Posts tonen met het label japan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label japan. Alle posts tonen

donderdag 17 juli 2014

Risicostrategie in de Zuid-Chinese Zee

De Zuid-Chinese Zee is volgens Robert Kaplan de spil in een sluimerend conflict tussen China, Japan, Vietnam, de Filipijnen en Indonesië. Met grote belangen, want de voornaamste vaarroutes tussen het Midden-Oosten en Zuidoost-Azië lopen door dit gebied.

door Martin Broek

Bron: *MO
Het Aziatische kruitvat is een zeer leesbaar boek over de spanningen in de Zuid-Chinese Zee. Die zee zou 'de militaire frontlinie van de komende decennia kunnen zijn', aldus auteur Robert Kaplan. Kaplan is een bekend neoconservatief die momenteel werkzaam is voor de denktank Stratfor. In 2011 vermeldde het tijdschrift Foreign Policy hem in de top-100 van denkers over wereldwijde ontwikkelingen.

Kaplan beschrijft de wijze waarop China een steeds sterkere claim wil leggen op de Zuid-Chinese Zee (ZCZ) en vergelijkt dit met wat de VS in de 19e eeuw deed met de Caraïbische zee. Daarmee plaatst hij zich in de traditie van de grootste militaire denker van de VS, publicist en admiraal Alfred Tayler Mahan. Het is volgens Kaplan volkomen begrijpelijk dat een groeiende economische macht deze macht ook om zal gaan zetten in territoriale aanspraken. De groeiende invloed van China in de regio leidt wel tot een verschuiving in de machtsbalans en de relatieve verzwakking van de VS, zo stelt hij.

Koeientong

China heeft in 1947 een kaart gepubliceerd met daarop negen streepjes die een gebied in de vorm van een koeientong in de ZCZ omspannen, en waarop Beijing aanspraak maakt. Die kaart leidde de afgelopen decennia tot veel commotie. China is niet het enige land met aanspraken in de regio. Ook Brunei, de Filipijnen, Maleisië, Singapore, Taiwan en Vietnam maken aanspraak op delen van de ZCZ.

De Zuid-Chinese Zee is rijk aan vis (men vermoedt dat 10 procent van de vis in de wereld hier gevangen wordt) en grondstoffen. Bovendien is de zee doorvoergebied voor een groot deel van de wereldhandel (de helft van alle wereldwijde olievervoer bijvoorbeeld). Scheepvaartroutes van alle Aziatische landen ten oosten van Thailand en rond de Stille Oceaan lopen via de ZCZ. Meer dan de helft van de tien grootste havens in de wereld liggen aan haar kusten.

De zee vormt de aanvoerlijn voor de olie die Japan invoert vanuit het Midden-Oosten, of aluminium uit Zuid-Afrika bestemd voor China. Alle landen in de regio zijn er bij gebaat om die scheepvaartroutes buiten de conflicten te houden en vrijheid op zee te waarborgen. Die wordt ook door China gegarandeerd.

Rondreis

Het boek van Kaplan is geschreven als een rondreis langs de kustlanden van de Zuid-Chinese Zee. Het leidt hem naar Vietnam, de Filipijnen (waarvoor hij weinig goede woorden over heeft, alleen de natuur bevalt hem uitstekend), Maleisië, Singapore, het eiland Borneo en Taiwan (het Berlijn van Azië).

Hij gaat op zoek naar reacties en antwoorden op de regionale ontwikkelingen. Hij geeft argumenten voor China's aanspraken, maar zoekt ook hoe dat ingetoomd kan worden. Hij ziet het internationaal recht als een bod van zwakte, maar haalt evenzo goed het zeerecht van stal om de aanspraken van China op de koeientong onderuit te halen. Dat de VS het Zeerechtverdrag (UNCLOS) niet ondertekend heeft, is volgens Kaplan nauwelijks een punt van betekenis. Washington mag blijkbaar als supermacht boven de wet staan.

Godfried Wessels beschreef onlangs in het Nederlandse Marineblad (orgaan van de Vereniging van Marineofficieren, KVMO) een vergelijkbare rondreis door de regio. Wessels tekent in het juli-nummer van het tijdschrift op: 'Opmerkelijk is dat, in tegenstelling tot velen in de VS zelf, geen van mijn gesprekspartners [in de ZCZ-regio] zich zorgen maakt over de geloofwaardigheid van de Amerikaanse militaire capaciteit in de regio.'

Wessels vermoedt dat de zorgen in de VS eerder een binnenlands doel dienen, namelijk het tegengaan van de bezuinigingen op defensie. Dat is een stevige nuancering van het probleem dat Kaplan juist als leidraad voor zijn boek neemt. Kaplan's grote voorkeur voor het binden van China gaat uit naar Vietnam: 'In de officiële geschiedenis van Vietnam ligt de nadruk op verzet – bijna altijd tegen China.' Maar ook omdat het onderdak wil bieden aan de Amerikaanse marine – net als Singapore – door moderne havenfaciliteiten voor de Amerikaanse marine te bieden, omdat het zo de VS in de regio probeert te houden.

