/

Een belangrijk deel van de besparingen in de VS wordt bereikt door het inzetten van private ondernemingen tijdens interventies. In december 2010 waren er meer civiele (159.000) dan militaire VS-defensiemedewerkers (144.000) in Afghanistan en Irak. Oorlog is business geworden.

Het resultaat van de Amerikaanse besparingen op arbeid is dat Europa en de Verenigde Staten in absolute zin evenveel uitgeven aan personeel, terwijl het defensiebudget van de VS tweeënhalf maal zo hoog ligt. Dat beloofd niet veel goeds voor de Nederlandse soldaten. Ook de verandering in die richting zit ingebakken in brief van Hillen. Dat is onwenselijk, want legers moeten niet privatiseren. Bovendien komt deze flexibilisering van militaire arbeid voort uit een visie op arbeidsrechten die vanuit de optiek van een werknemer onacceptabel is.

Martin Broek
Geschreven voor Sargasso

dinsdag 26 april 2011

Flintlock Kamervragen



Het komt niet elke dag voor dat mijn blog in Kamervragen genoemd wordt.



Vragen van de leden Van Bommel, Van Dijk en Irrgang (allen SP) aan de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken over inzet Nederlandse militairen in Sahel-landen.

1. Is het juist dat de Flintlock-operatie in het kader van terrorismebestrijding wordt uitgevoerd en deel uitmaakt van de Operatie Enduring Freedom Trans Sahara? Indien neen, hoe zijn dan de feiten? (1)

2. Is het juist dat Nederland vanaf 2005 betrokken is bij de operatie Flintlock? (2) Indien neen, hoe zijn dan de feiten? Kunt u een overzicht geven van de Flintlock-operaties van de afgelopen jaren waaraan Nederland heeft deelgenomen; hoeveel Nederlandse militairen deelnamen en wat de doelen waren van de afzonderlijke operaties? Zijn de doelen gehaald? Welke taken hadden de Nederlands militairen?

3. Is het juist dat de operatie is opgezet in het kader van de Amerikaanse Special Forces Commando voor Afrika (JSOFT-S)? Is het juist dat het om een multinationale militaire activiteit gaat waarbij Nederland deelneemt aan een Multinationaal Coördinatiecentrum? Indien neen, hoe zijn dan de feiten?

4. Is het juist dat vuurgevechten niet zijn uit te sluiten tijdens Flintlock? Hoeveel tic’s (troops in contact) heeft Nederland gehad vanaf 2005 tijdens Flintlock? Deelt u de opvatting dat oefeningen waarbij vuurgevechten niet zijn uit te sluiten ook aan het parlement moeten worden gemeld? Indien neen, kunt u aangeven waarom? (3) Zo ja, op welke wijze gaat u dat vormgeven?

5 Is het tevens juist dat tijdens deze oefening ook militairen van diverse Afrikaanse landen zijn opgeleid? Zo ja, om welke landen ging het precies en wat voor soort functies werden deze militairen opgeleid?

6. Welke landen nemen aan deze operaties deel? Is het juist dat niet ieder deelnemend land aan deze operatie bekend wil maken dat het meedoet? Wat is de reden van deze geheimhouding? (4)

6. Waarom is Nederlandse deelname niet aan de Kamer meegedeeld en is evenmin gewerkt in het kader van een artikel 100-procedure? (5) Is deelname van Nederlandse militairen door de Militaire Kerngroep Speciale Operaties (MKSO) beslist? Zo ja, wanneer? Indien neen, door welke minister is tot deze operatie beslist?

7. Welke politieke prioriteit geeft u aan het opleiden van Afrikaanse militairen, special forces? Wanneer en op welke wijze is deze beleidslijn aan de Kamer voorgelegd?

8. Deelt u de opvatting dat deze operatie de militarisering van politieke problemen in de Sahel-landen in de hand werkt? Deelt u tevens de mening de aanwezigheid van Nederlandse en andere Westerse troepen verdere weerstand op kan wekken? Indien neen, waarom niet?

