vrijdag 14 januari 2011

De verkiezingen: de Joint Strike Fighter (1)


Het is maar wat je belangrijk vindt. Nog meer wapens of ... er is zoveel te kiezen. Voor PvdA, SP, GroenLinks en zelfs D'66 is het duidelijk geen deelname aan de ontwikkeling van de JSF. CDA, VVD, LPF, Christen Unie en SGP zijn voor de bodemloze put.

Half oktober kwam de Rekenkamer met een rapport over de aanschaf van het nieuwe gevechtsvliegtuig voor de Nederlandse luchtmacht. Uit de tekst van het begeleidende persbericht:

Stand van zaken financiële risico's rond JSF

Nederland loopt financiële risico's met deelname aan de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter. Het is niet mogelijk om de kostprijs per toestel te berekenen. Sinds 1996 zijn de ontwikkelkosten met ruim 80% gestegen. Nu ontbreekt het inzicht in de verdere kostenontwikkeling nog steeds, omdat 65 % van de testfase nog moet worden uitgevoerd. In 1999 berekende het Ministerie van Defensie dat het project minimaal 10 miljard gulden (ruim 4,5 miljard euro) zou kosten bij afname van 114 toestellen. De laatste berekeningen, gebaseerd op 85 toestellen gedurende 30 jaar, zijn 14,6 miljard euro. Maar dit zou ook hoger kunnen uitvallen. Dit blijkt uit een monitoringsrapport dat de Algemene Rekenkamer vandaag naar de Tweede Kamer stuurde.


Overigens doet de Algemene Rekenkamer geen uitspraak over `wel of niet doorgaan met de JSF'. Dat hoort de Algemene Rekenkamer ook niet te doen; het is aan de politiek om hierover te besluiten.

Gerust stellende gedachte dat we een nieuwe Regering kunnen kiezen. Het is immers nog al wat het aantal aan te schaffen vliegtuigen neemt af met een kwart van 114 naar 85 en niettemin verdrievoudigt de prijs. Als Albert Heijn zo zijn prijzen zou bepalen had het de supermarktoorlog al lang verloren van Super de Boer.

Halverwege de jaren negentig stelde toenmalig staatssecretaris voor Defensie Gmelich Meijling dat Nederland op de trein moest springen die het JSF-project volgens hem was. Nu lijkt het eerder zaak een noodrem te zoeken om de bodemloze put te vermijden.

Mijn eeerste Konfrontatie column,Oktober 2006

Met link naar Bob Fosko's JSF-versie van Paranoid van Black Sabbath

Zeilen op een wapenwedloop in Zuid-Amerika



Diplomatie is een kunst. Klippen omzeilen is er een essentieel onderdeel van. Vorige week werd in Chili gevierd dat een nieuw marineschip aan de vloot werd toegevoegd. De minister van Defensie van Chili, Vivianne Blanklot, had de moeilijke taak om verhalen dat Chili met zijn grootschalige wapenaankopen de wapenwedloop in Zuid-Amerika zou versterken te ontzenuwen.

“Met Argentinië onderhouden we een open dialoog, en ze weten precies wat wij [aan wapens] hebben en wat we kopen. Zij zijn een soortgelijk wapenaankoopprogramma begonnen, net als bij ons vervangen ze hun wapens.” Zo dat is mooi gezegd, je hoort het de Minister denken. De grootschalige wapenaankopen hebben helemaal niets met een wapenwedloop te maken, maar zijn slechts onderdeel van het traject om de krijgsmacht up-to-date te brengen.

Maar dan ligt er nog een probleem, want het grensconflict met Argentinië bestaat wel, maar dat met Peru is veel belangrijker. Peru zegt openlijk dat het meer wapens nodig heeft om zich eventueel tegen buurland Chili te kunnen verdedigen. Daar worden geen rotsen omzeild, maar klip en klaar duidelijk gemaakt waarom nieuwe en dure wapens worden aangekocht.