Dreigende oorlog

De dreiging van oorlog is in het boek nooit ver weg. In 1898 leidde de Amerikaanse opmars in de Caraïbische Zee inderdaad tot oorlog met Mexico, maar het gaat te ver om de internationale situatie van destijds met de huidige te vergelijken. Bewapening is natuurlijk, stelt Kaplan: 'Het is een harde maar onontkoombare waarheid: kapitalistische voorspoed leidt tot de aanschaf van militair materieel. Landen die een snelle ontwikkeling doormaken, drijven meer handel met de buitenwereld en krijgen daardoor wereldwijde belangen die met hand en tand moeten worden verdedigd.'

Even later schrijft hij: 'Aziaten vechten niet voor bepaalde ideeën, maar voor een groter stuk van de landkaart.' Toch plaatst hij ook opmerkingen in het boek die gematigder van toon zijn: 'Ieder land in de regio wilde wel nieuwe oorlogsschepen, maar niemand wilde dat het conflict zou escaleerde tot heuse gevechten en verder ging dan her en der een schermutseling.' Zo is er voor ieder wat wils, maar de algemene teneur is toch die van gevaar en dreiging.

Uitgebreid wordt aandacht besteed aan Taiwan, 'de kurk op de toegang tot de Zuid-Chinese Zee.' Opvallend daarbij is dat het niet alleen over de actuele situatie gaat, maar dat ook de zonden van de Taiwanese leider van het eerste uur, Chiang Kai-shek, worden weggepoetst en die van Mao juist opgepoetst. Hij heeft er een aardje van om min of meer gelijkgestemden uit het verdomhoekje van de geschiedenis te halen en doet dit met verve.

Wat overigens niet betekent dat ik bijvoorbeeld de buitengewoon uitgebreide waardering deel voor de autoritaire geestelijk vader van Singapore, Lee Kuan Yew. Lee baseerde zijn aanpak op het voorbeeld van de Japanners in de Tweede Wereldoorlog. De dictator van Zuid-Korea, Park Chung-hee, is in het boek een natiebouwer. Dat hij ook een bruut onderdrukker van de oppositie was, lijkt niet van belang.

Voor humanistische waarden en mensenrechten ben je bij Kaplan niet aan het juiste adres. Behalve als er sprake is van grove en voortdurende schendingen, dan mogen landen hard worden aangepakt. Zo heb je een stok om je vijanden te slaan en kan je bij vrienden de kritiek dood discussiëren over de vraag of er wel sprake is van grof en langdurig.

Ook democratie is voor Kaplan niet heilig. Hij stelt dat met name Lee de mogelijkheid open laat 'dat democratie wel eens niet alleenzaligmakend zou kunnen zijn als het om een menswaardige politieke ontwikkeling gaat – wat een progressieve westerling ketters de oren zal klinken.' Alleenzaligmakend is nogal sterk uitgedrukt, maar democratie is van wezenlijk belang voor de menselijke ontwikkeling, vrijheid en invloed op de leefomgeving. Kaplan etaleert in de delen over Chiang, Park en Lee zijn voorkeur voor sterke leiders en zijn reactionaire visie.

Diplomatie

Terug naar de huidige conflicten en het vermijden van oorlog. Kaplan zelf benoemt ook een heel aantal voorbeelden van geslaagd overleg, zoals het zeegrenzen-overleg tussen China en Vietnam in 2004 waarbij deze landen de Golf van Tonkin onderling verdeelden, alsmede de 200 geschilpunten met China die in de jaren '90 werden opgelost.

Diplomatie kan werken. 'Dat China uit is op dominantie betekent nog niet dat het onredelijk is', tekent hij op. In verband met de koeientong-aanspraken vertelt een Chinese ambtenaar hem dat het Chinese politieke establishment ervan doordrongen is dat compromissen rond de ZCZ-conflicten onvermijdelijk zijn, maar dat die aan de Chinese bevolking wel verkocht moeten worden. Het belangrijkste conflict in de regio, dat tussen China en Taiwan, zou wel eens kunnen verwateren als China 'doorgaat in deze meer liberale [sic!] richting en daarbij nauwere economische en culturele banden aanknoopt met Taiwan.'

Het is ook niet zo dat er een eenduidig antagonisme tegen China bestaat. Indonesië probeert een actieve en bemiddelende rol te spelen in de regio. Maleisië heeft bijvoorbeeld een welwillende opstelling tegenover China. Dat heeft volgens Kaplan vooral te maken met binnenlandse problemen, 'ze hebben zich onttrokken aan het probleem China.' De Maleisische wapenaankopen hebben meer te maken met de zwaarbewapende buren in het kleine Singapore dan met die verre grote buur in Beijing.

Daarnaast is het conflict in Korea een handenbindertje voor de regionale grootmachten (vooral China), waardoor ze zich niet snel in een ander avontuur zullen storten. Een van de grote problemen van Oost-Azië is juist dit conflict. Het oplossen ervan is alleen in het belang van China en de Noord-Koreaanse bevolking, dus blijft het doormodderen. Het komt alleen in de marge aan de orde.