Bronnen:
1 “Nederlanders in War on Terror… in Afrika”. Martin Broek, februari 2011, zie http://broekstukken.blogspot.com/2011/02/nederlanders-in-war-on-terrorin-afrika.html.
2. Algemeen Dagblad, 23 april 2011, “Geheime missie, Nederlandse militairen trainen Afrikanen in Sahel”.
3. AD, 23 april 2011; “Defensiespecialist Colijn: “Maar je zou kunnen zeggen dat oefeningen waarbij vuurgevechten niet zijn uit te sluiten, ook moeten worden gemeld.”
4. Zie voor oefening in 2011, Flintlock 11 Kicks Off February 21 in Senegal, zie http://www.africom.mil/getArticle.asp?art=5937.
5. Zie voor informatie over Sahel-politiek met name 32500 V nr 8, d.d. 20 oktober 2010. Zie antwoorden op vragen 133 en 135 waarin direct wordt gevraagd naar wijzen van terreurbestrijding in Sahel-landen. In het antwoord wordt alleen Mali genoemd. Zie ook Verslag RBZ van 25 oktober 2010, 21501-02 nr 995, d.d. 26 oktber 2010. Zie tevens Verslag schriftelijk overleg inzake geannoteerde agenda RBZ 31 januari 2011. 21501-2 nr 1020 d.d. 28 januari 2011.

dinsdag 12 april 2011

Defensie kiest: voor zware wapens


Dat CDA, VVD en PVV er voor zorgen dat het Nederlandse leger mee moet doen aan de bezuinigingen kan niemand verbazen. De VVD heeft de plannen van beide partners moeten slikken. Het CDA stelde voor de verkiezingen een structurele bezuiniging van 500 miljoen. De PVV ging voor 1,1 miljard aan structurele bezuinigingen en ruim honderd miljoen aan incidentele. De VVD ging voor de nul. Het is ergens tussen de drie komen te liggen met bezuinigingen ter waarde van 650 miljoen euro.

In de pers wordt veelal lekker makkelijk een miljard aan bezuinigingen genoemd, maar een groot deel daarvan is bedoeld om de wanorde binnen Defensie op te ruimen. De kas moet weer kloppend gemaakt worden. De voorraadkasten zijn leeg en moeten aangevuld worden. Defensie is een uitgeleefd huis. De puinhoop was geen geheim, maar een Kamermeerderheid wilde jarenlang niet al te drastisch ingrijpen. Dat het oplappen van een woning – waarde 8 miljard euro – kosten met zich meebrengt kan niemand echt verbazen. Het is eerder opmerkelijk dat Defensie er zo lang mee wegkwam. De 175 miljoen euro die dit kost kan je moeilijk zien als bezuiniging. Het is de premie die betaald moet worden voor wanorde.

Ook zijn er nog twee nieuwe loketten geopend: een voor cyber oorlog en het andere voor onbemande vliegtuigen. Wat cyber oorlog betreft houdt Nederland het het niet bij verdediging tegen aanvallen, maar Defensie gaat zelf ook een cyber warior worden. Het leger wordt uitgebreid met mensen die de IT-technologie van anderen aan kunnen vallen. Ook voor dat nieuwe wapenwedloopje, inclusief onbemande MALE vliegtuigjes, is een potje gereserveerd van 150 miljoen euro. Logisch dat dat geld elders weggehaald wordt, anders klopt de begroting niet meer en de tijd lijkt voorbij dat daar dan wel weer een mouw aan wordt gepast.

De som van de bezuinigingen is niet het belangrijkste, maar wel de inhoudelijke keuzes die gemaakt worden. Als eerste moet de vraag gesteld worden: Wat voor leger willen we hebben? Er is de afgelopen jaren flink wat werk gestopt in het beschrijven van modellen voor het Nederlandse leger. Aan alle modellen hangt een prijskaartje. Het model 'Inzetten op specifieke kwaliteiten,' levert structureel 2,1 miljard euro bezuinigingen per jaar op. Model D 'Veelzijdig inzetbaar,' levert structureel het minste op, nl. 400 miljoen euro per jaar. Minister van Defensie Hillen richt zich op een model D+. Maar uit zijn plannen spreekt vooral de wens zo snel mogelijk weer naar een hoger investeringsniveau terug te keren.

Dat de bezuinigingen omkeerbaar moeten zijn en door de Minister niet gewenst, spreekt niet alleen uit zijn uit de brief geschrapte woorden “deze brief bijdraagt tot het besef dat Nederland voor zijn veiligheid onderverzekerd dreigt te raken” en zijn uitspraken tijdens het debat vanmiddag. Ook is het goed te zien aan de wapens waarop bezuinigd wordt. Dat Nederland van tien naar zes mijnenjagers gaat, zal niemand echt merken. Dat de tanks afgeschaft worden is jammer voor de cavaleristen en hun onderhoudsdiensten, maar van zestig naar nul is een kwestie van efficiency. Er zijn dan geen reserveonderdelen en personeel voor tanks meer nodig. Helikopters afstoten die het toch al niet goed doen, is eerder zinvol dan een probleem. Van 87 F-16's waarvan een deel niet vliegt naar een luchtvloot van 68 F-16's die wel paraat is, klinkt militair verstandig. Bovendien kan de luchtmacht zo wennen aan een kleiner aantal jachtvliegtuigen; er komen eerder minder dan meer JSF's.