Wederom Blanklot. “Met Peru en alle andere buren willen we dat niveau van vertrouwen ook bereiken.” Hier ligt het probleem want Peru zegt dat het buurland Chili en zijn vele wapenaankopen niet vertrouwt. Blanklot lijkt schipbreuk te gaan leiden, maar vervolgt: “Ik geloof dat ook met betrekking tot Peru belangrijke stappen ( de zogenaamde bi-laterale 2+2 bijeenkomsten) zijn gezet naar mee vertrouwen.” Maar dat kan toch niet verhullen dat sinds november 2005 de verhoudingen tussen beide landen zijn verhard en van groter vertrouwen is allerminst sprake.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt bovendien dat grensconflicten het vaakst aanleidingzijn voor het uitbreken van gewapende conflicten (zie: What do we know about War, (Rowman & Littlefield Publisher: Lanham, 2000) nauw gelieerd aan de Correlates of War project.) Toch weet Nederland een slaatje te slaan uit de Zuidamerikaanse wapenwedloop, die geen wedloop mag heten. Zie hier voor meer informatie over de Nederlandse leveringen.

Bron citaten: Chileens Ministerie van Defensie; 26 oktober 2006, web-posted Oct. 30, 2006 en vertaald door Defence & Aerospace.

De verkiezingen (2006): de joint strike fighter

Je kan het CDA van alles verwijten, behalve een gebrek aan daadkracht. JeePee is in full swing en in de tussentijd weet de regering nog even een handtekening onder een contractje van op termijn 14,5 miljard eurotjes te zetten. Van de door Lubbers aanbevolen terughoudendheid is op dit gebied weinig te merken.

De PvdA is tegen de aankoop van de JSF om allerlei goede redenen, maar van swung is bij deze partij geen sprake. Ook bij deze onfatsoenlijke fratsen blijft Wouter Bos de ideale schoonzoon en schiet niet uit de heup op zijn opposant. Niet dat ik voor het uit de heup schieten ben, maar als je het nakijken hebt en met smalend lachje gedist wordt, moet je toch een tegenzet bedenken.

Mogelijk is ook hier de reden dat de deuren naar het CDA niet dichtgeknald moeten worden. "Regeren moet" als motto slaat alle verkiezingsstrijd dood. Het lijkt erop alsof de PvdA ook het zetten van een would be JSF-point-of-no-return handtekening accepteert. Dan zullen ze voor de lieve vrede ook wel gaan accepteren dat het geld wordt uitgegeven, de banden met het Amerikaanse militaire establishment in takt blijven en Europa in de kou wordt gezet., tenminste daar droom ik wel eens over.

Maar behalve dit zijn er voor een meer redenen twijfels te hebben bij de aankoop van 80 nieuwe gevechtsvliegtuigen. De verhalen van de Afghaanse bruiloft die per ongeluk werd bestookt, de schroot zoeker die ten onrechte werd aangezien voor terrorist en bij een aanval het leven liet, de naast hun doel vallende bommen etc etc.

Het huidige gebruik van de F-16 wijst naar het toekomstige gebruik van de JSF. Dat ligt voor de hand bij een vliegtuig dat bedoeld is als vervanger van de F-16. De huidige inzet stemt somber. Hoewel opbouwoperaties uiterst precies en delicaat zijn, wordt hier geopereerd met een batter in plaats van een scalpel. De JSF is nog niet in productie, maar zal doorgaan om op lompe manier militaire bezettingen (die alleen in naam opbouwoperaties zijn) te ondersteunen. Het zal daarmee bijdragen aan het uitschakelen van echte en vermeende terroristen, maar de voedingsbodem voor nieuwe recruten tegen de 'bezetters' vergroten.

Op de foto's Special Forces uit Indonesie

Nederland leverde enige jaren geleden vier kleine fregatten aan Indonesië. Het was bij de Campagne tegen Wapenhandel mijn taak de kritiek hierop zo helder en krachtig mogelijk naar voren te brengen. Met hulp van groepen in het hele land, parlementsleden, plaatselijke filaalhouders van de coöperatieve Rabobank, activisten, NGO's etc. kwamen we een eind. Maar net niet ver genoeg. Op mijn anonieme blog van destijds (wapens en andere ellende) vond ik deze tekst en foto's:

Gelukkig zijn de Nederlandse schepen niet geschikt om deze mannen-uit-een-stuk te vervoeren. Tenminste dat vinden politici. De PvdA vond controle achteraf van de inzet van korvetten daarom dan ook bij nader inzien volstrekt overbodig. De argumentatie die tot dit standpunt leidde was hoogst wonderlijk. Het waren geen technische argumenten die de doorslag gaven. Maar een kwestie van handhaving.
     Je kan voorwaarden aan het gebruik stellen, maar omdat Indonesië zich er in eerdere gevallen niet aan hield is dit niet zinnig. Het lijkt erop alsof met de export van de schepen, de straffeloosheid niet de facto maar wel in de praktijk wordt geïmporteerd en zelfs wordt gehonoreerd. Uiterst merkwaardig. Weg meerderheid.