Oplossingen

Kaplan geeft een enorme hoeveelheid – elkaar regelmatig tegensprekende – gedachten en feiten weer. Toch laat hij ook veel liggen. Zo komt het intomen van de militaire ambities van Japan niet aan de orde. Japan is momenteel bezig met een militair nationalistische opmars. In april werd het militaire verdrag met de VS verlengd. Sindsdien gaat er geen week voorbij of er worden nieuwe stappen op het militaire pad gezet. De grondwet wordt aangepast om Japen een meer assertieve rol op het internationale toneel te geven, met mogelijke interventies en wapenleveranties aan bondgenoten.

Rondom Japan hangt nog steeds het zweem van pacifisme, maar het land heeft na de VS reeds de sterkste marine ter wereld, aldus Jaap Anten in het Marineblad. Japan wil een regionale militaire samenwerking opzetten om China te beugelen. Dat leidt tot protesten in de regio, met name van Zuid-Korea en China. Half juli kondigde Tokio aan dat de marinesamenwerking met de VS verdiept wordt en de samenwerking met India versterkt. Het komt het vertrouwen in de regio niet ten goede.

Japan onderschreef onlangs het Wapenhandelsverdrag (ATT), maar versoepelde tegelijkertijd de eigen restricties op wapenexporten waardoor de situatie in wezen verslechterde. Wat, niet onverwacht, achterwege blijft in het boek is een reactie op de wapenverkopen aan de regio. De aankopen worden wel behandeld. De VS en de EU-landen steunen de bondgenoten van het Westen, sinds kort dus versterkt door Japan. Grotere terughoudendheid lijkt echter geboden als het gaat om wapenverkopen.

Oorlog is nooit onvermijdelijk. Regelmatig is er sprake van sabelgekletter rondom overlappende aanspraken op eilanden. Maar er is ook sprake van gezamenlijke conflictbemiddelingsverklaringen en regionale organisaties. En hoewel geen garantie voor het uitblijven van gewapende conflicten, is er tevens sprake van grote regionale economische interdependentie waardoor landen niet langer genegen zijn de conflicten op de spits te drijven. Dat regionale economische verwevenheid ook kan botsen met wereldwijde belangen en daardoor geen garantie zijn voor het uitblijven van conflicten, deel ik met Kaplan.

Risicostrategie

Auteur Jaap Anten haalt in het Marineblad de Amerikaanse officier Mahan van stal als hij beschrijft hoe de VS in de negentiende eeuw baat had bij de strijd tussen Frankrijk en Engeland. Zolang beide landen met elkaar in conflict waren, was de Amerikaanse marine sterk genoeg indien ze in staat was een van de partijen zodanig te havenen dat ze niet meer tegen de ander op kon, de zogenaamde risicostrategie. 'In een periode dat de Amerikaanse en Chinese vloot gericht blijven tegen elkaar, hoeft Europa niet even sterk te zijn neutraliteit ter zee te waarborgen, zolang zijn slagkracht voldoende is om een sterkere beslissend te verzwakken.'

Om het plaatje nog mooier te maken. De Chinese vloot heeft niet alleen te kampen met de VS, maar ook met India en Japan en het niet te onderschatten Zuid-Korea. Voorlopig loopt het dus nog wel los met de dreiging (als die neutraliteit ter zee al in het geding is) en kan Europa de lachende derde zijn en mogelijk ook een diplomatieke rol spelen. Voorlopig lijken Europese landen de spanningen in de regio vooral aan te grijpen om het verlies van binnenlandse wapenverkopen te compenseren.



titel Het Aziatische kruitvat
auteur Robert Kaplan
uitgeverij Spectrum, 2014
uitgave paperback, 219 pagina's
isbn 9789000334919
prijs € 24,99

Geschreven voor Ravage webzine

donderdag 3 juli 2014

Damen profiteert van wapenwedloop rond Zuidchinese Zee

Nederlandse civiel-militaire scheepsbouwer de Song Cam Scheepswerf in Vietnam. Het is een joint venture met een Vietnamese partner, niet ver van de Chinese grens en in de directe nabijheid van de hoofdkwartieren van de Vietnamese marine in Hai Pòng. De werf is een van de grootste binnen de Damen Group. Pim Schuurman, managing director van de Damen Holding Vietnam zei: “We hebben samen met onze scheepsbouw partners met succes 226 schepen gebouwd in Vietnam. Vietnam beschikt over veel scheepsbouw kennis, en de mensen werken hard.”

Foto: Mark Rutte spreekt tijdens ter waterlating van schip op de Song Cam  Scheepswerf, Reuters 17 juni 2014

Damen heeft al vier Sigma grote oppervlakte schepen verkocht aan de Vietnamese marine. De eerste twee schepen worden gebouwd in Vlissingen, de volgende twee in Vietnam. Ze zullen worden uitgerust met raketten (8x Exocet en 12 x Mica SAM) van de Europese raketbouwer MBDA (eigendom van de Airbus Group, BAE Systems en Finmeccanica), drie stuks Italiaans Oto Melara geschut (1 x 76mm en 2 x 30mm) en Thales Netherland sensoren, vuurleiding en gevechtssysteem. De schepen kunnen een Russische Ka-28 helicopter voor onderzeebootbestrijding aan boord hebben.

