![]() |
| Bron: *MO |
donderdag 17 juli 2014
Risicostrategie in de Zuid-Chinese Zee
donderdag 3 juli 2014
Damen profiteert van wapenwedloop rond Zuidchinese Zee
Damen heeft al vier Sigma grote oppervlakte schepen verkocht aan de Vietnamese marine. De eerste twee schepen worden gebouwd in Vlissingen, de volgende twee in Vietnam. Ze zullen worden uitgerust met raketten (8x Exocet en 12 x Mica SAM) van de Europese raketbouwer MBDA (eigendom van de Airbus Group, BAE Systems en Finmeccanica), drie stuks Italiaans Oto Melara geschut (1 x 76mm en 2 x 30mm) en Thales Netherland sensoren, vuurleiding en gevechtssysteem. De schepen kunnen een Russische Ka-28 helicopter voor onderzeebootbestrijding aan boord hebben.
“Bijna elke Aziatische natie bouwt zijn zee- en luchtmacht op. De bewoners van de regio moeten hopen dat het een totale verspilling van geld is,” schreef David Pilling in de Financial Times. Zijn bijdrage – met de titel 'Asia follows China into an old-fashioned arms race' - beweert, zoals vele andere analisten dat ook doen, dat deze wapenwedloop zich de komende jaren zal verhevigen. Een dergelijk wedloop creëert vanzelfsprekend mogelijkheden voor wapenfabrikanten. De Nederlandse scheepbouwer Damen zag die mogelijkheid en zette een werf in de regio op. Vietnam is niet de enige locatie in Zuidoost Azië waar Damen actief is. Vlak bij Soerabaja, op Oost-Java, werkt Damen nauw samen met PT Pal bij de bouw van steeds groter wordende marineschepen.
“Vergis u niet: 'marine' is het sleutelbegrip,” schreef neocon Robert Kaplan in zijn recente boek over veiligheid rond en in de Zuidchinese Zee: Het Aziatische Kruitvat. Een blik op de kaart maakt duidelijk waarom hij de 21ste eeuw “de eeuw van de marine” noemt: er zijn lange kustlijnen, veel eilanden, belangrijke scheepvaartroutes, conflicten om riffen en eilandjes (om de natuurlijke hulpbronnen zoals olie en vis) en Chinese aanspraken op een groter deel van de Zuidchinese Zeekoek. Bij elkaar genomen de ingrediënten voor militaire ambities op de volle zee (blue water) in de regio.
Maar andere visies zijn ook mogelijk. Je kan stellen dat het in spanningsgebieden beter is om te werken aan dialoog en het creëren van vertrouwen, onderling begrip en sterkere regionale organisaties, waarbij alle landen uit de regio worden betrokken. Oorlog is niet onvermijdelijk bij de verschuiving van de machtsbalans als deze verandering maar voorzichtig wordt begeleid en aangepakt. Maar zeker is dat een wapenwedloop in een regio met zoveel conflicten sneller leidt tot ernstige vormen van militair geweld.
De Japanse premier, Shinzo Abe, schreef onlangs: “Zonneschijn is het beste ontsmettingsmiddel.” Hij vervolgde, “dat is zeker waar als het gaat om veiligheid in Azië. (…) De vruchten van de voorspoed zouden moeten worden geïnvesteerd in het verbeteren van de levens van mensen en niet in wapens die levens nemen.” Dat zijn wijze woorden, en Abe zegt dat hij wil samenwerken met regionale bondgenoten en partners, “inclusief de VS en ASEAN.” Helaas vergeet hij de grootste regionale macht van allen te noemen, China, bij het streven naar een “keiharde zone van stabiliteit.” De Japanse premier verlaagde onlangs ook al de restricties op wapenexporten en militair optreden. Dat draagt ook al niet bij aan meer vertrouwen.
De spanning groeit in Zuidoost Azië. De stroom aan Europese wapens maakt de situatie niet beter.
Engelstalige versie geschreven voor Stop Wapenhandel
woensdag 2 juli 2014
Damen contributes to arms race in Chinese Sea region
Recently, the Dutch (military) shipbuilder Damen opened the Song Cam Shipyard, a joint venture with a Vietnamese partner,
not far from the Chinese border and in the direct vicinity of the
headquarters of the Vietnamese Navy in Hai Pòng. The wharf is one of the largest
in the Damen Group. Pim Schuurman, Managing Director of Damen Holding
Vietnam stated: “We have successfully built 226 vessels in Vietnam with
our partner yards. Vietnam has a lot of shipbuilding knowledge, the
people are very hard working.”