(Een aantal jaren later zou een ambtenaar vertellen dat ze hun uiterste best hadden gedaan de PvdA op de 'juiste' gedachten te brengen.)


Landing met zodiac (Voor de Nederlandse korvetten worden die gemaakt in Zeeland) Tijdens landing. Op de achtergrond een Zodiac. Voor de Nederlandse korvetten worden die gemaakt door De Wolf. Op de pagina van de Campagne tegen Wap[enhandel nog twee foto's met marineschepen vol Nederlandse wapentechnologie op de achtergrond (de KRI Todak en KRI Hadjar Dewantara) tijdens een landing met Zodiacs. Maar de Nederlandse wapensystemen zullen nu in de toekomst alleen nog voor goede doelen gebruikt worden. Laten we het verleden toedekken (daar zijn Nederlanders goed in als het om Indonesie gaat).








NL boert goed in wapenhandel (20 december 2006)

De wapenexport vanuit Nederland maakt de afgelopen jaren een opmerkelijke groei door. In 2005 behoorde Nederland tot de vijf belangrijkste landen op dit gebied. De waarde van de verstrekte wapenexportvergunningen bedroeg 1,2 miljard euro, een recordbedrag.

(overgenomen van Ravage digitaal over wel zelf geschreven rapport)

Al enkele jaren is een langzaam stijgende trend te zien. Nieuwe grote orders uit onder meer Chili en Indonesië doen vermoeden dat die tendens zich in 2006 doorzet, meldt de militaire onderzoeksgroep Campagne tegen Wapenhandel. Hun bevindingen zijn terug te vinden in het rapport Analyse Nederlandse wapenexportvergunningen 2005. [PDF bestand]
Binnen de Nederlandse wapenexport vallen vier belangrijke categorieën te onderscheiden: de verkoop van overtollig legermaterieel, de export van hightech defensie-elektronica (radar- en vuurleidingssystemen, optische apparatuur), de uitvoer van componenten voor in het buitenland gebouwde grote wapensystemen (pantservoertuigen, gevechtsvliegtuigen en bewapende helikopters) en militaire scheepsbouw. De belangrijkste exporteurs zijn respectievelijk Defensie/Nederlandse staat, Thales Nederland, Stork Aerospace en scheepsbouwketen Damen (incl. De Schelde).

Na jaren van intensieve lobby publiceerde de regering onlangs voor het eerst een openbaar overzicht van wapendoorvoer waarvoor een meldplicht geldt. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat via Nederland grote hoeveelheden munitie naar Israël gaan. Het dictatoriale Kazachstan ontving in december vorig jaar 5.528 Tsjechische traangasgranaten via Schiphol. Kenia, Pakistan en Peru ontvingen via Nederlands grondgebied eveneens vele tienduizenden stuks munitie.

Hoewel Nederland zegt terughoudend te zijn met wapenexporten, wijst de praktijk ondubbelzinnig het tegendeel uit. Conflictgebieden en autoritaire regimes hebben onverminderd toegang tot militair materieel uit Nederland. Voorbeelden daarvan zijn India, Taiwan, Turkije en Egypte. Naast de directe uitvoer van wapens speelt Nederland ook een sleutelrol en de haven van Rotterdam.

Campagne tegen Wapenhandel vindt dit een zorgwekkende ontwikkeling die in schril contrast staat met de positie van gidsland op het gebied van vrede en veiligheid die Nederland zich zo graag toedicht. Ook plaatst de Campagne tegen Wapenhandel grote vraagtekens bij de onafhankelijke toetsing van vergunningsaanvragen wanneer de Nederlandse staat als verreweg de grootste wapenhandelaar direct belang heeft bij een soepele exportnorm.

bron: www.ravagedigitaal.org/actienieuws/december/15/15.php

of zie: http://www.stopwapenhandel.org

Geschreven voor Volkskrantblog (20 december 2006)

Folders met wapens van de Staatsdrukkerij


Bij wapenhandel denkt menigeen aan mannen met donkere zonnebrillen en zwarte BMW’s. In Nederland zit dat heel anders. Daar zijn de grootste wapenhandelaars ambtenaren op het ministerie van Defensie. De Nederlandse overheid is al sinds jaar en dag de belangrijkste wapenhandelaar van dit land. De Schelde en Thales vallen hierbij vergeleken in het niet.