“Bijna elke Aziatische natie bouwt zijn zee- en luchtmacht op. De bewoners van de regio moeten hopen dat het een totale verspilling van geld is,
schreef David Pilling in de Financial Times. Zijn bijdrage – met de titel 'Asia follows China into an old-fashioned arms race' - beweert, zoals vele andere analisten dat ook doen, dat deze wapenwedloop zich de komende jaren zal verhevigen. Een dergelijk wedloop creëert vanzelfsprekend mogelijkheden voor wapenfabrikanten. De Nederlandse scheepbouwer Damen zag die mogelijkheid en zette een werf in de regio op. Vietnam is niet de enige locatie in Zuidoost Azië waar Damen actief is. Vlak bij Soerabaja, op Oost-Java, werkt Damen nauw samen met PT Pal bij de bouw van steeds groter wordende marineschepen.  

“Vergis u niet: 'marine' is het sleutelbegrip,” schreef neocon Robert Kaplan in zijn recente boek over veiligheid rond en in de Zuidchinese Zee: Het Aziatische Kruitvat. Een blik op de kaart maakt duidelijk waarom hij de 21ste eeuw “de eeuw van de marine” noemt: er zijn lange kustlijnen, veel eilanden, belangrijke scheepvaartroutes, conflicten om riffen en eilandjes (om de natuurlijke hulpbronnen zoals olie en vis) en Chinese aanspraken op een groter deel van de Zuidchinese Zeekoek. Bij elkaar genomen de ingrediënten voor militaire ambities op de volle zee (blue water) in de regio.


In the rechtlijnige wereldvisie van Kaplan betekent een verschuiving in economische macht vanzelfsprekend ook meer conflicten, meer wapenaankopen en mogelijk oorlog. Het is alsof het gaat om een ontwikkeling die wordt geleid door de onzichtbare hand van oorlogsgod Ares. Volgens Kaplan heeft China het recht op claims en de opbouw van een sterkere krijgsmacht. Maar dit zal wel de machtsbalans in de regio veranderen en een zwakkere positie van de Verenigde Staten veroorzaken. Andere landen moeten daarom hun verantwoordelijkheid nemen en Vietnam speelt een belangrijke rol bij het intomen van China, zo schrijft Kaplan. Je kan concluderen dat de Nederlanders de juiste plek voor hun werf hebben gekozen.

Maar andere visies zijn ook mogelijk. Je kan stellen dat het in spanningsgebieden beter is om te werken aan dialoog en het creëren van vertrouwen, onderling begrip en sterkere regionale organisaties, waarbij alle landen uit de regio worden betrokken. Oorlog is niet onvermijdelijk bij de verschuiving van de machtsbalans als deze verandering maar voorzichtig wordt begeleid en aangepakt. Maar zeker is dat een wapenwedloop in een regio met zoveel conflicten sneller leidt tot ernstige vormen van militair geweld.

De Japanse premier, Shinzo Abe, schreef onlangs: “Zonneschijn is het beste ontsmettingsmiddel
.” Hij vervolgde, “dat is zeker waar als het gaat om veiligheid in Azië. (…) De vruchten van de voorspoed zouden moeten worden geïnvesteerd in het verbeteren van de levens van mensen en niet in wapens die levens nemen.” Dat zijn wijze woorden, en Abe zegt dat hij wil samenwerken met regionale bondgenoten en partners, “inclusief de VS en ASEAN.” Helaas vergeet hij de grootste regionale macht van allen te noemen, China, bij het streven naar een “keiharde zone van stabiliteit.” De Japanse premier verlaagde onlangs ook al de restricties op wapenexporten en militair optreden. Dat draagt ook al niet bij aan meer vertrouwen.

De spanning groeit in Zuidoost Azië. De stroom aan Europese wapens maakt de situatie niet beter.

Engelstalige versie geschreven voor Stop Wapenhandel

woensdag 2 juli 2014

Damen contributes to arms race in Chinese Sea region

Recently, the Dutch (military) shipbuilder Damen opened the Song Cam Shipyard, a joint venture with a Vietnamese partner, not far from the Chinese border and in the direct vicinity of the headquarters of the Vietnamese Navy in Hai Pòng. The wharf is one of the largest in the Damen Group. Pim Schuurman, Managing Director of Damen Holding Vietnam stated: “We have successfully built 226 vessels in Vietnam with our partner yards. Vietnam has a lot of shipbuilding knowledge, the people are very hard working.”

Photo: Netherlands' Prime Minister Mark Rutte speaks at a ship launching ceremony at Damen Song Cam Shipyard, Reuters June 17, 2014.

Damen has already sold four Sigma major surface vessels to the Vietnamese navy. The first two ships will be built in the Netherlands (Flushing), the next two in Vietnam. The ships will be fitted with missiles (8x Exocet and 12 x Mica SAM) of European missile company MBDA (owned by the Airbus Group, BAE Systems and Finmeccanica), three Italian Oto Melara guns (1 x 76mm and 2 x 30mm) and will be equipped with Thales Netherlands sensors, fire control and combat management system. The ships can harbour one Russian Ka-28 anti-submarine helicopter.