Met de JSF is gelijk iets anders genoemd dat opvalt. Er zit nog een lijn in de bezuinigingen. De aankoop van hypermoderne en peperdure straaljagers wordt ook in tijden van bezuinigen doorgezet met de aankoop van een tweede testvliegtuig. Van de nieuwe korvetten die kleiner zijn dan de andere oppervlakte schepen moeten er al twee verdwijnen voordat ze in dienst zijn. Alle grote fregatten (waaronder de zeer hoogwaardige luchtverdedigingsfregatten) mogen blijven. Het resultaat is dat het schip van de wacht in de Antillen en Nederland niet een scheepje op maat is, maar een veel te duur en overbewapend hoog technologisch fegat; alsof je kok met twee Michelin sterren een boterham laat smeren. Defensie kiest voor state of the art wapens voor het hogere geweldspectrum.

Hillen wil internationaal in de Champions League meespelen. Velen zeggen dat dit niet kan, maar hij heeft meer kijk op het spelletje dan zijn tegenstanders die vinden dat het leger daarvoor te klein wordt. Een klein land als Nederland moet zich erbij neerleggen dat het op eigen houtje niet lukt, maar het beschikt wel over hoogwaardige kennis die ingezet kan worden bij oorlogen en conflicten her en der in de wereld. Luchtmobiel, mariniers, pantserhouwitsers, apache helikopters, geavanceerde patriot raketten en marineschepen met raketschildtechnologie, het zijn allemaal top eenheden die ingepast in een groter geheel Nederland de status geven waarvan de Rob van Wijk's van deze wereld zeggen dat ze bang zijn die te verliezen. Er zijn wel twee problemen. Teveel verplichtingen leidt tot het verslijten van materieel en voorraden. Te vaak uitzenden zal er toe leiden dat nog meer middenkader het leger zal verlaten. Kennis en kunde verlaten dan de krijgsmacht. Logistiek en commandostructuren moeten op peil blijven om elders te kunnen interveniëren. Hillen kiest om het in zijn woorden te zeggen voor 'kort, krachtig en hoogwaardig' optreden en houdt ondanks de bezuinigingen een leger op poten dat dit kan.

Waarom willen de deskundigen na de Koude Oorlog eigenlijk een groot leger behouden? Eerst was het Al Qa'ida. Nu is het in hoofdzaak de onvermijdelijke aanstormende strijd om de grondstoffen die het vaakst genoemd wordt. Een strijd met opkomende machten als China en India en zelfs als Brazilië wordt genoemd. Er wordt niet gemeld dat de NAVO voorlopig nog goed is voor zo'n 70 procent van de defensie uitgaven in de wereld. Met onze kwetsbaarheid valt het dus wel mee. Dat de Chinese marine naar verwachting pas over een aantal decennia mee zal gaan tellen wordt niet genoemd. De Koude Oorlog is over en een grote vijand is in de verste verten nog niet te zien. Maar angst blijkt hier een raadgever die tot een hoger budget kan leiden.

Nederland moet helemaal niet in die Champions League willen spelen, ook niet met zes of zeven spelers. Ze kan zich beter richten op de breedte sport. Met andere woorden: een leger dat niet kort, krachtig en hoogwaardig optreedt, maar efficiënt, mild en met compassie. Dat betekent die grote zware fregatten er uit, geen Joint Strike Fighter, maar een vliegtuig voor luchtverdediging. Dat betekent geen trainingen contraterrorisme, maar communicatie in multinationale omgeving. De bezuinigingen gaan de goede kant op. Nu de inrichting nog kort, krachtig en waardig verbouwen naar een leger in dienst van mensen. Dat kan ook met minder geld.