Een ambtenaar van Economische Zaken op een vergadering van een belangen organisatie voor de defensie-industrie “relativeerde overigens de positie die Nederland volgens het Zweedse SIPRI inneemt op de internationale ranglijst van wapenexporteurs. De genoemde vijfde plaats is wat hem betreft vooral het gevolg van het doorverkopen van tweedehands materieel.” Dat is een vreemde uitspraak. De overheid is niet in de eerste plaats een wapenexporteur, maar wie handelt in wapens met buitenlandse klanten zou je zo toch een wapenexporteur moeten noemen. Het zal wel kinnesinne zijn dat niet Economische Zaken maar Defensie hier de eerste viool speelt.

De overheid als wapenhandelaar heeft een voordeel; alles is uitermate overzichtelijk opgeschreven. Zodat je precies weet wat ze in de aanbieding heeft. Daarmee zijn de Kamerstukken ook verkoopfolders voor potentiële klanten.

Veel staat in het Materieelprojectenoverzicht (MPO) dat jaarlijks wordt gemaakt. Op prinsjesdag verscheen de versie voor 2009. Op pagina 106 en verder staan de wapens die voor afstoting in aanmerking komen met foto, relevante Kamerstukken en alles wat je wilt weten in een oogopslag op een pagina. Nou ja net niet alles. Het zou handig zijn als van verkochte wapens ook de opbrengst werd genoemd.

Wil je een beknopter beeld van de kraam met wapens die Nederland in de verkoop heeft? Dan is pagina 88 van de Defensiebegroting een uitkomst. Ook al zo’n Prinsjesdag stuk. Een half A-4 met daarop alle typen en aantallen vliegtuigen, tanks, houwitsers, pantservoertuigen die in de verkoop zijn. Ook de net aangekochte pantserhouwitsers staan er al weer op.

Het wordt nu opletten wie die wapens gaat kopen, vooral de Fokker vliegtuigen (2 militaire vrachtvliegtuigen en twee maritieme patrouille vliegtuigen) kunnen zomaar verdwenen zijn, omdat de baas van de wapenfirma aan Het Plein in ’s Gravenhage er met zo min mogelijk gedonder en tegen de hoogste prijs van af wil. Zo gingen in het verleden ook al zogenaamde niet-strategische wapens naar de vreemdste plaatsen.

Op dinsdag 6 oktober komt de wapenhandel aan de orde in de Tweede Kamer. Ik ben benieuwd of deze verkoopfolders ook aan bod zullen komen. Anders kan het altijd nog bij het debat over de Defensiebegroting in november meegenomen worden, maar daar is het aanbod aan onderwerpen om de degens met de bewindslieden over te kruisen vermoedelijk al tamelijk groot. Het blijft een vreemde zaak dat de overheid wapenhandelaar en tegelijkertijd controleur van de wapenhandel is. Dat is twee handen op een buik.

De Zuiderzee: “dat is lang geleden”

Mijn fiets en ik gaan met de trein naar Zwolle. De terugtocht trap ik op die oude Fongers uit 1948. Aan de overkant van de IJssel op de weg naar Zalk zijn wegwerkers bezig. De weg is wel half open en het fietspad ziet er goed uit. “Waar moet u heen,” vraagt een man in een hesje. “Die richting,” zeg ik, “de richting van Amsterdam.” “Gaat niet, u moet rechtdoor en de eerste rechts,” zegt hij alsof hij regelmatig van Zwolle naar Amsterdam fietst.

Een deel van het achterland van de rivier met zijn mooie uiterwaarden zal ik nu missen. Dat is jammer, want het gaat me vandaag om de grens tussen water en land. Een grens die in Nederland vaak volledig zoek is. En nergens is dat duidelijker dan hier: tussen Zwolle en Almere.

Boerderij nabij Zuideinde, als je goed kijkt zie je de terp waarop hij gebouwd is.