“Almost every Asian nation is building up its capacity in the air and on the sea. The people of the region must hope that it is a complete waste of money,” wrote David Pilling in the Financial Times. His contribution - 'Asia follows China into an old-fashioned arms race' - argues, like many observers do, that the trend will gather pace in the coming years. This arms race obviously opens export possibilities for arms companies. Dutch shipbuilder Damen took the opportunity by establishing a wharf where the action is. Vietnam is not the only location in Southeast Asia where Damen is active. Near the Indonesian city of Surabaya, East Java, Damen closely cooperates with PT Pal in building naval vessels of steadily bigger size.

“Be not mistaken; the navy is the key issue,” wrote neocon writer Robert Kaplan in his recent book on security in the Chinese Sea region*. One look at the map shows clearly why the 21st century will be “the century of the navy:” Asia is full of long coastlines, many islands, important shipping routes, conflicts for reefs and barriers (because of natural resources like oil and fish) and Chinese claims for a bigger share of the region's wealth. They provide the ingredients for blue water maritime military ambitions in the region.

In the linear world view of Kaplan, a shift in economic power will - as if guided by the invisible hand of Ares, the God of War - automatically lead to more conflict, more arms procurement armaments and possibly war. According to Kaplan, China has the right to have bigger claims and stronger armed forces. But this will change the balance of power and cause a weaker position of the United States in the region. Other countries must take responsibility and Vietnam can and will play a key role in this power struggle by balancing China, writes Kaplan. One can conclude that the Dutch shipbuilder has chosen the right spot for expansion.

However, other world views are possible. One can also argue that in regions of tension it is better to build on dialogue and create confidence, mutual understanding and stronger regional organisations including all countries. War is not the inevitable outcome when a changing balance of power is managed with care. But for certain, an arms race in a region with many disputes brings this region closer to serious armed conflict.

The Japanese prime minister Shinzo Abe recently wrote: “Sunshine is the best disinfectant.” He continued, “that is particulary true where Asian security is concerned. (…) The fruits of prosperity should be reinvested in improving peoples lives, not in weapons that can take them.” These are wise words, and Abe says he wants to cooperate with regional allies and partners, “including the US and ASEAN.” Unfortunately he forgets to include the biggest regional player of all, China, in the “rock-solid zone of stability” he is aiming at. The Japanese Prime Minister also relaxed Japanese arms export and military deployment policies, which is helpful neither to create more trust.

Tension is growing in Southeast Asia. The influx of more European arms will not make it any better.

Written for Stop Wapenhandel

* Asia's Cauldron. Author used the Dutch version: Het Aziatische Kruitvat; Het einde van de stabiliteit in de Grote Oceaan, Spectrum, 2014.

woensdag 2 april 2014

Zwitserland en Japan verzwakken wapenexportregels


Het jaarverslag over de wereldwijde wapenexport van het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) houdt zich bezig met legale wapenexporten. Dat betreft het leeuwendeel van de wereldwijde handel in wapens. Cijfers over illegale uitvoer van wapens door criminelen, bedrijven of landen die internationale wapenembargo's schenden van de o.a. de VN , de EU of de OVSE, zijn iet beschikbaar. Dit om voor de hand liggende redenen.

De Verenigde Staten maakt zeer actief gebruik van de mogelijkheden om overtreders van de Amerikaanse beperkingen handel actief te vervolgen (zie bijvoorbeeld http://www.exportlawblog.com/). Daardoor worden veel illegale wapenstransacties voorkomen en onthult.

Er was veel aandacht van de media voor de inbeslagname van het onder Panamesevlag varende vrachtschip, de KLOS C (dat nog maar twee jaar geleden onder Nederlandsevlag voer). Het schip werd in de Rode Zee, in de buurt van de Soedanese kust, geënterd door Israëlische special forces. Het werd verdacht van het vervoer van in Syrië gemaakte M-302 oppervlaktedoelraketten naar Gaza. De wapens waren vermoedelijk afkomstig uit Iran. De Sudan Tribune meldt dat "samen met de raketten, ongeveer 180 mortiergranaten en 400.000 stuks geweermunitie werden opgetast op een pier gelegd in de haven van Eilat," waar het schip na de aanhouding naartoe werd gebracht. Een Amerikaanse woordvoerder zei dat: "het onderscheppen van dit schip het resultaat was van de samenwerking tussen Washington en Tel Aviv."

Meer naar het noorden werd een ander schip aangehouden in de haven van Hamburg. Dit schip was op weg naar Egypte. Nu is het de Duitse douane die vermoedens heeft dat de lading van een (niet bij naam genoemd) vrachtschip niet in de haak is. Het schip vervoerde onderdelen voor pantservoertuigen en militaire scheepsuitrusting uit Polen naar Egypte. Volgens de Duitsers dit was een schending van het gemeenschappelijk standpunt van de EU betreffende wapenexporten. De Duitsers maakten gebruik van het recht een doorvoervergunning te weigeren op het moment dat het schip in de haven van Hamburg lag. Volgens een woordvoerder van het Egyptische ministerie van Buitenlandse Zaken ging het om een storm in een glas water; voor het vrijgeven van de lading werd slechts gewacht op verwerking van de juiste vrachtbrieven en documenten.