Photo: Netherlands' Prime Minister Mark Rutte
speaks at a ship launching ceremony at
Damen Song Cam Shipyard, Reuters June 17, 2014.
Damen has already sold four Sigma major surface vessels to the
Vietnamese navy. The first two ships will be built in the Netherlands
(Flushing), the next two in Vietnam. The ships will be fitted
with missiles (8x Exocet and 12 x Mica SAM) of European missile company
MBDA (owned by the Airbus Group, BAE Systems and Finmeccanica), three
Italian Oto Melara guns (1 x 76mm and 2 x 30mm) and will be equipped
with Thales Netherlands sensors, fire control and combat management
system. The ships can harbour one Russian Ka-28 anti-submarine
helicopter.
“Almost
every Asian nation is building up its capacity in the air and on the
sea. The people of the region must hope that it is a complete waste of
money,” wrote David Pilling in the Financial Times.
His contribution - 'Asia follows China into an old-fashioned arms race'
- argues, like many observers do, that the trend will gather pace in
the coming years. This arms race obviously opens export possibilities
for arms companies. Dutch shipbuilder Damen took the opportunity by
establishing a wharf where the action is. Vietnam is not the only
location in Southeast Asia where Damen is active. Near the Indonesian
city of Surabaya, East Java, Damen closely cooperates with PT Pal in building naval vessels of steadily bigger size.
“Be not mistaken; the navy is the key issue,” wrote neocon writer
Robert Kaplan in his recent book on security in the Chinese Sea region*.
One look at the map shows clearly why the 21st century will be “the
century of the navy:” Asia is full of long coastlines, many islands,
important shipping routes, conflicts for reefs and barriers (because of
natural resources like oil and fish) and Chinese claims for a bigger
share of the region's wealth. They provide the ingredients for blue
water maritime military ambitions in the region.
In the linear world view of Kaplan, a shift in economic power will -
as if guided by the invisible hand of Ares, the God of War -
automatically lead to more conflict, more arms procurement armaments and
possibly war. According to Kaplan, China has the right to have bigger
claims and stronger armed forces. But this will change the balance of
power and cause a weaker position of the United States in the region.
Other countries must take responsibility and Vietnam can and will play a
key role in this power struggle by balancing China, writes Kaplan. One
can conclude that the Dutch shipbuilder has chosen the right spot for
expansion.
However, other world views are possible. One can also argue that in
regions of tension it is better to build on dialogue and create
confidence, mutual understanding and stronger regional organisations
including all countries. War is not the inevitable outcome when a
changing balance of power is managed with care. But for certain, an arms
race in a region with many disputes brings this region closer to serious armed conflict.
The Japanese prime minister Shinzo Abe recently wrote:
“Sunshine is the best disinfectant.” He continued, “that is particulary
true where Asian security is concerned. (…) The fruits of prosperity
should be reinvested in improving peoples lives, not in weapons that can
take them.” These are wise words, and Abe says he wants to cooperate
with regional allies and partners, “including the US and ASEAN.”
Unfortunately he forgets to include the biggest regional player of all,
China, in the “rock-solid zone of stability” he is aiming at. The Japanese Prime Minister also relaxed Japanese arms export and military deployment policies, which is helpful neither to create more trust.
Tension is growing in Southeast Asia. The influx of more European arms will not make it any better.
Written for Stop Wapenhandel
* Asia's Cauldron. Author used the Dutch version: Het Aziatische
Kruitvat; Het einde van de stabiliteit in de Grote Oceaan, Spectrum,
2014.
woensdag 2 april 2014
Zwitserland en Japan verzwakken wapenexportregels
Meer naar het noorden werd een ander schip aangehouden in de haven van Hamburg. Dit schip was op weg naar Egypte. Nu is het de Duitse douane die vermoedens heeft dat de lading van een (niet bij naam genoemd) vrachtschip niet in de haak is. Het schip vervoerde onderdelen voor pantservoertuigen en militaire scheepsuitrusting uit Polen naar Egypte. Volgens de Duitsers dit was een schending van het gemeenschappelijk standpunt van de EU betreffende wapenexporten. De Duitsers maakten gebruik van het recht een doorvoervergunning te weigeren op het moment dat het schip in de haven van Hamburg lag. Volgens een woordvoerder van het Egyptische ministerie van Buitenlandse Zaken ging het om een storm in een glas water; voor het vrijgeven van de lading werd slechts gewacht op verwerking van de juiste vrachtbrieven en documenten.