Het eerste deel van de route gaat naar Elburg. Hij voert door een gebied van weideland met vergezichten over onmetelijk groen. Klei op veengrond heet het zo mooi in de bosatlas. De rivier heeft het afgezet en het landschap daarmee voor lange tijd bepaald Er staan weinig bomen. Er is hooguit een bosje met hakhout. In de verte vliegen ganzen. Een kievit loopt parmantig door het grasland. De weidsheid en rust is hier niet te missen.

Niet alleen zijn er geen bomen, ook het water is nadrukkelijk afwezig. Gelukkig valt er ook geen water uit de wolken boven me. Men houdt hier rekening met nattigheid. Dat wordt benadrukt door de terpen waarop boerderijen staan. Veel van die boerderijen zijn gebouwd in het begin van de vorige eeuw. Ze staan op plaatsen waar al langer mensen wonen, zie je aan die heuvels.

In Oosterwolde staat een haringkar met op de achterkant een botter. Hij tekent de overgang van het gebied van IJssel naar de kuststrook waar eens de Zuiderzee was. Daarom vraag ik de vrouw in de kar: “Mevrouw ik denk bij haring aan de Noordzee. Weet u of vroeger de Elburgse botters haring vingen?” “Deze komen uit de Noordzee,” antwoordt zij en laat me het tonnetje zien. “Vroeger werden ze er wel gevangen, maar dat is lang geleden.”
Elburgse botter achterop de haringkar in Oosterwolde.

Niet veel later kom ik in Elburg. De stadsmuren zijn er tegelijk ook waterkering. Er omheen ligt veel, heel veel grasland en dijkjes – waarvan een aantal alleen in de zomer het water hebben tegengehouden. Boven de hoofdstraat hangen visfuiken. Wie daar langs weet te kijken, ziet een prachtig stadje. Het is alleen nog verbonden met een meer, waar vroeger het zoute water in de wind zat. Juist dat maakt dit stadje zo speciaal.

In Elburg is een keuze mogelijk. Tussen het oude vasteland of het nieuwe van de Flevopolder; land waar ruim een halve eeuw geleden visch plaats heeft gemaakt voor graan en natuur. De tocht naar Harderwijk aan de andere kant van het Veluwemeer loopt over en langs een smalle dijk, die soms ook geheel afwezig is. Ik zie de storm het water opzwepen. Lichtbruine botters met hun witte zeilen vol stoere vissers varen over de golven van de Zuiderzee. Ze weten van de ondiepten voor de kust, maar juist daar vangen ze veel. Terug in de werkelijkheid fiets ik langs vakantieparken en over een fietspad gemaakt voor de moderne natuurminnende mens. Dat laatste wordt me op informatieborden duidelijk gemaakt. In de winter - tussen 1 november en 1 april - is het pad afgesloten voor wandelaars en fietsers. Die moeten dan maar boeken gaan lezen in hun vrije tijd.

Harderwijk is een stadje met een prachtig havenhoofd, waar vroeger de vissers aankwamen. Nu lijkt het gemaakt voor terrasjes, mijmeringen en het plezier van eten en drinken. Iets verder is van het toerisme weinig meer te merken. Daar fiets ik langs stadswallen die momenteel gerestaureerd worden. Ook hier hadden die muren tevens de functie van waterkering. De Zeedijk tussen de Nijkerkerbrug en Harderwijk is een van de mooiere stukjes Nederland en is geliefd bij vogels en mannen met telelenzen. Van zee is geen sprake meer, wel van weide, rietlanden en waterpartijen. De ganzen snateren. In het voorjaar duikelen hier de grutto’s over je hoofd.
Botter op het Eemmeer

Ik ga in hoog tempo via de polder aan de overkant richting huis. De haven van Almere, die ik passeer, ruikt nog niet naar haven en gaat dat waarschijnlijk ook nooit doen. Hij ligt aan een recreatieplas die ooit zee was. De haven van het veel kleinere Spakenburg, aan de overkant, heeft wel stijl met zijn mooie werfje en de lichtbruine botters. Het is een van de mooiste havens van Nederland. Maar ook uit Spakenburg zal de zee verdwijnen.