Deze twee voorbeelden laten zien dat er veel mogelijk is als het gaat om het onderscheppen van illegale wapenleveringen. Er is vooral politieke wil nodig. Wat niet helpt is dat sommige landen hun wapenexportnormen naar beneden bijstellen. Onlangs veranderden de Zwitsers het beleid onder druk van een lobby van 70 Zwitserse wapenproducenten. De oude Zwitserse verordening verbood wapenexport naar landen die bekend stonden vanwege systematische en ernstige mensenrechtenschendingen. Ook de uitvoer van wapens naar landen waar sprake was van een internationaal of binnenlands gewapend conflict waren niet toegestaan​​. Onder het nieuwe beleid wordt soepeler opgetreden; vergunningen worden geweigerd, indien er "een hoog risico" in de ontvangende bestaat dat de bewuste militaire apparatuur zelf zal worden gebruikt voor ernstige schendingen van de mensenrechten. Niet alle wapens worden dus verboden, maar wapens waarmee de schendingen plaats zullen vinden. De hoog risico bepaling laat vooral speelruimte. Met deze nieuwe formulering is Zwitserland het eerste land dat zijn export regels naar beneden bijstelt om ze in overeenstemming te brengen met het VN-wapenhandelsverdrag (ATT), dat uitgaat van minimale normen. (Nederland verlaagde al een aantal jaar eerder de normen na het invoeren van de Europese gedragscode wapenexport.)

Nog verontrustender is de verandering in de Japanse grondwet, die het mogelijk zal maken voor Tokyo om wapens te exporteren. Dit kan avanwege 'de pacifistische grondwet' eerder niet. Deze grondwettelijke verandering is vooral ingevoerd omdat de samenwerking met de VS mogelijk te maken bij verschillende wapenproductieprogramma's (zoals F-35 gevechtsvliegtuigen en raketschildraketten SM-3). Maar Japanse analisten vrezen dat dit allerlei wapenexport mogelijk zal maken. Daardoor kan de situatie in Oost-Azië verder destabiliseren en de politieke positie van de Japanse nationalisten en de Japanse krijgsmacht versterkt worden. Japan, de 3e economie in de wereld, kan nu ook gaan streven naar een toppositie als wapenexporteur.

Wanneer het aanbod groeit, zijn regels belangrijk, maar nog belangrijker is de politieke wil om wapenhandel te stoppen. Ongecontroleerde wapenhandel wordt veroorzaakt door niet ingrijpen, niet door gebrek aan juridische instrumenten. Een positief voorbeeld is de groep landen (Nederland , Denemarken, de VS, UK, Canada, Noorwegen, Duitsland, Frankrijk en Italië) die samenwerken als de Gaza Counter-arms smuggling Initiative. De daadkracht van die groep contrasteert sterk met de terughoudendheid als het gaat om het controleren van de illegale Libische wapensstromen die hun weg vinden naar alle uithoeken van Noordwest-Afrika. Het rapport van het VN-panel hierover zijn een must read voor iedereen die wil begrijpen wat er mis kan gaan met de verkoop van wapens.


Deze column is licht gewijzigde en engelstalig vorm te vinden op stopwapenhandel

maandag 31 maart 2014

Enough rules, time for action


The annual report on global arms export of the Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) deals with legal arms exports only. It is the lion share of the world wide trade in weapons. Figures on illegal arms exports, by criminals, companies or countries violating international arms embargos by the UN, EU or OSCE, are not available, for obvious reasons.

The United States, which has and uses the power to actively persecute those who violate U.S. restrictions on trade (see e.g. http://www.exportlawblog.com/) uncovers many illegal arms trasfers.  Widely reported was the seizure of the Panama-flagged KLOS C cargo ship (under Dutch flag only two years ago) which was boarded by Israeli special forces in the Red Sea near the Sudanese coast. The ship was suspected to export Syrian made M-302 surface-to-surface missiles to Gaza allegedly coming from Iran. The Sudan Tribune reports that “along with the missiles, some 180 mortar shells and 400,000 rifle rounds were laid out in neat piles on a pier in the port of Eilat” where the ship was brought after being captured. A U.S. spokesman told that: “the interception of this ship was a product of joint cooperation between Washington and Tel Aviv.”

More up north another ship was stopped in the harbour of Hamburg en route to Egypt. This time is was the German customs suspecting the cargo of an unnamed freighter. The ship turned out to transport spare parts for armoured vehicles and naval equipment from Poland, which according to the Germans was a violation of the EU Common Position on arms trade. Because the ship passed Hamburg harbour Germany was entitled to refuse a transit permit. According to a Egyptian foreign ministry spokesman it was a storm in a teacup. According to him, the cargo was only held pending for completion of documents.