Deze twee voorbeelden laten zien dat er veel mogelijk is als het gaat om het onderscheppen van illegale wapenleveringen. Er is vooral politieke wil nodig. Wat niet helpt is dat sommige landen hun wapenexportnormen naar beneden bijstellen. Onlangs veranderden de Zwitsers het beleid onder druk van een lobby van 70 Zwitserse wapenproducenten. De oude Zwitserse verordening verbood wapenexport naar landen die bekend stonden vanwege systematische en ernstige mensenrechtenschendingen. Ook de uitvoer van wapens naar landen waar sprake was van een internationaal of binnenlands gewapend conflict waren niet toegestaan. Onder het nieuwe beleid wordt soepeler opgetreden; vergunningen worden geweigerd, indien er "een hoog risico" in de ontvangende bestaat dat de bewuste militaire apparatuur zelf zal worden gebruikt voor ernstige schendingen van de mensenrechten. Niet alle wapens worden dus verboden, maar wapens waarmee de schendingen plaats zullen vinden. De hoog risico bepaling laat vooral speelruimte. Met deze nieuwe formulering is Zwitserland het eerste land dat zijn export regels naar beneden bijstelt om ze in overeenstemming te brengen met het VN-wapenhandelsverdrag (ATT), dat uitgaat van minimale normen. (Nederland verlaagde al een aantal jaar eerder de normen na het invoeren van de Europese gedragscode wapenexport.)
Wanneer het aanbod groeit, zijn regels belangrijk, maar nog belangrijker is de politieke wil om wapenhandel te stoppen. Ongecontroleerde wapenhandel wordt veroorzaakt door niet ingrijpen, niet door gebrek aan juridische instrumenten. Een positief voorbeeld is de groep landen (Nederland , Denemarken, de VS, UK, Canada, Noorwegen, Duitsland, Frankrijk en Italië) die samenwerken als de Gaza Counter-arms smuggling Initiative. De daadkracht van die groep contrasteert sterk met de terughoudendheid als het gaat om het controleren van de illegale Libische wapensstromen die hun weg vinden naar alle uithoeken van Noordwest-Afrika. Het rapport van het VN-panel hierover zijn een must read voor iedereen die wil begrijpen wat er mis kan gaan met de verkoop van wapens.
Deze column is licht gewijzigde en engelstalig vorm te vinden op stopwapenhandel
maandag 31 maart 2014
Enough rules, time for action
More up north another ship was stopped in the harbour of Hamburg en route to Egypt. This time is was the German customs suspecting the cargo of an unnamed freighter. The ship turned out to transport spare parts for armoured vehicles and naval equipment from Poland, which according to the Germans was a violation of the EU Common Position on arms trade. Because the ship passed Hamburg harbour Germany was entitled to refuse a transit permit. According to a Egyptian foreign ministry spokesman it was a storm in a teacup. According to him, the cargo was only held pending for completion of documents.
These two examples show that a lot is possible in intercepting illegal arms transfers, as long as there is political will. What does not help is that some countries lower their arms export standards. Recently Swiss changed its policy under pressure of a lobby of 70 Swiss arms producers. Under the former regulation, arms exports to countries known for systematic and grave human rights violations were forbidden. Also, arms exports to countries engaged in an internal or international, armed conflict were not permitted. The new policy will be more elastic. Now, permits will be denied if there is “a high risk” in the receiving state that the military equipment will be used for serious human rights abuses, if the country is “illegally” engaged in an international, armed conflict or if an internal, armed conflict prevails. The “high risk” provision especially leaves room for manoeuvre. With this new formulation Switzerland is the first country downgrading its export rules in accordance with the UN Arms Trade Treaty, which is only giving very minimal standards.
Even more alarming is the change in the Japanese constitution, which will make it possible for Tokyo to export arms. This change is primarily introduced because of the cooperation with U.S. on several weapon manufacturing programmes (F-35 fighter and missile defence missiles SM-3 amongst others) for which export demand this change in law. But Japanese analists fear this will make all kinds of arms exports possible which might destabilize East Asia and strengthen the political position of Japanese nationalists and the Japanese armed forces. In the future Japan, the 3th global economy in the world, might also aim for a top position as an arms exporter.