De verkeerde column

Waarom staat er nergens in ronde woorden, dat de JSF vier maal zoveel geluid produceert dan de F-16. Dat het kortom een geluidsmonster is. Dat haal ik wel uit een levendig geschreven artikel (F-35: Ik ben gevechtsvliegtuig, hoor me brullen) op een Amerikaanse militaire site. Die 4 x F-16 zegt me tenminste iets. Dan weet ik wat me op Vlieland te wachten staat.

De Tweede Kamer kent zo zijn vaste rites. Niets tegen rites overigens, ze geven vastigheid in een chaotische wereld. Een van die rites is dat Parlementsleden via de griffie vragen mogen stellen over brieven van de Regering (soms met een aangehecht rapport) aan de Tweede Kamer.

Meestal zijn die vragen niet het meest spetterende deel van de werkzaamheden, maar hooguit de opmaat tot een debat. Slechts een enkele keer zijn ze nieuws, zoals rond de Nederlandse militaire betrokkenheid bij Irak. Deze week staan Feitelijke Vragen over een JSF-geluidsoverlastonderzoek op de agenda.

Het is niet zo slim om er aandacht aan te besteden in een column die fris en fruitig geschreven moet zijn; bij stoffigheid haken de lezers immers af. Blijven ze wel hangen dan zijn ze al geïnteresseerd en daarmee niet degenen die ik zoek. Zij kunnen gelijk door naar de laatste twee alinea’s.

De brief en het rapport zijn saai. Laat ik daarover eerlijk zijn. Bovendien waar gaat het helemaal om? Ten eerste over geluidsbelasting voor de direct omwonende van de vliegbasis Leeuwarden en Volkel. De rest van Nederland zal het wel merken. Ten tweede over de Niemeskant-variant. Dat laatste is een norm waarbij in Volkel nieuwbouw mogelijk is binnen als acceptabel vastgestelde geluidsnormen. Het is geen spetterde tekst dus. Dat lijkt bijna opzet. Het woord ‘toename’ zocht ik tevergeefs. Het woord ‘geluidsoverlast’ komt niet voor, laat staan ‘takkeherrie’. De conclusie is saai en laat alleen zien dat er met de JSF minder gevlogen kan worden dan met de F-16 binnen dezelfde geluidsnormen.


Een van de vragen die de defensiewoordvoerders indienen luidt waarschijnlijk: “Is al bekend wat de constatering dat het noodzakelijk is dat de huidige middelen voor handhaving van de geluidsbelasting, voorafgaand aan de eventuele invoering van de F-35, gemodificeerd moeten worden, voor kosten met zich mee zal brengen?” Kosten daar draait het immers om. Je zou ook nog kunnen vragen welk buitenland de niet binnen de normen vallende vliegoefeningen wil hebben. De luchtmacht wil die gaan exporteren. Wat dat dan weer kost en of er al afspraken in die richting zijn.

Als domper op het doorworstelen van het rapport komt dan: “De resultaten zijn geldig zolang de uitgangspunten die gehanteerd zijn voor de berekeningen niet wijzigen.” Menig belegger weet wat deze formulering betekent. Alsof het niet genoeg is, voegen de onderzoekers daar nog aan toe: “De gebruikte uitgangspunten voor geluidsbelasting berekeningen zijn gebaseerd op een momentopname. Door voortschrijdend inzicht is het mogelijk dat de uitgangspunten voor de berekeningen wijzigen. Indien dit plaatsvindt, dienen nieuwe berekeningen te worden uitgevoerd om de geluidsbelasting te bepalen.” Daarmee zijn de antwoorden op de vragen ook al grotendeels gegeven.

Zo houd je jezelf lekker aan het werk als onderzoeker van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium. Sterker nog dit bedrijf werkt al vanaf het begin aan de Joint Strike Fighter. Het zegt zelf: the replacement project is of great importance to us.. Belanghebbende zou je dan zeggen en daarom niet geschikt om het onderzoek uit te voeren. Eigenlijk is het van de gekke dat het Parlement zich met zo’n kluitje in het riet laat sturen. Je neemt daarmee je eigen werk niet serieus. Ze zouden over dit rapport helemaal geen vragen moeten stellen. Het aan de kant moeten slingeren en een onafhankelijk onderzoek moeten eisen.