Martin Broek

Geschreven voor Sargasso

Brief van Hillen

vrijdag 1 april 2011

Lockheed Martin frustreert controle en aankoopbeleid (boekbespreking)

Eind maart is in het Verenigd Koninkrijk de tienjaarlijkse volkstelling gehouden. De organisatie 'Count me Out' heeft protesten tegen de telling georganiseerd, omdat Lockheed Martin (LM) € 170 miloen verdiende aan de begeleiding ervan. LM is ook de de grootste wapenfabrikant in de wereld, vandaar. Het bedrijf had al ervaring in de Verenigde Staten en Canada. Informatie daarover kom ik tegen in Prophets of war van William Hartung. Een boek waarvan de centrale stelling is dat Lockheed veel te veel macht verzamelt op veel te veel terreinen. Het bedrijf produceert wapensystemen voor de ruimte, de lucht, op zee en land. Het is daarnaast actief op het tal van andere gebieden tot aan sociale zaken toe. Voor Nederland is vooral van belang dat de firma hoofdaannemer bij de productie van de JSF is.

Als ik een boek met index in handen krijg, ga meteen naar de lemma's. In dit boek kijk ik naar: Nederland, Bernhard en JSF. (Census komt niet voor.) Over de JSF is niet opvallend veel geschreven. In the Star-Telegram - de krant uit Fort Worth waar Lockheed gevestigd is – vind je minstens zoveel informatie. Toch zou het boek standaard literatuur moeten zijn voor iedereen die zich professioneel met de Nederlandse aanschaf van de straaljagers bezig houdt, zoals journalisten, politici, wetenschappelijke bureaus van de politieke partijen, activisten en wetenschappers.

Voor Hartung is de Joint Strike Fighter, Lightning II, F-35 of JSF (om gelijk maar alle nieuwe en oude namen te noemen waaronder hij bekend staat) een onderwerp binnen een groter thema. Dat is het gemarchandeer en gelobby, geheimzinnigheid, liegen, bedriegen, bedreigen, productie van falende of onzinnige producten, verspillen van belastinggeld en onderonsjes tussen militairen en politici bij het bedrijf. Kortom alles wat democratische controle en aankoopbeleid frustreert.

Het boek weegt zwaar onder de feiten en bronnen die die de schrijver in de loop van decennia heeft verzameld en die het betoog kracht bijzetten. Toch zijn het de meer algemene opmerkingen die het boek waardevol maken. Dat het F-22 gevechtsvliegtuig – ook van LM – vier keer zo duur wordt als gepland, is pas interessant als er context aan gegeven wordt: “Hoe dat kon gebeuren? Helaas heel eenvoudig. Ten eerste schreef Lockheed Martin zich in met een lage offerte, terwijl het heel goed wist dat de vliegtuigen veel duurder zouden worden dan de eerste inschattingen.” Dit principe heet buying in. Vervolgens gaan de militairen extra eisen stellen die de vliegtuigen duurder maken. Daarna berekent LM kosten voor extra's. Het is een principe dat steeds opnieuw wordt toegepast en dat steeds opnieuw verbazing oproept. Je gaat je bijna afvragen of er iets mis is met de geheugens van ambtenaren, parlementariërs en ministers die ervoor moeten zorgen dat een land zo voordelig mogelijk een nieuw wapensysteem koopt. Er zijn er wel meer mechanismen die LM nu over Nederland rolt en die in het boek genoemd worden.

Binnen het deel over de JSF had wel iets meer informatie uit de rest van de wereld kunnen staan. De JSF is een internationaal project met partners her en der in de wereld. Dat principe is gekozen om de enorme kosten uit te smeren. De aanschaf is een fors en omstreden onderdeel van de Defensiebegroting in de VS. Laat staan in andere landen. Bovendien heeft Lockheed ook elders meer invloed dan gezond is. Als het even mis dreigt te gaan door alle missers die bij de productie bovenwater komen dan organiseert het parlement in Nederland zelfs een besloten bijeenkomst met de hoofdverantwoordelijke voor het JSF-project, Tom Burbage van LM. Niet dat Burbage dan de ontbrekende informatie meeneemt die het parlement nodig heeft voor een echt oordeel over de aanschaf. Wel wordt uitgelegd waarom de problemen kleiner zijn dan voorgesteld en waarom Nederland er goed aan doet de straaljagers aan te kopen. Dat is geen lobby meer, dat is politiek-militair-industriële handje klap, waar critici buiten worden gehouden. Het is slechts één van de voorbeelden.

Nederland komt er met twee vindplaatsen in het boek bekaaid vanaf. Dat Nederland er niet echt toe doet in de militaire wereld valt wel vaker op. Dat is vandaag de dag zelfs zwak uitgedrukt met het uitstellen van de politiemissie in Afghanistan en het spelen van aangever bij het enige internationale wapenfeit van Gadaffi in de huidige oorlog; het buitmaken van een helikopter. Maar hier had ik toch meer verwacht. De eerste treffer gaat over de verkoop van Starfighters in de jaren zestig en het daarmee samenhangende corruptieschandaal. De tweede over de creatieve oplossing die de Nederlandse regering koos om Prins Bernhard maar half te straffen voor zijn scheve schaats bij de aankoop van Starfighter en Orion. Nederland staat in het boek vrijwel gelijk aan de corruptie van de Prins von Lippe-Biesterveld.