These two examples show that a lot is possible in intercepting illegal arms transfers, as long as there is political will. What does not help is that some countries lower their arms export standards. Recently Swiss changed its policy under pressure of a lobby of 70 Swiss arms producers. Under the former regulation, arms exports to countries known for systematic and grave human rights violations were forbidden. Also, arms exports to countries engaged in an internal or international, armed conflict were not permitted. The new policy will be more elastic. Now, permits will be denied if there is “a high risk” in the receiving state that the military equipment will be used for serious human rights abuses, if the country is “illegally” engaged in an international, armed conflict or if an internal, armed conflict prevails. The “high risk” provision especially leaves room for manoeuvre. With this new formulation Switzerland is the first country downgrading its export rules in accordance with the UN Arms Trade Treaty, which is only giving very minimal standards.

Even more alarming is the change in the Japanese constitution, which will make it possible for Tokyo to export arms. This change is primarily introduced because of the cooperation with U.S. on several weapon manufacturing programmes (F-35 fighter and missile defence missiles SM-3 amongst others) for which export demand this change in law. But Japanese analists fear this will make all kinds of arms exports possible which might destabilize East Asia and strengthen the political position of Japanese nationalists and the Japanese armed forces. In the future Japan, the 3th global economy in the world, might also aim for a top position as an arms exporter.

When the supply grows, regulations are important, but even more essential is the political will to stop arms deals. Uncontrolled arms trade is caused by failing politics, not by lacking legal instruments. A positive example is the group of nations (Netherlands, Denmark, U.S., U.K., Canada, Norway, Germany, France and Italy) cooperating as the Gaza Counter-arms smuggling Initiative. The work of the group strongly contrasts the reluctance to stop illegal Libyan arms finding their way into Northwest Africa. The report by the UN-panel on those particular flows of weapons are a must-read for everyone who wants to understand what can go wrong with arms sales.



Written for Campagne tegen Wapenhandel

woensdag 12 januari 2011

Leve de derde generatie

Wel vaker lees ik een Japanse roman (in ’t Nederlands of Engels, dat wel). Soms staat de tekst mijlenver van mij vandaan. Een andere keer raakt hij door de verbeelding van het bekende alsof hij aan de Overtoom is geschreven. Die herkenning kan ook opeens weer weg zijn als er een sprong in het verhaal zit die de afstand weer vergroot.

De roman ‘De hartslag van miljoenen,’ door Kerri Sakamoto voelt vreemd door zijn nabijheid; zijn verstaanbare taal. Het maakt niet uit of het verhaal in Canada of Japan speelt. Steeds is het dichtbij door zijn tederheid, intense lust, contact en afstand, door gebeurtenissen en gedachten. Er wordt door een derde generatie Japanse een brug geslagen die het ook voor mij mogelijk maakt Japan in te lopen.

De kleine dingen die het verhaal voelbaar maken vallen het eerst op. “De woorden ‘bedankt’ en ‘welterusten’ liggen op mijn lippen, ze wachten tot hij ze proeft en in één keer doorslikt. In plaats daarvan knijpt hij met een vochtige hand in de mijne en zegt de woorden zelf.” Langzaam ontwikkelt de relatie tussen hoofdpersoon Miyo en David zich: “‘Ik hou van je,’ fluistert David opeens in de hoorn. Ik wil lachen maar ik kan het niet. Mijn ogen vullen zich met tranen, van schrik, van dankbaarheid. En van meer, maar ik weet niet wat.” De eerste vrijpartij eindigt met: “Hij zakt even op me neer, leeg en zwaar, zijn hoofd naast het mijne. Zijn krullen liggen op mijn wangen, een grappig kietelend gevoel. Hij komt omhoog en probeert zich los te maken, maar ik grijp hem vast, het voelt onnatuurlijke om nu al uit elkaar te gaan.” Het is onmogelijk die ontluikende liefde in zijn geheel te beschrijven, maar ik werd er door geboeid, wegens de fijne elementen die er een rol in spelen.

Die tedere aandacht gaat ook uit naar Miyo’s vader, Masao. Hij was de enige die voor haar zorgde, dag in dag uit, uit plichtsgevoel. Masao is een meelijwekkende zoon van een Japanse arbeidsmigrant. Hij leeft teruggetrokken en stil aan de rand van de Canadese samenleving. Hij was soldaat in de Tweede Wereldoorlog. In het Japanse leger. Het intrigeert David. Hij stimuleert Miyo op zoek te gaan naar het verhaal achter het uniform.

De dood van Masao en een ontmoeting met zijn tweede vrouw, Setsuku, brengt Miyo naar Japan om haar halfzus te ontmoeten. Ze wist voor de dood van haar vader niet eens van zijn bestaan. Hij vermeed elk contact met zijn Japanse dochter.

Bij Hanako gaat niets langzaam. Alles gaat met een temperament door de dood gedreven zo intens. Of het gaat niet. Obsessief zouden mensen haar levensinstelling kunnen noemen, ik hou het op gedreven. Maar ook hier is voor fijngevoeligheid heel nadrukkelijk een plaats ingeruimd. “We zijn van dezelfde botten gemaakt,” vat het elkaar zoeken, grijpen en aftasten - en meer dan dat - vanaf de eerste ontmoeting samen.