Ze hebben toch wel iets beters te doen dan zich met een werkverschaffings-project van de militaire industrie bezig te houden. Verder alleen bedoeld om kritiek binnen de PvdA te verstommen. Ze zouden zich ook nog meer kunnen buigen over de geopolitieke gevolgen van de interventie in Afghanistan en de gezondheidsaspecten voor de betrokken militairen. De afkeer in Nederland over deze zinloze missie wordt steeds sterker. Hé wacht eens, had ik zelf niet beter een column kunnen schrijven over de rol van ons leger in Afghanistan.

Dat had ik moeten doen. Krachtige en duidelijke uitspraken kwamen gelukkig al van Wim van den Burg van de grootste Nederlandse militaire vakbond. Daar kan ik me mooi achter verschuilen. Maar ik had daarnaast nog kunnen schrijven over het feit dat het Nederlandse leger samenwerkt met het grootste huurlingenleger uit de geschiedenis. Of met een leger waar martelen niet strafbaar is. Een krijgsmacht die volgens Amnesty International een loopje neemt met de mensenrechten. Ja daarover had ik moeten schrijven en ik neuzel mee over decibellen. Hoewel, je zou er maar last van hebben.

Zie ook: Dutch worried about noise new us planes, RNW 7-01-10

Over geluidsoverlast wordt ook in Australië geklaagd:


Newcastle Herald (Australia)
May 31, 2011 Tuesday

Jet noise action could set example

PORT Stephens residents' High Court action over jet noise will begin next month, with their lawyers saying other countries buying Joint Strike Fighter planes should watch it closely. Canberra firm Goodman Law has filed a writ of summons on behalf of Raymond Terrace resident Carol Moxey. That mediation will take place next month, with a class action for others to follow. Defence opposed Mrs Moxey's bid to build houses on her land because noise from the new fighters could affect them. The government will buy at least 14 of the F-35 Lightning II Joint Strike Fighters for a projected $3.2 billion. Goodman principal director Steven Gavagna said the class action loomed as a watershed. "I'd call it a landmark for how people live with and around technology," he said. The federal government says it will establish a taskforce on RAAF base issues and and development and planning in Port Stephens" but lobby groups say residents' property values and lifestyles have suffered years ahead of the fighters' planned introduction in 2018. Goodman Law will host a meeting for potential class action participants at Raymond Terrace Bowling Club at 6pm on June 15.

Jawel, hij is er: een heuse Nederlandse ‘Defensie Industrie Strategie (DIS)’. Dat schreef ik al weer twee jaar geleden. Het is een document van omvang. Nederland loopt daarmee voorop in Europa en behoort ogenschijnlijk tot de grote defensie landen, die ook een dergelijk document publiceren. Niet alleen stuurt onze overheid troepen naar Zuid-Azië, om daar aan onze veiligheid hier te werken, maar ze gaat ook structuur brengen in de productie en verkoop van wapens.

Een leger zonder wapenindustrie, is als een mens aan een infuus, als het weggehaald wordt ben je verloren, zo spreekt uit het document. De DIS straalt ook realisme uit. Nederland zal niet op eigen houtje gaan opereren. Europese samenwerking wordt daarom herhaaldelijk genoemd, maar iedereen die kijkt naar de belangrijke wapenaankopen door de Nederlandse krijgsmacht zal dat niet al te serieus nemen. Een groot deel is immers van Amerikaanse makelij en dáár ligt dan ook een belangrijk deel van de samenwerking; de JSF is het meest in het oog springende voorbeeld.

Ik hoorde al verschillende mensen zeggen dat het DIS niet veel nieuws bevat. Het DIS is echter een bundeling van feiten, subsidiemogelijkheden, visies en propaganda binnen één kaft, waarbij Defensie het voortouw heeft. Die bundeling moet leiden tot meer geld voor de wapenindustrie en een gerichter beleid. Deze tekst heeft de bedoeling dat aan een eigen Oranje-blanje-bleu wapenindustrie wordt gewerkt.

De stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIVD) kan in grote mate instemmen met het document. “De strategische visie van de overheid op de defensiegerelateerde industrie is gebaseerd op een goede analyse, bevat goede intenties, maar mist nog duidelijke invulling.” Die invulling zijn aanbestedingen en geld, dat blijkt ook wel uit dezelfde reactie: “De NIID pleit voor vervolgstappen in de vorm van concrete programma’s en projecten met bijbehorende financiële inspanningen.” De NIVD bundelt ruim 200 bedrijven die producten voor de militaire markt maken. De stichting is een directe gesprekspartner van de overheid.