When the supply grows, regulations are important, but even more essential is the political will to stop arms deals. Uncontrolled arms trade is caused by failing politics, not by lacking legal instruments. A positive example is the group of nations (Netherlands, Denmark, U.S., U.K., Canada, Norway, Germany, France and Italy) cooperating as the Gaza Counter-arms smuggling Initiative. The work of the group strongly contrasts the reluctance to stop illegal Libyan arms finding their way into Northwest Africa. The report by the UN-panel on those particular flows of weapons are a must-read for everyone who wants to understand what can go wrong with arms sales.
Written for Campagne tegen Wapenhandel
woensdag 12 januari 2011
Leve de derde generatie
De roman ‘De hartslag van miljoenen,’ door Kerri Sakamoto voelt vreemd door zijn nabijheid; zijn verstaanbare taal. Het maakt niet uit of het verhaal in Canada of Japan speelt. Steeds is het dichtbij door zijn tederheid, intense lust, contact en afstand, door gebeurtenissen en gedachten. Er wordt door een derde generatie Japanse een brug geslagen die het ook voor mij mogelijk maakt Japan in te lopen.
De kleine dingen die het verhaal voelbaar maken vallen het eerst op. “De woorden ‘bedankt’ en ‘welterusten’ liggen op mijn lippen, ze wachten tot hij ze proeft en in één keer doorslikt. In plaats daarvan knijpt hij met een vochtige hand in de mijne en zegt de woorden zelf.” Langzaam ontwikkelt de relatie tussen hoofdpersoon Miyo en David zich: “‘Ik hou van je,’ fluistert David opeens in de hoorn. Ik wil lachen maar ik kan het niet. Mijn ogen vullen zich met tranen, van schrik, van dankbaarheid. En van meer, maar ik weet niet wat.” De eerste vrijpartij eindigt met: “Hij zakt even op me neer, leeg en zwaar, zijn hoofd naast het mijne. Zijn krullen liggen op mijn wangen, een grappig kietelend gevoel. Hij komt omhoog en probeert zich los te maken, maar ik grijp hem vast, het voelt onnatuurlijke om nu al uit elkaar te gaan.” Het is onmogelijk die ontluikende liefde in zijn geheel te beschrijven, maar ik werd er door geboeid, wegens de fijne elementen die er een rol in spelen.
Die tedere aandacht gaat ook uit naar Miyo’s vader, Masao. Hij was de enige die voor haar zorgde, dag in dag uit, uit plichtsgevoel. Masao is een meelijwekkende zoon van een Japanse arbeidsmigrant. Hij leeft teruggetrokken en stil aan de rand van de Canadese samenleving. Hij was soldaat in de Tweede Wereldoorlog. In het Japanse leger. Het intrigeert David. Hij stimuleert Miyo op zoek te gaan naar het verhaal achter het uniform.
De dood van Masao en een ontmoeting met zijn tweede vrouw, Setsuku, brengt Miyo naar Japan om haar halfzus te ontmoeten. Ze wist voor de dood van haar vader niet eens van zijn bestaan. Hij vermeed elk contact met zijn Japanse dochter.
Bij Hanako gaat niets langzaam. Alles gaat met een temperament door de dood gedreven zo intens. Of het gaat niet. Obsessief zouden mensen haar levensinstelling kunnen noemen, ik hou het op gedreven. Maar ook hier is voor fijngevoeligheid heel nadrukkelijk een plaats ingeruimd. “We zijn van dezelfde botten gemaakt,” vat het elkaar zoeken, grijpen en aftasten - en meer dan dat - vanaf de eerste ontmoeting samen.
Vanuit het samen komen van Miyo, Hanako en Setsuku ontspint zich een verhaal over het oorlogsverleden. Want dat is het hete hangijzer van het boek; de verering van de tokkotai, de kamikaze piloten, die in naam van de keizer dood en verderf zaaiden en ook zelf de dood vonden. Ze lieten jonge liefdes of weduwen achter als zij zich te pletter vlogen of voeren. Om dat te verwerken blijft een groep vrouwen vele jaren later hun mannen vereren. In nette kleren gestoken komen ze bij elkaar in de Yasukuni-tempel op de dag dat de kersenbloemsem (Sakura, 桜んぼ) bloeit. De as van Masao moet daar begraven worden bij die tempel. De laatste eer aan hem en de keizer.