Vanuit het samen komen van Miyo, Hanako en Setsuku ontspint zich een verhaal over het oorlogsverleden. Want dat is het hete hangijzer van het boek; de verering van de tokkotai, de kamikaze piloten, die in naam van de keizer dood en verderf zaaiden en ook zelf de dood vonden. Ze lieten jonge liefdes of weduwen achter als zij zich te pletter vlogen of voeren. Om dat te verwerken blijft een groep vrouwen vele jaren later hun mannen vereren. In nette kleren gestoken komen ze bij elkaar in de Yasukuni-tempel op de dag dat de kersenbloemsem (Sakura, 桜んぼ) bloeit. De as van Masao moet daar begraven worden bij die tempel. De laatste eer aan hem en de keizer.

Het is een moeilijk onderwerp om te beschrijven en vanuit de positie van de weduwen misschien nog wel het moeilijkste. Het is zwaar gepolitiseerd, maar hier wordt het ook nog gebracht naar de personen die er heel dichtbij staan, de achtergeblevenen.
     In Oost en Zuidoost Azië wordt Japan nog steeds gewantrouwd en verafschuwd wegens het oorlogsverleden. Iedere oprisping van het Japanse nationalisme wordt met protesten begroet in het land zelf, maar ook tot ver daarbuiten. De Japanse verschrikkingen zijn nog niet vergeten. Dat is noodzakelijk want in Japan zijn er invloedrijke krachten die dit nationalisme weer in ere willen herstellen.

De helden verering bij de Yasakuni-tempel speelt binnen dit Japanse nationalisme een belangrijke rol. ‘De hartslag van miljoenen’, duikt dus midden in de ellende. Echter zonder te verdrinken. Maar ook zonder zwaar moralistisch en grof afstand te nemen. Als een chirurg ontleed Sakamoto de heuvel, zijn tempels en de tokkotai. Opstellingen in het museum worden zo beschreven dat de krankzinnigheid duidelijk wordt. Haar vader, o schande, had zich onttrokken aan de laatste vlucht: “Mas had wel beter geweten. Hij was slim en hield zich gedeisd en hij werkte, en begreep hoe de dingen in elkaar zaten. Hij deed altijd wat gedaan moest worden, zonder er veel voor terug te verwachten. Maar zou hij ooit dwaas genoeg geweest zijn om zijn hele leven op te geven voor niets, zomaar? Voor een land dat niet echt het zijne was en hem niet accepteerde zoals hij was? Japan had nooit in hem geloofd. Misschien had hij ervoor gekozen niet in Japan te geloven.” Hier wordt niet alleen een belangrijke ontdekking over haar vader en de positie van een terugkerende emigranten zoon beschreven, maar ook de dwaasheid en onzinnigheid van het systeem.

Die dwaasheid wordt ook beschreven aan de hand van de opstelling in het museum over de Kamikaze torpedoman: “Na de oorlog was hij gevonden op de bodem van de oceaan. ‘Hij kon zijn doel niet vinden,’ (…) ‘Hij bleef zitten en stikte.’ ‘Ze zijn gek,’ fluisterde Miyo, hoewel ze niet precies wist wie ‘ze’ waren.” Met de woorden uit een tragische briefwisseling, bijna aan het einde van het boek, wordt fijnzinnig een nog grotere afstand genomen. Uiteindelijk gaat Masao’s as mee terug naar Canada.

Sakamoto kijkt naar de verschrikkingen van de oorlog. Ze kan het daarbij niet laten te wijzen op de oorlogsmisdaden van de ‘geallieerden’. “Slechts enkele maanden voor de capitulatie waren er ’s nachts honderden B-29’s gekomen, en er werd gezegd dat er tegen de ochtend honderdduizend mensen waren omgekomen – alsof de getallen magisch, mystiek waren. Alle huizen van hout en papier gingen in vlammen op, maar de mensen in de huizen stierven langzaam – het waren er niet zoveel als in Hiroshima, maar meer dan in Nagasaki.” Ik moet denken aan de bombardementen op de Duitse steden. Het bombardement op Tokio komt pas dichterbij als ik aan Keulen of Dresden denk.

Kerri Sakamoto heeft Japan toch weer dichterbij gebracht, inclusief een beeld op een gevoelig stuk geschiedenis. Dat alles in een boek vol met om elkaar heen dansende, elkaar in de weg zittende en soms ook elkaar helpende mensen. Soms doet het pijn, maar toch leg ik het met een prettig gevoel weg en besloot vier maanden geleden er een blog over te schrijven. Dit.




Muziek van Hiromi Uehara, ‘sakura sakura’

Geschreven voor Volkskrantblog 22 december 2008

Passie voor Vrede (5/9/9)
Walgelijk (over oorlogscultuur) (28/3/9)
Botsen tegen een muur (8/3/9)
een klein meisje verweert zich (31/1/9)
Onmetelijke rijkdom (17/11/8)
Wapens of Ontwikkeling (23/10/8)
Dood op bestelling (17/10/8)
De beschavingsoorlog (29/9/8) '
Niet iedereen kan stenen gooien (23/9/8)
Europese namen voor de wereld (19/9/8)
Fred Spijkers: eenling in gevecht met de staat (12/9/8)