Het Nederlandse corruptieschandaal komt in het boek aan de orde als deel van een veel grotere operatie van Lockheed om tegenvallende resultaten te lijf te gaan. Het bedrijf doet dat door het fêteren van belangrijke personen in Duitsland, Japan en Italië. Nieuw is de hier beschreven informatie niet. Het hele complex aan contacten en steekpenningen is bijvoorbeeld ook beschreven in het standaard werk de Wapenindustrie/ The Arms Bazaar van Anthony Sampson, waarvan de auteur veel gebruik maakt. Hartung heeft geen nieuwe bronnen. Ook niet de later vrijgegeven telexen tussen Nederland en de VS.

Dat het gericht zijn op één bedrijf, ook al is het veruit het grootste, een nadeel heeft wordt hier wel heel duidelijk. Sampson schreef in De Wapenindustrie: “Het is zeker dat deze gebeurtenis niet eenvoudig uitgelegd kan worden met het wijzen op de meedogenloosheid van een enkel concern; men moet eerder denken aan een boom met verrot fruit, die wacht tot hij wordt uitgeschud in de schoot van een of andere firma.” Hartung laat dat grotendeels buiten beschouwing.

De schrijver heeft een vlotte pen en een zak vol anekdotes om zijn tekst te verlevendigen. In de context van de corruptieschandalen rond de verkoop van de Starfighter schrijft hij over de bijnamen ervan, vliegende doodskist en weduwemaker. Niet voor niets. In een periode van tien jaar stortte er 178 keer een neer. Hierbij kwamen 85 Duitse piloten om het leven. Vijftig Duitse weduwen van piloten spanden samen een proces aan tegen Lockheed en ontvingen $ 1,2 miljoen. 'Minder dan de kosten van één Starfighter,' zo voegt hij er kenmerkend voor zijn stijl aan toe.

Met die losse stijl kan je ook de mist ingaan. Iets verder op schrijft hij dat het maar goed is dat ze de Starfighter nooit in een oorlog gebruikt hebben. Ik herinner me de voorlichter van Defensie die in Dagblad De Stem stelde dat: “Iedere keer als Turkije bombardementen uitvoert op Koerdische doelen, vragen wij ons af of ze daarvoor “onze” Starfighters gebruiken.” Dezelfde ambtenaar meldt ook dat het ministerie niet weer wil worden geconfronteerd met een zo duidelijke schending van het Nederlandse wapenexportbeleid. Los van de constatering dat de recente ophef over Nederlandse leveringen aan het Midden-Oosten aantonen dat het weer van een zelfde laken een pak was, laat de uitspraak zien dat de Starfighter wel degelijk in een oorlog is gebruikt. Hartung heeft het later in zijn boek wel over deze bombardementen op Koerdische dorpen, maar hangt ze volledig op aan de F-16. Dit terwijl ook nog de NF-5 van Northrop gebruikt is. Een vliegtuig dat in Nederland ook werd aangeschaft na omkoperij van Bernhard. Hierover zou de Regering Den Uil de dossiers verdonkeremanen. In een boek vol feiten is het niet moeilijk fouten en aanvullingen te vinden en de inzet van ook andere vliegtuigen onderstreept zijn betoog.


Had ik het bij het nalezen van die zoektermen gelaten dan had ik niet alleen een informatief en goed leesbaar boek vol feiten onrecht aangedaan. Ik had ook een Nederland bedrijf gemist dat er in voorkomt. De werf Damen werkt gestaag aan zijn groei en levert patrouille schepen aan de Amerikaanse kustwacht, nadat Lockheed Martin en Northrop Grumman faalden een goed en zeewaadig schip te leveren. Het verhaal waarin Damen voorkomt staat in een tekst over activiteiten van LM die je niet zou verwachten zoals het automatiseren van de postbezorging, beheer van gevangenissen, post-conflict bijdragen in Afrika etc. En dus ook volkstellingen. Maar de core business blijven wapens, zoals de JSF.



Prophets of War; Lockheed Martin and the making of the military-industrial complex
William D. Hartung
Nation Books, New York, 2011
pp. 296
index
ISBN 978-1-56858-420-1

Geschreven voor Sargasso