Het is een moeilijk onderwerp om te beschrijven en vanuit de positie van de weduwen misschien nog wel het moeilijkste. Het is zwaar gepolitiseerd, maar hier wordt het ook nog gebracht naar de personen die er heel dichtbij staan, de achtergeblevenen.
In Oost en Zuidoost Azië wordt Japan nog steeds gewantrouwd en verafschuwd wegens het oorlogsverleden. Iedere oprisping van het Japanse nationalisme wordt met protesten begroet in het land zelf, maar ook tot ver daarbuiten. De Japanse verschrikkingen zijn nog niet vergeten. Dat is noodzakelijk want in Japan zijn er invloedrijke krachten die dit nationalisme weer in ere willen herstellen.
De helden verering bij de Yasakuni-tempel speelt binnen dit Japanse nationalisme een belangrijke rol. ‘De hartslag van miljoenen’, duikt dus midden in de ellende. Echter zonder te verdrinken. Maar ook zonder zwaar moralistisch en grof afstand te nemen. Als een chirurg ontleed Sakamoto de heuvel, zijn tempels en de tokkotai. Opstellingen in het museum worden zo beschreven dat de krankzinnigheid duidelijk wordt. Haar vader, o schande, had zich onttrokken aan de laatste vlucht: “Mas had wel beter geweten. Hij was slim en hield zich gedeisd en hij werkte, en begreep hoe de dingen in elkaar zaten. Hij deed altijd wat gedaan moest worden, zonder er veel voor terug te verwachten. Maar zou hij ooit dwaas genoeg geweest zijn om zijn hele leven op te geven voor niets, zomaar? Voor een land dat niet echt het zijne was en hem niet accepteerde zoals hij was? Japan had nooit in hem geloofd. Misschien had hij ervoor gekozen niet in Japan te geloven.” Hier wordt niet alleen een belangrijke ontdekking over haar vader en de positie van een terugkerende emigranten zoon beschreven, maar ook de dwaasheid en onzinnigheid van het systeem.
Die dwaasheid wordt ook beschreven aan de hand van de opstelling in het museum over de Kamikaze torpedoman: “Na de oorlog was hij gevonden op de bodem van de oceaan. ‘Hij kon zijn doel niet vinden,’ (…) ‘Hij bleef zitten en stikte.’ ‘Ze zijn gek,’ fluisterde Miyo, hoewel ze niet precies wist wie ‘ze’ waren.” Met de woorden uit een tragische briefwisseling, bijna aan het einde van het boek, wordt fijnzinnig een nog grotere afstand genomen. Uiteindelijk gaat Masao’s as mee terug naar Canada.
Sakamoto kijkt naar de verschrikkingen van de oorlog. Ze kan het daarbij niet laten te wijzen op de oorlogsmisdaden van de ‘geallieerden’. “Slechts enkele maanden voor de capitulatie waren er ’s nachts honderden B-29’s gekomen, en er werd gezegd dat er tegen de ochtend honderdduizend mensen waren omgekomen – alsof de getallen magisch, mystiek waren. Alle huizen van hout en papier gingen in vlammen op, maar de mensen in de huizen stierven langzaam – het waren er niet zoveel als in Hiroshima, maar meer dan in Nagasaki.” Ik moet denken aan de bombardementen op de Duitse steden. Het bombardement op Tokio komt pas dichterbij als ik aan Keulen of Dresden denk.
Kerri Sakamoto heeft Japan toch weer dichterbij gebracht, inclusief een beeld op een gevoelig stuk geschiedenis. Dat alles in een boek vol met om elkaar heen dansende, elkaar in de weg zittende en soms ook elkaar helpende mensen. Soms doet het pijn, maar toch leg ik het met een prettig gevoel weg en besloot vier maanden geleden er een blog over te schrijven. Dit.
Muziek van Hiromi Uehara, ‘sakura sakura’
Geschreven voor Volkskrantblog 22 december 2008
Passie voor Vrede (5/9/9)
Walgelijk (over oorlogscultuur) (28/3/9)
Botsen tegen een muur (8/3/9)
een klein meisje verweert zich (31/1/9)
Onmetelijke rijkdom (17/11/8)
Wapens of Ontwikkeling (23/10/8)
Dood op bestelling (17/10/8)
De beschavingsoorlog (29/9/8) '
Niet iedereen kan stenen gooien (23/9/8)
Europese namen voor de wereld (19/9/8)
Fred Spijkers: eenling in gevecht met de staat (12/9/8)