Dat het DIS niet het zoveelste rapportje was, maar een serieus beleidsstuk blijkt er ook uit dat het nadrukkelijk terug komt in de belangrijkste documenten van het ministerie van Defensie van jaar 2007: ‘Wereldwijd Dienstbaar’ (waarin Middelkoop, de visie van de regering op het gebied van de krijgsmacht uiteen zet) en de Defensiebegroting. Beide bevatten ronkende teksten die uitdragen dat Nederland meedoet aan expeditionaire operaties wereldwijd in het hoge geweldsspectrum. In dat kader moeten we ook de DIS zien. Ook de Defensiebegroting van 2009 bevat de DIS een aantal malen. Bijvoorbeeld hier: “Verder worden in het kader van de Defensie Industrie Strategie maatregelen genomen met als doel bij te dragen aan de versterking van de internationale positie van de Nederlandse defensiegerelateerde industrie.”

Nog belangrijker is dat het NIDV vrijwel onmiddellijk zijn zin kreeg en dat in een viertal aanvullingen op de Strategie concrete maatregelen en te subsidiëren onderzoeksprojecten worden benoemd. “De in deze brief beschreven activiteiten op het gebied van de prioritaire technologiegebieden, het launching customership en de instandhouding van materieel kunnen worden gezien als een eerste aanzet voor de verdere uitwerking van de DIS. Deze uitwerking zal dan ook worden voortgezet,” heet het daarin zo mooi. Van de DIS zijn we voorlopig nog niet af. Nederland wil graag bij de militaire grootmachten horen en de wapenindustrie doet daaraan mee.

Martin Broek

Bewerking van eerder artikel voor Vredesmagazine, waarnaar ik verwijs in Passie voor Vrede.



Bron: Defensie Industrie Strategie, augustus 2007, Ministerie van Defensie.

Wapenhandel in de tweede helft van 2008; Saoedi-Arabië

Gelegen in een grote zandbak zwaaien islamisten van een kwalijk allooi er de scepter. Oliedollars gaan de wereld over om religieuze bondgenoten in de vreemde te steunen. Je zou zeggen: Saoedi-Arabië is speerpunt nr. 1 in de strijd tegen religieus fanatisme en voor democratie en vrouwenrechten. Dat is echter te simpel.

Saoedi-Arabië heeft een nogal tweeslachtig karakter. Die positie in de wereld van geld, macht en internationale politiek is prachtig samengevat in ‘De Loopgraaf’, een deel in de trilogie ‘Steden van Zout’ van Abdelrahman Munif, over de ontstaansgeschiedenis van het land.* De les: “hoe belangrijker een land wordt hoe minder het zijn eigen politiek kan bepalen,” wordt door de elite in Saoedi-Arabië goed verstaan. Het is daarom ook een bondgenoot van het Westen. Het staat toe dat Amerikaanse militairen er gelegerd zijn; en het koopt zijn wapens op de Westerse markt.

Jaap de Hoop Scheffer in zijn functie van minister van Buitenlandse Zaken was niet gecharmeerd van die wapenleveranties. Toch gaan ook in 2008 gaan weer wapens naar Ryad. Een aantal keren gaat het om radaronderdelen en ook gaan delen voor juist een vliegsimulator naar Saoedi-Arabië. Die laatste gaan via Engeland, waar de simulator waarschijnlijk wordt geassembleerd.

Andere landen in het Midden-Oosten en de Arabische wereld die uit Nederland wapens ontvangen zijn: Egypte, Israël, Jordanië, Libië, Oman, Qatar, Turkije, Verenigde Arabische Emiraten en Oman. Dat laatste land ontvangt in financiële omvang de grootste levering: Onderdelen voor een commandosysteem ter waarde van 87 miljoen euro.

land Wapensysteem miljoen euro
Venezuela Radarsystemen 256
  Portugal  Fregatten  240
 Duitsland  Programmatuur en technologie voor pantservoertuigen  100
 Griekenland  Vuurleidingsradar  95
 Bron: Maandrapportages militaire goederen 2008 juli-december


* Een Nederlandse vertaling van het boek door Abdurahman Munif is er gek genoeg nog steeds niet.